8.0 OD IJsselland - reactie DB ODIJS op zienswijzen ontwerpbegroting 2026
Tekst van het document
OD IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle 0885251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl KVK 68066805 BTW NL857287722B01 IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G Geachte raadsleden en Statenleden, Op 14 april 2025 hebben wij onze ontwerpbegroting 2026 aan u voorgelegd om u in de gelegenheid te stellen uw zienswijze daarover naar voren te brengen. In deze brief reageren wij op de ingekomen zienswijzen en informeren wij u over het vervolg. Woord vooraf Voordat we reageren op de ingekomen zienswijzen, willen we nogmaals benadrukken dat wij ten volle beseffen dat 2026 een jaar is waarin veel gemeenten voor lastige keuzes worden gesteld, omdat krimpende financiële middelen op gespannen voet staan met het uitvoeren van alle belangrijke taken die een gemeente heeft. Eén van die belangrijke taken is het beschermen en bevorderen van een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Een taak waarvoor Omgevingsdienst IJsselland (hierna: ODIJS) in het leven is geroepen. Met oog voor de lastige financiële situatie van gemeenten, doen wij er als ODIJS alles aan om de aan ons beschikbaar gestelde middelen op (kosten)efficiënte wijze in te zetten, zodat we een maximaal rendement kunnen behalen voor de 11 gemeenten in IJsselland en de provincie Overijssel.
Tegelijkertijd is het voor onze jonge organisatie op dit moment ook de realiteit dat de hoeveelheid middelen die beschikbaar wordt gesteld onvoldoende is om de taakuitvoering op tenminste een wettelijk minimum uitvoeringsniveau te kunnen brengen en om te kunnen voldoen aan de landelijke robuustheidseisen die gelden voor omgevingsdiensten. Voor beide is een structurele investering nodig. Aan de gemeenteraden in IJsselland en Provinciale Staten van Overijssel Zwolle, 17 juli 2025 Betreft: reactie van het dagelijks bestuur op zienswijzen ontwerpbegroting 2026 2 Wij zijn dan ook verheugd te mogen constateren dat alle gemeenteraden in IJsselland en Provinciale Staten van Overijssel de noodzaak zien van een robuuste omgevingsdienst in IJsselland en dat nagenoeg alle gemeenteraden en Provinciale Staten dit ook vertalen in het beschikbaar stellen van structurele financiële middelen om de taakuitvoering op tenminste een wettelijk minimum uitvoeringsniveau te kunnen brengen. Reactie op zienswijzen We hebben zienswijzen ontvangen van de gemeenteraden van Deventer (d.d. 28 mei 2025), Raalte (d.d. 12 juni 2025), Olst-Wijhe (d.d. 27 juni 2025), Hardenberg (d.d. 30 juni 2025) en Staphorst (d.d. 30 juni 2025). Hieronder hebben we deze zienswijzen samengevat en onze reactie daarop gegeven. De volledige zienswijzen zijn als bijlage bij deze brief gevoegd.
Samenvatting zienswijze gemeenteraad Deventer De gemeenteraad van Deventer wordt in 2026 voor lastige keuzes gesteld ten gevolge van krimpende financiële middelen. Tegelijkertijd ziet de raad dat het VTH-stelsel niet goed functioneert met mogelijke milieuschade tot gevolg. De raad wijst daarbij op de landelijke onderzoeken en de landelijke ontwikkeling om te komen tot robuuste omgevingsdiensten. De raad vindt het belangrijk dat (milieu)vergunningen actueel zijn en het toezicht hierop adequaat wordt uitgevoerd, zodat duidelijk wordt of bedrijven de best beschikbare technieken toepassen en daarmee belasting van de leefomgeving voorkomen, of in ieder geval tot een minimum beperken. De raad verzoekt dan ook om de route naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland voortvarend, maar realistisch op te pakken en te starten met het actualiseren van vergunningen en het versterken van het (milieu)toezicht. De raad steunt het uiteindelijke doel om per 2028 een zelfstandige, robuuste omgevingsdienst in IJsselland te realiseren, die past bij de maatschappelijke opgaven in de regio in het algemeen en gemeente Deventer in het bijzonder.
