CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

6.1 VNG - VNG Agenda 2018.pdf

Raadsvergadering 23 januari 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken7.139 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VNG Agenda 2018 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2 Inhoudsopgave Voorwoord 3 1 Inleiding 4 2 De context van 2018 5 3 Vier overkoepelende ontwikkelingen 9 4 Dienstverlening aan gemeenten is de basis 12 5 De Agenda voor 2018 14 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3 Voorwoord Waar 2017 in het teken stond van de landelijke verkiezingen, de kabinetsformatie en het regeerakkoord, zal 2018 in het teken staan van de gemeenteraadsverkiezingen. Het wordt een spannend jaar, een jaar waarin de lokale democratie wordt getoetst, met nieuwe colleges en raden die gaan werken met nieuwe en bestaande thema’s, en een jaar waarin de governance van de VNG voor de komende vier jaar opnieuw wordt ingevuld. Een jaar vol verandering, want ook de implicaties van het regeerakkoord zijn nog lang niet uitgekristalliseerd. Gemeenten voelen een grote urgentie om de belangrijke maatschappelijke opgaven van deze, en de komende, tijd aan te pakken. De grote opgaven voor 2018 die we als VNG met elkaar oppakken, zijn verwoord in deze Agenda 2018. Maar we doen meer: belangenbehartiging en beleidsbeïnvloeding; beleidsontwikkeling en kennisdeling; en de vernieuwing van de dienstverlening met als cruciaal onderdeel Samen Organiseren. Vraagstukken zijn vaak te divers en complex om als gemeente zelfstandig op te pakken.

Door die vraagstukken samen te organiseren, kunnen gemeenten kosten besparen en, veel belangrijker nog, kunnen ze de toegankelijkheid en dienstverlening voor hun inwoners verbeteren. Wij willen dit doen vóór en sámen met onze leden en hun inwoners. Maar zeker ook samen met andere overheden. Er is bijna geen thema meer dat door slechts één bestuurslaag kan worden opgelost; of het nu gaat om klimaatadaptatie, om de opvang van mensen met verward gedrag of om het bestrijden van ondermijning. De afspraken die nodig zijn, maken we grotendeels in onze eigen regio’s, gewoon op basis van de inhoudelijke lijnen. In de veiligheidsregio, in de Veilig Thuis-regio of in de arbeidsmarktregio. Maar ook op landelijk niveau zijn er afspraken nodig. Naast deze specifieke akkoorden, komt er een landelijk interbestuurlijk programma, waar op basis van gelijkwaardigheid, maatschappelijke opgaven worden opgepakt. In deze regionale en landelijke overleggen en akkoorden moeten wij als gemeenten gezamenlijk optrekken om onze belangen maximaal te behartigen, om solide randvoorwaarden af te spreken (zeker ook over de financiën) en om goede, werkbare afspraken te maken over de uitvoering. Hier ligt de komende tijd de belangrijkste taak voor onze vereniging. Daarbij past een vereniging die ingericht is als een netwerkorganisatie.

De VNG als netwerkverband van lokale overheden die democratisch gelegitimeerd zijn. Afgelopen jaar hebben we al stappen gezet in die richting. Het advies van de heer Wim Deetman over onze governance geeft ons de handvatten om deze nieuwe, meer flexibele manier van werken verder uit te werken. VNG en gemeenten hebben samen de expertise in huis om de vraagstukken van deze tijd op een goede manier aan te pakken. Jan van Zanen, voorzitter bestuur VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4 1 Inleiding In 2015 hebben wij de verenigingsstrategie Gemeenten 2020 vastgesteld. De belangrijkste ambitie voor de vereniging in deze strategie is: werken aan een krachtige lokale overheid door het versterken en vitaliseren van de lokale democratie. De verenigingsstrategie beschrijft tot 2020 de opgaven op hoofdlijnen en deze hoofdlijnen worden jaarlijks ingevuld met een Agenda. De VNG Agenda 2018 is de laatste Agenda die wordt vastgesteld in de huidige bestuursperiode en die onder verantwoordelijkheid valt van het huidige bestuur. De VNG Agenda 2019 heeft nog wel een koppeling met Gemeenten 2020, maar wordt vastgesteld door een nieuw bestuur. Binnenkort wordt gestart met de voorbereidingen voor een nieuwe meerjarenstrategie voor de opgaven van alle gemeenten. Deze meerjarenstrategie wordt in de ledenvergadering van juni 2019 vastgesteld. De VNG Agenda 2018 wordt dus geschreven in een overgangstijd. Dat betekent niet dat de verenigingsstrategie Gemeenten 2020 als leidraad en inspiratiebron achterhaald is. Een krachtig lokaal bestuur, voorsorteren op de informatiesamenleving, stabiele en evenredige financiële verhoudingen, investeren in de fysieke en sociale leefbaarheid: het zijn stuk voor stuk herkenbare thema’s die nog steeds zeer relevant zijn.

Thema’s die we dan ook opnieuw onder de aandacht hebben gebracht bij de Kamerverkiezingen en de kabinetsformatie van 2017. Naast de hoofdthema’s is er in onze Agenda 2018 ruimte gemaakt voor specifieke onderwerpen die in 2018 gaan spelen. Denk daarbij aan het regeerakkoord van het nieuwe kabinet. Dat vraagt nog volop om inhoudelijk overleg en bepalen van spelregels. En dan zijn er in 2018 de gemeenteraads- verkiezingen, die ons een beeld zal geven van de stand van de lokale democratie en de kwaliteit van het openbaar bestuur. Van waaruit specifieke lokale en landelijke thema’s naar voren zullen komen. En nieuwe colleges en gemeenteraden door de vereniging niet alleen verwelkomt maar ook goed geïnformeerd zullen worden op tal van beleidsterreinen. Voor de vereniging zelf geldt dat de aanbevelingen van de heer Wim Deetman verder uitgewerkt moeten worden: versterken van de vereniging als netwerk van medeoverheden die democratisch gelegitimeerd zijn, en versterken van het netwerk dat samen met gemeenten de dienstverlening naar de burgers verder optimaliseert. In de Agenda 2018 wordt eerst de context van 2018 geschetst. Vervolgens komen vier overkoepelende thema’s aan bod: de veranderde positie van de VNG, ondersteuning van de uitvoering, interbestuurlijke samenwerking en regionalisering. Daarna schetsen wij de thema’s waarop de VNG in 2018 naar ons inzicht het verschil moet maken.

