9.0 Dommerholt Advocaten - Zienswijze Ontwerp Vaar- en verhuurbeleid Giethoorn.pdf
Tekst van het document
I 1 6 OKT 2020 :DOMMERHOLT Dit roept om te beginnen al direct de vraag op welke doelstellingen de gemeente nu eigenlijk precies voor ogen heeft gehad bij het opstellen van de ter visie gelegde stukken. Is er eigenlijk wel sprake van een probleem? En zo ja, wat is dan het belangrijkste probleem? Gaat het echt om de - bij tijden - te grote drukte in Giethoorn? Of gaat het in plaats daarvan vooral om geld? (het dichten van gaten in de gemeentelijke begroting). Het nieuwe vaar- en verhuurbeleid voor Giethoorn strekt - volgens het collegevoorstel dat ten grondslag ligt aan de stukken die ter visie zijn gelegd en ook onderwerp zijn geweest van inspraak - verder dan een revisie van de huidige vaarverordening. Naast een (grondig) herziene vaarverordening wordt immers een zogenoemde vermakelijkhedenverordening en een breedte- beperking op de Dorpsgracht voorgesteld, door middel van een verkeersbesluit. Zaaknumnicr: Reeks: Aangetekend alsmede vooraf per e-mail Gemeenteraad van Steenwijkerland Postbus 162 8330 AD STEENWIJK De praktijk wordt gevoerd door Dommerholt Advocaten N V (KVK nr.05081795). Onze algemene voorwaarden die zijn te vinden op www.dommerholt nl/av en deels afgedrukt op de achterzijde, zijn van toepassing op alle werkzaamheden. T(0513) 43 34 33 F (0513) 43 34 21 heerenveen(gdommerholt.nl www.dommerholt.
nl Dommerholt Advocaten Abe Lenstra Boulevard 44 Postbus 225 8440 AE Heerenveen Namens de hierna te noemen belanghebbenden als vertegenwoordigers van de vaarsector in Giethoorn, reageer ik hierdoor op de inhoud van de in de vorige alinea bedoelde stukken; 2) De Grachthof B.V., gevestigd aan het Binnenpad 54 (8355 BT) te Giethoorn, mede namens haar enig aandeelhouder en bestuurder de besloten vennootschap Jorna Vastgoed B.V., gevestigd aan het Binnenpad 54 (8355 BT) te Giethoorn; 1) ARKA-Arendshorst Vof, alsmede namens haar vennoten de heer Johannes Jacob Rein Arendshorst en zijn echtgenote mevrouw Aleida Dirkje Arendshorst - Van de Pol, beiden wonende aan de Beulakerweg 169b (8355 AG) te Giethoorn; 14 oktober 2020 Ontwerp Vaar- en verhuurbeleid Giethoorn 200815 Mr. S. Maakal s.maakal@dommerholt.nl (0513)433 435 Per e-mail: andre.bus&.steenwijkerland.nl; steven.bunt&.steenwijkerland.nl; jan, vredenburgtffisteenwiikerland.nl; Miriam.slomp.dekkers(a),steenwijkerland.nl: ronnie.lassche&.steenwijkerland.nl; /antina.driiihout(d)steenwlikerland.nl: ronald. van, vli/men&steenwi/kerland.nl; emmy.elpersma&.steenwiikerland.nl; Geachte raadsleden. Datum Inzake Dossier Advocaat E-mail T elefoon Steenwijkerland Ingekoincn d.d.
