CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

99.2 Concept Jaarverslag 2016.pdf

Politieke Markt 6 juni 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Concept jaarstukken 201633.863 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · 91 pagina's · deel 3 van 4

16 alinea's met “vreemd”: 172 183 185 187 189 192 195 197 199 205 207 208 211 214 216 217

Algemene voorzieningen Wmo en Jeugd Bij de jaarrekening is een bedrag overgebleven van € 720.000. 1 Extramuralisering is het streven om buiten de muren van een intramurale instelling (waar iemand opgenomen wordt) gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning (thuiszorg). Steeds vaker willen ouderen, die behoefte hebben aan (intensieve) verzorging of verpleging zelfstandig blijven wonen. De zorgsector speelt hierop in door een passend aanbod te creëren .

55 Geëscaleerde zorg Wmo en Jeugd Bij de jaarrekening is een bedrag overgebleven van € 325.000. Voorzieningen Jeugd Op 1 januari 2015 is de Jeugdwet in werking getrede n. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de gehel e jeugdzorg bij de gemeenten gelegd. De hiermee gepaard gaande budgett en zijn (met een forse korting) overgeheveld naar d e gemeente, voornamelijk gebaseerd op historisch uitgaven. Zoal s de kosten omtrent de jeugdhulp zich nu lijken te ontwikkelen zal het tekort de komende jaren alleen maar verder toenemen. Andere risico’s in relatie tot de jeugdzorg bestaan uit: - De geringe invloed van de gemeente op toewijzingen jeugdhulp, aangezien ook artsen en gecertificeerde instellingen (voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering) mogen toewijzen. In de praktijk blijkt 75 à 80% van de i ngezette jeugdhulp door derden te zijn toegewezen - De geringe invloed van de gemeenten op het zorgvolu me bij met name de GGZ in verband met verwijzing do or huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen - De regionale vereveningsafspraken met de 10 andere gemeenten in de BVO Jeugdzorg IJsselland. De risicokans werd als ruim inschat, zonder dat hier bedragen aan zijn gekoppeld. Ondanks een kleine verhoging van de Algemene uitker ing bij de meicirculaire en het overhevelen van lok ale naar regionale middelen is bij de najaarsnota aangegeven dat het b udget niet voldoende was.

Er zou € 550.000 extra no dig zijn. Deze middelen konden binnen het Sociaal domein gevonden worden. O ndanks de maatregelen die genomen worden om de kost en te beheersen, is de verwachting dat de uitgaven voor j eugdhulp de komende jaren niet zullen afnemen. Inte rnationale ervaringen leren dat een decentralisatie eerst leidt tot een s tijging van de kosten en pas op termijn financiële winst oplevert. Ook het loslaten van de regionale onderlinge solidariteit z al op korte termijn waarschijnlijk eerst leiden tot een stijging van de kosten. Op langere termijn moet de uitvoering van de Transform atieagenda kunnen leiden tot een daling van de kost en. Vanwege het grote aantal toewijzingen van jeugdhulp door derden (arts en en gecertificeerde instellingen voor jeugdbesche rming en jeugd- reclassering (samen goed voor 80% van de verwijzing en), blijft de ingeschatte risicokans, door de hier boven geschetste ontwikkelingen, ruim. Het tekort in het jaar 2016 b edraagt € 75.000. Achterstallig onderhoud openbare ruimte Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de op enbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale co mputerprogramma's. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma's. Ondertussen is het ge hele areaal ingevoerd. D.m.v. inspecties wordt de staat van ond erhoud bepaald.

Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. Het risico van schade als gevolg van achterstallig onderhoud is a fhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Voor de frequen tie die op dit moment wordt gehanteerd is een schad e van 4% van het onderhoudsbudget reëel. Het totale onderhoudsbudget bedraagt ongeveer € 6 mln., zodat rekening moet wo rden gehouden met een bedrag van afgerond € 250.000. De realisatie van het onderhoudsbudget heeft plaatsgevonden binnen de begroting 2016. Invoering Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 is de Wet moderniseri ng Vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemin gen van toepassing. Belangrijke doelstelling van de wet is het realiser en van een fiscaal gelijk speelveld tussen overheid s- en private ondernemingen. De nieuwe wet beoogt niet alle activ iteiten van de gemeente in de heffing te betrekken maar slechts die activiteiten waarmee de gemeente deelneemt aan het economisch verkeer en in concurrentie treedt met de private sector. Daartoe heeft een inventarisatie plaatsgevonden op basis van de begroting 2015, waarbij de gemeente ze lfstandig heeft getoetst welke van haar activiteiten op basis van de huidige stand van de wetgeving en de huidige vorm van de o rganisatie (waarschijnlijk) als een belastingplichtige activit eit moeten worden aangemerkt.

Nu het jaar 2016 is a fgesloten zal deze inventarisatie op basis van de definitieve cijfers 2016 moeten worden geactualiseerd en definitieve co nclusies getrokken worden ten aanzien van de al dan niet belaste (clusters van) activiteiten. Een deel van het grondbedrijf zal zeker belastingplichtig zijn. De aangifte vennootschapsbelasting 2016 zal voor 1 juni 2017 moeten worden ingediend. Omdat 2016 het e erste jaar is waarin de gemeente met deze Vpb-plicht te maken krijgt zal de eerste aangifte extra aandacht en inspanning vr agen. Het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting op de grondexploi taties is op korte termijn beperkt. Naarmate er tij d verstrijkt neemt het risico op een hoger te betalen bedrag aan vennootsc hapsbelasting toe.

56 Diverse investeringsprojecten Evenals bij de grondexploitaties zijn voor de lopen de investeringsprojecten op basis van de Risman met hode de risico’s in beeld gebracht. Projecten waar de grootste risico’s worden gelopen zijn: - Gele gebieden Ossenzijl - Steenwijkerdiep De risico’s zijn met name gelegen in de vertraging van de uitvoering van de plannen. Naast financiële risico’s kennen deze projecten ook technische, organisatorische en economische risico ’s als gevolg van het nakomen van afspraken met andere belanghebbenden. Planschade In het kader van het project actualisatie bestemmin gsplannen is een planschaderisicoanalyse opgesteld. Door het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen en het daarin opnemen van flexibelere planvoorschriften bestaat er een risic o op planschade. Tot maximaal 5 jaar na inwerkingtreding van de planscha de veroorzakende maatregelen kan iemand zich melden . Bij het vaststellen van de herziening van de Nota grond- en ontwikkelbe leid op 8 december 2015 is besloten de voeding vanu it de grond- exploitaties aan de reserve planschade te schrappen en de reserve planschade op te heffen. Op dat moment is ook besloten om in de perspectiefn ota 2016 structureel een bedrag van € 25.000 op te nemen voor planschade. Bij de najaarsnota is het budget opgeho ogd tot € 118.000.

