6.0 Informatienota 2026 - 21 - Jaarstukken 2025 Veiligheidsregio IJsselland
Tekst van het document
Het betreft hier incidenten waarvoor een brandweerinzet heeft plaatsgevonden, ongeacht de post, eenheid of type inzet. Ieder incident wordt eenmalig geteld, ongeacht het aantal eenheden dat is uitgerukt. Gemeente Alarm Brand Dienstverle ning Leef milieu Ongeval Totaal Dalfsen 19 47 24 19 21 130 Deventer 70 265 197 85 44 661 Hardenberg 44 139 65 41 34 323 Kampen 38 111 78 56 37 320 Olst-Wijhe 11 40 26 19 15 111 Ommen 15 47 11 12 18 103 Raalte 12 55 55 31 24 177 Staphorst 7 54 15 9 18 103 Steenwijkerl and 29 143 75 37 43 327 College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 59/109 54 Gemeente Alarm Brand Dienstverle ning Leef milieu Ongeval Totaal Zwartewate rland 15 66 37 13 15 146 Zwolle 94 354 202 114 72 836 Total 354 1322 785 437 341 3239 Uitrukken per brandweerpost In dit overzicht staan de uitrukken per post bij een uniek incident. In dit overzicht worden piketfuncties (zoals AGS, OVD) uitgesloten. Op het moment dat een post met meer dan één voertuig aanwezig is bij een incident, dan wordt dit als één unieke uitruk geteld. Alarm: betreft automatische brandmeldingen; Dienstverlening: betreft onder andere de assistentie van de ambulancedienst, het redden van dieren, het opheffen van liftopsluitingen en het reinigen van het wegdek; Leefmilieu: betreft onder andere om assistentie bij storm- en waterschade.
Gemeente Alarm Brand Dienstve rlening Leef milieu Ongeval Totaal Dalfsen Dalfsen 13 29 10 4 11 67 Lemelerveld 6 18 11 9 6 50 Nieuwleusen 7 37 8 7 4 63 Deventer Bathmen 9 17 13 13 6 58 Deventer 62 285 219 77 73 716 Diepenveen 30 20 7 4 61 Hardenberg Balkbrug 4 25 4 9 6 48 Bergentheim 2 32 15 3 6 58 De Krim 23 6 1 30 Dedemsvaart 8 33 10 9 7 67 Gramsbergen 5 11 7 4 6 33 Hardenberg 29 78 35 15 12 169 Slagharen 1 31 13 4 6 55 Kampen College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 60/109 55 Gemeente Alarm Brand Dienstve rlening Leef milieu Ongeval Totaal IJsselmuiden 6 41 21 14 11 93 Kampen 28 115 73 33 30 279 Olst-Wijhe Olst 11 16 13 10 5 55 Welsum 4 1 2 7 Wesepe 35 5 3 5 48 Wijhe 32 10 6 9 57 Ommen Ommen 7 55 8 8 15 93 Raalte Heeten 1 12 10 8 7 38 Heino 2 29 10 8 2 51 Luttenberg 5 14 9 7 6 41 Raalte 8 23 26 6 11 74 Staphorst Staphorst 6 55 17 5 17 100 Steenwijkerland Giethoorn 5 36 17 5 14 77 Kuinre 25 7 2 2 36 Oldemarkt 2 40 7 2 4 55 Ossenzijl 1 1 Steenwijk 20 114 38 20 24 216 Vollenhove 3 39 16 4 17 79 Zwartewaterland Genemuiden 6 32 12 4 3 57 Hasselt 8 48 21 6 13 96 Zwartsluis 4 33 17 4 8 66 Zwolle Reserve 3 1 1 1 6 College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 61/109 56 Gemeente Alarm Brand Dienstve rlening Leef milieu Ongeval Totaal Zwolle Noord Beroeps 64 260 105 68 89 586 Zwolle Noord Vrijwillig 6 1 7 Zwolle Zuid Beroeps 30 203
165 64 63 525 Duiding incidenten en uitrukken Wanneer we de cijfers over de van 2025 vergelijken met 2024 dan zien we een trend op de volgende thema’s: • Over de hele linie is het aantal incidenten in de Veiligheidsregio vijf procent gestegen waarbij 2024 onder het gemiddelde ligt over de afgelopen jaren. • De incidenten ‘alarm’ laten een lichte daling zien van elf procent. • De incidenten ‘brand’ zijn gestegen met 24 procent naar 1321 incidenten - De buitenbranden zijn gestegen met bijna 50 procent naar 374 incidenten. Voor zowel bosschage als afval is de brandweer vaker uitgerukt. - Ook de natuurbranden zijn gestegen van zes incidenten in 2024 naar 29 incidenten in 2025. - De gebouwbranden laten een stijging zien van 18 procent naar 285 incidenten. Deze stijging is toe te wijden aan de branden in een keet/schuurtje naar 46 incidenten en incidenten gezondheidszorg naar 31 incidenten. • De dienstverlening laat een lichte stijging zien met vijf procent naar 785 incidenten. Met name het afhijsen van slachtoffers laat een stijging zien van circa 20 procent. • De incidenten op het gebied van leefmilieu zijn met 20 procent gedaald omdat zich geen grootschalige wateroverlast en beperkte stormschade heeft plaatsgevonden. • De incidenten ongevallen zijn onveranderd.
College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 62/109 57 Bijlage 2: oorzaken overschrijding opkomsttijden In 2025 is in 98,57 procent van de uitrukken voldaan aan de normtijden uit het dekkingsplan. In 1,43 procent van de incidenten is de opkomsttijd dus overschreden. De opkomsttijd bestaat uit de verwerkingstijd op de meldkamer, de uitruktijd (de tijd tussen alarmering en het uitrukken van het brandweervoertuig) en de aanrijtijd (de tijd tussen het wegrijden uit de post en de aankomst op de incidentlocatie). De overschrijdingen doen zich zowel voor bij de verwerking, het uitrukken en het aanrijden. Hieronder worden de oorzaken hiervan kort benoemd. Oorzaken overschrijding tijdens het verwerken van de melding Bij automatische brandmeldingen wordt niet direct een brandweervoertuig gealarmeerd, maar wordt eerst door de meldkamer contact opgenomen met het desbetreffende bedrijf om te checken of er daadwerkelijk sprake is van brand. Aangezien er bij deze meldingen in circa 95 procent van de gevallen niet daadwerkelijk brand is, neemt het aantal nodeloze uitrukken hiermee significant af. Dit nabellen bij automatische meldingen zorgt echter wel voor langere opkomsttijden, indien het wel nodig is dat de brandweer ter plaatse komt. Het nabellen duurt namelijk maximaal twee minuten, voordat er wordt door gealarmeerd.
