7.0 VNG - Model Participatieverordening 2024
Tekst van het document
vng.nl Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Geachte leden van college en gemeenteraad, In verband met de Wet versterking participatie op decentraal niveau moeten gemeenten hun inspraakverordening vervangen door een participatieverordening. Gemeenten hebben hiervoor de tijd tot 1 januari 2027. Om gemeenten hierin te ondersteunen biedt de VNG hierbij een Model Participatieverordening inclusief toelichting en een implementatiehandleiding aan. In deze ledenbrief informeren we u over de inhoud van de Wet versterking participatie op decentraal niveau (hierna: de wet) en wat dit van gemeenten vraagt. Daarnaast gaan we in op de totstandkoming van Model Participatieverordening, de twee varianten waar uit de verordening bestaat en de verhouding met de Omgevingswet. Inhoud Wet versterking participatie op decentraal niveau De wet wijzigt artikel 150 van de Gemeentewet. Het doel is om de participatie van inwoners en maatschappelijke partijen te bevorderen. De wetgever vindt het belangrijk dat inwoners invloed kunnen uitoefenen op beslissingen die hen aangaan. Met hun ideeën en kennis kunnen zij ervoor zorgen dat besluiten van de gemeente beter aansluiten bij hun behoeften. Participatie is onderdeel van een sterke en levendige democratie. Tegen die achtergrond breidt de wet participatie verder uit.
Op dit moment zijn gemeenten verplicht, op grond van artikel 150 van de Gemeentewet, om een inspraakverordening te hebben. In deze verordening is geregeld wanneer en op welke wijze inwoners betrokken worden bij de voorbereiding van beleid. De wet wijzigt de Gemeentewet met ingang van 1 januari 2025. Gemeenten moeten hun inspraakverordening vanaf dat moment binnen twee jaar vervangen door een participatieverordening en inwoners niet alleen betrekken bij de totstandkoming van beleid, maar ook bij de uitvoering en de evaluatie van beleid. Daarnaast moeten gemeenten in de participatieverordening bepalen onder welke voorwaarden het Aan de leden Datum 19 december 2024 Ons kenmerk U202400498 Lbr.24/051 Telefoon 070 3738393 Bijlage(n) 2 Onderwerp Model Participatieverordening 2024 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/4 uitdaagrecht wordt toegepast. Het uitdaagrecht houdt in dat inwoners en maatschappelijke partijen de gemeente vragen om de uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen. Wat vraagt dit van gemeenten? Gemeenten zijn vrij om te kiezen hoe zij de betrokkenheid van inwoners en het uitdaagrecht willen uitwerken in hun verordening. Met bijgaande Model Participatieverordening biedt de VNG gemeenten daar handvatten voor. Gemeenten die nog niet over een participatieverordening beschikken kunnen dit model gebruiken om een eigen participatieverordening vast te stellen.
Gemeenten die al wel over een participatieverordening beschikken hoeven die, als de verordening aan de wet voldoet, niet aan te passen. Zij kunnen de Model Participatieverordening eventueel wel gebruiken om hun eigen verordening aan te vullen. De VNG merkt op dat de invoering van een nieuwe participatieverordening wel iets van gemeenten vraagt. De verordening moet passen bij de cultuur en werkwijze van de gemeente en de behoeften van de inwoners. Om te komen tot een participatieverordening zal dus in de eerste plaats een gesprek gevoerd moeten worden over wat de wensen en behoeften zijn, maar ook over welke veranderingen dit met zich meebrengt. Bijvoorbeeld voor de ambtelijke capaciteit, maar ook voor de houding en het gedrag. Dit gesprek zal zowel binnen de gemeentelijke organisatie (college, raad en ambtenaren) als met de inwoners en maatschappelijke partijen moeten plaatsvinden. De Quick Scan Lokale Democratie van de VNG kan hier behulpzaam bij zijn. Als dat gesprek is gevoerd, zal een plan moeten worden gemaakt om de veranderingen door te voeren, het daarvoor benodigde beleid vast te stellen en de invoering van de verordening voor te bereiden. De participatieverordening vraagt een permanent andere inzet van de gemeente. Uitgangspunt is dat inwoners veel meer betrokken worden bij alle fasen van het beleidsproces.