Uiteindelijk is een bedrag aan p lanschade uitgekeerd ter hoogte van bijna € 100.000. Wet Werk en Bijstand (WWB) Het in de begroting opgenomen te ontvangen BUIG-bud get betreft een voorlopig inschatting van hetgeen d oor het rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar word t het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoo gte van het budget is o.a. afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelinge n op landelijk niveau. Bij minder verstrekte bijsta ndsuitkeringen dan van te voren ingeschat wordt het budget naar beneden bijge steld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen wor dt het budget naar boven bijgesteld. In de begroting 2016 was een te ontvang en bedrag opgenomen ter hoogte van € 10.622.000. Op basis van nadere informatie van het ministerie is dit budget bij de perspectiefnota opgehoogd tot € 11.344.000. Het definitieve BUIG-budget 2016 bedroeg € 11.390.0 00. In de begroting 2016 is rekening gehouden met gemid deld 775 verstrekte bijstandsuitkeringen op jaarbas is. Het geschatte gemiddelde bedrag van een verstrekte uitkering is begroot op € 13.900. Hieruit vloeit een budget voort van € 10.772.500. Het gemiddeld aantal verstrekte uitkeringen is in 2 016 uitgekomen op 810 tegen een gemiddeld bedrag va n € 13.793. De uitgaven bedroegen hierdoor € 11.172.330. Bijna € 400.000 hoger dan was ingeschat. Wettelijk opgelegde fysieke RUD i.p.v.

netwerkvariant Het functioneren van alle RUD’s is geëvalueerd. Uit de evaluatie blijkt dat de netwerk-RUD’s, zoals di e waar Steenwijkerland onderdeel van uit maakt, op dit moment niet onderdo en voor de fysieke RUD’s. Voor de lange termijn wor dt echter gevreesd dat het ontbreken van een rechtspersoonlijkheid en daar mee de mogelijkheid bepaalde rechtshandelingen te v errichten, tot complicaties zal leiden. Ook het feit dat medewerke rs nog bij het bevoegd gezag zitten en daarmee niet gegarandeerd onafhankelijk kunnen werken is een zorg. De evaluat ie sluit daarmee aan bij het standpunt van de staat ssecretaris. Bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is duidelijk geworden dat de staatssecretaris haar standpunt niet zal wijzigen, zodat de noodzaak tot het omschakelen naa r een RUD op basis van een Gemeenschappelijke regel ing voor de uitvoering van het basistakenpakket wel zeker is. Per 1 januari 2018 zal er dan ook sprake zijn van een fysieke Omgevingsdienst met een eigen Gemeenschappelijke Regeling. Een fysieke omgevingsdienst zal er toe leiden dat d e medewerkers, die voor minimaal 70% taken uitvoere n overgaan naar de fysieke omgevingsdienst en in dienst treden bij de omgevingsdienst. Ook zullen ze daar worden gehuisve st op een centrale plaats (Stadskantoor Zwolle).

Daarnaast zullen een beperkt aantal flexibele werkplekken beschikbaar bl ijven bij de partners voor het geval de noodzaak bestaat werkzaamheden op de l ocatie van de partner uit te voeren. Per 1 januari 2018 worden de taken zoals omschreven in het convenant uitgevoerd door d e omgevingsdienst. De eerste 2 jaar wordt uitgegaan van inputfinanciering. Daarna volgt outputfinanciering. De begroting rond de inputfinanciering wordt de komende tijd uitgewer kt en zal na de zomerperiode worden voorgelegd ter vaststelling. Vermindering legesinkomsten door herschikken verantwoordelijkheid bouwbesluit Minister Blok heeft een wetsvoorstel in voorbereidi ng om de verantwoordelijkheden in de bouwketen te w ijzigen. De verantwoordelijkheid voor het toetsen aan en het to ezicht houden op het bouwbesluit, komt daarmee voll edig bij de markt te liggen. Deze wijziging zal gefaseerd ingevoerd gaan worden, waarbij in 1 e instantie alleen de eenvoudige bouwwerken onder de

57 nieuwe wet Kwaliteitsborging Bouw zullen vallen. De handhaving blijft een taak voor de overheid. Volge ns de huidige stand van zaken is het wetvoorstel in februari 2017 door de tweede kamer vastgesteld. Wanneer het wetsvoorstel van kracht wordt is nog onduidelijk, daar de eerste kamer dit onderwerp nog niet op de agenda heeft staan. De leges die geïnd worden komen voor dit deel te vervallen. De impact kan nog niet volledig worden ingeschat. Het is in ieder geval een financi eel risico. Wat de juridische risico’s worden, zal nog moeten blijken. Dit omdat de verantwoordelijkheden nog onduidelijk zijn. Ontwikkelingen worden op de voet gevolgd. De raad wordt na het vaststellen van het wetsvoorstel nog na der geïnformeerd. Rentenadelen als gevolg van een voorgenomen besluit commissie BBV Grondexploitatie per 1-1-2016 De commissie BBV heeft een besluit genomen waarin e r een aanpassing van de BBV voorschriften op het on derdeel grondexploitaties is gemaakt per 1-1-2016. De gemee nten worden verplicht om het rentepercentage voor d e grondexploitatie op een andere manier te berekenen. Door de andere mani er van renteberekening is de rekenrente voor de gro ndexploitaties verlaagd van 2,5% naar 0,6% op jaarbasis. Door deze verlaging zijn er minder rentekosten voor de grond exploitaties. Voor het grondbedrijf levert dit een voordeel op.

Omdat er d oor het grondbedrijf minder rente wordt betaald aan de Algemene dienst, ontstaat daar een structureel nadeel. De wijzigingen in het BBV zijn verwerkt in de jaarrekening 2016. Ontwikkeling Algemene uitkering De accressen worden afgeleid van de Netto Gecorrige erde Rijks Uitgaven (NGRU). Bij de jaarrekening is uitgegaan van de laatste stand van het accres dat is gemeld in de septembercirculaire 2016. Volgens de najaarsnota van de rijksoverheid zou € 9 00 miljoen minder uitgegeven worden dan begroot. De grootste post daarin is het infrastructuurfonds met ruim € 500 miljoen. Bij ongewijzigd beleid zal dit leiden tot een dalin g van het accres van € 160 miljoen, ofwel ± 13 punten. Voor de gemeente Steen wijkerland betekent een lagere Algemene uitkering v an € 380.000. Dit heeft zowel een eenmalig als structureel effect. He t definitieve accres 2016 wordt volgens de gebruike lijke systematiek bij het Financieel jaarverslag over 2016 vastgesteld en gemeld in de meicirculaire 2017 en verwerkt in het uit keringsjaar 2017. Rioolheffing Met betrekking tot de rioolheffing lopen de volgend e beroepszaken, waar u eerder over bent geïnformeer d via de perspectiefnota en najaarsnota 2016. Onderstaand de actuele stand van zaken. De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan in de cassatieprocedure met betrekking tot de rioolheffing 2013.

D eze zaak betreft een verzamelgebouw, een loods met verschillende opslagunits die verhuurd worden aan derden. De rioolheffin g is per unit in rekening gebracht. Namens de eigenaar van de loods is (kort gezegd) een beroep gedaan op het gelijkhei dsbeginsel. Campings worden voor de aanslagoplegging (net als in de Wet WOZ) als één geheel aangemerkt. Niet alle huurkavel s krijgen een afzonderlijke aanslag, de eigenaar/exploitant van de camping betaalt voor het geheel. De eigenaar van de loods wil dit ook, dus één aanslag voor het gehele pand en geen aanslagen per afzonderlijke unit. Het Gerechtshof Arnhem had het hoger beroep van de eigenaar van de loods gegrond verklaard. Kort gezegd heeft de Hoge Raad nu geoordeeld dat de gemeen te een camping voor de rioolheffing, net als voor de Wet WOZ, als één geheel mag aanmerken. Het verbod van discrimina tie van artikel 1 van de Grondwet gaat niet zo ver dat de gemeente de bijzondere afbakeningsregel voor recreatieterreinen ook o p andere gevallen moet toepassen. De uitspraak van het Hof Arnhem op het hoger beroep is vernietigd. De zaak is verwezen naar het Hof Den Bosch, dat een nieuwe uitspraak op het hoger beroep moet d oen. Deze uitspraak laat nog op zich wachten. De mogelijke financiële gevolgen van deze zaak op zich zijn niet noemenswaardig.

