9.0 Informatienota 2024 - 56 - Jeugdconsulenten bij de Huisartsenpraktijk
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_007721/37 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Vergadering van 19 november 2024 Beleid en Uitvoering - Team Samenleving 11 2024_B&W_00772 Informatienota over jeugdconsulenten bij huisartsenpraktijk Samenstelling: Aanwezig: Rob Bats, burgemeester en voorzitter; M. Smit, wethouder; T. Jongman, wethouder; Bram Harmsma, wethouder; Marcel Scheringa, wethouder; M.W. de Graaf, gemeentesecretaris Samenvatting Onze gemeente heeft het lectoraat jeugd van hogeschool Windesheim gevraagd om vanuit de Regionale Kenniswerkplaats Jeugd IJsselland (RKJ IJsselland) onderzoek te doen naar de inzet van de jeugdconsulent bij de huisartsenpraktijk. Het onderzoek vond plaats bij het gezondheidscentrum De Allee in Steenwijk. De centrale vraag van het onderzoek was: “In welke mate draagt de inzet van een jeugdconsulent bij de huisarts in de gemeente Steenwijkerland bij aan het verminderen van doorverwijzingen naar de geïndiceerde jeugdhulp en het normaliseren?” Conclusies uit het onderzoek zijn: •Door de inzet van de jeugdconsulent wordt snelle en laagdrempelige hulp geboden waardoor doorverwijzing naar specialistische jeugdzorg minder nodig is. •De inzet van de jeugdconsulent draagt bij aan passende zorg en houdt betrokkene ook na een doorverwijzing in beeld.
•Er wordt door de gemeente meer grip gehouden op het aantal doorverwijzingen (zowel inhoudelijk als financieel) •De wachtlijsten worden korter en de huisartsen worden ontlast. Aanbevelingen om de werkwijze te verbeteren zijn: •Maak verwachtingen helder over de werkwijze van de jeugdconsulent en de Praktijkondersteuner bij de Huisarts (POH-er) GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg) Jeugd bij alle betrokkenen. •Maak bij uitbreiding van de werkwijze naar andere praktijken (werk)afspraken rond triage met jeugdconsulent en POH-er GGZ Jeugd. Informatienota College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_007722/37 Inleiding We hebben onderzoek laten doen naar de resultaten en effecten van de inzet van jeugdconsulenten bij een gezondheidscentrum waar drie huisartsen gevestigd zijn. U bent als raad hierover geïnformeerd en de toezegging is gedaan om de uitkomsten van dit onderzoek met u te delen. Het onderzoek richtte zich primair op de ervaringen met de jeugdconsulent, maar ook de ervaringen met de POH-GGZ Jeugd zijn aan bod gekomen. Vanuit verschillende perspectieven zijn deze ervaringen in beeld gebracht: huisartsen, jeugdconsulent, POH-GGZ Jeugd en ouders en jongeren zelf. Binnen het onderzoek is het gedachtengoed van het normaliseren*, het gewone leven, als uitgangspunt genomen.
*Met normaliseren wordt bedoeld: het minder ‘labelen’ van kinderen en jongeren (wat samenhangt met minder doorverwijzingen); opvoedvragen worden pedagogisch benaderd (kijkend naar de context) en minder vanuit zorg en gezondheid. Kernboodschap Sinds een aantal jaren investeert de gemeente Steenwijkerland in het enkele uren per week bij een huisarts inzetten van een professional met expertise over de jeugdhulp (POH-Jeugd GGZ en jeugdconsulent). Dat heeft over het algemeen drie doelen: 1. Het ondersteunen van de huisarts bij beslissingen rond de inzet van passende zorg. 2. Het, afhankelijk van eigen kennis en ervaring, bieden van snelle hulp bij de huisarts in korte trajecten. 3. Het voorkomen van (onterechte/onnodige) verwijzingen naar de specialistische jeugdhulp. Het lectoraat jeugd van Hogeschool Windesheim is gevraagd om onderzoek te doen naar de inzet van de jeugdconsulent bij de huisartsenpraktijk. Het onderzoek heeft plaatsgevonden bij het gezondheidscentrum De Allee in Steenwijk, waar drie vaste huisartsen gevestigd zijn. Vanaf medio 2023 wordt gewerkt met de inzet van de jeugdconsulent. De POH-er GGZ Jeugd is sinds 2022 werkzaam bij deze huisartsenpraktijk.
De centrale vraag van het onderzoek was “In welke mate draagt de inzet van een jeugdconsultent bij de huisarts in de gemeente Steenwijkerland bij aan het verminderen van doorverwijzingen naar de geïndiceerde jeugdhulp en het normaliseren?” Het onderzoek leverde de volgende inzichten op: •De jeugdconsulent heeft net als de POH-er GGZ Jeugd ruimte om laagdrempelige ondersteuning te bieden. Als kinderen en jongeren naar de jeugdconsulent worden verwezen kan worden bijgedragen aan normaliseren en minder doorverwijzen naar geïndiceerde jeugdhulp. •De huisartsen zien naast de inzet van POH-GGZ Jeugd het als meerwaarde dat de jeugdconsulent kan focussen op problematiek vanuit het gezinssysteem. •Huisartsen zien mogelijkheden om nog breder in te zetten op preventie door: - jeugdconsulenten ook op andere plekken in te zetten, en - partners te laten verwijzen naar de jeugdconsulent voor laagdrempelige ondersteuning. Vanuit het onderzoek worden ook een aantal aanbevelingen meegegeven. Dit zijn zowel aanbevelingen om de huidige werkwijze te verbeteren als aanbevelingen om deze werkwijze te laten groeien naar andere of meerdere locaties: •Om de werkwijze zo goed mogelijk te laten slagen, is het belangrijke dat de (waarnemend) huisartsen, jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd elkaar goed kennen.
Dat betekent dat ze op de hoogte zijn van elkaars expertise, rollen en taken, zodat ze goed gebruik kunnen maken College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_007723/37 van de mogelijkheden. Hiervoor kunnen gezamenlijke overleggen en afstemmingsmomenten ingepland worden. •Het is aan te bevelen om de toeleiding van kinderen en jongeren naar de jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd eenduidig te maken. Het is belangrijk om een duidelijke keuze te maken of de jeugdconsulent wordt ingezet voor triage en wie wanneer naar welke professional wordt doorverwezen. Dit wordt makkelijker als iedereen elkaar goed kent. •Tot slot is het belangrijk dat de (waarnemend) huisartsen zich committeren aan het werken met de inzet van een jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd. Ze moeten de tijd nemen om zich te verdiepen in de mogelijkheden, afstemming opzoeken en goede afspraken onderling maken. Consequenties voor de gemeente We nemen de aanbevelingen uit het rapport van het RKJ IJsselland mee om de huidige werkwijze te verbeteren en deze te laten groeien naar andere of meerdere locaties. Communicatie De uitkomsten van het onderzoeksrapport is met de betrokken huisartsen en POH-er GGZ jeugd besproken. Ze herkennen de onderzoeksresultaten en werken graag mee om de aanbevelingen toe te passen.