De contouren van de VNG Agenda 2018 en de begroting voor 2018 zijn op 7 september jl. door het bestuur vastgesteld aan de hand van de Kaderbrief 2018. Daarin zijn vijf thema’s benoemd waarop de VNG in 2018 bij uitstek moet acteren. Mede op basis hiervan hebben de commissies in september en oktober hun aanbevelingen voor de VNG Agenda 2018 gedaan. Deze VNG Agenda vormt één geheel met de begroting 2018. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5 2 De context van 2018 Gemeenteraadsverkiezingen Op 21 maart 2018 worden nieuwe gemeenteraden gekozen. Er zullen veel personele wijzigingen plaatsvinden in de raden en de colleges. In de collegeprogramma’s zullen andere accenten worden aangebracht die van belang zijn voor het werk van de VNG. Snel na de vorming van de colleges gaan wij de programma’s analyseren; deze analyse vormt de input voor de meerjarenstrategie en wellicht voor de uitvoering van de lopende VNG Agenda. De uitkomsten zijn ook van belang voor de afspraken die de VNG met andere partijen maakt, bijvoorbeeld met de Rijksoverheid. Het is te verwachten dat er in de komende periode meer druk komt op de gezamenlijke gemeenten om zich te binden aan concrete resultaten bij het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken. Onze leden hebben, onder andere met de grote instemming voor Samen Organiseren, laten merken dat ook te willen.

Wij gaan ervan uit dat de nieuwe raden en colleges deze lijn doorzetten. Nieuwe gemeenteraadsleden en wethouders moeten zich thuis voelen in de vereniging en die dragen, maar omgekeerd moet de vereniging hen ook ondersteunen. De VNG zorgt dat voor nieuwe raden en colleges adequate informatie beschikbaar is. Bovendien worden ze uitgenodigd om mee te werken aan en te denken over de nieuwe verenigingsstrategie. Eigenaarschap van de gemeenten voor activiteiten van de VNG is een voorwaarde voor succes in de toekomst.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6 Evaluatie van de governance Met het oog op de nieuwe bestuursperiode heeft het bestuur de heer Wim Deetman gevraagd om de werking van de VNG-governance te evalueren. Deze heeft op basis van documentenstudie en vooral veel gesprekken binnen en buiten de vereniging een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn niet alleen gericht op verbetering van de inrichting en werking van bestuur en commissies, maar hebben vooral betrekking op de plaats van de vereniging in een veranderende context. De VNG is altijd al een netwerkorganisatie geweest, maar het aantal netwerken, de complexiteit en het grote aantal medespelers dwingt om de positie van de VNG als kernspeler in veel van die netwerken opnieuw te bepalen. Daarbij gaat het om een grote diversiteit: binnen de vereniging, met andere overheden, met maatschappelijke partners en met het bedrijfsleven. Het in kaart brengen van de belangrijkste netwerken vergemakkelijkt keuzen over de rol van de VNG. Voor een netwerkorganisatie zijn kennis en informatie essentieel. Kennis over de netwerken, maar ook over de uitvoeringspraktijk in gemeenten. Want een goede en agenderende beleidsstrategie is alleen mogelijk wanneer je beschikt over feiten, feiten die je bovendien goed kunt duiden. Dat geldt zowel voor gemeenten als voor de VNG.

In zijn advies constateert Deetman dat er veel meer kennis en informatie beschikbaar is dan wij gebruiken. In het komende jaar willen we daarom afspraken maken met een aantal beheerders van die kennis, bijvoorbeeld de planbureaus. Daarnaast zullen feiten en duiding daarvan nadrukkelijk een rol gaan spelen in de voorbereiding van de nieuwe meerjarenstrategie. Expliciete sturing op de VNG als netwerkorganisatie heeft uiteraard consequenties voor de werkwijze. De gedachte achter de beweging Samen Organiseren is dat het eigenaarschap van het ontwikkelen van dienstverleningsproducten meer bij gemeenten komt te liggen. Het is niet altijd noodzakelijk om als VNG de deskundigheid in huis te hebben. Vaak kunnen gemeenten die beter leveren, met als bijkomend voordeel dat we dicht bij de praktijk blijven. Daarnaast zal de rol van de VNG vaker initiërend, coördinerend en verbindend zijn. De consequentie van deze manier van werken is dat de VNG een thema niet tot in lengte van jaren hoeft vast te houden. Immers, het is belangrijker dát een thema wordt opgepakt en op de goede manier dan dat de VNG dat doet. En daarbij: als je niet regelmatig iets los laat, kun je nooit aan iets nieuws beginnen. Deze andere – meer flexibele – werkwijze heeft uiteraard gevolgen voor de VNG-organisatie.

Inmiddels hebben wij daarvoor de eerste stap gezet met de vorming van één ongedeelde Directie Beleid per 1 januari 2017. Dat was ook nodig omdat vraagstukken nog zelden eendimensionaal zijn. Een opgavegerichte aanpak vergt een flexibele inzet vanuit verschillende disciplines. De aanbevelingen over de inrichting van de governance (bestuur, commissies, tijdelijke expertisenetwerken) zullen na besluitvorming in de ledenvergadering in 2018 worden uitgevoerd. In de ledenvergadering van 27 juni 2018 zullen een nieuw bestuur en nieuwe commissies worden gekozen. Overigens benadrukt het advies van Deetman dat de VNG de basis dienstverlening niet moet verwaarlozen, omdat deze van grote waarde is voor het dagelijkse werk van gemeenten en hoog wordt gewaardeerd. Zie ook paragraaf 4, dienstverlening aan gemeenten is de basis. Regeerakkoord Een nieuw regeerakkoord is vanzelfsprekend aanleiding voor herijking van de verenigingsagenda. Hoewel nog niet alle gevolgen voor gemeenten duidelijk zijn, is in grote lijnen wel al het volgende te zeggen. Het nieuwe kabinet handhaaft de ‘trap op trap af’-systematiek voor het Gemeentefonds en kiest voor de zogenaamde brede koppeling. Daarmee krijgen gemeenten de door de VNG bepleite verruiming van de financiële middelen.