Hiernaast spelen nog procedures van een woningstich ting tegen de rioolheffing 2013, 2014 en 2015. Ook in deze procedures wordt een beroep op het gelijkheidsbeginsel gedaan, onder verwijzing naar campings. Hiernaast wordt in deze procedures aangevoerd dat de opbrengst van de rioolheffing hog er is dan de kosten. Dit is niet toegestaan, de rio olheffing mag (maximaal) kostendekkend zijn. We hebben een overzicht van de kosten en baten ingediend bij de rechtbank. Volgens de eiser rekenen we kosten toe aan de rioolheffing die daaraan niet toe gerekend mogen worden. Bij uitspraak van 29 maart 2 017 heeft de rechtbank Overijssel het beroep op dit laatste punt gegrond v erklaard. Het gaat daarbij met name om kosten voor het baggeren van watergangen. De kosten hiervan worden (gedeeltelijk ) via de rioolheffing verhaald. Kort gezegd is de g emeente er niet in geslaagd voldoende aannemelijk te maken dat (en in welke mate) de betreffende werkzaamheden en kosten verband houden met de gemeentelijke zorgplichten voor hemel- en gr ondwater. De kosten mogen daarom volgens de rechtba nk niet toegerekend worden aan de rioolheffing. Gevolg hiervan is dat d e opbrengstlimiet overschreden wordt. De aan de won ingstichting opgelegde aanslagen rioolheffing 2013 tot en met 2015 zijn ve rnietigd.

Het gaat om een bedrag van circa € 500.00 0,- aan rioolheffing per jaar, dus de financiële gevolgen zijn erg groot. Mo gelijk worden de gevolgen nog groter, doordat inmid dels de aanslagen 2016 en 2017 zijn opgelegd en hiertegen ook bezwaar is g emaakt. De uitspraak van de rechtbank wordt momente el bestudeerd en een hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem wordt overwogen.

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking had, c.q. kon beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen mochten deze zich voordoen. Uit onderstaande tabel blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2016 € 172,06 per inwoner bedroeg en nagenoeg gelijk was als in 2015. bedragen x € 1 Weerstandscapaciteit | Begroting | Rekening | Rekening 01-01-2016 | 31-12-2016 | 31-12-2015 Weerstandscapaciteit vermogen Algemene reserve vaste buffer | € 7.471.100 | € 7.475.100 | € 7.471.100 Weerstandscapaciteit exploitatie Onvoorzien | € 0 | € 0 | € 0 Totaal weerstandscapaciteit | € 7.471.100 | € 7.475.100 | € 7.471.100 Aantal inwoners | 43.216 | 43.445 | 43.379 Weerstandscapaciteit per inwoner | € 172,88 | € 172,06 | € 172,23 Diverse kengetallen Op grond van regelgeving is de gemeente sinds 2015 verplicht om inzicht te geven in de financiële kengetallen. De cijfers van deze kengetallen geven in samenhang de raad een globaal inzicht van de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente bij het jaarverslag. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze erg afhangen van de lokale situatie. Wel kan de raad eigen normen stellen voor deze kengetallen en bij belangrijke raadsbesluiten laten opnemen wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen.

Hierbij gaat het om de volgende kengetallen: 1. | Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen; 2. | Solvabiliteitsratio; 3. | Grondexploitatie; 4. | Structurele exploitatieruimte en 5. | Belastingcapaciteit. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schulden ten opzichte van de eigen inkomsten van de gemeente. Als regel geldt dat hoe hoger de inkomsten zijn des te meer schuld een gemeente mag hebben. Normaal bevindt deze schuldquote zich in de bandbreedte tussen 0% en 100%. Een laag percentage is gunstig. Doordat er bijvoorbeeld net grote investeringen of een flinke meevaller is geweest kan de netto schuldquote hoger of lager zijn. De netto schuldquote voor onze gemeente kent een vrij constante stijgende trend van ca. 40% in 2008 naar 54% in 2016. De schuldquote geeft een vertekend beeld door uitgeleende gelden aan derden en verbonden partijen. Met name de verstrekte leningen aan de woningcorporaties (Wetland Wonen en Woonconcept) en de nutsbedrijven (vordering op Enexis en Vitens) zijn hiervan een goed voorbeeld. Daarom moet de netto schuldquote nog worden gecorrigeerd voor uitgeleende gelden. In de volgende grafiek is de ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. 1a. Netto schuldquote | 1b.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 180% | 180% 160% | 160% 140% | 140% 120% | 120% 100% | 100% 80% | 80% 60% | 60% 40% | 40% 20% | 20% 0% | 0% Rekening | Actuele | Rekening | Rekening | Actuele | Rekening 2015 | Begroting | 2016 | 2015 | Begroting | 2016 Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal | Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal 58

In bijgaande grafiek wordt de netto schuldquote van de afgelopen jaren weergegeven. Netto schuldquote 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% -10% | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 Netto schuldquote | 40% | 33% | 55% | 62% | 59% | 68% | 67% | 58% | 54% Netto schuldquote gecorrigeerd | 1% | -5% | 13% | 22% | 32% | 43% | 49% | 44% | 41% Zoals u ziet daalde de gecorrigeerde netto schuldquote in de periode 2008-2009 van 1% naar -5%. Daarna is deze gedaald van 44% in 2015 naar 41% in 2016. Schommelingen in inkomsten kunnen dus het kengetal van de netto schuldquote beïnvloeden. Er ontstaat dan het zogenaamde noemer effect. Vaak betrof het kleine schommelingen, met lichte trendbreuken tot gevolg. Sinds 2015 heeft de gemeente te maken met een forse trendbreuk door de overheveling van taken in het sociaal domein. De inkomsten zijn hierdoor fors gestegen. Een gevolg hiervan is dat de netto schuldquote in 2016 is gedaald naar 54% en de netto schuldquote gecorrigeerd naar 41%. Opgemerkt wordt dat hoe lager het percentage van de netto schuldquote is, hoe beter het gaat met de gemeente. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre het bezit van de gemeente op de balans is afbetaald. Ook geeft dit ratio inzicht of de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Bij een ratio boven de 80% heeft de gemeente per saldo geen schulden. Bij een ratio onder de 20% heeft de gemeente heel veel schuld. Dus hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. 2. Solvabiliteitsratio 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Rekening | Actuele | Rekening 2015 | Begroting | 2016 Categorie C Categorie B | Categorie A Kengetal De gemeente Steenwijkerland heeft eind 2016 een solvabiliteitsratio van 38%. In bijgaande grafiek wordt het solvabiliteitsratio van de afgelopen jaren weergegeven. 59

Solvabiliteitsratio 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 Sovabliliteitsratio | 49% | 52% | 48% | 44% | 41% | 37% | 38% | 38% | 38% Zoals u ziet is de solvabiliteitsratio stabiel. Doelstelling bij de meerjaren-begroting 2016-2019 was dan ook om de solvabiliteit minimaal op dit niveau te stabiliseren en dat is gelukt. Grondexploitatie Voor de gemeente betekent het aanhouden van voorraden bouwgrond een risico. Het is immers altijd de vraag of de bouwgrond met winst verkocht kan worden. Om de hoogte van dit financiële risico in beeld te brengen, is het kengetal grondexploitatie vastgesteld. Dit kengetal geeft de verhouding aan tussen de waarde van de voorraden bouwgrond en de jaarlijkse gemeentelijke inkomsten. Hoe hoger dit kengetal hoe meer risico er wordt gelopen. Opgemerkt wordt dat naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, dit rentekosten en risico’s met zich mee brengt. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Dus hoe lager dit percentage is hoe beter het met de gemeente gaat. 3. Kengetal grondexploitatie 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Rekening | Actuele | Rekening 2015 | Begroting | 2016 Categorie A | Categorie B | Categorie C | Kengetal Het kengetal | voor de grondexploitatie bedraagt eind 2016 17%. In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2008 weergegeven.

