9.1 Het bouwen van een stal op het perceel Kooiweg 6 te Giethoorn - bijlage ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
Opdrachtgever: … Rapportnummer: RB 20.080 Datum vrijgave: Februari 2017 Opsteller: Dhr. H. de Roo Goedkeuring: Dhr. M. Beek Ruimtelijke onderbouwing tbv Kooiweg 6 te Giethoorn Ontwerp
Gemeente Steenwijkerland Blad 2 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 Inhoudsopgave .......................................................................................................................................... 1 1 INLEIDEND HOOFDSTUK .................................................................................... 3 1.1 Inleiding .................................................................................................................. 3 1.2 Aanleiding ............................................................................................................... 3 1.3 Planologisch kader ................................................................................................. 4 1.4 Procedurekeuze ..................................................................................................... 5 1.5 Doel ........................................................................................................................ 6 1.6 Verantwoording ...................................................................................................... 6 1.7 Leeswijzer ............................................................................................................... 6 2 GEBIEDS- EN PLANBESCHRIJVING ..................................................................
7 2.1 Ligging en historie .................................................................................................. 7 2.2 Het plangebied in zijn omgeving............................................................................. 8 2.3 Het gewenste plan .................................................................................................. 9 2.4 Landschappelijk inpassingsplan ........................................................................... 10 3 BELEIDSKADER ................................................................................................. 12 3.1 Rijksbeleid ............................................................................................................ 12 3.1.1 Ruimtelijk – Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ................................. 12 3.1.2 Natuurbeschermingswet ........................................................................... 12 3.1.3 Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) ................................................. 13 3.1.4 Passende beoordeling .............................................................................. 14 3.2 Provinciaal beleid ................................................................................................. 14 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel 2009 ...............................................................
14 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel ............................................................ 15 3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ........................................... 15 3.3 Gemeentelijk beleid .............................................................................................. 22 3.3.1 Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 ................................... 22 3.3.2 Beleidsnotitie bestemmingsplan Buitengebied ......................................... 22 3.3.3 Welstandsnota ........................................................................................... 24 4 HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSFACTOREN ........................................................ 26 4.1 Archeologie ........................................................................................................... 26 4.2 Bodem .................................................................................................................. 27 4.3 Cultuurhistorie....................................................................................................... 27 4.4 Ecologie ................................................................................................................ 29 4.5 Externe veiligheid .................................................................................................
31 4.6 Geluid ................................................................................................................... 32 4.7 Luchtkwaliteit ........................................................................................................ 32 4.8 M.E.R.-beoordeling ............................................................................................... 34 4.9 Milieuhinder .......................................................................................................... 34 4.10 Geur ...................................................................................................................... 35 4.11 Verkeer en vervoer en parkeren ........................................................................... 36 4.12 Waterparagraaf ..................................................................................................... 36 5 HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................... 39 Gemeente Steenwijkerland Blad 3 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 1 Inleidend hoofdstuk 1.1 Inleiding Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is bedoeld als onderbouwing voor het kunnen uitvoeren van een ruimtelijk initiatief. Tevens biedt voorliggende onderbouwing de onderbouwing van waarom het gewenste ruimtelijk initiatief inpasbaar is op de door initiatiefnemer gewenste locatie.
1.2 Aanleiding Melkveebedrijf Bijkerk is een agrarisch bedrijf gevestigd aan de Kooiweg 6 in Giethoorn. Het bedrijf houdt 200 stuks melk- en kalfkoeien in een ligboxenstal. Tevens zijn 140 stuks jongvee (tot 2 jaar) en 6 paarden aanwezig op het bedrijf. Het bedrijf gaat e en nieuwe veestal bouwen ter uitbreiding van het aantal melk- en kalfkoeien. Initiatiefnemer heeft een bouwvoornemen op het perceel Kooiweg 6 in Giethoorn die in strijd is met de beheersverordening. Tevens zullen 2 sleufsilo’s gelegaliseerd worden. De gemeente Steenwijkerland heeft aangegeven onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan de beoogde plannen. Om dit planologisch mogelijk te maken is er een uitgebreide Wabo-procedure nodig waarbij ook een ruimtelijke onderbouwing aanwezig dient te zijn. Voorliggend document voorziet hierin. Hieronder een indicatieve weergave van het plangebied vanuit de lucht. Fig 1.1: Indicatieve weergave van het plangebied
Gemeente Steenwijkerland Blad 4 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 1.3 Planologisch kader Het plangebied is opgenomen in de beheersverordening “Buitengebied Steenwijkerland”. De beheersverordening is vastgesteld op 9 december 2014. Hieronder een weergave van de uitsnede van de verbeelding van het plangebied. Fig. 1.2: Uitsnede van de verbeelding Het plangebied kent in de vigerende beheersverordening de enkelbestemming “Agrarisch”, enkelbestemming “Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1” (met bouwvlak) en de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie 2”. De gemeente Steenwijkerland heeft een conceptaanvraag getoetst aan de beheersverordening en de uitkomst daarvan is dat de plannen in strijd zijn met onderstaande artikelen.
Gemeente Steenwijkerland Blad 5 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 Fig. 1.3: Resultaat gemeentelijke beoordeling naar aanleiding van een conceptaanvraag Om medewerking te kunnen verlenen aan de plannen zal afgeweken moeten worden van de geldende beheersverordening. De gemeente Steenwijkerland heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het voornemen via een uitgebreide Wabo - procedure. 1.4 Procedurekeuze Het geldende beheersverordening voorziet niet in medewerking bij recht aan de gewenste plannen. De gemeente en de initiatiefnemer willen medewerking verlenen aan het verzoek verlenen via een Wabo-procedure. Conform de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeelteli jk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan/beheersverordening (artikel 2.1 lid 1 sub c). Om het voorgenomen initiatief te kunnen realiseren, is een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan/beheersverordening noodzakelijk conform artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voor de motivering van een besluit op een dergelijke aanvraag is een goede ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk.
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is de voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld.
