CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

8.1 Robijn huijs e a Effectonderzoek - Maatschappelijke waarde IPSO inloophuizen.pdf

Raadsvergadering 12 maart 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken16.683 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een ander voorbeeld is het aspect ‘kunnen ontspannen’ binnen de pijler mentaal welbevinden. Voor zowel (ex-)kankerpatiënten als naasten en nabestaanden is dat vaak een groot probleem. Het feit dat 71% van de respondenten op dit vlak een positief effect ervaart is dan ook waardevol. 8 Het effect op de pijler ‘zingeving’ is opvallend laag vergeleken met andere pijlers. In de analyse is uiteindelijk één indicator binnen deze pijler overgebleven, waardoor de kans op een lage score aanzienlijk groter is. Het geeft dan ook een vertekend beeld. Zingeving heeft in de praktijk een bredere betekenis dan in dit onderzoek is gehanteerd. Het is dan ook aannemelijk dat inloophuizen veel meer bereiken op het gebied van zingeving dan dit onderzoek laat zien.

49% 64% 33% 24% 19% 11% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Aan het revalideren Aan het werk gegaan % van respondenten Nauwelijks tot niet Enigszins Grote tot zeer grote mate Figuur 8: Percentage respondenten dat effect ervaart op minstens één aspect binnen ieder domein van positieve gezondheid 84% 86% 84% 23% 85% 59% 0%20%40%60%80%100% dagelijks functioneren maatschapelijk functioneren kwaliteit van leven zingeving mentaal welbevinden lichaamsfuncties % van respondenten 25 Figuur 9 laat zien dat vrijwel alle bezoekers (96%) een positief effect op één van de onderzochte aspecten binnen de pijlers van positieve gezondheid ervaart. Hoewel dat al waardevol is, ervaren veel bezoekers van inloophuizen een veel breder effect. Zo ervaart 92% een positieve verandering op ten minste twee pijlers. 89% geeft aan zelfs op drie of meer pijlers een positief effect te hebben gemerkt. Voor deze groep is het inloophuis in (zeer) brede zin van betekenis (geweest). 4.4 Effecten op zorggebruik Naast de effecten op de positieve gezondheid van bezoekers is onderzocht in hoeverre er veranderingen optreden in het zorggebruik van bezoekers, als gevolg van hun bezoek aan de inloophuizen. Hierbij is specifiek gekeken naar zorggebruik bij de huisarts, de praktijkondersteuner van de huisarts voor geestelijke gezondheidszorg (POH-GGZ) en de psycholoog/psychotherapeut.

Daarnaast zijn de respondenten gevraagd of ze nog andere vormen van zorg zijn gaan gebruiken of juist zijn gaan minderen als gevolg van bezoek aan de inloophuizen. Bij de belangrijkste categorieën zorg is ook gevraagd hoeveel meer of minder de respondenten deze zorg zijn gaan gebruiken, om een doorrekening van de potentiële maatschappelijke baten mogelijk te maken (zie hoofdstuk 5). Het is goed nogmaals te benoemen dat alle effecten zelfgerapporteerd zijn. Met andere woorden: bezoekers is gevraagd zelf aan te geven of zij door het bezoeken van het inloophuis naar verwachting bijvoorbeeld vaker of minder vaak naar de huisarts zijn gegaan, of dat er niets is veranderd. Ook is hen (waar relevant) gevraagd een inschatting te maken hoeveel minder of vaker. Deze manier van meten brengt uiteraard een mate van onnauwkeurigheid met zich mee, maar was binnen de kaders van dit onderzoek het meest haalbaar. Het gebruiken van verzekeringsgegevens zou tot meer nauwkeurige inzichten hebben geleid, maar dit was binnen het budget en doorlooptijd van het onderzoek onhaalbaar. De resultaten in dit hoofdstuk moeten dan ook als indicatie worden gezien van het effect op zorggebruik, en niet als nauwkeurige weergave van het exacte effect.

Effecten op het aantal huisartsbezoeken Een op de tien bezoekers (10%) geeft aan door het bezoeken van het inloophuis minder vaak naar de huisarts te gaan (zie figuur 10). Als reden hiervoor werd bijvoorbeeld genoemd: “Ik herken klachten en bijwerkingen bij anderen. Dit stelt toch gerust: ik ben niet de enige die dit dan dus ervaart”. Tegelijkertijd geeft 1,1% van de bezoekers aan hierdoor juist vaker naar de huisarts te gaan: “Ik ga wanneer ik een klacht heb die langer dan een aantal weken aanhoudt, dit deed ik eerder niet, ik neem mijn klachten serieuzer.” Voorts merkt 65% van de bezoekers geen verschil. De rest (24%) gaf aan hierop geen inschatting te kunnen maken. Er zijn geen significante verschillen tussen de verschillende groepen inloophuizen of typen bezoekers. Hoofdstuk 5 gaat verder in op het effect op het aantal Figuur 9: Percentage respondenten dat effect ervaart op minstens één aspect van een aantal pijlers van positieve gezondheid 4% 96%92%89% 79% 55% 16% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 0 pijlers1+ 2+ 3+ 4+ 5+6 pijlers % van respondenten 26 huisartsbezoeken. Daarin wordt onder andere toegelicht hoeveel vaker of minder men naar de huisarts gaat en wat dit in financiële zin betekent.

Figuur 10: Sommige mensen zeggen dat ze minder vaak naar de huisarts gaan voor hun ziekte. Geldt dat ook voor u? Effecten op het aantal bezoeken aan POH-GGZ Wat betreft het bezoeken van de POH-GGZ (praktijkondersteuner van de huisarts op het gebied van geestelijke gezondheidszorg) geeft 8% van de bezoekers aan als gevolg van het inloophuis helemaal niet meer naar de POH-GGZ te gaan (zie figuur 11). Daarnaast geeft 4% aan nog wel te gaan, maar minder sinds het inloophuis wordt bezocht. Een reden hiervoor kan zijn dat de reguliere zorg die wordt geboden door de POH-GGZ niet altijd volledig aansluit op vragen en angsten waar (ex - )kankerpatiënten mee leven en dat het inloophuis deze functie vervullen: “het inloophuis biedt mij de ruimte om te praten met lotgenoten over herkenbaarheid qua boosheid, teleurstelling van het leven, behandelingen e.d.” Ook wordt vaak benoemd dat inloophuizen ‘maatwerk’ leveren: “er is veel kennis en kunde bij de staf”, “hier begrijpen ze je”, “hier krijg ik precies wat ik nodig heb”. Tegelijkertijd geeft 4% van de bezoekers aan juist (meer) naar de POH-GGZ te zijn gegaan. Het grootste deel van de bezoekers (84%) rapporteert op dit punt echter geen verandering. Ook op het effect met betrekking tot bezoeken van de POH-GGZ gaat hoofdstuk 5 verder in.

