8.8 Commissariaat voor de Media - Redactie- en programmastatuut Omroep Stichting Steenwijkerland.pdf
Tekst van het document
REDACTIE -/ PROGRAMMASTATUUT ARTIKEL 1 De lokale omroepinstelling stelt zich uitsluitend, althans hoofdzakelijk ten doel, een omroepprogramma te verzorgen dat in zodanige mate is gericht op de bevrediging van de in de gemeente waarop de omroepinstelling zich richt, levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke behoeften, dat de instelling geacht kan worden van algemeen nut te zijn. ARTIKEL 2 1. De uitgangspunten die betrekking hebben op het samenstellen van het omroep programma van de lokale omroepinstelling zijn neergelegd in de statuten van de lokale omroepinstelling en het door het programma beleidsbepalend orgaan (Algemeen Bestuur) vastgestelde programmabeleid, alsmede in hieruit voortvloeiende regelingen (hierna:statuten, programmabeleid en regelingen). Alle belanghebbenden zijn hieraan gebonden. Al deze stukken worden geacht bij de belanghebbenden bekend te zijn. Statuten, programmabeleid en regelingen kunnen worden gewijzigd, zoals bepaald in de desbetreffende artikelen van de statuten en met inachtneming van de regels, zoals deze in dit redactie -/programmastatuut zijn beschreven. 2.
Dit redactie - /programmastatuut beoogt alle medewerk(st)ers waarborgen te geven voor het onafhankelijk uitoefenen van de hieruit voortvloeiende taken, zonder rechtstreekse beïnvloeding door wie dan ook, nog van buitenaf, nog van binnenuit, anders dan de op de wijze die in dit redactie -/programmastatuut wordt geregeld. 3. Op grond van deze onafhankelijke taakoefening gaan de programma medewerk(st)ers bij de samenstelling van de programmaonderdelen: - zorgvuldig te werk; - geven van de gelegenheid tot hoor en wederhoor; - betrachten zorgvuldige verificatie; - weren van verkapte reclame; - brengen een zo herkenbaar mogelijk onderscheid aan tussen feitelijke gegevens en de interpretatie daarvan of het commentaar daarop; - laten tot de programmaonderdelen toe wat informatief en opinievormend is; - stellen zich terughoudend op tegenover sponsoractiviteiten; - verrichten geen nevenactiviteiten die met hun onafhankelijke taakuitoefening strijdig kunnen zijn. ARTIKEL 3 Dit statuut verstaat onder de programmaleiding: - Bedrijfsleider - Artistiek Coördinator - Algemeen Coördinator Dit statuut verstaat onder de medewerkers: - Medewerk(st)ers van de lokale omroep belast met werkzaamheden in het kader van de samenstelling van het omroepprogramma, of voorzover deze een medewerkers overeenkomst heeft afgesloten met daarin een omschrijving van de uit te voeren werkzaamheden.
ARTIKEL 4 De lokale omroepinstelling is verantwoordelijk voor de vorm en de inhoud van het geen in haar zendtijd wordt uitgezonden, zowel intern als tegenover derden. De samenstelling van het omroepprogramma is gedelegeerd aan de programmaleiding. ARTIKEL 5 1. Benoeming van de programmaleiding geschiedt door het dagelijks bestuur in overleg met het algemeen bestuur. 2. Benoeming van de programmamakers en andere medewerkers geschiedt door de programmaleiding. Bij verschil van mening beslist het dagelijks bestuur. 3. Schorsing van medewerk(st)ers is aan de programmaleiding of aan leden daarvan voorbehouden. 4. Aangezien het royeren van een medewerk(st)er als een zeer ernstige zaak wordt gezien, is de feitelijke beslissing hierover voorbehouden aan het dagelijks bestuur in overleg met het algemeen bestuur, die hierover uiteraard de betrokken partijen zal horen. 5. Ingrijpende veranderingen in de programmaleiding geschiedt zonodig door het dagelijks en algemeen bestuur. 6. In de medewerkervergadering kunnen voorstelen tot (ingrijpende) veranderingen van de programmaleiding worden ingediend bij het bestuur. Een dergelijk voorstel vereist de instemming van tweederde van alle medewerkers van de omroep.
Indien in deze vergadering niet allen aanwezig zijn, moet tenminste veertien dagen later een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, waarin onafhankelijk van het aantal aanwezigen, een dergelijk besluit kan worden genomen met tenminste twee/derde meerderheid der uitgebrachte stemmen. ARTIKEL 6 1. Bij voorziening in een vacature in de programmaleiding wordt door het bestuur een sollicitatie - en selectiecommissie ingesteld. 2. Daarin hebben tenminste zitting: - twee leden van het algemeen bestuur en twee leden van het dagelijks bestuur; - eén lid, aangewezen uit de medewerkervergadering . 3. Het aangewezen dagelijks bestuurslid belast met het personeelsbeleid zit de vergaderingen van de sollicitatie - en selectiecommissie voor. 4. De sollicitatie - en selectiecommissie stelt een voordracht op en dient deze, vergezeld van een verslag van haar werkzaamheden, in bij het bestuur. ARTIKEL 7 1. De programmaleiding is belast met de verantwoordelijkheid inzake de samenstelling van het omroepprogramma van de lokale omroepinstelling. Zij zijn met betrekking tot het omroepprogramma verantwoordelijk voor de naleving van de statuten, programmabeleid en regelingen.
