7.1 RDA - Dilemma's in de wildopvang (Publiekssamenvatting).pdf
Tekst van het document
DILEMMA’S IN DE WILDOPVANG – RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN – 1 raad voor dierenaangelegenheden Dilemma’s in de wildopvang Zorg voor hulpbehoevende wilde dieren Samenvatting Doel en activiteiten van de Raad De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) is een onafhankelijke raad van deskundigen die de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gevraagd of op eigen initiatief adviseert over multidisciplinaire vraagstuk- ken op het gebied van dierenwelzijn inclusief diergezondheid en ethische vraagstukken. De RDA bestaat uit ongeveer veertig leden met zeer uiteenlopende achtergrond en des - kundigheid, die er op persoonlijke titel en zon- der last of ruggespraak zitting in hebben. De Raad voor Dierenaangelegenheden be - handelt vraagstukken over de volle breedte van het dierbeleid: over gehouden en niet- gehouden, dus ‘in het wild levende’ dieren, over hobbydieren, over gezelschapsdieren, en over productie- en proefdieren. De RDA legt het resultaat van zijn beraads - lagingen neer in een zogenaamde zienswijze. Die geeft een overzicht van wetenschappelijke en maatschappelijke achtergronden van een vraagstuk, en adviseert over beleidsrichtin - gen en oplossingsrichtingen voor dilemma’s. Consensus is niet noodzakelijk: een ziens - wijze van de Raad kan minderheidsstand - punten bevatten. Woord vooraf Als een dier in onze omgeving ziek of gewond is, schakelen we hulp in.
Daarover is geen discussie voor gezelschapsdieren of productiedieren. Voor dieren in het wild ligt dat ingewikkelder. De minister van LNV heeft daarom gevraagd een zienswijze op te stellen. De vraag óf we dieren in nood moeten helpen is gemakkelijk te beantwoorden. Daarvoor geldt een wettelijke zorgplicht. Maar dieren in de natuur horen we zoveel mogelijk met rust te laten, zoals we in de zienswijze Zorgplicht Natuurlijk Gewogen hebben vastgesteld. Mensen helpen een dier graag, maar het is niet altijd even eenvoudig om in te schatten of een wild dier hulp nodig heeft of juist met rust moet worden ge - laten. De minister van LNV heeft daar - om gevraagd een zienswijze op te stel - len over de vraag of hulpbehoevende dieren moeten worden geholpen, hoe en door wie. We hebben hiervoor veel gesprekken ge- voerd met de mensen in de praktijk. We zien dat deze sector draait op bevlogen, hardwerkende medewerkers en vrijwilli - gers, allen zeer betrokken bij natuur en dierenwelzijn. In onze zienswijze geven we handvatten om met het dilemma om te gaan wan- neer dieren onze zorg nodig hebben en wanneer we ze met rust moeten laten. We vinden dat de wildopvang meer aandacht verdient van de verschillende overheden. De opvang van hulpbehoe - vende wilde dieren is weliswaar een zaak voor iedereen, maar overheden kunnen sterker dan nu kwaliteit, kennisdeling en financiering faciliteren.
