8.1 Nederlands centrum jeugdgezondheid - Handreiking Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid.pdf
Tekst van het document
Zie ook de handreiking kwetsbare zwangeren van de KNOV voor het opzetten van een actieve samenwerking tussen geboortezorg en gemeente (JGZ, GGD en sociaal maatschappelijke zorg). Zorg daarbij voor continuïteit en warme overdracht. Zodat kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders niet steeds opnieuw hun verhaal hoeven te doen. Met de verschillende professionele blikken kom je sneller tot de kern van het probleem.108 Het meest effectief zijn multidisciplinaire interventies, interventies die zich richten op het hele gezin en integrale interventies waarbij zowel sociaal emotioneel welbevinden, leefstijl, bewegen en gezonde voeding tegelijkertijd worden aangepakt en waarbij zowel het kind als de ouder worden begeleid. 109 Voorwaarden De gemeente faciliteert samenwerking door het bieden en up-to-date houden van een lokale sociale kaart. Een training Open & Alert kan professionals helpen een open en alerte houding te hebben naar de jongeren in risicosettings tegenover alcohol en drugs. Verantwoording De interventies uit deze werkwijze zijn in de meeste gevallen goed onderbouwd en/of er zijn aanwijzingen dat zij effectief zijn en staan op de sites van het NJi, het NCJ en het Trimbos Instituut. De tekst in deze werkwijze is meegelezen door Lieke van der Meulen (NCJ) en Margreet de Ruiter (GGD Gelderland Zuid). “Mijn zoon heeft ADHD en PPD-NOS.
Ik heb veel weerstand gehad, omdat ik hem geen medicatie wilde geven. Zij realiseerden zich niet dat ik zo voorzichtig ben, omdat hij een verslavingsgen heeft.” Een ervaringswerker, Sterk uit armoede Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid 39 Steun bij ouderschap Wat Het ondersteunen van ouders in armoede in hun ouderschap en veerkracht, zodat zij in staat zijn om hun kinderen in veiligheid en gezondheid groot te brengen. Waarom Ouders willen het beste voor hun kind en dat maakt ouderschap kwetsbaar. 110 Armoede kan ertoe leiden dat ouders extra onder druk staan en stress ervaren. Hierdoor kunnen zij minder beschikbaar zijn voor hun kind, minder geduldig en aanmoedigend zijn, en strenger straffen. 111 In bijna de helft van de gezinnen waar kindermishandeling plaats vindt, blijkt sprake van armoede als stresserende factor. 112 Het draagt bij aan het welzijn en de ontwikkeling van kinderen als zij opgroeien in een gezin waar zij bescherming, verzorging en liefdevolle bejegening ontvangen.113 Dit opvoederschap kan vele vormen aannemen, afhankelijk van de ontwikkelingsfase van de kinderen en de sociaaleconomische en culturele context van het gezin. 114 Als ouders goed in hun vel zitten en het ouderschap positief beleven, versterkt dit hun zelfvertrouwen, welzijn en opvoedgedrag, wat ten goede komt aan het kind.
Het loont daarom ouders te versterken in hun draagkracht (vooral zelfvertrouwen en emotioneel en fysieke beschikbaarheid) en een positief thuisklimaat te bevorderen. 115 Hoe Versterken van positief ouderschap - Ga in gesprek met ouders over opvoeden en stress. Gebruik bij ouders die de Nederlandse taal minder vaardig zijn desgewenst beeldmateriaal en steun ouders door het reduceren van stress. Zie werkwijze Financiële en materiële steun. - Vergroot de veerkracht van ouders door hen te ‘ bufferen’. Wees ‘solidair’ met ouders die soms onhandig of zelfs onveilig opvoeden. Help ouders aan ‘goede- ouder’ ervaringen waarin zij ervaren dat het ertoe doet. En steun hen met het vinden van een goede taakverdeling en met het zicht op zichzelf en hun kind te (her)vinden. 116 - Bespreek met ouders hoe zij het ouderschap ervaren, sluit hierbij aan, geef hen een goed gevoel hierover en zet hen in hun kracht. Vraag ‘ wat gaat goed en wat zou je graag veranderd willen hebben? ’ (niet ‘wat is het probleem?’). Bied veilig- heid en ruimte voor het bespreken van onderwerpen die gevoelens van schuld en schaamte op kunnen roepen. Laat hen merken dat je ook een goede ouder bent als je soms worstelt. 40 - Breng samen, al bufferend, de risico en beschermende factoren voor de ouder-kindrelatie in kaart (zie JGZrichtlijn Ouderkindrelatie ).
- Bezoek ouders thuis om wederzijds vertrouwen op te bouwen en een diepgaander gesprek te kunnen voeren. Wees een rolmodel in het spreken over kwetsbaarheid en het ‘niet weten’. - Bespreek met ouders niet alleen de opvoeding, maar maak ook andere aspecten van (aanstaand) ouderschap, zoals de financiële situatie, partner - relatie, opleiding, werk-gezin balans, kinderopvang en sociale contacten, bespreekbaar. 117 Begeleiden van een bewuste keuze voor kinderen - Ga met kwetsbare meisjes/vrouwen en hun partners in gesprek over kinderwens, seksualiteit en anticonceptie. Wat zou zwangerschap in deze fase van hun leven voor hen betekenen? Help zorgen dat zwangerschap hen niet overkomt, maar een eigen bewuste keuze is. Zie Nu niet zwanger. - Zet met meisjes/vrouwen en hun partners die onbedoeld zwanger zijn de voor- en nadelen van de verschillende mogelijkheden op een rijtje en steun hen bij het maken van een keuze. En/of verwijs hen naar het FIOM of Siriz voor online of fysiek contact, hulp en opvang. Bevorderen van een goede start - Voer een prenataal huisbezoek uit bij kwetsbare aanstaande ouders en geef ouders die nog niet zelfredzaam zijn na de kraamperiode een indicatie voor BabythuisZorg, voor steun bij de verzorging van de baby, hechting en het bieden van structuur. - Wijs kwetsbare jonge (aanstaande) ouders op het FIOM en lokale jonge moederprojecten.
- Bied ouders in moeilijke omstandigheden Stevig ouderschap aan (zwangerschap tot 2 jaar): 10 tot 14 huisbezoeken waarin het zelfvertrouwen, de zelfredzaamheid en het sociale netwerk worden versterkt. - Bied kwetsbare gezinnen die hun eerste kind verwachten, intensieve preven- tieve ondersteuning met VoorZorg (zwangerschap tot 2 jaar): 40 tot 60 huis- bezoeken gericht op opvoed-, leefstijl-, gezondheids- en ontwikkelings- ondersteuning. - Breng kwetsbare moeders met een eerste kind in contact met MIM (Moeders Informeren Moeders), waarbij een ervaren moeder hen bezoekt. - Gebruik de tool Klantroutes kansrijke start om te zien welke ondersteunings- mogelijkheden er zijn voor ouders die extra steun nodig hebben in basiszorg en extra zorg. Bevorderen van een veilige hechting118 - Help ouders om emotioneel en fysiek beschikbaar te zijn voor hun (jonge) kind, en zoek zo nodig een stabiele volwassene uit het netwerk die hierin kan ondersteunen. - Help ouders om sensitief te reageren op het kind en bij kinderen ouder dan een jaar ook om adequaat te disciplineren (leren omgaan met regels en grenzen).
Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid 41 - Verwijs ouders naar preventieve interventies zoals Shantala Babymassage Individueel: huisbezoeken waarbij de moeder haar baby leert masseren en zo meer sensitief wordt voor de signalen van haar baby of Kortdurende video hometraining: acht huisbezoeken, verbeteren van het contact tussen ouders en hun kinderen van 0 tot 4 jaar. - Verwijs ouders en kinderen met signalen van verstoord hechtingsgedrag naar gedragstherapeutische interventies zoals Nika: vijf sessies voor kinderen van 9 maanden tot 6 jaar en hun ouders of ParentChild Interaction Therapy (PCIT): voor ouders met kinderen van 2-7 jaar met ernstige gedragsproblemen, kinderen die opgroeien in pleeg- of multiproblem-gezinnen of gezinnen waar fysieke kindermishandeling plaatsvindt. Versterken van opvoedvaardigheden - Gebruik de Stap voor stap methode om ouders te begeleiden bij hun opvoe - dingsvragen.119 - Breng ouders met jonge kinderen in contact met HomeStart, waarbij een vrij- williger vriendschappelijk contact, lichte opvoedondersteuning en praktische opvoedhulp biedt. - Wijs ouders op informele activiteiten om opvoedervaringen uit te wisselen als Opvoedparty’s of de Wijkacademie opvoeden. - Wijs ouders op lokale opvoedbureaus (spreekuren en opvoedprogramma’s die positief opvoeden ondersteunen).
