7.0 VNG -reactie op het regeerakkoord.pdf
Tekst van het document
De VNG wil het bestaande actieprogramma Weer Thuis intensiveren en opschalen. Onderdeel Eigen betalingen en administratieve lasten Wat staat er in het regeerakkoord? Er komt een abonnementstarief van 17,50 euro per vier weken voor huishoudens die gebruikmaken van de Wmo-voorzieningen. Dit gaat in op 1 januari 2019. Per 2020 kan de verantwoordelijkheid voor de inning van de eigen bijdrage worden geïntegreerd in het gemeentelijk domein. Doordat de eigen bijdragen niet langer afhankelijk zijn van gebruik, inkomen, vermogen en huishoudsamenstelling, kunnen uitvoeringskosten en administratieve lasten fors omlaag. Er blijft ruimte voor gemeenten om lagere eigen bijdragen vast te stellen, bijvoorbeeld bij mantelzorg. Om maatwerk mogelijk te maken is eerder geld in het Gemeentefonds gestort. Om deze vereenvoudiging en verlaging te cofinancieren, wordt nog eens 145 miljoen euro ter beschikking gesteld. De huidige anticumulatie regeling blijft intact: als een huishouden al een eigen bijdrage betaalt voor Wlz-zorg, dan betaalt het geen eigen bijdrage voor een Wmo-maatwerkvoorziening. Ook de eigen bijdragen voor beschermd wonen (Wmo) en Wlz-zorg worden verlaagd. Het kabinet kondigt aan gemeenten te ondersteunen bij het beter benutten van de ruimte voor het stellen van specifieke functionele eisen.
Knelpunten die gemeenten niet zelf kunnen oplossen worden geïnventariseerd met als mogelijk resultaat de aanpassing van de EU-regelgeving. Wat betekent dit voor gemeenten? Met deze maatregel wordt het per 2019 ook voor gemeenten eenvoudiger en meer eenduidig en kan de inning per 2020 door gemeenten zelf plaatsvinden. De administratie wordt minder complex (geen ketenafhankelijkheden meer) en het wordt voor gemeenten eenvoudiger om vooraf aan de burger uit te leggen wat hij of zij aan bijdragen moet betalen. Voor de midden- en hogere inkomensgroepen wordt het aanmerkelijk goedkoper om gebruik te maken van Wmo-voorzieningen. Het maakt voor de bijdrage namelijk niet meer uit of iemand alleen één uur huishoudelijke hulp per week krijgt of vier uur hulp en daarbij ook woningaanpassingen, vervoervoorzieningen, dagbesteding etc. Het is en blijft 17,50 euro per vier weken. De uitgaven door gemeenten aan Wmo-voorzieningen zullen, is de verwachting, als gevolg van deze maatregel fors toenemen. Dat komt omdat de prikkel voor veel mensen met midden- en hogere Vereniging van Nederlandse Gemeenten 22 inkomens, om de ondersteuning zelf te regelen en te organiseren, voor een groot deel wegvalt. De geboden cofinanciering van 145 miljoen euro zal de lagere opbrengst aan eigen bijdrage, plus de meerkosten voor gemeenten (toename vraag), bij lange na niet dekken.
Het CPB heeft in haar doorrekening van het regeerakkoord de wegvallende de inkomsten van de eigen bijdrage voor gemeenten op 290 miljoen euro geraamd. Elders in haar rapport merkt het CPB op dat 0,1 miljard euro van de groei in het Gemeentefonds nodig zal zijn om de invoering van dit abonnementstarief te kunnen opvangen. Het komt erop neer dat het kabinet de helft van de rekening neerlegt bij gemeenten, aangezien die 0,1 miljard euro een afronding is van 145 miljoen euro. Als dit bewaarheid wordt, blijft er niet meer genoeg geld over binnen het accres om de sociaal-domeinbud- getten fatsoenlijk te indexeren, laat staan om een extra volumegroei in het beroep op Wmo-voorzie- ningen op te vangen. Wanneer gemeenten de eigen bijdrage zelf gaan innen dan zullen de administratieve lasten voor gemeenten niet lager worden, maar anders komen te liggen. Wel vallen de uitvoeringskosten CAK dan weg en kunnen deze weer terug naar het Gemeentefonds. Het is nog een vraag welk beleid gemeenten straks kunnen voeren op de eigen bijdragen, behalve dan het verder verlagen, of compenseren van de 17,50 euro voor bepaalde categorieën inwoners.
Kan er straks wel een eigen bijdrage gevraagd worden voor een rolstoel, kunnen gemeenten straks nog steeds bepaalde voorzieningen uitsluiten van een eigen bijdrage, hoe zit het met de mogelijkheid om cliënten een eigen bijdrage te laten betalen voor woningaanpassingen en hulpmiddelen tot het maximum van de kostprijs? Wat de verlaging van de eigen bijdrage voor beschermd wonen gaat betekenen voor de inkomsten van gemeenten is nog niet goed duidelijk. De verlaging wordt mogelijk deels gecompenseerd wanneer nieuwe cliënten twee maanden eerder dan voorheen de hoge intramurale eigen bijdrage gaan betalen. Het abonnementstarief van 17,50 euro heeft de schoonheid van de eenvoud, maar betekent wel dat er gebroken wordt met het bijdragen naar draagkracht. Niet duidelijk is waarom het kabinet het heeft over cofinanciering. Er zijn straks minder inkomsten en er zijn meeruitgaven voor gemeenten, als gevolg van deze nieuwe wetgeving. Van belang is dat de lagere inkomsten en de meeruitgaven door het Rijk volledig gecompenseerd worden. Gemeenten werken samen met het Rijk om aanbesteden in het sociaal domein zo licht mogelijk te maken. Daarbij hoort een inventarisatie van knelpunten in regelgeving. De VNG heeft ook met de Europese Commissie afgesproken om knelpunten in de regelgeving te delen.
40 miljoen voor eHealth en standaarden i-Wmo en i-Jeugd verplicht Wat staat er in het regeerakkoord? Voor eHealth komt de komende kabinetsperiode 40 miljoen euro beschikbaar. Om de administratieve last te verlichten worden de i-Wmo en i-Jeugd standaarden verplicht. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is de vraag of de beoogde investering voldoende is om de potentie van eHealth voldoende te benutten. De verplichting van de standaarden i-Wmo en i-Jeugd betekent dat de door gemeenten gewenste werkwijze met deze standaarden wordt bestendigd. In stand houden huidig stelsel private zorgaanbieders en –verzekeraars Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet houdt het huidige stelsel met private zorgaanbieders en zorgverzekeraars onder publieke randvoorwaarden in stand. Niet alleen de prijs, maar ook de kwaliteit moet centraal staan bij de zorginkoop van geneesmiddelen. Het kabinet wil voorkomen dat geld dat is bedoeld voor zorg niet ten goede komt aan zorg en onderzoek met een verbod op een winstuitkering voor zorgverzekeraars. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 23 Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten vinden het van belang om werkgeverscollectiviteiten te behouden om optimale prijsafspraken met zorgverzekeraars te maken en de zorgpremie betaalbaar te houden.
Gelet op het huidige premieomslagstelsel is de vraag gerechtvaardigd of dergelijke strenge solvabiliteiteisen voor zorgverzekeraars te weinig ruimte krijgen om de zorgpremie te verlagen. Aanpak van problematisch alcoholgebruik Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet stelt dat zorg iedereen aangaat en dat nieuwe hervormingen niet nodig zijn, wel verbete- ringen. In het kader van de preventiebevordering en gezondheidszorg wil het kabinet problematisch alcoholgebruik aanpakken. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten investeren in de preventiebevordering voor wat betreft het problematisch alcoholgebruik. Met deskundigen van de gezondheidsinstanties wordt samengewerkt aan het vormgeven van een integrale aanpak door het vaststellen van een preventie en handhavingsplan alcohol. In dit plan wordt opgenomen op welke manier de gemeente haar taak invult aangaande preventie van het alcoholge- bruik. De komende jaren zal deze samenwerking worden voortgezet. 1.5 Cultuur Wat staat er in het regeerakkoord? Het regeerakkoord onderkent de brede waarde van cultuur en de grote inzet van de culturele sector. Cultuur verrijkt volgens de coalitiepartijen het individu en verbindt de samenleving.
