Aanmeldnotitie BP Giethoorn - basisschool Beulakerweg.pdf
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Giethoorn – Basisschool Beulakerweg 1 februari 2019 Aanleiding Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die via het herzien van een bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, middels een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld, op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Voorliggende aanmeldnotitie is opgesteld in het kader van de beoogde herziening van het Bestemmingsplan Giethoorn – Basisschool Beulakerweg, gemeente Steenwijkerland ten behoeve van het realiseren van een basisschool. In deze aanmeldnotitie zijn de milieuaspecten in relatie tot het planvoornemen geïnventariseerd en gebundeld weergegeven. Op basis van de aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag een besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapportage. Ontwikkeling Het dorp Giethoorn bestaat uit twee kernen: Giethoorn-Noord en Giethoorn-Zuid met elk een eigen basisschool.
De voorgenomen fusie van beide scholen, de huidige bouwkundige staat van de gebouwen en de wens om te komen tot een centraal gevestigde onderwijsvoorziening, zijn aanleiding om ten noorden van de Beulakerweg 127 te Giethoorn een nieuwe school te realiseren. Het plangebied bestaat uit het perceel kadastraal gemeente Brederwiede, sectie B nummer 523 en 1091. Het totale perceel heeft een oppervlak van ongeveer 1,1 ha. Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan Giethoorn, vastgesteld op 17 oktober 2017 met de bestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient dit bestemmingsplan te worden herzien voor de betreffende locatie aan de Beulakerweg te Giethoorn. Hiertoe is een ontwerp bestemmingsplan opgesteld ( ter inzage van 3 oktober 2018 t/m 13 november 2018). In het bestemmingsplan Giethoorn-basisschool Beulakerweg is het planvoornemen uitgebreid beschreven alsmede de effecten van dit plan op de relevante ruimtelijke- en milieuaspecten. Derhalve wordt in voorliggende aanmeldnotitie op onderdelen verwezen naar de specifieke paragrafen in het bestemmingsplan Giethoorn – Basisschool Beulakerweg. De ontwikkeling richt zich op het realiseren van één basisschool. Voor een uitgebreide beschrijving van het planvoornemen wordt verwezen naar hoofdstuk 1 van het bestemmingsplan.
Kader- Besluit milieueffectrapportage Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r.-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r.-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht.
Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of toch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die – ondanks dat de drempelwaarde niet wordt overschreden – aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.- beoordeling’ gehanteerd. Activiteit en drempelwaarde De activiteit is niet vermeld in bijlage C van het Besluit milieueffectrapportage. In bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijke ontwikkelingsproject ’ (D11.2) opgenomen. De beoogde ontwikkeling valt onder dit begrip. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. Een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of, 3. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Onderhavig plan voorziet in een uitbreiding van één basisschool op een perceel van ongeveer 1,1 ha.
De voorgenomen activiteit blijft hiermee ruim onder de drempel van 2.000 woningen en onder de drempelwaarde van 100 ha zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r-beoordelingsplichtig. Omdat de activiteit voorkomt in bijlage D kolom 1, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten, er is geen m.e.r.- beoordeling noodzakelijk; Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten, er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’.
De criteria vallen uiteen in criteria betreffende de: - Kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; - Plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; - Kenmerken van het potentiele effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. Toetsing Kenmerken van het project Het plan voorziet in het realiseren van één gezamenlijke basisschool ter vervanging van twee basisscholen (welke in “slechte” bouwkundige staat verkeren) op een nieuwe locatie. In het ontwerp van de school wordt aandacht besteed aan het aspect duurzaamheid waarbij gestreefd wordt naar een EPC waarde (energie prestatie coëfficiënt) conform klasse B van het Programma van Eisen Frisse scholen. Van de twee bestaande scholen wordt de bestaande bestemming “maatschappelijk” gehandhaafd waarbij alleen de toevoeging basisschool vervalt. Plaats van het project De beoogde locatie is momenteel in gebruik als landbouwgrond met de bestemming ‘Agrarisch’.