Vervolg We willen toewerken naar de situatie waarin in huisartsenpraktijken zowel de POH-er Jeugd GGZ werkzaam als ook een jeugdconsulent aanwezig/beschikbaar is. Hierin zal verbinding worden gemaakt met afspraken vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Besluit In te stemmen met de informatienota over de uitkomsten van het onderzoek naar de inzet van jeugdconsulenten bij de huisartsenpraktijk. Bijlagen 1. RKJ Eindrapportage Steenwijkerland.pdf 1 RKJ IJsselland Inzet jeugdconsulent bij de huisarts in Steenwijk Een verkennend onderzoek College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_007724/37 22 klikbaar Inhoud Inleiding 3 Aanleiding van het huidige onderzoek 4 Aanpak van het huidige onderzoek 6 Methodologie 7 Literatuuronderzoek en contextverkenning 7 Praktijkverkenning 8 Literatuurverkenning 10 Praktijkverkenning 16 Context 16 Aanleiding inzet POH-GGZ Jeugd en jeugdconsulent 18 Praktijk inzet jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd 20 Onderscheid jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd 22 Samenwerking 24 Bevorderende en belemmerende factoren 25 Verbeterpunten en wensen 27 Conclusie en discussie 28 Bevorderende en belemmerende factoren 29 Normaliseren 30 Betrokkenheid bij het onderzoek 30 Aanbevelingen 31 Referenties 32 College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_007725/37 3 Inleiding De gemeente
Steenwijkerland heeft het lectoraat jeugd van hogeschool Windesheim gevraagd om vanuit de Regionale Kenniswerkplaats Jeugd IJsselland onderzoek te doen naar de inzet van de jeugdconsulent bij de huisarts. Het thema van de RKJ IJsselland is: Samen normaliseren. De RKJ IJsselland zoekt samen met jongeren, ouders en professionals uit wat de betekenis is van doelstellingen in de jeugdwet als: normaliseren, ontzorgen en de-medicaliseren. Het doel is om kennis op te halen over deze onderwerpen en deze te vertalen naar concrete producten die gebruikt kunnen worden bij het maken van nieuw jeugdbeleid. Er wordt gekeken hoe dit kan worden ingezet in de directe leefomgeving van jongeren en hun gezinnen. En hoe professionals dit kunnen integreren in hun dagelijkse handelingspraktijk. Binnen het onderzoek voor de gemeente Steenwijkerland nemen we het gedachte- goed van het normaliseren, het gewone leven, als uitgangspunt. Wat we zien is dat de druk op de jeugdhulp de afgelopen jaren alleen maar is toegenomen, ook in de gemeente Steenwijkerland. Het aantal jongeren dat (intensieve) hulp nodig heeft is gestegen, de wachttijd voor hulp is langer geworden en twee op de drie gemeenten komen geldtekort voor jeugdzorg. Om de transformatiedoelen toch te realiseren krijgen gemeenten onder meer de aanbeveling meer te investeren in meer preven- tieve voorzieningen.
De verwachting is dat daarmee het beroep op gespecialiseerde zorg vermindert en kosten kunnen worden bespaard. We sluiten vanuit dit onderzoek ook aan bij belangrijke uitgangspunten van de Hervormingsagenda Jeugd. Eén van de preventieve voorzieningen in Steenwijkerland is de inzet van een jeugdconsulent bij de huisarts. De inzet van een jeugdprofessional bij de huisarts wordt in de literatuur gezien als een sterke eerstelijnsvoorziening waar kinderen, jongeren en hun ouders terecht kunnen met hun vragen, laagdrempelige onder- steuning wordt geboden en waar nodig intensievere hulp wordt ingeschakeld. Door een goede samenwerking tussen het wijkteam en de huisarts kunnen kinderen en jongeren dicht bij huis de hulp krijgen die ze nodig hebben en kan specialistische jeugdhulp tijdig ingezet worden (NJI,2020). De jeugdprofessional die aanwezig is in de huisartsenpraktijk en samenwerkt met huisartsen kent verschillende benamingen. Zoals POH-GGZ Jeugd, ondersteuner jeugd en gezin, jeugd- en gezinswerker, praktijkondersteuner jeugd of specialistische ondersteuner jeugd. In Steenwijkerland wordt gewerkt met een POH-GGZ Jeugd College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_007726/37 44 en een jeugdconsulent. Ook de achtergrond en positionering van deze professionals verschillen in de praktijk.
Zo kan deze professional expertise hebben op het gebied van jeugd-ggz, of juist veel werkervaring hebben in het lokale veld. De jeugdprofes- sional kan in dienst zijn bij een huisartsenpraktijk, wijkteam, gemeente of jeugdhulp- aanbieder (NJI, 2020). Aanleiding van het huidige onderzoek De huisarts wordt vaak gezien als eerste aanspreekpunt voor vragen, ook voor ouders en jongeren. De huisarts komt veel vragen tegen rondom opvoeden en opgroeien en heeft de mogelijkheid om door te verwijzen naar verschillende vormen van jeugdhulp. Binnen huisartsenpraktijk de Allee in Steenwijkerland was er een wens voor kortere lijnen met de GGZ vanwege de lange wachtlijsten en ook de beperkte tijd van de huisarts om te kunnen voldoen aan de behoeften van ouders en kinderen. Binnen de praktijk wordt ook gewerkt met een praktijkondersteuner GGZ voor volwassenen en vanuit die positieve ervaring is in 2018 bij de gemeente de vraag neergelegd voor een praktijkondersteuner GGZ Jeugd (POH-GGZ Jeugd). Deze is gekomen en daarop aanvullend werd later door de gemeente ook de optie van de jeugdconsulent geboden. Zij werken beiden 1 dag per week in de huisartsenprak- tijk. De gedachte is dat zij naast kortere lijnen met jeugdhulporganisaties ook zelf kortdurende hulp kunnen bieden waardoor doorverwijzing kan worden voorkomen.
Dit onderzoek richt zich primair op de ervaringen met de jeugdconsulent, maar ook de ervaringen met de POH-GGZ Jeugd komen daarbij aan bod. Vanuit verschillende perspectieven worden deze ervaringen in beeld gebracht; huisartsen, jeugdconsu- lent, POH-GGZ Jeugd en ouders en jongeren zelf. Naast ervaringen wordt gekeken in hoeverre de inzet van de jeugdconsulent en de POH-jeugd GGZ leidt tot minder doorverwijzen naar geïndiceerde jeugdhulp en in hoeverre hun inzet leidt tot meer normaliseren. Met normaliseren bedoelen we in dit onderzoek het minder ‘labelen’ van kinderen en jongeren (wat samenhangt met minder doorverwijzen) en daarmee ook dat opvoedvragen pedagogisch worden benaderd (dus kijken naar de context) en minder vanuit zorg en gezondheid.
College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_007727/37 5 De centrale vraag van het onderzoek “In welke mate draagt de inzet van een jeugdconsultent bij de huisarts in de gemeente Steenwijkerland bij aan het verminderen van doorverwijzingen naar de geïndiceerde jeugdhulp en het normaliseren?” Deelvragen Wat is er in de literatuur bekend over de inzet van jeugdhulp in de huisartsenpraktijk? Hoe ervaren huisartsen, de jeugdconsulent, POH-GGZ Jeugd, ouders en jongeren de inzet van jeugdhulp in de huisartsenpraktijk? Wat zijn bevorderende en belemmerende factoren? In hoeverre leidt de inzet van jeugdhulp bij de huisarts tot minder doorverwijzingen naar de geïndiceerde jeugdhulp? In hoeverre draagt de inzet van jeugdhulp bij de huisarts bij aan normaliseren? Welke aanbevelingen voor de praktijk zijn er om de inzet van jeugdhulp bij de huisarts te verbeteren? College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_007728/37 6 Aanpak van het huidige onderzoek Dit onderzoek is begonnen in september 2023 en heeft gelopen tot de zomer van 2024. In dit onderzoek is ervoor gekozen om te starten met een literatuur- verkenning en vervolgens is de praktijk verkend door middel van interviews, een vragenlijst onder jongeren en ouders en een aantal groepsbijeenkomsten met de betrokkenen.
Ook wordt de context van de huisartsenpraktijk meegenomen in de praktijkverkenning. In het volgende hoofdstuk worden de onderzoeksmethoden verder toegelicht. De resultaten van deze aanpak zijn beschreven in de hoofdstuk- ken daarna. De rapportage eindigt met conclusies, discussie en aanbevelingen voor de praktijk. College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_007729/37 7 Methodologie Dit onderzoek bestaat uit verschillende onderdelen: Literatuuronderzoek en contextverkenning — Betrokkenen bij het onderzoek Praktijkverkenning — Start- en eindbijeenkomst — Interviews — Vragenlijst voor ouders en jongeren — Analyse Literatuuronderzoek en contextverkenning Er is een literatuuronderzoek uitgevoerd om te kijken wat er al bekend is over de inzet van jeugdprofessionals in verschillende settingen en hoe dit samenhangt met normaliseren. Er is ook gezocht naar contextuele informatie die relevant is voor de werkwijze van de jeugdconsulent in de huisartsenpraktijk. Hierbij is er gekeken naar beschikbare gezondheidsdata, informatie op websites van de gemeente en partners en in beleidsstukken.