Naast haar intrinsieke waarde en de waarde voor onze identiteit en geschiedenis draagt cultuur bij aan de economie van ons land, bijvoorbeeld door bij te dragen aan toerisme en een goed vestigingsklimaat. Interesse in kunst en cultuur, bijvoorbeeld door cultuureducatie, kan niet vroeg genoeg beginnen. De culturele sector is er, na een periode van flinke hervormingen, in geslaagd om nieuwe geldstromen, nieuw publiek en verrassende samenwerkingsvormen te vinden. Wel staan specialistische kennis en de reserves van instellingen onder druk. Men moet daarom gericht extra investeren in kwaliteit. De coalitiepartijen willen de rijksgesubsidieerde culturele basisinfrastructuur/BIS uitbreiden en zorgen voor continuïteit, zodat onze topinstellingen hun positie in binnen- en buitenland kunnen vasthouden. Vernieuwing en talentontwikkeling krijgen meer ruimte bij de rijkscultuurfondsen. Daarbij is het naar hun oordeel belangrijk dat het kunst- en cultuuraanbod voor iedereen bereikbaar is, zowel in de Randstad als de regio. Stedelijke centra zoals Groningen, Breda, Enschede en Eindhoven kunnen hierin een belangrijke aanjagende functie vervullen. Een betere onderlinge afstemming tussen Rijk, provincies en gemeenten draagt daaraan bij. Het Fonds voor Cultuurparticipatie krijgt meer middelen voor het behoud en de ontwikkeling van volkscultuur.
Monumenten, kunstwerken en archieven willen de coalitiepartijen beschermen en toegankelijk maken, ook met behulp van digitalisering. Speciale aandacht voor monumentale kerken, ook als die leeg komen te staan, is nodig. Er wordt geïnvesteerd in onderhoud en herbestemming. Particuliere monumentenbezitters blijven financieel gesteund worden. De coalitiepartijen vinden het voorts belangrijk de kennis over onze gedeelde geschiedenis, waarden en vrijheden te vergroten. Op school leren kinderen daarom het Wilhelmus, inclusief de context ervan. Ook maken de partijen het mogelijk dat alle kinderen tijdens hun schooltijd het Rijksmuseum en het parlement bezoeken. Zij investeren voorts in het beter zichtbaar en zo mogelijk toegankelijk maken van historische plaatsen in het land. De in 2006 opgestelde nationale canon is hierbij leidend. Deze zal voortaan worden uitgereikt aan 18-jarigen en aan personen die het Nederlanderschap verwerven. Door als Rijksoverheid garant te staan voor geleende topstukken (indemniteitsregeling) kunnen tentoonstellingen makkelijker tot stand komen. Goed collectiebeheer, onderzoek, en ruimte voor nieuwe aankopen, vormen de basis voor waardevolle tentoonstellingen in de toekomst. Enkele andere algemene maatregelen hebben eveneens een uitwerking op cultuur. De Geefwet blijft Vereniging van Nederlandse Gemeenten 24 bestaan.
Bij de beoogde aanscherping van de Wet markt en overheid blijft er voor cultuuractiviteiten die niet of onvoldoende door marktpartijen worden aangeboden een mogelijkheid om deze van overheidswege te verzorgen. Daarentegen wordt het lage btw-tarief ook voor cultuur verhoogd van 6% naar 9%. Wat betekent dit voor gemeenten? De eerdere onevenredige bezuiniging van structureel 200 miljoen euro (plus bijna eenzelfde bedrag indirecte korting) op de culturele basisinfrastructuur/BIS inclusief de rijkscultuurfondsen heeft sinds 2013 gaten geslagen binnen gemeenten. Er vindt een reparatie plaats van 25 miljoen euro in 2018, 50 miljoen in 2019 en structureel 80 miljoen vanaf 2020. Onduidelijk is echter hoeveel daarvan besteed moet worden aan de bezoeken van schoolkinderen aan het Rijksmuseum en het parlement, becijferd is dat elke organisatie ongeveer 40 klassen per dag moet ontvangen. Ook de uitgaven voor het zichtbaar en toegankelijk maken van historische canonplaatsen zijn nog niet helder. De maatregelen op het gebied van monumenten van 325 miljoen euro in vier jaar sluiten aan op gemeentelijke wensen. Ditzelfde geldt voor de maatregelen rond cultuur in de Geefwet en de Wet markt en overheid. Ten behoeve van het lage btw-tarief voor cultuur hebben gemeenten en sector zich lange tijd gezamenlijk ingezet, met het oog op de toegankelijkheid is de verhoging naar 9% niet gewenst.
Wij missen in het regeerakkoord de door gemeenten gewenste structurele aanpak voor cultuur in het onderwijs/ de integrale kindcentra, vergroting van het aantal combinatiefuncties/cultuurcoaches gericht op verbinding met andere maatschappelijke domeinen en de stimulering van open vitale verenigingen. Digitaliseren van monumenten, kunstwerken en archieven Wat staat er in het regeerakkoord? Het nieuwe kabinet wil monumenten, kunstwerken en archieven beschermen en toegankelijk maken, onder andere met behulp van digitalisering. Het kabinet trekt hier deze kabinetsperiode 325 miljoen euro voor uit. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is onduidelijk in hoeverre lokale archieven mee kunnen profiteren van de aanpak gericht op digitalisering van (rijks)erfgoed. 1.6 Sport Sportakkoord sluiten Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet wil een sportakkoord sluiten. Belangrijke partners hierbij zijn de sportbonden, sportver- enigingen, sporters met een beperking, en gemeenten. Doel is om de organisatie en financiën van de sport toekomstbestendig te maken. Daar hoort diversiteit in de samenstelling van sportbonden bij, net zoals de ontwikkeling van open sportclubs in wijken en een laagdrempelige toegang voor kinderen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het sportakkoord kan zorgen voor een betere synergie tussen gemeente, kenniscentra, zorg en welzijn, sportvereniging en bedrijfsleven.
De open of vitale sportclub vormt daarbij het vliegwiel tussen de verschillende beleidsdomeinen, waardoor sport als middel (overgewicht, gezondheid, cohesie etc.) nog beter ingezet kan worden. Het is in dit verband verheugend dat in de beoogde aanscherping van de Wet markt en overheid de laagdrempelige toegang tot de sport wordt gegarandeerd. Met het oog op deze toegang vragen wij aandacht voor de kostenverhogende omzetbelastingproblematiek bij de sportaccommodaties of indien mogelijk een oplossing. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 25 1.7 Media Lokale media Wat staat er in het regeerakkoord? De komende periode werken de coalitiepartijen aan voldoende onafhankelijk journalistiek aanbod op lokaal en regionaal niveau. Samenwerking (publiek en privaat) op lokaal en regionaal niveau wordt bevorderd. De afgelopen periode is met de vorming van de Regionale Publieke Omroep (RPO) een belangrijke stap gezet in de samenwerking tussen regionale omroepen. Op lokaal niveau worden steeds meer streekomroepen gevormd. Met het oog op de professionalisering, beraadt het kabinet zich op de wijze van organisatie en financiering van de lokale omroepen. Daarnaast trekt het geld uit voor de bevordering van onderzoeksjournalistiek. Deze vorm van journalistiek staat onder druk, maar is van vitaal belang voor de controlerende taak die de journalistiek heeft.
Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet erkent het belang van onafhankelijke onderzoeksjournalistiek en een stevige lokale publieke omroep. Voor het eerste speerpunt trekt het kabinet vanaf 2018 structureel 5 miljoen euro uit. Voor het tweede speerpunt worden echter geen extra rijksmiddelen aangewend. Dit staat haaks op de beoogde stevigheid. Lokale overheden en omroepen hebben de afgelopen jaren, gelet op de verbrede eisen in de Mediawet voor het bieden van een lokaal toereikend media-aanbod met informatie, cultuur en educatie, op alle kanalen gezamenlijke Vernieuwingsconvenanten gesloten. Het doel is het vormen van professioneel aangestuurde journalistiek verantwoorde omroepen gericht op de ‘habitat’ van de burgers, veelal een streek. Hiervoor is het huidige niet op de nieuwe Mediawet en de verbrede gemeentelijke taken afgestemde geld in het Gemeentefonds (slechts 1% van de totale rijksmiddelen voor de media) volstrekt ontoereikend. Er is ten minste structureel 30 miljoen euro meer nodig. Gemeenten, burgers en de lokale democratie hebben derhalve groot belang bij de aangekon- digde plannen van het kabinet voor de wijze van organisatie en financiering van de lokale omroepen. 1.8 Begrotingsbeleid Zie Algemeen financieel beeld.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 26 2 Zekerheid en kansen in een nieuwe economie 2.1 Arbeidsmarkt en sociale zekerheid Noodzaak integrale aanpak ondersteunende voorzieningen op lokaal niveau Wat staat er in het regeerakkoord? Voor inwoners moet de integrale aanpak van ondersteunende voorzieningen op lokaal niveau verder doorgevoerd worden. Een van de knelpunten daarbij is een adequate informatievoorziening. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten biedt dit een kans om samen met de Rijksoverheid te werken aan oplossingen die de integrale uitvoering effectiever ondersteunen. Meer mogelijkheden tot het delen, koppelen en analyseren van data onder handhavers Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet vindt het belangrijk dat uitvoerders, waaronder gemeenten, effectief gebruikmaken van mogelijkheden tot het delen, koppelen en analyseren van data, uiteraard met inachtneming van de geldende wettelijke regels en waarborgen. Dit kan ook uitkeringsgerechtigden helpen om regels na te leven en fouten te voorkomen. Wat betekent dit voor gemeenten? Dit biedt een kans om bij de bestrijding van misbruik van sociale voorzieningen zo veel mogelijk gebruik te maken van de informatie die de overheden beschikbaar hebben. Uiteraard met inachtne- ming van de waarborgen voor bescherming van de privacy.
Modernisering arbeidsmarkt naar een eerlijke arbeidsmarkt Wat staat er in het regeerakkoord? Het nieuwe kabinet wil de arbeidsmarkt moderniseren naar een eerlijke arbeidsmarkt. Het kabinet roept werkgevers en werknemers op om afspraken te maken over modernisering van cao’s, over ruimte voor maatwerk, keuzevrijheid en meer aandacht voor duurzame inzetbaarheid van werknemers. Tevens moet vast werk minder vast worden en flexwerk minder flexibel. Flexibiliteit mag niet benut worden om te concurreren op arbeidsvoorwaarden of om de arbeidskansen van werkenden te beperken. Het kabinet bereidt een wetsvoorstel voor om te zorgen dat werknemers die ingeleend worden eenzelfde behandeling krijgen qua arbeidsvoorwaarden als werknemers in dienst bij de inlener. Hierbij wordt met name verwezen naar de huidige payrollconstructies. Payroll blijft mogelijk maar wordt zo vormgegeven dat het een instrument wordt voor het ontzorgen van de werkgever. Daarnaast wil het kabinet de Wet DBA zodanig herzien dat zelfstandigen meer zekerheid wordt geboden en dat schijnzelfstandigheid wordt voorkomen. Tevens wil het kabinet aanvullende maatregelen nemen om de arbeidsmarkt minder knellend te maken voor werkgevers en werknemers. Wat betekent dit voor gemeenten? Wij hebben onlangs een cao Gemeenten afgesloten.
Een cao waarin afspraken staan over duurzame inzetbaarheid, modernisering van arbeidsvoorwaarden en keuzevrijheid. Tevens hebben cao-partijen afgesproken dat er meer evenwicht moet komen tussen flexibiliteit en zekerheid. Er is afgesproken dat medewerkers die via payroll of vergelijkbare constructies worden ingehuurd een vergelijkbare beloning ontvangen als medewerkers met een aanstelling of arbeidsovereenkomst bij een gemeente. We bieden het kabinet aan om met de ervaring van gemeenten als werkgever samen tot een uitvoerbaar voorstel te komen. Daarnaast vragen we om heldere toetsingsregels om vast te kunnen stellen of er Vereniging van Nederlandse Gemeenten 27 in het kader van de toepassing van de Wet DBA sprake is van een dienstbetrekking of niet, zodat ook zelfstandigen bij gemeenten aan het werk kunnen blijven. Wij kijken uit naar de verdere voorstellen van het kabinet om het socialezekerheidsrecht aan te passen aan de veranderende arbeidsmarkt en zullen deze beoordelen op uitvoerbaarheid en toepasbaarheid op de gemeentelijke arbeidsmarkt. Werken met een beperking Wat staat er in het regeerakkoord? Daar waar werken in een reguliere baan niet mogelijk is, moeten gemeenten arrangementen bieden voor beschut werk. Het doel is mensen in een kwetsbare positie een betere toekomst geven. Werk is daarvoor de beste weg. Een extra inspanning is hier vereist.
• Het budget voor activering van en dienstverlening aan mensen in een kwetsbare positie wordt ver- hoogd. Daarmee ontstaat voor 20.000 extra personen de mogelijkheid voor beschut werk ontstaat. Dit leidt ertoe dat meer mensen met een beperking betaald werk kunnen verrichten: gemeenten krijgen namelijk mogelijkheden om meer beschutte werkplekken te organiseren, om maatwerk te bieden richting werk en om werkgevers te ‘ontzorgen’. • De extra middelen om de inzet op beschut werk te verstevigen, worden opgebracht door het instrument van loonkostensubsidies in de Participatiewet te vervangen door de mogelijkheid tot loondispensatie. Werkgevers kunnen daarmee onder het wettelijk minimumloon betalen, al naar gelang de verdiencapaciteit van de persoon in kwestie. De gemeente vult het inkomen aan, afhan- kelijk van de gemeentelijke inkomensvoorziening waar de betrokkene gebruik van maakt. • Het kabinet zet een aantal stappen die het aantrekkelijker moeten maken om mensen met een arbeidsbeperking een arbeidsplaats te bieden. Ten eerste zal het kabinet initiatieven om via reshoring banen voor deze doelgroep mogelijk te maken, ondersteunen en aanjagen. Ten tweede wordt gekeken naar de uitkomsten van het brede onderzoek naar knelpunten en mogelijkheden, met bijzondere aandacht voor verbetering van de prestaties bij de overheid.
Ten derde wordt op korte termijn geregeld dat banen van mensen uit de doelgroep ‘banenafspraak’ die meer zijn gaan verdienen dan het wettelijk minimumloon, toch blijven meetellen (de ‘t+2’-regel). Dit voorkomt dat werkgevers worden ontmoedigd te investeren in hun mensen. Wat betekent dit voor gemeenten? Bij deze passage in het regeerakkoord is er nog veel onduidelijk. We willen hierover graag in gesprek met het kabinet. Het nieuwe kabinet wil volgens het regeerakkoord 20.000 extra personen, kennelijk bovenop de huidige 30.000, beschut werk bieden. Dat betekent dat gemeenten nog meer plekken verplicht moeten invullen. De wijze van financiering is niet duidelijk. Worden de nieuwe 20.000 beschutte plekken volledig gesubsidieerde plekken en hoe verhoudt dit zich tot de financiering van de oorspronkelijke 30.000 beschutte plekken? De financiering daarvoor zou gevonden moeten worden door de huidige gemeentelijke loonkostensubsidiemethodiek te vervangen door loondispensatie. Wij denken dat dit een sigaar uit eigen doos is en dat het komende kabinet zich hiermee ten onrechte rijk rekent. De tekortschietende middelen voor de huidige doelgroep beschut werk van 30.000 is verschillende malen onderwerp van gesprek geweest tussen Rijk en gemeenten.
