a Wijziging verordening Jeugdhulp gemeente Steenwijkerland - RAADSVOORSTEL.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad - 2017-12-19T19:30:00+01:00 - 2017_RAAD_000361/7 Gemeenteraad Zitting van 19 december 2017 Dienstverlening - Beleid Leefwereld 2017_RAAD_00036 - Wijziging Verordening jeugdhulp gemeente Steenwijkerland - besluitvormen Auteur Judith Kolk Overlegd met Esther Leenstra, Marieke Dawson, Henk Demkes, Hans van der Haar, Michiel Veldman Portefeuillehouder H.J. Frantzen-Boeve Samenvatting De verordening jeugdhulp gemeente Steenwijkerland 2017 is door uw raad vastgesteld op 20 juni 2017 en is per 1 juli 2017 in werking getreden. Omdat echter op 1 januari 2018 het nieuwe regionale ''IJssellandse model resultaatgerichte inkoop jeugdhulp'' in werking zal treden, heeft dit gevolgen voor bepaalde onderdelen van de verordening. Het is nodig om op een aantal punten de verordening aan te passen omdat we te maken krijgen met een nieuwe systematiek voor het toekennen van jeugdhulp. Daarnaast zijn er sinds de inwerkingstreding van de verordening vanuit de uitvoering een aantal signaleren gekomen, die we gelijktijdig met deze wijziging mee willen nemen. Beschrijving Inleiding IJssellandse model resultaatgerichte inkoop jeugdhulp Met ingang van 1 januari 2018 koopt regio IJsselland een deel van de jeugdhulp in door middel van resultaatfinanciering.
Hierbij wordt aan de aanbieder een trajectprijs betaald voor het bereiken van het benoemde resultaat, waardoor wordt toegewerkt naar een vorm van resultaatsturing. Aan de cliënt wordt jeugdhulp toegekend door middel van plaatsing in een profiel en een intensiteit en het benoemen van het doel waarvoor de toekenning plaatsvindt. De zorgaanbieder bepaalt samen met het gezin op welke wijze er wordt toegewerkt naar het benoemde resultaat. De trajectprijs heeft het karakter van een gemiddelde kostprijs. Dit in tegenstelling tot de huidige systematiek, waarbij door het college wordt bepaald hoeveel tijd (uur) er gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar) en door middel van welke vorm van jeugdhulp er kan worden gewerkt aan het benoemde doel (P*Q). Een voorziening kan worden toegekend/geleverd in de vorm van Zorg in Natura of in de vorm van een pgb. In het geval er wordt gekozen voor een pgb geldt dat de hoogte van het budget toereikend moet zijn om de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken. Door de hoogte van het pgb te relateren aan de kostprijs van de voorziening in natura, kan worden onderbouwd dat het budget toereikend is. In de nieuwe bekostigingssystematiek wordt echter (deels) gewerkt met trajectprijzen die staan voor/het karakter hebben van een gemiddelde kostprijs.
Daarmee kan niet worden gegarandeerd dat een pgb ter hoogte van de trajectprijs in iedere individuele situatie toereikend is. Gecontracteerde aanbieders compenseren de ''duurdere'' cliënten met ''goedkopere'', waardoor zij gemiddeld genomen uitkomen met de financiering door middel van trajectprijzen. Dit geldt alleen voor het middensegment (trajectprijzen tot €7000,-). Voor het topsegment (duurdere specialistische jeugdhulp boven de €7000,-) wordt er gefinancierd op basis van prijs maal hoeveelheid/tijd (P*Q). Voor het topsegment zijn in 2018 daarom wel uurtarieven beschikbaar. Gemeenteraad - 2017-12-19T19:30:00+01:00 - 2017_RAAD_000362/7 Bij aanbieders die vanuit een pgb worden gefinancierd staat het niet vast dat zij meerdere cliënten met dezelfde bekostingssystematiek hebben, waardoor bij hen niet geldt dat zij tussen cliënten onderling kunnen compenseren/middelen. Daarom kan een pgb niet bepaald worden op basis van een trajectprijs, maar zal de hoogte van het pgb berekend moeten worden op basis van P*Q. In het middensegment is er geen inzicht in de opbouw van trajectprijzen omdat er geen sprake is van een uurtarief. Daarom is ervoor gekozen om in het geval dat de cliënt zijn/haar voorziening wil bekostigen met een pgb, de hoogte van het pgb bepaald wordt door de inkooptarieven 2018 voor het topsegment.