Samen met een goede informatievoorziening aan burgers kan dit de zorg aan hulpbehoe - vende wilde dieren verbeteren. Deze publieksuitgave is een beknopte weergave van de zienswijze. De integrale versie is beschikbaar op de website van de RDA. Den Haag, juli 2022 Jan Staman, voorzitter Marc Schakenraad, secretaris
raad voor dierenaangelegenheden Dilemma’s in de wildopvang Zorg voor hulpbehoevende wilde dieren Samenvatting 4 – DILEMMA’S IN DE WILDOPVANG – RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN De vraag óf hulpbehoevende dieren in het wild geholpen moe- ten worden is eenvoudig te beantwoorden: ja. Burgers die een dier in nood aantreffen, moeten professionele deskundigheid kunnen inschakelen. Bij de organisatie en uitvoering van de hulp zijn echter een aantal verbeterpunten, constateert de RDA in de zienswijze ‘Dilemma’s in de wildopvang, zorg voor hulp- behoevende wilde dieren’. De zienswijze is opgesteld op verzoek van de minister van LNV. De minister wilde weten of een hulpbehoevend dier geholpen moet worden, op welke manier en door wie. “Deze vraag komt onder meer voort uit eerdere maatschappelijke discussies over wilde dieren die geholpen werden terwijl dat juist niet moest,” vertelt Jacques van Alphen. Van Alphen, gepensioneerd hoogleraar dierenecologie, is de voorzitter van het RDA-forum dat de zienswijze heeft voorbe - reid. “De RDA heeft al eerder een zienswijze over dieren in de natuur geformuleerd, waarbij de belangrijkste boodschap de zogenaamde ‘afblijfplicht’ was. Dat betekent dat we wilde die - ren zoveel mogelijk met rust laten. Nu de vraag wordt gesteld over hulpbehoevende wilde dieren, komt daar nog iets bij, na - melijk de zorgplicht”, legt hij uit.
“We hebben eerst gekeken naar de wettelijke achtergronden en dan moeten we, kort door de bocht, de vraag van de minister met ‘ja’ beantwoorden: een hulpbehoevend wild dier moet geholpen worden vanuit de wet- telijke zorgplicht.” “Daarna hebben we nagedacht over wanneer wél en wanneer niet, en ook over het ‘hoe’. Het is een ingewikkelde vraag, omdat er zoveel soorten dieren zijn. Bovendien is er ook een ethisch dilemma, omdat opvangcentra hun best doen om die - ren op te lappen en weer uit te zetten, terwijl er daarnaast die - ren worden afgemaakt om de populatie te beheersen of over - last te voorkomen. Dat speelt bijvoorbeeld bij het wettelijke verbod om exoten van bepaalde soorten weer uit te zetten en de wettelijke plicht om deze te bestrijden“. “Het traject van beoordeling voor wel of niet helpen vraagt om deskundigheid. Zo is een burger die een hulpbehoevend wild dier aantreft verplicht hulp in te schakelen. We noemen dit: zoekplicht naar deskundigheid.“ Om grip te krijgen op het complexe traject zijn voor deze zienswijze verschillende instanties en deskundigen die zich bezighouden met opvang en hulpverlening voor dieren, geïn - terviewd. “Zo hebben we informatie over de vraagstukken en knelpunten uit de praktijk.” Knelpunten “In onze zienswijze hebben we ons gebogen over de vragen en mogelijke antwoorden, en daarnaast ook knelpunten in de praktijk gesignaleerd.
Die hebben te maken met de vraag òf en hoé hulpbehoevende dieren geholpen moeten worden. Daarbij gaat het vooral om de organisatie en financiering van de be - trokken instanties zoals opvangcentra en dierenambulances. Dit ligt in woord bij de provincies, maar in de praktijk vooral bij Interview forumvoorzitter Jacques van Alphen ‘ Zorgplicht is voor burgers zoekplicht naar deskundigheid’ DILEMMA’S IN DE WILDOPVANG – RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN – 5 de gemeentes. Daar komt bij dat het budget voor de instanties vaak maar tijdelijk is, zodat ze geen plannen kunnen maken voor de lange termijn. Het zijn vaak lokale initiatieven, met hun eigen gewoontes. Dat betekent dat er landelijk verschillen zijn in hoe dieren vervoerd en opgevangen worden. Het betekent ook dat er, vooral als het gaat om dierenambulances, geen toet- sing is van de kwaliteit van het vervoer. Terwijl de deskundig- heid over wat het beste is voor een hulpbehoevend wild dier, daar zou moeten beginnen.” Eindverantwoordelijkheid Wat zijn de aanbevelingen van de RDA? “De vraag of een hulp- behoevend (wild) dier geholpen moet worden, kunnen we – vanuit wettelijke en ook ethische redenen – met ‘ja’ beant - woorden.