ADVOCATEN VERKORTE VERSIE VAN DE TOEPASSELIJKE ALGEMENE VOORWAARDEN Aiieoporai.hier'woi rieriiiiisiuitenriaanv3;ir!;tni.iitgevourdoonrDninmerlioitAdvoh:ttenN V, mer uitsluiting van rie werking van de artikelen 7 4Cd en 7.4U7 lid 7 RVV 0eni,nicriii7' A.dvotatr--i l-ieefi een rjeiiiepsaansprakeiijkheidsverzekering gesloten welke rnimscl'ioo’s voldoet aan de eisen nie de N- denan;tse ünJe van astvoia-d.en daaraan steil Iedere aansprakelijkheid van Dorninerhoil Advocaten ts Lc perkt lot hei aeörag da’ in hel Ijniri'trnride geval eii nofiide van do atgesloten Poroepsaansprakclijkheidsvorzekering wordt Uitbotaain, venmierderd met het eigen risico, ihdien en voor zover éiri welk-s re'r.i&ri dan ook geen uitkering plaatsvindt krachtens cie genoemde verzekering, is iedere Oi-rnspr akelijktirjifi beperkt t... i een irotrag uveieitu ikornend met tweem.aal het gedeclareerrie honorarium voor de opdracht waaruit de aah' sprakeiijkheid vorvrivloo.i tirriitor g.oni.ix.meeirj t;,! een herj-ag van E DO 000,- De volledige tekst van de aignniene voofwaarden viuiT. u op wvrw dommerhcil.til'dv.od! Zr werden levens or; v;;:,_oek kosleloes teegezonden.
I 8) Bootverhuur Frank Raggers Giethoorn, gevestigd aan de Beulakerweg 55B te Giethoorn; DOMMERHOLI De belangrijkste conclusie die in deze zienswijze zal worden getrokken, is dat de voorstellen die nu ter visie zijn gelegd nog niet goed genoeg zijn doordacht. Deze voorstellen zullen dus in de praktijk niet tot het gewenste doel kunnen leiden, terwijl bovendien sprake zal zijn van onbedoelde neveneffecten. 11) Eethuys & Gelagkamer ’t Zwaantje, gevestigd aan de Ds. T.O. Hylkemaweg 1 (8355 CD) te Giethoorn. Indachtig het gezegde “Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald" roep ik de leden van uw gemeenteraad dus op om niet te besluiten tot de vaststelling van één of meer van de ter visie ge legde verordeningen en besluiten en dat in ieder geval niet zolang er niet tegemoet is gekomen aan de bezwaren die aan deze voorstellen kleven. 10) Smit Giethoorn B.V., gevestigd aan het Zuiderpad 58 (8355 CC) te Giethoorn, mede namens de enig aandeelhouder en bestuurder, de besloten vennootschap Smit Beheer B.V., gevestigd aan het Zuiderpad 58 (8355 CC) te Giethoorn; 5) Kiosk koppers Vof, h.o.n. Koppers Botenverhuur, gevestigd aan de Ds. T.O. Hylkemaweg 4 (8355 CD) te Giethoorn, mede namens haar vennoten de heer Egbert Koppers en me vrouw Esther Everdina van Wingerden, beiden wonende aan de Ds. T.O.
Hylkemaweg 3 (8355 CD) te Giethoorn; 9) Vennootschap Onder Firma Slomp/ Dekkers, tevens handelende onder de naam Hotel Brasserie de Pergola, gevestigd aan de Ds. T.O. Hylkemaweg 7 (8355 CD) te Giethoorn, mede namens haar vennoten de heer Frederik Berend Slomp en zijn echtgenote mevrouw Maria Johanna Andrea Slomp-Dekkers, beide wonende aan de Hazelaar 4 (8355 EB) te Giethoorn, alsmede namens de besloten vennootschap Mayday Holding B.V., gevestigd aan de Hazelaar 4 (8355 EB) te Giethoorn; 4) KoningteRijk B.V., gevestigd aan de Bultweg 25 (8346 KB) te De Bult (tevens handelende onder de naam Boat Rental Giethoorn en Rent a Boot te Giethoorn); 3) Hollands Venetië Vof te Giethoorn, mede namens haar vennoten, de heer Anne Veenstra en zijn echtgenote mevrouw Henriëtte Egberdina Veenstra - Kamans, beiden wonende aan de Beulakerweg 167 (8355 AG) te Giethoorn en de heer Ricardo Veenstra, wonende aan de Sleedoorn 13 (8355 EC) te Giethoorn; 6) Recreatiecentrum de Kruumte Vof, gevestigd aan de Kerkweg 48a (8355 BJ) te Giethoorn, alsmede namens haar vennoten de heer Gerrit Mol en zijn echtgenote mevrouw Jacobje Mol-Mandemaker, beiden wonende op het adres Kerkweg 48a (8355 BJ) te Giethoorn; 7) De heer Hendrik Petter, wonende aan de Dwarsgracht 21 (8355 CT) te Giethoorn (handelende onder de naam Pettersloep, gevestigd aan de Kampen 8, 8325 DE te Vollenhove);