Gemeente Steenwijkerland Blad 6 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 1.5 Doel In deze ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op de (ruimtelijke) gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling van het betreffende gebied. Ook wordt een beschrijving gegeven van het relevante ruimtelijk beleid. Uiteindelijk moet op basis van deze onderbouwing inzichtelijk zijn gemaakt dat het bouwproject niet in strijd is met een zogeheten goede ruimtelijke ordening. 1.6 Verantwoording Bij het opstellen van voorliggende ruimtelijke onderbouwing is gebruik gemaakt van diverse (beleid)documenten en websites. Sommige (beleid)documenten en beeld beschrijvende documenten zijn in voorkomende gevallen integraal overgenomen om de inhoud zoveel mogelijk te waarborgen. Daar waar bronnen zijn gebruikt is dat in de tekst weergegeven. 1.7 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een weergave gegeven van de geschiedenis en locatie van het plangebied. In Hoofdstuk 3 komen de verschillende relevante beleidsstukken voorbij die van toepassing zijn op het plan en zijn hierbij uitgewerkt van provinciaal niveau tot gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 geeft de invloed weer van het plan tot de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 staat de economische uitvoerbaarheid centraal.
Gemeente Steenwijkerland Blad 7 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 2 Gebieds- en planbeschrijving 2.1 Ligging en historie Het perceel bevindt zich in het buitengebied rondom het dorp Giethoorn. Hieronder is de ligging van Giethoorn (binnen blauwe cirkel) vanuit een hoger perspectief weergegeven. Fig: 2.1: Nederland, de provincie Overijssel, de gemeente Steenwijkerland en de ligging van Giethoorn in één oogopslag. Hieronder een weergave van het dorp Giethoorn vanuit de lucht, met in de blauwe cirkel het plangebied aan de Kooiweg ten westen van Giethoorn.
Gemeente Steenwijkerland Blad 8 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 Fig. 2.2: Het plangebied ten opzichte van de omgeving en het landschap Landschappelijk gezien is er sprake van de droogmakerijen. Dit landschap wordt gekenmerkt door: het planmatige karakter (inpoldering heeft plaatsgevonden tussen 1928 -1968); de ontginningsboerderijen worden gekenmerkt door hoge, steile zadeldaken, soms met wolfeind, soms met een houten topgevel. Het schuurgedeelte heeft een gesloten dak; De bebouwing is overwegend met het woongedeelte haaks op de weg georiënteerd. De boerderijen volgen ook wel de verkavelingshoek. De zijde naar de weg is open. De bijgebouwen staan zoveel mogelijk op het erf. grootschalige openheid; lage ligging van het gebied; de smalle percelen; de restanten van het oude veenontginningslandschap; polders die worden omsloten door ringdijken en ringvaarten; rechte wegen geflankeerd door zware beplanting die maat geven aan de polders; bebouwing liggend langs de wegen; erven vormen opvallende clusters in het landschap, de voorzijde ligt naar de weg. 2.2 Het plangebied in zijn omgeving Het plangebied ligt in het buitengebied ten westen van het dorp Giethoorn. Ten westen van het plangebied ligt het Giethoornsche Meer.
Aan de zuidkant het Natura 2000 gebied De Wieden (waar het Giethoornsche Meer ook onderdeel van uitmaakt) en aan de noordkant het dorp Scheerwolde. De Kooiweg is een weg die Scheerwolde en het natuurgebied De Wieden (Thijssengracht) verbindt. Aan de Kooiweg zijn woningen en agrarische bedrijven gevestigd. In directe nabijheid van het plangebied zijn (bedrijfs)woningen gevestigd. Het huidige ruimtegebruik van de bebouwing is zo’n 1,5 hectare. Dit is inclusief de paardenbak, 5 sleufsilo’s en de in 2009 gerealiseerde stal. De paardenbak is zonder vergunning aangelegd en zal in relatie tot dit plan worden verwijderd.
Gemeente Steenwijkerland Blad 9 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 In 2008 is vergunning verleend voor het plaatsen van 3 sleufsilo’s en in 2009 voor de bouw van een melkveestal. Beide vergunningen zijn verleend onder voorwaarde van realisatie van een beplantingsplan (aanleg wal en singelbeplanting), hetgeen tot op heden niet is uitgevoerd. Wel zijn 2 extra sleufsilo’s gerealiseerd. Deze worden nu meegenomen en gelegaliseerd. Tot slot is op 10 juni 2009 vergunning verleend voor het vergoten van de, aan de noordzijde van het bouwvlak gelegen, loods. Fig. 2.3: Het plangebied ten opzichte van de directe omgeving 2.3 Het gewenste plan Op het perceel Kooiweg 6 in Giethoorn is een agrarisch bedrijf gevestigd die zijn bedrijfsvoering wil uitbreiden. Het aantal melk- en kalfkoeien zal met 105 stuks toenemen (waarvan 100 in de nieuwe stal en 5 in de bestaande stal). Een nieuw stal(systeem) wordt gebouwd en bij het bedrijf is ruimte nodig voor kuilplaten/sleufsilo’s. Onderstaand een weergave van de beoogde nieuw situatie. Fig. 2.4: Nieuwe situatietekening van het bedrijf
Gemeente Steenwijkerland Blad 10 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 Fig. 2.5: Nieuwe indeling van het bedrijf Fig. 2.6: Doorsnede over de bestaande en nieuwe stal 2.4 Landschappelijk inpassingsplan Een landschappelijk inpassingsplan heeft als doel om de ruimtelijke kwaliteit van het perceel te verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. Door Twan’s landschaps & tuinadvies is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het gehele inpassingsplan is als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd en via een zogeheten voorwaardelijke verplichting ook gekoppeld aan de omgevingsvergunning, zodat de uitvoering hiervan gewaarborgd en handhaafbaar is. Onderstaand een weergave van het eindresultaat van het landschappelijk inpasssingsplan.