De rijksoverheid heeft daarin een eindverantwoor - delijkheid; vooral voor (structurele) financiering en ook voor het faciliteren van het delen van kennis zodat betrokkenen van elkaar kunnen leren”, aldus Van Alphen. “Daarnaast heeft de overheid een verantwoordelijkheid voor het maken van een Foto: Wiebe Kiestra Forum-voorzitter Jacques van Alphen 6 – DILEMMA’S IN DE WILDOPVANG – RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN pakket van kwaliteitseisen dat door iedereen geaccepteerd wordt. Het gaat om het professionaliseren van in ieder geval de dierenambulances, omdat deze - samen met 144 - de eerste lijn zijn bij hulpbehoevende dieren. We vinden ook dat er meer aandacht mag zijn voor informatie richting een breder publiek, want het zijn vaak burgers die een hulpbehoevend wild dier vinden.
Wat moeten ze doen in ver- schillende gevallen? En hoe kunnen we alle burgers bereiken? Kortom: dit zijn de zaken waar het rijk zich over kan buigen: structurele financiering, kwaliteitseisen, delen van kennis en ervaring en voorlichting aan de burgers.” De mogelijke kans op terugkeer in de natuur is een belangrijk uitgangspunt Foto: Dierenbescherming DILEMMA’S IN DE WILDOPVANG – RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN – 7 Korte weergave van de zienswijze Achtergrond en aanleiding Op 20 augustus 2020 ontving de RDA van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) de vraag óf en hóe een hulpbehoevend wild dier moet worden geholpen; en door wie. Wet dieren Hulpbehoevende wilde dieren moeten worden geholpen, op grond van een voorschrift in de Wet dieren (H2, paragraaf 1, artikel 2.1 Dierenmishandeling, lid 6 en 7): “ 6) Een ieder verleent een hulpbehoevend dier de nodige zorg. 7) Het bij en krachtens het eerste tot en met het zesde lid bepaalde is tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren”. In de Memorie van Toelichting van de Wet dieren, pag. 82 staat een verwijzing naar dit artikel ”Ook de plicht tot het verlenen van de nodige zorg aan hulpbehoevende dieren is ten aanzien van wilde dieren van toepassing”.
Niet altijd ingrijpen In eerdere zienswijzen heeft de RDA zijn beschouwing gegeven over de wijze waarop mensen in de praktijk invulling geven aan hun morele verantwoordelijkheid voor het welzijn van (wilde) dieren, eerder benoemd onder de term ‘zorgplicht’, als term die alle gradaties van zorg omvat (RDA, 2012; RDA, 2017). Dieren zijn levende, voelende wezens en hebben intrinsieke waarde. De mens heeft direct of indirect invloed op de mogelijkheden van individuele dieren en van dierpopulaties, om zich aan te passen aan de heersende omstandigheden. Dat betekent niet dat alle dieren altijd geholpen moeten worden. Ingrijpen is noodzake - lijk “Indien het aanpassingsvermogen van het dier is overschreden en ingrijpen fysiek/technisch mogelijk is en er geen mens- of dier gerichte belangen zijn die zwaarder wegen dan welzijnsaantasting en als interventie/maatregelen maatschappelijk aanvaardbaar zijn of lijden maatschappelijk onaanvaardbaar is” (RDA, 2017). Dieren in de natuur raken in de problemen, verzwakken, lijden of sterven, al dan niet door toedoen van ziekten en predato - ren. Dat is onderdeel van de levenscyclus in het ecologische systeem. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming en de Wet dieren beogen niet het lijden van wilde dieren in algemene zin aan te pakken.