Bijvoorbeeld Opvoedenenzo, TrippleP, de Gordoncursus ‘Effectief omgaan met kinderen’. Zie ook de JGZrichtlijn Opvoe dingsondersteuning. - Wijs ouders met een licht verstandelijke beperking op het thuisondersteuningsprogramma Houvast. Ondersteunen bij opvoedproblemen - Help ouders met het inschatten van wat ‘normale’ of ‘ernstige’ problemen zijn in de ontwikkeling van hun kind. Zie de ZelfredzaamheidMatrix, supplement ‘kind en gezin’ of de Gezonde Ontwikkeling Matrix. - Verwijs ouders naar Veilig Thuis voor advies en ondersteuning met betrekking tot de veiligheid van hun kinderen en het melden van huiselijk geweld en kind - ermishandeling. Volg bij zorgen de stappen uit de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en overleg bij twijfel met Veilig Thuis. Blijf in contact met deze gezinnen, en gebruik deze moeilijke momenten als startpunt voor verandering. Samenwerken Van interventies in de eerste duizend dagen van het kind is bekend dat deze effectiever zijn als ze samenhangend zijn. Het realiseren van een steunend aanbod vereist lokale samenwerking en programmering.
120 Communities that Care draagt bij aan effectief en efficiënt samenwerken tussen lokale partijen (scholen, kinderopvang, VVE, sociale wijkteams) en aan een preventieve aanpak.121 42 Voorwaarden Het is van belang dat gemeenten een doordacht beleid hanteren op preventie van onbedoelde zwangerschappen en het ondersteunen van kwetsbaar ouderschap . Veel van de in deze werkwijze benoemde programma’s zitten niet in het basispakket van de jeugdgezondheid en zijn alleen beschikbaar als gemeenten deze inkopen. Oudergericht werken is niet eenvoudig en vereist reflectie en training. Verantwoording Deze werkwijze is gebaseerd op de ouderschapstheorie (van der Pas).122 Interventies in deze werkwijze zijn veelal wetenschappelijk onderzocht (zie de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJI of de JGZ Interventiebibliotheek van het NCJ). De tekst in deze werkwijze is meegelezen door José Koster (werken in verbinding met ouders), Margreet de Ruiter (GGD Gelderland Zuid) en Mirjam Jobse (Sante partners). “Ondanks de beste bedoelingen van mijn ouders, was bij ons thuis ook geweld. De overweldigende liefde die ik ervaarde toen mijn kind werd geboren, was mijn drijfveer om het zelf anders te gaan doen dan mijn ouders. Mijn kindje was mijn alles en ik wilde hem een beter leven geven dan ik zelf als kind had. Je staat op dat moment volledig open voor steun”.
Een ervaringswerker, Sterk uit armoede Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid 43 Sociale Steun Wat Het versterken van het sociale netwerk rond kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders om zo hun isolement te doorbreken en meer sociale steun te bieden. Waarom Gebrek aan geld, een beperkte mobiliteit en schaamte van gezinnen in armoede kunnen leiden tot isolement, het ontbreken van een vertrouwenspersoon en een klein netwerk. 123 Kinderen en jongeren kunnen niet altijd meedoen, ervaren soms weinig steun van hun ouders 124 of durven hun ouders niet lastig te vallen met hun zorgen. Hierdoor lopen zij risico op sociale uitsluiting en missen ze een steuntje in de rug. 125 Ouders in armoede hebben niet altijd een netwerk dat praktische steun kan bieden en waarin zij informeel hun zorgen kunnen delen.126 Dat geldt extra voor jonge (aanstaande) ouders omdat zwangerschap en ouderschap in hun leeftijdsgroep nog weinig voorkomt , en voor alleenstaande (aanstaande) ouders die hun zorgen niet met een partner kunnen delen. 127 Het vergroten van het sociaal netwerk 128 door ontmoeting met gelijkgestemden 129 en/of ondersteuning door een mentor of maatje 130 geeft kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders de gelegenheid hun netwerk en de steun die zij daaruit ontvangen te vergroten.
Hoe Kinderen en jongeren - Stimuleer ouders om meer met hun kind te ondernemen (bijvoorbeeld samen naar de kinderboerderij, koken, wandelen of voetballen) en wijs hen op gratis lokale faciliteiten zoals stadpassen en gezinsvakanties (zie werkwijze Financiële en materiele steun). - Wijs kinderen en jongeren op gratis wijkactiviteiten zoals kinder- en jongeren - clubs, activiteiten door de buurtsportcoach (bijvoorbeeld Thuis op Straat) of buurtactiviteiten bij sportverenigingen (bijvoorbeeld Twente helpt scoren). - Help kinderen en jongeren om deel te nemen bij een sport- of culturele vereniging of een vakantie en wijs ouders erop dat hun kinderen geen school - reizen hoeven te missen (zie werkwijze Financiële en materiële steun). - Breng kinderen en jongeren in contact met organisaties die een mentor bieden. Dit kunnen zelf ingebrachte mentoren zijn uit hun eigen sociale netwerk (zie JIM: Jouw Ingebrachte Mentor), of getrainde vrijwilligers of studenten (zie bijvoorbeeld Big Brother, Big Sister). 44 Ouders algemeen - Help ouders met het zoeken naar een gratis plek voor hun kind bij een peuterspeelzaal, de kinderopvang of bij buitenschoolse activiteiten. - Initieer WhatsApp-, Facebook- of Instagram-groepen waar ouders vragen, zorgen en plezier en spulletjes met elkaar kunnen delen.
Richt je, voor meer herkenning, op specifieke doelgroepen als aanstaande moeders, tiener - moeders, moeders met al wat meer ervaring en (aanstaande) vaders. - Stimuleer (alleenstaande) ouders om deel te nemen aan activiteiten in de buurt waarbij zij hun netwerk kunnen vergroten en hun opvoedervaringen kunnen bespreken. Zie bijvoorbeeld Meet the parents. - Ontlast ouders door hen in contact te brengen met Buurtgezinnen, Meeleefgezinnen of Steunouders. - Breng moeders in contact met organisaties die hen een maatje kunnen bieden (een getrainde vrijwilliger). Denk bijvoorbeeld aan MIM (Moeders Informeren Moeders, voor moeders met een eerste kind) of HomeStart voor het delen van opvoedervaringen, vriendschappelijk contact, lichte opvoedingsondersteuning en praktische opvoedhulp.131 - Breng vaders met elkaar in contact, bijvoorbeeld in een vadercafé of vadergroepen of bij vaderkind activiteiten. - Breng ouders in contact met organisaties die inloop- of gezinsactiviteiten of -maaltijden organiseren waarbij zij met hun kinderen kunnen aansluiten. Of wijs ouders die behoefte hebben aan een luisterend oor op een organisatie uit deze lijst. Aanstaande en jonge ouders - Breng samen met (aanstaande) ouders met behulp van de netwerkkaart kansrijke start in beeld wie zij om zich heen hebben staan en op wie zij een beroep kunnen doen.
- Bied kwetsbare jonge zwangeren met een klein netwerk, een buddy of maatje.132 - Organiseer een groep waar (aanstaande) tiener- en jonge moeders elkaar kunnen ontmoeten of verwijs door naar de bestaande groepen (bijvoorbeeld van het FIOM). - Bied Centering Zwangerschap aan: groepscontroles waar aanstaande (jonge) moeders gezondheidsvaardigheden leren, ervaringen uitwisselen en elkaar steunen. - Bied Centering Ouderschap aan: groepsbijeenkomsten van jonge ouders met baby’s, waar de ouders herkenning, bevestiging en steun bij elkaar vinden. Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid - Wijs tienermoeders (en -vaders!) op een online platform waar zij met andere jonge ouders in contact kunnen komen. Laat hen kennismaken met ondersteuning die zij in de buurt kunnen krijgen of attendeer ze op bestaande Whatsapp, Facebook of Instagram groepen. - Organiseer (of verwijs door naar) een informele plek waar ouders en hun jonge kinderen elkaar kunnen ontmoeten om ervaringen en zorgen met elkaar te delen. Zie bijvoorbeeld Mama’s Garden en Daddy’s place. - Organiseer (of verwijs door naar) een verwendag waar jonge moeders en hun kinderen kunnen ontspannen en elkaar kunnen ontmoeten. Denk aan een schoonheidssalon, moeder-kind foto’s, babymassage, een goodiebag en spelletjes en opvang voor de kinderen.