Reactie op zienswijze gemeenteraad Deventer Wij voelen ons zeer gesteund door de zienswijze van de gemeenteraad van Deventer en zullen ons maximaal inspannen om de taakuitvoering en de organisatie van ODIJS in 2028 in overeenstemming te brengen met het landelijke robuustheidsniveau. Volledig in lijn met de zienswijze van de raad van Deventer ligt onze focus daarbij eerst op het actualiseren van milieuvergunningen en het versterken van het milieutoezicht. Samenvatting zienswijze gemeenteraad Raalte De gemeenteraad van Raalte vraagt aandacht voor de lastige financiële positie van de gemeente in de komende jaren en wijst op de scherpere bestuurlijke keuzes die dit vraagt. De raad verwacht dat loonkosten en effecten van inflatie in 2026 en de jaren daarna niet (of niet volledig) door de landelijke overheden worden gecompenseerd en roept daarom op om de indexeringsnorm BBP, die door het Rijk wordt gehanteerd voor de compensatie van loon- en prijsontwikkeling te volgen en dus ook niet hoger te indexeren dan 2,7%. 3 Reactie op zienswijze gemeenteraad Raalte Voor de loonkosten hebben wij een indexatiepercentage gehanteerd van 2,45% en daarmee voldoen we voor de loonindexatie aan de oproep van de raad om niet hoger te indexeren dan 2,7%. Voor de prijsindexatie hebben wij een indexatiepercentage gehanteerd dat ook onder de landelijke norm ligt, namelijk 2,2%.
Hierbij moeten we echter wel een kanttekening plaatsen. Tussen 2022 en 2024 hebben wij de daadwerkelijke prijsstijgingen van materiële kosten niet verwerkt in onze begroting. We achten het noodzakelijk om deze achterstand in de begroting 2026 alsnog te corrigeren om de werkelijke kosten te kunnen dekken en daarmee dus financieel realistisch te begroten. Samenvatting zienswijze gemeenteraad Olst-Wijhe De raad van Olst-Wijhe spreekt waardering uit voor de inzet van de ODIJS op het beschermen en bevorderen van een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving en ondersteunt de ontwikkelroute naar een robuuste OD IJsselland. Gelet op de financiële situatie en de pijnlijke keuzes die raad en college daardoor moeten maken, kan de raad niet instemmen met de financiële kaders die onder de ontwikkelroute liggen. De raad vraagt ons om voortvarend, samen met de partners van ODIJS een gezamenlijke lobby op te starten richting het rijk voor een bijdrage in de kosten om te komen tot het landelijk vastgestelde robuustheidsniveau en deze kosten niet voor rekening te laten komen van de partners van de ODIJS. In lijn met het advies van de VNG richting gemeente, kort samengevat als: ‘geen knaken, geen taken’, geeft de raad dringend de opdracht om kritisch te kijken naar de uitgaven binnen de basistaken en te zoeken naar structurele ruimte in de gehele begroting.
Reactie op zienswijze gemeenteraad Olst-Wijhe De waardering van de gemeenteraad van Olst-Wijhe voor onze inzet doet ons enorm goed en we zijn blij met de inhoudelijke steun voor de noodzakelijke ontwikkelroute die we hebben ingezet om te komen tot een robuuste omgevingsdienst in IJsselland. Wij zijn reeds gestart met een lobby richting het Rijk om een financiële bijdrage te leveren, anders dan de incidentele bijdrage van €245.000 die we al geclaimd hebben. Hiertoe heeft het algemeen bestuur (AB) van onze dienst onder meer de toenmalige staatssecretaris Jansen van IenW uitgenodigd voor een gesprek over een extra financiële bijdrage. De heer Jansen heeft die uitnodiging afgeslagen, maar toegezegd dat er een gesprek komt met de Directeur-Generaal Milieu en Internationaal, mw. Van Rijn. De afspraak met mw. Van Rijn staat gepland op 1 oktober 2025. In dat gesprek verwachten wij duidelijkheid te krijgen over een eventuele rijksbijdrage. In relatie tot het VNG-advies merken wij ten eerste op dat de taken van de ODIJS geen nieuwe taken zijn. De gemeenten in IJsselland en de provincie Overijssel zijn al decennia lang verantwoordelijk voor de milieutaken, die zij nu hebben ondergebracht bij Omgevingsdienst IJsselland.