De Wet natuurbescherming geeft aan dat een ieder voldoende zorg Foto: Coatesy/Shutterstock) Jonge haasjes komen door onwetendheid vaak onterecht in de opvang 8 – DILEMMA’S IN DE WILDOPVANG – RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN in acht neemt voor in het wild levende dieren en hun directe leefomgeving, en handelen met mogelijke nadelige gevolgen in principe achterwege laat. Zorg voor wilde dieren is dus op verschillende manieren in de wetgeving opgenomen. De RDA ziet vanwege deze verschillen als centrale vraag wanneer een dier wel of niet hulpbehoevend is. Hulpbehoevendheid Of een dier hulpbehoevend of zelfredzaam is, hangt af van het aanpassingsvermogen van het dier in een specifieke omstan - digheid. Steeds vaker komen mens en dier elkaar tegen en is onderscheid tussen natuurlijke leefomgeving van dieren en leefomgeving van mensen niet goed meer te maken. In een stedelijke context waarin lijdende dieren worden aangetroffen door mensen is het inschatten van dit onderscheid door bur - gers dan ook lastig, zij kunnen vaak moeilijk vaststellen of het aanpassingsvermogen van het dier is overschreden. Voor afwe- gingen omtrent wel of niet ingrijpen (en op welke manier) is vaak (veterinaire en biologische) deskundigheid1 nodig.
Gewonde en gecontamineerde dieren (olie, afval) zijn hulpbe - hoevend, zij kunnen niet langer voor zichzelf zorgen en kun - nen zich niet meer aanpassen aan de situatie. Voor verzwakte, uitgeputte en zieke dieren moeten specifieke afwegingen wor - den gemaakt; niet alleen op het niveau van het individuele dier, maar ook vanwege het effect op de populatie en het eco- systeem waartoe ze behoren. Jonge dieren en oververmoeide dieren zoals trekvogels zijn meestal niet hulpbehoevend en kunnen zich nog aanpassen aan de situatie. Zoekplicht naar deskundigheid In eerste instantie worden dieren in het wild zoveel mogelijk met rust gelaten. Wanneer iemand een (levend) dier aantreft 1 Het “redden” van vogels met vogelgriep kan bijvoorbeeld een gevaar voor de gezondheid van de mens betekenen. Botulisme slachtoffers kunnen daarentegen wel worden geholpen. Lijden en sterven zijn onderdeel van het ecologisch systeem Foto: slowmotiongli/Adobe Stock DILEMMA’S IN DE WILDOPVANG – RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN – 9 dat op zijn/haar toenadering niet reageert, gebrekkige pogin - gen onderneemt om te vluchten, te dreigen of te vechten, moet worden aangenomen dat dit dier niet meer kan functioneren zonder hulp. Ook van een gewone burger wordt dan verwacht dat hij of zij hulp verleent.
Deze hulp bestaat uit wat we noe - men een ‘zoekplicht naar deskundigheid’: het inschakelen van de dierenambulance of hulpdiensten, of 144 bellen voor advies over de mate van hulpbehoevendheid van het dier en bijbeho - rend handelingsperspectief. Het is belangrijk bij de zoekplicht naar deskundigheid dat bur- gers weten welke handelingsperspectieven ze hebben wanneer ze een hulpbehoevend wild dier aantreffen en waar ze voor des- kundige hulp en noodzakelijke informatie terecht kunnen (wat ze als eerste moeten doen). Dat is dus niet het zelf vangen en vervoeren van dieren en zeker niet het zelf verzorgen. Wat de beste hulp is voor een hulpbehoevend dier kan het beste door een specialist/deskundige worden beantwoord. Dit is niet al - leen om het welzijn van het dier te garanderen, maar ook voor de veiligheid van degene die een hulpbehoevend (wild) dier vindt. In sommige gevallen kunnen capabele burgers wel zelf dieren verplaatsen, maar bij twijfel moet toch deskundige hulp of advies worden gevraagd. Deskundige hulp De zorgplicht geldt voor iedereen, maar niet iedereen heeft dezelfde verantwoordelijkheid. Mensen hebben empathie voor hulpbehoevende dieren en voelen een urgentie om te helpen, maar missen vaak de kennis en ervaring om in te schatten of en welke hulp nodig is.
