CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

8.0 VNG - Stand van zaken interbestuurlijk programma.pdf

Raadsvergadering 6 maart 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken2.047 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

U201800112 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Samenvatting In het overhedenoverleg op 14 februari 2018 heeft het VNG-bestuur met het kabinet overeenstemming bereikt over de uitgangspunten voor het Interbestuurlijk Programma (IBP) en afspraken gemaakt over de omgang met de tekorten in het Sociaal Domein. Het IBP moet een nieuwe fase van interbestuurlijke samenwerking inluiden, gebaseerd op gezamenlijkheid, gelijkwaardigheid en wederkerigheid. De achterliggende gedachte is dat veel maatschappelijke opgaven zich niet op het werkterrein van één overheid bevinden en dat ze daarom ook niet door één overheid kunnen worden aangepakt. Het nieuwe kabinet heeft met de koepels van de decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) de afgelopen maanden gezamenlijk gewerkt aan de totstandkoming van de ‘programmastart’, de uitgangspunten van het Interbestuurlijk programma. De agenda zal de komende maanden door alle betrokken partijen worden uitgewerkt tot een aantal programma’s waarin de doelen, de werkwijze en de inspanningen die de deelnemende overheden gaan leveren nader worden beschreven. Tijdens de ontwikkeling van het IBP heeft het VNG-bestuur een aantal financiële uitgangspunten centraal gesteld.

Allereerst dat de voeding van het gemeentefonds gebaseerd wordt op het zogenoemde ‘brede begrotingskader’, dus inclusief de rijksuitgaven voor zorg en sociale zaken. En voorts dat de afspraak over het meebewegen van het gemeentefonds met de rijksuitgaven (het trap op trap af-principe) in stand blijft. Het kabinet heeft met deze uitgangspunten ingestemd. Dat betekent dat gemeenten in de komende kabinetsperiode een groei van het gemeentefonds met € 5,4 miljard tegemoet kunnen zien en dat meeruitgaven van het Rijk doorwerken in de omvang van het gemeentefonds. Het derde punt betreft de knelpunten in het Sociaal Domein. Daarover is een gedeeltelijke oplossing bereikt. Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad Datum 15 februari 2018 Ons kenmerk COS/U201800112 Lbr. 18/004 Telefoon 070 373 83 93 Bijlage(n) 1 Onderwerp Stand van zaken Interbestuurlijk Programma Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/6 Het VNG-bestuur is van mening dat met het IBP en de gemaakte financiële afsp raken een stevige basis is gelegd waarop de nieuwe raden en colleges kunnen voortbouwen. In de Algemene Ledenvergadering van 27 juni a.s. zal het IBP en de nadere uitwerking worden geagendeerd.

De afspraak met het kabinet om €100 miljoen uit het gemeentefonds te reserveren voor de vorming van een fonds voor gemeenten die worden geconfronteerd met een stapeling van tekorten in het sociaal domein, zal dan ook ter besluitvorming aan de leden worden voorgelegd. U201800112 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Geacht college en gemeenteraad, In het overhedenoverleg op 14 februari 2018 heeft het VNG-bestuur met het kabinet overeenstemming bereikt over de uitgangspunten voor het Interbestuurlijk Programma (IBP). In deze ledenbrief informeren wij u over de inhoud, de totstandkoming en de inzet va n de VNG rondom het Interbestuurlijk Programma. We gaan in op de betekenis van het IBP voor gemeenten en hoe het IBP verder zal worden uitgewerkt. In de bijlage vindt u het complete document over het IBP, de ‘IBP-programmastart’. Gedachte achter het Interbestuurlijk Programma Het Interbestuurlijk Programma (IBP) moet een nieuwe fase van interbestuurlijke samenwerking inluiden, gebaseerd op gezamenlijkheid, gelijkwaardigheid en wederkerigheid. De achterliggende gedachte is dat veel maatschappelijke opgaven zich niet op het werkterrein van één overheid bevinden en dat ze daarom ook niet door één overheid kunnen worden aangepakt.

Klassieke hiërarchische structuren zijn daarbij niet passend, de sleutel voor de oplossing van een aantal grote maatschappelijke problemen ligt in de onderlinge samenwerking. De basis voor deze nieuwe werkwijze ligt in de vierde beschouwing van de Raad van State over de interbestuurlijke verhoudingen (november 2016) en is vervolgens door de decentrale koepels, VNG, IPO en UvW, ingebracht aan de formatietafel. Het idee heeft zijn weerslag gevonden in het regeerakkoord, waarin bij verschillende thema’s gesproken wordt over ‘programmatische afspraken’ tussen kabinet en decentrale overheden. De verschillende overheden moeten daarbij dus samen optrekken. Die samenwerking kan alleen succesvol zijn als de partijen niet terugvallen in de vertrouwde klassieke hiërarchische verhoudingen en daarnaast bereid zijn om ook andere, dus niet-overheidspartijen, te binden aan die Aan de leden Datum 15 februari 2018 Ons kenmerk COS/U201800112 Lbr. 18/004 Telefoon 070-3738393 Bijlage(n) 1 Onderwerp Stand van zaken Interbestuurlijk Programma Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/6 aanpak. Ook het bedrijfsleven, verzekeraars en maatschappelijke instituties kunnen en moeten – op basis van gelijkwaardigheid – betrokken worden en volop kunnen meedoen. Het belang van het werken als waren wij één overheid is groot.

