a Vaststelling belastingverordeningen 2018 - RAADSVOORSTEL.pdf
Tekst van het document
Politieke Markt - 2017-12-12T19:30:00+01:00 - 1/5 Politieke Markt Zitting van 12 december 2017 Beheer en Realisatie - ICT en Belastingen Vaststelling belastingverordeningen 2018 - besluitvormen Auteur Rogier Timmer Overlegd met Sjoerd Hamstra, Johan van der Wal en Ella Schipper Portefeuillehouder W. Brus Samenvatting De uitkomsten van de herwaardering per 2018 in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn voor nagenoeg 100% bekend, zodat de verordeningen onroerende-zaakbelastingen, belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten en forensenbelasting 2018 kunnen worden vastgesteld. Hiernaast wordt voorgesteld de legesverordening voor 2018 vast te stellen en de verordening lijkbezorgingsrechten te wijzigen. Beschrijving Inleiding Nu de uitkomsten van de herwaardering per 2018 in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) voor nagenoeg 100% bekend zijn, kunnen de verordeningen voor de onroerende- zaakbelastingen, de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten en forensenbelasting vastgesteld worden. Hiernaast stellen wij voor de legesverordening voor 2018 vast te stellen en de verordening lijkbezorgingsrechten te wijzigen. De belastingvoorstellen zijn onlosmakelijk verbonden met de in de belastingparagrafen van de Programmabegroting 2018-2021 geformuleerde uitgangspunten, waarnaar wij kortheidshalve verwijzen.
Voorstel Wij stellen voor de volgende belastingverordeningen vast te stellen: Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2018; Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2018; Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2018; Verordening op de heffing en invordering van leges 2018; Wijziging Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2018. Politieke Markt - 2017-12-12T19:30:00+01:00 - 2/5 Argumenten In het onderstaande treft u per belastingsoort de tarieven aan die wij voorstellen voor 2018. Daarbij is uitgegaan van een inflatiecorrectie van 1,7%. Dit percentage heeft u in de raadsvergadering van 4 juli 2017 vastgesteld. Wanneer er een andere wijziging ten opzichte van 2017 wordt voorgesteld, geven wij dit bij de betreffende belastingsoort aan. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Met ingang van 2018 worden alle onroerende zaken weer voorzien van een nieuwe waarde in het kader van de Wet WOZ. Inmiddels zijn de uitkomsten van deze herwaardering voor nagenoeg 100% bekend. De waarden zijn bepaald per waardepeildatum 1 januari 2017. Ten opzichte van de vorige herwaardering, per waardepeildatum 1 januari 2016, zijn niet-woningen gemiddeld met 1,84% in waarde gestegen. Woningen zijn gemiddeld met 5,35% in waarde gestegen.
In de Programmabegroting 2018-2021 is evenals voorgaande jaren als algemeen uitgangspunt gekozen voor een gelijkblijvende opbrengst. Dit betekent dat bij een stijging van de WOZ-waarden, de OZB- tarieven in gelijke mate naar beneden worden bijgesteld. Daarbij wordt wel rekening gehouden met de inflatiecorrectie. Op basis van de voorgaande uitgangspunten zien de tarieven voor 2018 er als volgt uit: Object Tarief 2017(%) Waardeont- wikkeling (%) Tarief excl. inflati e-correctie (%) Inflatie- correctie (%) Tarief 2018 (%) Eigenaar woning 0,1106 5,35 0,1047 1,70 0,1065 Eigenaar niet-woning 0,1864 1,84 0,1830 1,70 0,1861 Gebruiker niet-woning 0,1507 1,84 0,1479 1,70 0,1504 Per saldo gaan de OZB-aanslagen met de inflatiecorrectie van 1,7% omhoog. De geraamde opbrengst van de OZB in de Programmabegroting 2018-2021, jaarschijf 2018, wijkt enigszins af van de op basis van de hertaxatie berekende totaalopbrengst voor 2018. Omschrijving Geraamd in de Programmabegroting 2018-2021 Op basis van de hertaxatie berekende opbrengst 2018 Verschil Eigenaar woning 4.185.037 4.209.866 24.829 Eigenaar niet-woning 1.732.922 1.723.081 9.841- Gebruiker niet-woning 1.083.069 1.092.796 9.727 Totaal: 7.001.028 7.025.742 24.714 Bij de berekening van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds is rekening gehouden met een korting van € 5.124.378,-.