Zij dragen binnen dit kader de verantwoordelijkheid voor de uitwerking van de programmaonderdelen en hebben de leiding over de dagelijkse gang van zaken; en zij wijzen mankracht,zendtijd en budget toe en binden hun opdrachten eventueel aan nadere instructies. 2. De programmaleiding woont de vergaderingen van het dagelijks bestuur van de lokale omroepinstelling bij. Zij hebben daarin een adviserende stem. ARTIKEL 9 1. Alvorens het bestuur en/of de programmaleiding een beslissing nemen over zaken die van wezenlijk belang zijn voor werkzaamheden van de medewerkers, worden deze zo tijdig mogelijk geïnformeerd en gehoord. 2. Als zodanige zaken van wezenlijk belang worden tenminste aangemerkt: a. ingrijpende wijzigingen in statuten, programmabeleid en regelingen, voorzover deze wijzigingen in statuten betrekking hebben op het voorbereiden en samenstellen van het omroepprogramma; b. ingrijpende wijzigingen in het uitzendschema; c. ingrijpende wijzigingen in de huisvestingssituatie; d. overeenkomsten voor programmatische samenwerking met derden, voorzover deze een ander dan incidenteel karakter hebben; e. de benoeming van de programmaleiding; f. ingrijpende wijzigingen in de samenstelling van de programmaleiding; g. wijzigingen in het redactie -/programmastatuut; h. wijzigingen in de techniek, voorzover deze ingrijpende gevolgen hebben voor de werkzaamheden van de medewerkers; i.
disciplinaire maatregelen ten aanzien van de medewerk(st)ers. 3. Tijdig voordat de begroting van de lokale omroepinstelling wordt vastgesteld, wordt deze door het bestuur en/of programmaleiding aan de medewerkers voorgelegd wanneer het posten betreft die rechtstreeks betrekking hebben op de werkzaamheden van de medewerkers in de medewerkervergadering . De medewerkers brengen hun op of aanmerkingen bij de begroting ter kennis van het bestuur in de medewerkervergadering. ARTIKEL 11 1. Wanneer een medewerk(st)er ernstige gewetensbezwaren heeft tegen een aan hem verstrekte opdracht in verband met een programmaonderdeel of werkzaamheden en hij kan zich niet neerleggen bij een door de programmaleiding of leden daarvan ter zake te nemen of genomen beslissing, kan hij zich wenden tot het aangewezen bestuurslid belast met het medewerkerbeleid om behandeling in het dagelijks bestuur. 2. Wanneer de programmaleiding of leden daarvan besluiten ingrijpende wijzigingen aan te brengen of te doen aanbrengen in een programmaonderdeel, kan (kunnen) de betrokken medewerk(st)er(s) verzoeken om een programmaonderdeel niet uit te zenden. Indien door de programmaleiding of leden daarvan niettemin tot uitzending wordt besloten, zal het programmaonderdeel niet van de naam van de betrokken programma medewerk(st)er(s) kunnen worden voorzien.
Als de betrokken programma medewerk(st)er(s) het niet met de genomen beslissing eens is (zijn), kan (kunnen) de betrokken programma medewerk(st)er(s) zich achteraf wenden tot het aangewezen bestuurslid belast met het medewerkerbeleid om behandeling in het dagelijks bestuur. 3. Wanneer de programmaleiding of leden daarvan menen een uitspraak, zoals hierboven bedoeld, van het dagelijks bestuur niet te kunnen aanvaarden, maakt hij zijn of maken zij hun stand punt gemotiveerd kenbaar aan het algemeen bestuur. 4. Indien het dagelijks of algemeen bestuur van de lokale omroepinstelling ernstige klachten heeft over het gevoerde redactioneel beleid of een of meer uitgezonden programmaonderdelen, dienen de programmaleiding of leden daarvan en de betrokken medewerkers ter zaken te worden gehoord. Als het bestuur daarna de klacht handhaaft, kan het maatregelen treffen. ARTIKEL 12 Geschillen die naar aanleiding of in verband met dit redaktie -/programmastatuut of het redactioneel beleid mochten ontstaan, zullen - indien niet tot onderlinge overeenstemming kan worden gekomen - worden voorgelegd aan een geschillencom- missie. ARTIKEL 13 1. Bij een of meerdere geschillen tussen bestuur en medewerkers en bij geschillen tussen medewerkers onderling kan een onpartijdige commissie op verzoek van een der partijen worden ingesteld.
De commissie bestaat uit drie leden: één lid aangewezen door ieder der partijen en één door deze twee commissieleden gezamenlijk aangetrokken onpartijdige voorzitter. 2. De commissie neemt binnen vier weken nadat zij is samengesteld een beslissing. De commissie heeft de bevoegdheid beide partijen te horen. 3. Het advies van de commissie is bindend en wordt schriftelijk uitgebracht aan de partijen. Indien het een geschil betreft tussen medewerkers wordt ook het bestuur schriftelijk in kennis gesteld van het advies van de commissie. ARTIKEL 14 In niet genoemde gevallen beslist het dagelijks bestuur en voorzover van toepassing worden daarbij de regelingen uit de statuten gehanteerd. ARTIKEL 16 Wijzigingen van dit redactie - /programmastatuut worden vastgesteld met inachtneming van hetgeen daaromtrent in de statuten van de lokale omroepinstelling wordt vermeld.