8.0 VNG - Aanpassing Model Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 i.v.m. uitspraak CRvB 17 mei 2017.pdf
Tekst van het document
U201700581 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Samenvatting De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat in de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2015 ten onrechte is bepaald dat het college nadere regels kan stellen over de hoogte van het pgb en het vaststellen van het pgb. Gemeenteraden dienen terughoudendheid te betrachten bij het delegeren van bevoegdheden aan het college. De essentialia van het voorzieningenpakket dienen in de verordening te worden vastgelegd. Het differentiëren met betrekking tot de hoogte van pgb-tarieven behoort tot de essentialia. Op grond van deze uitspraak is artikel 11 van de Model Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 aangepast. Tevens zijn artikelen 15, derde lid, onderdeel d, en 15a, tweede en derde lid, toegevoegd. Dit in verband met de opschorting, wijziging of intrekking van een beschikking wegens tijdelijke opname van de cliënt in een instelling. Deze wijziging was daarnaast aanleiding om een aantal redactionele verbeteringen in de modelverordening aan te brengen. Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad Datum 15 augustus 2017 Ons kenmerk ECLBR/U201700581 Lbr. 17/044 Telefoon (070) 373 8393 Bijlage(n) 3 Onderwerp Aanpassing Model Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 i.v.m.
uitspraak CRvB 17 mei 2017 U201700581 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Geacht college en gemeenteraad, 1. Aanleiding De VNG is in de ledenbrief van 30 november 2016 over een aanpassing in de Model Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 in verband met een uitspraak van de CRvB op 18 mei 2016 uitvoerig ingegaan op het algemeen kader voor delegatie van verordenende bevoegdheid en op de essentialia-doctrine (zie nr. 16/090, https://vng.nl/onderwerpenindex/maatschappelijke- ondersteuning/wmo-2015/nieuws/aanpassing-delegatiemogelijkheden-wmo-modelverordening). In verband met deze uitspraak hebben we besloten de regeling van zowel de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en pgb’s, als die voor algemene voorzieningen, voortaan volledig in de raadsverordening neer te leggen. Ten aanzien van diverse andere onderwerpen, waaronder artikel 11 van de Model Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 (‘Regels voor pgb’), is een (beperkte) delegatievariant als keuzemogelijkheid echter gehandhaafd. De CRvB heeft op 17 mei 2017 uitspraak gedaan in een Wmo-zaak over verboden delegatie die betrekking heeft op de regels voor het pgb (https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en- contact/Organisatie/Centrale-Raad-van-beroep/Nieuws/Paginas/Verboden-delegatie-aan- college.aspx).
De CRvB oordeelt dat in de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2015 ten onrechte is bepaald dat het college nadere regels kan stellen over de hoogte van het pgb en het vaststellen van het pgb. Gemeenteraden dienen terughoudendheid te betrachten bij het delegeren van bevoegdheden aan het college. De essentialia van het voorzieningenpakket dienen in de verordening te worden vastgelegd. Het differentiëren met betrekking tot de hoogte van pgb tarieven behoort tot de essentialia. Aan de leden Datum 15 augustus 2017 Ons kenmerk ECLBR/U201700581 Lbr. 17/044 Telefoon (070) 373 8393 Bijlage(n) 3 Onderwerp Aanpassing Model Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 i.v.m. uitspraak CRvB 17 mei 2017 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/4 2. Concrete voorwaarden in de verordening Artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel b, van de Wmo 2015 bepaalt dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld waarbij geldt dat hoogte toereikend moet zijn. Hieruit volgt dat niet de hoogte van het pgb in de verordening moet worden vastgesteld, maar de wijze waarop de hoogte wordt vastgesteld. De wetgever vraagt niet om pgb bedragen in de verordening op te nemen, maar om het inzichtelijk maken van de wijze van berekenen. Dat kan door zodanige voorwaarden op te nemen dat die de invulling door het college begrenzen.
Dit betekent dat de tariefdifferentiatie aan de hand van het voorzieningenpakket in de verordening opgenomen moet worden. Op grond van de uitspraak van de CRvB van 17 mei 2017 hebben we artikel 11 van de Model Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 aangepast. Variant A van het vierde lid (raad legt regels t.a.v. berekeningswijze pgb vast in verordening) is herzien en verder uitgesplitst met betrekking tot de mogelijke differentiatie van de tarieven. Variant B (raad delegeert (dwingend) bevoegdheid vaststellen nadere regels t.a.v. berekeningswijze pgb naar het college) is vervallen. Hierbij wordt opgemerkt dat de vormen van onderscheid in de pgb tarieven die in de modelverordening worden genoemd voorbeelden zijn. Gemeenten zullen deze voorbeelden op basis van hun eigen beleid moeten aanpassen, omdat zij zelf de (maatwerk)voorzieningen treffen waarvan dus de essentialia in de verordening zijn terug te vinden. De in de modelverordening genoemde maatwerkvoorzieningen waarvoor een pgb kan worden verstrekt, zijn eveneens niet uitputtend en zullen moeten corresponderen met het voorzieningenpakket van een gemeente. Voorts hebben we voorbeelden gegeven van hoe het tarief tot stand is gekomen.