Vooralsnog zien wij niet hoe de introductie van een andere subsidietechniek voldoende middelen oplevert voor financie- ring van nog meer plekken beschut werk. Wij denken verder dat het omklappen van een systeem van loonkostensubsidie naar loondispensatie ingrijpende consequenties heeft voor de gemeentelijke uitvoering, en aanzienlijke uitvoerings- en organisatiekosten met zich meebrengt. De basisuitvoerings- kosten voor loondispensatie liggen veel hoger dan voor loonkostensubsidie. Een snelle berekening laat zien dat loondispensatie leidt tot veel hogere kosten in de gemeentelijke uitvoering (168 miljoen euro op basis van prijspeil 2013), omdat de werknemers nog een aanvullende uitkering nodig hebben. Daarbij zorgt het systeem van loondispensatie voor een ingewikkelde situatie voor de betrokkenen en een mogelijke toename van het aantal mensen met problematische schulden. De regeling is voor werknemers veel ingewikkelder omdat er gewerkt wordt met meerdere inkomsten. Diverse partijen zoals de SER, de Nationale Ombudsman, de RvS en de WRR hebben meerdere malen aangegeven dat de wet- en regelgeving eenvoudiger moet worden, niet ingewikkelder. Wij zouden graag zien dat er een uitvoeringstoets komt op dit voornemen; namelijk op de veronderstelde opbrengsten van de introductie van loondispensatie en op de uitvoerings-, ICT- en organisatielasten voor gemeenten.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 28 Perspectief in de bijstand Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet wil dat mensen in de bijstand meer perspectief krijgen om weer aan het werk te komen, vooral ook omdat langdurige afhankelijkheid van de bijstand kan leiden tot sociaal isolement en een grotere kans op problematische schulden. Gemeenten ondersteunen mensen in de bijstand bij het vinden van werk, maar er geldt in de eerste plaats een inspanningsverplichting van de bijstandsge- rechtigde zelf. Door zelf actief op zoek te gaan en een baan te vinden kan langdurige afhankelijkheid van een uitkering worden voorkomen. Het kabinet gaat het gesprek met gemeenten aan over de ‘best practices’ in handhaving. • Het kabinet gaat in gesprek met gemeenten over de wijze waarop zij actief uitvoering geven aan de bestaande tegenprestatie. Omdat werk een zeer belangrijke onderdeel is van integratie, moet de arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een migratieachtergrond (nieuwkomers én oudko- mers) worden verbeterd. Om de beheersing van de Nederlandse taal (en daarmee het toekomst- perspectief) te vergroten, geven gemeenten actief uitvoering aan de bestaande verplichting om de Nederlandse taal te leren. Het kabinet wil hierover niet-vrijblijvende bestuurlijke afspraken maken met gemeenten.
• Wanneer mensen vanuit de bijstand aan het werk gaan, is het van belang dat ze er ook echt op vooruit gaan. Daarom wil het kabinet met gemeenten afspraken maken over hun lokaal beleid om de armoedeval te verkleinen. Ook blijft de huidige ruimte bestaan voor experimenten in de Partici- patiewet om bijstandsgerechtigden weer actief te krijgen op de arbeidsmarkt. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten gaan graag het gesprek aan met het kabinet over de best practices in handhaving en naleving. Niet alleen op het terrein van de sociale zekerheid maar breder: een integrale aanpak in het sociaal domein. Wij herkennen hierin de vraag van gemeenten en zien een rol in het inventariseren, valideren en overdraagbaar stellen van best practices op basis van beschikbare en (door) te ontwikke- len kennis. Wij zetten kritische kanttekeningen bij de wijze waarop er over de tegenprestatie wordt gesproken. Dit geldt ook voor de beheersing van de Nederlandse taal in relatie tot de arbeidsmarktpositie. Wij kunnen geen niet-vrijblijvende bestuurlijke afspraken maken voor gemeenten. Gemeenten zetten al in op een scholingsaanbod van taalvaardigheid gericht op het arbeidsmarktperspectief van o.a. bijstandsgerechtigden. Hierbij is het lokale beleid (en het daarvoor gereserveerde budget) kaderstel- lend.
Wij onderschrijven in algemene zin dat een goede beheersing van het Nederlands de kans op een baan kan verhogen. De kanttekening is dat het per persoon verschilt of en zo ja tot welk niveau het Nederlands beheerst kan en moet worden om meer kans te maken op werk. Nog specifieker verschilt ook het aantal te ontwikkelen vaardigheden per individu om de kans op werk te vergroten. De relevante taalscholing ter vergroting van de uitstroomkans wordt ingegeven door de arbeidsomgeving waarin de betreffende persoon werkzaam kan gaan zijn. De beheersing van de Nederlandse taal moet gekoppeld worden aan het soort werk (wat is daarvoor van belang) en het leervermogen van een persoon. Dit betekent in de praktijk dat het taaltraject wordt afgestemd op het arbeidsmarktperspec- tief. In 2014 hebben wij een position paper opgesteld over de taaleis in de Participatiewet met diverse kanttekeningen voor de uitvoering en het financiële kader. Het is voor ons onduidelijk wat de passage over het verkleinen van de armoedeval inhoudt. Hoe verhoudt deze passage zich tot het bestaande stelsel van landelijke inkomensvoorzieningen, het toeslagenstelsel en het gemeentelijk armoedebeleid? Wij willen graag weten wat het kabinet met deze passage bedoelt. Wij juichen de experimenteerruimte in de Participatiewet toe.
We vinden het wel belangrijk dat er voldoende ruimte komt voor gemeenten om te experimenteren en om inzicht te krijgen in de effecti- viteit van interventies voor de uitvoering. De afgelopen periode heeft het lang geduurd voordat de experimenten van start konden gaan. Voor het vervolg pleiten wij voor een minder benauwend kader en een snellere afwikkeling dan in de afgelopen periode. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 29 Terugdringen van schulden en armoede Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet wil het aantal mensen met problematische schulden terugdringen en mensen met schulden effectiever helpen. • De overheid heeft als schuldeiser een bijzondere verantwoordelijkheid om onnodige vergroting van schulden te voorkomen. De overheid dient de beslagvrije voet te respecteren. Om escalatie van schulden te voorkomen, wordt meer ingezet op direct contact met schuldenaren. De stapeling van boetes vanwege te laat betalen en bestuursrechtelijke premies wordt gemaximeerd. Mogelijkheden voor betalingsregelingen worden uitgebreid. • Bij incasso worden misstanden effectiever bestreden. De maximale incassokosten die in rekening mogen worden gebracht, worden gehandhaafd en er wordt bezien of het minimumbedrag omlaag kan. Er komt een incassoregister waarin incassobureaus worden opgenomen, die voldoen aan eisen met betrekking tot oprichting, bedrijfsvoering en opleiding.
Indien een incassobureau te vaak de fout ingaat, wordt het beboet en verliest het de registratie. • Excessen in kredietverlening zullen worden tegengegaan, net als verdienmodellen waarbij hoge rentes mensen in de problemen brengen en de kosten van wanbetaling op de samenleving worden afgewenteld. • De juridische afhandeling van schulden wordt verbeterd. Schuldeisers moeten eerst de mogelijk- heden van een betalingsregeling onderzoeken alvorens een zaak voor de rechter te brengen. Er komt een experiment met een schuldenrechter, die alle zaken van een schuldenaar geconcentreerd behandelt. • Met gemeenten en erkende vrijwilligersorganisaties wordt gewerkt aan een landelijk dekkend net- werk van vrijwilligersprojecten gericht op schuldhulp en financiële begeleiding. Wat betekent dit voor gemeenten? Wij vinden het positief dat er aandacht is voor de aanpak van problematische schulden. Het kabinet noemt een breed aantal maatregelen maar het zijn kleine stapjes. Wij willen graag een hogere ambitie van dit kabinet. En we willen graag met het kabinet in gesprek om een hogere ambitie te realiseren en gezamenlijk te komen tot een vernieuwende en effectievere schuldenaanpak. Om mensen effectiever te kunnen helpen en goed uitvoering te kunnen geven aan deze complexe taak, hebben gemeenten goede randvoorwaarden nodig van het Rijk.