Samenwerken Veel van de genoemde activiteiten worden aangeboden door (of in samen - werking met) het sociaal domein. Het is van belang dat er een goede lokale sociale kaart is met een overzicht van het aanbod zodat professionals uit de geboorte- en jeugdgezondheidszorg hiernaar toe kunnen leiden. Korte lijntjes en een warme overdracht tussen professionals uit de jeugdgezondheid en het sociaal domein vergroten de kans dat kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders ook inderdaad gaan deelnemen aan deze activiteiten. 46 Voorwaarden Bied als organisatie de activiteiten gratis of tegen zeer geringe kosten aan. Het werven van lokale subsidie kan hierbij helpen. Ook de inzet van vrijwilligers, studenten en de (aanstaande) ouders zelf, houdt de activiteiten goedkoop. Al vereist dit wel scholing en begeleiding. Om ouders met jonge kinderen in de gelegenheid te stellen mee te doen is het fijn als de kinderen ook kunnen deelnemen of dat kinderopvang geregeld is. Verantwoording Deze werkwijze is gebaseerd op een literatuur- en internetsearch. De tekst in deze werkwijze is meegelezen door Eva Bos (SWN), Bernard Slimbach (MJD) en Wietske Willemse (Mama’s Garden, Hogeschool Rotterdam). ‘Op deze dag wordt er echt naar mij geluisterd, ik voel mij gewenst samen met mijn kindje. Ik heb geleerd hoe ik mijn zoontje kan masseren.
Hij wordt er rustig van; Ik ontmoet er andere moeders, sommige zijn al iets ouder en ‘geslaagd’ dit geeft mij hoop.’ Jonge moeders, die een verwendag bezochten in Rotterdam Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid 47 Materiële en financiële steun Wat Het bieden van financiële en materiële hulp en advies aan kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders met weinig geld. Waarom Kinderen en jongeren die thuis opgroeien met weinig geld missen vaak basale zaken als voeding, een fiets of laptop en passende kleding die geschikt is voor het seizoen. Zij kunnen vaak niet meedoen met hun leeftijdsgenoten en lopen hierdoor een groter risico op sociale uitsluiting en missen belangrijke ervaringen. Dit belemmert hen in hun ontwikkeling. 133 Al voor de geboorte kan het kind achterstand oplopen doordat aanstaande ouders niet de juiste middelen hebben om het kind gezond te laten opgroeien. 134 Steun bij het aanschaffen van spullen en het mee kunnen doen aan activiteiten biedt geen structurele oplossing voor armoede.135 Wel biedt (advies over) 136 financiële en materiele steun kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders positieve ervaringen, wat bijdraagt aan de reductie van stress en zorgen. 137 Ouders die financiële steun van fondsen krijgen zijn positiever over hun leven, hebben meer zelfvertrouwen en minder stress.
138 Hoe Financiële steun voor alle kinderen - Wijs ouders op het persoonlijk budget (vaak als kindpakket) van gemeenten voor elk kind tot 18 jaar dat daarvoor in aanmerking komt.139 Dit budget voorziet in de meest noodzakelijke behoeften (bijvoorbeeld kleding) en zaken om mee te kun- nen doen in de samenleving (bibliotheekpas, zwem- en sportles, schoolkosten en dergelijke). Veel gemeenten bieden ook stadspassen met kortingen op toegang en aanschaf van zaken. - Wijs ouders op de VoorzieningenWijzer (besparen kosten) en de site Bereken UwRecht (tegemoetkomingen) om na te gaan welke financiële steun mogelijk is. - Help ouders gebruik maken van regelingen en fondsen om bijvoorbeeld een lap- top, schoolspullen, fiets of koelkast aan te schaffen of verwijs naar steun in de wijk (formulierenbrigade van de gemeente, sociaal wijkteam). Zie Overzicht fondsen. - Wees realistisch naar ouders dat financiële steun ook afgewezen kan worden. Zeg bijvoorbeeld ’We gaan het samen proberen, ik kan niet beloven of het lukt.’ - Houd oren en ogen open voor lokale mogelijkheden om gezinnen te ondersteunen (bijvoorbeeld lokale fondsen, potje bij de opticien voor een kapotte kinderbril).
- Verwijs jongeren en (aanstaande) ouders met geldzorgen vroegtijdig naar het sociale wijkteam, een vrijwilliger van Humanitas of financiële spreekuren van de gemeente (zie bijvoorbeeld helpdeskgeldzaken Den Haag of werkplaats financiën XL, Eindhoven), buurthuis, bibliotheek, of op scholen (zie bijvoorbeeld Deltion college). 48 Materiële steun voor alle kinderen - Wijs ouders op het Nationaal Jeugdontbijt dat gezinnen die het echt niet kun - nen betalen wekelijks anoniem een ontbijttas aanbiedt. - Help berekenen of het gezin recht heeft op ondersteuning van de voedselbank en zoek op waar de dichtstbijzijnde voedselbank is. - Wijs gezinnen die gebruik maken van de voedselbank op kinderen van de voedselbank, waar ouders een kledingpakket met nieuwe kleding, nieuwe schoenen en nieuwe cadeautjes kunnen krijgen. Of wijs ouders op een kledingbank in de buurt. - Wijs ouders op lokale speelgoedbanken, speelotheken en op de jeugdbibliotheek (die meestal tot 18 jaar gratis is). Ongeboren, pasgeboren en jonge kinderen - Check samen met de aanstaande ouders of alle benodigdheden voor de beval - ling en kraamtijd aanwezig zijn. Vraag eventueel een babystartpakket aan bij de gemeente (zie bijlage Overzicht fondsen). - Verzamel ongebruikte kraam- en babyspullen van andere gezinnen en neem het mee naar gezinnen die het nodig hebben.
- Ga na of er budget is voor extra uren kraamzorg voor kwetsbare gezinnen). - Breng samen met (aanstaande) ouders de kosten van een baby in kaart. Wijs ouders daarbij ook op de verschillende tegemoetkomingen die er zijn. - Verwijs tienermoeders naar financiële regelingen binnen de eigen gemeente. - Wijs ouders op de Pamperbank waar zij 25 luiers kunnen kopen voor 1 euro. - Wijs ouders op kledingmarkten (buurthuis) waar ouders eigen baby- en kinder - kleren kunnen inruilen voor een maatje groter. - Wijs (aanstaande) ouders op kringloopwinkels, online weggeefhoeken of marktplaats.nl zodat zij niet alle spullen nieuw hoeven aan te schaffen. Kinderen op de basisschool - Meld jarige kinderen van 4-12 jaar aan voor een verjaardagsbox via Jarige Job of wijs ouders op de mogelijkheid een gratis kinderfeestje te organiseren door Stichting Uitgestelde Kinderfeestjes. - Meld gezinnen met jonge kinderen aan voor de actie pepernoot, waarbij ouders cadeaubonnen krijgen om sinterklaaspresentjes te kopen. - Meld gezinnen aan voor de actie zomerpret, waarmee zij voor de zomervakantie toegangskaarten ontvangen (bioscoop, zwembad, pretpark), boeken en speelgoed. - Wijs ouders op de mogelijkheid van een kindervakantie (gratis of een bijdrage naar draagkracht).
