6.0 VNG_ledenbrief 26-034_Geactualiseerde handreiking en vervolgstappen Weerbaarheid en veerkracht
Tekst van het document
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl 1/6 Geachte leden van college en gemeenteraad, Met deze ledenbrief bieden we u de geactualiseerde handreiking Weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau 2.0. aan. De actualisatie voorziet in een brede behoefte aan concretisering en toelichting van de 41 maatregelen en bundelt goede voorbeelden uit de praktijk. Daarnaast informeert deze brief u over de bestuurlijke stand van zaken op het thema weerbaarheid langs de 6 pijlers van de handreiking. Weerbaarheid staat onverminderd hoog op de bestuurlijke agenda. De lokale relevantie ligt niet alleen in de aard van een dreiging, maar vooral in de plaats waar de gevolgen landen. Langdurige uitval van stroom, telecom of digitale systemen raakt direct de gemeentelijke dienstverlening, de openbare orde, de zorgcontinuïteit en de ondersteuning van inwoners in een kwetsbare positie. Tegelijk neemt de gemeentelijke verantwoordelijkheid sneller toe dan de capaciteit, financiering en rolverdeling worden uitgewerkt. Zolang structurele middelen voor de volle breedte van de opgave uitblijven, groeit de spanning tussen bestuurlijke verantwoordelijkheid en uitvoerbaarheid. Deze brief is geschreven voor de raden en colleges die na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 zijn aangetreden.
De VNG adviseert u om nog in 2026 met de handreiking de lokale uitgangspositie te bespreken, prioriteiten te bepalen en afspraken te maken over sturing, middelen en regionale samenwerking. Achtergrondinformatie over landelijke en Europese ontwikkelingen, de inzet van de VNG en de planning vindt u in de bijlagen. Aanleiding: de geactualiseerde handreiking De handreiking is sinds onze eerste ledenbrief over weerbaarheid en veerkracht van augustus 2025 het referentiekader voor de lokale weerbaarheidsopgave. Veel gemeenten zijn ermee aan de slag gegaan. De actualisatie verwerkt hun inzichten en voorbeelden en die van veiligheidsregio’s en andere samenwerkingspartners. De maatregelen zijn waar nodig scherper en concreter geformuleerd. Het handelingsperspectief en de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden zijn verduidelijkt. Aan de leden Onderwerp Weerbaarheid en veerkracht: geactualiseerde handreiking en vervolgstappen Datum 15 september 2026 Ons kenmerk [U202600409 Lbr 26/034] Telefoon 070 373 83 93 Bijlage(n) 1. Landelijke en Europese ontwikkelingen 2. Inzet van de VNG 3. Planning Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/6 De 6 pijlers blijven het ordenend kader. De actualisatie legt extra nadruk op de continuïteit van kritieke processen, de verwevenheid van fysieke en digitale weerbaarheid en de positie van kwetsbare inwoners, locaties en voorzieningen.
Ook afspraken met ketenpartners en de voorbereiding op verstoringen die langer dan 72 uur duren krijgen meer aandacht. Praktijkvoorbeelden, hulpmiddelen en verwijzingen zijn gebundeld op het nieuwe Weerbaarheidsplein, bereikbaar via de themapagina Weerbare samenleving. Bestuurlijke stand van zaken langs de 6 pijlers 1. Continuïteit van de eigen organisatie De gemeentesecretaris vervult in deze pijler een sleutelrol. Hij of zij verbindt bestuur, bedrijfsvoering, beleid en uitvoerende diensten en kan daardoor de organisatiebrede voorbereiding coördineren. Daarom publiceert de VNG eind september 2026 een handreiking voor gemeentesecretarissen over de continuïteit van de eigen organisatie, met een toolbox per pijler. In het vierde kwartaal start het kennis- en leertraject weerbare samenleving voor gemeentesecretarissen, ontwikkeld met de Vereniging van Gemeentesecretarissen en WeerbaarNL. De eerste fysieke trainingsdag is op 28 oktober 2026. Informatie over het programma en de aanmelding volgt via de VNG Academie. Continuïteit gaat breder dan wetgeving. Bij uitval van vitale voorzieningen, ICT of personeel moeten gemeenten hun kritieke processen zoveel mogelijk kunnen voortzetten. Dat geldt ook voor de democratische kern van het lokaal bestuur. Denk aan besluitvorming, raadsvergaderingen en verkiezingen. Continuïteit raakt daarnaast het werkgeverschap.
