CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

6.2 Voorbereidingsgroep Invoering wijziging Wgr IJsselland - Brief-minister-BZK-inzake-wijziging-Wet-gemeenschappelijke-regelingen-19-april-2022.pdf

Raadsvergadering 24 januari 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.431 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Datum 19 APR 2022 Betreft wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen DGBRW Democratie en Bestuur Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.linkedin.com/company/ ministerie-van-bzk Contactpersoon info.openbaarbestuur@minbzk .n1 Kenmerk 2022-0000102455 Uw kenmerk Geachte heer/mevrouw, Met ingang van 1 juli 2022 treedt een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in werking. 1 Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Om de kaderstellende en controlerende rol van de volksvertegenwoordiging beter in te kunnen vullen en de democratische legitimatie te verbeteren wordt met deze wetswijziging een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten. Een aantal van deze wijzigingen treedt op 1 juli direct in werking, maar een ander deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding geïmplementeerd moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen. Met deze brief informeer ik u over deze wijzigingen.

Volksvertegenwoordigingen 2 krijgen door deze wijziging meer mogelijkheden om invloed uit te oefenen op samenwerkingsverbanden. De verschillende aanpassingen en aanvullingen zullen hierna kort worden toegelicht. De wijzigingen van de Wqr zijn onder te verdelen in drie categorieën: 1. De versterking van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen. 2. De introductie van aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden. 3. Het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling. Ad. 1 Versterken positie raden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regeling a. Zienswijze bij treffen regeling: Om de positie van de raad te verbeteren wordt de raad het recht toegekend om bij een ontwerpregeling een zienswijze naar voren te brengen. De raad 1 Stb. 2022, 18 (voor de parlementaire behandeling zie Kamerstukken 33 513). 2 Waar hierna wordt gesproken over gemeenteraden of raden worden tevens provinciale staten en de algemene besturen van waterschappen bedoeld. Pagina 1 van 4 kan zijn opvatting binnen acht weken kenbaar maken. Wanneer volgens de raad te weinig is gedaan met een zienswijze kan de raad ervoor kiezen geen toestemming te verlenen voor de gemeenschappelijke regeling. b.

Zienswijze voor besluiten: Ook wordt een verplichting geïntroduceerd om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vatbaar zijn voor een zienswijze aan de gemeenteraden. Hierdoor wordt het voor gemeenteraden mogelijk hun opvatting te geven over een voorgenomen besluit. In de gemeenschappelijke regeling kan ook worden afgesproken dat geen besluiten vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee in dienen te stemmen (art. 1 Wgr). c. Gemeenschappelijke adviescommissie: De gemeenteraden van de deelnemende gemeenten krijgen de mogelijkheid om bij een gemeenschappelijke regeling zijnde een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie in te laten stellen bestaande uit raadsleden van de deelnemende gemeenten. Door middel van deze adviescommissie kunnen gemeenteraden in een vroeg stadium worden betrokken bij geplande besluiten van het bestuur van het openbaar lichaam. Daarnaast kan de adviescommissie het bestuur adviseren omtrent voorgenomen besluiten en (gezamenlijke) standpunten van de raden van de deelnemende gemeenten ten aanzien van de gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam) voorbereiden.

De gemeenschappelijke adviescommissie is onderdeel van de gemeenschappelijke regeling en wordt daarom ingesteld door het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam) is verplicht om de commissie in te stellen als de raden hierom vragen. Er is geen sprake van delegatie van bevoegdheden aan de gemeenschappelijke adviescommissie. Uiteindelijk blijven de raden beslissingsbevoegd. d. Afspraken over participatie: In elke regeling moet worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze, burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. e. Actieve informatieplicht: Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het college van B&W heeft ten opzichte van de gemeenteraad. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. f.