In de eerste plaats vanuit het perspectief van de burger die dat van zijn overheid verwacht en mag verwachten. Maar ook vanuit het idee dat deze vorm van samenwerking de sectorale en integrale werkwijzen binnen de overheid verbindt op een wijze die helpt maatschappelijke vraagstukken succesvol aan t e pakken. Programmastart IBP Na het aantreden van het nieuwe kabinet hebben wij, samen met uiteenlopende netwerken van gemeenten, de andere koepels en de betrokken departementen, onder regie van de minister van BZK verkend welke onderwerpen voor deze nieuwe aanpak in aanmerking zouden komen. Er is gewerkt aan uitgangspunten en randvoorwaarden voor de samenwerking en een opsomming van kansrijke thema’s waarop zal worden samengewerkt. De totstandkoming van het document ‘Programmastart IBP’, dat u aantreft in de bijlage, is dan ook door een interbestuurlijk team geschreven. Alleen de hoofdlijnen zijn aangegeven zodat de nog te vormen raden en colleges bij de uitwerking eigen accenten kunnen leggen. Het document vormt de leidraad voor de verdere samenwerking gedurende deze kabinetsperiode. Op basis hiervan zullen de verschillende opgaven nader worden uitgewerkt, inclusief concrete resultaten en financiële afspraken. Per opgave willen we gemeenten betrekken bij de uitwerk ing. Op de Algemene Ledenvergadering van 27 juni a.s. zullen de resultaten aan u worden voorgelegd.

In de verkenningen die Rijk en koepels in de afgelopen maanden hebben gedaan, zijn de onderwerpen aan de orde gekomen waarbij een gezamenlijke aanpak nood zakelijk is om tot goede resultaten te kunnen komen. Het gaat om onderwerpen die zowel door de decentrale overheden als het Rijk als belangrijke maatschappelijke opgaven worden gezien. De geagendeerde onderwerpen zijn: a) Problematische schulden voorkomen en oplossen b) Toekomstbestendig wonen c) Samen aan de slag voor het klimaat d) Participatie en passende ondersteuning voor jong en oud e) Migratie en integratie f) Naar een vitaal platteland g) Regionale economie als versneller h) Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving In het document ‘IBP-programmastart’ worden deze thema’s nader beschreven en aanzetten gedaan voor de verdere uitwerking. Structuur en randvoorwaarden Bij de eerste schetsen voor het IBP hebben VNG, IPO en UvW al een aantal randvoorwaarden geformuleerd. Deels gaan die over de wijze van samenwerking (sturing en operationele structuur) deels over de inhoud (welke onderwerpen lenen zich voor deze samenwerking). Uitgangspunt was en is dat er geen blauwdruk voor de uitvoeringsstructuur moet worden vastgesteld, elk onderwerp vraagt zijn eigen benadering. Per onderwerp kan de meest passende vorm worden gekozen.

Wel vinden we het van groot belang dat een duidelijke en stevige gezamenlijke regie moet worden Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5/6 gevoerd op de hoofdlijnen, voortgang en monitoring van het programma. Een passende vorm daarvoor is de Interbestuurlijke regietafel waaraan bewindspersonen en de voorzitters van de koepels plaatsnemen, onder voorzitterschap van de minister van BZK. Al naar gelang het onderwerp kunnen één, twee of alle drie decentrale overheden meedoen: voorwaarde voor deelname is dat de deelnemende partijen een aanmerkelijk belang hebben bij de opgave en daarvoor ook verantwoordelijkheid dragen. In de komende maanden zullen structuur, werkwijze en dergelijke nader moeten worden uitgewerkt. Wij willen streven naar een lichte programmastructuur waarin invloed en betrokkenheid van gemeenten goed is geborgd. Middelen voor het IBP Voor de uitvoering van de verschillende programma’s zal geld nodig zijn. De komende maanden moet lokaal en regionaal worden bepaald hoeveel middelen de deelnemende partijen kunnen en willen inbrengen en hoe de onderlinge verdeling daarbij zal zijn. Het kabinet gaat ervan uit dat de gemeenten vanuit eigen middelen een bijdrage zullen leveren, mede gelet op het feit dat de Algemene Uitkering de komende jaren zal stijgen onder invloed van de nieuwe ‘brede koppeling’ en het investeringsprogramma van het kabinet.