Gemeenten die al aan de slag zijn gegaan met de participatieverordening geven aan da t dit een belangrijke cultuurverandering binnen de organisatie is. Pas als duidelijk is hoe die cultuurverandering tot stand kan komen en hiervoor beleid is vastgesteld, kan een gemeente de verordening vaststellen. Totstandkoming Model Participatieverordening Bij de totstandkoming van deze Model Participatieverordening zijn diverse partijen betrokken geweest. Zo is met een aantal gemeenten gesproken die al ervaring hebben met een participatieverordening. Raadsleden zijn betrokken om een goede invulling te kunnen geven aan de rol van de raad in participatieprocessen. Deskundigen vanuit de wetenschap of vanuit adviesbureaus hebben meegedacht en de rol en positie van bewoners en maatschappelijke partijen is afgestemd en ingevuld met een vertegenwoordiging van de Vereniging LSA bewoners. Twee varianten in de Model Participatieverordening De Model Participatieverordening bestaat uit twee varianten. Variant één biedt een basis. Hier wordt uitgewerkt hoe en wanneer inwoners betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Ook het uitdaagrecht (onderdeel van de uitvoering van beleid) is hierin uitgewerkt. Er zijn diverse keuzes opgenomen om zaken meer of minder gedetailleerd uit te werken.
De tweede variant biedt mogelijkheden om ook doelen en uitgangspunten in de verordening op te nemen. Verder gaat het in deze variant niet alleen om het uitdaagrecht, maar om overheidsparticipatie in bredere zin. En wordt in deze variant invulling gegeven aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/4 mogelijkheden die inwoners en maatschappelijke partijen krijgen om ondersteuning te vragen aan de gemeente bij hun plannen voor de samenleving. Tot slot biedt ook deze variant diverse keuzemogelijkheden. Zo kan een gemeente een experimenteerbepaling opnemen om met enige regelmaat een nieuwe participatievorm toe te passen. Een gemeente kan ervoor kiezen om nu een keuze te maken voor variant 1 en om participatie op enkele beleidsterreinen in te zetten en dit geleidelijk uit te breiden op andere terreinen en andere mogelijkheden (ontwikkelen richting variant 2). Verhouding met de Omgevingswet Het is aan gemeenten zelf om te bepalen of de participatieverordening ook betrekking heeft op de instrumenten uit de Omgevingswet zoals de omgevingsvisie of het omgevingsplan. Als een gemeente besluit de participatieverordening daarop van toepassing te verklaren, dan is het wel van belang rekening te houden met de motiveringsplicht uit het Omgevingsbesluit.
Op grond daarvan moet een gemeente, bij het vaststellen of wijzigen van bijvoorbeeld een omgevingsvisie of omgevingsplan, kenbaar maken hoe ze aan de participatieverordening uitvoering heeft gegeven. Verder verdient opmerking dat een gemeente de participatieverordening niet op alle instrumenten uit de Omgevingswet van toepassing kan verklaren. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet een aanvrager wel kenbaar maken of participatie heeft plaat sgevonden en zo ja, wat de resultaten daarvan waren, maar participatie is op grond van de Omgevingswet niet verplicht voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten: de aanvrager dient enkel aan te geven of hij heeft geparticipeerd. Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten geldt wel dat de gemeenteraad participatie kan verplichten maar de participatie zelf is vormvrij. Het is dus aan de aanvrager om hier invulling aan te geven. Bijlagen Deze ledenbrief bevat twee bijlagen: Bijlage 1 – Model Participatieverordening 2024 met algemene en artikelsgewijze toelichting. Bijlage 2 – Implementatiehandleiding bij de Model Participatieverordening 2024. Dit is een nadere toelichting van de te maken keuzes en instructies voor de toepassing van de verordening. Meer informatie Op de VNG website Lokale Democratie (lokale-democratie.nl) is informatie te vinden over participatie en uitdaagrecht.
Naast informatie over gemeenten die al een participatieverordening hebben vastgesteld (aan de hand van een kaart van Nederland) is daar ook informatie over de in deze brief genoemde Quick Scan Lokale Democratie te vinden. Vragen? Neem contact op via info@vng.nl. De informatie uit deze ledenbrief wordt ook geplaatst op de website van de VNG. De modelverordening zal opgenomen worden in de Kennisbank Decentrale Regelgeving van Sdu. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/4 Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten mr L.K. Geluk Algemeen directeur