Figuur 11: De volgende stellingen gaan over het bezoeken van een POH-GGZ voor uw ziekte of gevolgen daarvan. Welke situatie is op u van toepassing? Effecten op het aantal bezoeken aan een psycholoog/psychotherapeut Een interessante bevinding is dat 12% van de bezoekers rapporteert in het inloophuis te zijn geattendeerd op het mogelijke nut van een psycholoog of psychotherapeut, en deze vervolgens zijn 24% 65% 1,1% 10% 0%10%20%30%40%50%60%70% Ik weet het niet / ik kan dat niet inschatten Ik merk geen verschil in hoe vaak Nee, ik ga vaker naar de huisarts Ja, ik ga minder vaak naar de huisarts % bezoekers 6% 78% 4% 4% 8% 0%10%20%30%40%50%60%70%80%90% Geen verandering, ik ga nog altijd naar een POH-GGZ Geen verandering, ik ging niet naar een POH-GGZ Nee, ik ben geattendeerd op een POH-GGZ en ben deze … Ja, ik ga minder vaak naar een POH-GGZ Ja, ik ga niet meer naar een POH-GGZ % bezoekers 27 gaan bezoeken. Daartegenover staat dat een iets kleiner deel van de bezoekers juist minder (4%) of helemaal niet meer (7%) naar naar deze groep professionals gaan (zie figuur 12).

Uit de focusgroepen bleek enerzijds dat juist de laagdrempeligheid in comb inatie met de kennis en kunde van zowel lotgenoten als vrijwilligers van een inloophuis ertoe bijdraagt dat sommige mensen minder of helemaal niet meer naar de psycholoog gaan. Overigens is dit nadrukkelijk geen doel van de inloophuizen. Een belangrijk speerpunt is immers dat zij bijdragen aan het realiseren van effectieve ‘matched care’: de juiste zorg of ondersteuning op het juiste moment, aansluitend op de behoeften van de bezoeker. Vaak betekent dit een aanvulling op formele zorg. Slechts bij een beperkt deel van de bezoekers neemt het inloophuis de behoefte aan het bezoeken van een psycholoog of psychotherapeut (gedeeltelijk) weg. Dat inloophuizen inzetten op het realiseren van ‘matched care’ wordt geïllustreerd door het gegeven dat 12% van de respondenten aangeeft juist een psycholoog of –therapeut te zijn gaan bezoeken, bijvoorbeeld op aanraden van het inloophuis. In meerdere focusgroepen werd benoemd dat het inloophuis een schakel is tussen de bezoekers en de professionele hulp, kan bijdragen aan het onder woorden brengen of aanscherpen van de hulpvraag, en soms adviseert formele zorg op te zoeken.

Figuur 12: De volgende stellingen gaan over het bezoeken van een psycholoog of psychotherapeut voor uw ziekte of gevolgen daarvan. Welke situatie is op u van toepassing? Overige effecten op zorggebruik Naast de bovenstaande vormen van zorg zijn bezoekers ook andere vormen van zorg gaan gebruiken, bijvoorbeeld doordat ze zijn geattendeerd op het bestaan of het nut ervan door of in het inloophuis. Een op de vijf bezoekers (21%) is een nieuwe of andere vorm van zorg gaan gebruiken (zie figuur 13A). Het gaat hierbij voornamelijk om het bezoeken van een fysiotherapeut (50%) en vormen van palliatieve zorg (31%), zoals geïllustreerd in figuur 13B. Zo’n 75% van de respondenten geeft aan geen nieuwe vormen van zorg te zijn gaan gebruiken en 4% wil hierover liever niets kwijt. Als voorbeeld van passende zorg wordt meerdere keren het Helen Dowling Instituut genoemd, waar psychologische zorg wordt geboden, specifiek voor mensen die geraakt zijn door kanker. Bij fysiotherapie werden verschillende varianten benoemd, zoals oncologische fysiotherapie en oedeemfysiotherapie.

13% 64% 12% 4% 7% 0%10%20%30%40%50%60%70% Geen verandering, ik ga nog altijd naar een psycholoog Geen verandering, ik ging niet naar een psycholoog Nee, ik ben geattendeerd op een psycholoog en ben deze gaan bezoeken Ja, ik ga minder vaak naar een psycholoog Ja, ik ga niet meer naar de psycholoog % bezoekers 28 Figuur 13: Bent u door het bezoeken van het inloophuis gebruik gaan maken van nieuwe/andere vormen van zorg? Een sterk effect binnen IPSO plushuizen Bezoekers van de plushuizen gaan significant vaker gebruik maken van nieuwe of andere vormen van zorg dan bezoekers van huizen in de twee andere groepen (zie figuur 14). Naar verwachting hangt dit samen met de goede inbedding van de plushuizen in de zorgketen. Bezoekers met een relatief grotere hulpvraag (waarbij extra formele zorg naar verwachting passend zou zijn) worden geïnformeerd over formele zorg en krijgen advies over hoe zij daar terecht kunnen. De plushuizen vervullen deze functie het sterkst. Constaterend dat een van de kenmerken van de plushuizen is dat zij een “intensieve en brede samenwerking hebben met het ziekenhuis, die vanuit beide kanten worden gevoed, en bovendien bekend zijn met de eerstelijns zorgprofessionals”, is dit een logische uitkomst.

Figuur 14: Percentage bezoekers dat aangeeft door het inloophuis gebruik te zijn gaan maken van nieuwe of andere vormen van zorg, gesplitst op groepen inloophuizen (huizen in opbouw, kernhuizen en plushuizen). 21% 75% 4% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% Ja Nee Zeg ik liever niet % bezoekers A. Bent u door het bezoeken nieuwe/andere vormen van zorg gaan gebruiken? 13% 50% 16% 4%8% 31% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% % bezoekers B. Van welke nieuwe/andere vormen van zorg bent u gebruik gaan maken? 18% 19% 24% 22% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% % bezoekers 29 5. Financiële maatschappelijke waardecreatie (landelijk) Om de bredere maatschappelijke waarde van IPSO inloophuizen in kaart te brengen is er in dit onderzoek breder gekeken dan alleen naar de effecten die optreden voor de bezoekers van de inloophuizen, die in het vorige hoofdstuk uitvoerig aan bod zijn gekomen. In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan de financiële maatschappelijke baten van de inloophuizen op landelijke schaal. Het in kaart brengen van dergelijke baten is complex en kan niet met volledige nauwkeurigheid worden gedaan.