Betrokkenen bij het onderzoek Als direct betrokkenen bij het onderzoek rekenen we de huisartsen van De Allee, de praktijkmanager van de huisartsenpraktijk, de jeugdconsulent, de POH-GGZ Jeugd, de ambtenaar/opdrachtgever van de gemeente Steenwijkerland en de ouders en jeugdigen zelf. College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077210/37 8 Praktijkverkenning Start- en eindbijeenkomst Als aftrap van dit onderzoek hebben we een bijeenkomst georganiseerd voor alle betrokkenen. Hiervoor waren huisartsen, praktijkmanager, jeugdconsulent, POH-GGZ Jeugd en betrokken gemeenteambtenaren uitgenodigd. Tijdens deze bijeenkomst wilden we uitleg geven over hoe het proces van het onderzoek eruit gaat zien en de eerste input ophalen. De planning was om voor de contextverkenning een netwerkanalyse met de deelnemers van het onderzoek te doen. Het is niet gelukt om deze bijeenkomst uit te voeren zoals gepland. Er waren geen huisartsen aanwezig en ook de POH-GGZ Jeugd was er niet bij. Met de aanwezigen hebben we het onderzoeksproces besproken en zijn we kort ingegaan op relevante ont- wikkelingen in Steenwijk. Door de beperkte groep is het niet gelukt om de netwerk- analyse uit te voeren. Aan het einde van het onderzoek was het opnieuw de bedoeling om een gezamenlijke bijeenkomst te organiseren.
Dit keer om de tussentijdse resultaten te delen en met elkaar te bespreken. Op deze manier hoopten we onduidelijkheden te verhelderen en ook de deelnemers van het onderzoek zelf nieuwe inzichten te geven waar ze direct mee aan de slag konden. Het is toen opnieuw niet gelukt om genoeg mensen bij elkaar te brengen voor het organiseren van een zinvolle bijeenkomst. Zinvol hebben we gedefinieerd als aanwezigheid van verschillende betrokkenen en perspectieven. Interviews De volgende fase van het onderzoek was het uitvoeren van interviews met ver- schillende betrokkenen. Alle interviews zijn door twee onderzoekers uitgevoerd. We zijn begonnen met individuele interviews met de beleidsmedewerker jeugd van gemeente Steenwijkerland en de praktijkmanager van de huisartsenpraktijk. Beide interviews waren vooral om de context en aanleiding van de werkwijze duidelijk in kaart te brengen. Dit werd gevolg met een duo-interview met de jeugd- consulent en POH-GGZ Jeugd. De focus van dit gesprek was om van hen samen te horen over hun dagelijkse werk, hun ervaringen binnen de huisartsenpraktijk en het onderscheid tussen de twee verschillende professionals. Later zijn de ver- schillende huisartsen uitgenodigd voor een interview. Het was moeizaam om met hen een afspraak in te plannen vanwege hun dagelijkse praktijk maar uiteindelijk zijn drie van de vaste artsen geïnterviewd.
Na een eerste analyse zijn we daarna opnieuw teruggekomen bij de jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd om met hen nog individuele interviews in te plannen. Met de jeugdconsulent is dit gelukt. Met de POH-GGZ Jeugd niet. De insteek van het opnieuw interviewen van deze profes- sionals was om te horen over de ervaringen tijdens de tussenliggende maanden en om onduidelijkheden/discrepanties in de antwoorden van verschillende betrok- kenen op te helderen. Daarnaast had de gemeente Steenwijkerland in de tussen- tijd data gedeeld over de inzet van de jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd en wilden College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077211/37 9 we hier graag op doorvragen. Dit hebben we dus uiteindelijk alleen bij de jeugdcon- sulent kunnen doen. Alle interviews waren semi gestructureerd waarbij er gebruik werd gemaakt van vooraf opgestelde vragenlijsten gebaseerd op literatuur en afhankelijk van de functie van de geïnterviewde. Er is op basis van de antwoorden van de respondenten verder doorgevraagd op relevante onderdelen. Het grootste deel van de interviews is online via Microsoft Teams uitgevoerd. Vragenlijst voor ouders en jongeren Om een goed beeld te krijgen van de ervaringen met de inzet van een jeugdconsulent en de POH-GGZ Jeugd bij de huisartsenpraktijk willen we in dit onderzoek ook het perspectief van jongeren en ouders meenemen.
Tijdens een inventarisatie van de jeugdconsulent bleek dat jongeren en ouders terughoudend waren om een interview met ons te doen over hun ervaringen. Daarom is samen bedacht om twee korte vragenlijsten op te stellen. De eerste vragenlijst was voor jongeren boven de 16 jaar die ervaring hadden met de hulp van de jeugdconsulent of POH-GGZ Jeugd. De tweede vragenlijst is voor de ouders van jongeren onder de 16 jaar die hulp hebben ontvangen. De vragenlijsten zijn zo kort mogelijk gehouden zodat de kans op invullen het grootst was. Met de jeugdconsulent is afgestemd dat jongeren of ouders nog in de praktijk tijd zouden krijgen om de vragenlijst in te vullen. De vragen waren beschikbaar via een link en een QR-code. Ook de POH-GGZ Jeugd is gevraagd om jongeren en ouders de vragenlijst voor te leggen. Uiteindelijk hebben twee jongeren en één ouder de vragenlijst deels ingevuld. Dit is niet voldoende data om uitspraken over te doen en mee te nemen in de rapportage. Analyse Alle geïnterviewden hebben een toestemmingsverklaring getekend en ingestemd met het opnemen van de interviews met een recorder of via Teams. Deze opnames zijn later teruggeluisterd en uitgewerkt in samenvattingen. De samenvattingen zijn in het analyseprogramma Atlas.ti gezet om hierin te coderen. We hebben gebruik gemaakt van een grotendeels inductieve codeermethode.
De samenvattingen waren opgebouwd aan de hand van een aantal thema’s die we veelal weer terugzagen in de coderingen. Naast deze codes die horen bij de thema’s zijn er ook andere nieuwe codes toegevoegd vanuit de data. Vanuit de coderingen in Atlas.ti is daarna een eerste analyse gemaakt. Deze eerste analyse bood inzicht in de missende elemen- ten die nog uitgevraagd dienden te worden aan de jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd. Nadat een extra interview is afgenomen met de jeugdconsulent is deze opnieuw uitgewerkt en gecodeerd in Atlas.ti. De bevindingen hiervan zijn toege- voegd in de analyse. Deze analyse is meegenomen in de uiteindelijke rapportage. College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077212/37 10 Literatuur- verkenning De eerste deelvraag van dit onderzoek richt zich op wat er in de literatuur bekend is over de inzet van jeugdhulp in de huisartsenpraktijk. Hiervoor is gekeken naar onderzoek binnen Nederlandse huisartsenpraktijken zowel als het gaat om de POH-GGZ jeugd als om de jeugdconsulent (jeugdprofessionals). We hebben ons gericht op literatuur die aansluit bij de praktijksituatie in Steenwijkerland. Het gaat om zeven onderzoeken uit verschillende gemeenten/regio’s en één overkoepelende studie van het NJI.
De resultaten van het literatuuronderzoek worden aan de hand van de volgende thema’s beschreven: Positionering binnen de praktijk en gemeente Taken en competenties van de jeugdprofessional Laagdrempeligheid van de ondersteuning Rol jeugdprofessional in normaliseren Effect op doorverwijzingen Kostenbesparing Aandachtspunten Positionering binnen de praktijk en gemeente Wijkteams en huisartsen zijn partners in het bieden van passende hulp aan kinderen, jongeren en hun ouders. Binnen steeds meer huisartsenpraktijken heeft een jeugdprofessional een plek ingenomen. In de huisartsenpraktijken Noord- en Midden-Limburg worden vier functies onderscheiden, die de rol van jeugdpro- fessional vervullen; een Specialist Ondersteuner Jeugd, een praktijkondersteuner GGZ-Jeugd, Praktijkondersteuner GGZ met affiniteit en kennis op het gebied van jeugd en een medewerker van de gemeente en/of voorliggend veld1. In sommige gemeenten ligt de nadruk meer op het brengen van GGZ-expertise naar de voor- kant terwijl in andere gemeenten de jeugdprofessional zich meer richt op vragen van ouders in het alledaagse opvoeden en opgroeien.