Het VNG-bestuur vindt dat een redelijk uitgangspunt maar is tevens van mening dat gemeenten zelf moeten kunnen bepalen hoe zij geld uit de Algemene Uitkering willen inzetten. Tekorten Sociaal Domein De besprekingen over het IBP, dat in feite alleen gaat over een nieuwe wijze van samenwerken van de verschillende overheden op belangrijke maatschappelijke onderwerpen, is in hoge mate beïnvloed door discussies over de financiële verhoudingen en eerder ontstane tekorten in het Sociaal Domein. De leden van de VNG hebben tijdens de ALV van 2017 twee moties ingediend om te komen tot een oplossing voor de tekorten in het Sociaal Domein. Het Rijk was in eerste instantie van mening dat de groei van het accres in de komende jaren ruim voldoende is om als gemeenten die tekorten zelf op te lossen. Voor het VNG-bestuur was dat niet acceptabel omdat gemeenten niet verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor het oplossen van problemen die ontstaan zijn door maatregelen van het vorige kabinet. Het kabinet zou daarom eerst met gemeenten afspraken moeten maken over de aanpak van die tekorten voordat een besluit zou kunnen worden genomen over het Interbestuurlijk Programma. Verder heeft het bestuur benadrukt dat gemeenten zelf gaan over middelen die ze uit de Algemene Uitkering ontvangen. Dat is niets anders dan de basis onder de geldende financiële verhoudingen tussen Rijk en gemeenten.

Na intensieve onderhandelingen zijn op vier belangrijke punten door het Rijk toezeggingen gedaan. 1) Er wordt een fonds gevormd voor gemeenten die worden geconfronteerd met een stapeling van tekorten in het sociaal domein. In 2018 zal dat fonds € 200 miljoen bedragen. Het kabinet stelt daarvoor € 100 miljoen beschikbaar, de andere € 100 miljoen komt ten laste van het gemeentefonds. Het fonds geldt ter overbrugging van de periode tot de invoering van een nieuw verdeelmodel. Voor het jaar 2019 wordt bezien of aanvulling van het fonds noodzakelijk is. 2) In 2020 zal de overheveling van de integratie-uitkering Sociaal Domein naar de algemene uitkering worden verwerkt. Daaraan voorafgaand zal een onderzoek worden uitgevoerd naar de verschillen tussen de uitgaven van gemeenten, de bestemming daarvan en de verdeling. Een onafhankelijke stuurgroep zal de resultaten toetsen om de objectiveerbaarheid te waarborgen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6/6 3) Er wordt door een onafhankelijke derde partij (ROB) onderzoek gedaan naar de ontwikkeling en systematiek van de BUIG. De uitkomsten van dat onderzoek zullen voor de ALV van 2018 beschikbaar zijn. 4) Er worden maatregelen getroffen waardoor de financiële consequenties van open einde - regelingen (zoals het abonnementstarief en bewindvoering) worden beperkt.

Op de Algemene ledenvergadering in juni zal het VNG-bestuur de afspraak om € 100 miljoen uit het gemeentefonds te bestemmen voor de vulling van een fonds ter besluitvorming aan de leden voorleggen. Financiële verhoudingen Tijdens de formatie hebben IPO en VNG succesvol ingezet op een accres met brede koppeling. In het regeerakkoord is dit uitgangspunt opgenomen. De brede koppeling van de algemene uitkering aan de rijksuitgaven is een grote stap richting gelijkwaardigheid van de overheden. In combinatie met de trap-op-trap-af systematiek doet het recht aan het steeds groter wordende takenpakket van gemeenten. We zijn verheugd dat in de ‘Programmastart IBP’ deze financiële uitgangspunten zijn bevestigd. Het betekent dat gemeenten in de komende kabinetsperiode een groei van het gemeentefonds met € 5,4 miljard tegemoet kunnen zien en dat meeruitgaven van het Rijk doorwerken in de omvang van het gemeentefonds. Individuele gemeenteraden behouden het recht de extra middelen die in de Algemene Uitkering terechtkomen naar eigen inzicht te besteden. De gemeenschappelijke opgaven zoals deze zijn benoemd, vragen echter wel om investeringen, zowel van gemeenten als Rijk. Besluitvorming daarover blijft een bevoegdheid van de raden. Vervolgproces Bij de uitwerking van de verschillende programmalijnen zijn onze leden aan zet.

Wij hopen dat velen van u - bestuurders en ambtenaren – een bijdrage willen leveren aan de verdere uitwerking. Een nadere duiding van de betekenis van het IBP voor gemeenten en informatie over het vervolgtraject dat ons voor ogen staat, krijgt u op korte termijn in een volgende ledenbrief. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten Jantine Kriens Algemeen directeur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/af3b368b-a15b-4c2d-9adf-955464d7ee7b?agendaItemId=f0171973-49d9-4e55-9e7e-9ccfdbcd7309