Gemeente Steenwijkerland Blad 11 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 De beplantingsstrook achter de te realiseren kuilvoersilo’s zal pas worden gerealiseerd wanneer de silo’s zijn geplaatst. Dit om het plaatsen naar de toekomst toe mogelijk te maken. Zichtbaar is dat op diverse plekken nieuwe afwateringssloten zijn aangelegd. Onderstaande nummers 1 tot en met 15 komen overeen met aan te planten bomen en struiken zoals genoemd in het inpassingsplan, om zodoende te landschappelijke inpassing en kwaliteit daarvan te verhogen. Er zijn al diverse passende beplantingsvormen aanwezig op en rondom het terrein/erf. Een groot deel hiervan blijft bestaan, ook wordt een aantal bestaande elementen verwijderd. Tevens worden nieuwe elementen toegevoegd. Deze zijn in het erfinrichtingsplan opgenomen.
Gemeente Steenwijkerland Blad 12 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 3 Beleidskader Binnen het ruimtelijk werkveld is door de verschillende overheidslagen veel beleid opgesteld. Middels dit beleid is getracht richting te geven aan de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. In dit hoofdstuk staat een overzicht van het van toepassing zijnde beleid in relatie tot de gewenste ontwikkelingen van de initiatiefnemer. 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Ruimtelijk – Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op Rijksniveau is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van Maart 2012 van belang. In deze structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040: een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028 en is aangegeven welke nationale belangen daarbij aan de orde zijn. Deze nationale belangen en doelen hebben echter een dusdanig hoog abstractieniveau dat deze niet van toepassing zijn op voorliggend initiatief aan de Kooiweg 6 te Giethoorn. Aanvullend is de Structuurvisie wel van belang, maar bevat deze geen specifieke doorwerkingen voor voorliggend initiatief.
Conclusie Rijksbeleid versus gewenste ontwikkeling Voor het plangebied en directe omgeving zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden zodat het ruimtelijk Rijksbeleid als zodanig niet van invloed is op voorliggend ruimtelijk plan. 3.1.2 Natuurbeschermingswet De Natuurbeschermingswet 1998 (NB-wet) is een Nederlandse wet die oorspronkelijk in 1967 is vastgesteld maar in 1998 ingrijpend is gewijzigd. In deze wet is nu de natuurbescherming van specifieke gebieden geregeld. Internationale verplichtingen uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en bijvoorbeeld het Verdrag van Ramsar (Wetlands) zijn in de Natuurbeschermingswet verwerkt. De volgende gebieden zijn aangewezen en beschermd op grond van de wet: 1. Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden); 2. Beschermde Natuurmonumenten; 3.
Wetlands Artikel 19d, eerste lid, van de NB-wet geeft het volgende aan: Het is verboden zonder vergunning, of in strijd met aan die vergunning verbonden voorschriften of beperkingen, van gedeputeerde staten of, ten aanzien van projecten of andere handelingen als bedoeld in het vierde lid, van Onze Minister, projecten of andere handelingen te realiseren onderscheidenlijk te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstelling, met uitzondering van de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000 - gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Gemeente Steenwijkerland Blad 13 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 Zodanige projecten of andere handelingen zijn in ieder geval projecten of handelingen die de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied kunnen aantasten. Op 21 oktober 2015 is aan het bedrijf een natuurbeschermingswet-vergunning verstrekt voor het oprichten en in werking hebben van een melkrundveehouderij waarbij de bedrijfsvoering bestaat uit het houden van het volgende aantal stuks vee: Tabel 1: Diersoorten en stalsysteem Stal 1 is daarbij de jongveestal, stal 2 is de bestaande melkveestal en stal 3 is de te bouwen nieuwe stal.
In de vergunning (die is bijgevoegd als bijlage) is gemotiveerd dat er geen sprake is van verslechtering dan wel (significante) verstoring van Natura 2000 gebieden. Aanvraag 27 oktober 2016 Overigens dient te worden vermeld dat op 27 oktober 2016 nog een wijziging van de bestaande Nb-wet vergunning is aangevraagd, waarbij het aantal dieren en stalsysteem zal worden gewijzigd ten opzichte van de vergunde situatie en in de nieuw te bouwen stal zal een ander stalsysteem worden toegepast. Er wordt geen ontwikkelruimte geclaimd. Onderstaand de aangevraagde hoeveelheden van deze aanvraag. Tabel 2: Veebezetting 3.1.3 Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) De PAS heeft betrekking op 133 van de circa 160 Natura 2000-gebieden in ons land. Dat zijn de stikstofgevoelige gebieden, waar beschermde habitattypes last hebben van de huidige en vroegere neerslag van stikstof. In de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) werkt een aantal overheden samen om bij Natura 2000-gebieden twee doelen tegelijk te bereiken. Aan de ene kant wordt de achteruitgang van de biodiversiteit in die gebieden, voor zo ver die het gevolg is van stikstofdepositie, tot staan gebracht en omgezet in herstel.
Gemeente Steenwijkerland Blad 14 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 Aan de andere kant wordt er weer ruimte gemaakt voor nieuwe economische activiteiten met stikstofuitstoot in de buurt van die gebieden. Die ruimte was er bijna niet meer, want nieuwe vergunningen konden door de rechter worden vernietigd omdat ze in strijd waren met onze internationale verplichtingen op het gebied van biodiversiteit. Op basis van de op 21 oktober 2015 verleende beschikking Natuurbeschermingswet is inzichtelijk gemaakt dat er sprake is van een zogeheten ‘passende beoordeling’ waarmee aangetoond is dat Natura 2000 gebieden niet zullen worden aangetast door stikstof-depositie. 3.1.4 Passende beoordeling Op grond van art. 7.2a lid 1 Wm zijn plannen die op grond van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling verplicht zijn en waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt m.e.r.-plichtig. Verplichte passende beoordeling In welke gevallen het maken van een passende beoordeling voor plannen verplicht is vanwege de hierin opgenomen activiteit(en), is geregeld in art. 19j lid 2 Natuurbeschermingswet 1998.
