6.0 Armoedefonds - Rapport Toenemende druk op armoedehulporganisaties
Tekst van het document
Steun elkaar! Rapport DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Een vervolgonderzoek naar trends binnen het werkveld van armoedebestrijding Rosmalen, oktober 2024 2 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Stichting Armoedefonds is in 2013 opgericht met als doel het bestrijden en verzachten van (de gevolgen van) armoede. Dit doet het Armoedefonds door het ondersteunen van meer dan duizend lokale hulporganisaties met geld, producten en kennis. Deze hulporganisaties zijn actief op het gebied van armoedebestrijding in Nederland. Stichting Armoedefonds gelooft in een maatschappij waarin mensen elkaar steunen en waarin we zorgen voor onze medemens. Rosmalen, oktober 2024 Stichting Armoedefonds De Grote Elst 52 5246 JR Rosmalen Tel. 073 - 7440181 Oktober 2024. Tekst- en drukfouten voorbehouden. Citeren uit en verwijzen naar is toegestaan met bronvermelding. 3 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND INHOUDSOPGAVE VOORWOORD .................................................................................................................. 4 SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN ......................................................................... 5 1. INLEIDING .......................................................................................................................
7 1.1 Armoede in Nederland .............................................................................................7 1.2 Doelstelling en belang onderzoek Armoedefonds ...................................................8 1.3 Dataverzameling onderzoek Armoedefonds............................................................8 2. TOENAME IN HET AANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JAAR ..... 11 2.1 Aantal hulpvragen .................................................................................................11 2.2 Aard van de veranderingen in hulpvragen .............................................................12 2.3 Soort hulpvragen ...................................................................................................14 3. KRACHT VAN LOKALE HULPORGANISATIES .............................................................. 17 3.1 Menskracht bij organisaties ...................................................................................17 3.2 Financiële kracht lokale hulporganisaties .............................................................18 3.3 Hulporganisaties met een wachtlijst .....................................................................19 3.4 Voorwaarden voor hulp en maatwerk ...................................................................20 4. TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST .......................
22 4.1 Aantal hulpvragen nabije toekomst .......................................................................22 4.2 Benodigde middelen .............................................................................................23 5. CONCLUSIES ................................................................................................................ 25 6. AANBEVELINGEN ......................................................................................................... 27 BRONNEN ..................................................................................................................... 29 4 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND VOORWOORD Geconfronteerd worden met een lege portemonnee: het is de harde realiteit voor te veel mensen in Nederland. Soms betekent het meer dan alleen krap zitten. Het betekent geen verzorgingsproducten meer kunnen kopen en daardoor je haar niet wassen. Of je tanden poetsen zonder tandpasta. Dit doet wat met je eigenwaarde, terwijl je simpelweg probeert de dag door te komen. En het doet iets met de kansen van mensen. Verplaats je maar eens in de vrouw die met ongewassen haren onzeker haar sollicitatiegesprek inging. Voor anderen betekent het keuzes maken die niet gemaakt zouden moeten worden. Het ontbijt overslaan, zodat je de laatste boterhammen aan de kinderen kunt geven.
Even wachten met nieuwe schoolspullen kopen, ook al zijn die nu nodig. Of toezien hoe de stapel onbetaalde rekeningen steeds hoger wordt, en dat toch nog maar even proberen te negeren. Geldzorgen beïnvloeden je leven en de kansen van jou en je kinderen. De producten die je iedere dag nodig hebt - en die voor anderen zo vanzelfsprekend lijken - zijn niet zomaar toegankelijk. Gelukkig zijn er door het hele land lokale armoedehulporganisaties die mensen ondersteunen en voorzien van essentiële producten. Wanneer we aan de meer dan 1.000 hulporganisaties waar Stichting Armoedefonds contact mee heeft, vragen wat zij zien in de praktijk, ontstaat een duidelijk beeld over armoedehulp in Nederland. In meerderheid zien lokale armoedehulporganisaties een stijging in het aantal hulpvragen. Deze stijging is geen eenmalige constatering. Het is een zorgwekkende trend die het Armoedefonds al meerdere jaren op rij ziet en die door deze nieuwste cijfers wederom bevestigd wordt. Mensen worstelen met huishoudelijke kosten, schulden en een gebrek aan financiële buffers. Hulporganisaties zien daardoor veel vraag naar menstruatieproducten, wasmiddel, shampoo, deodorant en andere verzorgingsproducten. De steun van lokale hulporganisaties is cruciaal om mensen in armoede te helpen. Alarmerend genoeg geeft 6% van de organisaties aan dat hun voortbestaan op het spel staat.