1 https://venray.raadsinformatie.nl/document/10590045/1/ Bijlage+6+Verschil+en+overeenkomsten+SOJ+en+POH+Jeugd+GGZ29-6-2020) College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077213/37 11 De jeugdprofessional ondersteunt de huisartsen in de zorg en biedt begeleiding aan kinderen en jeugdigen van 0 tot 19 jaar. In Maastricht-Heuvelland verwijzen huisartsen naar de POH-jeugd (in ons onderzoek POH-GGZ Jeugd) omdat er meer tijd is voor vraagverheldering (uitgebreide triage) waardoor er meer passende begeleiding kan worden geboden (ZIO en blauwe zorg in de wijk, 2020). De POH- jeugd inventariseert samen met ouders/jeugdigen (en eventueel betrokkenen) de klachten en problemen. Vervolgens volgt er een advies voor de ouders/jeugdige en de huisarts. Dit kan gaan om behandeling door de POH-jeugd zelf of om door- verwijzing. Bij behandeling door de POH-jeugd, is de huisarts de hoofdbehandelaar en de POH-Jeugd het eerste aanspreekpunt voor de ouder/jeugdige. Indien nodig is er sprake van samenwerking met andere partijen en er is een korte lijn met het team Jeugd van de gemeente. De POH-jeugd besteedt extra aandacht aan het verstevigen van het netwerk. Het succes van de jeugdprofessional in de huisartsenpraktijk zit ook in de verbin- ding met én de huisarts én het wijkteam (NJI, 2020).
De jeugdprofessional heeft zicht op het aanbod en de expertise van het wijkteam. Uit scriptieonderzoek van Tammes (2022), waarin tien praktijkondersteuners (POH-GGZ Jeugd) zijn geïnterviewd, blijkt dat de werkrelatie tussen de jeugdpro- fessional en de huisarts verschillend wordt ingevuld. Bij ongeveer de helft is er laagdrempelig contact met de huisarts en zijn er vaste overlegmomenten. Dan is er mogelijkheid om casuïstiek te bespreken en af te stemmen over eventuele doorverwijzingen. Bij de andere helft zijn deze vaste momenten er niet en zijn de jeugdprofessionals minder betrokken bij het besluitvormingsproces rondom doorverwijzingen. College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077214/37 12 Taken en competenties van de jeugdprofessional De benaming van de jeugdprofessional en de precieze invulling van de functie verschilt dan wel per gemeente, maar de taken en de vragen waarmee de profes- sional te maken krijgt komen grotendeels overeen. Soms ligt de focus meer op de GGZ-expertise en in andere praktijken is gekozen voor een professional die zich ook richt op vragen van kinderen en ouders die horen bij het alledaagse opgroeien en opvoeden. Vragen waar zij mee te maken krijgen hebben veelal betrekking op psychosociale problematiek.
In de rapportage van het NJI (2020), waarin literatuur- onderzoek is gedaan naar de inzet van de jeugdprofessional bij de huisarts, zijn de volgende taken beschreven: Vraagverheldering (triage en screening) Opvoedingsondersteuning Laagdrempelige advisering Kortdurend begeleiden of behandelen De huisarts ondersteunen met informatie en advies Samenwerking met partners, zoals het wijkteam Doorverwijzen naar voorliggende voorzieningen of specialistische jeugdhulp Overbruggingszorg bieden Medicatiebegeleiding; dit komt relatief weinig voor Om de verschillende taken goed uit te kunnen voeren is het van belang dat de jeugd- professional beschikt over de juiste competenties, zoals het kunnen inschatten of een doorverwijzing nodig is of dat kortdurende hulp voldoende is. Daarnaast komt in de literatuur het belang van ‘breed kijken’ naar opvoedhulp naar voren (Bos-de Groot & Baart, 2018). Voor jeugdprofessionals bij de huisarts met een jeugd-GGZ achtergrond is het belangrijk om niet te denken vanuit classificaties en behandel- protocollen (Duijvestijn, Bogaart, Fransen, & Özgül, 2017). Wel heeft de jeugdpro- fessional kennis nodig over de ernst en complexiteit van problemen, belemmeringen en eventuele risico’s (Spijk-de Jonge et. al., 2019) om een goede inschatting te kunnen maken of doorverwijzen wel of niet nodig is.
Dit vraagt specifieke expertise op het gebied van jeugd GGZ-problemen en evidence based interventies. Ook is kennis van de sociale kaart belangrijk. Goed op de hoogte zijn van de sociale kaart draagt bij aan het goed kunnen beoordelen waar kinderen en jongeren het beste tijdige en passende hulp kunnen krijgen (Bos-de Groot & Baart, 2018). Laagdrempeligheid van de ondersteuning Doordat de jeugdprofessional is gepositioneerd binnen de huisartsenpraktijk, kan op een laagdrempelige manier ondersteuning worden geboden. Ouders en jeugdigen zien de huisartsenpraktijk als een relatief veilige omgeving; er is vertrouwen in het beroepsgeheim en de deskundigheid van de huisarts. Ze bespreken daardoor met College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077215/37 13 de huisarts (mogelijk) makkelijker de sociaal psychische problemen van hun kind (van Zeele & Hekelaar, 2018; Stevenson, 2019). Onderzoek vanuit Accare, Molendrift, Karakter en KJP (Spijk-de Jonge et. al., 2019) laat zien dat jeugdigen/gezinnen die niet openstonden voor hulp door deze laagdrempelige voorziening nu wel langzaam hulp toelaten. Rol jeugdprofessional in normaliseren Tammes (2022) heeft onderzoek verricht naar de rol van de POH-jeugd als het gaat om normaliseren bij kinderen met psychosociale problematiek.
Hiervoor zijn tien jeugdprofessionals geïnterviewd en zij vinden allen normaliseren passend bij hun rol. Zij associëren normaliseren met: “moeilijkheden behoren bij het leven”, “het accepteren van verschillen” en “gedrag plaatsen in de context”. Om te kunnen normaliseren is een goede relatie tussen de jeugdprofessional en de zorgvrager essentieel. De geïnterviewden hanteren overwegend een contextuele visie waarbij de aandacht uitgaat naar het zoeken van oorzaken en oplossingen van problemen in de omgeving van het kind in plaats van denken vanuit een biomedische visie gericht op diagnostiek en het voorschrijven van medicatie. Het bieden van pas- sende ondersteuning is het uitgangspunt. Effect op doorverwijzingen In hoeverre deze normaliserende houding leidt tot minder doorverwijzingen is volgens Tammes (2022) moeilijk te herleiden uit de registraties. Ook uit het onder- zoek van Accare, Molendrift, Karakter en KJP (Spijk-de Jonge et. al., 2019) kan niet de conclusie worden getrokken dat er sprake is van minder doorverwijzingen omdat de juiste data niet beschikbaar is. Echter in de kwalitatieve evaluaties onder betrokken professionals wordt wel het beeld geschetst dat de inzet van de jeugdprofessional leidt tot het bieden van laagdrempelige hulp en het daarmee voorkomen van onnodige verwijzingen.
Ook onderzoek in Maastricht-Heuvelland (ZIO en blauwe zorg in de wijk, 2020) laat zien dat de inzet van de POH Jeugd heeft geleid tot minder verwijzingen naar de gespecialiseerde Jeugd GGZ/Jeugdhulp. Het merendeel van de cliënten die voorheen verwezen zouden zijn naar de gespe- cialiseerde Jeugd GGZ/Jeugdhulp, zijn nu begeleid (ondersteund) door de POH Jeugd in een kortdurend traject. Een voorbeeld uit de Arrangementenmonitor2 laat zien hoe in een gemeente de hulpvragen via de POH Jeugd opgepakt worden. Meer dan de helft van de hulp- vragen/cases zijn door de POH Jeugd zelf succesvol afgesloten met gemiddeld ca. 6 sessies. Slechts 28% is naar Jeugd-GGZ en 8% naar geïndiceerde Jeugdhulp doorverwezen. Dit geldt voor alle soorten hulpvragen. 2 De Arrangementenmonitor is een integrale monitor waarin de gegevens met betrekking tot zorg en ondersteuning van gemeenten, Zvw, Wlz en UWV op wijkniveau geanalyseerd en gepresenteerd worden. College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077216/37 14 De doelstelling van de POH Jeugd zijn dus ruimschoots gehaald: een aanzienlijk deel van de jeugdigen, die voorheen “automatisch” werden doorverwezen door de huisarts naar geïndiceerde jeugdzorg, wordt nu met een relatieve lichte interventie (begeleiding door POH Jeugd) geholpen3.