Zie bijvoorbeeld het Steunpunt Kindervakanties , Kinderva kantieweken van Humanitas of de Vakantiebank en Heppie vakantieweken en weekenden. Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid Jongeren in het voortgezet onderwijs - Stimuleer anticonceptie en verstrek gratis condooms, zodat dat geen belem- mering kan zijn om veilige seks te hebben. Tot 18 jaar wordt anticonceptie ver - goed vanuit de basisverzekering (geen eigen risico). - Wijs meisjes en hun ouders op gratis menstruatieproducten . - Wijs jongeren op fondsen voor digitale leermiddelen voor school (zie bijlage Overzicht fondsen) en op een eenmalig bedrag vanuit de bijzondere bijstand van de gemeente als jongeren starten op het voortgezet onderwijs. - Stimuleer de financiële zelfredzaamheid van jongeren. Stimuleer hen de serious game No Credit, Game Over! te spelen, en draag er aan bij dat zij voor hun 18 e verjaardag geïnformeerd worden over hun financiële verantwoordelijkheid (zie bijvoorbeeld MoneyFit, verjaardagskaart, of Geldplan Bijna 18 (Nibud). - Begeleid 18 plusser met beginnende of problematische schulden naar leerling - zorg op school of naar financiële spreekuren van de gemeente (zie bijvoorbeeld de Helpdesk Geldzaken in Den Haag) of in het buurthuis, de bibliotheek of op scholen. Samenwerken Het is van belang een goed overzicht te hebben van lokale initiatieven voor financiële en materiële steun.
Persoonlijk contact met mensen van fondsen en organisaties maakt het makkelijker om een beroep hierop te doen. Integrale samenwerking met verschillende partners zoals scholen, buitenschoolse opvang, kerken, huisartsen en buurtverenigingen is nodig om steun aan de juiste gezinnen te kunnen bieden. 50 Voorwaarden Kennis van de lokale sociale kaart en van fondsen is vereist om (aanstaande) ouders door te kunnen leiden naar adequate steun (zie het voorbeeld uit Nijmegen). Ga als gemeente ruimhartig om (ook voor ouders net boven de lage inkomensgrens) met indicaties voor voor- en vroegschoolse educatie (vve) en extra kraamzorg. Verantwoording De tekst in deze werkwijze is meegelezen door Kim Houben (Divosa), Dennis Roskam (GGD Fryslân) en Mirjam Jobse (Santepartners). Bijlage Zie het Overzicht Fondsen op pagina 69 . “Gedurende de kraamweek blijkt dan dat er geen geld is voor bijvoorbeeld een kolfset, terwijl je in een huis bent met alles erop en eraan. Als je het gesprek aangaat, vertellen ouders dat ze het niet redden op één salaris of vanwege alimentatie die ze moeten betalen. Het is belangrijk om niet te snel aan te nemen dat het wel losloopt.
Zo’n kolfset kan wel degelijk een probleem zijn.” Een kraamverzorgende uit Apeldoorn 140 Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid 2.3 Stimuleren Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid 53 Lichamelijke gezondheid Wat Het inspireren tot een leefstijl die eraan bijdraagt dat kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders lichamelijk gezond en fit zijn. (Deze werkwijze is preventief. Zie de werkwijze Steun bij opgroeien als er al sprake is van lichamelijke gezondheidsproblemen). Waarom Armoede - en vooral de stress die dat met zich meebrengt - kan een negatieve invloed hebben op de gezondheid. 141 Chronische stress, een ongezonde leefstijl en risicogedrag bij ouders 142 kunnen leiden tot gezondheidsrisico’s die beginnen voor de geboorte 143 en leiden tot een gemiddeld kortere levensverwachting en minder gezonde levensjaren. 144 Kinderen en jongeren die in armoede opgroeien hebben bovendien relatief vaak een ongezonde leefstijl, mede doordat zij dit van hun ouders overnemen. 145 Dit kan leiden tot een minder goede lichamelijke, motorische en psychosociale ontwikkeling. 146 Individuele en collectieve preventie van gezondheidsproblemen en het versterken van een gezonde leefstijl en verminderen van risicogedrag - te beginnen voor de zwangerschap - draagt bij aan een betere gezondheid.
147 Hoe De basis - Check bij kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders of de basis op orde is (voeding, huisvesting, veiligheid, financiën) en steun gezinnen bij het wegnemen van de oorzaak van chronische stress. Verwijs hen bijvoorbeeld naar financiële ondersteuning, voedselbank of het Nationaal Jeugd Ontbijt (zie de werkwijze Financiële en materiele steun). - Ondersteun waar nodig de aanschaf van een eigen bed voor kinderen en jon - geren, speelgoed dat beweging bevordert (zie de bijlage Overzicht fondsen), bij het creëren van een rustige ruimte om te slapen en mogelijkheden om te spe - len. - Check de behoeften van kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders met betrekking tot een gezonde leefstijl en stel samen doelen en benoem haalbare, kleine stappen zodat het ook hun oplossingen worden. 148 - Geef (aanstaande) ouders, kinderen en jongeren desgewenst advies of gebruik het materiaal van Samen Gezond Groot.149 Luister goed naar ouders en maak gebruik van motiverende gespreksvoering of de gesprektools voor positieve gezondheid. 54 Ongeboren en pasgeboren kinderen - Wijs vrouwen die zwanger willen worden op websites die hen informeren over een gezonde leefstijl voorafgaand aan en tijdens de zwangerschap (bijvoorbeeld Straks Zwanger worden en Zwanger wijzer).
- Informeer aanstaande ouders over het belang van gezonde voeding en de risico’s van drinken en roken (ook van de partner) voorafgaand aan en gedurende de zwangerschap. - Organiseer bewegingsactiviteiten voor zwangeren, en liefst ook al voor de zwangerschap. - Waarschuw werkende aanstaande moeders voor de gezondheidsrisico’s van fysiek zwaar werk, het werken met gevaarlijke stoffen of in ploegendienst (zie de richtlijnen voor bedrijfsartsen).150 - Bied extra kraamzorg aan kwetsbare gezinnen en bied zonodig na de kraampe - riode BabythuisZorg.151 Jonge kinderen - Vraag ouders bij consulten of zij iets willen weten over voeding, slapen, bewe - gen of beeldschermgebruik.152 Gebruik bijvoorbeeld de flyer over eten, slap- en, spelen en mediagebruik, het filmpje Samen Gezond Groot of de website Samen Happie, informatie van het Voedingscentrum, het groeiboekje of de GroeiGidsapp en posters in de wachtruimte. - Bied de workshop Eetplezier en beweegkriebels aan om ouders te helpen een gezonde leefstijl bij hun kind te bevorderen en zich bewust te worden van hun voorbeeldgedrag. - Stimuleer ouders om hun kinderen vanaf 1- 2 jaar al te laten wennen aan de tandarts, ook als zij zelf niet gaan vanwege de kosten. Vertel dat alle tandartskosten voor kinderen onder de basisverzekering vallen zonder eigen risico.
Kinderen op de basisschool - Ga met kind en ouders na hoeveel het kind beweegt met de Beweegwijzer, ver- tel waarom dit belangrijk is en geef gericht beweegadvies. 153 - Stimuleer kinderen om regelmatig te bewegen:154 buitenspelen, sporten, zwem- men, fietsen, skaten en deelname aan activiteiten door welzijnsorganisaties en sportclubs. Verwijs naar een intermediair (bijvoorbeeld de buurtsportcoach) voor financiële ondersteuning (zie de bijlage Overzicht fondsen). - Daag kinderen uit om meer over gezond eten te leren en zelf eens voor hun lunch of de gezinsmaaltijd te zorgen en ontmoedig ongezonde gewoonten als snoepen en frisdrank. - Wijs ouders en kinderen op Fitgaaf, waarbij ouders hun kinderen motiveren met stickers bij gezonde keuzes. - Informeer ouders en kinderen over goede gebitsverzorging ( Trammelant in tandenland) en wijs erop dat tandartskosten voor kinderen onder de basisverzekering vallen). Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid 55 Jongeren in het voortgezet onderwijs - Ga met de jongeren na hoeveel zij bewegen, stimuleer hen om regelmatig te bewegen en geef gericht beweegadvies (zie hierboven bij kinderen op de basis - school). - Ontmoedig jongeren in ongezonde gewoonten als snoepen, frisdrank, roken, gebruik van alcohol en softdrugs en verwijs bij beginnende verslaving naar Moti4.155 - Geef jongeren voorlichting over veilige en gezonde seks.