Deze korting is gebaseerd op de door ons ingeschatte totale WOZ-waarde en de door het rijk gehanteerde rekentarieven voor woningen (eigendom) en niet-woningen (eigendom en gebruik) en de door het rijk verwachte marktontwikkelingen. Wij constateren dat deze ontwikkelingen gering afwijken van die in de gemeente Steenwijkerland. Het rijk gaat uit van een stijging van de WOZ-waarden voor woningen van 6%, terwijl deze stijging in onze gemeente 5,35% bedraagt. Voor niet-woningen gaat het rijk uit van een stijging met 1%, terwijl dit in Steenwijkerland Politieke Markt - 2017-12-12T19:30:00+01:00 - 3/5 1,84% is. Dit betekent dat de korting op de algemene uitkering uit het Gemeentefonds lager uitvalt dan waarmee rekening is gehouden in de programmabegroting. Het voordelige verschil bedraagt € 13.638 (€ 5.124.378 - € 5.110.740). De geschetste ontwikkelingen geven per saldo een structureel voordeel van € 38.352 (€ 24.714 + € 13.638). Dit voordeel wordt bij de Perspectiefnota 2019-2022 meegenomen. Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (RWBB) De RWBB, die in rekening gebracht kan worden voor roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik, vormt een aanvulling op de OZB. Inhoudelijk is de RWBB vrijwel identiek aan de OZB.
Zo wordt bijvoorbeeld voor woonruimten (enkel) een eigenarenbelasting geheven van de eigenaar van het object per 1 januari van het belastingjaar en wordt geheven op basis van de getaxeerde waarde van de ruimte. Voor de RWBB gelden dezelfde tarieven als voor de OZB. De tarieven ontwikkelen zich als volgt: RWBB Tarief 2017 Tarief 2018 % van de waarde % van de waarde Eigenaar woning 0,1106 0,1065 Eigenaar niet-woning 0,1864 0,1861 Gebruiker niet-woning 0,1507 0,1504 Forensenbelasting Evenals voor de onroerende-zaakbelastingen geldt in de Programmabegroting 2018-2021 als algemeen uitgangspunt voor de forensenbelasting een gelijkblijvende opbrengst, exclusief inflatiecorrectie. Bij het bepalen van de waardeontwikkeling (naar waardepeildatum 1 januari 2017) van de tweede woningen waarvoor forensenbelasting wordt geheven, wordt uitgegaan van een stijging met 5,35%. Dit overeenkomstig de gemiddelde waardestijging van woningen. Dit betekent dat het tarief van de forensenbelasting met 5,35%, exclusief inflatiecorrectie, moet worden verlaagd. De inflatiecorrectie voor 2018 bedraagt 1,7%. Het tarief ontwikkelt zich als volgt: Tarief 2017 (%) Waardeont- wikkeling (%) Tarief excl. inflatiecorrectie (%) Inflatie- correctie (%) Tarief 2018 (%) 0,500 5,35 0,473 1,70 0,481 Verder stellen wij voor het minimumtarief van de forensenbelasting te handhaven op € 180,00.