Ter nadere toelichting merk ik namens belanghebbenden het volgende op. Noodzaak? D0MMERH0L1 Dit leidde tot de volgende rechtsvraag, die is voorgelegd aan de zogenoemde Staatsraad Advocaat-Generaal bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: “Bestaat er naar Nederlands recht een norm die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse vergunningen door het gemeentebestuur op enigerlei wijze reële ruimte moet worden geboden voor (potentiële) gegadigden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen ’? De bedoelde rechtsnorm sluit - zolang de wettelijke voorschriften zich tenminste niet tegen een bepaalde vorm van verdeling verzetten - geen enkele verdelingsprocedure uit, ook niet op bijvoorbeeld de volgorde van binnenkomst. Deze vraag is op 25 mei 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1421) bevestigend beantwoord en daarbij is voor wat betreft de grondslag verwezen naar het formele gelijkheidsbeginsel en het beginsel van gelijke kansen. Wel moet het bestuur ten einde het beginsel van gelijke kansen te realiseren een ‘passende mate van openbaarheid’ garanderen met betrekking tot de beschikbaarheid van schaarse vergunning, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria.
Bovendien is het maar de vraag in hoeverre het concept voor de nieuwe Vaarverordening (wel) in overeenstemming is met de Europese wet- en regelgeving en de beginselen die in dat kader binnen de lidstaten in acht moeten worden genomen. Dat brengt mij op het volgende. Het uitgangspunt van de huidige vaarverordening is dat in de omgeving van Giethoorn 664 verhuurboten en 100 rondvaartboten voor onbepaalde tijd zijn vergund. Dit zou naar de mening van Burgemeester en Wethouders niet langer zijn toegestaan in verband met - kortweg - de Europese Dienstenrichtlijn. Daarbij wordt in de stukken verwezen naar ‘een’ uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van november 2016. Deze uitspraak (ECLI: NL:RVS:2016: 2927) ziet op de toepassing van de Verordening Speelautomaten te Vlaardingen, waarbij de gemeente de mogelijkheid voor het verlenen van een exploitatie vergunning feitelijk had beperkt tot slechts één adres. Voor dat adres was bovendien een vergunning verleend voor onbepaalde tijd. Met andere woorden: uit de Europese Dienstenrichtlijn vloeit helemaal niet voort dat er geen enkele andere mogelijkheid zou bestaan dan te besluiten tot de intrekking van de huidige Vaar verordening. Hetzelfde geldt voor de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ligplaatsen Zij stellen in de betreffende annotatie (punt 12, slot): D0MMERH0L1 “Pas als voor verschillende locaties een plafond is opgenomen ten aanzien van de toe te kennen omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan, is er mogelijk sprake van de verdeling van een schaars recht (vergelijk bijvoorbeeld ABRS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:2611, AB 2017/389 m.nt. C.J. Wolswinkel, JM 2017/136 m.nt. J.S. Haakmeester, JG 2018/4 m.nt. T. van Halsema en JB 2017/183 m.nt. L.J.M. Timmermans’’. De vraag rijst in dit verband dus om te beginnen in hoeverre de voorgestelde nieuwe regeling zich verdraagt met de hiervoor aangehaalde uitspraken van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State. Het bestemmingsplan bepaalt dus in de voorgestelde regeling feitelijk wie (welke locaties) in aanmerking kunnen komen voor botenverhuur/ de exploitatie van rondvaartboten. Op het eerste gezicht lijkt een dergelijke regeling in overeenstemming met de jurisprudentie van de Afdeling be stuursrechtspraak van de Raad van State waarin is geoordeeld dat met en bij de vaststelling van bestemmingsplannen geen sprake is van de verdeling van schaarse rechten, zolang de planrege- ling in kwestie er maar niet toe leidt dat slechts één exploitant van de geboden ruimte gebruik kan maken.