Bijna dubbel zoveel als voorheen. Dat is verontrustend. Want wanneer je geldzorgen hebt, en eindelijk de stap hebt gezet om hulp te vragen, wil je niet dat de organisatie die jou helpt, stopt met bestaan. We hopen dat dit onderzoek als signaal wordt opgevat dat de impact van aanhoudende armoede op hulporganisaties in Nederland serieus aandacht vereist. Graag bedank ik alle hulporganisaties die meewerkten aan dit onderzoek. Henk de Graaf | Stichting Armoedefonds 5 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN Veel Nederlandse huishoudens hebben moeite met rondkomen of leven zelfs onder de armoedegrens. Voor hen is de ondersteuning die lokale armoedehulporganisaties bieden van essentieel belang. De nieuwste cijfers van Stichting Armoedefonds tonen een zorgwekkende trend: er is een toenemende druk op lokale armoedehulp- organisaties. Zo zag de helft van de organisaties een stijging in het aantal hulpvragen. Hulporganisaties zien veel vraag naar menstruatieproducten, wasmiddel, shampoo en andere verzorgingsproducten. Hoewel meer dan de helft van de hulporganisaties financieel stabiel is, kampt 6% met ernstige problemen waardoor het voortbestaan op het spel staat. Dat is bijna dubbel zoveel als voorheen.
Toch is er ook goed nieuws: de meeste hulporganisaties bieden maatwerk en kijken wat iemand nodig heeft, zodat iedereen die hulp zoekt, geholpen kan worden. Stichting Armoedefonds doet periodiek onderzoek naar de impact van armoede op lokale armoedehulporganisaties. Het onderzoek is in september 2024 uitgezet onder meer dan 1100 hulporganisaties. In totaal is het ingevuld door 480 respondenten uit heel Nederland. De organisaties die de enquête hebben ingevuld, verschillen in grootte en hulpaanbod. Allen zetten zich in voor het bestrijden en verzachten van de gevolgen van armoede. In het onderzoek staan drie thema’s centraal: 1. HOE IS HET AANTAL HULPVRAGEN BIJ LOKALE HULPORGANISATIES SINDS HET LAATSTE HALF JAAR VERANDERD? De lokale hulporganisaties schetsen een ander beeld dan de landelijke cijfers laten zien op gebied van armoede. Waar het aantal huishoudens dat risico loopt op armoede gedaald zou zijn, zien we in de praktijk een ander beeld. Zo ervaren de hulporganisaties wederom in meerderheid een stijging in het aantal hulpvragen dat zij ontvangen (aldus 50% van de respondenten). Deze hulpvraag is voornamelijk gestegen onder alleenstaanden met kinderen, vluchtelingen en paren met kinderen. Ze lopen dagelijks tegen een aantal zaken aan, zoals het hebben van schulden of het gebrek aan een spaarpot. Hulporganisaties zien daarbij dat er veel vraag is naar verzorgingsproducten.
64% van de respondenten geeft aan dat de mensen die bij hun komen voornamelijk menstruatieproducten en wasmiddel nodig hebben. Ook shampoo en douchegel (61%), tandenborstels en tandpasta (51%) worden genoemd. Tot slot is er een toename onder verschillende inkomensgroepen. Niet alleen onder mensen die een bijstandsuitkering ontvangen is de hulpvraag toegenomen, aldus 51% van de organisaties. Ook bij mensen met een ander soort uitkering of parttime werk zien hulporganisaties een stijging in het aantal hulpvragen. 6 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 2. IN WELKE MATE ZIJN LOKALE HULPORGANISATIES OP DIT MOMENT IN STAAT OM AAN DE HULPVRAGEN TE VOLDOEN? Ondanks dat de helft van de hulporganisaties aangeeft zich financieel redelijk te kunnen redden, staat bij 6% van de hulporganisaties het voortbestaan op het spel. Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van voorgaande onderzoeken. Ook geeft 34% van de organisaties aan een tekort aan vrijwilligers en/of betaalde krachten te hebben. De stijging in hulpvragen en het tekort aan vrijwilligers leidt er bij 7,5% van de hulporganisaties toe dat zij met een wachtlijst moeten werken. Dit alles heeft een grote invloed op de hulp die deze organisaties kunnen bieden aan mensen in armoede. 3.