In artikel 19j, lid 2 is bepaald dat voor plannen die niet direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000 -gebied maar die afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kunnen hebben voor het desbetreffende gebied, alvorens het plan vast te stellen een passende beoordeling moet worden gemaakt. Voor het oprichten, wijzigen of uitbreiden van veehouderijen is niet uit te sluiten dat dit leidt tot significante negatieve effecten op Natura-2000 gebieden en dus moet hiervoor mogelijk een passende beoordeling worden gemaakt. Voor het oprichten en in werking nemen van de veehouderij is op 21 oktober 2015 een Nb-vergunning verleend. In deze Nb-vergunning is geconstateerd dat er geen sprake is van significant negatieve effecten op Natura-2000 gebieden. Er hoeft daarom geen passende beoordeling te worden gemaakt op grond van de Natuurbeschermingswet. Zodoende is er geen sprake van een daarmee samenhangende m.e.r.-plicht (zie ook paragraaf 4.8). 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel 2009 In de Omgevingsvisie wordt de visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel uiteengezet. Deze visie is opgesteld met een doorkijk tot 2030. In de Omgevingsverordening zijn instructies opgenomen ten aanzien van de inhoud van de juridisch-planologische documenten.
In deze paragraaf komt als eerste de visie aan bod en in navolging hierop de verordening. De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2009 is de Omgevingsvisie en -verordening 2009 vastgesteld. Naar aanleiding van monitoring en evaluaties is de Omgevingsvisie en - verordening op onderdelen geactualiseerd. De Actualisatie Omgevingsvisie en - verordening is op 3 juli 2013 vastgesteld door Provinciale Staten en is op 1 september 2013 in werking getreden. Gemeente Steenwijkerland Blad 15 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden.
Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik bij bebouwing door hantering van de zogenaamde ‘SER-ladder’; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; hierbij is afstemming tussen gemeenten over woningbouwprogramma’s en bedrijfslocaties noodzakelijk; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria.
In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is 3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te beoordelen of een willekeurige ruimtelijke ontwikkeling inpasbaar is binnen het provinciale beleid dient de gewenste ontwikkeling te worden getoetst op basis van het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. generieke beleidskeuzes; 2. ontwikkelperspectieven; 3. gebiedskenmerken. Gemeente Steenwijkerland Blad 16 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 Fig. 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn.
In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. ‘SER -ladder’ gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones etc. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.
Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
Gemeente Steenwijkerland Blad 17 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. 3.2.3.1 Generieke beleidskeuzes Uit de afweging in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' blijkt dat met name artikel 2.1.4 (Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5, lid 1 (Ruimtelijke kwaliteit) en artikel 2.1.6, lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) in dit geval van toepassing is. Artikel 2.1.4: Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in andere dan stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 1. dat (her)benutting van bestaande bebouwing in de groene omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; 2. dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optima al zijn benut.
In dit geval biedt het huidige erf onvoldoende ruimte om de nieuwe stal te realiseren. Door medewerking aan de gevraagde Wabo-procedure is het mogelijk om de nieuwe stal en sleufsilo’s te realiseren. Het gebruik van verspreid liggende agrarische opstallen is zowel vanuit het oogpunt van de agrariër als vanuit het oogpunt van dierwelzijn niet gewenst. Voor de agrariër is het vanuit het oogpunt van een (kosten)efficiënte en doelmatige bedrijfsvoering niet gewenst op verschillende locaties verspreid liggende opstallen te hebben. Daarnaast is wijziging/ vergroting direct grenzend aan de bestaande locatie vanuit ruimtelijk, functioneel en landschappelijk oogpunt het meest verantwoord gebleken. Gezien het vorenstaande wordt dan ook geconcludeerd dat deze ruimtelijke onderbouwing in overeenstemming is met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5, lid 1: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In verband met de voorgenomen vergroting van het agrarisch bedrijfsperceel is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. In hoofdstuk 2 is dit plan reeds toegelicht.
De beplantingskeuze en de locatie van de aanplant is mede gebaseerd op de geldende gebiedskenmerken, één en ander blijkt onder meer uit het vervolg van dit hoofdstuk. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in deze ruimtelijke onderbouwing Gemeente Steenwijkerland Blad 18 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5, lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.3.2 Ontwikkelperspectieven. Binnen de Omgevingsvisie zijn zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de Groene en Stedelijke omgeving. Met dit spectrum wordt ruimte gegeven voor het realiseren van de beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Hieronder is de kaart weergegeven die geldt voor het ontwikkelperspectief. Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief “Buitengebied - accent productie” met de aanduiding “Schoonheid van de moderne landbouw”. Fig. 3.2: Uitsnede verbeelding van de ontwikkelingsperspectieven Deze gebieden zijn primair gebieden voor de landbouw die bijdragen aan de kwaliteit van de open cultuurlandschappen. Het omvat de gebieden waar het ruimtelijk raamwerk van lanen, waterlopen, bebouwingslinten en bosstroken optimaal in harmonie is met de schaalvergroting van de landbouw.
De beleidsambitie is gericht op het behoud van de herkenbaarheid van deze verschillende landschappen ten opzichte van elkaar en het accentueren van de verschillen en contrasten binnen deze landschappen. Het voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in een ontwikkeling dat in strijd is met de beheersverordening. Het ontwikkelingsperspectief "Buitengebied - accent productie” met de aanduiding “Schoonheid van de moderne landbouw" verzet zich niet tegen de gevraagde ontwikkeling. 3.2.3.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch - cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.
Gemeente Steenwijkerland Blad 19 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 1. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is ontstaan doordat abiotische processen – zoals ijs- wind- en waterstromen, erosie en sedimentatie – en biotische processen – zoals vestiging van plant- en diersoorten – inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Op basis van de kaart ‘natuurlijke laag’ geldt het volgende. Fig. 3.3: Uitsnede van de “natuurlijke laag” De natuurlijke laag van het plangebied is 'laagveengebieden in cultuur gebracht'. De provincie Overijssel is in deze gebieden gericht op het behoud van het veenpakk et. Het waterpeil is hier niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is. De ontwikkelingen in het plangebied doen geen afbreuk aan het veenpakket en hebben geen invloed op het waterpeil. 2. Laag van agrarisch cultuurlandschap In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Het aanzien van ruim twee derde van het oppervlak van Overijssel wordt bepaald door het agrarisch gebruik. Fig. 3.4: Uitsnede van de “agrarisch cultuurlandschap”
Gemeente Steenwijkerland Blad 20 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 De ambitie van de provincie Overijssel is om de cultuurhistorische kwaliteiten van het laagveenlandschap zo veel als mogelijk in stand te houden en beleefbaar te make n. Als er ontwikkelingen plaatsvinden in de laagveenontginningen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van het lint als karakteristieke bebouwingsstructuur. Veel laagveengebieden zijn ontgonnen en deels ontveend. Dat heeft geleid tot veenontginningslandschappen met een karakteristieke maat en schaal van de ruimte. Het slotenpatroon en, waar aanwezig, de houtsingels accentueren deze ruimtelijke structuur. De ontwikkeling heeft geen consequenties voor de karakteristiek e n structuur van het landschap. Er worden extra sloten aangelegd en het geheel wordt voorzien van een gedegen, landschappelijke inpassing zoals die hoort bij het gebied. 3. Stedelijke laag In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Het plangebied wordt niet aangegeven op de 'stedelijke laag' van de Omgevingsvisie. 4.