Grondexploitatie 25% 20% 15% 10% 5% 0% | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 Grondexploitatie | 20% | 19% | 23% | 23% | 21% | 21% | 23% | 19% | 17% 60

61 Zoals u ziet ligt het kengetal sinds 2010 rond de 2 3%. In 2015 is hij gedaald naar 19% en vervolgens i s deze daling doorgezet in 2016 naar 17%. Deze daling wordt veroorzaakt door e nerzijds de afwaardering en winstneming van diverse complexen. Dit omdat het percentage wordt berekend door de boekwaa rde uit te drukken in een percentage van de boekwaa rde ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief reserves). Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om t e kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de total e baten. Op deze manier ontstaat er een percentage voor de structurele exploitatieruimte. Als dit percentage negatief is, betekent dit dat de structurele baten onvoldoende r uimte bieden om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage is, des te beter het gaat met de gemeente. 4% 1% 4% -10% -8% -6% -4% -2% 0% 2% 4% 6% 8% 10% Rekening 2015 Actuele Begroting Rekening 2016 4.

Structurele exploitatieruimte Categorie C Categorie B Categorie A Kengetal Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte bedraagt eind 2016 4%.In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2008 weergegeven. 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Structurele exploitatieruimte 4% 14% -2% 2% 3% 5% 2% 4% 4% -4% -2% 0% 2% 4% 6% 8% 10% 12% 14% 16% Structurele exploitatieruimte Vanaf 2011 lag het kengetal tussen de 2 en 5%. Voor 2016 is dit net als in 2015 uitgekomen op 4%. Opge merkt wordt dat dit kengetal een vertekend beeld geeft. Dit wordt veroo rzaakt door het positieve rekeningsaldo. Dit saldo kan voor een groot deel worden toegeschreven aan de budgetonderschrijding b innen het Sociaal domein (WMO en Jeugdzorg). In de komende jaren moet nog blijken of dit een structureel voordeel is . Eén en ander is sterk afhankelijk van zowel de on twikkeling in de lasten en van de rijksuitkeringen op dit gebied. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in h oe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt te n opzichte van het landelijk gemiddelde. Door de hoogte van de woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in de gemeente te vergelij ken met het landelijk gemiddelde kan een indicatie worden gegeven van de belastingcapaciteit. Het kengetal vergelijkt de woo nlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t- 1).

Als dit percentage hoog ligt, betekent het dat de gemeente meer

inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. Als indicatie kan worden gegeven dat hoe lager dit percentage is, des te beter het met de gemeente gaat. Voor 2016 komt dit cijfer uit op 85%. 5. Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0% Rekening | Actuele | Rekening 2015 | Begroting | 2016 Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2008 weergegeven. Gemeentelijke belastingcapaciteit 105% 100% 95% 90% 85% 80% 75% | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 Gemeentelijke belastingcapaciteit | 100% | 100% | 99% | 97% | 99% | 96% | 91% | 85% | 85% Zoals u ziet is in deze grafiek een neergaande trend waarneembaar. Dit betekent dat de woonlasten zich steeds verder onder het landelijk gemiddelde bewegen en de belastingcapaciteit in de loop van de jaren is toegenomen. De daling van 2015 heeft zich in 2016 niet verder doorgezet. Dit komt doordat de tarieven niet verder zijn gedaald ten opzichte van 2015 als gevolg van het omgekeerd inzamelen van het afval. 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit | Rekening | Actuele | Rekening 2015 | Begroting | 2016 A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde | + | 212 | 210 | 212 B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde | + | 249 | 248 | 249 C.

Afvalstoffenheffing voor een gezin | + | 138 | 164 | 138 D. Eventuele heffingskorting voor een gezin | - | - | - | - E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde | 599 | 622 | 599 F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 | / | 704 | 718 | 704 Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor | 85% | 87% | 85% 62

Resumé Kengetallen | Rekening | Actuele | Rekening 2015 | Begroting | 2016 Netto schuldquote | 58% | 53% | 54% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 43% | 40% | 41% Solvabiliteitsratio | 38% | 27% | 38% Grondexploitatie | 19% | 20% | 17% Structurele exploitatieruimte | 4% | 1% | 4% Gemeentelijke belastingcapaciteit | 85% | 87% | 85% Verder wordt nog verwezen naar de databank van de provincie Overijssel voor informatie over de kengetallen in onze provincie. De databank is te vinden op https://overijssel.databank.nl/jive/?cat_show=Gemeentefinanci%C3%ABn. Ook kunt u deze gegevens van de programmabegroting 2017 op de site van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bij de houdbaarheidstest gemeentefinanciën versie 2017 raadplegen. 63

3.3 | Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. De | processen | die | uiteindelijk | leiden | tot | onderhoudsmaatregelen | of | investeringen | zijn | ingericht | volgens | de | filosofie | van assetmanagement zoals beschreven in NEN-ISO 5500. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up-to-date wordt gehouden. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld. Een nadere uitwerking hiervan is vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten. In 2016 zijn veel van deze beleidsdocumenten vernieuwd. De consequenties van deze vernieuwing zal in het voorjaar van 2017 aan de raad worden voorgelegd. In deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen zal per onderdeel de situatie van 2016 worden besproken.

Wegen Areaal Het wegenareaal bestaat uit: Areaal Wegen | Oppervlak (ha) | % • Asfalt | 173 | 49% • Cementbeton | 11 | 3% • Elementen | 158 | 45% • Onverhard | 12 | 3% Totaal | 354 | 100% Beleidskader Het | beleidskader | voor | het | onderhoud | van | de | wegen, | voet- | en | fietspaden | werd | in | 2016 | nog | gevormd | door | het ‘Onderhoudsbeleidsplan wegen 2005-2008’. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van dit plan gekozen voor het scenario waarbij het kwaliteitsniveau van 2004 van de wegen wordt gehandhaafd. Voor de fietspaden is het kwaliteitsniveau ‘comfortabel’ het uitgangspunt. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau zijn ook berekend in het ‘Onderhoudsbeleidsplan wegen 2005-2008’. Concreet betekende dit dat in 2005 een jaarlijks budget nodig was van € 1,6 mln. Door middel van jaarlijkse inspecties wordt de houdbaarheid van het beleid regelmatig tegen het licht gehouden. Iedere weg wordt minimaal eens per twee jaar geïnspecteerd, waarbij de wegen worden beoordeeld op verschillende schadebeelden. De inspectiegegevens worden met het geautomatiseerde wegbeheerpakket vertaald naar benodigde maatregelen. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat gezien de leeftijd van het areaal een herijking van het beleid uit 2005 noodzakelijk is.