Wanneer de cliënt de voorziening in de vorm van een pgb geleverd wenst te krijgen zal de consulent op de ''oude'' manier indiceren in 'producten' en tijdseenheden (Q). Voor de prijs (P) per eenheid wordt gebruik gemaakt van de regionale inkooptarieven 2018 voor het topsegment; gebaseerd op de regionale inkooptarieven van 2017 geïndexeerd met 2,68% en nieuwe tarieven voor Jeugd GGZ. Wijzigingen verordening Er wordt onderscheid gemaakt in: 1. Wijzigingen als gevolg van het nieuwe inkoopmodel/ de manier van bekostigen. Het is nodig om voor de inwerkingtreding van het nieuwe inkoopmodel de verordening hierop aan te passen, zodat met ingang van 1 januari 2018 de werkwijze in de verordening geborgd is. Deze wijzigingen hebben betrekking op: - Artikel 2. Vormen van jeugdhulp; - Artikel 9. Inhoud beschikking; - Artikel 10. Regels voor pgb. 2. Daarnaast zijn er sinds de inwerkingtreding van de verordening in juli 2017 een aantal signalen vanuit onze eigen lokale toegang gekomen die direct in deze wijziging worden meegenomen. Deze wijzigingen hebben betrekking op: - Artikel 2. Vormen van jeugdhulp; - Artikel 5. Vooronderzoek; - Artikel 7. Verslag; - Artikel 8. Aanvraag; Voorstel Er wordt voorgesteld om de volgende artikelen te wijzigen. Per wijziging wordt hieronder aangegeven wat er verandert en waarom. Artikel 2. Vormen van Jeugdhulp.
- Artikel 2 lid 1: hieraan wordt als overige voorziening toegevoegd: - Diagnostisch onderzoek ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) - Behandeling van ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) Argumentatie: De (basis)school is over het algemeen de plek waar het vermoeden van dyslexie ontstaat. Daarmee nemen scholen een belangrijke rol in het proces rondom dyslexiezorg in. Een school is echter geen verwijzer op grond van de Jeugdwet en mag daarmee niet bepalen dat een jeugdige toegang krijgt tot diagnostisch onderzoek. Voor de inwerkingtreding van de Jeugdwet werd in de praktijk gewerkt volgens protocol Blomert 2.0. Wanneer een jeugdige zich bij een aanbieder meldde voor diagnostisch onderzoek, controleerde de aanbieder of de school had voldaan aan protocol Blomert 2.0. Alleen wanneer daaraan was voldaan startte de aanbieder diagnostisch onderzoek. Wanneer daar niet aan werd voldaan, werd de jeugdige terugverwezen naar de school. Voor de behandeling van ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) gold dat aanbieder die zorg enkel boden wanneer de diagnose EED ook daadwerkelijk was gesteld. Sinds de inwerkingtreding van de Jeugdwet is die werkwijze gewijzigd; voor de toegang tot dyslexiezorg was een besluit van het college (of verwijzing) nodig. Hierdoor kon een jeugdige niet meer rechtstreeks op advies van school naar een aanbieder voor dyslexiezorg stappen.