Gemeentelijk personeel kan reservist of vrijwilliger zijn bij een hulpverleningsorganisatie. Een oproep kan dan kritieke functies en teams raken. De VNG adviseert gemeenten om ruimte te bieden aan deze maatschappelijke inzet en tegelijk, binnen de kaders van de AVG, in beeld te brengen welke functies en teams bij een oproep kwetsbaar worden. De Cao Gemeenten regelt sinds 1 januari 2026 het reservistenverlof. Daarnaast actualiseren we de ‘Handreiking reservisten bij gemeenten’. Sinds dit jaar geldt bovendien nieuwe wetgeving die eisen stelt aan de digitale continuïteit van de eigen organisatie en, voor aangewezen kritieke entiteiten, aan de fysieke weerbaarheid. Op 15 augustus 2026 zijn de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) in werking getreden. De Cbw geldt voor gemeenten en verschillende gemeenschappelijke regelingen. De wet verplicht hen onder meer tot registratie bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), een actuele cyberrisicoanalyse, passende maatregelen en melding van significante incidenten. Daarbij geldt binnen 24 uur een vroegtijdige waarschuwing en binnen 72 uur een vervolgmelding. Met de Baseline Informatiebeveiliging Overheid 2 (BIO2) geven gemeenten invulling aan de zorgplicht. Het college is eindverantwoordelijk voor de bestuurlijke sturing op cyberbeveiliging en de continuïteit van de dienstverlening.
Voor collegeleden geldt een trainingsplicht. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur houdt risicogericht toezicht. De Wwke kent een ander toepassingsmechanisme. Zij geldt voor een gemeente of gemeentelijke organisatie nadat het verantwoordelijke ministerie deze als kritieke entiteit heeft aangewezen. Na aanwijzing gelden afzonderlijke termijnen voor de risicobeoordeling, de zorgplicht en de meldplicht. Voor de verdere voorbereiding verwijzen we naar de VNG-pagina over de Cbw en de Wwke. 2. Crisisorganisatie Sinds begin 2026 loopt een landelijke pilot met lokale noodsteunpunten en regionale coördinatiepunten in bijna 70 gemeenten, verspreid over alle 25 veiligheidsregio’s. Gemeenten en veiligheidsregio’s voeren de pilots uit. Het NIPV ondersteunt het landelijke leer - en evaluatieproces, onder meer met kennisontwikkeling en een overkoepelende reflectie. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/6 Informatievoorziening aan inwoners is de basisfunctie. Daarnaast wordt geoefend met 112 - meldingen, het lokaal verbinden van vraag en aanbod en een signaleringsfunctie. De pilots lopen tot eind 2026. Begin 2027 volgt op basis van de businesscase en de pilotresultaten een besluit over de uitrol en het ambitieniveau. In 2027 wordt op meer locaties ervaring met noodsteunpunten opgedaan. De structurele inrichting wordt naar verwachting vanaf 2028 geregeld.
Daarmee is 2027 een overbruggingsjaar. Voor gemeenten betekenen dit 2 dingen. Binnen de pilots richten gemeenten de noodsteunpunten in en de veiligheidsregio’s de regionale coördinatiepunten. Er vindt nog geen landelijke publiekscommunicatie over noodsteunpunten plaats. Die volgt na de besluitvorming over de uitrol. JenV, de VNG en het Veiligheidsberaad maken uiterlijk 1 oktober 2026 afspraken over de verdeling van middelen voor 2027 en het ambitieniveau. Deze afspraken gelden uitsluitend voor de pilots en lopen niet vooruit op de structurele taakverdeling en financiering . De VNG adviseert colleges om via het algemeen bestuur van de veiligheidsregio te sturen op de lokale uitvoering en uitvoerbaarheid van de crisisorganisatie en de samenwerking tussen veiligheidsregio en gemeenten. 3. Vitale voorzieningen Gemeenten zijn voor hun continuïteit afhankelijk van vitale ketens. Denk aan energie, telecom, drinkwater en afvalverwerking. Ook vervoer, publieke gezondheid, digitale systemen en externe leveranciers horen daarbij. Bij gelijktijdige uitval doen meerdere gemeenten en ketenpartners een beroep op dezelfde schaarse mensen, middelen en voorzieningen. Regionale afspraken bieden dan niet vanzelf voldoende zekerheid.
De VNG adviseert gemeenten om verantwoordelijkheden, afhankelijkheden en terugvalopties met vitale aanbieders en de veiligheidsregio te concretiseren, inclusief scenario’s die langer dan 72 uur duren. We adviseren daarbij voor het beeld van de benodigde noodstroomcapaciteit aan te sluiten bij de veiligheidsregio. Sinds kort betrekt het rijk de VNG bij de landelijke gesprekken over schaarste. We informeren u over de voortgang via de reguliere kanalen. Defensie en maatschappelijke weerbaarheid Nederland investeert fors in het versterken van de militaire paraatheid. De Defensienota 2026 benadrukt dat die inspanning alleen effectief is in een samenleving die zelf weerbaar is en nauw samenwerkt met civiele partners. De gemeentelijke rol werkt de nota nog niet concreet uit. Dit thema zal verder worden uitgewerkt aan de thematafel ‘een parate krijgsmacht met civiele ondersteuning van de militaire taak’, die zal vallen onder de nieuwe interbestuurlijke tafel weerbaarheid voor decentrale overheden. Defensie maakt voor 'host nation support' rechtstreeks afspraken met een beperkt aantal gemeenten waar militaire terreinen of kritieke infrastructuur liggen. ‘Host nation support’ betreft de civiele en militaire ondersteuning die een gastland verleent aan buitenlandse militaire eenheden of internationale organisaties die zich tijdelijk op zijn grondgebied bevinden.