In 2015 is daarom gestart met het bepalen van de uitgangspunten voor een nieuw beleids- en meerjarenplan voor het wegbeheer. Het nieuwe beleidsplan is ondertussen gereed en zal in het voorjaar van 2017 met de gemeenteraad worden gedeeld. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met | het | vaststellen | van | het | beleidskader | in | 2005 | heeft | de | gemeenteraad | ook | ingestemd | met | een | verhoging | van | het wegenbudget naar € 1,6 mln. Dit bedrag was ook in 2016 nog de basis voor het onderhoud van de wegen. In 2013 is wel een structurele bezuiniging op het budget doorgevoerd van € 250.000. De bezuiniging kon worden doorgevoerd zonder het verlaten van het afgesproken kwaliteitsniveau. Door slimmer aan te besteden kon worden geprofiteerd van de marktwerking. Daarnaast kon een efficiencyslag worden gemaakt door werkzaamheden te combineren en integraal op de markt te brengen. De vertaling van e.e.a. in de begroting van 2016 was als volgt. Basisbedrag uit 2005 | € 1,60 mln. Indexering en areaaluitbreiding | € 0,35 mln. Bezuiniging 2013 | € 0,25 mln. (-) Overige kosten *) | € 1,50 mln. Totale budget wegen in 2016 | € 3,20 mln. 64

65 *) het gaat hierbij o.a. om doorbelasting, kapitaallasten en belastingen Riolering Areaal De areaalgegevens van het riool zijn als volgt: Areaal Riool Aantal Eenheid • Vrijverval riolering 362 km • Persleiding 156 km • Gemalen 143 stuks • Randvoorzieningen 12 stuks • Minigemalen 1.247 stuks • Drukriolering 246 km Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het Watertakenplan Fluvius 2016-2021, dat is op gesteld met het waterschap Reest en Wieden en de zes inliggende gem eenten van het beheergebied van het waterschap. Voo r de gemeentelijke watertaken zijn de volgende vijf bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking sch adelijke stoffen en geur-overlast maximaal beperken. 2. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. Beperk hinder door falen van riolen en door verstop ping of werkzaamheden. 4. Zorg voor goede oppervlaktewater-kwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Twee doelen richten zich op communicatie, meldingen, klachten en afhandeling hiervan. Het betreft doel 1: ‘bescherm de volksgezondheid’ e n doel 5: ‘zorgvuldige dienstverlening’.

De overige drie doelen (doel 2: beperk wateroverlast, doel 3: beperk hinder en doel 4: spaar het milieu) bepalen in grote mate de inze t van menskracht en middelen. Daartoe wordt een aantal strategische keuzes gemaakt: • Inzet op assetmanagement en een sterke betrokkenhei d van inwoners en bedrijven; • Inzet op versterken van de duurzaamheid; • Maatregelen afleiden uit de ketenbenadering en de b estuurlijke doelen, daarbij zijn de zorgplichten le idend voor de mate waarin de gemeente haar verantwoordelijkheid invult: o Aanleg van nieuwe voorzieningen; o Gegevensbeheer; o Aansluiting op riolering of IBA; o Onderhoudswerkzaamheden; o Kwaliteit van riolering; o Functioneren van riolering; o Aanpak knelpunten; o Communicatie; o Klimaatverandering; o Afkoppelen; o Overdracht stedelijk water; o Zorgplicht grondwater. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskad er vastgelegd, maar zijn ook de financiële conseque nties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op he t watertakenplan opgenomen in het Uitvoeringsplan O penbare Ruimte.

Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting 2016-2019. De (globale) opbouw van het budget riolering is in onderstaande tabel weergegeven. Onderzoek en planvorming | € 0,21 mln. Onderhoud riolering | € 0,53 mln. Onderhoud watersysteem | € 1,31 mln. Overige kosten *) | € 1,03 mln. Vaste lasten **) | € 0,37 mln. Totale budget exploitatie riolering in 2016(excl. kapitaallasten) | € 3,45 mln. *) het gaat hierbij o.a. om doorbelasting van uren **) vaste lasten zijn o.a. energiekosten, kwijtscheldingen en telefoonkosten Water en kunstwerken Areaal Het areaal water- en kunstwerken bestaat uit: Water | Aantal | Eenheid •Watergangen en stedelijk gebied | 46 | km • Niet schouwsloten | 119 | km • Schouwsloten | 207 | km • Greppels | 100 | km • Duikers | 1.500 | stuks Kunstwerken | Aantal | Eenheid • Kunstwerken (bruggen, steigers en overige voorzieningen) | 335 | stuks • Havens | 11 | stuks •Oever | 120 | km • waarvan beschoeiingen | 75 | km Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen.

De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: o | Beleidsnota Kunstwerkenbeheer, DHV 2004; o | Beleidsplan oeverconstructies Steenwijkerland (2016-2020); o | Watertakenplan Fluvius 2016-2021; In de beleidsnota Kunstwerkenbeheer is een analyse gemaakt van de staat van onderhoud van de kunstwerken, waarbij een aantal scenario’s voor het meerjarenonderhoud is doorgerekend. In 2004 werd geconstateerd dat het onderhoudsniveau van de kunstwerken als redelijk goed kon worden bestempeld en dat het toenmalige budget op de korte termijn toereikend zou zijn. Op de langere termijn werd een tekort voorzien voor met name het onderhoud van de beschoeiing. In 2015 is een beleidsplan oeverconstructies vastgesteld. In dit beleidsplan is op basis van voor- en nadelen van verschillende scenario’s gekozen voor een variant waarbij daar waar beschoeiing echt nodig is bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Dit betekent dat er bij constatering van een matige, slechte of zeer slechte kwaliteit dient te worden gekeken of: 1. | De beschoeiing onder verantwoordelijkheid van de gemeente valt (als het onder particuliere verantwoordelijkheid valt dan dient de gemeente de particulier aan te schrijven en te wijzen op de slechte staat van de beschoeiing, maar verder geen actie te ondernemen); 2.

| De locatie vraagt om beschoeiing of dat kan worden volstaan met een natuurlijke oever (als de huidige beschoeiing kan worden vervangen door ene natuurlijke oever dan is dat een duurzamere invulling); 66

3. | De beschoeiing kan worden vervangen door een duurzame kunststof beschoeiing (als er toch beschoeiing dient te komen dan heeft een kunststof toepassing de voorkeur boven hout als de omstandigheden dit toelaten). Voor wat betreft de oeverconstructies (bruggen) is ondertussen duidelijk dat het beleid uit 2004 niet langer houdbaar is. In 2016 is daarom een nieuw beleidsplan opgesteld. In het voorjaar van 2017 zal dit aan de raad worden voorgelegd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In de beleidsnota Kunstwerkbeheer 2004 wordt voor het gekozen kwaliteitsniveau een benodigd budget voor oeverconstructies en de havens van € 300.000 berekend. Doorvertaling van het beleid uit 2004 naar 2016 leidt (globaal) tot de volgende bedragen. Bedragen x € 1.000 | Inschatting 2004 | Indexering en | Inschatting 2016 areaaluitbreiding Oeververbindingen | 250 | 85 | 335 Havens | 50 | 15 | 75 Het vastgestelde onderhoudsniveau voor het de oeverconstructies heeft de volgende financiële consequenties Bedragen x € 1.000 | 2016-2019 | Vanaf 2021 Uitgestelde vervangingen | 300 Planmatig onderhoud | 300 | 300 Totaal | 600 | 300 Voor het onderhouden van de waterpartijen van de gemeente is in het Watertakenplan 2016-2021 uitgegaan van de gegevens van het verbreed GRP van de vorige planperiode (2009-2015).