Lust- en leisurelaag Met de natuurlijke laag, de laag van het agrarisch cultuurlandschap en de stedelijke laag is het spectrum voor ruimtelijke kwaliteit nog niet compleet. Aan de (relatieve) autonomie van de natuurlijke processen in de natuurlijke laag, het ‘nut’ van het agrarisch cultuurlandschap en de sociale en functionele dynamiek van de stedelijke laag voegt de laag van de lust- en leisurelandschappen de dimensie van het welbehagen, het plezier, de trots en de beleving toe. Deze laag is het domein van de belevenis, betekenis en identiteit. De lust- en leisurelaag voegt eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes, maar benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Fig. 3.5: Uitsnede van de “Lust- en leisurelaag” Op basis van de kaartlaag is hier sprake van zogeheten ‘donkerte’. In dit gebied dient het gebruik van kunstlicht tot een minimum beperkt te blijven. Ten aanzien van h et aspect donkerte is in voorliggend geval van belang dat het agrarisch bedrijfsperceel wordt vergroot. In de Omgevingsverordening Overijssel zijn ten aanzien van het aspect donkerte geen normen opgenomen.
Gemeente Steenwijkerland Blad 21 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 Rekening zal worden gehouden met de mate van gebruik van kunstlicht. Binnen het agrarisch bedrijf zal bij het gebruik van kunstlicht zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de ligging in gebied aangewezen als ‘donkerte’. Geconcludeerd wordt dat de ‘Lust- en leisurelaag’ zich niet verzet tegen het voornemen. 3.2.3.4 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) Het gaat hier om een relatief gezien kleine uitbreiding ten opzichte van de bestaande situatie. Wel wordt het bouwvlak groter dan 1,5 hectare. Bij ontwikkelingen waarbij een agrarisch bouwvlak groter wordt dan 1,5 hectare is de KGO van toepassing. Artikel 2.1.6. Kwaliteitsimpuls Groene omgeving Bestemmingsplannen voor de groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.
Het blijkt dat het gaat om een initiatief dat voldoet aan generiek beleid, ontwikkelingsperspectief en sociaal economische ontwikkeling. Het gaat hier om een ontwikkeling die qua schaal als grootschalig wordt gezien aangezien het agrarisch bouwperceel groter wordt dan 1,5 ha. Naar aanleiding hiervan is de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving van toepassing en moet naast de ruimtelijke inpassing op basis van de gebiedskenmerken een aanvullende kwaliteitsimpuls gedaan worden. Het plan betreft uitbreiding van een bestaande, gebiedseigen functie. De impact van de geplande uitbreiding op de omgeving is relatief beperkt. Te meer omdat het gebied qu a ontwikkelingsperspectief speciaal aangewezen is voor verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw. Dit in combinatie met verduurzaming. Algemeen geldt het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Hierbij is een goede ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling de basisinspanning. Hiertoe volstaat het door partijen besproken inrichtingsplan zoals opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing. Gelet op de geringe impact op de omgeving kan volstaan worden met een relatief beperkte aanvullende Kwaliteitsimpuls. De ondernemer kiest er voor als extra Kwaliteitsimpuls vooral in te zetten op een duurzame bedrijfsvoering.
De volgende maatregelen worden bij de ontwikkeling direct meegenomen: Alle opslag van drijfmest is gesitueerd onder de bestaande stal en onder de te realiseren stal. Er zullen geen mestsilo’s worden gebouwd zowel binnen als buiten het aan te vragen bouwblok. Op de plek waar de nieuwe silo’s voor de opslag van kuilvoer zijn geprojecteerd zal ook naar de toekomst toe geen gebouw worden gerealiseerd. In de nieuw te bouwen stal zal een emissiearme vloer worden geplaatst welke verder gaat dan de eis uit het besluit emissiearme huisvesting. De eis uit dit besluit is 11 kg/dp/jr. De vloer welke wordt geplaatst heeft een emissie van 6,0 kg/dp/jr. (A1.9). Tevens wordt de nieuwe stal voorzien van dakisolatie en een computer gestuurd klimaatsysteem. Gemeente Steenwijkerland Blad 22 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 De stal verlichting is energiezuinig en bestaat uit Led verlichting. Er is een frequentie gestuurde installatie op de vacuümpomp en melkpom p om het energieverbruik zo laag mogelijk te houden. Op de melkkoelmachine wordt een warmte terugwininstallatie geplaatst en de teruggewonnen warmte wordt binnen het bedrijf hergebruikt. Binnen het bedrijf wordt momenteel al gebruik gemaakt van een geschei den afvoersysteem voor regenwater en perssappen bij de kuilvoeropslagen.