4 Daarnaast merken wij op dat de VNG mede aan de basis gestaan heeft van de landelijke ontwikkeling om te komen tot robuuste omgevingsdiensten, die ontwikkeling volledig onderschrijft en zich maximaal inspant voor de realisatie ervan. Wij begrijpen de oproep van de raad om kritisch te kijken naar de uitgaven binnen de basistaken en te zoeken naar structurele ruimte in de gehele begroting. De raad mag erop vertrouwen dat wij een kostenefficiënte uitvoering van onze taken hoog in het vaandel hebben staan en daarop sturen. Het doet ons deugt dat de raad het belangrijk vindt om de taakuitvoering en de organisatie van ODIJS in 2028 in overeenstemming te brengen met het landelijke robuustheidsniveau. Dit kunnen we echter niet realiseren zonder een structurele verhoging van de begroting van onze dienst. Daar waar landelijk gestuurd wordt op robuuste omgevingsdiensten per 1 april 2026 hebben wij, met oog voor de lastige financiële situatie bij onze deelnemers, gekozen voor een IJssellandse route waarin we in 2028 robuust willen worden. Samenvatting zienswijze gemeenteraad Hardenberg Ook de gemeenteraad van Hardenberg geeft aan grote waarde te hechten aan een goed functionerende, efficiënte en professionele Omgevingsdienst en heeft daarbij oog voor de positieve ontwikkeling bij de ODIJS.
De raad onderschrijft dan ook de noodzaak om achterstallig onderhoud weg te werken en de keuzes die zijn gemaakt om te voldoen aan de wettelijke eisen zoals omschreven in het blauwe spoor (extra capaciteit voor actualisatie van vergunningen en herstellen van de balans in de toezichtscapaciteit). De raad is van oordeel dat aan de actualisatie van vergunningen een goed, helder, haalbaar en realistisch plan van aanpak ten grondslag moet liggen, afgestemd met de gemeente. Mocht blijken dat doelen niet gehaald kunnen worden, dan verzoekt de raad dat tijdig naar voren te brengen en wijst daarbij op de stikstofproblematiek. In relatie tot de beschikbaarheid van personeel vraagt de raad of er in 2026 al wel voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is om de (complexe) werkzaamheden uit te voeren en laat de raad weten ervan uit te gaan dat de (financiële) consequenties van verminderde productiviteit door de noodzaak om mensen intern op te leiden, helder gemaakt wordt in het uitvoeringsprogramma. 5 Tot slot is de raad benieuwd wanneer er helderheid komt vanuit het ministerie van IenW over hun bijdrage voor de kosten voor het zogeheten rode spoor en laat de raad weten hierover pas een standpunt in te nemen, nadat voornoemde helderheid is ontvangen.
Reactie op zienswijze gemeenteraad Hardenberg Het doet ons deugt dat de gemeenteraad van Hardenberg de positieve ontwikkeling bij ODIJS herkent en dit ook naar ons uitspreekt. Daarnaast zijn wij blij met het feit dat de raad de noodzaak om achterstallig onderhoud weg te werken en de keuzes die wij daarom gemaakt hebben onderschrijft. Het regionale uitvoeringsprogramma dat al onze deelnemers vaststellen en de jaaropdrachten die wij op basis daarvan met iedere deelnemer overeenkomen, zijn het kader op basis waarvan wij invulling geven aan het actualiseren van vergunningen. Beide documenten worden op ambtelijk en bestuurlijk niveau afgestemd met de gemeente Hardenberg. Over de voortgang van de uitvoering vindt maandelijks op ambtelijk niveau het gesprek plaats met de gemeente Hardenberg. Daarnaast verantwoorden wij ons in onze bestuursrapportage aan het AB van onze dienst. Over de vraag van de raad of er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is, het volgende. ‘Voldoende gekwalificeerd’ interpreteren wij als het voldoen aan de landelijk geldende kwaliteitscriteria. Medewerkers van de OD die werken aan vergunningen, toezicht uitoefenen, zich bezighouden met handhaving of milieuadvisering moeten namelijk voldoen aan strenge, landelijk geldende kwaliteitseisen. Op dit moment voldoen nog niet alle medewerkers daaraan.
Dit is één van de aspecten uit het zogenaamde rode spoor van onze ontwikkelroute naar een robuuste OD IJsselland. Wij streven ernaar om uiterlijk in 2028 te voldoen en we zoeken daarbij ook naar slimme allianties met andere omgevingsdiensten. Om helderheid te krijgen over een rijksbijdrage aan het rode spoor van onze ontwikkelroute naar een robuuste OD IJsselland, heeft het AB van onze dienst de toenmalige staatssecretaris Jansen van IenW uitgenodigd voor een gesprek. De heer Jansen heeft die uitnodiging afgeslagen, maar toegezegd dat er een gesprek komt met de Directeur-Generaal Milieu en Internationaal, mw. Van Rijn. Het gesprek met mw. Van Rijn staat gepland op 1 oktober 2025. In dat gesprek verwachten wij duidelijkheid te krijgen over een eventuele rijksbijdrage. 6 Samenvatting zienswijze gemeenteraad Staphorst De gemeenteraad van Staphorst onderkend dat Omgevingsdienst IJsselland voor de moeilijke opgave staat om te voldoen aan de robuustheidscriteria en heeft daarom begrip voor de gevraagde verhoging in de bijdrage. Gelet op de financiële positie van Staphorst plaatst de raad echter ook kanttekeningen en wijst ze daarbij op de lastige keuzes die raad en college moeten maken.