De randvoorwaarden hebben VNG, Divosa, NVVK en Sociaal Werk Nederland benoemd in het pamflet ‘Naar een betere aanpak van schulden en armoede’ van april 2016. Het kabinet komt aan enkele randvoorwaarden tegemoet maar gaat wat ons betreft niet ver genoeg. Wij vinden het positief dat het kabinet benadrukt dat de overheid als schuldeiser een bijzondere verantwoordelijkheid heeft om onnodige vergroting van schulden te voorkomen. Maar er wordt voorbijgegaan aan de vereenvoudiging van de inkomensvoorzieningen en het toeslagenstelsel en aan het aanpakken van de preferente posities en bijzondere incassobevoegdheden van overheden en andere publieke instellingen. Wij zijn blij met de uitbreiding van de betalingsregelingen, het experiment met een schuldenrechter en het voornemen om het stapelen van boetes aan banden te leggen. Dit kan de effectiviteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening ten goede komen evenals het voorkomen van escalatie van schulden voor de burger. De bestuursrechtelijke premies worden gemaximeerd maar niet afgeschaft of omgezet naar een verplichte betalingsregeling. Wij vinden het een goede stap vooruit om te kijken of het minimumbedrag incassokosten van 40 euro omlaag kan. Het incassoregister kan van belang zijn in het terugdringen van misstanden maar het is nog onduidelijk hoe het incassoregister in de praktijk zal uitwerken en wie er toezicht op houdt.
We hebben ook vraagtekens bij een aantal andere beleidsvoor- nemens. Wij willen graag betrokken zijn bij de verdere uitwerking. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 30 Schuldhulpverlening Wat staat er in het regeerakkoord? Schuldhulpverlening is en blijft een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Via programmatische afspraken wenst het kabinet met gemeenten tot een vernieuwende schuldenaanpak en een verbeterd schuldhulpverleningstraject te komen. Hierbij kunnen de volgende thema’s aan bod komen: • Verbeteren van de (toegang tot) schuldhulpverlening, met kortere wachttijden. • Beter samenwerken met andere partijen om onnodig oplopen van schulden te voorkomen. • Voorkomen van uithuisplaatsingen, zeker als daar kinderen bij betrokken zijn. • Ruimte geven aan gemeenten om op lokaal niveau met vernieuwende aanpakken en maatwerk te experimenteren. Wat betekent dit voor gemeenten? Schuldhulpverlening is een gemeentelijke verantwoordelijkheid en de vier in het regeerakkoord genoemde thema’s staan al jarenlang in de beleidsplannen van gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte om op lokaal niveau met vernieuwende aanpakken en maatwerk te experimenteren. Dit sluit aan op de wens van gemeenten om gedragswetenschappelijke inzichten in te zetten bij het voorkomen van schulden en het verbeteren van de dienstverlening. Wij willen graag betrokken zijn bij de uitwerking hiervan.
In het land zien we al mooie aanpakken en experimenten. Daarbij wordt steeds meer bekeken wat werkt en wat effectieve interventies zijn. Adviesrecht gerechtelijke procedure schuldenbewind Wat staat er in het regeerakkoord? Gemeenten krijgen een adviesrecht in de gerechtelijke procedure rondom schuldenbewind. Wat betekent dit voor gemeenten? Wij willen graag met het kabinet in gesprek over de uitwerking van het adviesrecht in de gerechtelijke procedure rondom schuldenbewind. Wij zijn verheugd over deze passage in het regeerakkoord omdat wij jarenlang hebben gepleit voor meer grip en zicht op de instroom in beschermingsbewind, en een budget voor beschermingsbewind vanuit het Rijk. Het adviesrecht biedt een mooie kans om als gemeente voorafgaand aan een uitspraak tot de maatregel beschermingsbewind, samen met de betrokkene, te kijken of een ander aanbod zoals budgetbeheer met begeleiding passender is. Het is een mooie stap tot meer samenwerking tussen de kantonrechter, gemeenten en bewindvoerders om te zorgen dat de burger het aanbod kan krijgen dat nodig is. De inhoudelijke en financiële uitwerking is nog onduidelijk. Voorkomen schulden Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet stelt extra middelen beschikbaar voor het voorkomen van schulden en de bestrijding van armoede, in het bijzonder onder kinderen.
Het betreft 30 miljoen euro (2018), 25 miljoen euro (2019) en 25 miljoen euro (2020). Het zijn geen structurele middelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Wij verwachten dat de extra middelen ten goede komen aan gemeenten aangezien het een gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Op die manier kunnen gemeenten de verbinding maken tussen het voorkomen van schulden en de aanpak van schulden, en tussen het armoedebeleid en het sociaal domein; bovendien kunnen ze de verbinding maken met de lokaal betrokken partijen. Wij willen hierover nader in gesprek met het kabinet. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 31 2.2 Vernieuwing van het pensioenstelsel Jaar uitstel boete quotumwet arbeidsbeperking Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet streeft naar een inclusieve arbeidsmarkt die onder meer mensen met een arbeidsbeper- king meer kans op werk biedt. In de Wet banenafspraak is afgesproken om 125.000 extra banen te creëren voor mensen die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. De sector Overheid heeft met 3.600 nieuwe banen het beoogde aantal van 6.500 extra banen niet gehaald. Vanwege deze tegenvallende prestatie heeft het kabinet de quotumwet geactiveerd voor de sector Overheid, maar ook besloten om het heffen van de boete met een jaar uit te stellen. Deze boete wordt op zijn vroegst in 2020 geïnd.
Daarnaast verhoogt het kabinet het budget voor activering van en dienstverlening aan mensen in een kwetsbare positie, waardoor voor 20.000 extra personen de mogelijkheid voor beschut werk ontstaat. Gemeenten hebben met dit budget meer mogelijkheden om beschutte werkplekken te organiseren, maatwerk te bieden of werkgevers te ontzorgen. Wat betekent dit voor gemeenten? De quotumheffing is een middel om banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Het doel hiervan is om het aantal afgesproken banen te realiseren. Binnenkort krijgen alle individuele gemeenten een brief van de Belastingdienst met daarin het voor de betreffende gemeente vastgestel- de quotum. De VNG maakt samen met de overige overheidswerkgevers in de publieke sector een actieplan met maatregelen en activiteiten ter ondersteuning van de werkgevers in onze sectoren. Dit actieplan wordt in december 2017 gepubliceerd. Daarnaast blijven we in gesprek met het kabinet over de knelpunten waar gemeenten tegen aanlopen bij het in dienst nemen van mensen met een arbeidsbeperking. Deze doelgroep moet hier zo min mogelijk last van hebben. Wij roepen daarom gemeenten op om de knelpunten in de uitvoering bij de VNG te melden. Het kabinet heeft een wetsvoorstel in voorbereiding om deactivering van de quotumheffing mogelijk te maken voor werkgevers en vakbonden, als de aantallen uit de banenafspraak alsnog gehaald worden.
Wij vinden het regeerakkoord op het punt van beschut werk niet helder. Het is onduidelijk of het om 20.000 extra plekken gaat ten opzichte van het eerder vastgestelde aantal van 30.000. Dit geldt ook voor de wijze van financiering: per werkplek of via de nieuwe loondispensatieregeling. De kosten zijn voor gemeenten hoger dan de subsidie van het Rijk. Daarnaast zullen met hogere aantallen de uitvoeringskosten stijgen. Ook moet er voorkomen worden dat verschillende doelgroepen elkaar verdringen op de arbeidsmarkt door de wijze van financiering. Met sociale partners volgende stap naar toekomstbestendig pensioenstelsel Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet wil met sociale partners een stap zetten naar een toekomstbestendig pensioenstelsel. Een nieuw stelsel waarbij de elementen van verplichtstelling, collectieve uitvoering, risicodeling en fiscale ondersteuning in stand blijven. De hervorming is gericht op persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling waarbij de doorsneesystematiek wordt afgeschaft. Op deze manier worden verwachtingen beter waargemaakt, zijn er minder spanningen tussen generaties en sluit het pensioen- stelsel beter aan op de veranderde arbeidsmarkt. Wat betekent dit voor gemeenten? Wij zien het belang en de noodzaak tot aanpassing van het huidige pensioenstelsel.