Het beste is om de mensen vooraf en generiek te informeren over de noodzaak om hulp in te schakelen van een deskun - dige die elke situatie kan beoordelen en een goede afweging Dieren raken vaak in de problemen door menselijk handelen Foto: Colin Seddon/Shutterstock 10 – DILEMMA’S IN DE WILDOPVANG – RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN kan maken. Hoe een hulpbehoevend wild dier moet worden geholpen is namelijk afhankelijk van de omstandigheden. Elke situatie is uniek en vraagt om een specifieke beoordeling van de beste hulp. Hiervoor is ervaring vereist. De hulpverlening aan wilde dieren bestaat uit een keten van verschillende hulp - verleners - zoals 144, wildopvangcentra, dierenambulances en dierenartsen - met fasen van besluitvorming. Overal dezelfde basiskwaliteit gewenst Goede zorg kan bestaan uit het tegengaan van lijden, of goede verzorging als er perspectief is op weer leven in de natuur. Om daar recht aan te doen moet volgens de RDA hulp aan hulpbe- hoevende wilde dieren verbeterd worden en moeten alle dieren overal dezelfde basiskwaliteit van hulp (kunnen) krijgen.
Het vinden van voldoende financiering en daarmee bestaanszeker- heid en continuïteit in zorg en hulp aan hulpbehoevende wilde dieren is een groot probleem dat wildopvangcentra naar eigen Het is belangrijk dat burgers weten welk handelingsperspectief ze hebben als ze een hulpbehoevend wild dier aantreffen zeggen niet alleen kunnen oplossen. Bij een wettelijk vastgeleg- de zorgplicht voor de burger ligt het in de lijn der verwachting dat de overheid de middelen zou verschaffen om de uitvoering van de zorgplicht te faciliteren zodat er voldoende uniformiteit en continuïteit van wildopvang is. Gezien de regionale functie van wildopvangcentra en de verantwoordelijkheid voor natuur- beheer bij de provincies, dient ook op dat niveau ondersteu - ning te worden gegeven. De RDA ziet hiervoor verbeterpunten met daarin een trekkende rol voor de rijksoverheid en doet daarom onderstaande aanbevelingen. Aanbevelingen In het belang van het welzijn van wilde dieren, raadt de RDA de minister aan om in overleg en samenwerking met de sector en andere overheden in te zetten op de volgende 3 punten ter verbetering van hulp: Foto: Albert Stam/Nationale Beeldbank DILEMMA’S IN DE WILDOPVANG – RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN – 11 men. Dat kan door het faciliteren van transparante regels, ethologische, veterinaire, juridische en morele afbakening en het regelen van toezicht.
Bij dierenambulances kan een kwaliteitsslag gemaakt worden door het regelen van bo - venstaande punten, toezicht en een openbare handelwijze. • Een in het leven te roepen overkoepelende instantie zou geregeld overleg moeten voeren met de wildopvangcentra over noodzakelijke deskundigheid, opleidingsniveau en zorgen voor continue bewaking en verbetering van hulp vanuit het oogpunt van dierenwelzijn. 1. Zorg voor continuïteit: lange termijn financiering wildopvang • De RDA vraagt aan het Rijk om met andere overheden in gesprek te gaan en afspraken te maken over ieders verant- woordelijkheden in de opvang van hulpbehoevende wilde dieren, inclusief structurele financiële ondersteuning van - uit de overheid van wildopvang in Nederland. • Omdat de regionale functie van wildopvangcentra en de verantwoordelijkheden voor natuurbeheer en het verlenen van ontheffingen aan wildopvangcentra bij de provincies ligt, ligt het voor de hand om de zorg voor een structurele financiering daar te leggen. Provincies kunnen aansluiten bij de betrokkenheid die een aantal gemeenten nu al tonen bij wildopvang. • De wildopvangcentra hebben suggesties gedaan op welke wijze structurele financiering kan worden ingezet (bijvoor- beeld instandhoudingsbijdrage, professionaliseringsbij - drage, kosten per dier, fonds).
