CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

a Bestemmingsplan Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie 30 juni 2017 Ontwerp 30-06-2017.pdf

Raadsvergadering 19 juni 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Giethoorn-uitbreiding Hotel de Harmonie”42.703 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

4.2.5 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. buiten het 'bouwvlak' mogen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen en overkappi n- gen; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 6,00 m e- ter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter bedraagt en achter de naar de weg ge- keerde bouwgrens maximaal 2,00 meter bedraagt. 4.3 Nadere eisen 4.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de hoogte van de bebouwing; b. het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan; 12 regels c. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; d. de aard, situering en oppervlakte van verhardingen. 4.3.2 Toepassingscriteria De in artikel 4.3.1 genoemde onderwerpen voor het stellen van nadere eisen mogen ui t- sluitend worden gesteld ten behoeve van: a. het stedenbouwkundig beeld; b. de landschappelijke inpassing; c. een goede parkeerbalans; d. de verkeerssituatie; e. de milieusituatie; f. de sociale veiligheid; g.

verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; h. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; i. instandhouding van omliggende waarden. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Voorwaardelijke verplichting Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken zonder de aanleg en instand- houding van de landschapsmaatregelen zoals beschreven in paragraaf 2.4 van de toelic h- ting en de daarbij behorende inrichtingschets (figuur 4) teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Dit met uitzondering van het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van het bestaande hotel 4.4.2 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens; b. buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijde- lijke gebruik; c. detailhandel; d. ambachtelijke en/of industriële doeleinden; e. buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijd e- lijke gebruik en dan niet voor de voorgevel van het hoofdgebouw.

bp Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie 13 Artikel 5 Natuur 5.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke waar den, tot uitdrukking komend in: 1. de waarde van de voorkomende vegetatie; 2. de aanwezige ornithologische waarde; 3. het vochtige karakter van de gronden; b. instandhouding, versterking en ontwikkeling van landschappelijke waarden, tot ui t- drukking komend in; 1. de grote afwisseling in het landschap; 2. het aanwezige micro-reliëf; c. instandhouding, versterking en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden; d. instandhouding, versterking en ontwikkeling van archeologische waarden; e. natuureducatie; f. bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast; g. bestaand agrarisch gebruik; met daaraan ondergeschikt: h. recreatief medegebruik; i. bruggen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterber- gings- en infiltratievoorzieningen. 5.1.1 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16.1.

5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Op de voor 'Natuur' aangewezen gronden mogen géén gebouwen worden gebouwd maar zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan met inachtneming van de volgende regels (5.2.2). 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. gebouwd mogen worden uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde: 1. noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; 2. behorende tot de recreatieve voorzieningen, zoals recreatieve bewegwi jzering, in- formatieborden en kleinschalige uitzicht- en rustpunten; 14 regels 3. behorende tot het straatmeubilair; 4. ten behoeve van onder - en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; 5. bestaande uit bruggen en erfafscheidingen. b. de bouwhoogte v an bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 2,00 m e- ter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 1,00 meter bedraagt en de bouwhoogte van bruggen maximaal 0,50 meter bedraagt. 5.3 Specifieke gebruiksregels 5.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens; b.

buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijde- lijke gebruik; c. sport- en wedstrijdterrein, buitenmanege, ligplaats en speelweide; d. het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband; e. militaire oefeningen, met uitzondering van marsoefeningen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van voertuigen; f. het aanbrengen en het hebben van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, waaronder reclame-uitingen, met uitzondering van vlaggenmasten; g. het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen, waaronder begrepen boogkas- sen en regenkappen, en hagelnetten; h. het opslaan van mest(stoffen), waaronder het opslaan van mest in mestzakken. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een wer k, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Natuur' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aan- brengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; c.

het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport -, energie- of teleco m- municatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of ap- paratuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verba nd houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; d. het bemalen of draineren van gronden en het winnen van water of het anderszins ver- lagen van de grondwaterstand; bp Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie 15 e. het verrichten van exploratie- en exploratieboringen ten behoeve van de delfstoffe n- winning; f. het geheel of gedeeltelijk aanleggen van oeverbeschoeiingen en graven, aanleggen en/of dempen van waterlopen; g. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van bosstroken en/of grasbanen; h. het scheuren van grasland; i. het vellen en/of rooien van bomen en andere houtopstanden of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van bomen en andere hout- opstanden ten gevolge kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging van de aanwezige bomen en andere houtopstanden. 5.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 5.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c.

werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omge- vings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 5.4.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4.1 kan alleen wor den verleend indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 5.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aan ge- tast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk wor- den of kunnen worden verkleind. 5.4.4 Advies In de volgende gevallen vraagt het bevoegd gezag advies aan het ter plaatse bevoegde waterschapsgezag, alvorens de in lid 5.4.1 genoemde vergunning te verlenen: a. wanneer er sprake is van een toename van verhard oppervlak groter dan 750 m²; b. wanneer gronden worden afgegraven met als doel permanent oppervlaktewater met een oppervlakte groter dan 750 m² te realiseren; c. wanneer er sprake is van een activiteit als bedoeld in lid 5.4.17.5.1, sub d. 16 regels Artikel 6 Verkeer - Parkeren 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Algemeen De voor 'Verkeer - Parkeren' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een parkeerterrein; b. paden, wegen en straten; c.

groenvoorzieningen; en mede bestemd voor: d. de realisatie en instandhouding van een verantwoorde landschappelijke inpassing, zoals beschreven in paragraaf 2.4 van de toelichting; met daaraan ondergeschikt: e. kunstwerken; f. nutsvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterber- gings- en infiltratievoorzieningen. 6.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16.1. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer - Parkeren' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen wor- den gebouwd ten behoeve van nutsvoorzieningen, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van deze gebouwen maximaal 3,00 meter bedraagt; b. de oppervlakte maximaal 15 m2 bedraagt. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. op de voor 'Verkeer - Parkeren' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden ge- bouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde: 1. noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; 2. ten behoeve van de verlichting; 3. ten behoeve van openbaar nut; 4. daarmee vergelijkbare bouwwerken; b.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 5,00 meter. bp Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie 17 Artikel 7 Water 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sloten, vaarten, grachten en ander oppervlaktewater; b. verkeer te water; c. de aanleg en/of instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals w a- tergangen, waterberging met de bijbehorende bermen en taluds; d. watersportvoorzieningen; e. bruggen; f. de exploitatie en verhuur van rondvaartboten en de verhuur van pleziervaartuigen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - rondvaart- en botenverhuur'; g. een botenhuis, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - botenhuis'; h. behoud en ontwikkeling van ecologische waarden in relatie tot de waterhuishoudku n- dige voorzieningen. 7.1.1 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16.1. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. botenhuizen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - botenhuis'; b.

bouwwerken geen gebouwen ten behoeve van de in artikel 7.1 genoemde bestem- ming; met inachtneming van de volgende regels. 7.2.2 Botenhuizen Voor de bouw van botenhuizen ter plaatse van aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - botenhuis' gelden de volgende regels: a. de goothoogte bedraagt maximaal 3,50 meter; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4,00 meter; c. de oppervlakte bedraagt maximaal de bestaande oppervlakte; d. een botenhuis wordt met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt. 18 regels 7.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde a. uitsluitend de volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd: 1. bruggen; 2. verkeerstekens; 3. aanlegsteigers; b. voor de bouw van bruggen gelden de volgende regels: 1. de breedte van het loopvlak van een brug bedraagt maximaal 1,20 meter; 2. de doorvaarthoogte bedraagt minimaal 2,25 meter; 3. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter, of de bestaande hoogte indien d e- ze meer dan 3,00 meter bedraagt c. de bouwhoogte van verkeerstekens bedraagt maximaal 3,00 meter; d. de bouwhoogte van aanlegsteigers bedraagt ten hioogste 1,00 meter. 7.3 Specifieke gebruiksregels 7.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een jachthaven.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoe ren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Water' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of wer k- zaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het verleggen van watergangen. b. het graven, vergraven en dempen van oevers, vaarten, sloten en andere watergangen en oppervlaktewater. 7.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 7.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omge- vings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd.

bp Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie 19 7.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 7.4.1 kan alleen worden verleend indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 7.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aan ge- tast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk wor- den of kunnen worden verkleind. 7.4.4 Advies Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 sub a. en b. te verlenen, wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder. 20 regels Artikel 8 Waarde - Archeologie 2 8.1 Bestemmingsomschrijving 8.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. 8.1.2 Bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen bestemmi n- gen, dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels va n toe- passing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16.1.