Wijs meisjes (14-21 jaar, (v)mbo) op de Girls Talk groepssessies, waar zij hun weerbaarheid kunnen vergroten en jongens (12-18 jaar, (v)mbo) op Make a move. Ouders - Stimuleer ouders om het goede voorbeeld te geven, met gezond eten, regelmatig bewegen (ook samen met hun kinderen) en met het vermijden van ongezonde gewoonten als snoepen, roken, gebruik van alcohol en softdrugs. Ondersteun ouders hier zo nodig bij en ga na welke programma’s uit de basis - verzekering worden vergoed. - Stimuleer dat gezinnen een vast dagritme hanteren: elke dag op ongeveer hetzelfde moment opstaan, naar bed gaan en op tijd eten. - Geef (aanstaande) ouders tips om te kunnen ontspannen, zodat zij en hun kinderen beter kunnen slapen. Bijvoorbeeld ’s avonds niet te laat nog beeldscherm, koffie, nicotine, suiker gebruiken, maar wel (voor)lezen, wandelen, douchen, thee of melk drinken. - Bied een programma aan waarin ouders leren over, en werken aan het welbevinden en de gezondheid van hun kind (bijvoorbeeld Gezonde kinderen in krappe tijden).156 - Bied ouders informatie over de begeleiding van hun puber in het voorkomen van ongezond gedrag (zie de Trimbos instituut website over alcohol, drugs, roken en gamen). - Wijs ouders op de drugsinfo test om in beeld te krijgen wat zij weten van het drugsgebruik van hun kind.
Samenwerken Het aanleren van een gezonde leefstijl vraagt een continue ondersteuning door alle partijen die rond het gezin betrokken zijn. Het is van belang om vanuit de geboortezorg en jeugdgezondheidszorg samen te werken met lokale initiatieven in kinderopvang, onderwijs (zie bijvoorbeeld de gezonde kinderopvang en de gezonde school ), welzijn en met lokale sportverenigingen en -aanbieders in wijkgerichte programma’s zoals bijvoorbeeld B.slim Beweeg meer.eet gezond , Lekker Fit en Thuis op Straat (zie ook de menukaart Kansrijke Start ). Neem financiële drempels weg en zorg dat meerdere lokale partners intermediair zijn bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur en andere fondsen. 56 Voorwaarden Investeer als gemeente in een gezonde buitenruimte, 157 met openbare beweegmogelijkheden, zoals spelcontainers , beweeg- en speeltuinen, buitenfitnesstoestellen, hinkel- en survivalbanen, trap- en basketbalveldjes en buurttuinen. Ga met deze checklist na welke lokale factoren de sportdeelname belemmeren. 158 Met de Playadvisor, kunnen partners nagaan welke voorzieningen er lokaal zijn. Zie ook het leefstijlinterventie overzicht van het Loket Gezond Leven. JGZ kan gemeenten hierin adviseren.
Verantwoording De tekst in deze werkwijze is meegelezen door Mariëtte Hoogsteder (Amsterdam UMC / Academische Werkplaats Jeugd en Gezondheid), Yvonne Vanneste (NCJ) en Dieneke Barendrecht (CJG Rijnmond) . “Mijn zoontje kan nog niet lopen. Ik doe hem veel in het wipstoeltje omdat zijn oudere zus veel aandacht vraagt. Maar ik wil ook graag met hem stoeien en kruipen. Er waren veel leuke ideeën voor beweegspelletjes: die ga ik meteen proberen.” Een moeder over de workshop Eetplezier en beweegkriebels 159 Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid 57 Mentale gezondheid Wat Het bevorderen van de mentale gezondheid en veerkracht van kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders die in armoede leven door het versterken van beschermende factoren. (Deze werkwijze is preventief. Zie de werkwijze Steun bij opgroeien als al sprake is van mentale gezondheidsproblemen). Waarom Chronische (early life) stress, kan niet alleen negatieve gevolgen hebben voor de lichamelijke, maar ook voor mentale gezondheid. 160 Zo kunnen kinderen en jongeren last hebben van angst, teruggetrokkenheid en/of sombere gevoelens. 161 Om psychische problemen te voorkomen, is het belangrijk hun mentale gezondheid en veerkracht te vergroten door het preventief versterken van beschermende factoren vanuit een integrale aanpak.
162 Als de draagkracht (de beschermende factoren in de persoon, het gezin en de omgeving die gezinsleden ondersteunen) 163 in balans is met de draaglast (de factoren die een gezin onder druk zetten) kunnen kinderen en jongeren beter omgaan met tegenslagen en uitdagingen zoals armoede. 164 Het helpt hen als zij een groei-mindset hebben: de overtuiging dat je door inzet en doorzettingsvermogen ergens goed in kunt worden en problemen kunt overwinnen. 165 Het vergroot de veerkracht van kinderen en jongeren als zij ervaringen opdoen waarin zij succesvol zijn en wanneer volwassenen en leeftijdsgenoten een goed voorbeeld bieden. 166 Hoe Ongeboren, pasgeboren en jonge kinderen - Wijs aanstaande ouders op de Wellmomapp (stimuleert positief denken) en op Centering Pregnancy (groepscontroles moeders elkaar steunen). - Stimuleer ouders hun jonge kinderen naar de peuterspeelzaal of kinderdag- verblijf te brengen. Zij werken soms met programma’s als ‘ Ben ik in Beeld’ of ‘Startblokken’ om o.a. achterstanden in de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling te voorkomen. - Versterk het opvoedvertrouwen van (aanstaande) ouders, verminder stress en onzekerheid167 (zie ook de werkwijzen Steun bij ouderschap en Sociale Steun).
Kinderen en jongeren - Vraag aan kinderen en jongeren hoe het met ze gaat, luister actief en help hen over hun emoties te praten (ook bij kleuters).168 Wees hierin een rolmodel voor ouders. - Ontdek samen met het kind of de jongere over welke hulpbronnen, persoonlijke capaciteiten en sociale en interpersoonlijke vaardigheden het al beschikt (zie Boomdiagram Veerkracht).169 58 - Formuleer samen met het kind of de jongere welk probleem het wil aanpakken, de doelen, de te zetten stappen, welke hulpbronnen het hierbij kan inzetten en help het kind of de jongere om vertrouwen te ontwikkelen dat dit gaat lukken (zie oplossingsgericht werken).170 - Versterk de groei-mindset van kinderen en jongeren door complimenten te geven over het proces (en niet zozeer op het resultaat) en te laten blijken dat je hoge verwachtingen van hen hebt.171 - Stimuleer kinderen en jongeren deel te nemen aan creatieve, sportieve en sociale activiteiten (en help hen hierin plezier te hebben en succeservaringen op te doen).172 - Verwijs eventueel naar een Kanjertraining of het programma Levensvaar digheden voor het versterken van sociale, emotionele en morele vaardigheden. - Bespreek met de jongeren (12-18 jaar) wat zij willen bereiken in de toekomst en welk pad zij kunnen volgen.
- Ga na wie belangrijke steunfiguren in de omgeving van de jongere kunnen zijn en gebruik hierbij de JIMmethodiek (zie ook de werkwijze Sociale Steun). - Wijs scholen op het lesmateriaal ‘Je brein de Baas?!’ (VO) en Leer en veer kracht (PO) om de mentale gezondheid van leerlingen te versterken. Onder- steun leraren en mentoren daarin door met kinderen en jongeren die extra zorg en aandacht nodig hebben te praten. 173 Ouders - Ga met ouders in gesprek en onderzoek samen over welke capaciteiten en vaardigheden zij al beschikken (zie Boomdiagram Veerkracht). Benut hierbij de analyse uit de GIZmethodiek en de methodiek van het oplossingsgericht werken. - Stel vast over welke hulpmiddelen en ondersteuning het gezin al beschikt, zoals ouders die een goed rolmodel zijn, structuur en regels thuis. 174 - Kijk samen met ouders hoe zij hun eigen groei-mindset en een ondersteunend gezinsklimaat verder kunnen ontwikkelen. - Stimuleer ouders deel te nemen aan het programma Gezonde kinderen in krappe tijden (in Twente) om de (mentale) gezondheid van hun kinderen te vergroten. Of overweeg het programma in je eigen gemeente op te zetten. Samenwerken Goede samenwerking tussen professionals rond een gezin (leerkrachten, pedagogisch medewerkers, sociale professionals, sportcoaches, huisarts, jeugdgezondheidsprofessionals, etc.) is een beschermende factor op zich.