Werk samen met hen aan de concrete invulling en vormgeving van de ondersteu - ningsstructuur vanuit gezamenlijke belangen. 2. Zorg voor een landelijke basiskwaliteit van hulp • De rijksoverheid heeft een leidende rol in het faciliteren van een landelijk netwerk voor uniformiteit, continuïteit en basiskwaliteit als het gaat om hulpverlening aan (wilde) dieren. • Landelijke beleidsregels en kwaliteitseisen van dierenhulp- verlening zijn niet alleen nodig voor wildopvangcentra, maar moeten ook opgesteld worden voor vervoerders van dieren en andere hulpverleners in de keten. (Bestaande) private keurmerken en kwaliteitsinitiatieven van dierenam- bulances dienen te worden gestimuleerd en wellicht zelfs te worden voorgeschreven, waaronder regels over landelij- ke dekking en acceptabele aanrijdtijden zodat deskundige hulp voor alle dieren in het land bereikbaar is. • De overheid heeft een controlerende taak om ‘wildgroei’ van onprofessionele opvangcentra in de sector te voorko- Foto: ANP/Arie Kievit Hulp aan dieren vereist noodzakelijke deskundigheid, ook vanwege de eigen veiligheid 12 – DILEMMA’S IN DE WILDOPVANG – RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN 3.
Zorg voor goede informatievoorziening en stimuleer onder - zoek en kennisuitwisseling • Burgers moeten op de hoogte zijn wanneer een dier wel of niet hulpbehoevend is, welk handelingsperspectief zij hebben als ze een hulpbehoevend dier aantreffen en waar deskundige hulp te vinden is. Goede voorlichting en infor- matievoorziening dient door de overheid gefaciliteerd te worden. Dit kan door de dierenhulpsector te ondersteu- nen bij hun communicatie, of door zelf voorlichting te ge - ven. Door bredere en herhalende communicatie hierover, kunnen mensen beter op de hoogte worden gebracht. In - formatievoorziening zou op alle niveaus in de keten een plek moeten hebben. Ook bij meldpunt 144 en ‘triage’ meldkamers dient juiste en specifieke informatie aanwezig te zijn om specialistisch advies te kunnen geven, ook voor het vervolgtraject. • Als de overheid stabiliteit en continuïteit in de sector fa - ciliteert, heeft de sector meer ruimte om aandacht te be - steden aan voorlichting, educatie en bijdragen aan onder- zoek. Zoals trends in dieren die binnenkomen, oorzaken daarvan, succespercentages van uitzettingen, dierziekten en verspreiding. Ook het beter inzetten op dataverzame - ling bij meldpunt 144 kan van toegevoegde waarde zijn.
De RDA vindt het belangrijk dat er harmonisering plaatsvindt in de sector en dat er geen grote ongelijkheid is of ontstaat in de hulp aan dieren door regionale verschillen. De Raad ziet een ronde tafelgesprek met overheden en de sector als een eerste volgende stap. Hierin kunnen tevens ‘best practices’ aan de orde komen en kan worden gesproken over de aanvullende waarde van het opstellen van een praktische handleiding (be - langrijkste do’s en dont’s) voor burgers waarbij het ‘leereffect’ kan worden vergroot. Begin werkzaamheden forum juni 2020 Vraag van minister augustus 2020 Concept-zienswijze in Raad december 2021 Aanbieding aan minister van LNV juli 2022 DILEMMA’S IN DE WILDOPVANG – RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN – 13 Onderzoek en kennisdeling dragen bij aan succesvolle revalidatie Foto: corepics/Adobe Stock 14 – DILEMMA’S IN DE WILDOPVANG – RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN Bijlage Samenstelling forum en Raad Deze zienswijze van de Raad voor Dierenaangelegenheden is voorbereid door een forum bestaande uit de raadsleden prof. Dr. J.J.M. van Alphen (voorzitter forum), W.T.A.A.G.M. van den Bergh, drs. D. van Gennep, mr. drs. J. Staman en Jong-RDA lid S.A.M. van der Hoeven MSc. Het forum is ondersteund door een klankbordgroep uit de RDA, bestaande uit de leden mr. A.G. Dijkhuis, drs. F.E. Rietkerk, mr. C.W. Ripmeester, prof. dr. ir. T.B. Rodenburg, Prof. dr. G.R. de Snoo, drs.