8.2 Bouwregels 8.2.1 Onderzoek ten behoeve van verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken: a. met een oppervlakte groter dan 250 m² wanneer deze zich bevindt binnen de b ebouw- de kom, dan wel, b. met een oppervlakte groter dan 2.500 m² wanneer deze zich bevindt buiten de be- bouwde kom, dient door de door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: 1. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen wo r- den verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en; 2. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden wor- den bewaard of gedocumenteerd, dan wel: 3. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanw e- zig zijn. 8.2.2 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in artikel 8.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen wor- den verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeol o- gische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de v erplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumen- tenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalific a- ties. bp Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie 21 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Vergunningplichtig Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het uitvo eren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of wer k- zaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funde rin- gen) woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aan- leggen van drainage; b. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; c.

het aanleggen van ondergrondse trans port-, energie- , of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; voorzover de ingreep: 1. dieper gaat dan 50 centimeter beneden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 250 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom; d. dieper gaat dan 50 centimeter benden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 2.500 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom. 8.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 8.3.1 is niet van toepassing, indien: a. door middel van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek naar het oor- deel van het bevoegd gezag in voldoende mate is aangegeven dat de archeol ogische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden g eschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn; b. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van de be heers- verordening in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omge- vings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd; d. de werken en werkzaamheden worden verricht in het kader van een aanvullend of definitief archeologisch onderzoek.

8.3.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.3 zijn slechts toelaatbaar indien mede op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 8.3.4 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.3 die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor '8.3' dient een rapport te overleggen waarin naar het oordeel van burgemeester en wethouders: 22 regels a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgelegd, en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel: c. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. 8.3.5 Voorschriften omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 8.3.4 genoemde rapport blijk t dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamhe- den kunnen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a.

de verplichti ng tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeol o- gische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begel eiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumen- tenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalific a- ties. 8.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, indien op basis van ar- cheologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. bp Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie 23 Artikel 9 Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg 9.1 Bestemmingsomschrijving 9.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling va n ter plaatse bestaande cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing) en patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld). 9.1.2 Waarden De waarden komen als volgt tot uitdrukking: a.

afwisselend open en meer gesloten bebouwingslint. b. verspringingen in de voorgevelrooilijn. c. in ieder geval is de hoofdbebouwing op de weg georiënteerd. d. bebouwing is over het algemeen vrijstaand en opgebouwd uit 1 bouwlaag met kap. e. de gevel is over het algemeen verticaal ingedeeld. f. bij nieuwbouw, vervanging, verbouwing en uitbreiding van gebouwen worden de hier- voor beschreven bebouwingskarakteristieken gerespecteerd. g. bijgebouwen zijn ten opzichte van het hoofdgebouw zodanig gesitueerd dat hoofdge- bouw en bijgebouwen met elkaar een samenhangend geheel vormen, waarbij de bi j- gebouwen achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw zijn gesitueerd. 9.1.3 Bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen bestemmi n- gen, dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van to e- passing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16.1. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de voorgevels van hoofdgebouwen worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de (dichtstbijzijnde) weg gekeerde bouwgrens; b.

de inhoud van een woning of een bedrijfswoning bedraagt niet meer dan: Inhoud bestaande (bedrijfs)woning Maximaal toegestane inhoud (bedrijfs)woning woning tot 400 m3 maximaal 400 m3 woning van 400 m3 - 600 m3 maximaal 600 m3 woning van meer dan 600 m3 de bestaande inhoud 24 regels c. gebouwen worden gebouwd met een kap waarvan de nokrichting in overeenstemming is met de onderstaande aangeduide nokrichting. 9.2.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 9.2.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. bouwwerken, welke op het tijdstip van het in werking treden van het plan in uitvoering zijn da n wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omge- vings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de vo l- gende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren, ontginnen of afgraven van gronden; b.