In maatschappelijke kosten-batenanalyses wordt altijd gerekend met gemiddelden, en bovendien moeten er keuzes worden gemaakt met betrekking tot de punten die moeten worden doorgerekend. De analyse hieronder is dan ook niet uitputtend, maar geeft een goed beeld van een aantal belangrijke kostenbesparingen die ten minste ontstaan door veranderingen die optreden bij bezoekers van IPSO inloophuizen. Daarbij lag de focus op (1) arbeidsparticipatie en (2) zorggebruik. 5.1 Doorrekening waarde arbeidsparticipatie Zoals het vorige hoofdstuk illustreerde leidt het bezoek aan de inloophuizen bij een bepaalde groep bezoekers tot een terugkeer naar werk. Hierbij zijn drie scenario’s gecreëerd die dit aantal in kaart brengen: een conservatief, gemiddeld en optimistisch scenario. Samen bestrijken deze scenario’s een 95% betrouwbaarheidsinterval, wat betekent dat met een grote mate van zekerheid de daadwerkelijke populatieaantallen tussen het conservatieve en optimistische scenario inzitten. De waarde van hernieuwde intrede in de arbeidsmarkt is hier gestaafd op het bruto minimumloon.

Het gaat hierbij dus niet om een besparing, maar een maatschappelijke toegevoegde waarde als gevolg van de bijdrage die de (ex-)patiënt door zijn werk aan de maatschappij levert. Naast het loon dat de persoon hierbij ontvangt, wordt er waarde gecreëerd in de vorm van belastingafdracht evenals werkgevers- en werknemerspremies aan sociale voorzieningen. De eerste twee aspecten worden gevangen in het brutoloon, terwijl de werkgeverspremies aan het loon moeten worden toegevoegd op basis van een bij te dragen percentage aan het brutoloon door de werkgever. In de praktijk zullen bezoekers ook banen vinden die boven het minimumloon liggen wat de baten enigszins laag doet uitvallen. Echter, het is aannemelijk dat (ex-)patiënten niet (meteen) fulltime zullen gaan werken maar bijvoorbeeld 0,6 of 0,8 FTE, in welk geval het hoger-dan-minimumloon lager uitvalt. Naar verwachting is er in dit rapport over het geheel een conservatief scenario geschetst. Tabel 8 laat de resultaten zien op de doorrekening van arbeidsparticipatie, uitgaande van een minimumloon van EUR 19.130,- per jaar en een werkgeverspremie van 25,71% bovenop het brutoloon.

Door dit te vermenigvuldigen met de aantallen berekend aan de hand van de drie scenario’s leidt dit tot een totaal toegevoegde waarde van tussen de EUR 4,3 miljoen in het conservatieve scenario tot EUR 11,3 miljoen in het optimistische scenario, met een gemiddelde toegevoegde waarde van EUR 7,8 miljoen per jaar9. Dit is de waarde die op jaarbasis wordt gecreëerd doordat bezoekers van IPSO inloophuizen op verschillende manieren worden gestimuleerd of aangemoedigd weer aan het werk te gaan. Het betekent echter niet dat er ieder jaar honderden 9 Ter verduidelijking: ieder jaar dat de groep mensen die mede door de inloophuizen weer aan het werk zijn gegaan daadwerkelijk blijven werken levert gemiddeld EUR 7,8 miljoen op, vergeleken met een situatie waarin zij niet weer aan het werk zouden zijn gegaan. 30 mensen mede door IPSO inloophuizen weer aan het werk gaan. Er komen immers niet ieder jaar 18.000 nieuwe unieke bezoekers naar de inloophuizen. Een groot deel is een jaarlijks terugkerend bezoeker. Aangezien de doorstroomcijfers onbekend zijn kunnen er geen uitspraken worden gedaan over een cumulatief effect over meerdere jaren.

Tabel 8: Doorrekening van arbeidsparticipatie 5.2 Doorrekening effecten zorggebruik op landelijk niveau Een relatief brede groep bezoekers geeft aan door de inloophuizen hun zorggebruik te veranderen, waarbij sommigen meer zorg zijn gaan nemen en anderen minder. Behandeling van (ex) -patiënten met lichte psychische klachten vindt plaats bij de huisarts, soms in samenwerking met een praktijkondersteuner (POH-GGZ). De zorg voor mensen met lichte en matige, niet -complexe geestelijke problematiek valt binnen de Generalistische Basis GGZ (GB-GGZ). Deze behandelingen kunnen bestaan uit gesprekken met bijvoorbeeld een psycholoog of psychotherapeut, of een internetbehandeling (e-health). (Ex-)patiënten met een complexere en/of meer risicovolle problematiek worden doorverwezen naar de specialistische GGZ (S-GGZ). Deze vorm van GGZ wordt verleend door een psychiater, klinisch psycholoog of psychotherapeut in een GGZ -instelling. Bezoekers zijn bevraagd op het gebruik van deze verschillende niveaus van zorg, waarbij ze ook zijn gevraagd naar hun regelmaat van gebruik van de respectievelijke hulpverlening. Met behulp van een kostenhandleiding opgesteld door de Universiteit van Rotterdam (Hakkaart-van Roijen et al., 2016) is de maatschappelijke waarde van veranderingen in het zorggebruik in een eurowaarde uitgedrukt.

Huisartsbezoeken De referentieprijs van een standaard consult bij de huisarts ligt op EUR 33,- per consult. Doordat de bezoekers per antwoordcategorie (meer gebruik, minder gebruik, et cetera) aangeven hoeveel bezoeken ze meer/minder zijn gaan plegen door bezoek aan het inloophuis geeft een vermenigvuldiging van deze getallen een jaarlijkse besparing per capita. Dit nogmaals vermenigvuldigd met het aantal bezoekers op landelijk niveau - gebaseerd op de drie scenario’s - geeft een kostenbesparing in het geval van afname huisartsbezoek en een extra kostenpost in het geval van een toename huisartsbezoek. Door deze twee kosten van elkaar af te trekken ontstaat er een netto kostenbesparing voor huisartsbezoeken tussen de EUR 129.000 per jaar en EUR 226.000 per jaar met een gemiddelde jaarlijkse besparing van EUR 177.000 (zie tabel 9).