De kosten voor dit onderhoud zijn als volgt: Bedragen x € 1.000 | Raming jaarlijkse kosten x € 1.000 Baggeren | 950 Maaien en onderhouden sloten | 280 Totaal benodigd op basis van watertakenplan | 1.230 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Ten aanzien van het beheer van het stedelijk water (waterwegen en beschoeiingen) is door middel van het vaststellen van het watertakenplan voorzien in een gedeeltelijke dekking van de benodigde middelen. Voor de oeverconstructies wordt voor het resterende bedrag een begrotingswijziging voorgesteld. Voor wat betreft de baggeropgave wordt samen met de andere waterbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraal aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te realiseren. In onderstaande overzichten is weergegeven hoe de benodigde bedragen zijn vertaald in de programmabegroting 2016-2020. Oeververbindingen Onderhoud en vervanging | € 0,33 mln. Overige kosten *) | € 0,23 mln. Totale budget oeververbindingen in 2016 | € 0,56 mln. Waterwegen (stedelijk water) Onderhoud beschoeiingen (voorstel) | € 0,60 mln. Baggeren | € 0,48 mln. Maaien sloten | € 0,28 mln. Overige kosten *) | - Totale budget waterwegen in 2016 | € 1,36 mln. Recreatieve voorzieningen Jachthavens | € 0,05 mln. Recreatieve vijvers | € 0,05 mln. Overige kosten *) | € 0,02 mln. (-) Totale budget recreatieve voorzieningen in 2016 | € 0,08 mln.

*) overige kosten bestaan uit het saldo van doorbelastingen en baten 67

68 Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Het areaal groen, sport- en speelvoorzieningen bestaat uit: Areaal Groen- en speelvoorzieningen Aantal Eenheid • Bomen 33.000 stuks • Gazon 90 ha • Extensief beheerd gras 85 ha • Bermen 235 ha • Hagen 2.500 m2 • Plantsoen 15,6 ha • Landschappelijk groen (bos en houtwallen) 92,7 ha • Speelplekken 170 stuks Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plan tsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zi jn de volgende nota’s en plannen van belang: o De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); o Beleidsnota Groen, 2007; o Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011; o Landschapsontwikkelingsplan (LOP), 2005; o Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte gemeen te Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: o Speelplekkenbeleid (2009); o Meerjarenplan Spelen (2014). In het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven ho e het landschap ontwikkeld en beheerd kan worden. I n de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot h et groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er am bities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veilige omgeving. Het meerjarenplan Groen geeft aan hoe aan deze ambitie invulling kan worden gegeven.

In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een eval uatie besloten om de lijn van het speelplekkenbelei d uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is va stgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimule ert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Om het buit enspelen te stimuleren zijn er uitdagende natuurspe elplekken ontwikkeld gericht op beweging en het prikkelen van de fantasi e. Bij het ontwerpen van speelplekken wordt rekenin g gehouden met medegebruik door kinderen met een beperking. Open s choolpleinen dragen bij in de behoefte aan speelrui mte. Er zijn daarover met diverse scholen afspraken gemaakt. Bij het ontw erp en onderhoud van de openbare ruimte in het alge meen wordt nagegaan hoe de bespeelbaarheid verhoogd kan worden. Het ond erhoud van de speelvoorzieningen zal op het basisni veau van ‘schoon heel en veilig’ worden uitgevoerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het meerjarenplan Groen is becijferd dat om de a mbities die in het beleid zijn vastgelegd te kunnen waarmaken er een extra investering nodig is van € 1,1 mln. verdeeld over v ier jaren. Daartegenover staat een structurele bezu iniging op het reguliere budget, die oploopt tot € 45.000 vanaf 2014.

In het meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om op het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. In onderstaande tabel zijn de bedragen voor de komende vier jaren weergegeven. (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 Totale benodigde onderhouds- en investeringskosten 111 127 141 292 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met vaststellen van het MJP Groen heeft de gemeente raad het hierboven genoemde investeringsbedrag voor de jaren 2011 t/m 2014 vrijgegeven. In 2016 is deze investering grotendeels afgerond.

69 In de begroting van 2014 is een structurele bezuini ging op het groenbudget doorgevoerd van in totaal € 150.000. Vooralsnog is het uitgangspunt dat de gewenste beeldkwaliteit van het groen kan worden gehandhaafd door slimmer aan te besteden en door (markt)partijen te betrekken bij de wijze waarop de beeldkwaliteit kan worden gerealiseerd. De verdeli ng van het beschikbare budget voor het groenonderhoud is als weergegeven in onderstaande tabel. Openbaar groen in eigen beheer € 0,33 mln. Openbaar groen NoordWestGroep € 0,67 mln. Onderhoud bermen € 0,27 mln. Onderhoud bomen € 0,13 mln. Interne kosten € 2,40 mln. Totale budget groen € 3,80 mln. In 2014 is voor het onderhoud van de speelvoorzieni ngen besloten tot het instellen van een voorziening , met als doel kosten die in de toekomst worden verwacht te kunnen opvangen. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening.

Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Gemeentelijke gebouwen Aantal Eenheid • Binnensport accommodaties 8 stuks • Buitensport accommodaties 17 stuks • Gemeentelijke panden 2 stuks • Werkplaatsen 4 stuks • Brandweer 6 stuks • Musea 3 stuks • Wijkgebouwen 4 stuks • Peuterspeelzalen 3 stuks • Jeugdhonken 2 stuks • Begraafplaatsen 16 stuks • Woningen 9 stuks • Recreatie 12 stuks • Overige panden 52 stuks Beleidskader Voor de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd, inclusief de onderh oudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. U itgegaan wordt van drie categorieën onderhoud. Het klachtenonderho ud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en st oringen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn af gesloten. Dit betreft voornamelijk technische insta llaties. Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voo r de periode van 2010 – 2020 een Meerjarenplan Maat schappelijk Vastgoed opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd.

Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud ge middeld € 710.000,- bedragen. Uitbreidingen en duur zame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en zullen via investeringen moeten worden gerealiseerd. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed is verwe rkt in de begroting. De maatregelen in 2016 zijn u itgevoerd op basis van het Uitvoeringsplan Maatschappelijk Vastgoed 2016.

70 Voor het Maatschappelijk Vastgoed is een voorzienin g ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar b eoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening.