het planten, vellen, rooien of verwijderen van bomen, groenstructuren, hagen of ande- re karakteristieke beplanten dan wel het verrichten van werkzaamheden die ernstige beschadiging of de dood of verdwijning van deze beplanting tot gevolg kunnen hebben ; c. het dempen, graven, vergraven of verleggen van oevers, sloten, grachten, poelen, watergangen en overige waterpartijen; bp Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie 25 d. het aanbrengen of verwijderen van walbeschoeiingen, geen bouwwerken, geen ge- bouw zijnde en aanbrengen van aanlegggelegenheden; e. het aanleggen, verbreden, verharden of verwijderen van wegen, paden, banen of par- keergelegenheden en het aanbrengen of verwijderen van andere oppervlakteverhar- dingen voor zover het een oppervlakte van meer dan 20 m2 betreft; f. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik; g. het aanbrengen van (bovengrondse) transport -, energie- en/of telecommunicatieleidin- gen, constructies, installaties en apparatuur, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzi enin- gennet. 9.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 9.3.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c.

werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omge- vings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 9.3.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 9.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien con- form advies van de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende com- missie, de in artikel 40.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waar- den niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 9.3.4 Advies Alvorens een omgevingsvergunning voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 9.3.1, sub a. tot en met e. te verlenen wordt door het bevoegd gezag advies ing e- wonnen bij Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie en voor wat betreft de werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 9.3.1, sub c. tevens bij het bevoegde waterschapsgezag. 9.3.5 Voorwaarden omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan aan de in artikel 9.3.1 genoemde omgevingsvergunning voor- waarden verbinden ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gebied met dien verstande dat: a. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3. 1, sub b.

voor het verwijderen van beplanting slechts wordt verleend onder de voorwaarde dat ter compensatie herpla n- ting met gebiedseigen beplanting als opgenomen in het overzicht gebiedseigen be- planting (Bijlage 1 bij deze regels) plaatsvindt, tenzij hier op grond van het advies van de Monumentencommissie als bedoeld in artikel 32.4.4 van kan worden afgezien; 26 regels b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3.1, sub b. voor het aanbrengen van nieuwe beplanting slechts wordt verleend onder de voorwaarde dat de beplanting plaatsvindt met gebiedseigen beplanting als opgenomen in het overzicht gebiedseigen beplanting (Bijlage 1 bij deze regels), tenzij hier op grond van het advies van de Mo- numentencommissie als bedoeld in artikel 9.3.4 van kan worden afgezien. 9.3.6 Vergunningplicht werken en werkzaamheden onderliggende bestemming Voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 9.3.1 waarvoor krachtens de onderliggende bestemmingen al een omgevingsvergunning is vereist, zijn artikel 9.3.1 tot en met 9.3.5 van overeenkomstige toepassing. bp Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie 27 Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

28 regels Artikel 11 Algemene bouwregels 11.1 Ondergronds bouwen Er mogen ondergronds geen gebouwen worden gebouwd. 11.2 Parkeren a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of uitbreiden van gebouwen wordt, met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, slechts verleend indien bij de aanvraag is aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor bewoners/gebruikers en - indien van toepassing – voor werknemers en bezoekers. Deze parkeergelegenheid moet zijn aangebracht in of op het gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw behoort. Het voorzien in voldoende parkeergelegenheid betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn vastgelegd in de 'Notitie parkeernormen Steenwi j- kerland'. Indien deze beleidsregels na vaststelling van het bestemmingsplan worden gewijzigd, moet worden voldaan aan de(parkeer) normen van deze gewijzigde be leids- regels. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid a indien: 1. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. op andere wijze in de nodige parkeer -of stallingsruimte wordt voorzien. Realisatie van parkeerplaatsen op de voor de voor 'Natuur' aangewezen gronden is daarbij uitgesloten.