Oorzaken overschrijdingen tijdens het uitrukken Het zijn vooral vrijwillige posten die de uitruktijden overschrijden (en niet de posten met beroeps-brandweer). Dat is natuurlijk niet zo vreemd, aangezien de uitruktijden van vrijwilligers grilliger zijn doordat zij niet op de post verblijven. Afhankelijk van het tijdstip van de melding moeten zij eerst van hun huis, werk of een andere locatie komen. Oorzaken overschrijdingen tijdens het aanrijden De oorzaken van overschrijdingen op het gebied van het aanrijden komen door onder andere het tijdstip van de melding in relatie tot de verkeersdrukte. Maar ook weersinvloeden hebben effect op de aanrijtijd. Ook kan het bij met name beroepsposten voorkomen dat het brandweervoertuig wat gealarmeerd wordt zich niet in de post bevindt. Dit is aan de orde wanneer het voertuig vertrekt vanaf een andere incidentlocatie, binnen het gebied aan het oefenen is of niet beschikbaar is. Dit laatste kan zich bijvoorbeeld voordoen als het brandweervoertuig al ingezet is bij een ander incident, waardoor een brandweervoertuig van een andere post, met een langere aanrijtijd, gealarmeerd moet worden. Ontwikkelingen Om te voldoen aan de opkomsttijden zoals die zijn gesteld in het bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan lopen verschillende verbeterprojecten. Zoals projecten om het aantal nodeloze meldingen terug te dringen en het project ‘Uitruk op maat’.
College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 63/109 58 DEEL B: JAARREKENING Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening 2025 is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening Veiligheidsregio IJsselland 2025 ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur op 10 december 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgelegd. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De jaarrekening geeft volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten. Daarnaast geeft de jaarrekening een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Alle in deze jaarrekening verantwoorde bedragen zijn vermeld in hele euro’s.
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht. Het BBV bepaalt dat de jaarrekening uit de volgende onderdelen bestaat: a. Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting. b. De balans en de toelichting. c. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen. d.
Een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld Continuïteitsveronderstelling Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van continuïteitsveronderstelling. College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 64/109 59 Schattingen Om de grondslagen en de regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de gemeenschappelijke regeling over de verschillende zaken een oordeel vormt en dat de leiding een schatting maakt die essentieel is voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het op grond van het BBV vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten. Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. Balans Materiële vaste activa met economisch nut Investeringen met economisch nut worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bijdragen van derden worden op de investering in mindering gebracht. De afschrijving start in het jaar dat volgt op het jaar waarin de investering is afgerond dan wel is verworven.
Op de investeringen wordt lineair afgeschreven volgens een stelsel afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Voor de gehanteerde afschrijvingstermijnen wordt verwezen naar de ‘Nota Activabeleid 2025’. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. De minimale activeringsgrens is 10.000 euro voor aangeschafte activa vanaf 1 januari 2025. Financiële vaste activa Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar of van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorraad De voorraad wordt gewaardeerd tegen de historische verkrijgingsprijs. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Op basis van verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening van baten en lasten. In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn.
De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van het Algemeen Bestuur. Zodra het Algemeen Bestuur aan een reserve een bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Heeft een reserve geen bestemming, dan wordt het een algemene reserve genoemd. De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde. College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 65/109 60 Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting. Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan de balansdatum, waarvan de omvang en/of het tijdstip op balansdatum onzeker zijn, doch redelijkerwijs en betrouwbaar zijn te schatten. Voor de afwikkeling van de verplichting is een uitstroom van middelen noodzakelijk. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Vaste schulden Vaste schulden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar of één jaar of langer worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Vlottende passiva Vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Resultaatbestemming Het saldo van de jaarlijkse baten en lasten vormt het resultaat.
Dit resultaat en de bestemming daarvan wordt door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: • Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 10 december 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld; Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn.
Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn • Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent date een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde 1.182.000 euro) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen. Relevante fouten en onduidelijkheden worden in de paragraaf bedrijfsvoering opgenomen. College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 66/109 61 Staat van baten en lasten Programma Veiligheid Begroting voor wijziging 2025 Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Verschil t.o.v.
begroting na wijziging N = Nadeel, V = Voordeel Lasten Risico- en crisisbeheersing 7.081.154 7.097.107 6.978.794 -118.313 V Brandweerzorg 35.024.196 36.781.944 36.840.191 58.248 N Overhead 13.739.507 15.044.440 15.271.824 227.385 N Totaal lasten 55.844.857 58.923.491 59.090.810 167.319 N Baten Risico- en crisisbeheersing -181.626 -379.388 -406.748 -27.360 V Brandweerzorg -361.483 -1.806.056 -1.794.825 11.231 N Overhead -3.043.795 -3.629.757 -3.652.525 -22.768 V Totaal baten -3.586.904 -5.815.201 -5.854.098 -38.897 V Saldo's Risico- en crisisbeheersing 6.899.528 6.717.720 6.572.047 -145.673 V Brandweerzorg 34.662.713 34.975.888 35.045.366 69.478 N Overhead 10.695.712 11.414.682 11.619.299 204.617 N Totaal programma Veiligheid 52.257.953 53.108.290 53.236.713 128.423 V Algemene uitkeringen -51.915.604 -53.436.217 -53.416.216 20.001 N Saldo van de financieringsfunctie 0 -119.429 -123.573 -4.144 V Saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen -51.915.604 -53.555.646 -53.539.789 15.857 N Overige baten en lasten 0 0 0 - Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting 0 0 0 - Gerealiseerde totaal saldo baten en lasten 342.349 -447.356 -303.076 144.279 V Bij: onttrekkingen aan reserves Programma Veiligheid -294.190 -294.190 -294.190 0 - Algemene lasten en dekkingsmiddelen -48.159 -48.159 -48.159 0 - Overhead 0 0 0 0 - Totaal onttrekkingen aan reserves -342.349 -342.349 -342.349 0 -
Af: stortingen in reserves Programma Veiligheid 0 0 0 0 - Algemene lasten en dekkingsmiddelen 0 0 0 0 - Overhead 0 0 0 0 - Totaal stortingen in reserves 0 0 0 0 - Saldo reserve mutaties -342.349 -342.349 -342.349 0 - Gerealiseerde resultaat 0 -789.705 -645.425 144.279 N College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 67/109 62 Toelichting verschil begroting na wijziging 2025 en tweede bestuursrapportage In de staat van baten en lasten wijkt de kolom ‘Begroting na wijziging 2025’ af van de begroting zoals opgenomen in de tweede bestuursrapportage. Dit verschil wordt veroorzaakt door administratieve begrotingswijzigingen die na het opstellen van de tweede bestuursrapportage zijn doorgevoerd. De wijzigingen hebben betrekking op een herschikking van budgetten tussen het programma Veiligheid en het programma Overhead. Volgens artikel 2.6 van de Financiële verordening Veiligheidsregio IJsselland 2025 gaat het om technische begrotingswijzigingen die geen effect hebben op het totaal van de baten en lasten en geen financiële verplichtingen met zich meebrengen. De herschikkingen vallen binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde begrotings- en autorisatiekaders en zijn rechtmatig uitgevoerd. Het totale begrotingssaldo blijft ongewijzigd en de wijzigingen hebben geen invloed op het jaarrekeningresultaat.