3.4 | Financiering De financieringsparagraaf bevat informatie over het financieringsgedrag van de gemeente. In het kader van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn regels vastgesteld, die van kracht zijn voor het beheersen van financiële risico’s op aangetrokken en uitgezette middelen. De Wet FIDO is een raamwerk die de risico’s in het financieringsbeleid van de gemeente binnen de perken moet houden en tegelijkertijd flexibiliteit en transparantie in de financieringsstructuur mogelijk maakt. De Wet FIDO is voor onze gemeente nader uitgewerkt in het “Financieringsstatuut gemeente Steenwijkerland”. De gemeenteraad heeft het statuut in haar raadsvergadering van 21 juni 2011 vastgesteld. Een gevolg hiervan is dat de kaders met betrekking tot het beheren en beheersen van de geldstromen zijn vastgesteld. Verder | geeft | de | financieringsparagraaf | informatie | over | algemene | ontwikkelingen | en | concrete | beleidsplannen | van | het risicobeheer, de gemeentefinanciering en het kasbeheer. De gemeente Steenwijkerland streeft er naar om zorgvuldig (doeltreffend en doelmatig) omgaat met de beschikbare financiële middelen. Daarom wordt gestreefd dat benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten worden aangetrokken, waardoor de renterisico’s | kunnen | worden | beheerst.

| Bij | het | afsluiten | van | leningen | wordt | rekening | gehouden | met | de | bestaande leningenportefeuille, maar ook met de rentevisie en de renterisiconorm. Wel wordt opgemerkt dat het aantrekken van gelden, alsmede de hoogte van het bedrag, afhankelijk zijn van de inkomende en uitgaande geldstromen bij de gemeente. Risicobeheer Een kernonderdeel van de financieringsparagraaf is het risicoprofiel. In dit verband worden onder risico verstaan: - | Renterisico’s; - | Koersrisico’s - | Kredietrisico’s; - | (intern( liquiditeitsrisico’s en - | Valutarisico’s. Bij onze leningenportefeuille loopt de gemeente een risico in verband met renteherziening en een risico in verband met herfinanciering. In 2016 zijn er geen leningen vervroegd afgelost. Verder hebben we in 2016 in beperkte mate te maken gehad met zgn. kredietrisico’s. Dit zijn risico’s die zich kunnen voordoen bij het verstrekken van leningen aan onder andere publieke instellingen. De totale omvang van deze leningen bedroeg op 1 januari 2016 afgerond € 16,4 miljoen. Per 31 december 2016 bedroeg de restantschuld afgerond € 13,8 miljoen. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodanig opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico door renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt.

Als de leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld gelijkmatig in de tijd zijn gespreid. Als bovengrens wordt een bedrag van 20% van het begrotingstotaal per 1 januari 2016 gehanteerd. Indien de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder de norm blijven is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. Zoals uit onderstaande tabel blijkt bedraagt de ruimte onder de risiconorm in 2016 bijna € 17 miljoen te zijn. bedragen x € 1.000 Renterisico | Rekening | Rekening 2016 | 2015 Renterisico vaste schulden Renteherziening o/g | 2.885 | - Betaalde aflossingen | 5.241 | 5.663 Renterisico vaste schulden | 8.126 | 5.663 Toegestane renterisiconorm Omvang begroting 2016 (=grondslag) | 124.815 | 117.822 Renterisiconorm (in % van de grondslag) | 20,0% | 20,0% Toegestane renterisiconorm | 24.963 | 23.564 Toets renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm | 16.837 | 17.901 Overschrijding renterisiconorm 71

Kasgeldlimiet Ieder kwartaal wordt een opgave gedaan aan het CBS via informatieverstrekking derden (Iv3). Hieruit kunnen gegevens worden gehaald met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet –dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld- niet overschrijden. Het percentage voor de kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal, zijnde afgerond € 125 miljoen. Het bedrag van de kasgeldlimiet bedraagt afgerond € 10,6 miljoen. bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet | 1e | 2e | 3e | 4e kwartaal | kwartaal | kwartaal | kwartaal Netto vlottende schuld Omvang vlottende schulden | 10.010 | 10.492 | 2.277 | 1.428 Omvang vlottende middelen | 509 | 1.154 | 431 | 400 Netto vlottende schuld | 9.501 | 9.338 | 1.846 | 1.028 Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting 2016 (=grondslag) | 124.815 | 124.815 | 124.815 | 124.815 Kasgeldlimiet (in % van de grondslag) | 8,5% | 8,5% | 8,5% | 8,5% Toegestane kasgeldlimiet | 10.609 | 10.609 | 10.609 | 10.609 Toets kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet | 1.108 | 1.271 | 8.763 | 9.581 Overschrijding kasgeldlimiet Zoals u ziet is de kasgeldlimiet niet overschreden. Bij overschrijding zal de toezichthouder indien de overschrijding meer dan twee kwartalen voortduurt ons “verplichten” een langlopende geldlening af te sluiten. Koersrisico In 2016 heeft de gemeente geen overtollige middelen uitgezet.

Kasbeheer Het kasbeheer bestaat uit het saldo- en liquiditeitenbeheer en het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. Dagelijks wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie van voldoende omvang is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig worden nagekomen. Het betalingsverkeer wordt elektronisch uitgevoerd door de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Naast een rekening bij de BNG heeft de gemeente nog een betaalrekening bij de Rabobank. In verband met een effectief saldobeheer en ter voorkoming van extra rentelasten worden positieve saldo regelmatig van deze rekening gestort naar de betaalrekening van de BNG. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekeningcourantrekening. Voordat middelen worden aangetrokken met een looptijd korter dan 1 jaar, maar langer dan een maand, moet bij minimaal twee instellingen een offerte worden gevraagd. Kasgeldleningen met een looptijd korter dan een maand worden uit praktische overwegingen meestal afgesloten bij de huisbankier (BNG). Het kasbeheer bestaat naast het liquiditeitenbeheer uit het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. De wettelijke betaaltermijn voor inkomende facturen bedraagt 28 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij er redenen zijn om hiervan af te wijken.

Het debiteurenbeheer omvat het zorg dragen voor een tijdige ontvangst van betalingen. De betaaltermijn van uitgaande facturen bedraagt standaard 30 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij anders is aangegeven. De inning van belastingdebiteuren geschiedt zoveel mogelijk door middel van automatische incasso. Gemiddeld maakt 60% van de belastingdebiteuren gebruik hiervan. In 2015 was dit eveneens 60%. Verder komt het nog steeds voor dat er automatische incasso’s worden ingetrokken wegens onvoldoende saldo op de rekeningen van de belastingdebiteuren. Financieringspositie Net als in het bedrijfsleven is het bij de gemeente belangrijk om te weten of zij haar kortlopende en langlopende verplichtingen na kan komen. Hierbij wordt gekeken naar de stand van de investeringen enerzijds en de aanwezige financieringsmiddelen anderzijds. Als de boekwaarde van de investeringen groter is dan de aanwezige financieringsmiddelen, is er sprake van een financieringstekort. | Van | een | financieringsoverschot | is | sprake | als | er | minder | is | geïnvesteerd | dan | de | aanwezige financieringsmiddelen. De gemeente beschikt over de volgende financieringsmiddelen: algemene en bestemmingsreserves, voorzieningen en langlopende leningen. 72

bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte | Begroting | Rekening | Rekening | Verschil 01-01-2016 | 01-01-2016 | 31-12-2016 Boekwaarde Boekwaarde vaste activa incl. voorraden | 119.039 | 117.448 | 113.329 | - 4.119 Boekwaarde leningen u/g | 16.399 | 18.645 | 16.411 | - 2.233 Totaal boekwaarde | 135.438 | 136.092 | 129.741 | - 6.352 Aanwezige financieringsmiddelen Eigen vermogen Reserves | 40.140 | 51.484 | 51.115 | - 369 Resultaat boekjaar | 5.528 | 4.042 | - 1.485 Totaal eigen vermogen | 40.140 | 57.011 | 55.157 | - 1.854 Vreemd vermogen Voorzieningen | 3.401 | 5.398 | 6.633 | 1.236 Langlopende leningen | 65.674 | 71.739 | 66.498 | - 5.241 Totaal vreemd vermogen | 69.075 | 77.136 | 73.131 | - 4.005 Totaal financieringsmiddelen | 109.215 | 134.148 | 128.288 | - 5.860 Financieringstekort (-/-) c.q. overschot (+/+) | - 26.223 | - 1.945 | - 1.452 | 492 Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is het financieringstekort met € 492.000 afgenomen. Deze afname wordt voornamelijk veroorzaakt door het hebben van regelmatig positieve saldi op onze rekeningcourantrekening bij de BNG Bank. Verder zijn er diverse investeringen gerealiseerd zoals renovaties sportaccommodaties in Belt-Schutsloot, Kuinre en Wanneperveen, riolering in Blankenham, Blokzijl en Vollenhove, uitbreiding aantal starterleningen, aankoop locatie Hoofdstraat 6-8 in Oldemarkt en overdracht recht van erfpacht van de Meenthe.