Een transitie die een aantal jaren zal duren en die met de nodige zorgvuldigheid moet verlopen. Dit betekent dat sociale partners, ook in de publieke sector, voldoende tijd hebben voor de implementatie om de regelingen aan te passen aan de nieuwe situatie. Een regeling die eenvoudig moet zijn en niet leidt tot complexiteit in de uitvoering. Voor ons is het ook van belang dat het nieuwe stelsel een meer stabiele premie laat zien. De afschaffing van de doorsneepremie moet kostenneutraal plaatsvinden voor de werkgever. Met andere woorden: de kosten van de transitie naar een nieuw stelsel mogen niet worden afgewend worden op de werkgevers in de publieke sector, waaronder de gemeenten. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 32 2.3 Wonen Lokaal maatwerk voor nieuwe Omgevingswet Wat staat er in het regeerakkoord? Met de nieuwe Omgevingswet krijgen gemeenten meer verantwoordelijkheden, meer instrumenten en meer vrijheid in het ruimtelijk beleid en het woonbeleid. Dat biedt mogelijkheden tot regionaal en lokaal maatwerk om te sturen op omvang, samenstelling en kwaliteit van de woningbouwproductie. Het kabinet zal in overleg met medeoverheden, woningcorporaties en andere stakeholders afspraken maken over het aanjagen van de woningbouwproductie. Er moeten meer betaalbare huurwoningen in de vrije sector komen.
Op plaatsen waar geen commerciële partij bereid blijkt of in staat is om te investeren in midden-huurwoningen wordt de markttoets vereenvoudigd. Corporaties die investeren in verduurzaming komen in aanmerking voor een korting op de verhuurderheffing. Het kabinet reserveert hier 100 miljoen euro per jaar voor. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen inzetten op (het verhogen van de) woningbouwproductie. Het investeren in middenhuurwoningen heeft prioriteit. Voor verduurzaming van de sociale woningvoorraad komt 100 miljoen euro beschikbaar. 2.4 Economie, innovatie en vestigingsklimaat Rijksoverheid ‘deals’ Wat staat er in het regeerakkoord? Om regionale kansen te benutten sluit de Rijksoverheid ‘deals’ met decentrale overheden, waarin de partijen zich verplichten om samen aan nieuwe oplossingen te werken. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten werken in toenemende mate gericht regionaal samen en in triple helix verband op het gebied van economie. We zien goede aanknopingspunten in het regeerakkoord voor versterking van die samenwerking door middel van o.a. regiodeals en ruimte voor experimenteer- en regelruimte om regionale kansen verder te benutten. Deals met gemeenten op sociaaleconomische en digitale thema’s Wet markt en overheid Wat staat er in het regeerakkoord? De algemeen belang uitzondering in de Wet markt en overheid wordt aangescherpt.
Het is niet duidelijk hoe die aanscherping eruit zal zien. Het wetsvoorstel dat nu ter internetconsultatie voorligt wil voor algemeen belang besluiten de uniforme openbare voorbereidingsprocedure verplicht stellen, evenals een vijfjaarlijkse evaluatie. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten neemt de regeldruk toe, als de algemeen belang uitzondering wordt aangescherpt. In onze reactie op het wetsvoorstel gaan we hierop in. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 33 2.5 Hervorming belastingstelsel Verruiming lokaal belastinggebied Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet voert een flink aantal belastinghervormingen door, die ook gericht zijn op het verlagen van de lasten op arbeid. Een verruiming van het gemeentelijke belastinggebied had hieraan kunnen bijdragen. Ondanks dat het vorige kabinet bouwstenen heeft geformuleerd voor uitbreiding van het lokale belastinggebied, maken deze geen onderdeel uit van het pakket aan belastingmaatregelen. Wat betekent dit voor de gemeenten? De financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten, waarbij gemeenten voor hun inkomsten in hoge mate afhankelijk zijn van rijksuitkeringen, wordt niet hervormd door dit kabinet. Er komt dus geen verschuiving van rijksbelastingen naar lokale belastingen.
De VNG heeft zich hier steeds hard voor gemaakt, om het evenwicht tussen betalen, bepalen en verantwoorden beter in balans te brengen met de vele taken die gemeenten de laatste jaren erbij hebben gekregen. Geen compensatie voor aangepaste btw-vrijstelling op sport Wat staat er in het regeerakkoord? Als gevolg van een uitspraak van het Hof van Justitie van de EU wordt naar verwachting de btw-sport- vrijstelling in de Nederlandse wetgeving aangepast. De staatssecretaris van Financiën heeft steeds aangegeven dat dit nadeel wordt gecorrigeerd binnen het gemeentefonds. Voor het Rijk kan een dergelijke oplossing budgetneutraal worden uitgevoerd. In het regeerakkoord is deze compensatie echter niet terug te vinden. Wat betekent dit voor gemeenten? Als de btw-sportvrijstelling wordt aangepast, heeft dit aanzienlijke financiële gevolgen voor gemeenten in de orde van grootte van 200 miljoen euro per jaar. Ondanks dat er in het regeerakkoord geen melding van wordt gedaan, gaan wij ervan uit dat het kabinet bij het opstellen van de startnota dit nadeel zal corrigeren. Het gaat om een effect dat niet is beoogd en budgetneutraal kan worden opgelost. Indien nodig wordt dit onderwerp meegenomen in de gesprekken met het kabinet over een Sportakkoord.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 34 3 Nederland wordt duurzaam 3.1 Klimaat en energie Klimaat en duurzaamheid Wat staat er in het regeerakkoord? Het Klimaatakkoord van Parijs wordt in het regeerakkoord onderschreven en de EU-ambitie wordt aangescherpt. In 2030 moet een reductie van de emissies van broeikasgassen met 49% zijn gehaald. Veel aandacht gaat uit naar klimaat en energie in brede zin, en naar maatregelen op de gebouwde omgeving in het bijzonder. Nieuwbouwwoningen krijgen geen aardgasaansluiting meer, maar een ‘warmterecht’. Aan het eind van de kabinetsperiode moeten jaarlijks 30.000-50.000 bestaande woningen van het aardgas afgehaald worden, zodat in 2030 de hele voorraad van zes miljoen woningen aardgasvrij is. De regierol die gemeenten daarbij gaan krijgen is duidelijk benoemd. Voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving worden regionale plannen uitgewerkt met gemeenten, provincies, waterschappen en netbeheerders, waarin naar een optimale mix wordt gezocht van energiebesparing, duurzame warmte en duurzame opwekking. De decentrale overheden krijgen daarbij het voortouw wat wordt vastgelegd in een bestuursakkoord. In de begroting is 300 miljoen euro per jaar vrijgemaakt om het toekomstig beleid succesvol in te richten, expertise op te bouwen en proefprojecten uit te voeren.