31 Tabel 9: Doorrekening maatschappelijke waarde door verandering aantal huisartsbezoeken Bezoeken aan POH-GGZ Dezelfde exercitie is herhaald voor bezoek aan de Praktijkondersteuner (POH-GGZ). De referentieprijs voor een standaard consult ligt hierbij op EUR 17,-. De doorrekening geeft een kostenbesparing van tussen de EUR 18.000 per jaar en EUR 76.000 per jaar, met een gemiddelde jaarlijkse besparing van ongeveer EUR 47.000 (zie tabel 10). Tabel 10: Doorrekening maatschappelijke waarde door verandering aantal bezoeken POH-GGZ Bezoeken aan de psycholoog / psychotherapeut Tot slot is de potentiële kostenbesparing berekend van een verandering in aantal behandelingen bij de psycholoog/psychotherapeut. Het kan hierbij gaan om een eerstelijnspsycholoog waarbij de referentieprijs per consult ligt op EUR 64,- of om een tweedelijns psycholoog (EUR 94 per consult_. Hierbij is wederom uitgegaan van een conservatief getal, namelijk dat van hulpverlening op de eerste lijn. In het conservatieve scenario kan een extra kostenpost van EUR 143.000 per jaar worden verwacht als gevolg van een netto-toename van het aantal bezoeken aan een psycholoog/-therapeut. Gemiddeld wordt een besparing verwacht van EUR 12.000 per jaar – nihil dus (zie tabel 11). Tabel 11: Doorrekening maatschappelijke waarde door verandering aantal bezoeken psycholoog

32 5.3 Totaaloverzicht maatschappelijke waardecreatie In dit hoofdstuk is tot zover de financiële maatschappelijke waardecreatie van IPSO inloophuizen in kaart gebracht aan de hand van drie scenario’s, gebaseerd op de uitkomsten van het onderzoek via vragenlijsten onder bezoekers van IPSO inloophuizen. Tabel 12 biedt een totaaloverzicht van de genoemde bedragen, afgerond op duizendtallen. Verreweg het grootste deel van de financiële waardecreatie vindt plaats doordat mensen mede door toedoen van IPSO inloophuizen weer aan het werk gaan. De financiële waardecreatie op het gebied van zorg (in de vorm van kostenbesparingen) valt wat dat betreft relatief laag uit, zoals tabel 13 laat zien. In het conservatieve scenario is de kostenbesparing zelfs nihil. Het is goed om daarbij op te merken dat dit onderzoek nadrukke lijk een eerste indruk geeft van de potentiële maatschappelijke waardecreatie van IPSO inloophuizen, die niet compleet is.

In de vorm waarin dit onderzoek is uitgevoerd is het bijvoorbeeld onmogelijk om de eventuele preventieve werking van inloophuizen op de langere termijn in kaart te brengen. Hierdoor worden mogelijk (grote) kostenbesparingen over het hoofd gezien. Daarnaast is er in dit onderzoek (met oog op de praktische haalbaarheid) gekozen om op een beperkt aantal punten te focussen (namelijk: een aantal zorgkosten en een deel van de waarde van arbeidsparticipatie). Ook zijn de effecten op de pijlers van positieve gezondheid niet in een eventuele financiële maatschappelijke waarde uitgedrukt. Hiermee is geen compleet beeld van de totale financiële maatschappelijke baten gevormd. Bovendien is dit onderzoek gebaseerd op zelf gerapporteerde resultaten, wat betekent dat respondenten aangeven wat zij denken dat het effect is geweest. Hiermee zijn de resultaten nooit volledig accuraat en objectief.

Tabel 12: Totaaloverzicht maatschappelijke waardecreatie IPSO inloophuizen Effectthema Conservatief (in €) Gemiddeld (in €) Optimistisch (in €) Arbeidsparticipatie 4.314.000 7.792.000 11.270.000 Huisartsbezoeken 129.000 177.000 225.000 POH-GGZ 18.000 47.000 76.000 Psycholoog -143.000 12.000 167.000 Totaal 4.318.000 8.028.000 11.738.000 Tabel 13 Totaaloverzicht maatschappelijke waardecreatie IPSO inloophuizen op het gebied van zorg Effectthema Conservatief (in €) Gemiddeld (in €) Optimistisch (in €) Huisartsbezoeken 129.000 177.000 225.000 POH-GGZ 18.000 47.000 76.000 Psycholoog -143.000 12.000 167.000 Totaal 4.000 236.000 468.000 33 6. Conclusie Dit rapport is voortgekomen uit de behoefte van brancheorganisatie IPSO en de inloophuizen in Nederland om meer zicht te krijgen op de maatschappelijke waarde van de inloophuizen. Het beperkte aantal onderzoeken naar inloophuizen verschafte hierover weinig duidelijkheid. Dit is voor KWF Kankerbestrijding reden geweest om Sinzer opdracht te geven voor dit onderzoek, dat begin 2018 van start ging. Hierin hebben acht inloophuizen, brancheorganisatie IPSO, KWF Kankerbestrijding en adviesbureau Sinzer samengewerkt om de maatschappelijke waarde van IPSO inloophuizen in kaart te brengen. Dit resulteerde in voorliggend rapport.

Primaire waardecreatie voor bezoekers IPSO inloophuizen zijn allereerst en primair van toegevoegde waarde voor de mensen die de huizen bezoeken. Dit kan iedereen zijn die direct of indirect door kanker wordt geraakt, maar zijn voornamelijk (ex-)kankerpatiënten, naasten of nabestaanden van iemand met kanker. Uit het onderzoek blijkt dat het bezoeken van IPSO inloophuizen een positief effect heeft op alle dimensies van ‘positieve gezondheid’. Dit illustreert de brede insteek van IPSO inloophuizen op de mens in zijn geheel. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat 96% van de respondenten een positief effect ervaart op ten minste één van de aspecten die binnen domeinen van positieve gezondheid zijn onderzocht. Zelfs als het effect van het bezoeken van een inloophuis op een individu zich zou beperken tot één aspect (zoals het ervaren van meer energie, beter tot rust kunnen komen of positiever zijn over jezelf) vertegenwoordigt dat vaak al een grote waarde voor die persoon. Overigens laat dit onderzoek zien dat het effect van het bezoeken van IPSO inloophuizen veelal niet beperkt blijft tot één aspect.

92% van de bezoekers ervaart binnen minstens twee domeinen van positieve gezondheid verandering en 89% zelfs op ten minste 3 domeinen. Dit laat zien dat de brede insteek van de inloophuizen bij de meerderheid van de bezoekers ook tot een breed scala aan effecten leidt. 16% van de bezoekers ervaart zelfs verandering op alle dimensies van positieve gezondheid. Financiële maatschappelijke waardecreatie Naast het duidelijke effect op hun bezoekers, vertegenwoordigen de inloophuizen ook een maatschappelijke waarde in bredere zin. Uit het onderzoek bleek onder andere dat een deel van de bezoekers mede door toedoen van het inloophuis de stap naar werk weer heeft gezet. Tijdens de gesprekken met bezoekers werd meermaals geïllustreerd hoe die stap zonder het inloophuis niet had kunnen worden gezet. De maatschappelijke waarde van terugkeer naar werk is groot, bijvoorbeeld wanneer er uitkeringen worden bespaard en er loonwaarde wordt gecreëerd. De waarde van terugkeer naar werk mede door toedoen van de inloophuizen is in dit onderzoek geschat op een bedrag tussen de € 4,3 miljoen en € 11,3 miljoen (landelijk, geëxtrapoleerd naar de totale populatie inloophuisbezoekers). Dit is gebaseerd op het jaarlijks minimumloon van de mensen die hebben aangegeven mede door het inloophuis weer aan het werk te zijn gegaan, aangevuld met 25,71% werknemerspremies.