R.A. Tombrock, drs. F.A.L.M. Verstappen en Jong-RDA lid M.A.A.M. van Ger- wen MSc. Ter voorbereiding op deze zienswijze is het forum 7 maal bijeen geweest. Het forum is bij hun werkzaamheden ondersteund door secretaris ir. M.H.W. Schakenraad en adjunct-secretaris drs. R.L. van Oudheusden van het RDA-team. De voorliggende zienswijze van de Raad is op verzoek van de minister van LNV. De concept zienswijze is ter beoordeling voorgelegd aan de gehele raad. Deze zienswijze is daarmee een product van de hele Raad. Jonge eendjes kunnen verlaten zijn en redden het niet zonder moeder Foto: Colin Seddon/Shutterstock DILEMMA’S IN DE WILDOPVANG – RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN – 15 De RDA bestond op 1 april 2022 uit de volgende leden: Prof.dr. J.J.M. van Alphen Dr.ir. G.B.C. Backus J.P. van den Berg W.T.A.A.G.M. van den Bergh Dr. J.J.L. Candel MA Drs. H.R. Chalmers Hoynck van Papendrecht Prof.dr.ir. G. van Dijk Dr. N. Endenburg PhD Prof.dr. R. Gehring Drs. D. van Gennep Prof.dr. M.A.M. Groenen Prof.dr. S. Haring Prof.dr.ir. L.A. den Hartog A.L. ten Have-Mellema Prof.dr.ir. J.A.P. Heesterbeek Drs. G. Hofstra J.A.M. Huijbers Prof.dr.ir. A. van Huis Prof.dr.ir. B. Kemp A. Kemps Prof.dr. M.F.M. Langelaar Dr. L.J.A. Lipman Drs. F.E. Rietkerk Mr. C.W. Ripmeester Prof.dr.ir. T.B. Rodenburg Dr. M.C.Th. Scholten Prof.dr. Y .H. Schukken Ir. G.C. Six Drs. M. Slob Prof.dr. G.R. de Snoo Mr.drs. J.
Staman, voorzitter Dr.ir. J.W.G.M. Swinkels Drs. R.A. Tombrock Prof.dr.ir. J.C.M. van Trijp Dr. H.A.P. Urlings Dr. J.B.F. van der Valk J. van de Ven Drs. F.A.L.M. Verstappen Mr.dr. J. Vink Secretaris van de Raad is ir. M.H.W. Schakenraad Meer informatie over de Raad voor Dierenaangelegenheden vindt u op onze website: www.RDA.nl. Daar kunt u ook alle eer- der uitgebrachte adviezen downloaden. 2022, Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag © Sommige rechten zijn voorbehouden / Some rights reserved Voor deze uitgave zijn gebruiksrechten van toepassing zoals vastgelegd in de Creative Commons licentie Naamsvermelding 3.0 Nederland. Voor de volledige tekst van deze licentie zie http://www.creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ Productie en eindredactie: Bert Kleiboer T ekst: Rosanne van Oudheusden, Erica Pierik Foto omslag: ANP/Novum RegioFoto Venema Media Foto’s binnenwerk: Copyright vermeld bij de foto Opmaak en drukwerk: Xerox/Osage, Den Haag www.rda.nl Raad voor Dierenaangelegenheden Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Bij de productie van deze samenvatting is gebruik ge - maakt van papier dat het keurmerk Forest Stewardship Council® (FSC®) draagt. Bij dit papier is het zeker dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid. Ook is het papier 100% chloorvrij gebleekt en 100% gerecycled.