Omdat sprake is van verschuivingen tussen programma’s, worden deze mutaties – conform de regels voor begrotingsrechtmatigheid – toegelicht in de jaarrekening. Dit is in lijn met de vereisten uit de financiële verordening inzake transparantie en verantwoording over begrotingsafwijkingen. Toelichting op de staat van baten en lasten Ingevolge het Besluit begroting en verantwoording (BBV) dient een toelichting te worden gegeven op het gerealiseerde saldo baten en lasten, de mutaties in de reserves en het gerealiseerde resultaat. In het volgende overzicht wordt inzicht gegeven in de relatie tussen het gerealiseerde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde resultaat. N = Nadeel, V = Voordeel Gerealiseerde totale baten en lasten: -303.076 V Mutaties in de reserves (incidenteel) Onttrekking egalisatiereserve kapitaallasten primaire begroting -204.537 V Onttrekking res. transitie meldkamer primaire begroting -89.653 V Onttrekking res.
Ontwikkeling VR compensatie herijking primaire begroting -48.159 V Per saldo onttrekking uit de reserves ten gunste van de exploitatie -342.349 V Gerealiseerde resultaat: -645.245 V De verschillen tussen de jaarrekening 2025 en de begroting 2025 (na wijzigingen) vóór mutaties in de reserves hebben zich voorgedaan op de volgende onderdelen: Programma (exclusief kosten overhead) Programma Veiligheid (wettelijke taak) -145.673 V Programma Veiligheid (aanvullende ambitie) 69.478 N -76.195 V Algemene lasten en dekkingsmiddelen BDuR bijdrage 2025 20.001 N Financierigsfunctie -4.144 V Overhead 204.617 N 220.474 N Totaal verschil voor mutaties in de reserves 144.279 N Afwijkingen mutaties reserves Stortingen 0 - Onttrekkingen 0 - 0 - Totaal verschil na mutaties in de reserves 144.279 N College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 68/109 63 Belastingplicht Het algemene standpunt van Veiligheidsregio IJsselland, onderschreven door de belastingadviseur, is dat de veiligheidsregio niet belasting- en aangifteplichtig is voor de vennootschapsbelasting. Voor het overgrote deel van de activiteiten en inkomsten is geen sprake van deelname aan het economisch verkeer, waardoor niet kan worden gesproken van het drijven van een onderneming in de zin van de vennootschapsbelasting.
Voor de beperkte activiteiten waarbij Veiligheidsregio IJsselland wél deelneemt aan het economisch verkeer, zoals bijvoorbeeld de detachering van personeel, geldt dat hierbij geen winststreven aanwezig is en geen structurele overschotten worden gerealiseerd. Deze activiteiten worden kostendekkend uitgevoerd en hebben geen duurzaam commercieel karakter. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat geen sprake is van vennootschapsbelastingplicht. Het bedrag voor de heffing van de vennootschapsbelasting is derhalve nihil. Overzicht van de aanwending van het bedrag onvoorzien Dit voorgeschreven overzicht ex artikel 28, lid b van het BBV is niet opgenomen, omdat binnen de begroting 2025 van Veiligheidsregio IJsselland geen bedrag voor onvoorzien is opgenomen. Van eventuele aanwending is daarom ook geen sprake. Saldo programma Veiligheid N = Nadeel, V = Voordeel Programma Veiligheid Begroting voor wijziging 2025 Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Verschil t.o.v.
begroting na wijziging V/N Lasten Risico- en crisisbeheersing 7.081.154 7.097.107 6.978.794 -118.313 V Brandweerzorg 35.024.196 36.781.944 36.840.191 58.248 N Totaal lasten 42.105.350 43.879.051 43.818.985 -60.066 V Baten Risico- en crisisbeheersing -181.626 -379.388 -406.748 -27.360 V Brandweerzorg -361.483 -1.806.056 -1.794.825 11.231 N Totaal baten -543.109 -2.185.443 -2.201.573 -16.130 V Saldo programma Risico- en crisisbeheersing 6.899.528 6.717.720 6.572.046 -145.674 V Brandweerzorg 34.662.713 34.975.888 35.045.366 69.478 N Totaal saldo programma's 41.562.241 41.693.608 41.617.412 -76.195 V Bij: onttrekkingen aan reserves -294.190 -294.190 -294.190 0 - Af: stortingen in reserves 0 0 0 0 - Resultaat 41.268.051 41.399.418 41.323.222 -76.195 V College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 69/109 64 Toelichting programma Veiligheid N = Nadeel, V = Voordeel Programma Veiligheid V/N Personeelskosten Hogere kosten loonsom beroeps 151.000 N Hogere overige personeelskosten -5.000 V Lagere kosten vrijwilligersvergoedingen -103.500 V Lagere kosten inhuur derden -26.500 V Huisvestingskosten Hogere onderhoudskosten gebouwen 54.000 N Hogere kosten afschrijvingen gebouwen 11.250 N Hogere kosten schoonmaak gebouwen 9.000 N Lagere energielasten gebouwen -6.300 V Brandweermaterieel Lagere kosten beheer en onderhoud materieel -24.250 V Oefenen en opleiden Lagere
kosten opleiden, oefenen en trainen -138.000 V Automatisering Lagere kosten ICT-abonnementen -25.000 V Overige kosten Hogere beheerskosten kazernes 25.000 N Hogere kosten operationele inzet 9.800 N Hogere kosten Brandveilig Leven 10.500 N -58.000 V Opbrengsten Hogere opbrengst vergoedingen voor personeel -41.700 V Hogere schade-uitkeringen verzekeringen -6.500 V Lagere opbrengst verkoop materieel 30.000 N -18.200 V -76.200 V Binnen het Programma Veiligheid is per saldo sprake van een voordelig resultaat van 76.200 euro. Dit resultaat wordt veroorzaakt door een combinatie van voor- en nadelige afwijkingen ten opzichte van de begroting. Bij de personeelskosten is sprake van hogere kosten voor de loonsom van beroepsmedewerkers. Dit nadeel wordt echter gecompenseerd door lagere overige personeelskosten, lagere vrijwilligersvergoedingen en een lagere inzet van ingehuurde derden wat per saldo resulteert in een voordeel op de personeelskosten. De huisvestingskosten laten een negatief saldo zien. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere onderhouds-, afschrijvings- en schoonmaakkosten van de gebouwen. In de praktijk blijkt dat leveranciers hun tarieven harder indexeren dan waarin binnen de begroting rekening kan worden gehouden. Dit leidt tot een structurele scheefgroei tussen geraamde- en gerealiseerde kosten.
Daartegenover staan lagere energielasten die het nadelige effect op de huisvestingskosten gedeeltelijk compenseren, maar het totale nadeel niet volledig opheffen. College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 70/109 65 Bij het brandweermaterieel zijn de kosten voor beheer en onderhoud lager uitgevallen dan begroot wat resulteert in een voordelig effect. Ook binnen het onderdeel opleiden, oefenen en trainen is sprake van een aanzienlijk voordeel, doordat de gerealiseerde uitgaven voor het oefenmateriaal bij de brandweer lager is uitgevallen dan verwacht. Daarnaast zijn de kosten voor ICT-abonnementen binnen het onderdeel automatisering lager uitgevallen dan begroot. Binnen de overige kosten is sprake van hogere uitgaven voor de beheerskosten voor de kazernes, operationele inzet van brandweerpersoneel bij incidenten en de kosten voor het programma Brandveilig Leven wat cumulatief tot een nadelig effect. Aan de opbrengstenzijde zijn hogere vergoedingen voor personeel en hogere schade- uitkeringen van verzekeringen gerealiseerd wat een voordelig effect heeft. Daartegenover staan lagere opbrengsten uit de verkoop van (inactief) materieel. Per saldo ontstaat op de opbrengsten een voordeel van 18.200 euro. De combinatie van deze afwijkingen leidt ertoe dat het Programma Veiligheid het boekjaar 2025 afsluit met een voordelig saldo van 76.200 euro.
Saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen N = Nadeel, V = Voordeel Programma Veiligheid Begroting voor wijziging 2025 Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Verschil t.o.v. begroting na wijziging V/N Gemeentelijke bijdragen -44.252.789 -44.252.789 -44.252.789 0 - Rijksbijdrage rampenbestrijding -7.662.815 -9.183.428 -9.163.428 20.000 N Saldo van de financieringsfunctie 0 -119.429 -123.573 -4.144 V Totaal algemene lasten en dekkingsmiddelen -51.915.604 -53.555.646 -53.539.789 15.856 N Bij: onttrekkingen aan reserves -48.159 -48.159 -48.159 0 - Af: stortingen in reserves 0 0 0 0 - Resultaat -51.963.763 -53.603.805 -53.587.948 15.856 N Toelichting saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen Binnen de algemene lasten en dekkingsmiddelen is over 2025 een negatief resultaat gerealiseerd van 15.856 euro ten opzichte van de gewijzigde begroting. Dit verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door een lagere bijdrage van het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor het programma Weerbaarheid. In de loop van het boekjaar 2025 werd in de begroting uitgegaan van een aanvullende bijdrage van 200.000 euro. De definitieve toekenning bedroeg echter 180.000 euro, waardoor de gerealiseerde baten 20.000 euro lager uitvallen dan begroot. Daarnaast is sprake van een voordelig resultaat op het saldo van de financieringsfunctie.
Ten opzichte van de gewijzigde begroting zijn extra rentebaten ontvangen van 4.144 euro. Dit heeft een positief effect op het resultaat binnen de algemene lasten en dekkingsmiddelen. College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 71/109 66 Saldo Overhead N = Nadeel, V = Voordeel Begroting voor wijziging 2025 Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Verschil t.o.v. begroting na wijziging N/V Financiën 126.676 79.148 84.433 5.285 N HRM 961.099 1.049.323 953.667 -95.655 V ICT 511.389 379.995 377.959 -2.036 V Facilitaire Zaken 422.977 416.293 434.867 18.573 N Bedrijfsvoering (Gemene Rekening) 3.822.192 3.649.323 3.708.702 59.379 N Directie 559.730 412.237 450.276 38.039 N Staf & Beleid 355.367 465.123 490.965 25.842 N Communicatie 816.419 781.892 770.504 -11.389 V Informatievoorziening 1.248.339 1.262.223 1.294.057 31.835 N Managers 1.462.309 1.488.449 1.632.827 144.379 N Ondersteuning 409.214 381.211 371.575 -9.636 V Project Implementatie MS365 0 1.049.467 1.049.467 0 - Totaal kostenplaatsen 10.695.712 11.414.683 11.619.299 204.617 N Resultaat 10.695.712 11.414.683 11.619.299 204.617 N De teams ICT, HRM, Facilitaire Zaken, Financiën en Informatievoorziening, die onder Bedrijfsvoering vallen, ondersteunen zowel de taken voor de Veiligheidsregio IJsselland als die voor de GGD IJsselland.
Voor deze gezamenlijke ondersteuning is een overeenkomst ‘kosten voor gemene rekening’ opgesteld. De verrekening vindt plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten verdeeld volgens de overeengekomen verdeelsleutel van 56% voor Veiligheidsregio IJsselland en 44% voor de GGD IJsselland. De werkelijke bijdrage van de GGD IJsselland aan de gemene rekening over 2025 bedraagt 3.124.579 euro, terwijl in de begroting 2025 was uitgegaan van 2.995.156 euro. Het verschil van 129.423 euro wordt veroorzaakt door de definitieve afrekening van de gemene rekening over het boekjaar 2025 waarbij de werkelijke kosten hoger zijn uitgekomen dan vooraf begroot. De hogere kosten binnen de gemene rekening over 2025 zijn met name toe te schrijven aan extra inhuur derden voor een aantal binnen Bedrijfsvoering uitgevoerde projecten evenals aan hogere licentie- en softwarekosten dan waarmee in de begroting rekening was gehouden. Toelichting Overhead Binnen de Overhead is per saldo sprake van een nadelig resultaat van 204.500 euro. De hogere kosten voor de inhuur van derden wordt voornamelijk veroorzaakt door de inzet van externe expertise op het gebied van functioneel beheer en door tijdelijke inhuur van leidinggevende- en adviserende functies binnen Bedrijfsvoering ter vervanging van vacante posities.
Daarnaast zijn de overige personeelskosten en de kosten voor woon-werkverkeer hoger uitgevallen dan begroot. Deze nadelige effecten worden gedeeltelijk gecompenseerd door lagere personeelskosten voor vaste aanstellingen. College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 72/109 67 Bij de huisvestingskosten is sprake van een beperkt nadeel als gevolg van hogere huurkosten voor klein materieel. Binnen het onderdeel opleiden en oefenen zijn de kosten voor het centrale opleidings- en POP-budget lager gerealiseerd dan begroot doordat medewerkers minder gebruik hebben gemaakt van opleidingsmogelijkheden. De kosten voor automatisering en verbindingen zijn hoger uitgevallen als gevolg van hogere licentiekosten. Daarbij wordt geconstateerd dat leveranciers hun tarieven sneller indexeren dan het tempo waarin de begroting wordt geïndexeerd. Daarnaast was de aanschaf van aanvullende software in het kader van informatieveiligheid noodzakelijk, wat heeft geleid tot extra uitgaven. Binnen de overige kosten zijn verschillende onderschrijdingen gerealiseerd, onder meer met betrekking tot de kosten voor de bedrijfsarts, communicatiekosten, contributies en lidmaatschappen en accountantskosten.
Daartegenover staan hogere kosten voor natuurbrandbestrijding als gevolg van een bijdrage die Veiligheidsregio IJsselland heeft betaald aan het NIPV in het kader van de deelname aan de Taskforce Natuurbrandbestrijding. Daarnaast heeft in 2025 een dotatie aan de voorziening personeel plaatsgevonden van 150.000 euro. Deze voorziening is getroffen in verband met een lopende personele kwestie waaruit financiële verplichtingen kunnen voortvloeien. Aan de opbrengstenzijde zijn hogere detacheringsopbrengsten en hogere UWV-uitkeringen gerealiseerd. Deze hogere baten dempen het nadelige resultaat binnen Overhead, maar zijn niet toereikend om de hogere lasten volledig te compenseren.