Concluderend: er zijn indicaties dat de inzet van de jeugdprofessional effect heeft op het aantal doorverwijzingen naar de gespecialiseerde jeugdzorg. Om dit goed te kunnen onderzoeken is het van belang goed te registreren en kinderen/jeugdigen langere tijd te volgen. Kostenbesparing Uit de rapportage van Maastricht-Heuvelland (ZIO en blauwe zorg in de wijk, 2020) blijkt dat de inzet van de POH Jeugd leidt tot een kostenbesparing. Dit komt doordat er minder is doorverwezen. Er wordt dan wel vanuit gegaan dat alle kinderen en jongeren die door de POH Jeugd zijn begeleid, zouden zijn verwezen naar specialistische GGZ of Jeugdhulp. Het is niet altijd mogelijk om een business- case te maken. In de Groninger gemeenten wordt wel een inschatting gemaakt van een kostenbesparing maar er is geen precieze berekening mogelijk van de kosten en baten. Er wordt verondersteld dat de inzet van de ondersteuner Jeugd en Gezin bij de huisarts leidt tot minder doorverwijzingen en daarmee lagere kosten van de jeugdhulp daarbij zijn de kosten van de inzet van de ondersteuner Jeugd en Gezin meegenomen (Stevenson, 2019). In de rapportage van NJI (2020) wordt dan ook benoemd dat bij de inzet van de jeugdprofessional één van de meerwaarde voor de gemeenten is dat deze bijdraagt aan het verminderen van de instroom naar de gespecialiseerde jeugd-GGZ. Dit vermindert mogelijk de kosten van de jeugdhulp.
Hierover kunnen nog geen harde conclusies worden getrokken. Daarnaast is er weinig bekend over de lange termijneffecten van de inzet van de jeugdprofessional bij de huisarts. 3 Arrangementenmonitor: https://bebright.eu/analytics-effectmeting/ College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077217/37 15 Aandachtspunten Uit de verschillende onderzoeken komt een aantal aandachtspunten naar voren (o.a. NJI, 2020): Het is van belang om de laagdrempelige hulp te borgen. Dus ervoor te zorgen dat ouders, kinderen en jongeren snel terecht kunnen. Het uitvoeren van overbruggingshulp kan ervoor zorgen dat er wachtlijsten ontstaan bij de jeugdprofessional. Schenk aandacht aan de juiste randvoorwaarden; een beschikbare geschikte ruimte, vergoedingen en afspraken over aanwezigheid bij overleggen. Goede afspraken over registratie in systemen is belangrijk. De kracht van samenwerking zit ook in het delen van gegevens, het is voor het vertrouwen van belang om vooraf goed na te denken en afspraken te maken over het zorgvuldig omgaan met privacyregels. Onder andere het onderzoek van Stevenson (2019) laat zien dat geen duidelijke werkwijze voor dossiervoering en privacy wordt ervaren als een belangrijk knelpunt.
Ook afspraken over verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid zijn van belang en of de professional valt onder de verantwoordelijkheid van de huisarts of het wijkteam van de gemeente. Het onderzoek van Spijk-de Jonge et. al. (2019) laat zien dat het van belang is om te investeren in de netwerktaak van de jeugdprofessional. Dit sluit aan op het knelpunt dat werd genoemd in het onderzoek van Stevenson (2019) dat de linking-pin functie tussen de huisartsenpraktijk en de gemeente nog niet optimaal werkt. Ook hebben jeugdprofessionals behoefte aan kaders wat wel en niet onder deze vorm van zorg valt. Huisartsen en gemeenten kunnen vooraf gezamenlijk aandacht besteden aan deze kaders. Rekening houden met elkaars belangen, het formuleren van een gezamenlijke ambitie en het besef dat elke samenwerking maatwerk is, zijn belangrijke uitgangpunten voor de samenwerking tussen gemeente en huisartsenpraktijken. College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077218/37 16 Praktijkverkenning De startbijeenkomst, het duo-interview en de individuele interviews geven weer hoe de praktijk van de inzet van de jeugdconsulent in de huisartsenpraktijk eruitziet. Zoals eerder beschreven wordt de inzet van de POH-GGZ Jeugd en de inzet van de jeugdconsulent veelal samen bekeken waardoor beide disciplines meegenomen worden in deze praktijkverkenning.
Dit hoofdstuk is opgedeeld op basis van de overkoepelende thema’s en subcodes die uit de coderingen van de interviewdata zijn gekomen. In dit hoofdstuk bespreken we de context, de aanleiding voor de werk- wijze, de praktijk, het onderscheid tussen de functies, de samenwerking, bevorde- rende en belemmerende factoren en als laatste de verbeterpunten en wensen. Context Context vanuit cijfers In de regio IJsselland wordt minder gebruik gemaakt van ondersteuning uit de jeugdwet dan landelijk het geval is. Binnen de regio zijn de kosten voor jeugdzorg het hoogst voor gemeente Zwolle gevolgd door gemeente Steenwijkerland. In februari 2023 zijn er in Steenwijkerland 712 jeugdigen (0-23 jaar) met zorg en 976 jeugdigen met voorzieningen (Gemeente Steenwijkerland, 2023). Uit de kindermonitor (GGD IJsselland, 2021) en Gezondheidsmonitor Jeugd (GGD IJsselland, 2024) blijkt dat de meerderheid van de kinderen en jongeren in Steenwijkerland bij beide ouders woont. Driekwart van de ouders ervaren geen problemen met de opvoeding. Met name faalangst en angst en onzekerheid zijn onderwerpen waar ouders zich weleens zorgen over maken bij hun kinderen van 4 tot 12 jaar. Over het algemeen voelen kinderen (volgens hun ouders) en jongeren zich geluk- kig maar dit percentage is wel lager onder jongeren (78%) dan onder kinderen (96%).
Ongeveer een kwart van de jongeren in Steenwijkerland heeft (lichte) psychische klachten en heeft zich in de afgelopen vier weken eenzaam gevoeld. Middelengebruik in Steenwijkerland Middelengebruik wordt in verschillende gesprekken als probleem genoemd. Huis- artsen krijgen hier niet vaak vragen over maar de POH-GGZ Jeugd krijgt wel eens een College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077219/37 17 vraag over drugs. Vanuit de gemeente bestaat het beeld dat er veel alcohol wordt gebruikt. Daarbij wordt wel benoemd dat het middelengebruik in heel Steenwijkerland een probleem is, niet specifiek in deze wijk. Uit de Gezondheidsmonitor Jeugd blijkt dat Steenwijkerland niet afwijkt van de regio als het gaat om alcohol en drugsgebruik. Context van de huisartsenpraktijk In de gemeente Steenwijkerland zijn zes huisartsenpraktijken. Eén in Oldemarkt, één in Giethoorn, één in Tuk en drie in Steenwijk. In totaal zijn er in de zes praktijken 19 vaste huisartsen werkzaam. In gezondheidscentrum de Allee zijn drie vaste huisartsen gevestigd. Binnen de huisartsenpraktijk in het gezondheidscentrum de Allee wordt sinds een paar jaar gewerkt met de inzet van de jeugdconsulent. De huisartsenpraktijk staat in een wijk met een heel diverse populatie.
Een huisarts geeft aan de meeste patiënten uit een laag sociaal milieu te hebben vergeleken met collega’s in de praktijk. Deze patiënten komen vaker met dezelfde vragen terug omdat ze de informatie niet in één keer kunnen opnemen. Er zijn ook laaggeletterden en anderstaligen in de patiënten- populatie. Huisartsen zien zowel jongere als oudere patiënten. Patiënten komen veelal met fysieke klachten, sommige klachten zijn sociaal psychisch te herleiden zoals buikpijn en hoofdpijn bij jeugd. In het kader van de inzet van de jeugdconsu- lent is de inschatting van één van de huisartsen dat veel sociale problemen niet via de huisarts gaan maar direct naar sociaal werk. Daarnaast wordt er gesproken over een meer gesloten cultuur in Steenwijk, er speelt vaak van alles maar daar wordt weinig over gepraat. In de huisartsenpraktijk is in 2005 een POH somatiek gekomen, later een POH-GGZ voor volwassenen. De POH-GGZ Jeugd is pas ongeveer twee jaar geleden gekomen. De POH-GGZ werkt drie dagen in de praktijk. De POH-GGZ Jeugd werkt, net als de jeugdconsulent, één dag in de praktijk. Gedurende het onderzoek is de jeugdcon- sulent gewisseld van één volle dag in de praktijk naar vijf uur per week vanwege beperkte doorverwijzingen. Als de doorverwijzingen weer toenemen, heeft ze de mogelijkheid weer hele dagen aanwezig zijn.