Dit systeem voorkomt eutrofiëring van het oppervlaktewater. Aanvullend heeft de ondernemer de intentie om naar de toekomst toe geheel klimaatneutraal te gaan ondernemen. Dit wil zeggen dat zonnepanelen en collectoren met boiler zullen worden geplaatst. Tevens zullen de bestaande asbestdaken worden vervangen door niet asbesthoudende panelen. De planning van deze stappen hangt mede af van het bedrijfseconomisch resultaat de komende jaren. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 De gemeente Steenwijkerland heeft de Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 (2009) ontwikkeld. Deze visie bevat een integrale visie op de ontwikkeling van de gehele gemeente tot 2030. De visie gaat uit van het koesteren en versterken van bestaande kwaliteiten. Daarbij gaat het om de kwaliteiten van de landschappen, de stad en de overige kernen en de potenties van het gebied. In de visie wordt gesteld dat Steenwijkerland een streekfunctie voor wonen, werken en voorzieningen heeft. Een van de belangrijkste uitgangspunten van de Toekomstvisie is dat de kwaliteit van Steenwijkerland leidend is voor de toekomstige ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van Steenwijkerland. Binnen dit uitgangspunt is de ontwikkelingsruimte voor wonen, werken en recreëren onderzocht.
Gebleken is dat er voldoende ruimte beschikbaar is om te kunnen voorzien in de behoeften van de toekomstige bewoner, werknemer en recreant. De toekomstvisie biedt eveneens perspectief voor de plattelandseconomie. In de belangrijkste landbouwontwikkelingsgebieden blijft alle ruimte aanwezig voor de agrarische sector. Daarnaast zijn koppelingen mogelijk tussen plattelandseconomie en de vrijetijdseconomie. Voor het plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan. De ontwikkeling is in elk geval niet strijdig met het gemeentelijk beleid. 3.3.2 Beleidsnotitie bestemmingsplan Buitengebied Voorafgaand aan de actualisatie van bestemmingsplan Buitengebied is de Beleidsnotitie op 27 maart 2012 vastgesteld met een richtinggevend kader voor ontwikkelingen in het buitengebied. De Beleidsnotitie fungeert als beleidskader naast de Beheersverordening Buitengebied, waarin uitsluitend het bestaand planologisch regime is vastgelegd. Hieronder is weergave gedaan van de belangrijkste criteria en uitgangspunten voor het agrarisch bouwperceel. Tevens wordt hierin verwoord hoe deze uitgangspunten in algemene zin dienen door te werken in voorliggende ruimtelijke onderbouwing.
Gemeente Steenwijkerland Blad 23 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 De breedte van de plattelandseconomie in Steenwijkerland (veehouderij, rietteelt, visserij, natuurbeheer, tuinbouw, grondstoffen/energie, zorglandbouw, etc.) is voor Steenwijkerland de kracht van het gebied. Vanuit het economisch perspectief ligt de prioriteit bij de ontwikkeling van de bestaande agrarische bedrijven. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen vormen van grondgebonden landbouw, zoals akkerbouw of veeteelt. Uitgangspunt De hoofdlijn voor het landbouwbeleid is gericht op het behouden en versterken van de economische positie en de maatschappelijke betekenis voor de kwaliteit van de omgeving. Hierbij is het beleid met name gericht op schaalvergroting, uitbreiding, verbreding en verdere professionalisering van de agrarische sector. Uitgangspunt Bedrijfsbebouwing concentreren binnen of aansluitend aan het bouwvlak. Bij uitbreiding van agrarische bedrijven sturen op ruimtelijke kwaliteit. Dit vraagt om ruimtelijke randvoorwaarden bij ontwikkelingen die effect hebben op de omgeving.
Ruimtelijke afweging uitbreidingsmogelijkheden Uitbreiding van agrarische bedrijven is alleen toegestaan na een ruimtelijke afweging en onder voorwaarde dat de agrarische bedrijven een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving middels inpassing en kwaliteitsverbetering. Uitgangspunt is een zo compact mogelijk agrarisch bouwperceel. Agrarische bedrijven die uitbreiden moeten aantonen op welke wijze ze een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de omgeving. De gemeente Steenwijkerland past hiermee het ‘ja, mits-principe’ toe wat inhoudt dat, mits de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten in het buitengebied behouden of versterkt worden, ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. De volgende randvoorwaarden worden onder andere geformuleerd: De wijziging ten behoeve van vergroting van de agrarische bedrijfskavel mag alleen plaatsvinden op aangrenzende (agrarische) gronden. Bedrijfsbebouwing concentreren binnen of aansluitend aan het bouwvlak. Bij uitbreiding van agrarische bedrijven sturen op ruimtelijke kwaliteit. Dit vraagt om ruimtelijke randvoorwaarden bij ontwikkelingen die effect hebben op de omgeving. Ter voorkoming van (hemel)waterproblematiek dienen de effecten op de waterhuishouding in beeld te zijn gebracht (watertoets).
De uitbreiding leidt niet tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, natuurlijke, ecologische, cultuurhistorische en visueel landschappelijke waarden. Er vindt een kwaliteitsverbetering plaats door een goede ruimtelijke inpassing van de (nieuwe) bebouwing, waarbij is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in de notitie RKB. De uitvoerbaarheid, waaronder toelaatbaarheid en maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid, is aangetoond. Er wordt in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte op eigen erf. Het goede woon- en leefklimaat ter plaatse blijft gewaarborgd. Gemeente Steenwijkerland Blad 24 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 Er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Er wordt in voorliggend plan voldaan aan de genoemde randvoorwaarden. De vergroting van het bedrijf vindt plaats op direct aangrenzende (agrarische) gronden. De bedrijfsbebouwing wordt geconcentreerd gerealiseerd. Tevens is een inpassingsplan opgesteld ten behoeve van het sturen op de ruimtelijke kwaliteit, deze is akkoord bevonden door de gemeente. De effecten op water zijn voldoende in beeld gebracht, dit is na te lezen in paragraaf 4.12. Ook is in hoofdstuk 4 van deze onderbouwing in voldoende mate aangetoond dat de uitbreiding verenigbaar is met de verschillende omgevingsonderzoeken.