Ik verwijs in dit verband onder andere naar de uitspraak van de genoemde Afdeling van 4 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4101, BR 2020/12 m.nt. J.A, Mohuddy & S. EIbertsen. Voor de uitoefening van een rondvaart- en/ of botenverhuurbedrijf in Steenwijkerland is een vergunning (van het college) vereist (art. 2 lid 1 van de nieuwe Vaarverordening). Wie komen daar voor in aanmerking? Alle ondernemingen die in het ter plaatse geldende bestemmingsplan een specifieke aanduiding op de plankaart hebben, waaruit blijkt dat zij in planologische zin toestemming hebben om een recreatiebedrijf uit te oefenen dat zich (mede) richt op de verhuur van boten en/ of op de exploitatie van rondvaartboten. Daarnaast is het, in de tweede plaats, verder de vraag of er niet een (nieuw) juridisch probleem ontstaat bij de voorgestelde regeling, nu daarin is bepaald dat het aantal ligplaatsen in het oude centrum van Giethoorn niet mag toenemen ten opzichte van het bestaande aantal, zoals dat blijkt uit de verleende (geldende) vergunningen aan de in dit gebied gevestigde ondernemingen. Op deze plaats verwijs ik namens belanghebbenden naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1013, Gst. 2020/89 m.nt. A.
Drahmann ziet op de vraag of ligplaatsen al dan niet schaars zijn en daarom op een transparante manier verdeeld moeten worden (let op: dit is iets anders dan strijd met de Dienstenrichtlijn!). Naar het oordeel van de genoemde Afdeling was (is) dat in Amsterdam het geval, omdat het Stadsdeel West van de gemeente Amsterdam slechts bereid was om ligplaatsvergunningen aan de exploitanten van rondvaartboten te verlenen indien en voor zover daarbij een ligplaats zou worden ingenomen aan één specifieke (gemeentelijke) aanlegsteiger.
Motieftheorie :DOMMERHOL1 Het in de vorige alinea bedoelde toetsingskader vormt naar de mening van belanghebbenden overigens een zeer wezenlijk onderdeel van de nieuwe regeling, zodat het niet in de tekst van een definitief vast te stellen nieuwe verordening mag ontbreken (!). In dit verband spreken belanghebbenden op deze plaats nogmaals de verwachting uit dat het onontkoombaar zal blijken te zijn om, al dan niet als onderdeel van het nog nader in te vullen c.q. uit te werken toetsingskader voor het verlenen van ligplaatsvergunningen, enig verdeelsysteem te introduceren. En uiteraard moet een dergelijk systeem dan ook in objectieve zin voldoen aan de eisen van transparantie en vrije mededinging/ gelijke kansen. Ook naar de mening van belanghebbenden is het op zijn minst gewenst - en waarschijnlijk: zondermeer noodzakelijk - om het aantal bestaande ligplaatsvergunningen in het oude centrum van Giethoorn te bevriezen op het bestaande aantal. Maar dat betekent in de praktijk dan wel dat er geen ruimte meer is om nieuwe vaarvergunningen uit te geven aan ondernemers die boten willen verhuren in dit gedeelte van Giethoorn. Voor hen bestaat immers geen ruimte om nieuwe ligplaatsen in dit gebied te nemen en dat is volgens de voorgestelde tekst van de nieuwe regeling wel een noodzakelijke voorwaarde om in aanmerking te kunnen komen voor een vaarvergunning.
Of het nu voorgestelde systeem in de praktijk houdbaar blijkt, zou dus in de praktijk weleens kunnen afhangen van de vraag of en zo ja in hoeverre potentiële gegadigden in aanmerking kunnen komen voor een ontheffing als bedoeld in art. 6 lid 2 van de (concept) Vaarverordening (2021). Belanghebbenden zouden in dit verband graag eerst kennis willen nemen van het toet singskader dat de gemeente van plan is om hierbij in acht te nemen alvorens eventueel nader op dit onderwerp te (kunnen) reageren. Een juridische kwestie die verder ook nog speelt in relatie tot het vorenstaande, is de vraag in hoeverre uw gemeenteraad eigenlijk nog de bevoegdheid toekomt om in aanvulling op hetgeen reeds is geregeld in het planologische spoor op grond van de Gemeentewet regels te stellen met betrekking tot (kortweg) het varen in Giethoorn. Met andere woorden: welk doel dient in de nieuw voorgestelde versie eigenlijk nog de Vaarverordening? Daardoor creëerde de gemeente in kwestie dus wat sindsdien 'beleidsmatige schaarste’ is gaan heten (dit ter onderscheiding van fysieke schaarste en/ of schaarste in de vorm van beperkte technische beschikbaarheid). En daarvoor moet dus een verdelingsprocedure gevolgd worden die voldoet aan de reeds eerder (in de zaak Vlaardingen) door de Afdeling geformuleerde eisen/ crite ria.