HOE VERWACHTEN LOKALE HULPORGANISATIES DAT HULPVRAGEN ZICH DE KOMENDE MAANDEN GAAN ONTWIKKELEN? Ongeveer twee derde van de hulporganisaties maakt zich op voor een stijging in het aantal hulpvragen het komende half jaar, namelijk 63%. Daarnaast staan de organisaties voor een uitdaging de komende tijd. Veel gaven aan dat ze naast de huidige ondersteuning ook actief op zoek zijn naar nieuwe mensen die ze kunnen helpen. Het is daarom des te belangrijker dat de organisaties financieel gezond zijn. AANBEVELINGEN Mensen hebben een inkomen nodig dat hen niet alleen in staat stelt om te overleven, maar ook om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Dit kan enkel worden bereikt met een verhoging van het minimumloon en de uitkeringen. Maar ook steun dichtbij huis is onmisbaar. Lokale armoedehulporganisaties zijn degenen die laagdrempelig hulp en steun aan mensen in armoede bieden. Structurele financiële zekerheid is voor deze hulporganisaties dan ook essentieel om armoede te verzachten en bestrijden. Hulp biedt vaak een periode van rust vanuit waar iemand weer verder kan bouwen aan diens toekomst. Met financiële ondersteuning kunnen hulporganisaties de hulp blijven bieden, de stijging in hulpvragen opvangen en wachtlijsten voorkomen. 7 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 1.
INLEIDING 1.1 ARMOEDE IN NEDERLAND Waar het aantal mensen in armoede de afgelopen jaren afnam, laten verwachtingen zien dat het aantal mensen en kinderen met een risico op armoede in de komende jaren gelijk blijft. In 2024 leeft naar verwachting 4,5% van de Nederlanders in armoede 1. Daarnaast leeft 4,7% van de kinderen in armoede. In oktober dit jaar zullen nieuwe cijfers bekend worden gemaakt over het aantal mensen dat in 2023 risico liep op armoede in Nederland. Hierin wordt gebruik gemaakt van een nieuwe definitie van armoede waar het CPB, SCP en Nibud gezamenlijk naar toewerken 2. Daarbij zal rekening worden gehouden dat een huishouden voldoende financiële middelen ter beschikking heeft om de minimaal noodzakelijke uitgaven te doen in Nederland. Met de nieuwe methode wordt getracht om overige lasten als voeding, kleding of verzorgingsproducten mee te laten wegen in de berekening of een persoon kan rondkomen. De definitie voor armoede die gebruikt wordt doet ertoe. Wanneer we naar de Europese armoedegrens kijken, zien we dat het aantal mensen in relatieve armoede in Nederland de afgelopen jaren gestegen is. Deze internationale norm voor wat een toereikend inkomen is om van rond te komen in een land geeft aan dat een minimum inkomen 60 procent van het mediaanloon in een land moet zijn.
Mensen die minder dan deze 60 procent norm verdienen, komen lastig rond of hebben een risico op armoede. Het aantal mensen dat in Nederland in een huishouden leeft met een inkomen dat lager is dan 60 procent van het mediane inkomen was in 2022 14,5% van de inwoners 3. Ook nieuwe onderzoeken schetsen een breder beeld van het probleem. Zo maakte het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in september bekend dat het aantal mensen met een bijstandsuitkering in 2023 is toegenomen ten opzichte van een jaar eerder 4. Opvallend hierbij is dat deze stijging relatief het grootst is onder jongeren tot 27 jaar. Zij deden vaker een beroep op de bijstand, waardoor ook het risico op geldproblemen groter kan worden. Bij het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening is ook een zorgwekkende ontwikkeling te zien. In de eerste helft van 2024 is het aantal aanmeldingen namelijk met 17% gestegen 5. Volgens de NVVK kan dit komen doordat meer inwoners met kleine hulpvragen zich melden, doordat er sprake is van vroegsignalering of omdat meer ondernemers zich melden met achterstallige betalingen vanwege de coronacrisis. Daarnaast heeft één op de zeven volwassenen in Nederland (15%) te maken met verzorgingsarmoede 6. Er is sprake van verzorgingsarmoede als een persoon in de afgelopen twaalf maanden soms of vaak geen dagelijkse verzorgingsproducten heeft kunnen kopen door geldgebrek.
Hierbij worden wederom de jongvolwassenen relatief 8 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND vaker getroffen. Verzorgingsarmoede treft volgens Ipsos I&O 29% van de 18-25-jarigen en 21% van de 26-35- jarigen. Hoewel mensen met een lager inkomen het vaakst worden getroffen door verzorgingsarmoede (26%), stelt Ipsos I&O vast dat ook de midden- inkomens (12%) en hogere inkomens (7%) met verzorgingsarmoede te maken krijgen. “Er is veel vraag naar verzorgingsproducten. Elke keer als ik bijvoorbeeld wat shampoo krijg om in de winkel te zetten is het meteen die zelfde dag weg.” Stichting Weggeefwinkel Uit recent gepubliceerd onderzoek blijkt daarnaast dat 13% van alle menstruerende vrouwen zich op enig moment geen menstruatieproducten kon veroorloven 7. Nog eens 21% vond het moeilijk, maar kon de producten uiteindelijk betalen. Onder deze groep vrouwen die zich geen of met moeite menstruatieproducten kon veroorloven, gaf 45% aan dat ze terug moesten vallen op toiletpapier als alternatief. Het Nibud laat daarnaast zien dat een op de vijf Nederlandse huishoudens kampt met geldproblemen 8. Zo’n 730.000 Nederlanders huishoudens hebben zelfs problematische schulden 9. Dit houdt in dat de personen niet meer in staat zijn hun schulden af te lossen van het maandelijks inkomen. Het percentage huishoudens met problematische schulden nam in 2022 toe 10.