De ontwikkelroute naar een robuuste OD IJsselland kent twee sporen: het blauwe spoor (lees: het actualiseren van vergunningen en het herstellen van de balans in de toezichtscapaciteit) en het rode spoor (lees: voldoen aan het landelijke robuustheidsniveau voor strafrechtelijke handhaving en bodemtoezicht, het instellen van een structureel innovatiebudget van 1% van de begroting en het ophogen van het opleidingsbudget tot 3% van de loonsom). De raad maakt in haar zienswijze eveneens dit onderscheid. De raad geeft een positieve zienswijze af voor het blauwe spoor en stemt dan ook in met de structurele financiering daarvan. De raad ziet wel graag een voorstel tegemoet voor de verrekening van voordelen op overhead (verschil vaste bijdragen gemeenten en de werkelijke overheadkosten) met de deelnemersbijdrage. Ten aanzien van het rode spoor is de raad van mening dat de Rijksoverheid extra criteria stelt. De raad wil alleen instemmen met het rode spoor als het Rijk daarvoor voldoende middelen beschikbaar stelt. Nu dit tot op heden niet het geval is, stemt de raad niet in met het rode spoor. Tot slot laat de raad weten in te stemmen met de bestemming van het rekeningresultaat 2024 en bedankt zij de OD voor de duidelijke stukken.
Reactie op zienswijze gemeenteraad Staphorst Wij zijn verheugd met het feit dat de gemeenteraad van Staphorst instemt met het blauwe spoor van onze ontwikkelroute naar een robuuste OD IJsselland en dat zij eveneens instemt met de bestemming van het rekeningresultaat 2024. Voor wat de kanttekening daarbij inzake het verrekenen van de overhead betreft, merken wij het volgende op. Als een voordeel op de overhead leidt tot een positief rekeningresultaat en het weerstandsvermogen van de dienst voldoende hoog is, dan kan het AB besluiten dit uit te keren aan de deelnemers. Ten aanzien van het rode spoor merken wij op dat wij ons kunnen voorstellen dat de raad het gevoel heeft dat het Rijk met extra eisen voor omgevingsdiensten komt, zonder daar een structurele financiële bijdrage bij te leveren. Toch verdient dat beeld over het Rijk wel enige nuance. Hoewel het Rijk overweegt om de robuustheidscriteria voor omgevingsdiensten bij wet vast te leggen, hebben VNG en IPO ook aan de basis gestaan van het ontwikkelen van de robuustheidscriteria, hebben zij deze criteria onderschreven en spannen zij zich maximaal in voor de realisatie ervan. 7 Het Rijk, IPO en VNG hebben samenwerkingsafspraken gemaakt over de benodigde verbetering van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving.
De eisen komen dus niet alleen uit de koker van het Rijk en er ligt een goede, inhoudelijke onderbouwing aan ten grondslag. Dit neemt niet weg dat een afvaardiging van het AB van ODIJS, zoals hierboven al vermeld, op strategisch-bestuurlijk niveau met het Rijk in gesprek gaat over een structurele financiële Rijksbijdrage aan het rode spoor. Hoe nu verder Wij stellen het algemeen bestuur (AB) voor om de ontwerpbegroting 2026 ongewijzigd definitief vast te stellen. In haar vergadering van 18 september 2025 neemt het AB een definitief besluit over het vaststellen van de begroting 2026. De ingekomen zienswijzen en onze reactie daarop maken onderdeel uit van het voorstel aan het AB. Ieder AB-lid heeft in de vergadering één stem. Voor het vaststellen van de begroting is drie vierde meerderheid van de stemmen nodig. Nadere informatie Mocht u als gemeenteraad, de Staten en/of college meer informatie wensen of op een andere wijze geïnformeerd willen worden, dan vragen wij u vriendelijk om contact op te nemen met de directiesecretaris van onze dienst, de heer J.H. (Jurjen) Bos. Hij is bereikbaar via: info@odijsselland.nl en/of 088 – 525 10 50. Namens het dagelijks bestuur van Omgevingsdienst IJsselland, voorzitter, secretaris-directeur, Maarten Offinga Jan Dirk Nijkamp