N = Nadeel, V = Voordeel Overhead V/N Personeelskosten Lagere personeelskosten vaste aanstellingen -155.000 V Hogere kosten inhuur derden 195.000 N Hogere overige personeelskosten 34.200 N Hogere kosten woon-werk verkeer 30.800 N Huisvestingskosten Hogere huurkosten 5.000 N Opleiden en Oefenen Lagere kosten centraal- en POP-opleidingsbudget -80.000 V Automatisering & verbindingen Hogere kosten licenties 42.000 N Overige kosten Lagere kosten bedrijfsarts -15.500 V Lagere kosten communicatie -12.000 V Lagere kosten contributies & lidmaatschappen -9.000 V Lagere accountantskosten -5.000 V Hogere kosten natuurbrandbestrijding 50.000 N Dotatie voorziening personeel 150.000 N 230.500 N Opbrengsten Lagere bijdrage van GDD aan de Gemene Rekening 26.000 N Hogere detacherings- en UWV-opbrengsten -52.000 V -26.000 N Totaal lasten 204.500 N College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 73/109 68 Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten zijn baten en lasten die zich maximaal drie jaar achtereen voordoen. Onderstaand overzicht bevat de incidentele baten en lasten over 2025.
Omschrijving Begroting voor wijziging Begroting na wijziging Realisatie 2025 V/N Incidentele baten en lasten Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo € € € € € € € € € Risico- en crisisbeheersing - - - - - - -107.393 55.481 -51.912 V Brandweerzorg - - - - - - -6.145 0 -6.145 V Overhead - - - - - - -548.620 1.144.081 595.461 N Totale incidentele baten en lasten - - - - - - -662.158 1.199.562 537.404 N Risico- en crisisbeheersing Binnen het programma Risico- en crisisbeheersing is in 2025 sprake van een incidenteel positief saldo van 51.912 euro. Dit saldo wordt verklaard door een combinatie van eenmalige baten en tijdelijke lasten die samenhangen met specifieke projecten en samenwerkingsactiviteiten. Het betreft posten die zich niet structureel voordoen en daarom afzonderlijk zijn opgenomen onder de incidentele baten en lasten. Aan de batenzijde zijn in 2025 diverse incidentele bijdragen en opbrengsten gerealiseerd. Een belangrijk onderdeel hiervan betreft een bijdrage van het RCDV in het kader van het programma Versterking Crisisbeheersing. Deze bijdrage is verstrekt voor de uitvoering van tijdelijk gefinancierde activiteiten en projecten die gericht zijn op het versterken van de crisisorganisatie en de verdere professionalisering van crisisbeheersingsprocessen binnen de veiligheidsregio.
Daarnaast zijn er incidentele baten verantwoord die voortkomen uit een detacheringsovereenkomst, welke in gezamenlijkheid met vier andere veiligheidsregio’s werd gedragen. De vergoeding die hieruit is ontvangen heeft een eenmalig karakter en betreft een tijdelijke inzet van capaciteit binnen dit samenwerkingsverband. Vervolgens is een eenmalige vergoeding ontvangen in verband met de declaratie van uren als gevolg van deelname aan de werkgroep Seveso/Energietransitie. Deze werkgroep richt zich op actuele ontwikkelingen rondom risicovolle bedrijven en energietransitievraagstukken. De vergoeding hiervoor is afkomstig van een andere veiligheidsregio en is eveneens incidenteel van aard. Aan de lastenzijde zijn in 2025 incidentele kosten gemaakt, met name in de vorm van inhuurkosten ten behoeve van het project Versterking Crisisbeheersing. Om dit traject effectief te kunnen uitvoeren en coördineren is gedurende een aantal maanden een projectleider aangetrokken. Deze tijdelijke externe inzet was noodzakelijk om de projectdoelstellingen binnen de gestelde termijn te realiseren. De hiermee samenhangende kosten zijn eenmalig van aard en worden daarom aangemerkt als incidentele lasten binnen dit programma. Brandweerzorg Binnen het programma Brandweerzorg is in 2025 sprake van een incidentele bate van 6.145 euro.
Deze opbrengst betreft een eenmalige schadevergoeding in verband met schade aan de vloer van het oefengebouw. De ontvangen vergoeding heeft betrekking op het herstel van deze schade en is incidenteel van aard, aangezien het gaat om een niet-structurele gebeurtenis. Daarom is deze post afzonderlijk opgenomen onder de incidentele baten en lasten over 2025. College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 74/109 69 Overhead Binnen het programma Overhead is er met betrekking tot de incidentele baten en lasten in 2025 sprake van een saldo van 595.461 euro negatief. Dit saldo wordt verklaard door een combinatie van eenmalige baten en incidentele lasten die samenhangen met doorbelastingen, tijdelijke projecten en landelijke samenwerkingsbijdragen. Aan de batenzijde zijn in 2025 verschillende incidentele opbrengsten gerealiseerd. Zo is een stimuleringsbijdrage ontvangen van het RCDV van 10.000 euro voor een tegemoetkoming in opleidingskosten. Daarnaast is een opbrengstfactuur aan de GGD opgenomen van 461.765 euro ter gedeeltelijke dekking van de kosten voor de implementatie van Microsoft 365. Hiermee is een deel van de eenmalige implementatiekosten doorbelast conform de gemaakte afspraken. Verder is er een incidentele detacheringsopbrengst verantwoord in verband met de tijdelijke detachering van een medewerker van de organisatie.
Aan de lastenzijde zijn diverse incidentele uitgaven opgenomen. Het betreft onder meer bijdragen aan het Samenwerkings- en Kenniscentrum Inkoop van het NIPV (21.800 euro) en aan de Taskforce Natuurbrandbestrijding van het NIPV (50.000 euro). Deze bijdragen houden verband met landelijke programma’s gericht op kennisontwikkeling, gezamenlijke inkoopstrategie en versterking van de aanpak van natuurbrandbestrijding. Daarnaast zijn binnen Overhead incidentele projectkosten gemaakt waaronder de inhuur van externe expertise ten behoeve van de migratie van Corsa naar de cloud (22.814 euro) en voor de implementatie van Microsoft 365 in 2025 (1.049.467 euro). Mutaties reserves N = Nadeel, V = Voordeel Begroting voor wijziging 2025 Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Verschil t.o.v.
begroting na wijziging V/N Gerealiseerde totaal saldo baten en lasten 342.349 -447.355 -303.078 144.278 N Bij: onttrekkingen aan reserves Programma Veiligheid -294.190 -294.190 -294.190 0 - Algemene lasten en dekkingsmiddelen -48.159 -48.159 -48.159 0 - Overhead 0 0 0 0 - Totaal onttrekkingen aan reserves -342.349 -342.349 -342.349 0 - Af: stortingen in reserves Programma Veiligheid 0 0 0 0 - Algemene lasten en dekkingsmiddelen 0 0 0 0 - Overhead 0 0 0 0 - Totaal stortingen in reserves 0 0 0 0 - Saldo reserve mutaties -342.349 -342.349 -342.349 0 - Gerealiseerde resultaat 0 -789.704 -645.427 144.278 N College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 75/109 70 De exploitatie van Veiligheidsregio IJsselland wordt beïnvloed door stortingen en door onttrekkingen uit reserves. De BBV geeft aan dat het resultaat van de exploitatie onderverdeeld moet worden in een saldo baten en lasten (voor bestemming) en in een resultaat. Het verschil tussen beide is dat in het resultaat de mutaties in de reserves zijn verwerkt. Zie voor nadere toelichting voor de mutaties in de reserves de paragraaf ‘toelichting op de balans’. Publicatie bezoldiging topfunctionarissen De WNT stelt een maximum aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector.
De WNT is op 6 december 2011 door de Tweede Kamer aangenomen en met ingang van 1 januari 2013 in werking getreden. De WNT kent een openbaarmakingsregime en een maximale bezoldigingsnorm. De maximale bezoldigingsnorm is van toepassing op topfunctionarissen die in dienstbetrekking werkzaam zijn en topfunctionarissen die niet in dienstbetrekking werkzaam zijn (maar worden ingehuurd op basis van een overeenkomst van opdracht), indien zij binnen een periode van 18 maanden meer dan 6 maanden werkzaam zijn voor de (semi-) publieke instelling. De WNT is van toepassing op Veiligheidsregio IJsselland. Het voor de Veiligheidsregio IJsselland toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 246.000 euro op basis van het model voor topfunctionarissen met dienstbetrekking. De binnen onze organisatie geïdentificeerde leidinggevende topfunctionarissen met een dienstbetrekking hebben geen dienstbetrekking bij meerdere WNT-plichtige instelling(en) als leidinggevende topfunctionaris (die zijn aangegaan met ingang van 1 januari 2018) in de periode van de hier verantwoorde dienstbetrekking. Hieronder vermelden wij, conform het verantwoordingsmodel WNT 2025, de persoon die de wetgever als topfunctionaris ziet voor een gemeenschappelijke regeling. College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 76/109 71 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a.
Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. A. Mengerink Functiegegevens Directeur Veiligheidsregio IJsselland Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/01/25 – 31/12/25 Omvang dienstverband (in fte) 1,000 (Fictieve) dienstbetrekking? Ja Bezoldiging Bedrag Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 159.852 Beloningen betaalbaar op termijn 23.226 Subtotaal 183.078 Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 246.000 -/- Onverschuldigd betaald bedrag n.v.t. Totale bezoldiging 2025 183.078 Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. Gegevens 2024 Bedrag Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01/24 – 31/12/24 Omvang dienstverband 2024 (in fte) 1,000 (Fictieve) dienstbetrekking? Ja Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 160.727 Beloningen betaalbaar op termijn 23.303 Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 233.000 Totale bezoldiging 2024 184.030 1b.
Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking In het verslagjaar zijn geen topfunctionarissen zonder dienstbetrekking aangesteld. Deze rubriek is derhalve niet van toepassing. College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 77/109 72 1c. Toezichthoudende topfunctionarissen In het verslagjaar zijn er geen toezichthoudende topfunctionarissen aangesteld. Deze rubriek is derhalve niet van toepassing. 1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder Topfunctionarissen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder. Alle leden van het AB en DB vanuit de Veiligheidsregio IJsselland zijn onbezoldigd. Hieronder volgt een overzicht van de leden van het AB en het DB van de Veiligheidsregio IJsselland in 2025. Naam Burgermeester Functie Algemeen Bestuur P.H. Snijders Zwolle Voorzitter algemeen bestuur R. König Deventer Vicevoorzitter algemeen bestuur R. Bats Steenwijkerland Lid algemeen bestuur tot 8 oktober 2025 H.K. de Groot Steenwijkerland Lid algemeen bestuur vanaf 16 oktober 2025 J. ten Kate Staphorst Lid algemeen bestuur R. Jager Dalfsen (waarnemend) Lid algemeen bestuur tot 14 april 2025 M. Sijbom Dalfsen Lid algemeen bestuur vanaf 14 april 2025 E.J. Bilder Zwartewaterland Lid algemeen bestuur tot 21 november 2025 J.
Compagner Zwartewaterland Lid algemeen bestuur vanaf 26 november 2025 J.M. Vroomen Ommen Lid algemeen bestuur M. Offinga Hardenberg Lid algemeen bestuur S. de Rouwe Kampen Lid algemeen bestuur S. Poepjes Olst-Wijhe Lid algemeen bestuur R. Zuidema Raalte Lid algemeen bestuur Dagelijks Bestuur P.H. Snijders Zwolle Voorzitter dagelijks bestuur R. König Deventer Vicevoorzitter dagelijks bestuur J. ten Kate Staphorst Lid dagelijks bestuur per 23-01-2025 M.W. Offinga Hardenberg Lid dagelijks bestuur per 23-01-2025 Niet-topfunctionarissen (in loondienst) met een bezoldiging boven het individueel toepasselijk algemeen bezoldigingsmaximum (naar rato) Binnen de organisatie zijn geen niet-topfunctionarissen met een bezoldiging boven het voor hen geldende individueel toepasselijk maximum. Deze rubriek is derhalve niet van toepassing. Ontslaguitkeringen aan topfunctionarissen en niet-topfunctionarissen In het verslagjaar zijn geen ontslaguitkeringen verstrekt aan topfunctionarissen of niet-topfunctionarissen. Deze rubriek is derhalve niet van toepassing. College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 78/109 Balans Ingediend bij het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio IJsselland d.d. Vastgesteld door het algemeen bestuur van Veiligheidsregio IJsselland d.d. M. den Uijl , Senior financieel adviseur P .H. Snijders , voorzitter A.H.
Schreuders , secretaris Omschrijving der activa Omschrijving der passiva Vaste activa Vaste passiva Materiële vaste activa 40.796.830 36.636.844 Eigen vermogen 5.522.775 5.403.127 - Investeringen met een economisch nut 40.796.830 36.636.844 - Algemene reserve 1.000.000 1.000.000 - Bestemmingsreserves 3.877.350 3.770.199 - Het gerealiseerde resultaat volgend uit overzicht van baten en lasten 645.425 632.927 Totaal vaste activa 40.796.830 36.636.844 Vreemd vermogen Vlottende activa - Voorzieningen 868.881 566.988 Voorraad 208.927 185.426 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 34.466.667 30.733.333 Onderhandse leningen van: Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 1.590.201 2.349.962 - Binnenlandse banken en overige financiële instellingen 34.466.667 30.733.333 - Vorderingen op openbare lichamen 409.003 384.676 Totaal vaste passiva 40.858.322 36.703.447 - Overige vorderingen 72.670 56.665 - Uitzettingen in Rijks schatkist 1.108.528 1.908.622 Vlottende passiva Liquide middelen 1.024.452 1.031.463 Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 2.183.615 2.132.422 - Banksaldi 1.004.042 1.006.904 - Overige schulden 2.183.615 2.132.422 - Kassaldi 20.410 24.559 Overlopende passiva 4.330.873 4.042.291 - De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen Overlopende activa 3.752.401 2.674.466
voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel: - Vooruitbetaalde bedragen 3.125.724 2.227.004 Overige Nederlandse overheidslichamen 0 432.801 - Overige nog te ontvangen bedragen 626.677 447.461 - Nog te betalen bedragen 4.330.873 3.609.490 Totaal vlottende activa 6.575.982 6.241.316 Totaal vlottende passiva 6.514.489 6.174.713 Totaal generaal 47.372.811 42.878.160 Totaal generaal 47.372.811 42.878.160 31-12-2025 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2024 Boekwaarde Boekwaarde Boekwaarde Boekwaarde College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 79/109 Toelichting op de balans Vaste activa Materiële vaste activa De Veiligheidsregio IJsselland heeft alleen vaste activa met economisch nut in eigendom. De materiële vaste activa bedragen per 31-12-2025 40.797.000 euro en bestaan voornamelijk uit vervoersmiddelen en brandveiligheidsvoorzieningen. De toename in 2025 van 4.100.000 euro bestaat grotendeels uit investeringen in vervoermiddelen.
De investeringen met economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Boekwaarde ultimo 31-12-2025 31-12-2024 Bedrijfsgebouwen 2.786.247 2.825.895 Grond en terreinen 0 0 Vervoersmiddelen 26.006.226 22.673.287 Machines, apparaten en installaties 177.160 190.777 ICT (overige materiële vaste activa) 1.323.378 560.226 Brandveiligheidsvoorzieningen (overige materiële vaste activa) 10.443.974 10.313.953 Oefenen (overige materiële vaste activa) 58.866 70.204 Jeugdbrandweer (overige materiële vaste activa) 979 2.503 40.796.830 36.636.844 Het volgende overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer: Categorie Boekwaarde 1-1-2025 Investeringen 2025 Desinvesteringen 2025 Afschrijvingen 2025 Boekwaarde 31-12-2025 Bedrijfsgebouwen 2.825.895 253.194 0 292.842 2.786.247 Grond en terreinen 0 0 0 0 0 Vervoersmiddelen 22.673.287 5.540.000 53.801 2.153.260 26.006.226 Machines, apparaten en installaties 190.777 0 0 13.617 177.160 ICT 560.225 1.078.581 99.814 215.615 1.323.378 Brandveiligheidsvoorzieningen 10.313.953 1.814.676 0 1.684.655 10.443.974 Oefenen 70.204 0 0 11.338 58.866 Jeugdbrandweer 2.503 0 0 1.524 979 36.636.844 8.686.452 153.615 4.372.851 40.796.830 In 2025 is sprake van 153.615 euro aan desinvesteringen.
Dit bedrag wordt veroorzaakt door de volgende ontwikkelingen: • In het kader van de implementatie van MS365 zijn alle laptops, switches en beeldschermen in 2025 vervangen. Deze activa hadden op het moment van buitengebruikstelling nog een boekwaarde van 99.814 euro die vervolgens als desinvestering is verantwoord binnen de categorie ICT. • Binnen de categorie vervoersmiddelen is een desinvestering opgenomen van 53.801 euro veroorzaakt door het vervroegd buiten gebruik stellen van een tankautospuit. College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 80/109 75 Vlottende activa Voorraad Het saldo van de voorraad bestaat uit de volgende component: Boekwaarde 31-12-2025 Boekwaarde 31-12-2024 Voorraad: Gereed product en handelsgoederen 208.927 185.426 Totaal 208.927 185.426 Dit betreft het centrale magazijn voor operationele kleding bij de kazerne Raalte. De stijging van de voorraad gereed product wordt veroorzaakt door de investering in aanvullende kledingvoorraad die nodig is om de beschikbaarheid van de operationele uitrusting te waarborgen.
Uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of minder De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Soort vordering Boekwaarde per 31-12-2025 Voorziening voor oninbaarheid Boekwaarde per 31-12-2025 Boekwaarde per 31-12-2024 Vorderingen op openbare lichamen 409.003 0 409.003 384.676 Overige vorderingen 72.670 0 72.670 56.665 Uitzettingen in Rijk’s schatkist 1.108.528 0 1.108.528 1.908.622 Totaal 1.590.201 0 1.590.201 2.349.962 De positie vorderingen op openbare lichamen is in 2025 toegenomen. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door een nafacturering aan diverse gemeenten in het kader van de afrekening van de FLO-regeling. De afname van het saldo van de uitzettingen in ’s Rijks schatkist met 800.000 euro wordt verklaard doordat deze middelen zijn aangewend ter financiering van investeringen in materiële vaste activa. Uitzettingen in Rijk’s schatkist met een rente-typische looptijd korter dan 1 jaar De ter beschikking staande liquide middelen waren in 2025 toereikend om te voldoen aan de financieringsbehoefte die voortvloeide uit de salarisbetalingen, exploitatie uitgaven en realisatie op het investeringsplan. In 2025 zijn er geen kasgeldleningen aangetrokken om aan alle kortlopende verplichtingen te kunnen voldoen.
Er zijn geen bedragen aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden, dat in het kader van het drempelbedrag door de veiligheidsregio buiten des Rijk’s schatkist is aangehouden. College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 81/109 76 Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Veiligheidsregio’s mogen liquide middelen aanhouden bij de schatkist (schatkistbankieren). Hier krijgen ze een rentevergoeding over het uitstaande saldo. Decentrale overheden zijn verplicht om hun overtollige middelen in ‘s Rijksschatkist aan te houden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. De benutting van het drempelbedrag wordt berekend als gemiddelde over alle dagen in het kwartaal. Gemiddeld mag een decentrale overheid dus maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist hebben gehouden. In 2025 hebben er geen overschrijdingen van het drempelbedrag plaatsgevonden. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Boekwaarde 31-12-2025 Boekwaarde 31-12-2024 Banksaldi 1.004.042 1.006.904 Kassaldi 20.410 24.559 Totaal 1.024.452 1.031.463 De totale liquide middelen bedragen per 31-12-2025 1.024.500 euro en bestaan voornamelijk uit banksaldi.
De banksaldi zijn licht afgenomen ten opzichte van 2024. Verslagjaar 2025 (1) Drempelbedrag 1.000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 1.009 1.000 1.000 999 (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag - - - 1 (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag 9 0 0 - Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 55.845 (4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 55.845 (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat - (1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.
Drempelbedrag 1.000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 90.807 91.004 92.003 91.952 (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 (2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 1.009 1.000 1.000 999 Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (1) Berekening drempelbedrag College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 82/109 77 Het per ultimo 2025 aangehouden saldo aan liquide middelen blijft binnen de normering van de ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’. Het krediet in rekening-courant is in 2025 vastgesteld op 200.000 euro. Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Boekwaarde 31-12-2025 Boekwaarde 31-12-2024 Vooruitbetaalde bedragen 3.125.724 2.227.004 Overige nog te ontvangen bedragen 626.677 447.461 Totaal 3.752.401 2.674.466 Betalingen die in 2025 zijn gedaan, maar betrekking hebben op 2026 zijn opgenomen op de balans als vooruitbetaalde bedragen. Overige nog te ontvangen bedragen zijn opbrengsten die betrekking hebben op 2025, maar nog niet in 2025 zijn ontvangen.
Specificatie vooruitbetaalde bedragen: Categorie Bedrag Brandweeropleidingen 646.776 Huisvestingskosten 1.016.396 Licenties 1.208.237 Verzekeringen 108.904 Verbindingen 44.245 Overige 101.166 Totaal 3.125.724 Specificatie overige nog te ontvangen bedragen: Categorie Bedrag Nog te ontvangen huur kazernes gemeente Deventer 232.852 Nog te verzenden facturen 225.252 Nog te ontvangen bedragen GGD IJsselland 129.423 Nog te ontvangen rentebate Q4 Schatkistbankieren 28.699 Nog te ontvangen uitkering UWV 8.076 Nog te ontvangen overige bedragen 2.375 Totaal 626.677 College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 83/109 78 Vaste passiva Eigen Vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Het eigen vermogen (inclusief het gerealiseerd resultaat 2025) bedraagt per 31-12-2025 5.522.775 euro en bestaat voornamelijk uit de reserves. Het gerealiseerde resultaat over het boekjaar 2025 bedraagt 645.425 euro. Het totaalbedrag aan Reserves bedraagt per 31-12-2025 4.877.350 euro. Het verloop van de reserves in 2025 wordt in het volgende overzicht per reserve weergegeven. Toelichting reserves Algemene reserve De algemene reserve vervult binnen Veiligheidsregio IJsselland een dubbele functie. Enerzijds heeft het een ‘financieringsfunctie’, omdat het bijdraagt aan de dekking van investeringen in materiële vaste activa.
Anderzijds heeft de algemene reserve een ‘bufferfunctie’ en dient het als weerstandsvermogen om incidentele tekorten en bedrijfsrisico’s op te vangen. De algemene reserve vormt het vrij aanwendbare deel van het eigen vermogen, waarop geen specifieke bestemming rust die door het algemeen bestuur is vastgesteld. Deze reserve kan worden ingezet om financiële tegenvallers op te vangen en draagt bij aan de financiële stabiliteit en continuïteit van de organisatie. Boekwaarde 31-12-2025 Boekwaarde 31-12-2024 Algemene reserve 1.000.000 1.000.000 Bestemmingsreserves 3.877.350 3.770.199 4.877.350 4.770.199 Gerealiseerd resultaat 645.425 632.927 Totaal 5.522.775 5.403.127 Reserves Boekwaarde 01-01-2025 Bestemming reserve vorig jaar Terugstorting deelnemers Onttrekking Resultaat boekjaar Boekwaarde 31-12-2025 Algemene reserve 1.000.000 1.000.000 Reserve Ontwikkelingen VR 549.663 449.500 -48.159 951.004 Reserve Transitie Meldkamer 363.496 -89.653 273.843 Egalisatiereserve kapitaal 2.857.040 -204.537 2.652.503 Totaal 4.770.199 449.500 0 -342.349 0 4.877.350 Gerealiseerd resultaat 632.927 -449.500 -183.427 645.425 645.425 Totaal 5.403.127 0 -183.427 -342.349 645.425 5.522.775 College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 84/109 79 De omvang van de algemene reserve van Veiligheidsregio IJsselland bedraagt ultimo 2025 1.000.000 euro.
Dit niveau wordt, mede in relatie tot de omvang van de begroting en het risicoprofiel van de organisatie, door het algemeen bestuur als toereikend beschouwd om (potentiële) risico’s en incidentele financiële tegenvallers op te vangen. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves worden gevormd om middelen te reserveren voor specifieke, reeds aangegane of voorziene verplichtingen waarvoor het algemeen bestuur een duidelijke bestemming heeft vastgesteld. Deze reserves maken het mogelijk om lasten die samenhangen met beleidskeuzes en toekomstige uitgaven gespreid en beheerst te financieren zonder dat dit direct leidt tot fluctuaties in de exploitatie. Per 31 december 2025 bedraagt het totaal van de bestemmingsreserves 3,9 miljoen euro. Reserve Ontwikkelingen Veiligheidsregio De reserve Ontwikkelingen VR is bedoeld voor de financiering van specifieke bestuursopdrachten en tijdelijke projecten die voortkomen uit beleidskeuzes van het algemeen bestuur. De reserve biedt ruimte om incidentele middelen doelgericht in te zetten zonder structurele druk op de exploitatie. In 2025 is een bedrag van 48.159 euro aan deze reserve onttrokken ter compensatie van nadeelgemeenten als gevolg van de herijking van de gemeentelijke bijdrage. Deze herijking was gebaseerd op een verdeling van 50 procent historische kosten en 50 procent realistische kosten.
De totale compensatie voor de nadeelgemeenten bedroeg 289.000 euro en is over een periode van drie jaar afgebouwd. De onttrekking in 2025 betreft de laatste tranche van deze compensatieregeling. Daarnaast is in 2025 vanuit het jaarrekeningresultaat 2024 een bedrag van 449.500 euro toegevoegd aan de reserve Ontwikkelingen VR. Dit bedrag is afkomstig uit extra BDuR-middelen die door het Rijk zijn toegekend voor de versterking van informatievoorziening en crisisbeheersing. Deze middelen mogen bij een overschot niet terugvloeien naar de deelnemende gemeenten en zijn daarom toegevoegd aan de reserve om toekomstige projecten binnen deze beleidsterreinen te kunnen financieren. Reserve Vorming Landelijke Meldkamerorganisatie Eind 2012 heeft de Veiligheidsregio IJsselland vanuit het Rijk een incidentele bijdrage van 400.000 euro ontvangen. Het algemeen bestuur heeft destijds besloten deze middelen in te zetten ter dekking van de kosten die samenhangen met de transitie van de meldkamer. In de begroting is dit besluit vertaald door het instellen van een ‘Bestemmingsreserve transitie meldkamers’. Bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2015 is aanvullend 50.000 euro aan deze reserve toegevoegd. Vervolgens is in oktober 2018 een eenmalige bijdrage van 500.000 euro ontvangen van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Deze bijdrage is via de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2018 eveneens toegevoegd aan deze reserve. De reserve wordt ingezet voor de dekking van incidentele, jaarlijks aflopende meerkosten die voortvloeien uit de vorming van de Meldkamer Oost-Nederland, die per 1 april 2023 is gestart. Het betreft met name kosten voor extra ondersteunend personeel in de opstartfase en frictiekosten van meldkamerpersoneel dat niet kon worden herplaatst. In 2025 is een bedrag van 89.653 euro aan de reserve onttrokken ter dekking van deze aflopende meerkosten. Ultimo 2025 bedraagt het saldo van de reserve 273.843 euro bestemd voor de financiering van de resterende meerkosten in de komende jaren. College van burgemeester en wethouders - 26 mei 2026 - 2026_B&W_00382 85/109 80 Reserve egalisatie kapitaalslasten De egalisatiereserve kapitaallasten is ingesteld om schommelingen in de jaarlijkse kapitaallasten (rente en afschrijving) op te vangen en daarmee een stabiel verloop van de lasten in de begroting en de gemeentelijke bijdragen te waarborgen. In de begroting wordt uitgegaan van gemiddelde kapitaallasten, terwijl de daadwerkelijke kapitaallasten per jaar kunnen variëren. De egalisatiereserve fungeert hierbij als dempingsmechanisme. Bij de vorming van deze reserve zijn geen expliciete bandbreedtes vastgesteld voor een minimale of maximale omvang.