Verplaatsingen van bondgenoten over Nederlands grondgebied kunnen gevolgen hebben voor lokale infrastructuur, ruimte, logistiek en zorg. Defensie en Justitie en Veiligheid werken ondertussen met het Veiligheidsberaad aan een roadmap civiel-militaire samenwerking. De VNG adviseert colleges zich via het algemeen bestuur van de veiligheidsregio te laten informeren over de stand van deze roadmap, het Landelijk Crisisplan Militaire Dreigingen en de mogelijke lokale en regionale gevolgen die hieruit voortvloeien. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/6 4. Sociaal weefsel Een sterk sociaal weefsel bepaalt in belangrijke mate of inwoners elkaar bij langdurige verstoringen kunnen bereiken en ondersteunen. Dit raakt niet alleen veiligheid, maar ook het sociaal domein, publieke gezondheid, welzijn en de bestaande infrastructuur in buurten en dorpen. Voor versterking van het sociale weefsel bestaat geen afzonderlijk wettelijk kader of geoormerkt budget. Juist daarom vraagt dit om bewuste bestuurlijke agendering en een integrale aanpak vanuit verschillende beleidsterreinen. Maatschappelijke organisaties, inwonersinitiatieven en zorg- en welzijnspartners vormen de infrastructuur waarlangs mensen tijdens een verstoring worden bereikt.
We adviseren afspraken over hun rol niet uit te stellen tot een crisis, maar nu al het gesprek te voeren met inwoners, maatschappelijke partners en ondernemers over wat er nodig is om buurten en gemeenschappen weerbaar te maken en te houden. De VNG heeft met Het maatschappelijk noodpakket een eerste aanzet gedaan om het begrip sociaal-maatschappelijke weerbaarheid te duiden. Het narratief is bedoeld als inhoudelijk vertrekpunt voor het gesprek over wat nodig is om de samenleving weerbaarder te maken en welke rol gemeenten, inwoners en maatschappelijke partners daarin kunnen vervullen. Daarnaast hebben we een toolbox ontwikkeld waarin bestaande instrumenten, handreikingen en praktijkvoorbeelden gebundeld worden. Gemeenten kunnen deze instrumenten benutten voor de lokale aanpak en het gesprek met de samenleving. De toolbox is te vinden op het Weerbaarheidsplein en wordt aangevuld met nieuwe instrumenten. 5. Zelf- en samenredzaamheid van inwoners en organisaties De landelijke campagne ‘Denk vooruit’ helpt inwoners en organisaties zich voor te bereiden op de eerste 72 uur van een noodsituatie. Op 13 april 2026 had 44% van de inwoners een noodpakket. Die 72 uur vormen geen herstelgarantie van de overheid. Naarmate een verstoring langer duurt, neemt de druk op gemeentelijke taken, professionele hulpverlening en informele netwerken toe.
Voor ondernemers loopt sinds mei 2026 een landelijke campagne voor bedrijfsweerbaarheid. Via het programma Samen Weerbaar van het Vfonds zijn bijdragen tot 5.000 euro beschikbaar voor kleinschalige lokale initiatieven. Dit programma ondersteunt zowel het sociale weefsel als de samenredzaamheid. De VNG adviseert gemeenten zulke initiatieven te verbinden met bestaande buurt-, zorg- en veiligheidsnetwerken, met bijzondere aandacht voor mensen die zichzelf in een crisissituatie niet of beperkt kunnen redden. 6. De samenleving als overkoepelend systeem Het dreigingsbeeld is urgenter geworden. Het Dreigingsbeeld Statelijke Actoren (2025) beschrijft een toegenomen dreiging van sabotage van vitale infrastructuur. Voor het eerst sinds decennia is het reëel dat Nederland via NAVO-artikel 5 direct bij een gewapend conflict betrokken raakt, zo stelt het kabinet in de brief over weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen. Volgens de KNMI’23-klimaatscenario’s nemen ook de risico’s door hitte, droogte, natuurbranden en wateroverlast toe. De vertaling van deze dreigingen naar lokaal beleid heeft nog onvoldoende aandacht. Deze brief en de handreiking helpen u die vertaling te maken. Weerbaarheid is niet alleen een veiligheidsdossier, maar een samenhangende opgave voor bestuur, organisatie, regio en samenleving. Dat is een bestuurlijke uitdaging.