bp Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie 29 Artikel 12 Algemene gebruiksregels 12.1 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit bestemmingsplan te gebruiken en/of te doen en/of l aten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en). 12.2 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; c. straatprostitutie; d. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens. 30 regels Artikel 13 Algemene aanduidingsregels 13.1 overige zone - cultuurhistorie Beulakerweg Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorie Beulakerweg' zijn de gronden mede bedoeld voor behoud, herstel en ontwikkeling van ter plaatse bestaande cultuurhi s- torische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke be- bouwing), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het steden- bouwkundig beeld) en gebieden, zoals dit nader tot uitdrukking komt in artikel 9.

bp Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie 31 Artikel 14 Algemene afwijkingsregels 14.1 Meetverschillen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de aa n- geduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid ten op zichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,00 meter be draagt. 14.2 Kleine bouwwerken van openbaar nut Het bevoegd gezag kan met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bouw- en/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, pinautomaten, afval - en glascontainers en dergelijke, met dien verstande dat: a. de oppervlakte maximaal 15 m2 mag bedragen; b. de goothoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen; c. de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen.

14.3 Omgevingsvergunning evenementen Het bevoegd gezag kan met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de regels van het plan ten aa n- zien van het toestaan van evenementen die met een zekere regelmaat plaatsvinden en een planologische relevantie hebben vanwege de duur van de activiteit, waaronder het opbouwen en afbreken en/of vanwege de omvang van de activiteit, waaronder het aantal deelnemers/toeschouwers, mits: a. de evenementen zijn toegestaan overeenkomstig de bepali ngen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV); b. het evenement maximaal 15 dagen duurt, inclusief het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement; c. een locatie niet meer dan 3 maal per jaar voor een evenement wordt gebruikt; d. er geen horeca ter plaatse plaatsvindt, anders dan inherent aan het toegestane ev e- nement; e. er geen detailhandel ter plaatse plaatsvindt, anders dan ondergeschikt en inherent aan het toegestane evenement, met uitzondering van vlooien- en/of rommelmarkten; f. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien; g. aan de van toepassing zijnde milieuwet- en regelgeving wordt voldaan; h. het evenement niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Land- schap en de aanwezige natuurlijke en met de stiltegebieden samenhangende waarden niet worden geschaad; i.

geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan; j. de verkeershinder beperkt blijft dan wel voorzien wordt in alternatieve routes; k. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. 32 regels Artikel 15 Algemene procedureregels 15.1 Procedure nadere eisen Bij het stellen van nadere eisen, worden in ieder geval de volgende procedureregels in acht genomen: a. het ontwerp-besluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken, gedurende twee weken voor belanghebbenden ter inzage; b. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging tevoren bekend in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen die in de gemeente worden verspreid of op een andere geschikte wijze; c. in deze kennisgeving wordt vermeld dat belanghebbenden gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zienswijzen omtrent de aanvraag of het ontwerpbesluit kunnen indienen bij burgemeester en wethouders; d. indien tegen het ontwerpbesluit zienswijzen naar voren zijn gebracht, wordt het besluit met redenen omkleed; e. burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede. bp Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie 33 Artikel 16 Overige regels 16.1 Voorrangsregels In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestem- ming gaat het belang van de dubbelbestemming voor.

34 regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 17 Overgangsrecht 17.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aan- wezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens omgevingsvergun- ning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met max i- maal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zo nder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 17.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. bp Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie 35 Artikel 18 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie' van de gemeenteSteenwijkerland. Behorend bij het besluit van ...

BIJLAGE 1

Overzicht Gebiedseigen beplanting Binnen het bestemmingsplangebied is de volgende gebiedseigen beplanting toegestaan: Vruchtbomen Diverse soorten appels, peren, pruimen en walnoot Parkbomen Linde, kastanje, esdoorn, eik en es Knotbomen Linde Laanbomen Linde, kastanje, iep, wilg, populier, els, berk Hagen Beuk, haagbeuk, liguster, meidoorn, veld-esdoorn, hulst, buxus met een hoogte van maximaal 1 meter, els en beuk met een hoogte van 1,5 tot 2 meter Sierstruiken Sering, hortensia, hulst, rhododendron Houtsingels Diverse wilgensoorten, els en berk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/685b66c7-5408-49e5-9ae0-e9ffc24c940c?agendaItemId=e3a0d184-9860-4c4c-b254-f40ed1375a75