De evaluatie van de werkwijze leverde de conclusie op dat dit leidde tot onnodige bureaucratie. Om die reden is weer overgestapt naar de ''oude'' werkwijze, Gemeenteraad - 2017-12-19T19:30:00+01:00 - 2017_RAAD_000363/7 waarbij de school het protocol Blomert 2.0 volgt en de jeugdige direct naar de aanbieder kan met het advies van school. Dit is echter niet conform de regels omtrent maatwerkvoorzieningen, maar past beter bij de procedure omtrent overige, vrij toegankelijke voorzieningen. Bij vrij toegankelijke voorzieningen kan de aanbieder een lichte toets doen om vast te stellen of de cliënt behoort tot de doelgroep (diagnostisch onderzoek ernstige enkelvoudige dyslexie/ behandeling van ernstige enkelvoudige dyslexie). - Artikel 2 lid 2: Hieraan wordt toegevoegd: ''Individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar op basis van één van de profielen uit het ''IJssellandse model resultaatgerichte inkoop jeugdhulp'' Argumentatie: omdat er vanaf 1 januari 2018 gewerkt wordt met het nieuwe model, betekent dit dat er geen individuele voorziening meer wordt toegekend, maar dat er jeugdhulp wordt toegekend op basis van een profiel en intensiteit. Dit heeft tot gevolg dat dit ook in de beschikking verandert. Natuurlijk blijven de individuele voorzieningen gewoon bestaan, maar de wijze van toekennen wordt anders. Daarom is dit specifiek opgenomen in de verordening.
- Artikel 2 lid 2: Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: a) reguliere individuele voorzieningen b) specifieke individuele voorzieningen Argumentatie: Gelet op de bijzondere aard van deze specifieke individuele voorzieningen (pleegzorg, forensische zorg, gesloten jeugdzorg) lenen deze voorzieningen zich minder snel om vanuit een traject te worden gefinancierd. Deze voorzieningen worden apart genoemd omdat ze (nog) niet vanuit een traject gefinancierd worden. Toelichting bij artikel 2: Aan de toelichting op dit artikel wordt toegevoegd: Voor de vrij toegankelijke overige voorzieningen is een lichte toets mogelijk door de aanbieder. De aanbieder beoordeelt dan of de jeugdige of zijn ouders tot de doelgroep behoren. Voor het diagnostisch onderzoek ernstige enkelvoudige dyslexie geldt dat dit toegankelijk is op advies van de school, waarbij dat advies moet voldoen aan de eisen gesteld in het protocol Blomert 2.0. Voor de behandeling van ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) geldt dat er een diagnose moet zijn gesteld waaruit blijkt dat er sprake is van EED. De aanbieder bepaalt of behandeling (nog) doelmatig is. Jeugdhulp wordt toegekend met behulp van resultaatsturing en trajectfinanciering op basis van het ''IJssellandse model resultaatgerichte inkoop jeugdhulp''. Een traject omvat alle specialistische ondersteuning die een jongere nodig heeft in een bepaalde situatie.
Trajecten kunnen, afhankelijk van de behoefte van de jeugdige, met een bepaalde intensiteit geleverd worden. Per profiel en intensiteit stelt het college een tarief beschikbaar waarvoor alle benodigde zorg geleverd dient te worden en waarbinnen het resultaat behaald wordt. Welke vormen van individuele voorzieningen worden ingezet om een resultaat te bereiken wordt in overleg tussen de aanbieder/hoofdaannemer en de jeugdige en/of ouders bepaald. Artikel 5. Vooronderzoek. - Artikel 5 lid 2: de laatste zin ''de jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op identificatieplicht ter inzage'' vervalt. Argumentatie: omdat deze regel is opgenomen in de verordening, zijn wij verplicht om de identiteit vast te stellen aan de hand van een identificatiedocument. Echter, in de praktijk is dit niet altijd mogelijk omdat jeugdigen nog niet altijd beschikken over een eigen identificatiedocument. Daarom doen we dit in de praktijk met een BSN check via de gemeentelijke basisadministratie (GBA) bij een verzoekt tot jeugdhulp. Dit kan op basis van de Jeugdwet (Artikel 7.2.3) waarin staat dat het Gemeenteraad - 2017-12-19T19:30:00+01:00 - 2017_RAAD_000364/7 vaststellen van een BSN ook kan met een check in de GBA.