Daarvoor hebben we getracht een zo helder mogelijk omschreven relatie te leggen met het tarief voor vergelijkbare ondersteuning als deze door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder zou zijn geleverd in de vorm van zorg in natura. De pgb tarieven dienen op een heldere manier te zijn afgeleid van de zorg in natura tarieven van de gecontracteerde aanbieders. Gemeenten die hebben ingekocht op basis van resultaat zullen een pgb tarief per resultaat hanteren. Gemeenten die op andere wijze hebben ingekocht zullen een pgb tarief per uur of dagdeel (bijvoorbeeld bij dagbesteding) hanteren. De gemeente kan het pgb bepalen op basis van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd als een door de gemeente gecontracteerde aanbieder de ondersteuning zou bieden. Als de gemeente voor alle gecontracteerde aanbieders hetzelfde vaste tarief hanteert voor een bepaald type ondersteuning per uur, resultaat of dagdeel, dan zal dit tevens het pgb-tarief zijn en is er geen sprake van het laagste toepasselijke tarief. 3. Hoogte pgb toereikend en kenbaar Behalve het op de juiste wijze regelen van de wijze waarop de hoogte van de pgb tarieven in de verordening is opgenomen, is het ook van belang dat de pgb tarieven toereikend zijn om de ondersteuning die de cliënt nodig heeft daadwerkelijk in te kopen.
Als een gemeente als standaard in de verordening opneemt dat de hoogte van het pgb tarief […] percentage is van het ZIN tarief voor gecontracteerde aanbieders, kan het zijn dat de cliënt de benodigde zorg niet kan inkopen bij een aanbieder. Het pgb tarief is immers lager dan het laagste of vaste ZIN tarief. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/4 Een gemeente die in de verordening aangeeft dat het pgb tarief “maximaal” gelijk kan zijn aan het ZIN tarief biedt onvoldoende begrenzende voorwaarden voor de invulling door het college. We adviseren gemeenten hun Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 op het onderdeel regels voor het pgb te (her)beoordelen op (verboden) delegatie aan het college, toereikendheid en kenbaarheid. 4. Opschorting, wijziging of intrekking van de maatwerkvoorziening op grond van (tijdelijk) verblijf in een instelling Verder zijn artikelen 15, derde lid, onderdeel d, en 15a, tweede en derde lid, toegevoegd. Dit in verband met de opschorting, wijziging of intrekking van een beschikking wegens tijdelijke opname van de cliënt in een instelling.
De bepaling aan artikel 15 is toegevoegd naar analogie van artikel 5.20, eerste lid, onder b, van de Regeling langdurige zorg op basis waarvan het zorgkantoor de verleningsbeschikking kan wijzigen of intrekken, wanneer de verzekerde langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de wet of de Zorgverzekeringswet. De gemeente kan deze termijn overnemen, maar heeft de beleidsvrijheid om op dit punt eigen regels te stellen. Artikel 15a is uitgebreid omdat het voor kan komen dat een cliënt tijdelijk geen gebruik van een maatwerkvoorziening of pgb kan maken door (tijdelijke) opname in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. In dat geval kan het praktischer zijn de maatwerkvoorziening of het pgb tijdelijk op te schorten. Op grond van het derde lid stelt het college de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek. Deze ledenbrief bevat drie bijlagen: Bijlage 1 - Was-wordt-tabel met artikelsgewijze toelichting: Deze kan desgewenst gebruikt worden voor de raadsvoordracht voor de wijziging van de verordening. Bijlage 2 - Model Raadsbesluit wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015: Opgemaakt in Word 2.0-format (GVOP/DROP) voor publicatie, zonder toelichting. Bijlage 3 - Geconsolideerde tekst van de Model Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 met wijzigingen bijgehouden.
Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het Informatiecentrum van de VNG, tel. 070 - 373 83 93 of e-mail: info@vng.nl. Hoogachtend, J. Kriens Algemeen Directeur Deze ledenbrief staat ook op www.vng.nl onder ‘Producten & Diensten’ - ‘Brieven’.