Tegelijkertijd doet het kabinet echter een beroep op gemeenten om (ook financieel) bij te dragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Het is nog te vroeg om te kunnen bepalen welk beslag dat op de middelen van gemeenten legt. Maar wij gaan ervan uit dat het de gemeenteraden zijn die daarover beslissen. Een nadrukkelijk zorgpunt blijft de vraag of de financiën voor de gemeentelijke taken in het sociaal domein toereikend zijn. Dit is een veelkoppig vraagstuk, waarbij het soms om tekorten in macrobudgetten gaat, maar waarbij ook de verdeling van geldstromen over gemeenten tot knelpunten kan leiden. In lijn met de motie die in onze ledenvergadering van 14 juni 2017 is aangenomen, hebben wij voor deze problematiek nadrukkelijk aandacht gevraagd van het nieuwe Vereniging van Nederlandse Gemeenten 7 kabinet. In de eerste overleggen met de nieuwe bewindslieden zullen wij dit uiteraard nogmaals doen. Het nieuwe kabinet biedt nadrukkelijk aanknopingspunten voor interbestuurlijke samenwerking bij het aanpakken van een aantal maatschappelijke vraagstukken en dat sluit goed aan bij de agenda van de VNG. Samen met UvW en IPO hebben wij bijvoorbeeld een voorstel gedaan voor een investeringsa- genda voor klimaatadaptatie en energietransitie. Het regeerakkoord is gedetailleerd maar zeker niet op alle onderdelen glashelder in de consequenties voor gemeenten.

Wij gaan graag in gesprek over de uitwerking. Wij constateren dat de versnippering van sommige thema’s sterk is toegenomen door verdeling over bewindslieden en (onderdelen van) ministeries. Dat maakt de coördinerende rol van de minister van BZK urgenter. De VNG denkt dat interbestuurlijke programma’s mogelijk zijn voor de volgende thema’s: • Klimaat en energie • Bouwen en mobiliteit in stedelijke gebieden • Versnelling transformatie sociaal domein • Sterke lokale democratie • Digitalisering

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8 Ontwikkelingen op Europees en internationaal niveau Lokaal beleid staat niet los van de ontwikkelingen op Europees of internationaal niveau. Nagenoeg alle onderwerpen die in deze Agenda worden genoemd, hebben een Europees of internationaal aspect. Veel nationale wetgeving en beleidsinitiatieven vinden hun basis in Brussel (EU) en Straatsburg (Raad van Europa), of bij de SDG’s in New York (VN). De VNG volgt deze ontwikkelingen nauwgezet en lobbyt actief op relevante dossiers om de uitvoeringspraktijk blijvend te waarborgen en de lokale autonomie te beschermen. Daarbij zet de VNG ook zelf zaken op de Europese beleidsagenda; zo kunnen we processen van onderaf initiëren en de lokale dimensie in EU-beleid en -regelgeving versterken. In mei 2018 presenteert de Europese Commissie haar voorstellen voor het EU-budget post 2021-2027 en de Europese structuurfondsen die uit dat budget worden gefinancierd. Europese structuurfondsen kunnen gemeenten ondersteunen met investeringen. In de praktijk blijkt dat de structuurfondsen veel cofinanciering van gemeenten, bedrijven en kennisinstellingen genereren. Hierdoor ontstaat een omvangrijk investeringsbudget op lokaal en regionaal niveau.

De VNG zet hierbij in op een zo groot mogelijk aandeel voor Nederland uit de structuurfondsen, meer samenhang tussen de verschillende fondsen (inhoudelijk en praktisch) en een grondige vereenvoudiging van de regels. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 9 3 Vier overkoepelende ontwikkelingen De veranderde positie van gemeenten en dus ook van de VNG Het takenpakket en de financiële verantwoordelijkheid van gemeenten is groter geworden. Inwoners en bedrijven hebben steeds meer behoefte aan maatwerk en dat stelt andere eisen aan beleidsvorming en uitvoeringspraktijk. Er moet steeds meer worden samengewerkt met andere organisaties: overheid, instellingen, bedrijfsleven. Informatie-uitwisseling en dienstverlening stellen hoge eisen aan de digitale voorzieningen; een enorme uitdaging voor de overheid. En de samenwerking met overheids- en niet-overheidspartners vindt steeds meer op een regionale schaal plaats. Al deze ingrijpende veranderingen hebben gevolgen voor het beleid en de taken van de vereniging. Lobby en belangenbehartiging zijn nog steeds nodig, maar een groot deel van het werk gaat nu over samen beleid maken met leden, andere partijen en andere overheden. De toenemende complexiteit van veel vraagstukken vraagt om strategische visie en innovatie.

De noodzaak van meer samenwerking tussen gemeenten in de realisatie van maatschappelijke doelen in regio’s vraagt om nieuwe ondersteuningsvormen. Het kunnen duiden van de stand van zaken in gemeenten is niet alleen van belang voor goede ondersteuning, maar ook voor beleid en belangenbehartiging. De complexe uitvoeringsprocessen binnen gemeenten vragen om meer uniformering, standaardisering en slimme en efficiënte samenwerking. De toename van het aantal taken door gemeenten in een steeds complexere setting waarin gemeenten het niet alleen kunnen, maar bijna op alle taken intensief moeten samenwerken in verschillende vormen en coalities (met andere gemeenten, andere overheden en maatschappelijke organisaties in regionaal verband, met ketenpartners in de uitvoering) vraagt om een versnellingsagenda voor digitalisering en voor professionalisering van gemeentelijke organisaties. Ondersteuning van de uitvoering Tijdens de kabinetsformatie is van verschillende kanten gewezen op de urgentie van een kwalitatief hoogwaardige uitvoering van overheidsbeleid1. Er is sprake van grote problemen. In veel gevallen is samenwerking nodig tussen de verschillende overheden onderling en met andere partijen. Daarnaast en vaak in combinatie daarmee stellen digitalisering en informatisering hoge eisen waaraan lang niet altijd wordt voldaan.

Uiteindelijk is de burger de dupe, hetzij via slechte dienstverlening, hetzij via hoge kosten. En slechte uitvoering tast rechtstreeks de geloofwaardigheid van de overheid aan. Veel uitvoeringstaken liggen bij de gemeente of de gemeente is erbij betrokken. De gezamenlijke gemeenten – en dus de VNG – voelen zich verantwoordelijk voor de kwaliteit van de uitvoering en de dienstverlening aan burgers. Vaak zijn kwaliteitsimpulsen alleen te realiseren door die als gemeenten gezamenlijk op te pakken. Of als overheden gezamenlijk. Daarin zijn we de vrijblijvendheid voorbij. In 2017 zijn daarin forse stappen gezet: onder de titel Samen organiseren is in de ledenvergadering van 14 juni 2017 besloten tot het instellen van een Fonds Gemeenschappelijke Gemeentelijke Uitgaven. De sturing is in handen van het College voor Dienstverlening, met verschillende vormen van directe inbreng van gemeenten. In de kern is de gedachte hierachter dat we verder komen wanneer voorzieningen voor gemeentelijke dienstverlening gezamenlijk worden ontwikkeld dan dat ieder dat voor zich moet doen. Dat geldt voor de kosten, de professionaliteit, de innovatieve kracht en voor de standaardisering. We kunnen nu echt van start.