De jeugdconsulent zit nu in minder klinische kamer dan ze aan het begin zat. Dat zorgt voor meer rust bij kinderen. In het gezondheidscentrum zit naast de huisarts ook een fysiotherapeut, diëtist en podotherapeut. De jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd hebben verschillende werkdagen. De huis- artsen hebben niet allemaal hetzelfde beeld van wanneer beiden zijn gestart. De POH-GGZ Jeugd geeft aan dat hij een jaar eerder begon dan de jeugdconsulent. De jeugdconsulent werkt niet op dezelfde dagen als de meeste huisartsen. Huisartsen werken vaker als de POH-GGZ Jeugd er is dus spreken hem ook meer. De jeugd- consulent en POH-GGZ Jeugd worden beide gefinancierd door de gemeente. College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077220/37 18 Wanneer de jeugdconsulent aan het werk is binnen de huisartsenpraktijk registreert zij alles in hun systeem. Als er geen doorverwijzing komt zet de jeugdconsulent het dossier niet in het systeem van de gemeente. In het systeem van de huisartsen- praktijk registreert de jeugdconsulent dat het consult niet geboekt moet worden richting de zorgverzekering. Of de POH-GGZ Jeugd ook zo werkt is nagevraagd. Aanleiding inzet POH-GGZ Jeugd en jeugdconsulent Aanleiding inzet POH–GGZ Jeugd De wens voor de inzet van POH-GGZ Jeugd was er al langer.
Dit wilden de huis- artsen voor problematiek zoals ADHD waar ze zelf weinig tijd voor hadden en om een oplossingen te vinden voor de moeilijke toegankelijkheid van de jeugd GGZ. Het heeft een aantal jaar geduurd voordat er ook daadwerkelijk een POH-GGZ Jeugd in de praktijk kwam. Toen de POH-GGZ Jeugd er eenmaal was kreeg hij veel vragen, onder andere over diagnostiek. Hij diagnosticeert niet zelf maar kan wel uitgebreider uitvragen dan een huisarts dat kan en op basis daarvan de afweging maken om iemand wel of niet door te verwijzen voor verder onderzoek. De hoop is dat dit zorgt voor minder verwijzingen naar tweedelijnszorg omdat de POH-GGZ Jeugd het zelf oppakt of eventueel doorverwijst naar voorliggende voorzieningen. Eigenlijk wilden de huisartsen extra inzet van de POH-GGZ Jeugd maar die was niet beschikbaar. De initiële behoefte van de huisartsen om de POH-GGZ Jeugd vaker in te zetten kwam omdat de POH-GGZ Jeugd aangaf dat jongeren/kinderen door huisartsen naar verschillende organisaties werden verwezen met lange wachttijden. Door deze wachtlijsten werden problemen soms groter. Het kostte huisartsen daarnaast veel tijd om een doorverwijzing voor elkaar te krijgen bij de jeugd GGZ. Doordat de POH-GGZ Jeugd niet meer uren kon inzetten is het idee van de inzet van een jeugdconsulent ontstaan.
De gemeente kwam met dit voorstel omdat er wel een jeugdconsulent beschikbaar was en het bij jeugd ook vaak gaat om systeemproblematiek. Aanleiding inzet jeugdconsulent Volgens één van de huisartsen is de inzet van een jeugdconsulent nodig om alle zorgvragen rondom jeugd voldoende aandacht te kunnen geven. De jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd schetsen dat de aanleiding voor de inzet van een jeugdconsu- lent is dat er veel verwijzingen worden gedaan vanuit de huisarts en dat er (vanuit de gemeente) behoefte was aan meer regie hierop. Zowel financieel als inhoudelijk. Beide jeugdprofessionals hebben meer tijd voor een casus dan de huisarts heeft. De inzet van de jeugdconsulent heeft als doel om de best passende zorg of onder- College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077221/37 19 steuning te bieden voor kinderen en jongeren en kan hen na een doorverwijzing ook in beeld houden. Als kinderen of jongeren via de huisarts worden doorverwezen komt er geen vervolg. Daardoor kan er niet bijgestuurd worden. Huisartsen merken dat ouders en kinderen daarom soms terugkomen. Een jeugdconsulent kan een casus meer volgen en op verschillende momenten ondersteunen. Daarnaast kan de huisarts volgens de jeugdconsulent maar tot een maximumbedrag doorverwijzen dus kunnen zij bijna niet om een samenwerking met een jeugdconsulent heen.
De gemeente gaf aan dat de keuze voor de jeugdconsulent ook is gemaakt omdat de POH-GGZ Jeugd veel problematiek opmerkte die niet bij de GGZ hoort maar meer bij het psychosociaal functioneren van jeugdigen en gezinnen. De jeugdconsulent kan voor deze vragen goed de analyse doen. Ze kent de sociale kaart en werkt veel met partners samen dus kan afhankelijk van wat nodig schakelen naar gespeciali- seerde zorg of juist afschalen naar het voorliggende veld. Doel inzet jeugdconsulent Het doel vanuit de gemeente is zicht houden op inwoners en (laagdrempelige) passende zorg en ondersteuning voor jeugd en gezin. De praktijkmanager ziet hier ook meerwaarde van: “Dan heb je wel iets bereikt. Want ik vind, elk kind wat een ander traject in gaat zonder meteen een etiket te krijgen, dan denk ik we zitten op de goede weg.”. Zoals hierboven uit de aanleiding al bleek heeft het idee achter en doel van de inzet van de jeugdconsulent bij de huisartsenpraktijk meerdere kanten. Er wordt door de gemeente meer grip gehouden op het aantal doorverwij- zingen, er wordt laagdrempelige hulp geboden waardoor doorverwijzing onnodig is, de wachtlijsten worden korter en de huisartsen worden ontlast. Daarnaast is de gedachte vanuit huisartsen dat als minder ernstige problematiek bij de huisartsen- praktijk blijft, er ruimte ontstaat voor de mensen die de specialistische zorg echt nodig hebben.
College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077222/37 20 Praktijk inzet jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd Toeleiding Over de toeleiding van patiënten richting de jeugdconsulent zijn tegenstrijdige reacties. Eén huisarts noemt dat alle kinderen/ouders eerst bij de huisarts zelf komen. Alleen als ze zelf specifiek vragen om de jeugdconsulent gaan ze recht- streeks daarheen. De assistent maakt de schifting niet. Volgens deze huisarts is het bij ouders nog te onbekend en willen ze niet direct naar de jeugdconsulent. Een andere huisarts noemt dat assistentes direct bij de jeugdconsulent kunnen inplannen maar dat iedereen langs de huisarts moet voordat ze naar de specialis- tische zorg mogen. Een derde huisarts zegt dat de meeste patiënten eerst langs hem/haar gaan omdat het fijn is om zelf ook te weten wat er speelt. Deze huisarts denkt niet dat er veel winst is als de assistent direct doorverwijst naar de jeugd- consulent of POH-GGZ Jeugd. De jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd geven aan dat de toeleiding naar hen zowel via de assistent als de huisarts kan verlopen. Bij de POH-GGZ Jeugd is het vaker via de huisarts, bij de jeugdconsulent vaker via de assistentes. Het gebeurt ook vaker dat patiënten in worden gepland bij de POH-GGZ Jeugd en later alsnog naar de jeugdconsulent worden gestuurd. Hoeveel de jeugdconsulent wordt ingezet wisselt heel sterk.