3.3.3 Welstandsnota De gemeente Steenwijkerland wil zorgvuldig omgaan met de bebouwing in de gemeente. Zij wil ook haar inwoners inspireren en stimuleren zorgvuldig om te gaan met verbouwingen aan hun gebouwde eigendommen. De welstandsnota, vastgesteld 3 april 2004, biedt de inwoner en de aanvrager van een bouwaanvraag inzicht en verheldering over de beoordeling van (zijn of haar) bouwplannen. In de welstandsnota wordt beschreven hoe de gemeente om wil gaan met de gebouwde omgeving en op welke aspecten en criteria de welstandscommiss ie zich daarbij baseert. Als laatste, maar zeker niet als minste, biedt deze welstandsnota voor de welstandscommissie een beoordelingskader. De gemeente is in gebieden ingedeeld en per gebied ziet u de criteria waarop de welstandscommissie haar adviezen baseert. Deze criteria worden voorafgegaan door een beschrijving van het gebied en de algemene beleidskeuzes die door de gemeente voor het gebied zijn vastgesteld. Het plangebied is gelegen in het gebied “Laagveenlandschap - Inpoldering met Scheerwolde”. Daar horen een aantal gebiedskenmerken bij die vertaald zijn naar beleid en criteria, waaronder één algemeen criterium dat geldt in alle gebieden: Bij nieuwbouw, wijziging en uitbreidingen dient de architectonische kwaliteit minimaal gelijkwaardig te zijn aan de bestaande architectonische kwaliteit.
Het welstandsbeleid is uitgewerkt in de gebiedsgerichte welstandscriteria. Naast de gebiedsgericht criteria kunnen ook meer objectgerichte criteria of specifieke criteria gelden. Voor het project zijn de volgende criteria van belang. Welstandsbeleid – verantwoording In dit gebied zijn de boerderijen en de bijbehorende erven sterk bepalend voor de karakteristiek van het gebied. Alleen in Scheerwolde is meer diversiteit in bebouwing. De karakteristieken van de oorspronkelijke bebouwing dienen dan ook zoveel mogelijk te worden behouden. Scheerwolde is in korte tijd ontstaan met een eenduidig en nu nog herkenbaar stedenbouwkundig plan. De bebouwing en de stedenbouwkundige setting vormen een eenheid. Niettemin zijn nieuwe invullingen hier goed mogelijk mits de structuur wordt gerespecteerd. Gemeente Steenwijkerland Blad 25 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 Welstandbeleid – polder 1) Bij verbouwingen en uitbreidingen aan de oorspronkelijke boerderijen dienen de bebouwingskarakteristieken zoals die in de gebiedsbeschrijving zijn omschreven te worden behouden. 2) Bij nieuwbouw, vervanging en grote uitbreidingen aan andere bestaande gebouwen dienen de bebouwingskarakteristieken te worden gerespecteerd. 3) Uitbreiding van de woonfunctie in een bestaande of voormalige boerderij mag niet ten koste gaan van de uiterlijke verschijningsvorm.
Welstandscriteria – polder Situering 1) Bouwplannen aan of bij de oorspronkelijke boerderijen dienen gesitueerd te worden conform de bestaande karakteristieken zoals in de gebiedsbeschrijving beschreven. 2) De overige hoofdbebouwing dient in ieder geval op de weg of in de verkavelingrichting te worden georiënteerd. 3) Bijgebouwen zijn ten opzichte van het hoofdgebouw zodanig gesitueerd dat zij met elkaar een samenhangend geheel vormen. Vormgeving 1) Bij bouwplannen aan of bij de oorspronkelijke boerderijen dienen de bebouwingskarakteristieken zoals in de gebiedsbeschrijving beschreven te worden behouden. Daarbij is in ieder geval relevant: het boerderijtype, de dakvorm, schaal en maat. 2) Bij de overige bebouwing zijn geringe afwijkingen van de karakteristieken mogelijk. 3) Uitbreidingen dienen daarbij te worden afgestemd op het bestaande gebouw en daarmee te harmoniëren. 4) De plaats, afmetingen en verhoudingen van de raam- en deuropeningen dienen goed op elkaar afgestemd te zijn. 5) Bij uitbreiding van de woonfunctie in een bestaande of voormalige boerderij dient in ieder geval het onderscheid tussen woon- en bedrijfsgedeelte herkenbaar te blijven. Detaillering, kleuren en materialen 1) Er dienen kleuren toegepast te worden conform de gebiedsbeschrijving.
2) Er dienen materialen te worden toegepast gelijk aan of aansluitend bij de in de gebiedsbeschrijving genoemd materialen. Gemeente Steenwijkerland Blad 26 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 4 Hoofdstuk 4 Omgevingsfactoren Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op de omgeving. Anderzijds kan ook de zichtbare en soms niet zichtbare omgeving van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van de voorgenomen plannen. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven. Daarnaast wordt per omgevingsfactor beoordeeld wat de invloed op het plan kan zijn. 4.1 Archeologie Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. Er is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
De gemeentelijke archeologische beleidskaart geeft ten aanzien van het plangebied geen eenduidig uitleg over de te verwachten archeologische verwachting. Het plangebied is een grensgeval tussen lage en hoge archeologisch verwachting, zoals op onderstaande kaarten is weergegeven. Fig. 4.1:Uitsnede archeologische beleidskaart met legenda “voorschriftencategorie” De gemeente Steenwijkerland heeft haar archeologie beleid ook doorvertaald in de beheersverordening “Buitengebied Steenwijkerland”. Op basis van de beheersverordening heeft het plangebied de dubbelbestemming “Waarde - Archeologische waarde 2”. Er geldt in dergelijke gebieden een onderzoeksplicht bij ontwikkelingen dieper dan 50 centimeter met een oppervlakte groter dan 2.500 m². Het bouwplan blijft onder de onderzoeknorm, nader onderzoek naar archeologie is niet nodig.
Gemeente Steenwijkerland Blad 27 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 4.2 Bodem Er dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient een bodemonderzoek te worden verricht. AvA Milieuonderzoek heeft in voorliggend geval ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten en conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar Bijlage 1 van deze toelichting. Kwaliteit bodem en herkomst verhoogde stoffen In de onderzochte grond zijn zintuiglijk en analytisch geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties aan kobalt en minerale olie. Barium is in een sterk verhoogde concentratie in het grondwater aangetoond. Zowel de licht verhoogde waarde aan kobalt als de sterk verhoogde waarden aan barium worden als van nature verhoogde achtergrondwaardes beschouwd. Van barium is bekend dat het in de regio veelal van nature licht tot plaatselijk sterk verhoogd in het grondwater aanwezig is. Ook kobalt kan onder invloed van het wat zurige grondwater van nature verhoogd in het grondwater worden aangetroffen.