Geef daarom op lokaal niveau invulling aan een aanbod dat een positieve ontwikkeling van kinderen en jongeren helpt bewerkstelligen. Denk bijvoorbeeld aan Allemaal opvoeders , Communities that Care of de Vreedzame Wijk . Gebruik de preventiematrix weerbaarheid om het gesprek over weerbaarheid en mentale gezondheid van kinderen en jongeren met collega’s aan te gaan. Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid 59 Voorwaarden Bevorder als gemeente actief de mentale gezondheid van de jeugd ( één van de ambities in de Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024). Gebruik de handvatten uit de handreiking Bevordering mentale gezondheid jeugd om samen met lokale partners de juiste zorg en ondersteuning te bieden voor de mentale gezondheid van kinderen en jongeren. Verantwoording Deze werkwijze is gebaseerd op oplossingsgericht werken en het versterken van veerkracht. De tekst in deze werkwijze is meegelezen door Mark Weghorst (NCJ) en Riet Haasnoot (GGD Twente). “Na het doen van de weerbaarheidstraining sta ik steviger in mijn schoenen. Ik durf nu veel beter nee te zeggen en voor mijzelf op te komen in de klas, ik voel me zelfverzekerder.
Ook heb ik geleerd om met mijn ouders te praten als ik ergens mee zit of boos ben.” Jongen over zijn weerbaarheidstraining, 10 jaar 60 Participatie Wat Investeren in het meedoen van kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders aan het maatschappelijke leven op het terrein van vrijetijdsbesteding, school en (vrijwilligers-)werk. 175 Waarom Geldgebrek, stress en schaamte kunnen kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders in de weg staan om actief deel te nemen aan de samenleving. Zoals het ontvangen van mensen thuis, deelname aan activiteiten buitenshuis, het volgen van een opleiding of het hebben van een baan176 die voldoende inkomsten oplevert.177 Professionals kunnen kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders inspireren om naar vermogen, deel te nemen aan de samenleving: aangaan van sociale contacten, deelname aan georganiseerde activiteiten en vrijwilligerswerk, opleiding en het verdienen van een zelfstandig inkomen door werk.178 Een bijkomend voordeel is dat participerende ouders, die structuur hebben in de dag en onderdeel uitmaken van de samenleving, een goed rolmodel zijn voor hun kinderen.179 Hoe Jonge kinderen - Stimuleer ouders om gebruik te maken van peuterspeelzaal, kinderopvang of de voorschool (en bepleit bij de gemeente dat dit gratis is).
- Informeer ouders over speelotheken en speelgoedbanken en de online jeugdbibliotheek waar het lenen van (luister)boeken, en (voorlees)films gratis is. - Begeleid ouders naar preventieve thuisprogramma’s om de ontwikkeling (cogni- tief, motorisch en sociaal-emotioneel), opvoeding en de (taal)omgeving thuis te versterken.180 Bijvoorbeeld de Katrol, de Keukentafel, Samen Leren, de Voorlees Express,181 het Voorleesproject.182 - Wijs ouders op stimulerende programma’s als Muziek op schoot of Peutergym en help hen financiering hiervoor te verkrijgen (zie bijlage Overzicht fondsen). Kinderen op de basisschool - Informeer kinderen over de online jeugdbibliotheek waar het lenen van (luister) boeken, e-boeken en (voorlees)films gratis is en over KinderzwerfboekStations, - Motiveer kinderen om deel te nemen aan kinder- en jeugdclubs, sportieve en culturele activiteiten, huiswerkbegeleiding en zomerscholen en aan verrijkend onderwijs dat bijdraagt aan het ontwikkelen van talenten en beroepsbeelden183 (bijvoorbeeld de Weekend Academie en Stichting IMC Weekendschool). - Bedenk met kinderen welke klusjes zij kunnen doen om wat zakgeld te verdienen.
Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid 61 Jongeren in het voortgezet onderwijs - Stimuleer jongeren om deel te nemen aan sociale, culturele en sportieve activi - teiten en aan huiswerkbegeleiding, examentraining, lente- en zomerscholen (zie bijlage Overzicht fondsen voor de financiering hiervan). - Wees alert op signalen van (beginnende) verslaving en verminderde motivatie voor school zoals spijbelen (zie M@ZL) en ga het gesprek hierover aan. - Versterk de motivatie van jongeren voor vervolgopleidingen en beroepsper - spectieven. Wijs hen op het loopbaanontwikkelingsprogramma op school en op de mentor en decaan om met hen mee te denken hierin. 184 - Begeleid jongeren die dreigen uit te vallen in het mbo naar een onderwijs vervangend programma.185 (Aanstaande) ouders - Moedig jonge (aanstaande) ouders aan hun opleiding af te ronden. Ga na welk ROC een jonge moederklas biedt en bewaak het recht op bevallings- en zwanger- schapsverlof.186 - Moedig (aanstaande) ouders aan om deel te nemen aan activiteiten die hun net- werk vergroten, zoals koffie-uurtjes, wijkmaaltijden, Centering Zwangerschap en Ouderschap en dergelijke (zie ook de werkwijze Sociale steun). - Moedig (aanstaande) ouders aan deel te nemen aan activiteiten waar zij hun taal-, computer- en opvoedvaardigheden kunnen vergroten en/of aan (vrijwilligers)werk.
- Moedig alleenstaande moeders aan om deel te nemen aan programma’s als Durven Doen van Single SuperMom om de regie over hun leven te vergroten en (weer) deel te nemen aan de arbeidsmarkt. - Informeer ouders over de financiële opvoedtest waarmee zij inzicht in de financiële opvoeding en handvatten bij lastige situaties krijgen. - Stimuleer ouders om hun kinderen (vanaf jonge leeftijd) consequent zakgeld te geven (en het niet in te houden om kinderen te straffen 187 of in te nemen om er hun eigen schulden mee te betalen), zodat kinderen leren met geld om te gaan en te sparen (zie bijvoorbeeld het ZakgeldProject).188 - Help (aanstaande) ouders financieel meer zelfredzaam te worden en een goed voorbeeld te zijn voor hun kind. Bijvoorbeeld met de budgettrainingen van Stichting Knip of met een programma als Lift je leven! (ook geschikt voor laaggeletterden). - Informeer (aanstaande) ouders over het lokale Werkgeversservicepunt waar zij ondersteuning kunnen krijgen bij het vinden van betaald werk of vervolgopleiding. - Bespreek met (aanstaande) ouders de mogelijkheid om de opleiding tot ‘ervaringswerker in de generatiearmoede en sociale uitsluiting’ te volgen, bijvoorbeeld bij Sterk uit Armoede of Howie the Harp.
62 Samenwerken Professionals uit de jeugdgezondheid kunnen een bijdrage leveren aan de participatie van kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders door lokaal een goed samenhangend aanbod te realiseren en hen te begeleiden naar de beschikbare voorzieningen. Ook kunnen zij scholen stimuleren om structureel aandacht te besteden aan financiële educatie om zo kinderen te leren doordachte financiële keuzes te maken en de consequenties van die keuzes te ervaren. 189 Zie ook de werkwijzen Financiële educatie (handreiking voor scholen) en Financiële opvoeding (handreiking voor het sociaal domein). Voorwaarden Hou als organisatie bij activiteiten voor ouders rekening met kinderopvang en schooltijden en ondersteun ouders bij het vinden van fondsen voor activiteiten die niet gratis zijn. Nog beter is het om als gemeente essentiële voorzieningen als peuterspeelzalen en sociale, culturele en sportieve activiteiten en huiswerkbegeleiding voor kinderen en jongeren gratis aan te bieden. Verantwoording Deze werkwijze is tot stand gekomen door literatuurstudie en gesprekken met verschillende goede praktijken. De tekst in deze werkwijze is meegelezen door Kim Houben (Divosa), Eva Bos (SWN) en Dennis Roskam (GGD Frysl ân).
“In groep drie gingen we elke maandag vertellen wat we hadden gedaan en ik heb denk ik nooit iets verteld in de kring.” Een jongen terugkijkend, 18 jaar 190 Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid 63 Bijlagen Screenings en gespreksinstrumenten Om risico’s voor de groei, psychosociale en cognitieve ontwikkeling vroegtijdig te signaleren worden binnen het domein jeugdgezondheid verschillende (screenings) instrumenten en methodieken ingezet. Een overzicht van de meest gebruikte screeningsinstrumenten staat hieronder (zie ook de JGZ-richtlijn Psychosociale problemen). De bijbehorende linkjes verwijzen vaak naar de instrumenten, maar niet alle zijn rechtenvrij te gebruiken. De vragen in die screeninginstrumenten gaan over verschillende risicofactoren en gaan in de meeste gevallen niet specifiek in op armoede. Het is goed mogelijk om enkele vragen aan bestaande instrumenten toe te voegen die expliciet ingaan op financiële zorgen bij gezinnen. Alle kinderen, jongeren en ouders GIZMethodiek De GIZ-methodiek helpt professionals samen met (aanstaande) ouders en jeugdigen (0 – 23 jaar) te bepalen hoe het gaat en wat nodig is. Dit door middel van een gestructureerd en motiverend gesprek en uitnodigende (leeftijdsspecifieke) schema’s. Binnen de methodiek is ruimte voor focus op zowel preventieve of aanvullende zorg.