De verdere ontwikkeling van excellente en professionele dienstverlening staat daarom hoog op de agenda in 2018 Interbestuurlijke samenwerking Professionaliteit betekent ook maatschappelijke problemen als overheden gezamenlijk aanpakken. Tjeenk Willink wijst daar ook op. Burgers maken doorgaans geen onderscheid tussen de verschillende 1 a. Brief van het overleg van secretarissen-generaal van 28 maart 2017 aan de informateur. b. Bijlage bij eindverslag informateur Tjeenk Willink van 27 juni 2017. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 10 overheden; het is dus belangrijk om ervoor te zorgen dat zij de overheid ervaren als één overheid. Het nieuwe regeerakkoord geeft daarvoor goede aanknopingspunten. Om succesvol als één overheid op te treden moet de interbestuurlijke samenwerking op een nieuwe leest worden geschoeid. Belangrijk daarbij is gelijkwaardigheid van de deelnemers. Het is goed mogelijk dat een van de partijen een vorm van eindverantwoordelijkheid draagt, ook als dat niet de Rijksoverheid is. Maar dat is sterk afhankelijk van de aard van het probleem. Sterke politisering is geen succesfactor voor effectieve interbestuurlijke samenwerking, want dan bestaat de kans dat de discussie over bijvoorbeeld doelen en financiën tijdens de rit gewoon doorgaat. Interbestuurlijke samenwerking lijkt bij uitstek kansrijk bij professionalisering van de uitvoering.

Een absolute voorwaarde om betrokken te zijn bij deze vorm van uitvoering is het belang dat – in ons geval – gemeenten hechten aan de oplossing van een vraagstuk en de eigen rol daarbij. Dat is ook van belang voor de mate waarin gemeenten zich (gezamenlijk) kunnen en willen binden aan eindresultaten. Verdere stappen in de richting van (collectieve) interbestuurlijke oplossingen brengt binnen de vereniging het vraagstuk van (de onmogelijkheid van) vrijblijvende deelname scherper op tafel. Regionale samenwerking In de vorige kabinetsperiode is gestart met een aantal proeftuinen op basis van het rapport ‘Maak verschil: krachtig inspelen op regionaal-economische opgaven’. Hieronder ligt de gedachte dat regio’s zelf bepalen wat hun opgaven zijn en zelf de daarbij horende inrichting en vorm van samenwerking kiezen. Ook het nieuwe kabinet onderschrijft dat blauwdrukken van bovenaf voor een nieuwe inrichting van het (regionaal) openbaar bestuur niet de oplossing zijn. De regionale aanpak klinkt bijvoorbeeld duidelijk door in de aanpak van de energietransitie. Ook op andere terreinen is de regio

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 11 inmiddels een vast schakelpunt in de beleidsbepaling en -uitvoering. Denk aan arbeidsmarktregio’s en woningmarktregio’s. Veel gemeenten hebben te maken met grensoverschrijdende problematiek en willen dus met hun Duitse of Belgische buurgemeenten samenwerken. Het is belangrijk dat de stappen die zijn gezet in het kader van de proeftuinen een vervolg krijgen. Het nieuwe kabinet wil aandacht voor transparantie van de besluitvorming en de contolerende rol van de gemeenteraden. Wij praten daarover graag mee. De proeftuinen zijn ook van belang voor de vraag wat de VNG kan betekenen voor de leden die in hun regio samenwerken. In 2018 zal naar aanleiding van de proeftuinen nader worden ingezoomd op regionale samenwerking. Maar dat is niet de enig reden om in te zoomen op regionale samenwerking: ook de interbestuurlijke samenwerking met het nieuwe kabinet zal duidelijke regionale componenten hebben. Op dit moment vragen de regio’s op twee punten om actie van de VNG. In de eerste plaats moet de VNG de landelijke kaders van de samenwerking bewaken. Dan kan het bijvoorbeeld gaan om wetgeving of geld. En in de tweede plaats geven regio’s aan dat zij behoefte hebben aan inhoudelijke ondersteuning. Het zijn uiteraard de regio’s zelf die de aard van de ondersteuning bepalen.

Aan de hand daarvan moet worden bezien wat de VNG kan leveren en of er andere manieren zijn om deskundigheid bijeen te brengen. Grensoverschrijdende samenwerking Grensoverschrijdende samenwerking biedt kansen om de regionale economische groei een impuls te geven, maar grensgemeenten ervaren daarbij juridische, administratieve en praktische knelpunten. Deze kunnen niet altijd op lokaal of regionaal niveau worden opgelost en daarom is de VNG betrokken bij overleggen met het Rijk. Het Rijk zegt in het regeerakkoord de knelpunten aan te willen pakken op het terrein van infrastructuur en sociale zaken en werkgelegenheid. Daarbij moet worden voortgebouwd op het werk van Actieteam GEA (grensoverschrijdende economie en arbeidsmarkt), dat in 2017 wordt afgerond en dat in 2018 geborgd moet worden in de regio: met gemeenten en provincies aan Nederlandse, Duitse en Vlaamse kant. Daarnaast heeft de Europese Commissie eind 2017 plannen gepresenteerd om grensoverschrij- dende administratieve systemen, arbeidsmobiliteit en transport te verbeteren. De concrete initiatieven worden in 2018 uitgevoerd. Tevens wordt momenteel de discussie gevoerd over de Europese fondsen voor grensoverschrijdende samenwerking (Interreg A) na 2020.

De VNG volgt de ontwikkelingen en discussies in de EU, informeert grensgemeenten hierover en is betrokken bij het opstellen van het Nederlandse standpunt over de Interreg-programma’s. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 12 4 Dienstverlening aan gemeenten is de basis In zijn advies naar aanleiding van de evaluatie van de governance constateert Wim Deetman dat de leden veel waardering hebben voor de service en dienstverlening van de VNG. De dienstverlening vormt de ruggengraat van de VNG en het is goed om deze meer zichtbaar te maken. De aandacht voor beleidskwesties moet niet leiden tot verdringing van de dienstverlening. Dat is een belangrijke constatering en tevens een opdracht. Maar waaruit bestaat deze dienstverlening? Wij constateren dat de beelden daarvan niet altijd eenduidig zijn. Misschien is dat wel een uitdrukking van de veelkleurigheid van die dienstverlening, die is ondergebracht bij verschillende onderdelen van de VNG organisatie. Een korte – niet-limitatieve – opsomming geeft een beeld: • In 2016 zijn er 27.701 vragen van gemeenten beantwoord. Die komen binnen via e-mail en tele- foon en worden binnen vijf werkdagen beantwoord. Er worden veel vragen gesteld over de Wmo, arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en vergoedingen, Gemeentewet en politieke ambtsdragers.