De herkomst van de licht verhoogde waarde aan minerale olie in het grondwater is niet bekend. Eindconclusie Bij licht verhoogde gehalten zullen geen risico’s voor milieu en volksgezondheid voorkomen en hoeft in principe geen vervolgonderzoek plaats te vinden. Voor wat betreft de gemeten sterk verhoogde concentratie aan barium, is het uitvoeren van nader onderzoek, gezien de veronderstelde natuurlijke herkomst, eveneens niet nodig. Met de gevolgde onderzoeksstrategie is de algemene milieuhygiënische kwaliteit ter plaatse van de bouwlocatie op het perceel naar mening van AvA Milieuonderzoek voldoende vastgelegd en bestaan er geen bezwaren tegen de voorgenomen nieuwbouw van een stal op het onderzochte deel van het perceel Kooiweg 6 te Giethoorn. 4.3 Cultuurhistorie Modernisering Monumentenwet (MoMo) Per 1 januari 2012 is de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden die een verplichting inhoudt om in de toelichting van ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.
Wat cultuurhistorische waarden zijn volgt uit de Memorie van Toelichting bij het Bro: "Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal als beschermd monument of Gemeente Steenwijkerland Blad 28 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken" Het begrip cultuurhistorie heeft drie aspecten: 1. Historische (stede)bouwkunde / bovengrondse monumentenzorg; bijvoorbeeld kastelen, kerken, oude boerderijen of landhuizen, maar ook stedenbouwku ndige elementen als beschermde stads- of dorpsgezichten; 2. Archeologie; sporen en vondsten van menselijk handelen in het verleden in de bodem zijn achtergebleven, bijvoorbeeld potscherven, resten van voedselbereiding, graven, maar ook verkleuringen in de grond die duiden op bewoning of infrastructuur. Een verzamelterm hiervoor is 'archeologische waarden'.
Alle archeologische waarden bij elkaar zijn het 'bodemarchief'. Deze sporen kunnen zich ook onder water bevinden zoals bijvoorbeeld verdronken nederzettingen of scheepswrakken; 3. Cultuurlandschap/historische geografie: alle landschappelijke elementen die het gevolg zijn van menselijk handelen in het verleden, bijvoorbeeld verkavelingspatronen, pestbosjes, landgoederenzones of ontginningsassen. Cultuurhistorische inventarisatie Om te beoordelen of er cultuurhistorische waarden in en nabij het plangebied zijn is gebruik gemaakt van de Atlas van Overijssel. Er is daarbij beoordeeld of er ter plaatse monumenten aanwezig zijn. Dat is niet het geval. Wel is er sprake van een cultuurhistorisch waardevol landschap, te weten ‘droogmakerij’ en is er sprake van de cultuurhistorische regio’s Kop van Overijssel en deelgebied Wieden en Weerribben. Onderstaand is dat zichtbaar gemaakt. Fig. 4.2: Uitsnede van de cultuurhistorische regio en deelgebied Vanuit de droogmakerij zijn de aanwezige gemalen en de rationele verkaveling typische kenmerken van het gebied. De rationele verkaveling wordt als gevolgd van voorliggend plan niet aangetast.
Gemeente Steenwijkerland Blad 29 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 De cultuurhistorische regio Kop van Overijssel ligt in het noordwesten van de provincie Overijssel. In het noorden vormt de provinciegrens met Friesland de grens van de regio, in het oosten die met Drenthe. Het Meppelerdiep en het Zwarte water zijn de zuidoostelijke en zuidelijke grenzen, in het westen de kust van de voormalige Zuiderzee. Het landschap in deze regio kenmerkt zich door keileemheuvels, veengebieden en droogmakerijen. Voorliggend plan doet hier geen afbreuk aan. 4.4 Ecologie Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Natuurbeschermingswet en de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Soortenbescherming komt voort uit de Flora- en faunawet. Gebiedsbescherming In de Natuurbeschermingswet is de bescherming van gebieden geregeld. Bij de gebiedsbescherming spelen de volgende aspecten: beschermde Natuurmonumenten; Natura 2000-gebieden (vogel- en habitatrichtlijngebieden): de Europese Unie heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote biologische, esthetische en economische waarde is. Om deze natuur te behouden heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000.
Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden; Ecologische Hoofdstructuur (EHS): de EHS is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. De EHS kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Hierna is de eventuele ligging van bovengenoemde natuurgebieden weergegeven, waarbij het plangebied centraal in de oranje cirkel ligt en eventuele waardevolle gebieden binnen een straal van 3 kilometer rondom het plangebied zijn weergegeven. Fig. 4.3: Uitsnede van de kaartmachine “natuurgebieden”
Gemeente Steenwijkerland Blad 30 van 40 Ruimtelijke onderbouwing Februari 2017 Kooiweg 6 Giethoorn Versie 02 Er zijn in de directe nabijheid (3 km) van het plangebied meerdere natuurgebieden aanwezig. Het plangebied ligt zelf niet in een EHS of andere soortig natuurgebied. Van de geselecteerde natuurgebieden liggen de EHS, Weerribben (Natura 2000), Wieden (Nationaal Park, Natura 2000 en Wetland) op ca. 900 meter ten zuidoosten van het plangebied. Ook ten westen van het plangebied zijn deze natuurgebieden gelegen, echter op grotere afstand van het plangebied. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurwaarden, kan worden gesteld dat het initiatief geen significantie gevolgen heeft voor de natuurwaarden in de omgeving. Soortenbescherming Naast de gebiedsbescherming is er ook nog de zogeheten ‘soortenbescherming’ uit de Flora- en faunawet. De Flora- en faunawet is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Ongeveer 500 van de 36.000 soorten die in Nederland voorkomen vallen onder de bescherming van deze wet. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Flora- en faunawet een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan. Bureau Bakker heeft een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd. In het rapport d.d. 20 oktober 2016 staan de volgende conclusies.