Tot slot heeft ongeveer 46% van de Nederlanders het afgelopen jaar te maken gehad met een of meer betalingsproblemen 11. Denk hierbij aan het te laat betalen van rekeningen, ontvangen van aanmaningen, belastingschulden of het niet kunnen betalen van de zorgverzekering. 1.2 DOELSTELLING EN BELANG ONDERZOEK ARMOEDEFONDS Laagdrempelige hulp is van groot belang voor mensen die geldzorgen hebben. Lokale hulporganisaties zorgen ervoor dat een kind mee kan op schoolreisje, alleenstaanden een voedzame maaltijd kunnen eten met gezelschap of dat jonge meiden gratis menstruatieproducten krijgen wanneer ze dit nodig hebben. Het voortbestaan van deze organisaties is cruciaal. Stichting Armoedefonds brengt daarom in kaart in welke mate er beroep wordt gedaan op lokale hulporganisaties en in hoeverre ze deze hulp kunnen (blijven) bieden. Dit onderzoek blikt terug op de ontwikkelingen van het afgelopen half jaar, schijnt licht op de vitaliteit van hulporganisaties en introduceert nieuwe verwachtingen op de armoedeontwikkelingen in de toekomst. Dit doen we aan de hand van de volgende vragen: 1. Hoe is het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar veranderd? 2. In welke mate zijn lokale hulporganisaties op dit moment in staat om aan de hulpvragen te voldoen? 3.
Hoe verwachten lokale hulporganisaties dat hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen? 9 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 1.3 DATAVERZAMELING ONDERZOEK ARMOEDEFONDS In de eerste week van september 2024 is een vragenlijst uitgezet onder meer dan 1.100 hulporganisaties door heel Nederland die zich richten op het helpen van minima. De vragenlijst is ingevuld door 480 unieke organisaties. Het was niet verplicht om bij elke vraag een antwoord in te vullen. De groep respondenten bestaat uit verschillende soorten hulporganisaties, zie figuur 1.1. Zo vulden organisaties als Voedselbanken (aangesloten bij Voedselbanken Nederland) (23%), Stichting Leergeld (14%) en Kleding- en of Speelgoedbanken (11%) de enquête in. Categorie ‘overig’ betreft 25% van de hulporganisaties. Denk hierbij aan organisaties als Stichting Babyspullen, Vakantiebank Groningen of Stichting Taalontwikkeling.
Figuur 1.1 Wat voor soort lokale hulporganisaties betreft het? (Ingevuld door 478 organisaties) Overig Voedselbank (aangesloten bij Voedselbanken Nederland) Leergeld Kleding- en/of Speelgoedbank Voedselhulporganisatie (niet aangesloten bij Voedselbanken Nederland) SchuldHulpMaatje Urgente Noden Vincentius Dak- en thuislozen Quiet 0% 5% 10% 15% 30%20% 25% 25% 23% 12% 11% 9% 7% 5% 4% 3% 2% Hulporganisaties uit heel Nederland namen deel aan het onderzoek, zie figuur 1.2. Sommige hulporganisaties werken over meerdere gebieden. “Er kwam onlangs een meisje van 11 jaar oud met gaten in de neuzen en zolen van haar schoenen. Met geluk hadden wij nieuwe schoenen voor haar. Ze was daar zo blij mee.” Klesteo 10 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Figuur 1.2 In welke provincie(s) is uw organisatie actief? (Ingevuld door 478 organisaties) Zuid-Holland Noord-Brabant Noord-Holland Gelderland Utrecht Overijssel Limburg Landelijk Groningen Friesland Flevoland Zeeland Drenthe 0% 5% 10% 15% 20% 25% 21% 19% 13% 12% 8% 7% 6% 5% 5% 3% 2% 2% 2% De meeste hulporganisaties bieden (een combinatie van) hygiëne- en verzorgings- producten (51%), voedselhulp (48%), kledinghulp (41%) of benodigdheden voor school (33%). Zie figuur 1.3.