De ene week heeft ze bijna geen afspraken en de andere week is het volgepland. Ze denkt dat veel naar de POH-GGZ Jeugd wordt gestuurd. De jeugdconsulent denkt zelf dat ze bij de huisartsenpraktijk haar expertise en inzet niet volledig benutten. Voorwaarden voor slagen Eén van de voorwaarde voor het laten slagen van deze werkwijze is dat de ver- wachtingen duidelijk zijn bij alle betrokkenen. Ook de beschikbaarheid, bereik- baarheid en commitment van huisartsen ziet de gemeente als voorwaarde. In de gesprekken met de jeugdconsulent blijkt ook dat de bekendheid en zichtbaarheid van haar rol een belangrijke voorwaarde is. Ze denkt dat huisartsen haar inmiddels wel weten te vinden maar toch voelt het vaak als trekken aan een dood paard en komen er geen verwijzingen. Er zijn ook regelmatig waarnemend artsen, daarvan is het niet zeker of ze bewust zijn van de taken van de jeugdconsulent. College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077223/37 21 Doorverwijzingen naar jeugdconsulent De huisartsen beschrijven verschillende vragen die ze tegenkomen in hun praktijk. Soms worden kinderen vanuit school gestuurd naar de huisarts omdat ze druk zijn in de klas. Ze worden gestuurd met het idee dat de dokter dan een pilletje moet geven terwijl ouders zelf geen problemen ervaren.
Ook zijn er ouders die merken dat de resultaten niet goed zijn op school en die zelf met vragen komen. Andere voorbeelden zijn echtscheidingssituaties, gedragsproblemen, niet lekker in hun vel zitten en classificaties als ADHD en PDD NOS. Huisartsen geven verschillende voorbeelden van vragen waarmee ze ouders, kinderen en jongeren doorsturen naar de jeugdconsulent. Dit zijn onverklaarbare buikpijn en hoofdpijnklachten en kinderen die niet lekker in hun vel zitten. Eén van de huisartsen denkt ongeveer 1 keer per week of twee weken een kind door te sturen naar de jeugdconsulent. Andere huisartsen weten de aantallen niet maar denken nog maar enkele keren door te hebben verwezen naar de jeugdconsulent. Een huisarts geeft een voorbeeld van een gezin waar van alles speelt en de rol van de jeugdconsulent heel mooi een soort casusregisseur kan zijn. Het is dan fijn als de jeugdconsulent bekend is met gezinnen omdat je dan signalen makkelijker doorgeeft en samen kan optrekken. De gemeente onderschrijft deze rol voor de jeugdconsulent in casusregie. Praktijkvoorbeeld jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd Voorbeelden van problemen die de jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd noemen zijn bij meisjes problemen met onzekerheid, laag zelfbeeld en angstklachten. Bij jongens zijn er vaker vragen over gameverslaving.
Over het algemeen zien beiden dat veel problemen die kinderen en jongeren ervaren vanuit de ouders ontstaan. Zoals gescheiden ouders die negatief over elkaar praten waardoor loyaliteitscon- flicten ontstaan. Of voorbeelden van ouders die weinig tijd hebben voor hun kinderen, snel boos worden of niet meer het gesprek aangaan over moeilijke onderwerpen. Een onderdeel van het probleem bij jongeren is ook de invloed van sociale media benoemt de POH-GGZ Jeugd. De jeugdconsulent noemt dat ze vragen krijgt rondom rouwverwerking, complexe scheidingen, moeilijkheden met ouders, last van pesten, vragen rondom seksuele gezondheid of gezond puber- gedrag. Het gaat soms om moeilijke situaties maar als kinderen/jongeren verder normaal functioneren willen ze de situatie/vraag niet problematiseren. Vaak gaat het al een stuk beter als ze een luisterend oor hebben en de jeugdconsulent de tijd voor ze neemt. Zo kan een verwijzing naar de GGZ voorkomen worden. Het valt de jeugdconsulent op dat de meeste jongeren/kinderen gescheiden ouders hebben. Dit wordt vanuit beleid nu breder bekeken. College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077224/37 22 Onderscheid jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd De jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd zijn allebei jeugdprofessionals die extra worden ingezet binnen de huisartsenpraktijk.
Beide hebben zij gesprekken met kinderen en jongeren over sociale en psychische vragen. Het verschil zit volgens de jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd er vooral in dat het bij de POH-GGZ Jeugd gaat om psychische problemen die vooral binnenin een kind zit. Terwijl de jeugd- consulent zich meer richt op sociale problemen die in het systeem of de context plaatsvinden. Voordat de jeugdconsulent bij de huisartsenpraktijk betrokken was, verwezen huisartsen veel door naar een aantal specifieke organisaties voor diagnostiek of specialistische GGZ. Huisartsen denken niet dat ze verkeerd door- verwezen maar de POH-GGZ Jeugd denkt dat het doorverwijzen bijna automatisch ging en dat hij (als het gaat om het kind) of de jeugdconsulent (als het meer gaat om omgeving) veel af kan vangen met een paar gesprekken. Drukkere agenda van de POH-GGZ Jeugd De POH-GGZ Jeugd heeft een hele drukke agenda volgens een huisarts. Dit wordt bevestigd door de POH-GGZ Jeugd en jeugdconsulent. Als we kijken naar de gegevens (data) die we hebben ontvangen vanuit de gemeente heeft de POH-GGZ Jeugd minder patiënten gezien dan de jeugdconsulent. De POH-GGZ Jeugd ziet jongeren/kinderen echter vaker waardoor zijn agenda wel altijd overvol zit en die van de jeugdconsulent niet. De jeugdconsulent zet vaak maximaal vijf gesprekken in. De POH-GGZ Jeugd heeft 8 tot 10 gesprekken met een jongere of kind.
Huisartsen proberen vanwege de drukke agenda zorgvragen eerst naar de jeugd- consulent te sturen. Bijvoorbeeld wanneer er volgens hen geen diagnostiek nodig is en er wellicht oplossingen zijn in het voorliggend veld. Eén van de huisartsen geeft aan dat ze de jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd onder één vlag vindt vallen en het redelijk vergelijkbaar is. Taken jeugdconsulent De huisartsen hebben geen eenduidig beeld van de taken van de jeugdconsulent. Eén van de huisartsen noemt dat de jeugdconsulent geen ondersteuning biedt aan jongeren/kinderen. Meerdere huisartsen denken dat ze meer gesprekken op andere dagen, wanneer ze vanuit de gemeente werkt, heeft. Eén huisarts vraagt zich ook af of het nodig is dat jeugdconsulent meer gesprekken voert. Zij ziet vooral nut in vraagverheldering en doorverwijzen. Een ander noemt wel duidelijk het voordeel van gesprekken aan gaan. Volgens de gemeente is het bieden van kortdurende begeleiding wel onderdeel van het werk van de jeugdconsulent. De jeugdconsulent legt uit dat dit inderdaad haar taak is. Bij de huisartsenpraktijk heeft ze de tijd en mogelijkheid om jongeren vaker te zien en te begeleiden. Dit is op haar andere werkdagen niet het geval.
In het reguliere takenpakket vanuit de College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077225/37 23 gemeente gaat ze op huisbezoek, verheldert ze de hulpvraag en verwijst ze door. De jeugdconsulent geeft aan dat ze vanuit de huisartsenpraktijk ook wat kan betekenen als verbinder tussen de school en ouders. Hier heeft ze ook ervaring mee. De POH-GGZ Jeugd ziet de jeugdconsulent als waardevolle toevoeging omdat zij zich meer bezig kan houden met scheidingsproblematiek en opvoedkundige problematiek wat hij zelf niet behandelt. Afweging verwijzing jeugdconsulent of POH-GGZ Jeugd Huisartsen hebben onderling overleg over hoe ze de inzet van de jeugdconsulent ervaren en wie ze wanneer waar naartoe verwijzen. De basisafspraak is; als het probleem in het systeem ligt gaan ze naar de jeugdconsulent, als het in het kind zit naar de POH-GGZ Jeugd. Eén huisarts noemt ook een onderscheid in sociale problemen voor de jeugdconsulent en psychiatrische problemen voor de POH-Jeugd GGZ. Diverse betrokkenen geven aan dat soms de afweging wordt gemaakt met wie een patiënt de beste klik heeft. Nu wordt soms ook doorverwezen naar de jeugdconsulent vanwege de drukke agenda van de POH-GGZ Jeugd. De jeugd- consulent is een tijd afwezig geweest waardoor zij wat minder zichtbaar was.