• Er is een overvloed aan informatie beschikbaar voor onze leden, bijvoorbeeld in de Databank prak- tijkvoorbeelden van en voor gemeenten. In 2016 bevatte de databank 2057 praktijkvoorbeelden en telden wij ruim 83.000 bezoeken.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 13 • In 2016 waren er 143 VNG-fora met ruim 17.000 deelnemende gemeenteambtenaren. • De VNG verstuurde in 2016 93 ledenbrieven, 31 factsheets, 46 handreikingen en 8 position papers. • De VNG maakt en onderhoudt een groot aantal modelverordeningen voor gemeenten. Deze zijn doorgaans modulair opgebouwd, zodat gemeenten de verordening zelf op maat kunnen maken. • In 2016 werd het WOZ-datacenter 110.000 keer bezocht. Het besloten deel van het WOZ-infor- matiepunt heeft ruim 1800 geregistreerde gemeentelijke gebruikers (dat is bijna 100% van alle WOZ-ambtenaren). • VNG.nl kent meer dan 100.000 bezoekers, de VNG nieuwsapp bevat alle actuele informatie en iedere twee weken komt het VNG Magazine uit. Uit onderzoek blijkt dat het blad zeer goed wordt gelezen door de bestuurlijke achterban. • De relatiegegevens van gemeenten worden actueel gehouden. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 zal een groot aantal mutaties moeten worden verwerkt. Het advies van de heer Wim Deetman over het belang van de dienstverlening is voor ons aanleiding om in 2018 het hele dienstverleningsaanbod van de VNG te inventariseren. Aan de hand daarvan kunnen we bepalen of bijsturing nodig is.

Waar bestaan lacunes, doen we dingen waaraan geen behoefte meer bestaat, zijn historisch gegroeide keuzen nog bij de tijd? Bovendien gaan we bekijken hoe de kwaliteit geborgd kan worden. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 14 5 De Agenda voor 2018 De verenigingsagenda is breed. Dat is onontkoombaar: gemeenten hebben een breed takenpakket dat gepaard gaat met veel rijksregelgeving en veel verschillende geldstromen. De belangenbeharti- ging door de VNG bestrijkt daarmee ook een breed terrein. Hetzelfde geldt voor de ondersteuning van en dienstverlening aan gemeenten. Een aantal thema’s springt er in 2018 uit. Daar kunnen en moeten de gemeenten en de VNG het verschil kan maken. Zij vormen de speerpunten van de verenigingsagenda 2018. Klimaat en energie Nederland moet zich aanpassen aan het veranderende klimaat. Bij alle plannen voor de fysieke omgeving moet rekening worden gehouden met verhoging van de zeespiegel, daling van de bodem, behoefte aan meer capaciteit voor waterberging en voorkomen van hittestress. Tegelijkertijd moet de energietransitie helpen om de veranderingen in het klimaat te beteugelen. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Gemeenten spelen in beide opgaven een grote rol en willen die verantwoordelijk- heid nemen.

Gemeenten doen dat niet alleen maar met een groot aantal partners: andere overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en niet te vergeten hun eigen inwoners. De VNG heeft samen met het IPO en de Unie van Waterschappen voorgesteld, om voor klimaatadaptatie en energietransitie voor een langere termijn gezamenlijke investeringsafspraken te maken. Het nieuwe regeerakkoord geeft duidelijke aanknopingspunten voor interbestuurlijke afspraken.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 15 Wij willen daarin ook aandacht voor regionale verschillen. Daarom zijn wij samen met gemeenten gestart om regionale energiestrategieën te ontwikkelen. Bij gemeenten komen veel lijnen samen. De aanpak van klimaatadaptatie en energietransitie heeft alles te maken met bouwen, wonen, mobiliteit, arbeidsmarkt en onderwijs. Dit zijn stuk voor stuk opgaven die alleen succesvol kunnen zijn met integraal beleid op lokaal en regionaal niveau. Daarnaast moet een aantal randvoorwaarden op orde zijn. Denk aan de invoering van de Omgevingswet, de bouwregelgeving, de regels voor woningcorporaties of het mobiliteitsbeleid. Op twee punten gaat de VNG het verschil maken: • De gezamenlijke gemeenten zorgen ervoor dat Nederland in 2050 klimaatbestendig is. • Om de doelen van het klimaatakkoord van Parijs te halen start de VNG samen met alle gemeenten met het ontwikkelen van regionale energiestrategieën. Een programmatische aanpak van aardgas- vrije wijken maakt hier deel van uit, evenals grootschalige energiebesparing in de woningvoorraad. Programma Klimaatbestendigheid en water De VNG werkt samen met het Rijk aan een samenhangende aanpak van het waterbeheer.

Voor 2018 heeft de VNG de volgende doelen geformuleerd: • Gemeenten werken samen met andere partijen op regionaal niveau aan waterbeheer en klimaatbestendigheid • Gemeenten hebben hun opgaven op het gebied van klimaatadaptatie in beeld gebracht • Er is een overzicht van de beleidskeuzes en maatregelen die nodig zijn voor klimaatbestendig handelen • Er zijn goede nationale condities voor gemeenten gerealiseerd

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 16 Bouwen, herstructurering en bereikbaarheid In de fysieke leefomgeving ligt voor gemeenten de komende jaren een enorme opgave. Tijdens de economische crisis zijn de investeringen in woningbouw en mobiliteit achtergebleven. In de Randstad bestaat een grote behoefte aan betaalbare woningen (zowel huur als koop) en aan meer huurwoningen in het middensegment. Elders in het land moet worden geherstructureerd als gevolg van bevolkingsdaling en in het hele land moeten forse aanpassingen plaatsvinden om de woningvoorraad beter toe te snijden op de verschillende doelgroepen. De wateropgaven vergen een langjarig investeringsprogramma. De bereikbaarheid van (stedelijke) gebieden is een groot probleem en de vooruitzichten maken ingrijpende maatregelen noodzakelijk. Daar ligt een opgave voor álle overheidslagen. Vrijwel alle maatschappelijk noodzakelijke investeringen hebben een ruimtelijke vertaling nodig. In ons overvolle land is dat geen sinecure. De invoering van de nieuwe Omgevingswet geeft gemeenten het instrumentarium om deze uitdagingen aan te gaan. Op twee punten gaat de VNG het verschil maken: • Het aanjagen van de woningbouwproductie en herstructurering, inclusief het concreet ondersteu- nen van gemeenten bij het realiseren van middenhuurwoningen en het toesnijden van de woning- voorraad op de vraag.