Figuur 1.3 Wat voor soort hulp biedt uw organisatie? (Ingevuld door 479 organisaties) Hygiëne- / verzorgingsproducten Voedselhulp Kleding Schoolspullen, laptops of Schoolspullenpas Speelgoed Fietsen Ontmoetingsplek / uitjes / samenzijn Overig Financiële (nood)hulp Begeleiding naar zelfredzaamheid Ondersteuning (financiële) administratie Sport & Cultuur: (sportspullen, muziek, zwemles) Spullen/witgoed Scholing / training / cursus Vakantie Binnen-en buitenschoolse activiteiten Onderdak en woonbegeleiding 0% 10% 20% 30% 50%40% 60% 51% 48% 41% 33% 29% 25% 24% 24% 21% 21% 21% 13% 20% 11% 10% 18% 3% 11 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 2. TOENAME IN HET AANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JAAR Hoge huishoudelijke kosten, oplopende schulden en een gebrek aan financiële buffers. Veel mensen worstelen met geldzorgen en hebben hulp nodig. Lokale armoede- hulporganisaties zijn vaak in staat die hulp te bieden. Maar hoe ontwikkelde het aantal hulpvragen bij lokale armoedehulporganisaties zich in het afgelopen half jaar? 2.1 AANTAL HULPVRAGEN Elk half jaar vraagt Stichting Armoedefonds aan lokale hulporganisaties of ze een verandering in het aantal hulpvragen hebben waargenomen. Van de 454 hulp- organisaties gaven 225 aan dat het aantal hulpvragen in het afgelopen half jaar is gestegen (50%).
163 hulporganisaties (36%) gaven aan dat het aantal hulpvragen gelijk is gebleven. Bij 66 organisaties (16%) daalde het aantal hulpvragen, zie figuur 2.1. “Het aantal mensen dat bij ons kwam voor hulp is altijd redelijk stabiel gebleven; tot eind vorig jaar. Sindsdien is het ineens gestegen. We zijn misschien bekender geworden, maar voor veel Nederlanders blijft het ook moeilijk rondkomen.” Hebben en Houwen Figuur 2.1 Ervaart u het laatste half jaar een stijging of daling in het aantal hulpvragen binnen uw organisatie? (Ingevuld door 454 organisaties) 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Het aantal hulpvragen stijgt Het aantal hulpvragen blijft gelijk Het aantal hulpvragen daalt 16% 36% 50% 12 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Het percentage hulporganisaties dat aangeeft dat het aantal hulpvragen stijgt, is met een procentpunt gedaald ten opzichte van een half jaar geleden. Toch geeft de afgelopen jaren in elk halfjaarlijks onderzoek de helft of meer aan dat het aantal hulpvragen stijgt bij hun organisatie. De trend van een stijgend aantal hulpvragen blijft zichtbaar. De hulporganisaties die een stijging ervaren, zijn met name Voedselbanken, Stichting Leergeld, Kleding- en/of Speelgoedbanken en overige organisaties, zie figuur 2.2.
Figuur 2.2 Welke soorten organisaties kampen met een stijging in het aantal hulpvragen? (Ingevuld door 225 organisaties) Overig Leergeld Kleding- en/of Speelgoedbank Voedselhulporganisatie (niet aangesloten bij Voedselbanken Nederland) Voedselbank (aangesloten bij Voedselbanken Nederland) SchuldHulpMaatje Dak- en thuislozen Quiet Urgente Noden Vincentius 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 28% 17% 13% 13% 11% 6% 4% 3% 3% 2% 2.2 AARD VAN DE VERANDERING IN HULPVRAAG Wanneer we de respondenten vragen naar (een combinatie van) doelgroepen die om hulp vragen, zien we dat de alleenstaande ouders met kinderen er bovenuit springen. Volgens 52% van de armoedehulporganisaties is de hulpvraag toegenomen onder deze groep. Ook onder vluchtelingen (ingevuld door 35%), paren met kinderen (ingevuld door 27%) en alleenstaanden zonder kinderen (door 26% genoemd) wordt een stijging in het aantal hulpvragen opgemerkt. Zie figuur 2.3.