Sinds de jeugdconsulent terug is, is de afspraak dat alles eerst naar haar gaat volgens twee huisartsen. Dan doet de jeugdconsulent de triage. Dit beaamt de praktijkmanager. Een andere huisarts noemt dat dit een optie zou zijn maar nu nog niet zo wordt gedaan. De jeugdconsulent laat weten dat het in de praktijk niet zo gaat. Zij ervaart eerder dat casussen eerst naar de POH-GGZ Jeugd gaan en daarna bij haar komen. Ze vindt het vervelend voor ouders als ze twee keer moeten komen omdat ze niet naar de juiste plek zijn doorverwezen. Eén huisarts geeft aan dat als het duidelijk is dat een kind een bepaald label heeft dat hij/zij dan doorverwijst naar de POH-GGZ Jeugd. Als ouders vragen hebben over gedrag dan stuurt de huisarts door naar de jeugdconsulent om te kijken of er iets in het systeem zit. College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077226/37 24 Samenwerking Samenwerking huisarts – jeugdconsulent Volgens zowel de huisartsen als de jeugdconsulent is er geen standaard structuur voor een terugkoppeling tussen de huisarts en jeugdconsulent. Af en toe wordt er iets gedeeld. Een vast afstemmoment wordt door de jeugdconsulent wel gemist. Ze merkt dat er met de huisartsen weinig verbinding is omdat ze niet bij bijeenkomsten komen en hun deur vaak dicht hebben.
Er zou meer verbinding en afstemming moeten komen om deze werkwijze te laten slagen volgens haar. Eén van de huisartsen stelt voor om een soort afsluitende brief te maken als een casus is afgerond, zodat de huisarts goed op de hoogte is. Eén huisarts spreekt met patiënten af dat als het niet loopt na een doorverwijzing richting de jeugdconsulent, ze terug moeten komen. Een andere huisarts heeft nog niet heel veel doorverwezen maar wat naar de jeugdconsulent is gegaan is goed opgepakt. Soms is er ook een twee sporen beleid waarbij de huisarts fysieke klachten behandeld en gelijktijdig de jeugdconsulent aan de slag gaat met meer sociale en psychische klachten. Alle vaste huisartsen werken niet op dezelfde dag als de jeugdconsulent en hebben beperkte ervaring met het doorsturen van casussen. De eindverantwoordelijkheid ligt bij alle casussen die de POH-GGZ Jeugd en de jeugdconsulent behandelen bij de huisarts. Qua interne samenwerking binnen de huisartsenpraktijk is het voor de jeugdcon- sulent lastig dat er vaak nieuwe assistentes zijn. Aangezien de assistentes in zouden moeten plannen bij de jeugdconsulent moeten zij goed weten wat de taken en mogelijkheden van een jeugdconsulent zijn. Als er telkens nieuwe medewerkers zijn is dit moeilijker te realiseren volgens de jeugdconsulent.
Samenwerking externen De huisartsen hebben weinig contact met andere zorgpartijen of professionals vanwege drukte. Af en toe als het nodig is voor een casus hebben ze afstemming maar er is geen standaard samenwerking. Ook niet met de partijen in het gezond- heidscentrum. Eén van de huisartsen geeft aan dat ze tekortschiet in een beeld van preventieve zorg. Twee anderen zeggen dat de kennis rondom aanbieders van jeugdzorg beter kan. De jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd werken wel veel samen met externe partijen. Ze werken onder andere veel samen met sociaal werk de Kop als het gaat om voorliggende voorzieningen of met partijen die gekoppeld zijn via het RSJ voor geïndiceerde jeugdzorg. Soms komen andere voorliggende voorzieningen in beeld zoals voor schulden of de rechtswinkel voor juridische zaken. College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077227/37 25 Bevorderende en belemmerende factoren Bekendheid onder huisartsen Er is meerdere keren genoemd dat zeker aan het begin de functie van de jeugd- consulent nog minder duidelijk was. Nog steeds is niet iedereen er even bekend mee wat de jeugdconsulent in bepaalde gevallen wel of niet kan. Er zijn ook geen duidelijke werkafspraken over. Huisartsen willen nog beter weten waarvoor de jeugdconsulent ingezet kan worden.
De jeugdconsulent zegt al bij verschillende overleggen aangesloten te zijn om over haar inzet te vertellen. Tijdens het onder- zoek is dit niet weer opnieuw gebeurd. Aan de andere kant ervaart de jeugdconsu- lent geen grote betrokkenheid vanuit de huisartsen met betrekking tot haar inzet. De gemeente merkt dat het moeilijk is om huisartsen te spreken en bereiken. De POH-GGZ Jeugd is goed in beeld, wordt veel ingezet en heeft vaak een volle agenda. Af en toe zet hij iets door naar de jeugdconsulent als het daar beter past. Het lijkt alsof de POH-GGZ Jeugd bekender is dan een jeugdconsulent en hier vaker specifiek naar wordt gevraagd. De inschatting van de POH-GGZ Jeugd en jeugdconsulent is dat ouders en jongeren bij een POH-GGZ Jeugd minder door hebben dat ze van een gemeente zijn dan bij een jeugdconsulent. De twee hulp- verleners merken andere reacties op als mensen door hebben dat ze van de gemeente zijn. Zichtbaarheid en continuïteit De jeugdconsulent is een tijd uitgevallen waardoor de continuïteit en bekendheid van de jeugdconsulent minder zijn. Vanuit de jeugdconsulent gezien zijn er juist veel afwezige en tijdelijke artsen geweest die haar minder hebben gevonden. Er wordt door verschillende betrokkenen genoemd dat de zichtbaarheid en bekend- heid verbeterd moet worden. Als de jeugdconsulent fysiek aanwezig is, zorgt dat al voor een herinnering om haar in te zetten.
Meer tijd De POH-GGZ Jeugd heeft meer tijd dan een huisarts waardoor er volgens de POH-GGZ Jeugd meer gemak bij een kind wordt gecreëerd. Er zijn ook meer mogelijkheden om nog een afspraak te plannen als het probleem de eerste keer niet duidelijk is of ondersteuning gewenst is. De huisarts verwijst al snel naar door naar de gespecialiseerde GGZ terwijl de POH-GGZ Jeugd meer voorliggende opties ziet. Hetzelfde geldt voor de jeugdconsulent. Zij heeft meer kennis van de sociale kaart dan de huisarts en heeft meer tijd met patiënten. Voordelen jeugdconsulent – laagdrempelige voorziening Eén van de huisartsen is positief over de samenwerking met en inzet van de jeugdconsulent. Elkaar kennen is daarbij heel belangrijk. Een andere huisarts College van burgemeester en wethouders - 19 november 2024 - 2024_B&W_0077228/37 26 beaamt dit en vindt het fijn dat ze nu niet meer naar Wmo of sociaal werk moeten verwijzen maar dit intern kan. Het is volgens meerdere betrokkenen minder beladen als je bij de huisarts komt voor een gesprek met een jeugdconsulent dan op een andere (gemeentelijke) locatie. Dat maakt het laagdrempelig voor patiënten. Eén van de huisartsen noemt ook een groei in de inzet van de jeugdconsulent. Hoe bekender het wordt, hoe beter het werkt.
Ontlasten van de huisarts en werken in hetzelfde systeem Het ontlasten van huisartsen wordt door zowel de gemeente als praktijkmanager, jeugdconsulent en POH-GGZ Jeugd genoemd als voordeel van de inzet van een jeugdconsulent. Zo hoeven huisartsen niet alles te weten over doorverwijzen binnen de sociale kaart. De huisartsen benoemen het doel van het ontlasten, of ze dit zo ervaren in de praktijk op dit moment is niet duidelijk geworden. De jeugd- consulent heeft een andere rol dan de huisarts en kan ook ouders aanspreken op hun verantwoordelijkheid en goede afstemming zoeken met externe partners. Om te weten wat er speelt kunnen huisartsen via de dossiers in het systeem wel informatie inzien van de patiënten die bij de jeugdconsulent zijn geweest. Het is volgens meerdere huisartsen daarom een groot voordeel dat de jeugdconsulent in hun systeem werkt. Normaliseren Een aantal huisartsen noemt in de interviews veel classificaties en de meest stereotyperende gedragingen daarbij. Als ze een patiënt zien met gedragingen waarvan huisartsen denken dat het bij een bepaalde diagnose hoort verwijzen ze door naar de POH-GGZ Jeugd of soms direct naar tweedelijnszorg voor diagnostiek. Het is minder bekend bij huisartsen wat een jeugdconsulent kan betekenen voor kinderen met (vermoedens van) classificaties. De jeugdconsulent denkt dat haar werk meehelpt aan normaliseren.