Een uitspraak die verder ook bij deze lijn aansluit, is die van de Afdeling bestuursrechtspraak van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2892, Gst. 2020/18 m.nt. A. Drahmann. In die zaak wijzigde de gemeente Amsterdam de looptijd van de vergunning die was (is) verleend voor een niet varende onderhoudsboot die sinds 1983 ligplaats inneemt in de Westelijke kom van het Open Havenfront aan de Prins Hendrikkade 20B van onbepaalde tijd in bepaalde tijd (tot 1 januari 2020).
B&B Alternatief Verbrandingsmotoren DOMMERHOLT Denkbaar zou wat hen betreft een regeling zijn waarbij het aantal uit te geven vergunningen, wanneer deze mogelijkheid althans blijft bestaan, ten minste afhankelijk wordt gesteld van de omvang van het bedrijf in kwestie en/ of van het aantal ligplaatsen dat beschikbaar is op het eigen terrein. In algemene zin, maar meer specifiek ook de vergunningplicht? En gaat het daarbij dan werkelijk om een andere 'motief’? Belanghebbenden zouden de gemeente willen uitnodigen om ook dit thema nog nader te belichten alvorens te besluiten omtrent de vaststelling van de in voorbereiding zijnde nieuwe regelgeving (overigens; in alle onderdelen). Naar de mening van belanghebbenden is het in ieder geval de moeite waard om te onderzoeken of en zo ja in hoeverre de mogelijkheid om te kunnen voorzien in voldoende ‘parkeergelegenheid' in de directe omgeving, zowel op het eigen terrein als ook in de openbare ruimte, voor de te verhuren boten (inclusief rondvaarboten) in planologische zin geborgd zou kunnen worden, waarbij de omvang van deze capaciteit wordt geborgd in de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan (in combinatie met een specifieke aanduiding op de kaart). In de voorgestelde nieuwe regeling kunnen voortaan ook de exploitanten van een Bed & Break fast in aanmerking komen voor een commerciële vaarvergunning.
Met deze uitbreiding kunnen belanghebbenden zich niet verenigen, omdat dat naar hun mening zou kunnen leiden tot een on geremde groei van het aantal verhuurboten. Omdat het aantal vergunningen niet (meer) in aantal is/ wordt beperkt, betekent dit in de praktijk immers dat de betrokken ondernemers in beginsel een geheel nieuw botenverhuurbedrijf zouden kunnen starten (!). Dat is naar de mening van belanghebbenden ongewenst en zij verzoeken dan ook om in het kader van de vaststelling van de definitieve nieuwe regeling in ieder geval ook nog aandacht aan dit onderwerp te besteden. In beginsel zou daarbij als uitgangspunt kunnen gelden dat voor nieuwe toetreders in de benodigde afmeermogelijkheden moet worden voorzien op eigen terrein c.q. in eigen water, maar vervolgens zou redelijkerwijs, ook in het kader van het overgangsrecht, een ontheffings mogelijkheid moeten gelden voor die ondernemers die van oudsher zijn aangewezen op ligplaat sen in openbaar water en/ of klanten gebruik laten maken van openbare parkeerruimte. Ook in dat geval geldt uiteraard dat het in acht te nemen toetsingskader in de nieuw vast te stellen Vaar- verordening moet worden opgenomen (in het kader van het belang van de rechtszekerheid). Opnieuw ontbreekt hierbij het in acht te nemen toetsingskader.