Extra vergoeding voor lidmaatschap nieuwe gemeenschappelijke commissies: Raadsleden die naast hun reguliere raadslidmaatschap lid zijn van een gemeenschappelijke adviescommissie of een gemeenschappelijke DGBRW Democratie en Bestuur Datum Kenmerk 2022-0000102455 Pagina 2 van 4 onderzoekscommissie, zoals geïntroduceerd met deze wetswijziging, kunnen aanspraak maken op een extra vergoeding. Voor de hoogte van de aanvullende vergoeding wordt aangesloten bij de hoogte van bestaande vergoedingen, zoals geregeld in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Ad. 2 De introductie van aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden g. Recht van onderzoek: Door het recht van onderzoek, ook wel recht van enquête genoemd, krijgen de gezamenlijke gemeenteraden de mogelijkheid om een gezamenlijke enquête uit te voeren naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling. Voorwaarde voor de instelling van een gemeenschappelijke onderzoekscommissie is dat alle raden hiermee instemmen. Verder is het van belang dat een gezamenlijke enquête niet kan worden ingesteld als een gemeenschappelijke regeling getroffen of mede getroffen is door de raden. h.

Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers: Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen. Met deze wijziging wordt verduidelijkt dat de lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan een gemeentè deelneemt. Ad. 3 Het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling i. Afspraken over evaluatie: Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. De meerwaarde van een evaluatie is dat periodiek wordt stilgestaan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze wordt niet voorgeschreven. Er kan dus ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren, maar dit is dan een bewuste keuze waar de gemeenteraad bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee dient in te stemmen. j. Afspraken over uittreding: Met het oog op mogelijke uittreding uit een gemeenschappelijke regeling kan niet langer worden volstaan met de afspraak dat het (algemeen) bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt.

Voortaan moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen voor de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. DGBRW Democratie en Bestuur Datum Kenmerk 2022-0000102455 Pagina 3 van 4 De minister v Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ins Slot DGBRW Democratie en Bestuur Datum Kenmerk 2022-0000102455 k. Aanpassing begrotingscyclus: Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor een gemeente die moeten worden verwerkt in de begroting van de gemeente zelf. Om gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen. De begrotingscyclus van gemeenschappelijke regelingen sluit daardoor beter aan op die van gemeenten, waardoor het voor gemeenteraden gemakkelijker wordt te overzien wat de gevolgen zijn van uitgaven aan regelingen voor de eigen gemeente. Ook krijgen gemeenteraden langer de tijd om een zienswijze op de concept-begroting van een regeling te geven en ontvangen zij de kadernota later.

Van deze wijzigingen treden de zienswijze van de gemeenteraad bij het treffen, wijzigen, uittreden of beëindigen van een regeling, de bevoegdheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in te (laten) stellen, de actieve informatieplicht, het recht van onderzoek, de onderzoeksmogelijkheden van lokale rekenkamer(commissie)s en de wijziging in de begrotingscyclus per 1 juli direct in werking. De overige wijzigingen vragen om een vertaling binnen elke gemeenschappelijke regeling. U heeft twee jaar de tijd om hierin te voorzien (uiterlijk 1 juli 2024). Omdat de wijzigingswet op 1 juli 2022 in werking treedt, kan deze wijziging gevolgen hebben voor de termijnen die bij de begrotingscyclus voor 2023 worden gehanteerd. In de praktijk zullen veel gemeenschappelijke regelingen al vóór 1 juli hun ontwerpbegrotingen aan de vertegenwoordigende organen toezenden voor een zienswijze. Het is van belang dat de gemeenschappelijke regelingen hierbij reactietermijnen stellen conform de nieuwe termijnen die op 1 juli 2022 ingaan. Dit betekent concreet dat de gemeenschappelijke regelingen een reactietermijn dienen op te nemen die eindigt na het zomerreces. Uitzondering hierop vormen die procedures waarvoor de zienswijzetermijn eindigt voor 1 juli. In deze gevallen mag rekening worden gehouden met de verruiming, maar is dit niet verplicht.

Mocht u naar aanleiding van deze brief vragen hebben, dan kunt u contact opnemen via de postbus info.openbaarbestuur@minbzk.nl. Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/c9d193d1-8a11-4f8b-8722-7374c7614e16?agendaItemId=a2bd2601-9c3f-4ced-bf92-69deb83233f6