13 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Figuur 2.3 Onder welke groepen is de hulpvraag het laatste half jaar toegenomen? (Ingevuld door 449 organisaties) Alleenstaand met kinderen Vluchtelingen Paar met kinderen Alleenstaand zonder kinderen AOW’ers (ouderen) Daar heb ik geen zicht op Arbeidsmigranten Personen met beperking of cronisch ziek Overig Ondernemers en ZZP’ers Hulpvraag is onder geen groep toegenomen 0% 20%10% 40%30% 60%50% 52% 35% 27% 26% 23% 19% 19% 19% 16% 13% 6% Daarnaast ziet meer dan de helft van de hulporganisaties (51%) een toename in hulpvragen onder mensen met een bijstandsuitkering. Ook mensen met een ander soort uitkering (34%) of inkomen uit parttime werk (29%) worden vaker genoemd door hulporganisaties als inkomstenbronnen die vaker om hulp vragen. “Vooral onder jongeren tot 27 jaar is er steeds meer hulpvraag. We zien dat veel jongeren geen mogelijkheid krijgen tot studeren of zichzelf ontwikkelen. Hierdoor kunnen ze niet voor zichzelf zorgen als ze ouder zijn.
Dit is een groot maatschappelijk probleem.” Stichting Talentontwikkeling Figuur 2.4 Onder mensen met wat voor inkomstenbron is de hulpvraag het laatste half jaar toegenomen? (Ingevuld door 447 organisaties) Bijstandsuitkering Andere uitkering Weet ik niet Inkomen uit parttime werk Pensioen Inkomen uit fulltime werk Inkomen als zelfstandige Overig 0% 20%10% 40%30% 60%50% 51% 34% 32% 29% 19% 14% 14% 11% 14 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND “Levensmiddelen zoals eten en drinken zijn duurder geworden. Mensen komen gewoon niet meer rond per maand.” Stichting Inclusie De lokale armoedehulporganisaties zien armoede van dichtbij en staan direct in contact met mensen die kampen met geldzorgen. We hebben respondenten gevraagd waar de hulpvragers dagelijks tegenaan lopen. Een ruime meerderheid van de organisaties (77%) geeft aan dat huishoudelijke uitgaven zoals boodschappen iets is waar hulpvragers vaker moeite mee hebben. Ook schulden (ingevuld door 67% van de organisaties) of het gebrek aan een financiële buffer (ingevuld door 61%) worden genoemd. Bij de categorie ‘overige’ zijn zaken ingevuld als het niet weten waar men naartoe kan gaan voor hulp, eenzaamheid, of het niet kunnen aanschaffen van witgoed zoals een koelkast of wasmachine.
Figuur 2.5 Wat hoort u van de hulpvragers? Waar lopen zij in het dagelijkse leven vooral tegen aan? (Ingevuld door 461 organisaties) Huishoudelijke uitgaven (boodschappen) Schulden Geen financiële buffer (spaarpot) hebben Energierekening Schoolkosten Zorg- en tandartskosten Vastlopen door bureaucratie Vervoerskosten (auto, benzine, trein, bus, etc.) Woonlasten (huur, hypotheek) Overige (geef nadere toelichting) 0% 20% 40% 60% 80% 77% 67% 61% 53% 51% 51% 42% 38% 38% 20% 2.3 SOORT HULPVRAGEN Het hebben van verzorgingsproducten is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Armoede - hulporganisaties geven steeds vaker aan dat er behoefte is aan menstruatieproducten. Vorig jaar gaf circa 34-50% aan dat hier behoefte aan was en in de laatste enquête is dit percentage gestegen naar 64% (zie figuur 2.6). Wat tevens is aangevinkt door de hulporganisaties, is behoefte aan wasmiddel (64%), shampoo en douchegel (61%) en tandenborstels en tandpasta (51%). Producten die door velen als basisproducten worden gezien, maar voor sommigen als luxe.
15 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Figuur 2.6 Aan welke hygiëne-en verzorgingsproducten hebben mensen die bij jullie klant zijn een groot tekort? (Ingevuld door 422 organisaties) Menstruatieproducten Wasmiddel Shampoo en douchegel Tandenborstels en tandpasta Deodorant Luiers Schoonmaakartikelen Scheerspullen Overig Incontinentiemateriaal Zonnebrand Cosmetica Voorbehoedsmiddelen 0% 10% 20% 30% 40% 70%60%50% 64% 64% 61% 56% 51% 51% 49% 29% 23% 23% 18% 17% 14% Het CBS meldde begin dit jaar dat boodschappen gemiddeld 12,1 procent duurder zijn geworden12. De hogere prijs van boodschappen is ook te merken bij de lokale armoedehulporganisaties. Ruim 38% geeft aan dat het aantal hulpvragen voor voedsel het afgelopen half jaar is gestegen (zie figuur 2.7). Ongeveer de helft van de organisaties merkt op dat het aantal hulpvragen gelijk is gebleven (46%) en slechts 16% geeft aan dat het aantal hulpvragen daalt.
Figuur 2.7 In hoeverre zag u het afgelopen half jaar een verandering omtrent voedselhulp binnen uw organisatie? (Ingevuld door 386 organisaties) 60% 40% 20% 0% Het aantal hulpvragen voor voedsel blijft gelijk Het aantal hulpvragen voor voedsel stijgt Het aantal hulpvragen voor voedsel daalt 16% 38% 46% 16 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND “We zijn een Voedselbank, maar merken ook dat onze cliënten ook behoefte hebben aan non-food artikelen. Dingen zoals douchegel of wasmiddel zijn normaal heel duur, dus daar zijn ze heel blij mee. Wij zijn daarom dankbaar dat we dit soort producten van ander organisaties krijgen.” Voedselbank Alkmaar Er is vervolgens gevraagd in hoeverre de respondenten de voedselhulpvraag konden opvangen. De helft van de armoedehulporganisaties geeft aan dat zij voedsel uitdelen om aan de vraag te voldoen (50%). Ook is aangegeven dat er hulp via een boodschappenkaart wordt ingezet (36%) en een klein gedeelte van de organisaties kan geen (extra) voedselhulp aanbieden (14%).
Figuur 2.8 Hoe vangt uw hulporganisatie de hulpvragen voor voedsel op? (Ingevuld door 421 organisaties) 60% 40% 20% 0% Wij bieden hulp door voedsel uit te delen Niet, wij kunnen geen (extra) voedselhulp aanbieden Wij bieden hulp door bood schappen- kaarten aan te bieden 14% 36% 50% 17 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 3. KRACHT VAN LOKALE HULPORGANISATIES De continue stijging in het aantal hulpvragen heeft invloed op armoedehulporganisaties. Dit kan namelijk gevolgen hebben voor de menskracht, hulpmiddelen, wachtlijsten en financiële stabiliteit. Zo stijgt het aantal hulporganisaties dat aangeeft dat hun voortbestaan op het spel staat. In dit hoofdstuk wordt in kaart gebracht in hoeverre lokale armoedehulporganisaties in staat zijn om aan de hulpvragen te voldoen. 3.1 MENSKRACHT BIJ ORGANISATIES Hulporganisaties worden voornamelijk gedragen door vrijwilligers. Gemiddeld zijn er per organisatie 163 vrijwilligers en 22 betaalde medewerkers actief. De meeste organisaties hebben echter geen betaalde medewerkers (zie mediaan in figuur 3.1). Daarnaast toont tabel 3.1 het aantal klanten op jaarbasis per hulporganisatie. Gemiddeld helpen de hulporganisaties die deelnamen aan het onderzoek 1.119 personen per jaar. Het eerste halfjaar van 2024 lag dit aantal nog op 964.
Figuur 3.1 Hoeveel medewerkers en vrijwilligers zijn actief bij de hulporganisatie en hoeveel klanten/cliënten ondersteunen zij actief? Afgerond op gehele getallen. Aantal betaalde medewerkers Aantal vrijwilligers Aantal klanten op jaarbasis 06-2024 10-2024 06-2024 10-2024 06-2024 10-2024 Gemiddeld 19 22 71 163 964 1.119 Mediaan 0 0* 25 30 300 300 *264 van de 407 hulporganisaties hebben geen betaalde krachten. Figuur 3.2 Heeft uw organisatie voldoende vrijwilligers/betaalde krachten? (Ingevuld door 373 organisaties) 75% 50% 25% 0% Ja, wij hebben voldoende mensen Nee, wij hebben een tekort aan vrijwilligers en/of betaalde krachten 34% 66% 18 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Gelukkig geeft het merendeel van de hulporganisaties aan voldoende mensen in huis te hebben om hulp te bieden, zie figuur 3.1. In totaal geeft 66% van de hulporganisaties aan voldoende mensen te hebben. Dit is een lichte daling ten opzichte van eerder dit jaar, waar 71% aangaf voldoende vrijwilligers en/of betaalde krachten te hebben. Een op de drie hulporganisaties geeft aan een tekort te hebben aan vrijwilligers en/of betaalde krachten. 3.2 FINANCIËLE KRACHT LOKALE HULPORGANISATIES Om een beeld te krijgen van de financiële vitaliteit van hulporganisaties is hen gevraagd hoe ze er financieel voorstaan, zie figuur 3.3.