• Verstedelijking maakt een goede bereikbaarheid van de stad urgenter. Maar dat niet alleen, er moet ook fors geïnvesteerd worden in de binnenstedelijke mobiliteit. Modaliteitsgerichte oplossin- gen zijn niet langer toereikend. De gezamenlijke overheden moeten werken aan integrale mobili- teitsoplossingen. Programma Invoering Omgevingswet In 2021 treedt de omgevingswet in werking. Het programma Invoering Omgevingswet Gemeenten wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de VNG en maakt deel uit van het interbestuurlijke programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’. De VNG gaat in 2018 aan de slag met: • De totstandkoming van uitvoerbare wet- en regelgeving (lobby/beleid) • Het ontwikkelen van beleidskaders voor implementatie en gebruik van het Digitaal Stelsel Omgevingswet door gemeenten • Het organiseren van kennisuitwisseling binnen en tussen gemeentelijke doelgroepen (netwerken) en tussen landelijke en lokale praktijk • Het (samen met gemeenten) ontwikkelen van kennis en hulpmiddelen die de invoering van de Omgevingswet door gemeenten ondersteunen (kerninstrumenten, anders werken, informatievoorziening) Versnelling transformatie sociaal domein Met de decentralisaties in het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) hebben gemeenten een cruciale rol gekregen in de ondersteuning van mensen die het (tijdelijk) niet redden.

De decentralisaties omvatten een aantal te realiseren bewegingen: van Rijk naar gemeenten, van overheid naar samenleving en van aanbodgericht naar persoon- en situatiegericht. De focus ligt de komende tijd, behoudens restopgaven, op de tweede en derde beweging. Om die te realiseren werken we nauw samen met andere partijen, onder meer in het programma sociaal domein. De verandering het sociaal domein was niet alleen een (majeure) bestuurlijke operatie, ze beoogt vooral een andere manier van denken en doen. Zorg, hulp en (inkomens)ondersteuning zijn niet langer het gevolg van een gelijke toedeling van geprotocolleerde producten en voorzieningen, maar worden gegeven op basis van de persoonlijke situatie van de hulpvrager in brede zin. Daarnaast leiden ontwikkelingen als extramuralisering en langer thuis wonen tot een veranderend beeld van wijken, met nieuwe noodzakelijke voorzieningen, bijvoorbeeld voor (beschermd) wonen. De VNG ziet het als kerntaak om gemeenten in deze opgaven te ondersteunen, zodat mensen naar eigen behoeften en mogelijkheden aan de samenleving kunnen deelnemen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 17 Personen met verward gedrag Verwarde personen hebben opvang en zorg nodig. Het project Personen met verward gedrag wil ervoor zorgen dat alle gemeenten en regio’s per 1 oktober 2018 beschikken over een goed werkende aanpak voor mensen met verward gedrag.

VNG en Rijk werken samen aan deze maatschappelijke opgave. Zij zijn beide opdrachtgever van een multidisciplinair Schakelteam dat de negen bouwstenen van de goed werkende aanpak gaat helpen implementeren in het hele land. Het gaat daarbij vooral om een omslag in denken van systeemwereld naar leefwereld. Er moet een samenwerking komen tussen alle betrokken organisaties (GGZ, zorgverzekeraars, politie, OM en cliëntenorganisaties) waarbij de cliënt centraal staat. Een kernopgave voor professionals en organisaties in deze verandering is om de zorg zo passend te verlenen dat inwoners nauwelijks weet hebben van wetten, domeinen, regels en uitzonderingen. Om dat te bereiken bevorderen we afspraken tussen gemeenten en (zorg)aanbieders, huisartsen en ziektekostenverzekeraars. Ook is een sociale basisinfrastructuur nodig die mensen uitnodigt om in een vroeg stadium hulp te zoeken zodat zwaardere interventies achterwege kunnen blijven. Voor kinderen, jongeren en volwassenen voor wie zelfredzaamheid en zelforganiserend vermogen minder aan de orde is, bieden de decentralisaties mogelijkheden tot adequate hulpverlening. We zetten daarom in op een doorgaande ontwikkellijn voor kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot 23 jaar, en op samenhangende ondersteuning en eisen waar het gaat om inkomen, zorg en onderwijs. Gemeenten zijn in dit alles niet de enige spelers.

Veel zorg en ondersteuning vinden in onderlinge relaties plaats.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 18 Maar gemeenten hebben wel een cruciale schakelfunctie: zij zorgen dat professionele zorg en ondersteuning aansluiten op de informele netwerken. In deze beweging naar een samenhangende, levensbrede ondersteuning kunnen gemeenten van elkaar leren. We werken dan ook expliciet aan gezamenlijke, gezaghebbende meningsvorming en oplossingsrichtingen. Ook blijven we oog houden voor adequate uitvoeringsvoorwaarden: financiën, regelgeving en organisatie. Drie inhoudelijke thema’s voor 2018 lichten we er alvast uit: 1 Het krachtig terugdringen van problematische schulden. Zorg en ondersteuning kunnen pas gedijen als mensen hun financiën op orde hebben. Veel schulden blijken bovendien het gevolg te zijn van ‘vergissingen’ van de overheid. Dit vraagt een voortvarende aanpak. Het nieuwe regeerakkoord biedt hier goede aanknopingspunten voor. 2 Werk maken van de omslag van curatief naar preventief. Een goede gezondheid maakt het makkelijker om op alle vlakken mee te doen in de samenleving. Gezonde levensjaren op jongere leeftijd vormen de basis voor het goed doorlopen van de schoolloopbaan, voor participatie en voor beschikbaarheid op de arbeidsmarkt. Preventie in het gehele sociaal domein betekent een omslag van symptomen bestrijden naar voorkomen; en daarbij hoort ook aandacht voor schulden, onderwijs en algemene voorzieningen zoals cultuur en sport.