Door deze zin in artikel 5 lid 2 weg te laten, is de werkwijze geborgd in de verordening en blijft er ruimte om over aanvullende gegevens te beschikken die voor het onderzoek nodig zijn. Artikel 7. Verslag - Artikel 7 lid 1 wordt uitgebreid met: ''De consulent neemt het deskundige oordeel over de in te zetten voorziening(en) en indien bekend de mening van de jeugdige en/of zijn ouders hierover op in het verslag. - Artikel 7 lid 3 wordt gewijzigd in: ''de jeugdige en/of zijn ouders worden in staat gesteld binnen twee weken na toezending van het verslag schriftelijk opmerkingen of aanvullingen in te zenden om aan het verslag toe te voegen. Op verzoek van de jeugdige en/of zijn ouders kan deze termijn worden verlengd. - Artikel 7 lid 4 wordt toegevoegd: ''na afloop van de in het vorige lid genoemde termijn wordt het verslag, indien van toepassing inclusief de reactie van de jeugdige en/of zijn ouders, definitief. Er kan dan worden uitgegaan van de juistheid van hetgeen in het verslag is opgenomen''. Argumentatie: deze werkwijze lijkt op de werkwijze van de Wmo zoals recentelijk gewijzigd, waarbij de administratieve lasten voor zowel cliënt als consulent worden teruggedrongen en wordt voorkomen dat er lang moet worden gewacht op het terugsturen van een aanvraagformulier. De in het plan verwoorde wens van de jeugdige en/of ouders wordt gezien als aanvraag.
De beschikking wordt gestuurd na de reactietermijn van twee weken of na ontvangst van de reactie. De cliënt blijft hiermee de mogelijkheid houden om te reageren op het plan en de juistheid van hetgeen is opgenomen in het ondersteuningsplan komt vast te liggen. Dit is van belang bij juridische procedures. In deze wijziging is ook het advies van de Adviesraad Sociaal Domein (d.d. 4 september 2017, wijziging artikel 6 verordening maatschappelijke ontwikkeling) meegenomen, waarin het advies luidde om ook de cliënt de mogelijkheid te bieden om te reageren op/in te stemmen met het verslag. Artikel 8. Aanvraag. Als gevolg van de wijziging in artikel 7 wordt in artikel 8 het onderscheid gemaakt in de wijze van het aanvragen van een individuele voorziening. Het artikel wordt gewijzigd in: ''Jeugdigen en ouders kunnen een aanvraag om een individuele voorziening indienen bij het college: a) door dit mondeling te melden tijdens het onderzoek, waarna de consulent dit opneemt in het verslag. Op de aanvraag wordt beslist na afloop van de termijn uit artikel 7 lid 3 of na mededeling dat het verslag akkoord is; b) door dit in de schriftelijke reactie op het verslag als bedoeld in artikel 7 lid 3 op te nemen.
Op de aanvraag wordt beslist na ontvangst van de schriftelijke reactie.'' Argumentatie: door ook een mondelinge aanvraag te zien als aanvraag wordt het proces versneld en zijn er minder administratieve lasten, omdat er geen apart aanvraagformulier toegezonden hoeft te worden door de cliënt, maar dit direct in het verslag wordt opgenomen. De cliënt heeft de mogelijkheid om op het verslag te reageren. Artikel 9. Inhoud beschikking Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: - Artikel 9 lid 2 sub a wordt gewijzigd in: ''binnen welk profiel en intensiteit uit het ''IJssellandse model resultaatgerichte inkoop jeugdhulp'' de te verstrekken voorziening wordt toegekend en wat het beoogde resultaat daarvan is;'' - Artikel 9 lid 2 sub b wordt gewijzigd in: ''wat de ingangsdatum en indien van toepassing de duur van de verstrekking is'' Argumentatie: zoals eerder genoemd wordt in de beschikking vastgelegd binnen welk profiel en intensiteit de te verstrekken voorziening wordt toegekend en wat het resultaat is. Onder lid 2 sub b wordt de toevoeging ''indien van toepassing'' toegevoegd.