Belanghebbenden zijn de mening toegedaan dat dit alsnog moet worden toegevoegd alvorens eventueel tot de vaststelling van het betreffende artikel kan worden overgegaan. Of is het wellicht de bedoeling om te volstaan met het bepaalde in art. 6 van het voorgestelde ontheffingenbeleid? In art. 4 van de voorgestelde nieuwe Vaarverordening wordt gesproken over een mogelijkheid om ontheffing te verlenen van de verplichting om voortaan alleen nog maar elektrisch te varen.
strafrecht Overgangsrecht Verkeersbesluit ZDOMMERHOLT In het belang van de rechtszekerheid verzoeken zij dus ook nog uitdrukkelijk aandacht aan dit onderwerp te besteden alvorens te besluiten omtrent de vaststelling van een nieuwe verordening. Een uitzondering hierop zou hoogstens kunnen zijn de bevoegdheid tot het binnentreden van woningen. Zie in dit verband het bepaalde in art. 149a van de Gemeentewet. Met dit onderdeel van het nieuw voorgestelde beleid hebben belanghebbenden op zichzelf niet zoveel moeite, al zijn zij van mening dat het aanbeveling zou verdienen om de te verlenen onthef fingen niet alleen ‘op kenteken’ te stellen maar ook een beperking te stellen aan het aantal onthef fingen waarvoor één bewoner dan wel één ondernemer (per tijdseenheid) in aanmerking kan komen. Daarnaast lijkt het niet zo handig om de mogelijkheid om ontheffing te verlenen ten behoeve van specifieke beroepen of bedrijven (zoals dat is gedaan in art. 1 van het nieuw voorgestelde verkeersbesluit) te beperken tot een ‘limitatieve’ lijst. Aan deze formulering zou redelijkerwijs dan ook moeten worden toegevoegd: “Als ook daarmee gelijk te stellen bedrijven/ beroepen”. Daarbij stellen belanghebbenden zich overigens op het standpunt dat het vervallen van de bestaande rechten c.q. het nemen van een besluit daartoe de (gemeentelijke) overheid schade- plichtig maakt.
In dat verband rijst dan de vraag hoe zij - eventueel - worden gecompenseerd en waar de daarvoor benodigde gelden reeds zijn gereserveerd in de gemeentebegroting (?). Het is voor belanghebbenden niet geheel duidelijk of de bestaande vergunningen, die nog zijn verleend op basis van de nu nog geldende Vaarverordening, komen te vervallen op het moment van de inwerkingtreding van de (een) nieuw voorgestelde verordening of dat deze in plaats daar van geacht kunnen worden te zijn verleend op basis van de nieuwe verordening. De artikelen 8, 9 en 10 horen in de beleving van belanghebbenden heden ten dage niet meer thuis in een gemeentelijke verordening en dus ook niet in een Vaarverordening. Zij voegen im mers niets toe aan hetgeen reeds voortvloeit uit de wet- en regelgeving die is vastgesteld bij of krachtens onder meer de Algemene wet bestuursrecht, het Wetboek van Strafrecht en/ of de Wet op de Economische Delicten. Het verzoek is dan ook om de betreffende bepalingen te schrappen.
Dat zou betekenen dat iedere ondernemer die zich heeft laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel, zolang het gaat om verhuurboten die op de datum van invoering van de nieuwe verordening (volgens plan: 1 januari 2021) zijn voorzien van een explosiemotor, nog gedurende een termijn van vijf jaren in aanmerking kan komen voor een ontheffing van de verplichting om de betreffende boten uit te rusten met een elektrische motor. Zonder bijkomende voorwaarden?