De methodiek is ook geschikt voor specifieke doelgroepen zoals laaggeletterden, migranten en kinderen met een beperking. Gesprekstools Positieve Gezondheid Met de gesprekstools Positieve Gezondheid kunnen professionals gesprekken voeren met kinderen, jongeren en ouders over hoe zij hun gezondheid ervaren (op 6 dimensies). Daar - uit kan blijken dat achter een gezondheidsklacht een heel ander probleem schuilgaat. Ook kunnen mensen zelf vaak goed aangeven wat er nodig is om hun gezondheidssituatie te verbeteren. Er is een gesprekstool voor kinderen, jongeren, volwassenen en mensen die moeite hebben met begrijpend lezen. Ongeboren en pasgeboren kinderen ALPHA NL ALPHA-NL is een korte zelfinvullijst met 48 vragen die 15 risicofactoren voor kindermishandeling, problematisch opvoeden, partnergeweld, relatieproblemen en depressie betreffen (inclusief vragen over de partner). De lijst wordt zo vroeg mogelijk in de zwangerschap, in de wachtruimte voorafgaand aan een verloskundig consult ingevuld. ALPHA-NL maakt cliënten ook bewust van hun rol als ouders en het verband met hun eigen ervaringen, omstandigheden en opvattingen, en de mogelijkheid om dit bespreekbaar te maken met de verloskundig zorgverlener en JGZ.
De verloskundig zorgverlener bespreekt met de aanstaande ouder(s) de thuissituatie, eventuele zorgen en hulpbehoefte en gaat met hen na wat er nodig is voor een goede start met de baby. 64 De Mind2care De Mind2Care is een digitale, interactieve vragenlijst die de zwangere vrouw zelf invult. Deze vragenlijst richt zich op vroege en systematische opsporing van zwangere vrouwen met stress in de vorm van psychopathologie, psychosociale problemen en middelenmisbruik. Op basis van de antwoorden krijgt de zwangere vrouw, als het nodig is, een advies over begeleiding of behandeling tijdens de zwangerschap, inclusief een korte uitleg over de inhoud van de behandeling, de mogelijke behandelaren in haar eigen regio en hoe ze zich kan aanmelden. Zij besluit zelf of ze dit advies bespreekt met haar verloskundige of gynaecoloog, en welke vervolgstappen worden gezet. EPDS De EPDS is een zelf-scorelijst met tien vragen over gevoelens van angst en depressie in de voorafgaande week, bedoeld om postnatale depressie tijdig te signaleren. De lijst is ontwikkeld voor postnataal gebruik maar wordt ook wel prenataal toegepast. Zwangerwijzer Zwangerwijzer is een online, interactieve vragenlijst voor paren met een kinderwens. Zij kunnen deze invullen om zich goed voor te bereiden op een zwangerschap.
Als sprake is van risicofactoren, krijgen ze gerichte adviezen om het effect van deze risico’s te verminderen. Zoals concrete zelfhulp-adviezen of adviezen om contact op te nemen met de huisarts, een bedrijfsarts of de behandelend medisch specialist. Professionals kunnen ouders de lijst laten invullen en deze vervolgens met hen bespreken. Jonge kinderen Vroegsignalering in de kraamtijd De Checklist Vroegsignalering in de kraamtijd bestaat uit 35 observatie-items voor de kraamverzorgende die betrekking hebben op psychosociale zorgbehoefte zoals risicofactoren voor of signalen van kindermishandeling en depressie bij de kraamvrouw. Het betreft dezelfde gevalideerde risicofactoren als die van de ALPHA-NL. Deze observatie resulteert in handelingsopties: overleg met de verloskundige onder wiens verantwoordelijkheid zij werkt, met de teamleider of de jeugdgezondheidszorg en indien mogelijk met de ouders. Training van kraamverzorgenden wordt aanbevolen. R4U R4U richt zich op medische én niet-medische risicofactoren voor ongunstige zwangerschapsuitkomsten zoals aangeboren afwijkingen, laag geboortegewicht en vroeggeboorte. De R4U-scorekaart is ontwikkeld om deze risico’s in kaart te brengen en vervolgens via zogenoemde zorgpaden en/of een multidisciplinair overleg te zorgen voor toeleiding naar de juiste zorg in het medische of het sociale domein.
De lijst bestaat uit 60 items betreffende: sociale-economische situatie, etniciteit, zorgsituatie, leefstijl (roken, alcohol, drugs, geneesmiddelen, BMI), medische gegevens en obstetrische voorgeschiedenis. De antenatale R4U wordt door de verloskundig zorgverlener bij de intake uitgevraagd en ingevuld. ‘Kort Instrument voor de Psychologische en Pedagogische Probleeminventarisatie Kipppi ’ Dit instrument geeft inzicht in de sociaal-emotionele ontwikkeling, het welzijn en het gedrag van jonge kinderen. Dit instrument kan worden ingezet door professionals uit de JGZ om in een vroeg stadium te signaleren of er misschien ‘iets’ met een kind aan de hand is.
Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid Brief Infant Toddler Social and Emotional Assessment (BITSEA) De BITSEA is een vragenlijst voor ouders waarmee psychosociale problemen bij kinderen vroegtijdig kunnen worden gesignaleerd. Professionals kunnen ouders de lijst laten invullen om psychosociale problemen op te sporen bij kinderen tussen 1 en 3 jaar. SPARK Met behulp van de SPARK voert de jeugdverpleegkundige een gestructureerd vraaggesprek met de ouder(s) om (risico op) opvoedings- en ontwikkelingsproblemen bij kinderen van 18 maanden vroegtijdig te signaleren. Het uitgangspunt is het perspectief en de ervaring van de ouder, dit wordt gecombineerd met de expertise van de JGZ- professional. De SPARK geeft een indicatie of een kind een laag, verhoogd of hoog risico op opvoed- en ontwikkelingsproblemen heeft. Daarnaast krijgt de jeugdverpleegkundige inzicht in de zorgen, problemen en zorgbehoeften van ouders. SamenStarten (DMO Protocol) De methode SamenStarten bevat het DMO-gespreksprotocol, waarin er aandacht is voor de gezins- en omgevingsfactoren die een rol spelen bij de psychosociale ontwikkeling van jonge kinderen (0-4 jaar). Het doel is om opvoedsituaties die risico’s en problemen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen kunnen opleveren, zo vroeg mogelijk te signaleren.
Het protocol beslaat vijf domeinen: welbevinden kind, welbevinden ouder, rol partner, sociale steun en obstakels. Het is een systematisch volgsysteem voor ondersteuning in gesprekken met ouders. Het consult op de leeftijd van acht weken wordt gebruikt om bovenstaande aspecten de eerste keer uitgebreid met de ouder(s) te bespreken. In vervolgcontacten wordt al naar gelang de situatie per gezin gedifferentieerd aandacht aan de opvoedingssituatie besteed. 66 Kinderen op de basisschool Landelijke Signaleringslijst Psychosociale Problemen bij Kleuters (LSPPK) De LSPPK wordt ingevuld door ouders van kleuters, en haalt met name aandachtsproblemen en sociale problemen naar boven. Strengths and Difficulties questionnaire (SDQ) De SDQ is een snelle screening van psychische/psychosociale problemen bij kinderen en adolescenten en de invloed van deze problemen op het dagelijks leven. De SDQ wordt door ouders en leraren ingevuld. De uitkomsten van deze vragenlijst vormen de input voor een gesprek tussen professional en ouder en kind/jongere. Vanaf 11 jaar vullen ook jongeren de lijst zelf in, meestal onder begeleiding van iemand die toelichting kan geven. Psycat De Psycat is een internetapplicatie die ouders invullen voor de signalering van psychosociale problemen bij kinderen in de leeftijd van 7-12 jaar.