Dit omdat bij het nieuwe bekostigingsmodel Gemeenteraad - 2017-12-19T19:30:00+01:00 - 2017_RAAD_000365/7 de jeugdhulp wordt toegekend voor het behalen van een bepaald resultaat, waarbij aanbieder en gezin onderling afspraken maken over de praktische invulling en de toekenning van de jeugdhulp geldt totdat het benoemde resultaat is behaald. Dit in tegenstelling tot de huidige praktijk waarbij toekenning door het college gebeurt door product, omvang per week en duur van de periode (meestal een jaar) vast te leggen. Artikel 10. Regels voor pgb. - Artikel 10 lid 2 wordt gewijzigd in: de kostprijs van zorg in natura wordt bepaald door de (regionale) inkoop (niet zijnde trajectprijzen). - Artikel 10 lid 3 sub c wordt gewijzigd in: een persoon uit het sociale netwerk dan wel een persoon anders dan de onder a en b genoemde jeugdhulpaanbieders bedraagt maximaal 50% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate individuele voorziening in natura met een maximum van €20,- per etmaal voor verblijf, per dagdeel voor begeleiding groep en per uur voor begeleiding individueel en persoonlijke verzorging. Argumentatie: zoals eerder genoemd verandert de bekostigingssystematiek voor een voorziening wanneer de cliënt kiest voor fianciering vanuit een pgb.
Omdat er in de nieuwe situatie gewerkt wordt met plaatsing in een profiel en intensiteit en een daaraan verbonden trajectprijs, kan de hoogte van een pgb in de nieuwe situatie niet meer gebaseerd worden op de kostprijs van een voorziening in natura. Bij de bepaling van de hoogte van een pgb kan niet uitgegaan worden van een gemiddelde trajectprijs, omdat er sprake is van maatwerk en het budget bovendien toereikend moet zijn voor de individuele situatie. Daarom zal de wijze van financiering voor een pgb gehanteerd worden op P*Q. Omdat er in 2018 voor het topsegment wel uurtarieven beschikbaar zijn worden deze tarieven gehanteerd voor een pgb. Deze tarieven zijn gebaseerd op de regionale inkoop 2017 met een indexatie van 2,68% en nieuwe tarieven voor Jeugd GGZ. De tarieven voor Jeugd GGZ zijn gewijzigd vanwege de uitfasering van de DBC structuur. Echter een pgb voor Jeugd GGZ komt vrijwel niet voor. Argumenten Omdat het ''IJssellandse model resultaatgerichte inkoop jeugdhulp'' in werking treedt op 1 januari 2018 is het van belang dat de verordening hier op afgestemd is. De begripsbepalingen uit dit model komen nu overeen en er zijn daarnaast een aantal wijzigingen voorgesteld waardoor de verordening beter aansluit bij de huidige uitvoeringspraktijk. In het voorstel zoals hierboven is per voorstel tot wijziging een argumentatie opgenomen.
Kanttekeningen en risico’s ZIN/pgb-tarieven De kans is groot dat in de praktijk het pgb-budget (p*q) hoger ligt dan het trajectbudget binnen ZIN. De ZIN trajectprijzen zijn gemiddelde prijzen, dit kan een negatieve prikkel geven bij (kleine) aanbieders om geen ZIN contract aan te gaan maar juist pgb-aanbieder te worden/blijven. Aanbieders die zich dus door middel van pgb laten financieren zouden bepaalde voordelen kunnen hebben ten opzichte van aanbieders die zorg leveren op basis van raamcontracten. Zij zijn immers niet gehouden aan bepalingen in de raamovereenkomst, zoals de acceptatieplicht voor alle inwoners en alle resultaatgebieden en kwaliteitsbepalingen. Aanbieders die uitsluitend op financiering van het pgb koersen zijn echter doorgaans kleinere (gespecialiseerde) aanbieders of ZZP-aanbieders. Duurzaamheid en social return n.v.t. Financiële toelichting n.v.t. Participatie en communicatie n.v.t. Gemeenteraad - 2017-12-19T19:30:00+01:00 - 2017_RAAD_000366/7 Uitvoering en planning De wijzigingen worden bekend gemaakt en gepubliceerd in de Staatscourant. De verordening treedt in werking op 1 januari 2018. Vervolgens zal er vanaf 1 januari 2018 gewerkt worden met de nieuwe werkwijze. Besluit Beslispunt 1 De raad besluit vast te stellen de volgende wijzigingen van de Verordening jeugdhulp gemeente Steenwijkerland 2017: Artikel 2. Vormen van jeugdhulp.