Het plan voorziet er in om op deze plek een schoolgebouw van ongeveer 1.131 m2 met bergingen (45 m2) met een buitenspeelplaats (600 m2 verhard en 1.200 m2 onverhard) en een fietsenstalling. Een nadere onderbouwing is opgenomen in het bestemmingsplan paragraaf 3.3. Kenmerken van het potentiele effect Het project betreft het realiseren van een ontwikkeling van beperkte omvang. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Archeologie Het perceel heeft de bestemming ‘Agrarisch” en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Door Laagland Archeologie heeft een inventariserend veldonderzoek (april 2016) plaats gevonden. Het karterend booronderzoek heeft geen archeologische indicatoren opgeleverd, zodat kan worden aangenomen dat zich geen vindplaatsen binnen de begrenzing van het plangebied bevinden. Om deze reden wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd (zie nader onderbouwing paragraaf 4.6 van de ruimtelijke onderbouwing en de bijbehorende bijlage 13). Bodem Voor de locatie hebben een tweetal bodemonderzoeken plaatsgevonden. Het betreft het verkennend bodemonderzoek: Sectie N nr. 523 welke is opgesteld door Grondslag op 6 april 2016.De conclusie in dit onderzoek is dat de milieu hygiënische kwaliteit geen belemmering is voor het beoogde gebruik. sectie B nr. 1091 (gedeeltelijk)) welke is opgesteld door Grondslag op 18 mei 2018.
Uit dit verkennend bodemonderzoek is geconcludeerd dat er geen sprake is van een ernstige bodemverontreiniging waardoor er geen saneringsverplichting aanwezig is. De aangetroffen lichte verhogingen met minerale olie in de bodem en lichte verhogingen van barium en nikkel in het grondwater geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De locatie is geschikt voor het beoogde gebruik. In paragraaf 4.2.4 van het bestemmingsplan is een nadere toelichting opgenomen. Ecologie Op basis van de ecologische inventarisatie (Quickscanhulp.nl, 18-07-2016) en op basis van de terreinomstandigheden (maisland) is destijds voldoende beeld ontstaan. Uit de inventarisatie is naar voren gekomen dat een aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming of een analyse in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet noodzakelijk is. Vestiging van rugstreeppad tijdens de werkzaamheden dient te worden voorkomen. Verder moet bij de planning van de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. In dat geval is een ontheffing van of een vergunning op grond van de Wnb voor de beoogde activiteiten op voorhand niet nodig. Het plan is daarnaast op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening. Voor een nader toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4.5.
Externe veiligheid Het plangebied is niet gelegen in een aandachtsgebied behorende bij een risicobron/contour. Het plan zelf valt ook niet aan te merken als een risicobron. Geluid In het kader van de Wet geluidhinder hebben wegen en bepaalde industrieterreinen een geluidzone, een aandachtsgebied waarbinnen bij nieuwe ontwikkelingen (van o.a. scholen) akoestisch onderzoek noodzakelijk is. Specifiek voor de locatie Basisschool is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai N334 uitgevoerd waaruit blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (LDEN) niet wordt overschreden. Er is sprake is van een goed akoestisch woon en leefklimaat. Het akoestische rapport is als bijlage 5 toegevoegd bij de ruimtelijke onderbouwing. Luchtkwaliteit Het plan voorziet in de realisatie van een basisschool binnen 50 meter afstand van de provinciale weg (N334) waardoor een luchtonderzoek is uitgevoerd. De luchtkwaliteit van de planlocatie is lager dan de betreffende grenswaarden voor PM10, PM2,5 en NO2. Ook blijkt de waarde onder de WHO (World Health Organization) te liggen (bron, Grootschalige concentratiekaart Nederland). In het kader van de luchtkwaliteit is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. Met behulp van de monitoringstool (https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/slag/hulpmiddelen/nibm- tool/ ) kan berekend worden of er sprake is van Niet In Betekende Mate (NIBM).
Met het zeer geringe aantal extra voertuigbewegingen blijkt uit de monitoringstool dat er sprake is van niet in betekende mate. Een nadere onderbouwing is opgenomen in paragraaf 4.2.3 van de plantoelichting. Voor het aspect geurhinder is niet de verwachting dat dit optreed daar er in de onmiddellijke nabijheid geen geur emitterende bedrijven aanwezig zijn. Water In paragraaf 4.3 van de ruimtelijke onderbouwing is en gedetailleerde beschrijving gegeven over het aspect water, kortheidshalve wordt hier naar verwezen. De effecten van het plan blijven binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan. De effecten zijn beperkt en de ontwikkeling stuit niet op bezwaren in relatie tot de aangehaalde milieuaspecten. Er is geen sprake van ‘belangrijke nadelige’ milieueffecten. Conclusie en advies In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de ontwikkeling van een basisschool op het perceel ten noorden van Beulakerweg 127 te Giethoorn. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat er sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure.
Gelet op het bovenstaande wordt geadviseerd om te beslissen om af te zien van het opstellen van een milieueffectrapport voor de ontwikkeling basisschool op de locatie gelegen ten noorden van Beulakerweg 127 te Giethoorn. Opgesteld door Ronald van Eerten Adviseur geluid en milieuplanoloog Postbus 40252 8004 DG Zwolle datum 1 februari 2019 In opdracht van Gemeente Steenwijkerland contactpersoon Mevrouw L.J. Vis