Beleid, wettelijke verplichtingen, ketenverantwoordelijkheden en middelen worden vanuit verschillende departementen en sectoren ontwikkeld. Gemeenten hebben dat te vertalen naar een integrale weerbaarheidsaanpak. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5/6 De VNG verwacht de komende jaren nog veel Europese en landelijke kaders en initiatieven en zal gemeenten bijstaan in het maken van die vertaling. Zo zijn er diverse landelijke crisisplannen in ontwikkeling, wordt de Distributiewet gewijzigd en starten er gesprekken over stedelijk en industrieel afvalwater. Bijlage 1 bevat een overzicht van de nu bekende landelijke en Europese ontwikkelingen. Tussentijdse wijzigingen, nieuwe ontwikkelingen en aanvullende trajecten publiceren we onder ‘Actueel’ op de themapagina Weerbare samenleving. Financiën Nederland heeft zich in NAVO-verband gecommitteerd aan investeringen van 5% van het bruto binnenlands product in 2035. Daarvan is ten minste 3,5% bestemd voor defensie. Tot 1,5% kan worden toegerekend aan bredere veiligheidsinvesteringen, zoals kritieke infrastructuur en civiele paraatheid. Het coalitieakkoord van het huidige kabinet werkt de 3,5% voor Defensie uit, maar biedt nog geen concrete invulling van de bredere 1,5%. De VNG maakt zich er hard voor dat deze ruimte ook wordt benut voor de lokale en regionale weerbaarheid en onderbouwt daarbij de cruciale rol van gemeenten.
Vanaf 2027 is door het vorige kabinet structureel € 70 miljoen beschikbaar gesteld voor regionale en lokale weerbaarheid, grotendeels via de veiligheidsregio’s uitgekeerd en onder meer bestemd voor noodsteunpunten en burgerhulpverlening. Deze middelen zijn geen budget dat gemeenten vrij kunnen inzetten voor de volle breedte van de 6 pijlers. Zij vormen evenmin compensatie voor de verplichtingen uit de Cbw en de Wwke. Het huidige kabinet heeft vooralsnog geen aanvullende structurele middelen voor lokale weerbaarheid beschikbaar gesteld. Zolang dat zo blijft, loopt de spanning tussen de groeiende opgave en de lokale uitvoeringskracht op. De VNG heeft dit financiële knelpunt steeds geagendeerd in het Overhedenoverleg met de minister-president. We brengen voorstellen in om financiële ruimte te vinden op de rijksbegroting en werken aan een financieel onderbouwde claim voor de implementatie van de handreiking. Onze inzet rust op 2 overwegingen. Weerbaarheid begint lokaal en u moet uw bestuurlijke verantwoordelijkheid kunnen nemen. En de ervaring leert dat wanneer ketens verzuimen maatregelen te treffen, de lasten van een crisis bij de gemeente komen te liggen. Zodra de gesprekken tot nieuwe bestuurlijke afspraken leiden, informeren we u. Over de financiële gevolgen van de rijksbegroting voor gemeenten informeren we u via de reguliere ledenbrieven.
Wat vraagt dit van college en gemeenteraad? De VNG adviseert college en gemeenteraad om nog in 2026 gezamenlijk 4 afspraken te maken: ▪ Breng met de 6 pijlers in beeld waar de gemeente staat. Neem daarin het fysieke, digitale en sociale domein, de bedrijfsvoering en de uitvoerende diensten mee en stel de uitvoerbaarheid centraal. Maak de wederzijdse afhankelijkheden met leveranciers, vitale aanbieders en regionale partners inzichtelijk. ▪ Bepaal welke risico’s en gemeentelijke processen als eerste aandacht vragen, welk niveau van voorbereiding passend is en welke capaciteit en middelen daarvoor nodig zijn. ▪ Leg vast wat de gemeente zelf organiseert en wat regionaal of landelijk wordt belegd. Laat u via het algemeen bestuur van de veiligheidsregio informeren over bevolkingszorg, noodsteunpunten, aansluiting op landelijke crisisplannen en de verdeling van midde len. ▪ Leg vast wie bestuurlijk opdrachtgever is, hoe de gemeentesecretaris de organisatiebrede uitvoering coördineert en hoe college en gemeenteraad de voortgang volgen. Een formele taakverdeling alleen is onvoldoende. Bepalend is of eigenaarschap, capaciteit, middelen, informatie en zeggenschap voor deze domeinoverstijgende opgave met elkaar in samenhang worden georganiseerd.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6/6 Vragen Bij vragen over deze ledenbrief, de handreiking of de weerbaarheidsopgave kunt u contact opnemen met het team Weerbare samenleving via weerbaarheid@vng.nl. Actuele informatie vindt u op de themapagina Weerbare samenleving. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur