6.0 VNG - gids, Het kind als kompas
Tekst van het document
Het kind als kompas samen werken aan een omgeving waarin kinderen tot hun recht komen Gids voor de wethouder Jeugd voor een brede lokale aanpak voor jeugd en gezinnen 2 Beste wethouder Jeugd, Je staat voor een van de meest betekenisvolle én uitdagende verantwoordelijkheden binnen het lokaal bestuur: zorgen dat kinderen en jongeren in jouw gemeente gezond, veilig en kansrijk kan opgroeien. Veel kinderen doen het gelukkig goed. Toch krijgt 1 op de 7 kinderen nu individuele jeugdzorg. Dat kan anders. Steeds meer wordt duidelijk dat jeugdbeleid niet alleen over zorg gaat, maar ook over onderwijs, bestaanszekerheid, wonen, veiligheid en de sociale omgeving. Daarom is een inhoudelijke koerswijziging nodig, en een andere manier van werken en denken binnen de overheid. Die inhoudelijke koers vindt zijn kern in een brede, preventieve aanpak die het normale leven van kinderen en gezinnen als fundament versterkt. Op verzoek van de VNG ben ik met deze opgave aan de slag gegaan. In gesprekken met jongeren, professionals, bestuurders en experts klinkt steeds dezelfde behoefte: richting, houvast en handelingsperspectief.
Gemeenten willen wel, maar zoeken naar het antwoord op de vraag: #HoeDan? Hoe maak je de beweging van zorg naar preventie, van systemen naar relaties, van losse projecten naar een stevige pedagogische en sociale basis in wijken en kernen? Deze gids helpt je daarbij, door je te ondersteunen in jouw rol als bestuurlijk aanjager van verandering – of transformatie. Je hoeft het niet alleen te doen: samen met kinderopvang, onderwijs, jeugdgezondheidszorg, lokale teams, maatschappelijke partners én ouders en jongeren kun je bouwen aan één samenhangende, toegankelijke basis waarin kinderen tot hun recht komen. Maak daarbij gebruik van wat er al is – sociaal kapitaal, informele netwerken en gemeenschappelijke voorzieningen – en versterk wat nog nodig is. Laat je inspireren door wat er in een aantal gemeenten al gebeurt. Er zijn veel mooie voorbeelden. Die transformatie naar een brede aanpak voor jeugd en gezinnen vraagt veel tijd, lef en doorzettingsvermogen en levert niet direct iets op. Doorgaan met het optimaliseren van het bestaande maakt de fundamentele koerswijziging echter alleen maar moeilijker en duurder. Daarom is het nu tijd voor #DoeDan: richting geven, keuzes maken, ruimte creëren, coalities bouwen, stoppen met zaken die je niet dichter bij je doel brengen.
Hoofdstuk 1 gaat over de inhoudelijke beweging naar een brede agenda voor kinderen en gezinnen: waar werk je naartoe en wat heb je daarvoor nodig? Hoofdstuk 2 zoomt in op de rol van de overheid en specifiek op die van jou als wethouder Jeugd: hoe stuur je en neem je anderen mee in de koerswijziging? Hoofdstuk 3 beschrijft het veld waarin je als wethouder Jeugd acteert: de wereld van contracten, financiën, regionale samenwerking en overlegstructuren. Hoe deze gids te gebruiken: • In de gids staan handvatten die voor iedereen bruikbaar zijn. Maar niet elke gemeente begint of bouwt voort op hetzelfde punt. Bespreek deze gids met je directeur of afdelingshoofd Sociaal Domein om te kijken waar jouw gemeente staat met het oog op een brede aanpak. • Ontwerp vervolgens met ouders, jongeren, kinderopvang, onderwijs, jeugdgezondheidszorg en andere maatschappelijke partners een inhoudelijke agenda voor een brede lokale basis en geef samen uitvoering aan een overzichtelijk aantal opgaven die passen bij wat er in jouw wijken en kernen nodig is. • Stel met je directeur of afdelingshoofd een aantal prioriteiten vast. Je kunt niet alles tegelijk aanpakken, als je alles maar doet vanuit de overkoepelende ambitie om te komen tot een brede aanpak voor gezinnen, kinderen en jongeren. Veel succes in deze belangrijke rol! Cathalijne Dortmans Bestuurlijk aanjager brede aanpak jeugd en gezinnen
3 HoofdstukeenHoofdstukéén Een brede lokale preventieve aanpak voor jeugd en gezinnen – wat en met wie? Dit hoofdstuk spoort je aan tot de noodzakelijke inhoudelijke beweging: van individuele jeugdzorg naar een positief lokaal jeugd- en gezinsbeleid. De focus van deze beweging ligt niet op problemen en classificaties, maar op kansen en beschermende factoren om als kind en jongere gezond en veilig op te groeien. Cruciaal daarbij is dat zij niet als probleem worden gezien, maar dat er in hen wordt geïnvesteerd. Dat betekent alertheid als er iets misgaat (vroeg signaleren), tijdig handelen en een goede samenwerking tussen betrokken partijen. De basis daarbij ligt in de relatie van het kind in het gezin en de directe omgeving. En dat vraagt om een ander uitgangspunt: de oplossing voor een probleem of hulpvraag is niet medisch of individueel, tenzij er aanwijzingen zijn dat dit wel het geval is. 1.1 De wereld van het kind Tijdens de reis van baby naar volwassene komt een kind in contact met allerlei mensen, professionals en organisaties: verloskundige, kraamhulp, consultatiebureau, kinderopvang, school, vrienden, (sport)verenigingen en niet te vergeten de online wereld. Ook de ouders komen met allerlei instanties in aanraking, los van hun directe omgeving: werkgevers, woningcorporaties, en ook met de gemeente, politie of schuldhulpverlening.
Idealiter hebben al die instanties, ook waarmee de ouders in aanraking komen, oog voor de ontwikkeling van het kind. Ze zouden een tweede natuur moeten hebben om altijd het kind in beeld te hebben als er een beslissing moet worden genomen. Eerlijk gezegd…dit gebeurt nog lang niet genoeg. Ouders krijgen ook nogal eens verschillende signalen van organisaties. Redenen om een andere koers te varen en beter samen te werken. 1.2 Een noodzakelijke koerswijziging Het leven van kinderen en hun ouders speelt zich dus in allerlei domeinen af. Er zijn daarbij allerlei invalshoeken om een gezin te ondersteunen als het ergens tegenaan loopt. Toch wordt bij een vraagstuk rondom een kind al snel gekozen voor één aanvliegroute: de jeugdzorg. Daarnaast – en diverse instanties en rapporten bevestigen dat – komen kinderen en jongeren vaak pas in beeld als er iets fout gaat. Het is juist belangrijk dat partijen elkaar hebben gevonden voordat er iets mis is. Dit vraagt om investeren in duurzame relaties met bestuurders van netwerkpartners.
De Raad voor Volksgezondheid en Samenle - ving (RVS) kijkt in zijn advies ‘Kinderen uit de Knel’ naar de vraag hoe hulp vanuit andere invalshoeken dan jeugdzorg kan bijdragen aan het gezond en veilig opgroeien van een nieuwe generatie, ook Vrije tijd Opvang School Gezondheid Wonen Relaties Justitie Inkomen & werk Online GezondheidWelzijn van het kind 4 als kinderen nog niet kampen met problemen die om de inzet van jeugdzorg vragen. Hierbij kijkt de RVS in het bijzonder naar de zogenoemde ouderdomeinen: wonen, financiën, fysieke en mentale gezondheid van ouders, relaties en werk/opleiding. Er is sprake van een kwetsbare context om in op te groeien als één of beide ouders op één of meerdere leefdomeinen problemen ervaren. De cijfers zijn niet mis: 671.000 kinderen groeien op met ten minste één ouder met een psychische aandoening, veel kinderen wonen in een te krap huis en bijna 210.000 kinderen groeien op in een huishouden dat een inkomen onder de lage-inkomensgrens heeft. Hoewel ouders in deze domeinen centraal staan, hebben de besluiten hier grote impact op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Bij veel beleid – de RVS noemt zelf het bepalen van de belastingvrije voet bij schulden, de urgentie- verklaring bij woningtoewijzing of de ‘kindcheck’ bij GGZ-problematiek van ouders – worden de belangen van kinderen niet of nauwelijks meegewogen.
En doordat daar geen oog voor is, zijn de gevolgen navenant: zij worden geconfronteerd met allerhan- de ‘reparatiemaatregelen’: ontbijt op school als een kind hongerig aankomt, een uithuisplaatsing als de gezinsstress te groot of het huis te klein wordt, een individueel behandeltraject als de vechtscheiding uit de hand loopt. Goed bedoeld en soms ook zeker nodig, maar vrijwel altijd (te) laat en (te) duur. En voornamelijk gericht op de manier waarop een kind of jongere er zelf mee moet leren omgaan en te weinig op de achterliggende oorzaak van het gedrag: de context of de werkelijke hulpvraag. Dat kan anders, zoals ook het rapport Groeipijn van de commissie Van Ark beschrijft. Willen we écht kinderen en jongeren helpen en grip krijgen op de uitgaven van individuele jeugdzorg, dan moeten we inzetten op ‘een systemische benadering rondom kwetsbare gezinssituaties, waardoor jeugdproblematiek die daarmee samenhangt, sneller kan worden gesignaleerd en opgepakt’ (pag. 73). Van Ark stelt onder andere het volgende vast: 1. er is onvoldoende aandacht voor het verminderen van de (structurele) factoren die leiden tot de instroom naar jeugdzorg; 2. de oplossing ligt vooral in de systemen buiten de jeugdzorg: in het gezin, op school en in de samenleving; jeugdzorg zou daarom aanpalend moeten zijn in plaats van andersom; 3.
de partners in het zogeheten ‘voorveld’ (jeugdgezondheidszorg, kinderopvang, scholen en maatschappelijke verenigingen) zijn nog onvoldoende betrokken bij het anders inrichten van het jeugdbeleid. VoorbeeldTransformatie naar een contextuele en systeemgerichte beleidspraktijk Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) heeft voorbeelden van gemeenten beschreven die een beweging in gang hebben gezet van een probleemdenkende, individuele en classificatiegerichte benadering naar een benadering en beleid gericht op context en familiesysteem. Hier kun je meer informatie vinden over de gemeenten Zwolle, Nijmegen, Utrecht, Peel en Maas en Groningen: Transformatie naar een contextuele en systeemgerichte beleidspraktijk | Nederlands Jeugdinstituut. 1.3 Het belang van kinderen en jongeren in al het beleid – een integrale benadering Bovenstaande heeft nogal wat gevolgen voor je opstelling als wethouder. Het betekent ten eerste dat je je beleid niet langer richt op het organiseren van individuele jeugdzorg, maar op de manier waarop je de belangen van kinderen en jongeren meeweegt in alle beleidsterreinen. Dat gaat van armoedebeleid, woonbeleid en de inrichting van de fysieke leefomgeving tot werk en inkomen en maatschappelijke ondersteuning. Niet alles ligt natuurlijk binnen jouw portefeuille. Maar gelukkig maak je deel uit van een college.
En in dat college zijn collegeleden gezamenlijk verantwoordelijk voor besluiten, ongeacht wie het dossier inhoudelijk beheert. Het is een vorm van collegiaal bestuur: het college beslist als één geheel. Denk daarbij niet te snel dat veel jeugdbeleid vooral bij anderen buiten het gemeentebestuur ligt. Natuurlijk zijn er maatschappelijke trends (bijvoorbeeld sociale media, individualisering, prestatiedruk, eenzaamheid) die je als gemeente niet even kunt bijsturen. Ook ben je als gemeente afhankelijk van landelijk (verkokerd) rijksbeleid of beleid dat is bepaald door samenwerkingspartners, zoals het onderwijs of de kinderopvang. Maar gemeenten hebben zelf veel wettelijke bevoegdheden die direct of indirect gevolgen hebben voor kinderen en jongeren. Denk aan wonen, onderwijsachterstandenbeleid, leerplicht, schuldhulpverlening, publieke gezondheid of onderwijshuisvesting. Een overzicht vind je hier. Daarnaast geldt: ‘Ook al ga je er niet over, je kunt er wel van zijn’. In je relatie met andere partijen is veel mogelijk. Want in de kinderopvang of het onderwijs lopen professionals tegen dezelfde 5 uitdagingen aan. En ook zij hebben behoefte aan samenwerking. Dat blijkt uit diverse koersdocumenten, zoals die van de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvangorganisaties of de Sectorraad Gespecialiseerd Onderwijs.
Zoek elkaar daarom op en voer een eerlijk gesprek over wat je zou willen bereiken en wat ervoor nodig is om dat in gezamenlijkheid te realiseren. De onderwijsraad heeft ook een bruikbaar advies gepubliceerd: ‘Welzijn en onderwijs’. Voorbeeld Combinatie van onderwijs, ouderbetrokkenheid en praktijkleren De Community School Tilburg-West is geen fysieke school, maar een beweging met één gezamenlijke visie: een doorlopende leer- en ontwikkel - lijn van -9 maanden tot 16 jaar. Ouders, kinderen, leerkrachten, studenten en wijkpartners zoals GGD, R-Newt, gemeente Tilburg en Fontys Hoge - school werken volwaardig samen rond veilig, gezond, gelukkig en kansrijk opgroeien. Een belangrijk onderdeel zijn de Ouderkamers: ontmoetings - plekken waarvan ouders de eigenaar zijn, vragen kunnen stellen en zelf hun behoeften bepalen vanuit eigen kracht. Ook is met Fontys Hogeschool een Professionele Werkplaats. De kracht van de aanpak zit in de combinatie van onderwijs, ouderbetrokkenheid, wijkpartners, praktijkleren en ondersteu - ning dichtbij de leefwereld van kinderen en gezinnen. Wat kun je als wethouder doen? ✓ Praat met kinderen, jongeren en ouders over hun behoeften. Heb oog voor de mensen achter het beleid en laat het beleid de praktijk volgen; niet andersom.
✓ Kijk binnen je eigen portefeuille naar de samenhang van de verschillende onderwerpen en stel daarbij het kind of de jongere centraal. ✓ Zie een brede preventieve aanpak voor jeugd en gezinnen als verantwoordelijkheid van héél het college. Kijk samen naar het belang van wonen, groen, sport of kunst en cultuur bijvoorbeeld. ✓ Maak gebruik van de Kinderrechtentoets bij de collectieve besluitvorming in het college. ✓ Organiseer werkbezoeken en gesprekken met ouders en jongeren met het hele college. ✓ Vraag je gemeentesecretaris om met zijn of haar directeuren voorstellen te doen voor samenhangend beleid in het belang van kinderen en jongeren, gebaseerd op cijfermatige inzichten en duidelijk geformuleerde opgaven. VoorbeeldKunsteducatie en passieontwikkeling Cult North is een initiatief in Rotterdam dat zich richt op kunsteducatie en passieontwikkeling onder jonge autodidacte makers. Het initiatief werkt vanuit de vraag van de doelgroep en maakt samen programma’s die aansluiten op actuele wensen. Cult North organiseert onder meer panels, evenementen/festivals en masterclasses, zodat jonge makers zich kunnen ontwikkelen, zich kunnen laten horen en hun netwerk kunnen vergroten. De organisatie positioneert cultuur niet alleen als middel, maar als ecosysteem waarin ook welzijn, zorg en educatie aan bod komen.
6 Voorbeelden Integraal werken vanuit kinderrechten (Gooise Meren) Gemeente Gooise Meren laat zien wat het betekent om kinderrechten leidend te maken in beleid. Als eerste Child Friendly City van Nederland heeft de gemeente een integraal jeugdbeleid ontwikkeld waarin ze het perspectief van jeugdigen expliciet meeweegt in verschillende beleidsdomeinen. De meerwaarde van deze aanpak zit in het verbinden van jeugdbeleid aan regulier beleid, zoals wonen, openbare ruimte en participatie. Jeugd is daarmee niet een afzonderlijke beleidsopgave maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een aandachtspunt is dat kinderrechten niet alleen een symbolisch instrument blijven, maar daadwerkelijk worden vertaald naar afwegingen en keuzes in beleid én uitvoering. Een fundamentele en duurzame aanpak voor het sociaal domein De gemeente Hengelo heeft de afgelopen jaren het sociaal domein ingrijpend vernieuwd. Niet met een tijdelijke maatregel, maar met een fundamentele en duurzame aanpak: het Hengelo’s Model. Deze transformatie is noodzakelijk om ook in de toekomst hulp en ondersteuning beschikbaar, betaalbaar en mensgericht te houden. Centraal in het Hengelo’s Model staan vier uitgangspunten: punten: normaliseren, preventie, wijkgericht werken en nieuw zakelijk partnerschap. Het model kent drie ondersteuningslagen: 1.
Sociale basis – steun in de buurt, via netwerken, verenigingen en algemene voorzieningen. 2. Basisondersteuning – professionele, wijkgerichte hulp zonder indicatie. 3. Maatwerkondersteuning – specialistische zorg, waarvoor een indicatie nodig is. ✓ Onderzoek de impact van beleid voor al je wettelijke taken die raken aan jeugdbeleid. Volgens de RVS maakt bijvoorbeeld circa 20% van de huishoudens met schulden gebruik van schuldhulpverlening ook al hebben ze daar recht op. De rest dus niet…! Stel een vaste ‘kind-check’ in voor alle maatregelen en interventies op andere beleidsterreinen. ✓ Onderzoek de impact van je sociaal beleid en pas het waar nodig aan. Stel je je als gemeente proactief op? Hoe worden inwoners benaderd en bejegend? Niet alle inwoners hebben vertrouwen in de gemeente of weten als ouder de gemeente te vinden. Dat vraagt begrip, aanpassing en goede cliëntondersteuning. Lees hierover meer in de VNG-ledenbrief ‘Stappen zetten in proactieve dienstverlening’ of in de Ombudsvisie Proactieve Overheid van de Nationale Ombudsman. ✓ Jeugdbeleid hangt voor een groot deel samen met bestaanszekerheid. De VNG heeft hiervoor een handreiking beschikbaar gesteld: ‘Gaan doen wat we al heel lang weten: jeugdzorg en bestaanszekerheid verbinden bij gemeenten’. ✓ Op landelijk niveau is door jongeren de Nationale Jeugdstrategie geschreven.
Laat je inspireren door de adviezen voor een samenhangende aanpak op allerlei domeinen, van mentale problemen en onbetaalbare woningen tot prestatiedruk en onveilige online omgevingen. ✓ De Staat van Gezinnen 2026 wordt ieder jaar uitgegeven op de Internationale Dag van het Gezin, een gezamenlijk initiatief van Stichting Voor Werkende Ouders, het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ), Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang en WIJ media. Neem kennis van antwoorden op de vragen hoe gezinsvriendelijk Nederland is, wat er goed gaat en wat beter kan. VoorbeeldEén vast, maandelijks bedrag voor inwoners met een laag inkomen De gemeente Wageningen helpt inwoners met een laag inkomen via het Maatschappelijk Meedoen Budget (MMB). Deze regeling vervangt de oude losse minimaregelingen door één vast, maandelijks bedrag dat is afgestemd op de persoonlijke gezinssituatie en inkomsten, zodat een gezin zelf de regie houdt over de uitgaven. Het geld mag worden besteed aan de dagelijkse boodschappen, sport, cultuur of sociale activiteiten. Het MMB staat voor maatwerk, eenvoud en vertrouwen. Dit begint bij een adviesgesprek, waarin inwoners inzicht krijgen in mogelijke besparingen en aanvullende regelingen. Daarnaast biedt Wageningen hulp door samen te werken met partners zoals Humanitas en welzijnsorganisaties. Inwoners hoeven niet langer te bewijzen waaraan ze het geld uitgeven.
Zowel inwoners als gemeente besparen tijd en moeite. 7 1.4 Normaliseren vanuit de dagelijkse omgeving Een tweede inhoudelijke aanbeveling is om radicaal in te zetten op normaliseren: het inbedden van ondersteuning voor kinderen en jongeren in hun dagelijkse omgeving om hen gezond, veilig en veerkrachtig te laten opgroeien. We hebben snel de neiging om iets nieuws, iets aparts op te tuigen, los van het al bestaande: komt een kind niet mee op school, dan krijgt het individueel bijles; worstelt een kind met mentale problemen of dreigt een jongere af te glijden, dan komt jeugdzorg of justitie in beeld. We vergeten alleen nogal eens dat kinderen en jongeren vooral aandacht nodig hebben bínnen de gewone relaties die ze al hebben of ontwikkelen: op school, in de kinderopvang, op de sportclub, met de buurtgroep, in de kerk en moskee, in het wijkcentrum, et cetera. Jongeren zitten zelf meestal ook niet te wachten op jeugdzorg. Ze willen gezien en gehoord worden, ze willen hun talenten ontplooien, ze willen ontdekken en zich ontwikkelen. En natuurlijk, daarbij kan het soms misgaan. Soms hoort dat erbij en word je er sterker van, soms is extra ondersteuning nodig.Voorbeeld Jongeren bloeien op in open studio’s en creatieve werkplaatsen Hoe je jongeren die met (serieuze) problemen kampen positief kunt helpen laten ze bijvoorbeeld in Groningen en Alkmaar zien.
In Alkmaar kunnen ze terecht bij de creatieve werkplaats Spot Artiance waar ze kunnen dansen, schilderen, fotograferen, kleding ontwerpen of toneel spelen. In Groningen zijn in verschillende wijken open studio’s ingericht waar jongeren hun eigen teksten kunnen omzetten in bijvoorbeeld beats en raps. In beide gevallen gebeurt dat onder begeleiding van professionele muziekleraren of kunstenaars. Ondertussen hebben ze het met hen of met jongerenwerkers over wat hen bezighoudt. De sleutel tot succes is dat de toegang vrij is en dat ze niet met een jeugdzorgindicatie binnenkomen. Zie enkele interviews met betrokkenen. Normaliseren vanuit het gewone, dagelijks leven betekent dat je als wethouder ook aandacht moet hebben voor het sociaal kapitaal rondom kinderen en ouders. Het is volgens onderzoek een van de meest beschermende factoren: je gezien en gehoord voelen, ergens terecht kunnen. Ook wat betreft opvoedondersteuning is sociaal kapitaal van groot belang. Praten op een laagdrempelige plek over datgene waar je als ouder tegenaan loopt en vragen hoe anderen dat aanpakken. Ook ouders hebben niet altijd behoefte aan professionele hulp. Bedenk hierbij dat de gemeente (‘de overheid’) voor mensen lang niet altijd de logische of vertrouwde plek is om een hulpvraag te stellen.
De VNG heeft een handreiking opgesteld ‘We doen het samen’ voor gemeenten die beter willen aansluiten bij initiatieven van inwoners en wat dat vraagt: niet sturen of beheersen maar samenwerken. De gemeente heeft daarbij verschillende rollen tegelijkertijd: regelgever, financier en partner. Wat kun je als wethouder doen? ✓ Bedenk wat normaliseren concreet inhoudt en hoe je daar binnen je gemeente invulling aan wilt geven. Is jeugdzorg de belangrijkste route om kinderen en jongeren te ondersteunen. Of kan het ook anders? Wat is ‘normaal’? Durf hierover als wethouder het gesprek aan te gaan, binnen het college, met je gemeenteraad en vooral met ouders en jongeren zelf! Voorbeeld Agenderen van normaliseren In 2025 is de gemeente Pijnacker-Nootdorp samen met het onderwijs een campagne gestart ‘ Anders zijn is heel normaal’. Deze aanpak is een van de concrete opbrengsten uit het Kennisnetwerk Jeugd Haaglanden. Ook andere gemeenten, zoals Delft, Zoetermeer, Utrecht en Amersfoort praten met ouders, jongeren, onderwijs en lokale politiek over normaliseren. ✓ Geef positieve opvoedondersteuning samen vorm met je maatschappelijke partners en organisaties. Gebruik daarvoor onder andere de samenwerkingsgids Een stevige pedagogische basis. ✓ Voer met kinderopvang en scholen het gesprek over normaliseren: minder sturen op medicalisering, diagnostiek en indicaties.
Hoe kunnen leerkrachten en pedagogisch medewerkers worden ondersteund in het contact met ouders, die niet zelden vragen om een diagnose en een individueel ondersteuningstraject voor hun kind? 8 ✓ Zorg voor de aanwezigheid en toegankelijkheid van publieke voorzieningen en de mogelijkheden voor ouders om elkaar te ontmoeten. Ook hiervoor kun je gebruik maken van het al bestaande in de wijk: een school, de bibliotheek of wijkgebouw. Voorbeeld Familieschool In Amsterdam is de Familieschool opgezet. Deze biedt allerlei extra ondersteuning en voorzieningen, binnen en buiten de school, die de ontwikkeling van leerlingen versterken. Vanuit school, de plek die voor veel leerlingen én ouders/verzorgers veilig en vertrouwd voelt. De Familieschool werkt vanuit een integrale aanpak, waarin onderwijs, bestaanszekerheid, gezondheid en jeugdzorg samenkomen. Onder andere de gemeenten Breda, Hoogeveen en Zaanstad hebben intussen het concept van de Familieschool overgenomen. ✓ Zorg voor aanbod van informele basisvoorzieningen waar jongeren zich kunnen ontwikkelen in de eigen omgeving, zoals speeltuinen, speelvelden en ontmoetingsplekken. ✓ Jongerenwerk verdient speciale aandacht vanwege het preventieve karakter. Jongerenwerkers verdienen een stevige positie in scholen, wijken of buurten door hun begeleiding van jongeren van 10 tot 23 jaar in het volwassen worden.
Maak hiervoor structureel budget vrij. ✓ Als een boodschap vanwege een gebrek aan vertrouwen beter niet door de gemeente kan worden overgebracht, benut dan aansprekende rolmodellen voor jongeren. Dat kunnen bijvoorbeeld jongerenwerkers, ervaringsdeskundigen of eigenaren van kickboksscholen zijn. ✓ Laat professionele organisaties inwonersinitiatieven niet afrekenen op professionele doelen. Doorbreek het monopolie op het ‘deskundigenmodel’. Inwoners voldoen niet altijd aan alle kwaliteitseisen. Maar: dat verlangen we van mantelzorgers toch ook niet? Voorbeeld: agenderen van normaliseren. VoorbeeldVersterken van sociale netwerken en gemeenschapskracht De gemeente Deventer werkt met ‘Toekomstbestendige wijken’ aan het versterken van sociale netwerken en gemeenschapskracht. Formele en informele partijen werken samen vanuit het uitgangspunt dat inwoners zo veel mogelijk steun vinden in hun eigen omgeving. De werkzame factor in deze aanpak is dat ontmoeting, sociale verbinding en collectieve voorzieningen actief worden georganiseerd, waardoor ondersteuning dichter bij inwoners komt liggen. Deventer laat zien dat investeren in de sociale basis niet alleen gaat over professionele hulp, maar juist over sterke netwerken in buurten en wijken.
1.5 Opstellen van een inhoudelijke lokale aanpak voor jeugd en gezinnen op wijk - of kernniveau De grootste valkuil als wethouder Jeugd is je vooral bezig te houden met contracten met allerlei professionele jeugdzorgaanbieders en de organisatie van de jeugdzorg zelf. Vanuit het perspectief van ondersteunen en normaliseren komt er iets vóór de jeugdzorg: een lokale, preventieve agenda voor jeugd en gezinnen. Die agenda vraagt om meer dan een lijstje met plannen of een verzameling van losse projecten. Het is een proces waarin je visie, data, samenwerking en uitvoering met elkaar verweeft. Het begint met weten wat er in je gemeente en wijken speelt (ook in vergelijking met andere gemeenten) en met wie je aan de concrete opgaven kunt werken. Mogelijk
9 komen in de ene wijk veel echtscheidingen voor en is in de andere wijk het risico op onderwijsachterstanden hoger. Het gaat om een verschuiving van aanbod- naar gebiedsgericht werken. Kortweg: het is de beweging van contracten naar contacten. Voorbeeld Hulp bij (v)echtscheidingen Helaas liggen (v)echtscheidingen vaak aan de basis van jeugdzorg. De inzet van jeugdzorg is in veel echtscheidingssituaties niet effectief omdat deze hulp met name is gericht op de kinderen in plaats van op het oplossen van het conflict tussen ouders (dat de oorzaak is van de problematiek). De gemeente Wijk bij Duurstede heeft het Startpunt Scheiden opgezet waar mensen gratis advies en informatie kunnen krijgen. TNO heeft een preventieve aanpak voor scheidingsproblematiek ontwikkeld: Preventieve aanpak echtscheidingsproblematiek | TNO. In de bijlage is een checklist opgenomen die je kan helpen om de inhoudelijke brede opgave te organiseren. Wees je daarnaast bewust dat dit alles ook om een andere opstelling van de overheid vraagt. Los van de inhoud, moet je als wethouder een doorbraak teweegbrengen, of beter gezegd: een maatschappelijke doorbraak goed begeleiden. Het volgende hoofdstuk gaat hierop verder in.
1.6 Laat lokale teams breed kijken en handelen We willen de sociale en pedagogische basis zo inrichten, dat jongeren en hun ouders zoveel mogelijk steun vinden in hun eigen omgeving: in de buurt, op school of op de sportclub. Tegelijkertijd willen we dat zij de gemeente ook makkelijk weten te vinden, als ze tegen zaken aanlopen waar ze niet zelf of met hun netwerk uitkomen. Daarvoor is de beweging in gang gezet naar stevige lokale teams. Zij kijken vanuit een brede blik naar de context van de hulpvraag, ondersteunen inwoners bij het nemen van regie, bieden zelf hulp en schakelen waar nodig extra hulp in. Dat kan lichte ondersteuning zijn maar ook specialistische jeugdzorg. Het lokale team staat niet op zichzelf, en werkt nadrukkelijk in verbinding met lokale partners (zoals de huisarts, welzijn, onderwijs en kinderopvang). Ook kunnen zij de sociale kaart van je gemeente gebruiken voor de inzet van collectieve voorzieningen, het betrekken van verenigingen of inwonerinitiatieven. Actieve bewoners zijn daarbij onmisbaar. Wat kun je als wethouder doen? ✓ Via de opdracht en inrichting van de lokale teams kun je sturen op laagdrempelige, contextgerichte hulp aan jeugdigen en hun ouders. Zorg dat zij normaliseren en breed kijken en handelen als uitgangspunt nemen. Je vindt daarin houvast in het Convenant Stevige Lokale Teams.
Maak ook gebruik van de Ondersteuningslijn stevige lokale teams. ✓ Zorg ervoor dat het lokale team een passende mix van expertises bevat, die aansluit bij je maatschappelijke doelstellingen en lokale opgaven. Zorg ook dat het lokale team goed is aangesloten op de sociale en pedagogische basis en algemeen beschikbare publieke voorzieningen in je gemeente, bijvoorbeeld verenigingen en inwonerinitiatieven. ✓ Denk na over hoe de specialistische jeugdzorg zich verhoudt tot de sociale basis in je gemeente en de lokale teams. Hoe maak je bijvoorbeeld een flexibel samenspel tussen het lokale team en jeugdzorgaanbieders mogelijk? Hierover kun je in contracten met specialistische jeugdzorgaanbieders voorwaarden opnemen.
10 Voorbeeld Jeugd Expertise Punt De gemeente Veendam organiseert specialistische expertise zo veel mogelijk dichtbij het dagelijks leven van jeugdigen en gezinnen. Via het Jeugd Expertise Punt (JEP) kunnen gezinnen zonder indicatie terecht. Gedragswetenschappers zijn verbonden aan scholen en huisartsenpraktij - ken. Daardoor kunnen vragen vroeg worden besproken en blijven proble - men vaker klein. De kracht van deze aanpak is dat expertise niet pas beschikbaar komt nadat een formeel zorgtraject is gestart, maar onderdeel wordt van de brede basis rondom kinderen en jongeren. Professionals kunnen sneller schakelen en ouders ervaren minder drempels om hulp te vragen. Volgens de gemeente leidt dit tot minder uithuisplaatsingen en wachtlijsten. Ook dalen de kosten van het jeugdzorggebruik. 1.7 Samenvattend Hoe kun je als wethouder werk maken van een brede lokale preventieve aanpak voor jeugd en gezinnen? Ten eerste: het begint bij het doorleefde inzicht dat een koerswijziging nodig is. Vervolgens zal jeugdbeleid niet alleen op kinderen en jongeren gericht moeten worden. Het kind-perspectief zal onderdeel moeten zijn van veel ander beleid: van werk en inkomen en wonen tot psychische problematiek volwassenen en de inrichting van de fysieke ruimte.
Als derde vergt het een vorm van jeugdondersteuning die niet ‘apart staat’, maar is ingebed in de dagelijkse routines en relaties van kinderen en jongeren: op school, in de wijk, bij de vereniging. En als laatste zul je, met al je relevante partners, serieus werk moeten maken van een sterke sociale en pedagogische basis door data, goede wijk- en gemeenteanalyses, door gezamenlijk concrete doelen te stellen en door niet óver mensen maar mét hen te bepalen wat nodig is.
11 Hoofdstuk twee Een andere overheid: hoe stel je je als wethouder op? 2.1 De transformatieve overheid Over de noodzakelijke inhoudelijke beweging heb je in het vorige hoofdstuk kunnen lezen. Als je dat goed wilt doen, kom je allerlei dilemma’s en uitdagingen tegen. De tijd is turbulent en de samenleving veeleisend. Er is sprake van crises, mediadruk, digitalisering, behoefte aan diversiteit et cetera. Specifiek voor de jeugdzorg is er sprake van personele en financiële tekorten, wachtlijsten en soms tragische incidenten. Als wethouder heb je daarin verschillende rollen te vervullen: die van maatschappelijk partner, van dagelijks bestuurder namens je gemeenteraad en van politiek bestuurder voor je ambtelijke organisatie. Dit vraagt om leiderschap en lef, om stevigheid en ook om menselijkheid. Je moet de kunst verstaan om mensen mee te nemen en voelsprieten te hebben voor wat zich afspeelt in je gemeente (‘responsiviteit’). Het is belangrijk om de lange lijnen te bewaken (een fundamentele koerswijziging vraagt immers om tijd) en je werkt met partners en belanghebbenden in netwerken. En dus vraagt het ook iets anders van de gemeente als eerste overheid voor je inwoners: de overheid bepaalt niet in z’n eentje hoe het beleid eruit hoort te zien en moet inzien dat de wereld niet in spreadsheets en bedrijfsmodellen te vangen is (‘systeemwereld’ versus ‘leefwereld’).
Het gaat om een overheid die denkt in lange lijnen, problemen op tijd ziet aankomen, deze prioriteit geeft en geduldig maar zeker toewerkt naar een oplossing. Een overheid die niet alleen betrouwbaar en efficiënt is en maatschappelijke initiatieven verbindt, maar die ook richting en sturing geeft aan een aantal grote transities. Theoretisch kader: tradities van de overheid in de afgelopen decennia De overheid kent verschillende tradities in de afgelopen decennia. De bekendste is die van de klassieke bureaucratie of de rechtmatige overheid. Kort gezegd: het bestuur bepaalt, de ambtenarij voert uit, en voor iedereen gelden dezelfde regels en handelwijze. Deze traditie heeft nog steeds zijn waarde, al verhoudt deze zich minder goed tot grote aanpassingen, zoals de omslag naar een brede jeugdaanpak. Als reactie ontstond eind jaren tachtig een tweede traditie: het neoliberalisme of de presterende overheid. Net als een bedrijf stortte de overheid zich op proces-control en efficiency. Dat had ook zijn keerzijde. Publieke waarden raakten uit beeld en de overheid bleek toch niet alles als een bedrijf te kunnen runnen. Inwoners werden als klant beschouwd en gingen zich logischerwijs ook zo gedragen. Een nieuwe traditie deed zijn intrede: de netwerkgovernance of de samenwerkende overheid.
In het kort: de overheid accepteert dat het één van de spelers is en brengt partijen bij elkaar om draagvlak te vinden. Alleen: ook gevestigde belangen komen daarmee aan tafel. Zij maken het gezamenlijk doorvoeren van vernieuwingen die tegen hun belangen ingaan vaak lastig. Rick Braams, senior onderzoeker binnen lectoraat Netwerken voor Transities (LNT) van de Hogeschool Utrecht, heeft een vierde traditie geïntroduceerd, zonder de waarde van de voorgaande tradities helemaal af te schrijven. Hij noemt die de transformatieve overheid. 12 Een transformatieve overheid stelt zich ten doel een maatschappelijke kentering goed te begeleiden en doet dit vanuit een vijftal transitietaken: Richting geven Het nieuwe ondersteunen Governance creëren Het oude afbreken Interne capaciteiten en structuren ontwikkelen Deze taken worden hieronder concreet gemaakt. Overigens kunnen deze transitietaken van toepassing zijn op alle beleidsterreinen. Ik zoom nu verder specifiek in op het jeugdbeleid. Hierin kun je als wethouder een rol pakken en daarom zetten we jouw perspectief centraal. Daarbij is op onderdelen wat overlap met het vorige hoofdstuk. 2.3 Richting geven Het begint met richting geven. Als wethouder in een transformatieve overheid houd je nadrukkelijk de belangen van de toekomstige generaties in het vizier.
Hiervoor kijk je minstens twintig jaar vooruit en werk je stap voor stap aan deelopgaven. Een transformatie is daarbij nooit af; het vraagt voortdurend om nieuwe afwegingen. Immers: wat is er wel ooit af..? Daadwerkelijk richting geven kun je door een aantal zaken toe te passen. Wat kun je als wethouder doen? ✓ Zoals hoofdstuk 1 al betoogt: stel de ambitie vast dat je een brede lokale preventieve aanpak wilt voor kinderen en gezinnen en neem die ambitie als uitgangspunt voor het jeugdbeleid. Van de overheid mag worden verwacht dat je de structurele koerswijziging leidt. ✓ Neem je gemeenteraad mee in de noodzaak om tot een ander beleid te komen en de beweging ‘naar de voorkant’ te maken. Kom met de raad los van de technische discussie over de organisatie van de jeugdzorg en ontwikkel een visie op de totstandkoming van preventief, positief en lokaal jeugdbeleid. Laat zien dat een brede basis noodzakelijk is en dat het ook om een kind-perspectief gaat buiten het jeugdbeleid alleen. Dit geeft raadsleden bovendien invloed op iets waarop ze op het oog weinig invloed lijken te hebben omdat veel jeugdbeleid immers regionaal is georganiseerd. ✓ Voor een kentering als deze is het nodig een heldere politiek-bestuurlijke opdracht te geven aan je ambtelijke organisatie. Dat geldt voor het lokale beleid zelf alsook voor de borging ervan in de regio (zie hoofdstuk 3).
Overigens is het tweerichtingsverkeer. Als het toekomstperspectief duidelijk is kunnen ambtenaren ook het college richting geven. In het ideale geval vorm je daarom samen met je directeur of afdelingshoofd Sociaal Domein een hechte tandem. ✓ Besef dat transformaties een lange adem vergen en dat ambtenaren de continuïteit ervan kunnen borgen. De duur van jouw wethouderschap kan immers onverhoopt kort zijn. Hoe dan ook vraagt een duurzame ommezwaai langere tijd dan een collegeperiode van vier jaar. ✓ Tot slot is er richting nodig naar je samenwerkingspartners. Spreek de ambitie uit om te komen tot een brede aanpak voor jeugd en gezinnen. Maak duidelijk dat je elk kind gunt om geen jeugdzorg nodig te hebben. Koppel aan die ambitie concrete deelopgaven met heldere afspraken wie waarvoor verantwoordelijk is. En durf samen ongelijk te investeren op basis van wat er nodig is in de afzonderlijke wijken of kernen. VoorbeeldSamenspel in de wijk In Zwolle wordt met ‘Samenspel in de wijk’ gewerkt vanuit het dagelijks leven van inwoners. Lokale teams, scholen en andere partners bespreken samen casuïstiek en kijken niet alleen naar een individuele hulpvraag maar naar de hele context rondom een gezin. Daarbij is nadrukkelijk aandacht voor factoren als bestaanszekerheid, opvoeddruk en de sociale omgeving.
De werkzame factor in deze aanpak is dat partners gezamenlijk optrekken rond gezinnen en vraagstukken niet te snel individualiseren. Door samen te kijken naar wat in de leefomgeving van jeugdigen nodig is ontstaat beter passende ondersteuning en neemt de inzet van specialistische jeugdzorg af. Zwolle laat daarmee zien hoe een systemische aanpak in de wijk vorm kan krijgen. 13 Voorbeeld Landelijke Beweging van Nul 0 kinderen die niet gewoon prettig thuis opgroeien. Dat is waar de Beweging van 0 voor gaat. De Beweging van 0 is ontstaan vanuit een groep jeugdzorgprofessionals die wil werken aan ambitieuze jeugdzorg. Door goed te luisteren naar ouders en kinderen, rekening te houden met hun voorkeuren en daarbij de kracht van wetenschap, kennis en onderzoek te benutten. Met hun website Beweging van 0 | Wij gaan voor 0, jij ook? hopen zij je te inspireren om zelf aan de slag te gaan met het werken vanuit ambitieuze doelen. Een voorbeeld daarvan is: nul thuiszitters. Want we weten dat schooluitval bijna altijd leidt tot de inzet van jeugdzorg. 2.4 Governance creëren Een brede aanpak jeugd en gezinnen vraagt om nieuwe manieren van besturen bij het realiseren van de koerswijziging. Dat leidt tot de volgende verschuivingen: • Van ongericht naar inzicht. Ken je gemeente en ken je wijken.
Data zijn cruciaal en kunnen door verschillende samenwerkingspartners worden aangeleverd, los van de informatie waarover je gemeente kan beschikken. Denk hierbij aan de GGD, de politie, de welzijnsorganisatie, de lokale teams, de jeugdmonitor van het CBS. Weet wat er speelt en welke opgaven nodig zijn. • Van sectorgericht naar opgavegericht. Dit past bij uitstek bij een brede jeugdaanpak. Het gaat niet om de sector jeugdzorg, overheid of onderwijs, maar om de opgave een goed opgroei- en ontwikkelklimaat voor jongeren te creëren door middel van positief jeugdbeleid. Voer op basis van de kennis over je wijken het gesprek met relevante spelers, organisaties, en vooral ook ouders en jongeren. Bij opgavegericht werken hoort ook sturing die dwars door ambtelijke beleidsafdelingen heen gaat. Idealiter kent je gemeente wijkregisseurs of gebiedsverbinders: medewerkers die de verbinding leggen tussen wijken, inwoners en de gemeentelijke organisatie en daarmee wijkgericht werken. • Van hiërarchie naar netwerk. Toegepast op je rol als wethouder in de brede jeugdaanpak: als wethouder geef je richting en stel je kaders, en dat kan niet zonder ruimte, coalities en draagvlak bij alle betrokken partijen. Betrek de juiste partijen om verandering mogelijk te maken. Start met een ‘coalition of the willing’ en laat iedereen zijn belangen duidelijk op tafel leggen.
Voorbeelden Data en duiding in het meerjarenprogramma jeugd in Helmond Helmond laat zien hoe een brede jeugdaanpak begint met een scherpe analyse van hoe jeugdigen daadwerkelijk opgroeien. In het meerjarenprogramma’s worden thema’s als gezondheid, veiligheid, kansengelijkheid, armoede en onderwijs in samenhang bekeken. De gemeente vergelijkt de situatie van jeugdigen in Helmond met regionale en landelijke cijfers uit de CBS Jeugdmonitor en gebruikt deze analyse om gerichte keuzes te maken voor de lange termijn. De kracht van deze aanpak zit niet alleen in het verzamelen van cijfers, maar vooral in het verbinden van data, achterliggende oorzaken, beleid en praktijk met verschillende samenwerkingspartners. Een brede jeugdaanpak begint met een gedeeld inzicht in de opgaven en in de samenhang tussen verschillende leefdomeinen. Samen groeien: familiezorg voor jeugd & gezin Expertisecentrum GROEN werkt voor de gemeenten Den Bosch, Vught en Sint Michielsgestel voor jeugdigen van 4 tot 27 jaar en hun gezinsleden die vastlopen in het dagelijks leven, vragen hebben over hun ontwikkeling of tijdelijk ondersteuning nodig hebben bij hun mentale welzijn. De focus wordt verschoven van probleem naar potentieel met familiezorg die verbindt en versterkt. Er is individueel en groepsgericht aanbod buiten de reguliere GGZ- en jeugdzorg. Bij GROEN werken ze zonder indicatie of verwijzing.
De zorg is beschikkingsvrij en jeugdigen en hun gezinsleden kunnen er rechtstreeks terecht, zonder wachtlijst. Voorheen werkten hulporganisaties
14 vaak apart van elkaar, ieder vanuit hun eigen organisatie en domein. Daardoor ging informatie verloren, werden besluiten later genomen en was er weinig gedeelde verantwoordelijkheid. Nu zijn de deuren die toegang geven tot integrale domein-overstijgende samenwerking tussen GGZ-zorg en sociaal domein van het slot gehaald. • Van controle naar impact. Een brede jeugdaanpak vraagt om concrete doelen en acties die je vervolgens op hun impact volgt. Dat vergt een bepaalde manier van monitoring die niet alleen gericht is op verantwoording en afrekening. Maatschappelijke impact – bijvoorbeeld een afname van het aantal thuiszitters – is iets anders dan het bijhouden van het aantal voorzieningen dat hiervoor is ingericht. Voorbeeld Monitoren doe je samen Na de decentralisaties zijn diverse gemeenten, zoals Eindhoven, Leiden, Amersfoort, Wageningen en Nijmegen, aan de slag gegaan met een andere manier van monitoren. Het is een beweging van louter tellen naar vertellen, van verantwoording naar leren, van afrekeningen naar verbeteren, van losse onderzoekers naar breed samenwerken. Ook voor het jeugddomein leverde dat verrassende inzichten op. Het maakte het mogelijk om daadwerkelijk een ander aanpak te realiseren. Zie onder meer vier artikelen bij Movisie.
Recent heeft de VNG ook de publicatie Meten en monitoren in de pedagogische basis uitgebracht: Meten en monitoren in de pedagogische basis | VNG. • Van revolutie naar evolutie. Diepgaande veranderingen komen niet via grote stappen tot stand. Het gaat om een langetermijnaanpak, vertrouwen, het uitschakelen van de risico-regelreflex bij ernstige incidenten en gezamenlijk doorontwikkelen. Kleine stapjes leveren nieuwe inzichten op over technische complexiteiten, juridische barrières, financiële schotten of de steun en weerstand bij mensen. Die inzichten vormen de basis voor vervolgstappen. 2.5 Het nieuwe ondersteunen Het nieuwe ontstaat niet vanzelf. Je zult coalities moeten bouwen, zoeken naar andere vormen van financiering en ruimte moeten geven aan het sociaal kapitaal dat er in je gemeente en wijken al is, om wat voorbeelden te noemen. Wat kun je als wethouder doen? Financiën: ✓ Zorg ervoor dat je ruimte krijgt van je gemeenteraad om te innoveren en leren. Ruimte in financiële zin en ruimte om te experimenteren zonder hierop direct te worden afgerekend, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van stevige lokale teams. ✓ Maak geld vrij voor een preventiebudget om collectief aanbod te kunnen financieren. ✓ Je kunt publieke voorzieningen beschikbaar stellen en financieren waar jongeren ‘vrij’ naartoe kunnen zonder indicaties en beschikkingen.
✓ Veel geld wordt vrijgemaakt voor professionele organisaties. Stel een deel van dat budget beschikbaar voor inwonerinitiatieven. Of neem in de contractvoorwaarden met professionele organisaties randvoorwaarden op voor het ondersteunen van informele samenwerkingspartners. Voorbeeld Inwonerbudget De gemeente Altena heeft een Inwonersbudget beschikbaar gesteld. Inwoners hebben de mogelijkheid om hun ideeën en initiatieven voor de buurt te presenteren op een participatieplatform te stemmen op hun favoriete initiatieven. Het Inwonersbudget een manier om inwoners beter betrokken te houden bij de ontwikkeling van hun dorp of wijk en om samen te werken aan plannen die echt aansluiten bij wat inwoners belangrijk vinden. 15 Sociaal kapitaal: ✓ Los van financiële ondersteuning kun je als gemeente juridische of financiële kennis beschikbaar stellen aan inwonersinitiatieven. Beperk de ondersteuning niet tot het jaarlijkse teamuitje om vrijwilligerswerk te doen. ✓ Pas je subsidieverordening aan zodat inwonersinitiatieven en informele netwerken hun bijdrage kunnen leveren aan het sociaal kapitaal in je wijken. Vrijwilligers zijn geen professionals en moeten ook niet door dezelfde hoepels hoeven te springen. ✓ Voorkom dat ideeën van jongeren ‘kapot worden gebureaucratiseerd’. Neem risico, ook al zijn de effecten niet altijd op voorhand duidelijk.
Voorbeeld De gemeente Gouda heeft een online platform ‘voor en door Goudse jongeren’ waar ideeën tot leven kunnen komen. Jongeren kunnen er eigen projecten starten, aansluiten bij initiatieven, activiteiten vinden in de agenda en ondersteuning zoeken voor hun ideeën. 2.6 Het oude afbreken Dit klinkt rigoureus, maar is wel noodzakelijk. De opbouw van een brede aanpak voor jeugd en gezinnen kan (op termijn) niet zonder de afbouw van dat wat de kentering in de weg zit. We zijn altijd goed in iets nieuws creëren – en daarvoor moet ruimte blijven bestaan – maar met iets stoppen blijkt een stuk lastiger. Er wordt nog veel in onderwijs, jeugdgezondheidszorg, jongerenwerk en jeugdzorg langs elkaar heen gewerkt. Schroom dus niet om ook actief te sturen op het wegnemen van onnodige dubbelingen tussen verschillende organisaties. Als het over jeugdzorg gaat – een relatief jong domein – is steeds meer bekend over wat wel en niet werkt. En we willen toe naar een situatie waarin er voor de meeste kinderen en jongeren hopelijk geen jeugdzorg meer nodig is, omdat we contextgericht in plaats van individueel gaan werken. • Kijk naar de oorzaken die een ambitie voor een brede preventieve aanpak in de weg staan. Kijk ook kritisch naar je eigen rol als gemeente. Het kan gaan om gevestigde belangen van partijen of financiële schotten.
In het manifest Kansengelijkheid hebben de VNG en landelijke onderwijskoepels richting elkaar
16 uitgesproken om te willen stoppen met het denken in ketens en doorverwijzingen. • Investeer vooral in jongeren zelf en stop met collectief aanbod waarvan de werking niet voldoende is bewezen of de onderbouwing ondermaats is. Het NJI heeft een databank van effectieve jeugdinterventies opgesteld. Ook heeft de VNG Garage2020 gevraagd om interventies en aanpakken in kaart te brengen voor mentale veerkracht onder jongeren, en deze werkende aanpakken te vertalen naar bestuurlijke handelingsperspectieven. Voorbeeld Bouwdepot Verschillende gemeenten werken met het Bouwdepot (o.a. Eindhoven, Hilversum, Amersfoort, Alphen aan den Rijn/Nieuwkoop). Door middel van het Bouwdepot krijgen jongvolwassenen die kampen met dak- en thuisloosheid een jaar lang ‘onvoorwaardelijk leergeld’ (een soort basisinkomen). Daarmee proberen zij de bestaanszekerheid van jongvolwassenen te herontwerpen. Er is een maatschappelijke kosten- batenanalyse (MKBA) uitgevoerd met de conclusie dat de investering in circa drie jaar is terugverdiend plus een groot maatschappelijk en persoonlijk rendement heeft opgeleverd. 2.7 Interne capaciteiten en structuren ontwikkelen Het ontwikkelen en uitvoeren van een brede jeugdaanpak is niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Het vergt een lange adem, onder andere omdat resultaten pas zichtbaar worden over een langere periode.
Daarom zijn andere structuren nodig om dit te ondersteunen. • In de ruimtelijke ordening zijn doelstellingen die meer dan tien jaar bestrijken heel normaal. Ook het jeugdbeleid heeft langetermijnperspectief nodig om te voorkomen dat we het bestaande blijven optimaliseren of telkens met iets nieuws beginnen. Denk alleen al aan de ontwikkeling van integrale kindcentra in het belang van ontmoeting en ontwikkeling. Telkens weer nieuw beleid ontwikkelen is de doodsteek voor een brede jeugdaanpak (zie Het geheim van de lange relatie). • Investeer vanuit het beoogde doel in de ontwikkeling als wethouder, als college, als beleidsmaker, als ambtelijke organisatie, als samenwerkingspartners. Laat je bijscholen, organiseer met externe partners heisessies, zorg voor uitwisseling met andere gemeenten, laat professionals competenties ontwikkelen die passen bij de brede aanpak voor jeugd en gezinnen. En stel tussentijds waar nodig de deelopgaven die passen bij de overkoepelende ambitie bij. • Ontwikkel alles in samenspraak met de mensen om wie het gaat (‘niet over ons, maar met ons’). Betrek ouders en jongeren bij het bepalen van je opgaven en de uitvoering. Dit zijn energie-gevende momenten. De VNG heeft hiervoor een relevante handreiking opgesteld: de Handreiking voor kinder- en jongerenparticipatie. • Beloon jongeren die ervaringsdeskundigheid inzetten voor hun werkzaamheden.
Waarom zouden zij dit gratis moeten doen? 2.8 Samenvattend Het realiseren van een brede preventieve aanpak voor jeugd en gezinnen vraagt – los van een inhoudelijke koerswijziging – om een andere overheid. Daarbij hoort dat je als wethouder vanuit een duidelijk inhoudelijke ambitie richting geeft, binnen het college, naar je gemeenteraad, de ambtelijke organisatie en je samenwerkingspartners. Het vraagt doorzettingsvermogen om te bouwen aan het nieuwe, en ook lef om het oude af te breken. Het verlangt de blik op de lange termijn en vereist voortdurend leren en bijsturen. Dit is niet eenvoudig, maar doorgaan op de huidige weg is niet langer houdbaar. En het doel – een omgeving waarin jongeren kunnen opgroeien en zich kunnen ontwikkelen en waarin ouders laagdrempelig kunnen worden ondersteund – is het meer dan waard. Lees hier meer over de transformatieve overheid. 17 Hoofdstukdrie De lokale aanpak voor jeugd en gezinnen in een bredere context Deze gids richt zich inhoudelijk en procesmatig vooral op wat je kunt doen in de lokale context voor een brede aanpak voor jeugd en gezinnen. Je krijgt als wethouder ook te maken met andere onderdelen van jeugdbeleid die relevant zijn voor die brede basis. Daar gaat dit hoofdstuk over.
Je krijgt handvatten hoe je invloed kunt hebben op die onderdelen om de beweging naar een breed en positief jeugdbeleid op lokaal en regionaal niveau te ondersteunen. 3.1 Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) / Jeugdgezondheidszorg Gemeenten zijn volgens de Wet publieke gezondheid verantwoordelijk voor de publieke gezondheid van alle inwoners van Nederland. Onderdeel van de publieke gezondheidszorg is de jeugdgezondheidszorg: preventieve gezondheidszorg voor alle kinderen en jongeren van -9 maanden tot 18 jaar, gericht op gezond, veilig en kansrijk opgroeien. De jeugdgezondheidszorg is voor inwoners gratis toegankelijk en ziet alle kinderen: een unieke positie voor preventie. Wat kun je als wethouder doen: ✓ Je realiseren dat de GGD ook van jou is! Je zit als wethouder in het algemeen bestuur (en misschien wel dagelijks bestuur) van je GGD. Samen met je collega’s stel je ook het beleid voor de consultatiebureaus en schoolartsen vast. ✓ De GGD beschikt over veel relevante informatie over jouw regio, jouw gemeenten en jouw wijken. Benut deze informatie voor het opstellen van gebiedsgerichte ontwikkelplannen. ✓ De GGD heeft veel contacten op scholen. Laat de GGD voorlichtingsavonden voor ouders verzorgen op PO en VO en voor jongeren over gezonde relaties aangaan, middelengebruik, social mediagebruik etc.
✓ Betrek de GGD in lokaal en regionaal verband bij overleg dat aansluit bij je brede aanpak. Zij zijn nog niet altijd een vanzelfsprekende gesprekspartner. 3.2 Wettelijke verwijzers naar jeugdzorg, anders dan het lokale team In hoofdstuk 2 staat al informatie over het lokale team: zij kunnen advies geven, zelf hulp bieden en (tijdelijk) aanvullende expertise inzetten. Het lokale team kan ook doorverwijzen naar de specialistische jeugdzorg. Daarnaast zijn er nog drie medische verwijsroutes: de huisarts, de jeugdarts van de GGD en de kinderarts in het ziekenhuis. Ouders kunnen er zelf voor kiezen deze routes in plaats die van het lokale team te bewandelen. Deze verwijsbevoegdheid is wettelijk vastgelegd. Deze drie verwijzers mogen ook doorverwijzen naar jeugdzorgaanbieders waarmee je gemeente (of regio; zie verderop) geen contract heeft afgesloten. Die hulp kan een stuk duurder uitvallen. Naast artsen kunnen ook Gecertificeerde Instellingen (GI’s) doorverwijzen naar jeugdzorg. Een GI houdt zich bezig met jeugdbescherming en jeugdreclassering, maatregelen die door een rechter worden opgelegd. De gemeente gaat niet over de noodzaak of invulling van de hulp, maar heeft wel een leveringsplicht.