34 Ook op het gebied van zorg creëren IPSO inloophuizen een maatschappelijke waarde, in de vorm van kostenbesparingen. Sommige bezoekers geven aan minder vaak naar de huisarts, POH-GGZ en/of psycholoog te gaan. Tegelijkertijd zijn er ook bezoekers die juist aangeven vaker te gaan of te zijn begonnen met het bezoeken van een van deze professionals. Dat is zeker niet per definitie een negatief bijeffect. Immers, het vroegtijdig bezoeken van een psycholoog kan verergering van de problematiek voorkomen, en daarmee ook eventuele hogere zorgkosten in een later stadium. Bovendien hebben inloophuizen als doel bij te dragen aan het realiseren van ‘matched care’, en adviseren zij bezoekers daarom soms om juist gebruik te maken van formele zorg als dat nodig is. Het realiseren van kostenbesparingen op het gebied van zorg is dan ook zeker geen doel op zich, maar moet worden gezien als ‘bijvangst’. Aan de hand van drie scenario’s (van conservatief tot optimistisch) wordt geschat dat de besparing op zorgkosten varieert van nihil (€ 4.000) tot € 468.000 per jaar, gebaseerd op een extrapolatie van de onderzoeksresultaten naar landelijk niveau. Overigens is het potentieel veel groter als het aantal bezoekers van de inloophuizen stijgt. Uit onderzoek blijkt dat een aanzienlijk deel van de mensen met kanker behoefte heeft aan psychosociale oncologische zorg en

daarmee een potentiële inloophuisbezoeker zijn. In internationale onderzoeken worden percentages van rond de 30% benoemd (zie bijvoorbeeld Harrison et al, 2009). De betekenis voor gemeenten Speciale aandacht schenken we aan de betekenis van IPSO inloophuizen voor gemeenten. De meerwaarde van inloophuizen die dit onderzoek laat zien vertoont veel raakvlakken met diverse doelstellingen die gemeenten hanteren, bijvoorbeeld op het gebied van eenzaamheidsbestrijding, maatschappelijke participatie en welzijn. Dit onderzoek laat zien dat het bezoeken van inloophuizen een positief effect heeft op allerlei bezoekersgroepen. Effecten zijn bijvoo rbeeld een grotere mate van sociaal-maatschappelijke participatie, een verbeterde kwaliteit van leven en een verbeterd welbevinden. Hiermee leveren IPSO inloophuizen een directe bijdrage aan het realiseren van verschillende gemeentelijke beleidsdoelen. Het is voor gemeenten dan ook interessant om inloophuizen te zien als (potentiële) samenwerkingspartner om doelstellingen te kunnen realiseren.

Het ondersteunen van inloophuizen kan er niet alleen voor zorgen dat de continuïteit (en daarmee hun positieve maatschappelijke impact en bijdrage aan gemeentelijke doelen) wordt gewaarborgd, maar ook dat deze wordt vergroot. De dekking en bekendheid van IPSO inloophuizen is immers nog lang niet toereikend om iedereen die direct of indirect door kanker wordt getroffen de laagdrempelige (psychosociale) ondersteuning te bieden waaraan vaak behoefte is. Doordat inloophuizen werken met vrijwilligers realiseren zij op een relatief goedkope manier een meerwaarde. Tegelijkertijd kan een inloophuis niet kosteloos opereren; er worden kosten gemaakt voor bijvoorbeeld professionele aansturing, het trainen van vrijwilligers en huisvesting. Dit is noodzakelijk voor een kwalitatief goede en verantwoorde werkwijze. Als gemeenten besluiten een bijdrage te leveren aan deze kosten, neemt het impactpotentieel van de inloophuizen toe en kan het hun maatschappelijke waarde vergroten en verduurzamen. Hierbij is niet alleen iedereen gebaat die op een of andere manier door kanker wordt getroffen, maar ook de gemeenten.

Afsluitende opmerkingen IPSO inloophuizen leveren een financieel-maatschappelijke waarde via kostenbesparing op het gebied van zorg en economische baten in relatie tot arbeidsparticipatie. Dit onderzoek laat echter vooral zien dat inloophuizen een sterk en breed effect hebben op hun bezoekers. In de resultaten viel op dat er in het effect dat zij hebben op bezoekers vrijwel geen significante verschillen bestaan tussen 35 kernhuizen, plushuizen en inloophuizen in opbouw, ondanks dat zij op allerlei manieren van elkaar verschillen. Een sluitende verklaring daarvoor kan dit onderzoek niet bieden. Verder viel op dat de mate waarin effecten optreden nauwelijks verschillen tussen de bezoekersgroepen (ex - )kankerpatiënten, naasten en nabestaanden (los van effecten die alleen voor een specifieke groep gelden). Wel hangt de bezoekfrequentie binnen vrijwel alle pijlers van positieve gezondheid sterk samen met de mate waarin effecten optreden. Naarmate de bezoekfrequentie stijgt, stijgt ook de mate waarin effecten optreden sterk. Verder zien we dat mensen die momenteel een inloophuis bezoeken significant vaker effecten rapporteren dan oud-bezoekers. Ook voor de laatste twee constateringen kan dit onderzoek geen verklaring bieden en is vervolgonderzoek noodzakelijk. Hoewel dit rapport een goede indruk geeft van de maatschappelijke waarde van IPSO inloophuizen, is het geenszins compleet.

Zo werd eerder al opgemerkt dat er naar een klein aantal kostenbesparingen is gekeken, waardoor de daadwerkelijke financiële waarde naar verwachting groter is. Verder hebben inloophuizen niet alleen een effect op hun bezoekers, maar ook op bijvoorbeeld vrienden en familieleden van mensen die een inloophuis bezoeken (maar dit zelf niet doen). Uit verschillende gesprekken bleek dat de effecten kunnen doorwerken in huiselijke kring, maar ook breder in de familie of op de werkvloer. Ook werken steeds meer inloophuizen samen met de formele zorg, waardoor bijvoorbeeld ziekenhuizen ondersteund worden. Al deze effecten vielen buiten de scope van dit onderzoek, en zijn dan ook niet verder uitgewerkt. 36 Bronvermelding Dierdorp-Schep, M.E., Prins, J.B., & Prooijen-De Jong, A. van. (Oktober, 2018) Angstklachten. <https://www.kanker.nl/bibliotheek/angst/wat-is/9474-angstklachten> (geraadpleegd op 31 oktober, 2018). Dr. Brouwer-Dudok de Wit, A.C., Nies, E. de, Drs. Van Walsem-Van Bekhoven , Drs. Vermeer, J., Zaalen, R. van (2018) Ik ben naaste van iemand met kanker. <https://www.kanker.nl/gevolgen-van- kanker/naasten/kanker-bij-een-dierbare/ik-ben-naaste-van-iemand-met-kanker> (geraadpleegd op 31 oktober, 2018). Geleijn, E., Smeets, C., Vrijman, M., & Kroon, D. (2011) Cyto-Fys, behoud van kracht en uithoudingsvermogen tijdens chemotherapie. Nederlands Tijdschrift voor Oncologie, 8, 80-86.