De hoofdlijnen van de afspraken op het terrein van klimaat en energie worden verankerd in een Klimaatwet. Daarnaast komt er een nationaal Klimaat- en energie- akkoord om de maatschappelijke en bestuurlijke partijen waaronder gemeenten meer zekerheid te geven over lange termijndoelen. Ook in de komende jaren wordt de lijn van brede samenwerking tussen overheden én (maatschappelijke) partners voortgezet. Opvallend is dat het regeerakkoord duidelijk inzet op afvang en opslag van CO2 om doelstellingen te halen. Wat betekent dit voor gemeenten? De ‘Investeringsagenda, naar een duurzaam Nederland’ van VNG, IPO en UvW wordt grotendeels overgenomen en er is sprake van een duidelijke gemeentelijke regierol. Samenwerking met de andere overheden – en daarnaast ook de (maatschappelijke) partners – komt nog meer centraal te staan. Van gemeenten wordt een flinke inzet gevraagd op de samenwerking met andere partijen en op het betrekken van ‘de maatschappij’ bij de energietransitie. Gemeenten moeten hiervoor wel de financiële ruimte krijgen. De opgave in het regeerakkoord zal van gemeenten veel inzet vragen en de opgave is niet vrijblijvend. De VNG gaat ervan uit dat binnen de genoemde budgetten voor energie en klimaat ruimte wordt vrijgemaakt om de 55 miljoen euro uit de Investeringsagenda in te zetten voor integrale (gebiedsge- richte) aanpak van de verduurzaming van de gebouwde omgeving.
Het gaat daarbij om een integrale aanpak, waarbij ook rekening wordt gehouden met mobiliteit, energiebesparing bij bedrijven, tegengaan van hitte en droogte, etc. Regionale energie en klimaatplannen moeten worden ontwikkeld onder regie van decentrale overheden tezamen (met netbeheerders als expliciet benoemde partner). Het is de vraag of, en hoe de 300 miljoen euro kan worden besteed en of dit voldoende is om de ambitie waar te maken. Daarvoor moeten de randvoorwaarden goed geregeld zijn. Denk daarbij aan (proces)geld dat beschikbaar komt, wet- en regelgeving die dit ondersteunt en het daadwerkelijk krijgen van benodigde bevoegdheden. Bij deze grote verantwoordelijkheid in de verduurzamings- opgave hoort dus expliciet een aanzienlijk budget en ruimte in bevoegdheden. De VNG wil niet afhankelijk zijn van afvang en opslag van CO2 om de doelstellingen te halen. In het Deltaprogramma wordt de nadruk gelegd op het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland. In een bestuursakkoord met medeoverheden worden afspraken gemaakt over klimaat- adaptatie. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 35 3.2 Mobiliteit Duurzaam en veilig vervoer Wat staat er in het regeerakkoord? Gestreefd wordt naar een slim en duurzaam vervoerssysteem waarvan de delen naadloos op elkaar aansluiten.
Het regeerakkoord onderschrijft het belang van gemeentelijke milieuzones en streeft naar een uniformering van de verkeersborden. Er komt eenmalig een extra bedrag van 100 miljoen euro voor cofinanciering van gemeentelijke en provinciale investeringen in fietsinfrastructuur en fietsen- stallingen bij OV-knooppunten. De regering geeft een hoge prioriteit aan verkeersveiligheid door het “Manifest Verkeersveiligheid: een nationale prioriteit” geheel over te nemen. De maximumsnelheden blijven gehandhaafd. In 2030 moeten alle nieuwe auto’s emissieloos zijn, de tank- en laadinfrastructuur moeten klaar zijn voor het nieuwe wagenpark. Notoire verkeersovertreders krijgen een hardere aanpak. Het Infrastructuurfonds wordt omgevormd tot een Mobiliteitsfonds, waarin niet langer de modaliteit maar de mobiliteit centraal staat. Er komen pilots om ervaring op te doen met alternatieve vormen van vervoer en betaling. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is het belangrijk dat steden, kernen en economische zones goed en veilig bereikbaar zijn. Daarbij past een modern en schoon mobiliteitsaanbod inclusief de fiets.
Samen met de andere decentrale overheden en het nieuwe kabinet willen gemeenten aan de slag om: te experimenteren met ‘anders betalen voor mobiliteit’; de verkeersveiligheid te verbeteren waarbij we notoire verkeer- sovertreders ook binnen de bebouwde kom aanpakken; stappen te zetten om van doelgroep- en openbaar vervoer te komen tot een integraal aanbod van publiek vervoer; milieuzones en elektrisch vervoer in te zetten om de strengere CO2-doelstelling te kunnen halen; de basis te leggen voor een flexibeler en toekomstbestendig wettelijk kader waarin rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld drukte in de stad, nieuwe voertuigen en sturen op emissie. De inzet van het rijk, waaronder het prioriteren van verkeersveiligheid en de 100 miljoen euro voor fietsinfrastructuur sluiten hierop aan. Er zijn echter nog geen concrete toezeggingen om handhaving bij decentrale overheden te verbeteren. Waar het gaat om de maximumsnelheid is het positief dat deze wordt gehandhaafd, onder andere voor landbouwvoertuigen. Binnen de bebouwde kom is wel de behoefte om te experimenteren met het verlagen van de maximumsnelheid omdat juist hier veel verkeersstromen en voertuigen met grote massaverschillen samenkomen. Lagere parkeertarieven emissieloze auto’s Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet streeft ernaar Nederland mobiel en bereikbaar te houden.
Tegelijkertijd neemt het kabinet maatregelen om de belasting voor het klimaat, de luchtkwaliteit en de leefomgeving te beperken. Door het hanteren van lagere parkeertarieven voor emissieloze auto’s kunnen gemeenten de luchtkwa- liteit in binnensteden verbeteren. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG steunt de inzet van fiscale instrumenten in de lokale heffingen; we willen graag over de volle breedte van het lokale belastinggebied duurzame mogelijkheden verkennen. In veel grote en middelgrote gemeenten wordt parkeren belast. Dit gebeurt door een parkeervergun- ning voor bewoners in een bepaald gebied of door het betalen van een uur- of dagtarief. De parkeer- belastingen die gemeenten nu heffen, zijn gedifferentieerd naar tijd en plaats. Differentiatie naar milieukenmerken van voertuigen, zoals de emissie, is nu niet toegestaan. Hiervoor is een wetswijziging nodig. Differentiatie van het parkeertarief naar milieukenmerken zou zorgen voor een toename van de uitvoeringskosten. Dit geldt vooral voor parkeerplaatsen met parkeermeters, omdat zowel de eigenaar als de parkeercontroleur informatie moet hebben over de milieukenmerken van het voertuig. Ook moeten parkeermeters worden aangepast. Omdat gemeenten bij het heffen van parkeerbelastingen verschillende doelen en wensen hebben, zal deze maatregel gemeenten de ruimte moeten geven om daarin eigen keuzes en afwegingen te maken.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 36 Zelfrijdende voertuigen stimuleren door beschikbaar stellen open data Wat staat er in het regeerakkoord? Bij ontwerp, aanleg en onderhoud van infrastructuur wordt rekening gehouden met zelfrijdende voertuigen en benodigde systemen in of langs de weg. Overheidsinformatie over verkeer komt zoveel mogelijk via open data beschikbaar voor voertuigen, apps en reisplanners. Om ieders privacy te waarborgen worden spelregels vastgelegd over eigendom en gebruik van reisdata. Wat betekent dit voor gemeenten? Ook gemeenten beschikken over (lokale) data over mobiliteit. Het is nog de vraag hoe de ambitie van het kabinet impact gaat hebben op het openstellen door gemeenten van deze data. 3.3 Gaswinning Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet geeft aan dat de impact van aardbevingen in Groningen enorm is. Met veiligheid voorop wil men stapsgewijs de gaswinning verlagen en werken aan herstel van woningen en overige bouwwer- ken. Er komt een fonds voor investeringen in de leefbaarheid en economie van de regio, die afhanke- lijk is van aardgasbaten (op dit moment 50 miljoen per jaar). Ook zullen er in deze kabinetsperiode geen opsporingsvergunningen worden afgegeven voor nieuwe gasvelden; bestaande vergunningen blijven van kracht. Daarnaast speelt de ondergrond een steeds belangrijker rol voor de overgangsfase van fossiele naar duurzame energie.