Verder zijn er investeringen gedaan op het gebied van automatisering (o.a. bladeservers, inrichting 80 werkplekken, ontwikkeling kritische applicaties, klantenzuil frontoffice met pinautomaten en firewall). Daarnaast zijn bij de afdeling Openbare Werken de volgende machines/apparaten aangeschaft een snipperaar, Rioned, New Holland trekker, blackbox, zoutstrooier, aanhangkar, hogere auto en bedrijfsauto’s. Het financieringstekort in de begroting is vele malen hoger omdat hierbij rekening wordt gehouden met de realisatie van alle in uitvoering genomen investeringen. 73

74 3.5 Bedrijfsvoering In het bestuursprogramma Financiën en bedrijfsvoeri ng is aangegeven dat het jaar 2016 in het teken sto nd van de verdere uitvoering van het concernplan dat is vastgesteld o p basis van de Toekomstagenda voor de organisatie m et de thema’s Dienstverlening, Participatie, Interne organisatie en Samenwerking. Onderstaand wordt nader ingezoomd op deze vier thema’s en de realisatie 2016. Dienstverlening In 2015 is de visie op dienstverlening vastgesteld. Het jaar 2016 stond voor dienstverlening in het te ken van ‘ spreken met één stem’, een van de onderdelen uit die visie. Met tea mleiders, aanjagers en medewerkers zijn we op zoek gegaan naar goede voorbeelden uit de praktijk, om met elkaar vast te stellen wat ‘één stem’ betekent en om te leren van elkaar. ‘Met één stem’ hebben we ook gesproken over de nieuwe Omgevingswet in relatie tot dienstverlening en participatie. Di t heeft geresulteerd in een verkenningsrapportage. We zijn gestart met het in kaart te brengen van de klantbeleving door in gesprek te gaan met onze inwo ners en ondernemers. In kaart is gebracht hoe inwoners en ondernemers onze dienstverlening ervaren en hoe we dit kunnen verbet eren. We hebben een aantal processen bekeken door de ogen van de inwone r en ondernemer, zoals het aanvragen van een reisdo cument en de vestiging van een bedrijf aan huis.

De Dag van de Dienstverlening, een dag over alles w at met dienstverlening te maken heeft, is door het Aanjaagteam dienstverlening in 2016 georganiseerd om de organis atie bewust te maken van goede dienstverlening. Spr ekers van buiten de organisatie zijn met ons in gesprek gegaan over hun (manier van) dienstverlening en hebben ons daarmee een (interactieve) spiegel voor gehouden. 211 medewerkers namen deel a an de Dag van de Dienstverlening. Participatie Doelste lling binnen dit thema is het meer betrekken van in woners bij plannen, activiteiten en voorzieningen e n inwoners de ruimte te geven voor eigen initiatieven. Geslaagde projecten in dit kader waren in 2016 onder andere d e herinrichting van de wijk De Torenlanden in Steenwijk, de verfraaiing van de dorpsentree in Sint Jansklooster en de aanpak van d e Oldemarktseweg in Steenwijkerwold. Intern is een organisatiebrede werkgroep, onder de naam De Werkplaats, nadrukkelijk met dit onderwerp aan de slag. Deze werkgroep brengt op diverse manieren het betrekken van inwoners intern onder de aandacht met workshops, participatietours en meedenk-sessies. Naast veel aandacht voor gedrag en houding en concrete (inwoners )projecten zijn in 2016 onderwerpen als het “over grenzen denken” (Koloniën van Weldadigheid), taal/dialect, Big data, inwone rsonderzoeken en overleg met Plaatselijk Belangen specifiek in de spotlight gezet.

Samenwerking Het vergroten van de kwaliteit, het verminderen van de kwetsbaarheid en het zo mogeli jk verlagen van kosten zijn bij samenwerking onze uitgangspunten. We boeken daarin steeds meer resultaten. We werken op verschillende onderdelen volop samen, met diverse gemeenten in de regio. Zo hebben we met Westerveld, Meppel, Zwartewaterland en Staphorst beleid ontwikk eld voor de Participatiewet. Met deze partners (exc l. Zwartewaterland) pakken we ook samen de werkgeversdienstverlening op. Daarnaast is er natuurlijk de samenwerking in ruime r verband in de BVO Jeugd, de Veiligheidsregio en i n de gemeenschappelijke regeling die inmiddels “staat” voor de RUD IJsselland. Met Zwartewaterland en Staphorst werken we samen in het beheer van de openbare ruimte (ingenieursdiens ten) en op het gebied inkoop (met ingang van 1 januari 2017 in de vorm van een gezamenlijke inkoopadviesfunctie voor alle vragen over inkoop en aanbestedingen en begeleiding van grote aanbestedingen). Medio januari 2017 is gestart met het gezamenlijke klantcontactcentrum: telefonische vragen van inwone rs en ondernemers uit Zwartewaterland worden nu zoveel mogelijk in het 1 e contact beantwoord door het KCC van Steenwijkerlan d. Ten slotte is in 2016 in regionaal verband samenwerking opgepakt op het gebied van interne controle.

75 Interne organisatie We zijn een lerende organisatie die zich richt op wendbaarheid en verbinding. Een organ isatie waar met plezier gewerkt wordt, in goede arbeidsomstandigheden. Evenwichtige leeftijdsopbouw We constateren dat de organisatie aan het vergrijze n is. Daarom hebben we het ‘Generatiepact’ ingevoer d. Hiermee biedt de gemeente medewerkers van 60 jaar en ouder de mogeli jkheid om minder te werken met gedeeltelijk behoud van salaris. De loonkosten die bespaard worden door het generatiepa ct zijn in 2016 ingezet om jongeren aan te nemen. W e zijn gestart met een traineetraject van 5 - nieuw geworven - jongeren on der de 27 jaar. Opleidingen Wij willen een professionele organisatie zijn. Daar om geven we medewerkers de ruimte om talenten te on twikkelen en ambities te verwezenlijken. Wij bevorderen scholing en ontwikke ling zodat zowel de medewerkers als de organisatie voorbereid zijn op ontwikkelingen en nieuwe eisen. Naast de reguliere opleiding en vorming voor medewerkers, hebben wij e en eigen concernopleidingsprogramma, dat is afgestemd op de thema`s van de Toekomstagenda. Het accent van de tr ainingen ligt op de benodigde vaardigheden, gedrags- en houdingsaspecte n die horen bij de nieuwe rol en positie van onze g emeentelijke organisatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Paginanummers tellen de pagina's van het PDF, niet de nummers die op de pagina's gedrukt staan. Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/2a435e07-9f8f-406e-ab99-97aaf05d5c7a?agendaItemId=f1e40c42-dd94-4fef-935c-0962c3f782d0