lid 1: hier worden de overige voorzieningen toegevoegd: - Diagnostisch onderzoek ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) - Behandeling van ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) lid 2: hier wordt toegevoegd: ''Individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar op basis van één van de profielen uit het ''IJssellandse model resultaatgerichte inkoop jeugdhulp'' lid 2: hier wordt onderscheid gemaakt tussen a) reguliere individuele voorzieningen b) specifieke individuele voorzieningen Artikel 5. Vooronderzoek. lid 2: de zin ''de jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op identificatieplicht ter inzage'' vervalt. Artikel 7. Verslag. lid 1: wordt uitgebreid met: ''de consulent neemt het deskundige oordeel over de in te zetten voorziening(en) en indien bekend de mening van de jeugdige en/of zijn ouders hierover op in het verslag''; lid 3: wordt gewijzigd in: ''de jeugdige en/of zijn ouders worden in staat gesteld binnen twee weken na toezending van het verslag schriftelijk opmerkingen of aanvullingen in te zenden om aan het verslag toe te voegen. Op verzoek van de jeugdige en/of zijn ouders kan deze termijn worden verlengd''; lid 4: wordt toevoegd: ''na afloop van de in het vorige lid genoemde termijn wordt het verslag, indien van toepassing inclusief de reactie van de jeugdige en/of zijn ouders, definitief.
Er kan dan worden uitgegaan van de juistheid van hetgeen in het verslag is opgenomen''. Artikel 8. Aanvraag. Als gevolg van de wijziging in artikel 7 wordt er in artikel 8 onderscheid gemaakt in de wijze van aanvragen van een indviduele voorziening: Artikel 8 luidt als volgt: ''Jeugdigen en ouders kunnen een aanvraag om een individuele voorziening indienen bij het college: a) door dit mondeling te melden tijdens het onderzoek, waarna de consulent dit opneemt in het verslag. Op de aanvraag wordt beslist na afloop van de termijn uit artikel 7 lid 3 of na mededeling dat het verslag akkoord is; b) door dit in de schriftelijke reactie op het verslag als bedoeld in artikel 7 lid 3 op te nemen. Op de aanvraag wordt beslist na ontvangst van de schriftelijke reactie. Artikel 9. Inhoud beschikking lid 2 a: wordt gewijzigd in: ''binnen welk profiel en intensiteit uit het ''IJssellandse model Gemeenteraad - 2017-12-19T19:30:00+01:00 - 2017_RAAD_000367/7 resultaatgerichte inkoop jeugdhulp'' de te verstrekken voorziening wordt toegekend en wat het beoogde resultaat daarvan is''; lid 2 b: wordt gewijzigd in: ''wat de ingangsdatum en indien van toepassing de duur van de verstrekking is''. Artikel 10. Regels voor pgb. - Artikel 10 lid 2 wordt gewijzigd in: de kostprijs van zorg in natura wordt bepaald door de (regionale) inkoop (niet zijnde trajectprijzen).
- Artikel 10 lid 3 sub c wordt gewijzigd in: een persoon uit het sociale netwerk dan wel een persoon anders dan de onder a en b genoemde jeugdhulpaanbieders bedraagt maximaal 50% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate individuele voorziening in natura met een maximum van €20,- per etmaal voor verblijf, per dagdeel voor begeleiding groep en per uur voor begeleiding individueel en persoonlijke verzorging. Beslispunt 2 Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2018. Bijlagen 1. Verordening jeugdhulp gemeente Steenwijkerland 2017 Schema wijzigingen.pdf 2. Advies ASD Verordening Jeugd 2018.pdf