Harrison, J.D.; Young, J.M.; Price, M.A.; Butow, P.N.; Solomon, M.J. (2009) What are the unmet supportive care needs of people with cancer? A systematic review. Support Care Cancer 17 (8): 1117- 1128. Huber, M.; Knottnerus, J. A.; Green, L.; van der Horst, H.; Jadad, A. R.; Kromhout, D.; & Schnabel, P. (2011) How should we define health?. BMJ: British Medical Journal (Online) 343, 1-3. IKNL (2018a) Cijfers over kanker - landelijke incidentie <https://www.cijfersoverkanker.nl/selecties/Dataset_4/img5be324bc4bb70> (geraadpleegd op 30 oktober 2018). IKNL (2018b) Cijfers over kanker - overzicht landelijke 20-jaarsprevalentie <https://www.cijfersoverkanker.nl/selecties/dataset_3/img5be324346d985> (geraadpleegd op 30 oktober 2018). IKNL (2018c) Diagnose ‘kanker’ in 2017 circa 110.000 keer gesteld in Nederland <https://www.iknl.nl/over-iknl/nieuws/nieuws-detail/2018/02/02/diagnose-kanker-in-2017-circa- 110.000-keer-gesteld-in-nederland> (geraadpleegd op 30 oktober 2018) Menzis (2017) Zorgverzekeraars tekenen voor bevorderen van Positieve Gezondheid < https://www.menzis.nl/publicaties/zorg-zorgverzekering/2017/11/10/zorgverzekeraars-tekenen- voor- bevorderen-van-positieve-gezondheid > (geraadpleegd op 10 oktober 2018). Mitchell, A. (2011) in De Haes, H. (2017) Psychologische patiëntenzorg in de oncologie. Handboek voor professionals. Assen: Koninklijke Van Gorcum.

Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (2018) Late gevolgen van kanker: wat zijn jouw ervaringen? [online] < https://nfk.nl/resultaten/welke-ervaringen-zijn-er-met-de-late- gevolgen-van-kanker > (geraadpleegd op 20 december 2018). NVPO (December, 2017) Kanker en Seksualiteit. Tijdschrift Psychosociale Oncologie (4), 1-32. ResCon (2014) Behoefteonderzoek inloophuizen onder mensen die kanker hebben (gehad) en naasten die (nog) geen gebruiken maken van een inloophuis. Haarlem: ResCon Research & Consultancy. 37 Sinzer (2018) Maatschappelijke business case: interventies gericht op vermindering van angstige en depressieve gevoelens (in opdracht van KWF Kankerbestrijding) < https://www.kwf.nl/SiteCollectionDocuments/rapport-Maatschappelijke-Business-Case- interventies-angst-depressieve-gevoelens.pdf >.

TNS Nipo (2016) Behoeftepeiling bij (ex-)kankerpatiënten 2016. In opdracht van KWF Kankerbestrijding en in samenwerking met kanker.nl. [TNS Nipo heet nu Kantar Public] Volksgezondheidenzorg.info (2018) Kanker > Cijfers & Context > Trends <https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/kanker/cijfers-context/trends#node-trend- overleving-5.> (geraadpleegd op 1 november 2018) 38 Bijlage 1: Samenstelling van de projectgroep De projectgroep bestond uit de volgende personen, die zowel op de achtergrond als in een of meerdere projectgroepbijeenkomsten hebben bijgedragen aan het onderzoek: Naam Inloophuis / organisatie Plaats Joni Rappange Poppy’s Oosterhout Annelies Osinga Adamas Nieuw Vennep Marcia de Groot Adamas Nieuw Vennep Cees van der Boom Robijn Huijs Assen Anneke Zwaan Parkhuys Almere Cornelie Bierens Toon Hermans Huis Tiel Tiel Regien de Bruyn Toon Hermans Huis Ede Ede Adrie van den Hoek Haaglanden Den Haag Wiek Luza Pisa Hoorn Marit Broekman KWF Kankerbestrijding Amsterdam Sonja Robben IPSO Almere Monique van Orden IPSO Almere Anita Wesselius IPSO Almere Het proces is vanuit Sinzer begeleid door de volgende personen: Vincent Belgraver Nina Koopmans Nelline Roest-Boers Jonathan Broekhuizen 39 Bijlage 2: Basisset kwaliteitscriteria IPSO inloophuizen Strategie en beleid 1.

Het bestuur heeft een duidelijke visie op waar de organisatie over drie tot vijf jaar wil staan, weergegeven in een actueel meerjarenbeleidsplan inclusief meerjarenbegroting. 2. Het meerjarenbeleid komt in samenspraak met de coördinator tot stand en is bekend bij alle vrijwilligers. 3. Het meerjarenbeleid wordt jaarlijks vertaald naar een jaarplan inclusief een financiële vertaling. 4. Het inloophuis volgt de landelijke afspraken rond fondsenwerving. 5. Het financiële beleid is transparant en voor interne en externe betrokkenen toegankelijk conform eisen van de ANBI. 6. Ideeën van gasten en vrijwilligers, en ontwikkelingen in de omgeving vormen mede input voor het jaarplan. 7. Het bestuur onderzoekt de behoeften en verwachtingen van (potentiële) gasten en stemt het beleid hierop af. 8. Het bestuur meet periodiek de tevredenheid van de gasten, de vrijwilligers en overige medewerkers. 9. De resultaten hiervan vormen input voor verbetervoorstellen en acties. 10. Het inloophuis heeft een kwaliteitsbeleid en geeft daarin inhoud aan de kwaliteitscriteria en aanbevelingen die door IPSO zijn vastgesteld. 11. Het bestuur van het inloophuis draagt jaarlijks zorg voor een financieel en inhoudelijk jaarverslag. Bestuur en coördinatie 1. Het inloophuis heeft de organisatievorm van een stichting of vereniging zonder winstoogmerk. 2.

De leden van het bestuur zijn vrijwilligers en ontvangen geen bezoldiging. 3. Regels over onkostenvergoedingen voor leden van het bestuur zijn vastgelegd. 4. De uitgaven voor het bestuur zijn duidelijk in de jaarrekening terug te vinden. 5. Het bestuur werkt bij voorkeur met een rooster van aftreden voor de leden van het bestuur, om in te kunnen spelen op veranderende behoeften aan specifieke competenties in de verschillende ontwikkelingsfasen van het inloophuis. 6. Het bestuur omvat naast algemene leden in ieder geval een voorzitter, een penningmeester en een secretaris. 7. De verantwoordelijkheden voor het primaire proces zijn binnen het bestuur verankerd. Daarnaast zijn, gelet op de financiële huishouding, één of meer bestuursleden belast met de verantwoordelijkheid om voldoende baten te realiseren. Het ligt niet in de rede om de penningmeester hiermee te belasten gelet op zijn/haar rol om de financiële situatie objectief te monitoren en daarover verantwoording af te leggen. 8. Er is een duidelijke afbakening van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de verschillende bestuursleden en de coördinator/directeur. Deze zijn vastgelegd in een directiestatuut. 9. Het bestuur is verantwoordelijk voor good governance. 10.