Waar nodig zal wetgeving worden aangepast om mogelijke risico’s bij het gebruik van de ondergrond een betere plek in het besluitvormingsproces te geven. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is een goede zaak dat in het regeerakkoord aandacht is voor een evenwichtige omgang met de ondergrond, ook als het gaat om gaswinning. Op basis van de tekst uit het regeerakkoord verwachten wij dat de Groningse gemeenten en haar inwoners beter dan nu in staat worden gesteld om om te gaan met de negatieve effecten van gaswinning. Wij zullen daarbij het nieuwe kabinet bevragen over hoe zij actief haar rol blijft vervullen nadat de gaswinning in Groningen is gestopt. Immers, ook na beëindiging van de gaswinning kan er seismische activiteit in de Groningse bodem plaatsvinden. Wij gaan er daarbij vanuit dat het kabinet haar verantwoordelijkheid niet beperkt tot de huidige termijnen van schadeaansprakelijkheid van de mijnbouwwet. Onderdeel van de evenwichtige omgang met de ondergrond is ook het uit kunnen leggen van nut en noodzaak van gaswinning en ander gebruik van de ondergrond op lokaal niveau. Hiervoor wij voornemens een informeel bestuurlijk platform in te richten, waarbij wij er vanuit gaat dat het Rijk dit financieel gezien mogelijk maakt.
Bedoeling is om met dit platform enerzijds deskundigheid te ontsluiten waardoor gemeenten beter in staat zijn om de vaak complexe en technische rapporten over de ondergrond te interpreteren. Anderzijds kan het platform actief met het ministerie van EZ in gesprek gaan om zo ten aanzien van mijnbouwactiviteiten een betere procesgang tussen overheid en samenleving tot stand te brengen. Essentieel is daarbij aandacht voor de evenwichtige omgang met de ondergrond op lokaal niveau, inclusief nut en noodzaak van de activiteit. 3.4 Landbouw, voedsel, natuur, visserij en dierenwelzijn Landbouw Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet wil bekijken hoe de problematiek van veedichte gebieden aangepakt kan worden, en hoe een warme sanering van de varkenshouderij in belaste gebieden (met name Noord-Brabant) vorm kan krijgen. Het Rijk reserveert hiervoor 100 miljoen euro in 2018 en 2019. Daarnaast zal het Rijk de samenwerking in Regio FoodValley ondersteunen en de uitkomsten daarvan beschikbaar maken voor de rest van Nederland. Ook wil het kabinet dat de broeikasgasemissie uit de landbouw in 2030 met 3,5 Mton afneemt. Het kabinet wil het aantal stalbranden verminderen en zal daarbij samenwerken met Vereniging van Nederlandse Gemeenten 37 verzekeringsmaatschappijen.
Initiatieven die de verbinding tussen boer en burger versterken worden ondersteund, zoals stadslandbouw en de verkoop van streekproducten. Wat betekent dit voor gemeenten? Sinds de publicatie van het rapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden’ pleit de VNG voor aanvullend instrumentarium om volksgezondheidsaspecten mee te kunnen wegen bij besluiten over ruimte en milieu. In het regeerakkoord is hierover niets opgenomen, maar mogelijk komt er ondersteuning bij de aanpak van gezondheids- en leefomgevingsrisico’s in het kader van de aanpak van veedichte gebieden. Natuur Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet wil in de directe omgeving van Natura 2000 gebieden in samenwerking met boeren bekijken of agrarisch natuurbeheer een bijdrage kan leveren aan de klimaatopgave en natuurherstel. De programmatische aanpak stikstof (PAS) wordt voortgezet, maar zo nodig aangepast naar aanleiding van de uitspraken van het Europees Hof. Wat betekent dit voor gemeenten? In de komende regeerperiode komt er meer inzicht in de houdbaarheid van de PAS. De PAS-systema- tiek blijft gehandhaafd. 3.5 Leefomgeving Kwaliteit oppervlaktewater en drinkwater Wat staat er in het regeerakkoord? De hoeveelheid microplastics, medicijnresten en andere hormoonverstorende stoffen in het drink- en oppervlaktewater is de laatste jaren toegenomen.
In overleg met relevante sectoren komt het kabinet met een beleidsprogramma om dit op een kosteneffectieve manier terug te dringen. Wat betekent dit voor gemeenten? De aankondiging van een bestuursakkoord biedt mogelijkheden om het onderdeel klimaatadaptatie uit de gezamenlijke investeringsagenda van VNG, IPO en UvW te realiseren. Omgevingswet Wat staat er in het regeerakkoord? Het traject van de Omgevingswet wordt voortgezet. De datum van inwerkingtreding is verschoven naar 1 januari 2021. De einddatum van de transitie verandert echter niet (2029). Bij de omzetting van de bestaande wetten en AMvB’s die geheel of gedeeltelijk opgaan in de Omgevingswet en de vier AMvB’s onder de Omgevingswet, wordt aangesloten bij de doelen en instrumenten van de oorspron- kelijke wetten en AMvB’s (‘beleidsneutraliteit’). Wat betekent dit voor gemeenten? Beleidsneutraliteit blijft uitgangspunt bij omzetting van bestaande wetten naar de Omgevingswet. Wel krijgen gemeenten te maken met nieuw beleid en regelgeving op het gebied van klimaat en wonen, gelet op de ambitie van de nieuwe regering op deze terreinen. Deze beleidsterreinen worden uiteindelijk via de Omgevingswet gereguleerd. Dat betekent dat gemeenten, buiten de in het regeerakkoord genoemde opgaven op het gebied van klimaat en wonen, niet onverwacht worden geconfronteerd met grote beleidswijzigingen.
Die duidelijkheid helpt hen bij (het voorbereiden van) de implementatie van de Omgevingswet. Iets waarmee niet vroeg genoeg begonnen kan worden vanwege de omvang en complexiteit van deze transitie. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 38 Nationale Omgevingsvisie Wat staat er in het regeerakkoord? Het kabinet komt vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet met een eerste Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Deze NOVI bevat kaders voor de bescherming van de nationale belangen. Wat betekent dit voor gemeenten? De Nationale Omgevingsvisie is voor gemeenten belangrijk omdat zij richting geeft aan ontwikke- lingen waarvoor ook lagere overheden zich inzetten, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en andere majeure ontwikkelingen in onze leefomgeving. Richting en duidelijkheid over ieders rol en verantwoordelijkheden is daarbij cruciaal om de samenwerking optimaal vorm te geven en Nederland toekomstbestendig te maken. Bij het bepalen van de nationale belangen en de wijze van bescherming ervan is het belangrijk om de expertise en ervaring van gemeenten, provincies en regio’s te betrekken en dat er rekening wordt gehouden met de gemeentelijke belangen. Luchtkwaliteit Wat staat er in het regeerakkoord? De rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het realiseren van Europese doelstellingen op het terrein van lucht en water.
Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit eindigt met de inwerking- treding van de Omgevingswet en wordt vervangen door een Nationaal Actieplan Luchtkwaliteit. Het kabinet laat de mogelijkheid bestaan voor gemeenten om milieuzones in te stellen en lagere parkeertarieven te hanteren voor emissieloze auto’s, om zo om de luchtkwaliteit in binnensteden te verbeteren. Wel komt er één systeem met eenduidige categorieën en borden voor milieuzones, zodat automobilisten in elke gemeente de regels snappen. Wat betekent dit voor gemeenten? Met de overgang van het NSL naar een Nationaal Actieplan Luchtkwaliteit behouden we een nationaal programma dat gericht is op de verbetering van de luchtkwaliteit in Nederland. Circulaire economie Wat staat er in het regeerakkoord? Als onderdeel van de klimaatopgave worden de transitieagenda’s uit het Grondstoffenakkoord uitgevoerd. Daarbij legt het kabinet een extra accent op ontwikkeling en verspreiding van kennis en best practices. Ook inventariseert het kabinet welke knelpunten in regelgeving duurzame innovaties in de weg staan en opgelost kunnen worden. Wat betekent dit voor gemeenten? Het uitvoeren van de transitieagenda’s die richting geven aan het realiseren van een circulaire economie, biedt een kans om ook op lokaal niveau een verschil te maken.