Hierdoor blijft de bestaande koppeling met het forfaitaire tarief van de toeristenbelasting voor (grotere) caravans in stand. Politieke Markt - 2017-12-12T19:30:00+01:00 - 4/5 Leges Ook bij de legestarieven is een inflatiecorrectie van 1,70% doorgevoerd. Dit geldt niet voor wettelijke, landelijk geldende, (maximum)tarieven. In het onderstaande bespreken wij de overige wijzigingen afzonderlijk. De landelijke (maximum)tarieven voor een “eigen verklaring” en een verklaring omtrent het gedrag waren op het moment van aanlevering van dit voorstel nog niet bekend. Indien nodig worden deze tarieven later in de verordening opgenomen. Reisdocumenten Het Ministerie van BZK heeft de maximumtarieven voor reisdocumenten voor 2018 bekendgemaakt. Deze tarieven bestaan uit een gemeentelijk kostendeel (het dienstverleningsdeel) en een rijksdeel. Het rijksdeel, dat door de gemeente afgedragen moet worden aan het Rijk, blijft voor 2018 ongewijzigd ten opzichte van 2017. Het gemeentelijk deel mag maximaal met 1,8% stijgen. In lijn met de overige tarieven stellen wij voor ook op het gemeentelijk kostendeel de inflatiecorrectie van 1,7% toe te passen. Hierdoor gaat bijvoorbeeld het tarief voor een paspoort voor volwassenen omhoog van € 64,75 naar € 65,25, terwijl een Nederlandse identiteitskaart voor volwassenen € 51,05 gaat kosten in plaats van € 50,65.
Verder wordt een opslag van € 15,00 geïntroduceerd voor het (thuis)bezorgen van een reisdocument of een identiteitskaart. Rijbewijs Ook het rijbewijstarief bestaat uit een gemeentelijk deel en een af te dragen rijksdeel. Het rijksdeel stijgt in 2018 van € 9,70 naar € 9,92. Wij stellen voor het gemeentelijk deel met het inflatiepercentage van 1,7% te laten stijgen, van € 27,65 naar € 28,12. Het totaalbedrag komt daarmee (afgerond) op € 38,05. Ten opzichte van het huidige tarief voor een rijbewijs van € 37,35 betekent dit een stijging van 1,87%. Met € 38,05 blijven we ruim onder het landelijk maximumtarief van € 39,67. Lijkbezorgingsrechten In november heeft uw raad de verordening lijkbezorgingsrechten voor 2018 vastgesteld. Abusievelijk zijn in deze verordening nog geen tarieven opgenomen voor de aszuilen die dit jaar op de begraafplaats aan de Meppelerweg zijn geplaatst. Wij stellen daarom voor dit nu alsnog te doen. Aszuilen zijn mooi vormgegeven monumenten van keramiek. Ze bieden ruimte aan de as van één of twee overledenen. De aszuilen zijn een alternatief voor een nis in een urnenmuur. Bij het bepalen van de tarieven zijn de bestaande tarieven voor een nis in een urnenmuur en een vergunning voor een gedenkteken of gedenkplaat gehanteerd. De tarieven voor de aszuilen zijn "all in prijzen", er komen geen aanvullende kosten voor een vergunning of een naambordje bij.
Tenslotte De belastingverordeningen zijn opgesteld op basis van de modelverordeningen, zoals deze door de VNG zijn samengesteld en zijn aangevuld / aangepast naar de lokale situatie. Kanttekeningen en risico’s N.v.t. Politieke Markt - 2017-12-12T19:30:00+01:00 - 5/5 Duurzaamheid en social return N.v.t. Financiële toelichting N.v.t. Participatie en communicatie N.v.t. Uitvoering en planning N.v.t. Besluit Beslispunt 1 tot vaststelling van de volgende belastingverordeningen: Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2018; Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2018; Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2018; Verordening op de heffing en invordering van leges 2018; Wijzigingsverordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2018. Bijlagen 1. Verordening ozb 2018.pdf 2. Verordening RWBB 2018.pdf 3. Verordening forensenbelasting 2018.pdf 4. Leges 2018.pdf 5. Wijziging lijkbezorging 2018.pdf