Afhankelijk van de grootte en de complexiteit van het inloophuis streeft het bestuur naar een (minimaal gedeeltelijk) betaalde functie van coördinator. 11. Het bestuur evalueert zichzelf jaarlijks. 12. Het inloophuis heeft en volgt een beleid voor de aanname, opleiding en begeleiding van de coördinator/directeur. 13. Van de coördinator/directeur wordt verwacht dat hij/zij eens per jaar deelneemt aan een themascholing. Deze scholingen worden ook actief aangeboden aan bestuursleden. 40 Vrijwilligersbeleid 1. Het inloophuis heeft en volgt een beleid voor de aanname, begeleiding en opleiding van vrijwilligers. 2. Er zijn actuele functie- en taakomschrijvingen voor de vrijwilligers. 3. Een basistraining is verplicht voor vrijwilligers die gasten ontvangen. Deze training moet door IPSO zijn erkend. De trainers voldoen aan het door IPSO vastgestelde functieprofiel en zijn als zodanig eveneens door IPSO erkend. 4. Iedere vrijwilliger die gasten ontvangt moet eerst de basiscursus gevolgd hebben, voor hij/zij zelfstandig gesprekken met gasten mag voeren. Het is, bij wijze van oriënterende stage, wel mogelijk om mee te lopen met een ervaren vrijwilliger tot het moment dat de cursus start. 5. Van iedere vrijwilliger die gasten ontvangt wordt verwacht dat hij/zij minimaal eens per twee jaar deelneemt aan themascholingen. 6.

Het inloophuis heeft in het vrijwilligerscontract een gedragscode opgenomen, waarin ook de rechten en plichten van vrijwilligers staan omschreven, evenals een privacybeleid voor vrijwilligers. 7. Het inloophuis heeft een klachtenprocedure voor de vrijwilligers, die aansluit bij de landelijke klachtenprocedure van IPSO. 8. De tevredenheid van de vrijwilligers wordt periodiek gemeten en de resultaten worden besproken door het bestuur en de betrokkenen. 9. Er is een duidelijke procedure voor de wijze waarop intern en extern wordt gecommuniceerd, kennis wordt gedeeld en vrijwilligers worden geïnformeerd en betrokken bij de activiteiten en ontwikkelingen in en om het inloophuis. 10. Voor alle vrijwilligers die met kinderen of jongeren werken is een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) verplicht. Primair proces/ activiteiten 1. De vrijwilligers zijn goed op de hoogte van het activiteitenaanbod en van (beleid)zaken die de organisatie betreffen, voor zover dat voor hen van belang is. 2. De vrijwilligers worden tijdig en juist geïnformeerd over hun rooster en wijzigingen daarin. 3. De (betaalde of onbetaalde) begeleiders van activiteiten voldoen aan de opleidingseisen die passen bij de activiteiten die ze begeleiden; zij zijn niet verplicht om de basistraining voor vrijwilligers te volgen. 4.

Bij iedere activiteit die aan gasten wordt aangeboden is een vrijwilliger aanwezig die de basistraining heeft gevolgd of tijdens de activiteit in huis beschikbaar is voor de opvang van gasten. 5. De kwaliteit van de gesprekken met gasten en de activiteiten die georganiseerd worden, wordt periodiek geëvalueerd door middel van evaluaties onder de deelnemers/gasten, tevredenheidsonderzoek en voortgangsgesprekken met vrijwilligers en begeleiders. 6. Het inloophuis stelt het activiteitenaanbod samen op basis van een heldere visie op de behoeften van gasten, en betrekt daarin ook de behoeften van doelgroepen die nog niet in het inloophuis komen. 7. Voor vrijwilligers is het duidelijk op welke manier zij gasten kunnen wijzen op het aanbod van anderen. Interne organisatie / doelmatigheid 1. Het inloophuis onderschrijft het registratiebeleid van IPSO. 2. Het inloophuis heeft intern de zaken op orde conform geldende inhoudelijke en juridische uitgangspunten. Bron: IPSO 41 Bijlage 3: Positieve gezondheid Bron: https://www.positievegezondheid.nu/spinnenwebmodel-positieve-gezondheid/

42 Bijlage 4: Representativiteitsanalyse Een van de doelstellingen van dit onderzoek is om een uitspraak te doen over de effecten van de inloophuizen voor alle bezoekers binnen Nederland, voorbij de steekproef zelf. Dit is mogelijk als de steekproef een representatief beeld geeft van de totale bezoekerspopulatie. Door enerzijds de inloophuizen en de bezoekers willekeurig toe te wijzen om mee te doen aan het onderzoek en anderzijds een steekproef op te zetten die groot genoeg is om de variatie binnen de populatie mee te nemen geeft de steekproef een representatief beeld. In het proces van dataverzameling bleek het om logistieke redenen uitdagend om genoeg respondenten te krijgen voor de inloophuizen in opbouw. Voor deze groep was een steekproeftarget van 336, terwijl er uiteindelijk slechts 138 vragenlijsten zijn ingevuld. Voor de kernhuizen en plushuizen is deze drempel voldoende behaald, met name in het geval van de laatste groep. Dit betekent dat de representativiteit van de huizen in opbouw hiermee In eerste instantie niet kan worden gegarandeerd, waar dit voor de kernhuizen en plushuizen wel het geval was.

Steekproefgrootte en target Groep Behaalde steekproef- grootte Beoogde steekproef- grootte Verschil In opbouw 138 336 -198 Kernhuis 373 376 -3 Plushuis 565 365 200 Totaal 1076 1077 -1 Om een uitspraak te kunnen doen over de representativiteit van de huizen in opbouw is een representativiteitsanalyse uitgevoerd. Hierbij wordt de steekproef van de huizen in opbouw (die onder discussie staat) vergeleken met de steekproeven van de twee ande re groepen (die als representatief kunnen worden beschouwd). Indien er geen verschillen zijn in de achtergrondkarakteristieken tussen de huizen geeft dit een sterke indicatie dat de steekproef van huizen in opbouw een representatief beeld geeft van de totale populatie bezoekers aan deze inloophuizen. Onderstaande tabel laat de verschillen zien tussen de inloophuizen op verschillende belangrijke achtergrondkarakteristieken van de bezoekers. Hieruit blijkt dat respondenten tussen de huizen statistisch niet verschillen op type bezoeker en het relatieve aantal patiënten, nabestaanden en naasten tussen de huizen overeenkomt. Hetzelfde is het geval op geslacht en de mate van financiële afhankelijkheid.