18 Wat kun je als wethouder doen? ✓ Ga met artsen in gesprek over de filosofie achter de brede aanpak voor jeugd en gezinnen om hulpvragen in eerste instantie in de context van kinderen op te lossen. Ons zorgstelsel stuurt nog steeds op individuele patiënten, los van hun sociale omgeving. Terwijl sociale verbondenheid een sterke invloed heeft op welbevinden en gezondheid. Denk aan groepsgesprekken in plaats van individuele behandelingen. Maak artsen deelgenoot van de beoogde verandering. ✓ Zorg ervoor dat je op wijkniveau inzicht krijgt in de verwijzingen door de huisartsen in je gemeente en welke jeugdzorg wordt gebruikt. ✓ Artsen weten niet altijd welke specialistische jeugdzorg door de gemeente(n) is ingekocht. Informeer artsen hierover en maak afspraken dat zij alleen doorverwijzen naar gecontracteerd aanbod. ✓ Breng artsen op de hoogte van de expertise van de lokale teams en kom tot afspraken over samenwerking tussen lokale teams en artsen. Sluit met hen een convenant. ✓ Stimuleer de inzet van een Praktijk Ondersteuner Huisarts Jeugd (POH-jeugd), die huisartsen kan bijstaan bij vragen en hulp van/voor gezinnen, kinderen en jongeren. ✓ Krijg meer inzicht in het zo eenvoudig mogelijk inrichten van de GI-route door de Handreiking Vereenvoudigen verwijsproces gecertificeerde instellingen naar hulp.
Voorbeeld Convenant met huisartsen De gemeente Nijmegen heeft een convenant met huisartsen afgesloten, waarin de huisartsen hebben toegezegd om kinderen en jongeren zo veel mogelijk door te verwijzen naar het lokale team wanneer het vermoeden bestaat dat de inzet van ambulante hulp noodzakelijk is. Illustratief is dat het aantal jeugdigen dat in de eerste helft van 2025 door huisartsen is verwezen naar ambulante hulp met 67% is afgenomen ten opzichte van de eerste helft van 2022. 3.3 Organiseren van collectieve jeugdzorg- en opvoedondersteuning Als gemeente kun je collectieve hulp en ondersteuning organiseren in de sociale basis, als alternatief voor (een deel van) de individuele jeugdzorg. Denk dan bijvoorbeeld aan de inzet van Buurtgezinnen, Stichting Leergeld, STORM, @Ease, JIM of Mockingbird. Er is heel veel aanbod, maar niet alles is bewezen effectief en niet elke variant zal aansluiten op jouw lokale context. Wat kun je als wethouder doen? ✓ Maak bewuste keuzes over de gemeentelijke inkoop. Welke waarden en opgaven zijn sturend voor het jeugdbeleid in je gemeente en hoe zijn die te vertalen naar o.a.
inkoop, contractmanagement en monitoring? Welke data heb je nodig om de goede keuzes te maken op basis van de lokale opgaven? Wat heb je nodig om de impact inzichtelijk te krijgen? ✓ Kies voor aanpakken waarvan de effectiviteit zich heeft bewezen en laat tegelijkertijd ruimte vrij voor innovatieve ontwikkelingen. Leer van andere gemeenten over effectief aanbod. ✓ Bepaal in je gemeentelijke verordening welke hulp vrij toegankelijk is (en welke niet). Om gemeenten op weg te helpen, heeft de VNG een Modelverordening Jeugdzorg opgesteld. Deze biedt ruimte voor aanpassing aan de hand van de lokale context. VoorbeeldJouw Ingebrachte Mentor (JIM) Onder andere de gemeente Ede werkt met de JIM-aanpak (Jouw Ingebrachte Mentor), waarbij jongeren zelf iemand uit hun eigen netwerk kiezen die hen ondersteunt. Deze mentor blijft vaak betrokken, ook wanneer professionele hulp afneemt of stopt. De kracht van de aanpak zit in het versterken van bestaande relaties rondom jongeren. Ondersteuning wordt minder afhankelijk van professionals en blijft dichter bij het dagelijks leven van jongeren. De aanpak draagt daarmee bij aan normaliseren en aan een meer duurzame ondersteuning. 19 3.4 Organiseren van specialistische jeugdzorg Je kunt niet zonder het organiseren van specialistische jeugdzorg voor kinderen en jongeren die dat nodig hebben.
Dit is een wettelijke plicht en bovendien voor veel jongeren noodzakelijk. Voor een deel van de organisatie van de jeugdzorg werken gemeenten verplicht samen in één van de 41 jeugdregio’s, op grond van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. De organisatie hiervan is verankerd in een Gemeenschappelijke Regeling (GR). In een regiovisie beschrijven de gezamenlijke gemeenten in een regio hoe ze zorgen voor een goed en toegankelijk hulpaanbod, om die vervolgens samen in te kopen. Een goede samenhang met de gemeentelijke visie, de maatschappelijke doelstellingen, toegankelijkheid, monitoring en het toezicht op naleving van de afspraken is hierbij essentieel. Wat kun je als wethouder doen? ✓ Regionale afspraken bepalen een groot deel van je budget en je handelingsruimte. Verwerk daarom in de wettelijk verplicht op te stellen regiovisie de gezamenlijke visie op een brede jeugdaanpak. Betrek vervolgens onderwijsbestuurders en samenwerkingsverbanden bij de realisatie van je regionale visie. ✓ Beschouw inkoop als een middel, niet als doel op zich. Stel de visie, ambitie en inhoud voorop. Een ambitie kan bijvoorbeeld zijn: ‘Zo thuis en nabij mogelijk’, maar maak deze vervolgens wel concreet. ✓ Blijf werken aan standaardisatie en uniformering rondom contractering, verantwoording en tarifering.
Dit levert ook je gemeente capaciteitswinst op! ✓ Laat jeugdzorgaanbieders bijdragen aan preventie en je vastgestelde maatschappelijke opgaven. Bouw met elkaar aan vroegtijdig handelen en de aansluiting bij het normale leven. En laat jeugdzorgaanbieders samenwerken met het onderwijs in jouw regio. Ook kunnen zij flexibel expertise beschikbaar stellen aan lokale teams om zwaardere jeugdzorg te voorkomen. Afspraken hierover – en over groepsgericht aanbod – kun je verwerken in je contractvoorwaarden. ✓ Laat de organisatie van de GR regelmatig overleg voeren met alle aangesloten gemeenten. Zorg ervoor dat de lijnen kort zijn en er een gezamenlijke verantwoordelijkheid ontstaat. ✓ Informeer regelmatig als regio de gemeenteraden. Veel raadsleden hebben het idee dat ze weinig invloed hebben op een GR. Met gezamenlijke raadsbijeenkomsten neem je dit beeld weg. ✓ Vraag je ambtenaren de ontwikkelingen goed te volgen voor de zeer specialistische en schaarse vormen van jeugdzorg, waaronder jeugdbescherming. Helaas komen incidenten nogal eens voort uit deze zware vormen van jeugdzorg omdat het ook om ingewikkelde problematiek kan gaan. En je kunt voor die incidenten wel (mede) verantwoordelijk worden gehouden. ✓ De VNG maakt namens alle gemeenten afspraken met aanbieders die een essenti- ele, landelijke functie vervullen in het zorglandschap.
Voor deze functies sluit de VNG (namens het collectief van gemeenten) raamovereenkomsten waarbinnen gemeenten naar gebruik afrekenen. De VNG heeft hiervoor het mandaat gekregen in haar algemene ledenvergadering. Het gaat om zeer specialistische diagnostiek en behandeling, landelijke expertise- en consultatiefuncties en functies voor zeer zeldzame problematiek. Neem hiervan kennis. VoorbeeldInkoop organiseren bij één hoofdaannemer De gemeente Hollands Kroon werkt sinds 2016 met één hoofdaannemer voor vrijwel alle ondersteuning in het sociaal domein: Incluzio Hollands Kroon. De lokale teams zijn actief aanwezig in dorpen en werken nauw samen met scholen, welzijnsorganisaties en andere partners. Daardoor kunnen hulpvragen snel en dichtbij worden opgepakt. De kracht van de aanpak zit in de eenvoud van organisatie en de sterke verbinding tussen ondersteuning, welzijn en de leefomgeving van inwoners. Daardoor ontstaat meer ruimte voor vroegsignalering en collectieve ondersteuning. Tegelijkertijd vraagt deze constructie aandacht: veel verantwoordelijkheid ligt immers bij één organisatie. Blijf als gemeente scherp sturen op kwaliteit, tegenspraak, keuzevrijheid en ruimte voor andere initiatieven in de sociale basis.