3 Gemeenten willen de regie nemen op duurzame integratie van nieuwkomers, zodat nieuwkomers sneller volwaardig mee kunnen doen aan de Nederlandse samenleving. Uitgangspunten daarbij zijn maatwerk en een integraal, parallel (dus niet volgtijdelijk) aanbod van huisvesting, gezondheid, opleiding, werk etc.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 19 Zorglandschap specialistische jeugdhulp Gemeenten en jeugdhulpaanbieders hebben de ambitie en de verantwoordelijkheid om de zorg voor kinderen en gezinnen integraal, op maat en dicht bij het gezin te organiseren. Het programma ‘Zorglandschap voor de specialistische jeugdhulp’, met Jan Menting als ambassadeur, ondersteunt aanbieders en gemeenten om dit te realiseren. Voor 2018 staan onder meer de volgende onderwerpen op de agenda: • De aanpak van complexe casuïstiek • Evaluatie van de wijze van aanbesteden in 2017 • Goede voorbeelden ophalen en delen over de samenhang en samenwerking tussen onderwijs en zorg • Aandacht voor het afschaffen van de DBC-systematiek (diagnose-behandelcombinatie) • Bijdragen aan een sterkere positie en betere ondersteuning van pleeggezinnen en gezinshuizen • Focus op jeugdhulp in de volle breedte, van basisjeugdhulp tot specialistische jeugdhulp. Sterke lokale democratie De transitie in het sociaal domein, de invoering van de Omgevingswet, de energietransitie en de veiligheid zijn grote opgaven van gemeenten. Om die krachtig te kunnen oppakken, in lijn met de wensen en verwachtingen van de samenleving, zijn een sterke lokale democratie en een sterk bestuur nodig.

Het strategische vertrekpunt van de VNG voor de versterking van de lokale democratie is de ‘Ontwikkelagenda lokale democratie – vernieuwing op maat’ die is vastgesteld in onze Buitengewone Algemene Ledenvergadering van 30 november 2016. De meeste kansen, maar ook problemen, houden niet op bij ‘het blauwe gemeentebord’. De opvang van vluchtelingen, de aanpak van criminaliteit, de opgaven in het sociaal domein, energievraagstukken, allemaal vergen ze ook regionale samenwerking. Het is belangrijk dat gemeenteraadsleden goed betrokken worden bij regionale vraagstukken. Na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2018 zal dit ook voor nieuw samengestelde raden en colleges een opgave zijn. Democratic Challenge De Democratic Challenge is een experimenteer- en leerprogramma gericht op vernieuwing van de lokale democratie. We verzamelen, bundelen en ondersteunen experimenten in de lokale democratie van binnen én buiten de lokale overheid, en werken aan kennisontwikkeling. De Democratic Challenge is een initiatief van het Ministerie van BZK en van de VNG. Voor een goed lokaal bestuur geldt wel een aantal randvoorwaarden. Als eerste moet de financiële huishouding in de basis op orde zijn. Daarvoor is een daartoe toegerust gemeentefonds nodig. Ook is adequate wet- en regelgeving nodig.

\en als derde: de gemeentelijke organisatie, het personeel en de IT-infrastructuur moeten voldoende zijn toegerust om het complexe takenpakket daadwerkelijk te kunnen realiseren. De VNG heeft hier een verbindende en faciliterende rol met aandacht voor de vragen van gemeenten, het onderling leren van elkaar en het versterken van elkaar. Daarbij werkt de VNG samen met gemeenten, de beroeps- en belangenverenigingen en met departementen. Het kabinet zien we als partner bij het zorgen voor een sterke lokale democratie en een sterk bestuur. Om de samenwerking te borgen moeten robuuste bestuurlijke afspraken worden gemaakt. De aanpak van ondermijning is voor de VNG een belangrijke prioriteit. Samen met diverse partners zetten we in op bestrijding van georganiseerde criminaliteit, bijdragen aan een weerbare samenleving en weerbare en integere bestuur en ambtenaren. Activiteiten op het gebied van zorg en veiligheid worden verder verbreed en uitgediept. Met gemeenten gaan we aan de slag om samen met het Rijk de experimenten voor regulering van cannabisteelt goed vorm te geven en uit te voeren. Daarnaast zetten we onder andere in op cybercriminaliteit, prostitutie en het versterken van de gemeentelijke informatiepositie. Samen met het CCV ondersteunt de VNG gemeenten met handreikingen, stappenplannen, bijeenkomsten en verspreiden goede voorbeelden.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 20 In 2018 maakt de VNG met de volgende punten het verschil: • Versterking van de lokale democratie. Door lokale ervaringen met democratische vernieuwing te bundelen en ter beschikking te stellen van alle gemeenten kan in de nieuwe raadsperiode een krachtig vervolg worden gegeven aan de experimenten die op veel plekken in de afgelopen jaren hebben plaatsgehad. • De VNG besteedt aandacht aan de gevaren van ondermijnende criminaliteit en de manier waarop gemeenten die kunnen aanpakken. Voor de aanpak van ondermijning zijn drie samenhangen- de factoren van belang: de aanpak van georganiseerde criminaliteit, de zorg voor een weerbare samenleving en een weerbaar en integer bestuur. In het regeerakkoord is aangekondigd dat er een Ondermijningsfonds wordt opgericht met € 100 miljoen incidenteel en er komt een Ondermijnings- wet. Met en namens gemeenten zetten we er op in dat het ten goede komt aan de lokale aanpak. Voor de Ondermijningswet zetten we in op wetswijzigingen om op lokaal niveau de instrumen- tarium om georganiseerde criminaliteit aan te pakken uit te breiden en informatie beter te delen. • In 2018 ondersteunt de VNG gemeenten om de experimenten cannabisteelt samen met het Rijk vorm te geven met als doel om in de toekomst een gesloten, gereguleerde cannabisketen te realiseren.

Dit om de volksgezondheid, de veiligheid en het gericht aanpakken van georganiseerde criminaliteit achter de cannabisproductie. Om alle aspecten van de experimenten goed te regelen zijn brede bondgenootschappen nodig, met inzet vanuit de volksgezondheid, het strafrecht, de openbare orde, ‘fiscaal’ beleid, wonen en zorg. Het College van Arbeidszaken (CvA) Het CvA speelt als werkgeversvereniging namens alle gemeenten een belangrijke rol in het behouden en versterken van goed lokaal bestuur. Het CvA maakt met vakorganisaties afspraken over arbeidsvoorwaarden voor gemeentelijk personeel, participeert in het landelijk pensioenoverleg en werkt aan integriteit en professionaliteit van de gemeentelijke organisatie. 2018 is een belangrijk jaar voor de normalisering rechtspositie ambtenaren: de nieuwe cao is dan gereed. Het CvA ondersteunt gemeenten hierbij. Verder staat voor 2018 op de agenda: het ontwikkelen van een standpunt voor de toekomst van het pensioenstelsel en een nadere verkenning naar de wenselijkheid en mogelijke invulling van een cao voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Digitalisering Gemeenten werken voortdurend aan betere digitale dienstverlening en samenwerking met andere partijen.

Nieuwe technologieën bieden de mogelijkheid het contact met burgers en bedrijven te versterken en effectiever te werken; de overheid wordt steeds vaker ook een digitale overheid en opereert ook digitaal het liefst als één overheid. Deze maatschappelijke en bestuurlijke transformatie heeft organisatorische consequenties. En er is winst te behalen door het wiel niet 380 keer uit te vinden maar samen te werken. De ambitie van de Digitale agenda 2020 is burgers in staat stellen om deel te nemen aan een open en transparante participatiesamenleving. Daarvoor is nodig: één efficiënte overheid die massaal digitaal werkt en lokaal maatwerk levert. De VNG zal met gemeenten (op beleid én uitvoering) in interbestuurlijke samenwerking maatschappelijke discussies initiëren en faciliteren die bestuurlijk gevoerd moeten worden. Denk daarbij aan de volgende thema’s: de invloed van dataficatie en horizontalisering van informatie op de verhouding burger/markt en overheid, grondrechten in het digitale tijdperk, centrale bouwstenen als solidariteit, privacy, en technologische soevereiniteit in de (informatie)samenleving. De overheid functioneert idealiter als één overheid. Een overheid die gebruikmaakt van de mogelijkheden van ICT om haar dienstverlening en de onderliggende processen effectiever en efficiënter in te richten; of zelfs geheel overbodig te maken.

In het rapport ‘Maak Waar’ van de studiegroep Informatiesamenleving en overheid, waar gemeenten bij betrokken waren, is een richting geschetst voor de toekomst, governance en financiering van de digitale overheid. Tegelijkertijd is op tal van beleidsdossiers sprake van majeure veranderingen, allemaal met digitalisering en ICT als voorwaarde voor de verandering. In 2018 werkt de VNG verder aan een volwaardige en gelijkwaardige Vereniging van Nederlandse Gemeenten 21 representatie van gemeenten op inhoud, organisatie en proces. Dit doen we onder andere door het inrichten van interbestuurlijke programma’s, zoals ook wordt voorgesteld in het regeerakkoord. Waar gemeenten medefinancier zijn of worden van de digitale overheid, bepalen zij ook mee welke keuzes worden gemaakt. Gemeenten nemen hun verantwoording in de sturing en het behalen van maatschappelijk relevante resultaten. In nauwe samenwerking met gemeenten en VNG Realisatie wordt er gewerkt aan het succes van de gezamenlijke gemeentelijke uitvoering en Samen Organiseren. De directeur Informatiesamenleving zorgt voor het vormgeven van de Haagse representatie en coördinatie op de digitale aspecten van de medebewindstaken. Verder wordt opdracht gegeven/gewerkt aan de ontwikkeling en het beheer van gemeentelijke voorzieningen.

Ook wordt invulling gegeven aan de inrichting en inhoud van het fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering 2019. Als laatste worden de primaire beleidsdomeinen (sociaal, fysiek, veiligheid, economie en lokale democratie) geholpen bij het inrichten van opdrachten en het uitvoeren van digitale opgaven. Op twee punten gaat de VNG in 2018 het verschil maken: • Aan het einde van 2018 beschikt de VNG over een visie op de informatiesamenleving. Daarin staat het handelingsperspectief van gemeenten centraal. De visie wordt opgesteld met gemeenten, maar als het kan ook met de andere overheden. • In opdracht van gemeenten levert de VNG professionele ondersteuning van de dienstverlening.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 22 Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering In juni 2017 heeft de ALV VNG ingestemd met méér gezamenlijke uitvoering door gemeenten. Dit betekent: via de aanpak van Samen Organiseren kiezen voor minder vrijblijvendheid in het gebruik van gezamenlijk tot stand gebrachte standaarden, afspraken en voorzieningen, met een duidelijke versnelling ten opzichte van de huidige invoeringstermijnen. De werkwijze Samen Organiseren kenmerkt zich door een grote betrokkenheid en sturing van gemeenten zelf, onder meer in de vorm van het van onderaf aandragen van projecten en vraagstukken met een directe beïnvloeding en besluitvorming op wat er gezamenlijk wordt uitgevoerd en een commitment op een aantal structurele investeringen. Voor de aansturing hiervan is met de Taskforce Samen Organiseren en het College voor Dienstverleningszaken een passende governance structuur ingericht. Eén van de instrumenten om deze gezamenlijke aanpak vorm te geven is het instellen van een fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU). Dit fonds bedraagt in 2018 52,3 miljoen euro (incl. BTW) en is daarmee ongeveer gelijk aan het niveau van de gezamenlijke gemeentefondsuit- names voor gezamenlijke activiteiten over 2017. Het jaarprogramma GGU is een integraal onderdeel van het VNG-jaarprogramma 2018. Beleidsmatig is de Digitale Agenda 2020 leidend.

Deze Agenda is weer ondersteunend aan de VNG Verenigingsagenda 2020. Een “moderne, open, effectieve, goed toegeruste gemeente in een moderne (informatie-)samenleving” is dus heel kort samengevat het beoogde effect, met als strategisch doel een betrouwbare overheid die duidelijk meerwaarde heeft voor inwoners en ondernemers. In het jaarprogramma zijn projecten en activiteiten opgenomen op het gebied van dienstverlening en informatievoorziening, op het terrein van gezamenlijke basisprocessen op uitvoering van medebewindstaken, op het wegnemen van belemmeringen voor uitvoering en op het continueren van de basisdienstverlening van VNG Realisatie. Het doel van de GGU is om bij te dragen aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken door een aantal cruciale randvoorwaarden op het terrein van informatievoorziening, dienstverlening, uitvoering en bedrijfsvoering gezamenlijk te organiseren. Voorbeelden daarvan zijn de Informatiebeveiligingsdienst en het Gemeentelijk Gegevensknooppunt.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 | 2514 JS Den Haag info@vng.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/635604ad-36c0-473d-8da8-7089b8288ec5?agendaItemId=f8249c63-5836-4c04-a1d4-44438aaef7ef