Op een aantal karakteristieken zijn wel verschillen gevonden: huidig bezoek, bezoekfrequentie, lengte van bezoek in jaren en leeftijdscategorie. Voor de eerste drie variabelen zijn verschillen te verwachten, met name omdat huizen in opbouw soms nog minder lang bestaan. 43 Daarnaast is het goed mogelijk dat ‘plushuizen meer activiteiten aanbieden en meer vrijwilligers en hulpverleners aanwezig hebben, waardoor bezoekers intensiever van deze inloophuizen gebruik maken. Bovendien kennen zij ruimere openingstijden. Een variabele waarop ook een verschil is gevonden maar waarop er geen verschil in eerste instantie zou worden verwacht, laat zien dat er bij inloophuizen in opbouw meer bezoekers tussen de 51 en 70 jaar komen en minder bezoekers van boven de 70 jaar. Het is uiteraard ook mogelijk dat de bezoekerspopulatie van de inloophuizen in opbouw dit verschil ook reflecteert, maar dit is niet te verifiëren. Op basis van deze analyse kan worden gesteld dat op de belangrijkste steekproefkenmerken de steekproeven tussen de verschillende categorieën huizen niet systematisch verschillen, wat betekent dat de resultaten die worden gevonden in de steekproef van de huizen in opbouw met voldoende betrouwbaarheid kunnen worden geïnterpreteerd en kunnen worden beschouwd als representatief.

Verschillen tussen inloophuizen op achtergrondkarakteristieken van bezoekers Categorie inloophuis Statististische toets opbouw kern plus gemid- delde Degrees of freedom Peason chi(2) P-value10 Type bezoeker Patiënt 67.4 69.4 67.6 68.2 4 0.5416 0.969 Nabestaanden 18.1 17.7 18.1 17.9 Naasten 14.5 12.9 14.3 13.9 Geslacht Man 14.8 16.9 19.2 17.8 4 3.4561 0.485 Vrouw 84.4 81.8 80.3 81.3 Zeg ik liever niet 0.7 1.3 0.5 0.8 Financiële afhankelijkheid In grote mate 20.61 21.08 14.79 17.69 4 6.7259 0.151 Deels 30.53 29.34 32.16 30.99 Nauwelijks 48.85 49.57 53.05 51.32 10 Analyses omtrent verschillen in effecten tussen specifieke groepen bezoekers zijn gestaafd aan de hand van drie significantiedrempels: * bij een 10%-niveau, ** bij een 5%-niveau en *** bij 1%, waarbij een kleinere p-waarde een grotere zekerheid aanduidt dat het effect niet op toeval berust.

44 Huidig bezoek Gaat niet meer naar inloophuis 24.8 28.8 39.0 33.8 2 12.8 0.002*** Gaat nog steeds naar inloophuis 75.2 71.2 61.0 66.2 Bezoek-frequentie minimaal 1x per week 21.7 43.4 26.3 31.6 6 33.3 0.001*** 2-3x per maand 32.1 21.9 24.2 24.4 1x per maand 16.0 12.5 17.9 15.8 1x per twee maanden o 30.2 22.2 31.6 28.3 Leeftijds- categorie 34 of jonger 5.2 2.0 3.4 3.1 6 13.9 0.031** 35-50 14.0 13.4 18.8 16.3 51-70 71.3 66.4 62.4 64.9 71-86 9.6 18.2 15.5 15.6 Lengte van bezoek Bezoek 3 jaar of korter 78.0 73.8 62.1 67.98 2 17.3552 0.001*** Bezoeker meer dan 4 jaar 22.02 26.17 37.92 32.02 45 Bijlage 5: Totaaloverzicht resultaten op positieve gezondheid Lichaamsfuncties Door mijn bezoeken aan het inloophuis... Oneens Neutraal Eens n.v.t. ...ben ik gezonder gaan leven. 13% 32% 24% 31% ...voel ik mij energieker. 10% 36% 54% - 59% van de respondenten rapporteert verbetering op tenminste één van bovenstaande aspecten. Mentaal welbevinden Door mijn bezoeken aan het inloophuis... Oneens Neutraal Eens n.v.t. ...kan ik mij beter ontspannen. 8% 21% 71% - ...ben ik positiever over mijzelf. 9% 28% 62% - ...ervaar ik minder depressieve gevoelens. 9% 23% 41% 27% ...voel ik mij meer toegerust in de gesprekken met mijn arts. 15% 33% 40% 13% ...kan ik beter omgaan met de angst voor het verloop of de terugkeer van de ziekte.

11% 32% 48% 9% 85% van de respondenten rapporteert verbetering op tenminste één van bovenstaande aspecten. Zingeving Door mijn bezoeken aan het inloophuis... Oneens Neutraal Eens n.v.t. ...heb ik het gevoel gekregen dat mijn leven weer een betekenis of doel heeft. (n=943) 4% 12% 23% 62% 23% van de respondenten rapporteert verbetering op bovenstaand aspect. Kwaliteit van leven Door mijn bezoeken aan het inloophuis... Oneens Neutraal Eens ...is mijn kwaliteit van leven verbeterd. (n=939) 6% 18% 77% ...zit ik beter in m’n vel. (n=960) 8% 24% 68% 84% van de respondenten rapporteert verbetering op tenminste één van bovenstaande aspecten. Sociaal-maatschappelijke participeren Door mijn bezoeken aan het inloophuis... Oneens Neutraal Eens n.v.t. ...voel ik mij minder alleen in het ziekteproces. (n=799) 6% 17% 53% 23% ...kom ik vaker buiten de deur. (n=946) 25% 36% 39% - ...ervaar ik dat ik meer voor anderen kan betekenen. (n=916) 9% 29% 63% - ...ben ik dingen gaan doen die ik anders waarschijnlijk niet of minder snel had gedaan. (n=938) 15% 27% 58% - 86% van de respondenten rapporteert verbetering op tenminste één van bovenstaande aspecten. Dagelijks functioneren Door mijn bezoeken aan het inloophuis... Oneens Neutraal Eens ...heb ik meer informatie om met de ziekte of de gevolgen daarvan om te gaan.

(n=676) 14% 25% 62% ...vind ik het gemakkelijker om met de ziekte en de gevolgen daarvan om te gaan. (n=933) 9% 27% 65% ...vind ik het gemakkelijker om hulp te vragen wanneer ik dat nodig hebt. (n=982) 11% 22% 67% 84% van de respondenten rapporteert verbetering op tenminste één van bovenstaande aspecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/65d2afd7-8b3c-4c63-83ee-f5b58e3f3adf?agendaItemId=de734bd1-cb19-46be-9f19-e7597d70bbb6