De Psycat meet de zwaarte van psychosociale problemen op internaliserende problemen, externaliserende problemen, hyperactiviteit en een totaalscore. De Psycat maakt gebruik van CAT, computerized adaptive testing. Met die techniek wordt na elk gegeven antwoord een schatting gemaakt van de zwaarte van eventueel aanwezige problematiek. Vervolgens wordt gekeken welk item die schatting kan verbeteren, tot een vooraf bepaalde nauwkeurigheidsgrens is bereikt. Daardoor kunnen allerlei vragen overgeslagen worden, omdat ze niet bijdragen aan een betere schatting. Jongeren in het voortgezet onderwijs Strengths and Difficulties questionnaire (SDQ) Zie bij Kinderen op de basisschool. Jongeren vullen de lijst meestal in onder begeleiding van iemand die toelichting kan geven. De uitkomsten van deze vragenlijst vormen de input voor een gesprek tussen de professional, jongere en/of ouder. Korte indicatieve vragenlijst voor psychosociale problemen bij adolescenten (KIVPA). De KIVPA is een korte gevalideerde vragenlijst voor het signaleren van psychosociale problemen bij schoolgaande jongeren tussen 13 en 18 jaar. De vragenlijst is bedoeld als handvat voor de JGZ om doelmatiger en doelgerichter te kunnen werken bij het signaleren van jongeren met problemen en zo te bevorderen dat tijdig begeleiding en professionele hulpverlening kunnen worden ingezet.
Jij en Je Gezondheid Jij en Je Gezondheid is een digitale vragenlijst voor jongeren zelf die de JGZ gebruikt bij de gezondheidsonderzoeken. De vragenlijst bestaat uit korte, betrouwbare en valide vragen. 67 Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid Signaleringslijst kinderarmoede Verschillende signalen kunnen wijzen op armoede, maar er kunnen ook heel andere dingen spelen. Dat maakt armoede lastig om te signaleren. Armoede is bovendien niet altijd zichtbaar omdat gezinnen veel offers brengen om hun kind geen uitzondering te laten zijn en kinderen en jongeren er alles aan doen om niet uit de toon te vallen. Ga bij een vermoeden van armoede het gesprek respectvol en empathisch aan (zie werkwijze Bespreken). Risicogroepen en situaties - alleenstaande ouders, jonge ouders, ouders in echtscheiding - ouders met een ongezonde leefstijl of (langdurige) ziekte, of overlijden in het gezin - ouders zonder (of met onzekerheid over) werk of opdrachten - ouders met beperkte beheersing van de Nederlandse taal (anderstalig, laaggeletterd) en/of digitale vaardigheden en/of een licht verstandelijke beperking - ouders in detentie - onrust en instabiliteit in gezin, stapeling van problemen, onveiligheid in de buurt - jongeren die voortijdig schoolverlaten en/of niet hun vervolgstudie afronden - jongeren die financieel verantwoordelijk worden (achttiende verjaardag), zelfstandig gaan wonen.
Signalen KINDEREN EN JONGEREN Kinderen en jongeren die in armoede leven kunnen Uiterlijke kenmerken van armoede hebben: een slechte (persoonlijke) verzorging - overgewicht - vaak dezelfde, kapotte, slecht passende of niet seizoen adequate kleding - geen sportkleding of winterjas of doorschieten in dure aanschaf - zonder ontbijt, fruit en/of lunch of met ongezonde snacks naar school - een onverzorgd uiterlijk en gebit, onfrisse lichaamsgeur - onvoldoende babykleren, luiers en babyspullen. Gedrags- en ontwikkelingsproblemen hebben: - concentratieproblemen, chaotisch, paniekerig en/of gespannen - een leer- of ontwikkelingsachterstand of huiswerk niet maken - geregeld hoofdpijn hebben en/of een vermoeide indruk maken - een stille of teruggetrokken houding of juist een kort lontje - een laag zelfbeeld, minderwaardigheids- of schaamtegevoelens of faalangst - alcohol en/of drugs gebruik - verkeerde vrienden, kleine criminaliteit waaronder drugs dealen - hechtingsproblematiek (minder exploratie, laag zelfbeeld, het gevoel er alleen voor te staan, moeite om anderen te vertrouwen, situaties te overzien en de wereld te begrijpen).
68 Beperkt participeren: - vaak afwezig of te laat, spijbelen, niet deelnemen aan excursies of activiteiten - afwezig zijn op eigen verjaardag of feestjes, niet uitgaan en/of weinig vrienden mee naar huis nemen - geen lid van verenigingen, nooit op vakantie, geen zwemdiploma - onvoldoende leermiddelen om huiswerk te maken (computer of internet) - niet naar school van keuze vanwege reis- en/of schoolkosten - niet naar de tandarts - gepest worden en/of in sociaal isolement verkeren - geen andere volwassenen dan de ouders hebben. OUDERS Ouders die in armoede leven kunnen Financiële problemen hebben: - nota’s niet betalen - geld vragen of lenen van familie en vrienden - zorgkosten vermijden - incassobureaus en deurwaarders aan de deur - geen extra kraamhulpuren kunnen veroorloven - kinderkamer niet af. Fysieke of psychische problemen hebben - slaap- en concentratieproblemen - vaker ziek zijn en doktersbezoek uitstellen - een slecht gebit, niet naar de tandarts gaan (ook niet met hun kinderen) - een laag zelfbeeld en/of minderwaardigheidsgevoelens - stress, spanning, niet verder vooruit kijken dan de dag van morgen - niet nakomen van afspraken - vaak naar de huisarts zonder concrete klachten.
Weinig participeren: - klein sociaal netwerk (geen of weinig kraambezoek) - geen bezoek willen ontvangen - niet naar verjaardagen en op vakantie gaan - weinig contact met school en andere activiteiten van hun kinderen onderhouden - zorg, hulp, contact en activiteiten die geld kosten vermijden. Een weinig steunende opvoedsituatie bieden: - weinig structuur en stabiliteit in het gezin, veel veranderingen in de leefsituatie - weinig (positieve) aandacht voor het kind, verwaarlozing of hardhandig opvoeden - taken doorschuiven naar hun kind (contact met school, administratieve en opvoedingstaken). Deze signaallijst is gebaseerd op: Sociaal Wijkteam Zwolle: waaier financiële krapte / NJI: Beschermende en risicofactoren / de Kern: signalenkaart armoede / de Vonk: signalenkaart armoede / Kinderombudsman (2017): bijlage 14 omgevingsvoorwaarden / NIBUD Factsheet (2018) / Madern & van der Meulen (2019). 191 69 Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid Overzicht fondsen In onderstaand overzicht zijn landelijke fondsen benoemd die voorzieningen voor kinderen en jongeren financieel mogelijk maken en acute noden in het gezin opvangen (zie ook BV Familie). Op lokaal en regionaal niveau zijn vaak aanvullende mogelijkheden (zie ook Bijstand blues ). - Stichting Leergeld stimuleert meedoen van kinderen en jongeren van 4 tot 18 jaar op het gebied van onderwijs, sport, cultuur en welzijn.
Deze stichting biedt vergoedingen voor schoolspullen (tas, gymkleding, fiets), schoolreisjes, muziekles of lidmaatschap sportvereniging, sportkleding en attributen. De aanvragen moeten door ouders zelf worden gedaan. - Jeugdfonds Sport & Cultuur stimuleert ontwikkelkansen van kinderen en jongeren tot 18 jaar op sportief en creatief gebied. Het fonds biedt vergoeding voor contributie of lidmaatschapsgeld en materialen (sportkleding en attributen). Door het fonds erkende intermediairs kunnen de aanvragen doen. Professionals die betrokken zijn bij opvoeding, begeleiding of scholing van het kind kunnen zich aanmelden als intermediair. - Nationaal Fonds Kinderhulp biedt financiële ondersteuning aan kinderen en jongeren tot 21 jaar op het gebied van Ontwikkeling (opleiding, leesboeken, cursus, sport, zwemles, laptop, school, muziek-, spelmateriaal); Ontspanning (dagje uit, actie pepernoot, weekje kamperen, actie zomerpret); Basale zaken (fiets, kamerinrichting, kleding); Bijzondere zaken (naamsverandering, medicijnen, therapie). Intermediairs kunnen vergoedingen aanvragen die bij andere fondsen niet mogelijk zijn. - Stichting Jarige Job geeft een verjaardagsbox met versiering, traktaties voor op school (kinderen 4-12 jaar),een cadeau en wat lekkers voor de visite thuis. De box kan uiterlijk zes weken voor de verjaardag aangevraagd worden door ouders of intermediairs.