Vermakeliikhedenretributie Belastingplicht Maatstaf van heffing DOMMERHOLT Belanghebbenden kunnen zich op meerdere onderdelen niet met de voorgestelde regeling verenigen. Belastingplichtig is degene die de vermakelijkheden verschaft, organiseert of de gelegenheid daartoe biedt of op wiens naam of voor wiens verantwoordelijkheid de vermakelijkheden plaats vinden. Dit is dus kennelijk ‘de kentekenhouder’. Naar de mening van belanghebbenden zou dat echter veranderd moeten worden in: degene die met een motorboot door de Dorpsgracht vaart. Immers: “De vervuiler betaalt”. Deze wijziging zou belanghebbenden in staat stellen om de aan slag die zij klaarblijkelijk van de gemeente gaan ontvangen gemakkelijker door te berekenen aan hun klanten. Dat wil zeggen: zonder lastige discussies over de belastingplicht. De vermakelijkheidsbelasting (retributie) is volgens het voorstel dat thans voorligt verschuldigd per Motorvaartuig waarmee in een kalenderjaar wordt gevaren in de Dorpsgracht te Giethoorn. Naar de mening van belanghebbenden zou bij de toepassing van dit uitgangspunt om te beginnen redelijkerwijs een uitzondering moeten gelden voor die boten c.q. bootjes waarvoor een ontheffing is verleend van het verbod op elektrisch varen. Ofwel voor deze bootjes zouden redelijkerwijs in ieder geval dezelfde tarieven moeten worden gehanteerd dan voor een houten punter.
Tenslotte pleiten belanghebbenden er ook voor om het openbare vaarwater open te stellen voor bredere transporten buiten 'de spits’. Als het niet (te) druk is op het water, dan is er immers toch ook geen noodzakelijk voor een beperking die is/ wordt ingesteld in het kader van de veilig heid op het water? Meer principieel zijn belanghebbenden verder van mening dat als maatstaf van heffing niet gekozen zou moeten worden voor een heffing per kalenderjaar, maar in plaats daarvan voor een systeem waarbij een ieder mee betaalt aan het gebruik van het openbare vaarwater (inclusief de ondersteunende voorzieningen, zoals beschoeiingen en dergelijke). Dit zou bijvoorbeeld kunnen in de vorm van een vignetplicht, zoals men die ook in verschillende buitenlanden kent. Dat zou immers maximaal recht doen aan het beginsel “De vervuiler betaalt”. Ofwel: de mate waarin profijt wordt getrokken van de 'vermakelijkheid’, waarvan de aanleg en de instandhouding door de gemeenschap worden bekostigd. Bijkomend voordeel zou verder zijn dat onder andere de ondernemers 'van buiten' (Giethoorn) in gelijke mate in de heffing worden betrokken dan de ondernemers uit specifiek Giethoorn.
Tarieven In de toelichting bij de nieuw voorgestelde regeling staat (pagina 6/10, midden): En verder: Op voorhand menen belanghebbenden dat de gekozen tarieven toch wel erg willekeurig ogen. DOMMERHOLT Dezelfde rechtsregel kan verder ook worden afgeleid uit de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 3 oktober 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4033, welk arrest betrekking heeft op de verhuur van onbemande elektrische sloepen op afstand. Enig bewijs als bedoeld in de vorige alinea ontbreekt bij de ter visie gelegde stukken. Alleen al om die reden is het voor belanghebbenden niet mogelijk om hier gemotiveerd op te reageren “Met deze retributie kunnen gemeentelijke kosten worden verhaald. Toe te rekenen kosten kunnen o.a. zijn verkeersvoorzieningen, promotie, veiligheidsregio (politie, brandweer), het schoonhouden/ plaatsen van afvalbakken, onderhoud, gladheidbestrijding, een crowd- managementplan, waaronder een veiligheids- en vervoersplan of investeringen in de openbare ruimte met betrekking tot het onderhoud en de aanleg van fiets- en wandelroutes, aanlegsteigers boten, promotie/ VVV en handhavingsmaatregelen”.
Om te beginnen, is het naar de mening van belanghebbenden toch wel zuur om achteraf te moeten constateren dat zij in het kader van de veiligheid op het water in het verleden door de gemeente zijn gedwongen om steeds grotere rondvaartboten in bedrijf te stellen, terwijl het tarief van de voorgestelde heffing juist die ondernemers treft die in het (recente) verleden goed naar de gemeente hebben geluisterd door grote(re) boten aan te schaffen. Dit voelt uiteraard als een onrechtvaardige straf (!). In de (doorgaans) lagere rechtspraak die over het onderwerp van de Vermakelijkhedenbelasting te vinden is, wordt doorgaans terug verwezen naar het (standaard) arrest van de Hoge Raad van 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2203:AF3283). Daaruit blijkt dat een gemeente moet aantonen dat er kosten zijn gemaakt ter zake van 'door de gemeente tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen waarvan een vermakelijkheid profiteert’. Daarbij hoeft een gemeente weliswaar niet aan te geven welk bedrag van die lasten is toe te rekenen aan de te belasten vermakelijkheid, maar dit neemt niet weg dat de bewijslast met betrekking tot het feit dat er kosten zijn gemaakt te allen tijden op een gemeente blijft rusten. “Bij deze heffing is geen opbrengstlimiet van toepassing. In artikel 229b, lid 1 van de Gemeente wet is de VMR uitgesloten van de regel dat maximaal 100% kostendekking geldt.
Dit is vanwege de situatie dat de kosten vaak niet nauwkeurig zijn toe te rekenen aan degene die het vermaakt biedt. Aan de voorwaarden om een VMR te heffen, is voldaan indien de gemeente aantoont dat zij kosten heeft gemaakt. Daarbij behoeft de gemeente niet precies aan te geven welk bedrag van de met die voorziening gemoeide lasten precies is toe te rekenen aan de vermakelijkheid”.
MET CONCLUSIE: Hoogachten! laakal DOMMERHOLT Verder is er door verschillende belanghebbenden zelf ook aanzienlijk geïnvesteerd in het recreatieve product van Giethoorn, terwijl zij in het verleden ook gewoon hebben betaald voor de vaarvergunningen die door de gemeente zijn verstrekt. En ondanks dat zou er nu dus ‘gewoon’ nog een keer ‘een klap geld’ betaald moeten worden? Dat vinden belanghebbenden niet redelijk. Zij pleiten aldus voor een verdergaande differentiatie in de toe te passen tarieven. Nog los van het feit dat de invoering van de voorgestelde belastingheffing bijna niet op een slechter moment had kunnen komen, omdat de resultaten van de bedrijfsvoering van recreatie- ondernemingen zoals die van belanghebbenden zeer onder druk staan in verband met de effec ten van de maatregelen die voortvloeien uit de bestrijding van het Corona (Covid-19) virus, zijn die bedragen ook gewoon erg hoog, terwijl het in ieder geval zonder nadere toelichting voor belanghebbenden niet vast staat dat een dergelijke heffing zou worden gerechtvaardigd door de hoogte van de gepleegde investeringen in specifiek de Dorpsgracht. Dat is immers het gebied dat is aangemerkt als ‘vermakelijkheid’ (...).
Voordat eventueel alsnog besloten zou worden omtrent de vaststelling van enige nieuwe verordening en/ of een vermakelijkhedenretributie (in welke vorm dan ook) zouden belang hebbenden graag nader met de gemeente in overleg willen treden omtrent de inhoud van dergelijke besluiten en/ of regelingen. Tenslotte zouden belanghebbenden graag afspraken met de gemeente willen maken omtrent de periode waarvoor de tarieven vast staan. In het andere geval vrezen zij namelijk ‘de melkkoe’ van de gemeente Steenwijkerland te worden... Namens belanghebbenden verzoek ik uw gemeenteraad om niet te besluiten tot de vaststelling van de besluiten en verordeningen overeenkomstig de concepten die daarvoor ter visie zijn gelegd en het onderwerp van inspraak zijn geweest. En in het andere geval zou redelijkerwijs op zijn minst tegemoet moeten worden gekomen aan de gesignaleerde bezwaren en onvolkomenheden.
d.dIngekoiiieii 1 6 OKI 2020 2ddtriLi:'ii Ri.'c2S'. l6-io SI D-A-1R Aangetekend 3SRDAA7757354 ZL-02 Postbus 152 8330AD Naam: KBR V.O.F. Bouwmarkt Strijker Adres: Koematen 2, 8331TKSteenwiJk Gemeente Steenwijkerland Postbus 162 3SRDAA7757354 8330AD STEENWIJK UOIS «nmerholt Advocaten B V sibus 225, 8440AE HEERENVEEN Post NL Afz. 8440 AE 225 €8,80 NEDERLAND I4.I0.20 NetSetFM II3998 ' ZL-1ÖÖ57 150.6(Za)J <Stccnwiikcrian(t