Organisaties konden meerdere antwoorden aanvinken. Van de 443 organisaties die de vraag invulden, gaf 58% aan zich te redden met eigen middelen (42 armoedehulporganisaties kozen daarnaast voor een of meerdere andere antwoorden). Ongeveer de helft gaf aan aanspraak te moeten doen op hun reserves of hulp van derden nodig te hebben. Bij 6% staat het voortbestaan op het spel. Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van eerdere jaren waarin steeds 3 tot 4% van de armoedehulporganisaties aangaf dat ze zich niet konden redden met hun middelen. Figuur 3.3 Hoe staat uw organisatie er nu financieel voor? (Ingevuld door 443 organisaties) 80% 60% 40% 20% 0% We redden ons met eigen middelen We hebben hulp van derden nodig We moeten onze reserves aanspreken Ons voortbestaan staat op het spel 6% 13% 58% 36% De lokale hulporganisaties geven aan dat de gevolgen van hun financiële situatie negatief kunnen zijn. Het zou voor hen betekenen dat ze minder (gepaste) hulp kunnen bieden of af moeten schalen in de hoeveelheid ervan. Wanneer we hen vragen hoe ze contact hebben met de gemeente geeft 58% aan prettig contact te hebben en financieel ondersteund worden. Zie figuur 3.4. Een deel geeft aan niet financieel ondersteund te worden of geen contact te hebben.
19 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND “We zitten nu voor de derde keer op een tijdelijke locatie, omdat we telkens wat anders moeten vinden. Gelukkig krijgen we nu subsidie om de huur van deze locatie te kunnen betalen, maar dit is niet vanzelfsprekend. Zonder steun en locatie kunnen we niet meer bestaan.” Stichting Weggeefwinkel Figuur 3.4 Hoe heeft uw organisatie contact met de gemeente? (Ingevuld door 446 organisaties) We hebben geregeld prettig contact en worden financieel ondersteund We hebben geregeld prettig contact maar worden niet financieel ondersteund Overige We hebben gevraagd om meer steun maar krijgen dat niet We zouden meer contact willen We hebben geregeld contact, maar zijn hier ontevreden over We hebben geen contact Weet ik niet We hebben geen contact maar hebben dat ook niet nodig 0% 10% 20% 30% 70%60%50%40% 58% 20% 18% 10% 8% 4% 3% 2% 2% “We hebben veel contact en samenwerking met de gemeente. Samen organiseren we avonden voor hulpbehoevenden en hebben we een wijknetwerk. Zo kunnen we de gemeente steeds laten zien wat belangrijke onderwerpen zijn voor onze hulpvragers, dat is superbelangrijk.” Leger Des Heils Bij Bosshardt Hoorn 3.3 HULPORGANISATIES MET EEN WACHTLIJST Van alle armoedehulporganisaties geeft 7,5% aan te werken met een wachtlijst, zie figuur 3.5.
Dit gaat met name over ‘overige’ hulporganisaties, zoals de Computerbank of Vakantiebank Groningen. Er staan medius 48 personen op een wachtlijst en na gemiddeld 66 dagen worden deze personen geholpen. 20 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Figuur 3.5 Werkt uw organisatie momenteel met een wachtlijst? (Ingevuld door 480 organisaties) 7,5% Ja 92,5% Nee 3.4 VOORWAARDEN VOOR HULP EN MAATWERK Waar voor gemeentelijke hulp vaker een vast inkomstenpercentage ten opzichte van de bijstandsnorm geldt, zien we dat lokale hulporganisaties over het algemeen ook mensen helpen die net buiten deze grenzen vallen. 27% geeft bijvoorbeeld aan dat zij iedereen die aanklopt voor hulp, ook hulp kunnen bieden. 13% van de armoedehulporganisaties zegt hulp te bieden aan iedereen die wordt doorgestuurd door een hulpverlener of maatschappelijke organisatie. 27% heeft ‘overig’ ingevuld. Ze lichtten toe dat ze bijvoorbeeld personen opvangen die niet meer door de Voedselbank geholpen kunnen worden; kijken naar de persoonlijke situatie en daarop beslissen; noodgevallen opvangen totdat ze op een andere plek terechtkunnen; het netto-besteedbaar inkomen toetsen; of mensen helpen zonder inkomen. Dit betreft verschillende soorten organisaties, zoals thuis- en daklozenopvangen of kleine lokale initiatieven.
Figuur 3.6 Hanteert uw organisatie een vaste inkomensgrens voordat mensen voor uw hulp in aanmerking komen en zo ja welke grens? (Ingevuld door 454 organisaties) Nee, iedereen die bij ons komt krijgt hulp Overig Ja, wij kijken wat iemand vrij te besteden heeft Iedereen die wordt doorgestuurd door een hulpverlener/ maatschappelijke organisatie krijgt hulp Ja,130% Ja, 120% Ja, 100% of minder van het sociaal minimum/bijstandsnorm Ja, 140% Ja, 110% Ja, 150% 0% 10% 20% 30% 40% 27% 27% 16% 13% 7% 6% 1% 1% 1% 0% 21 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Daarbij zien we dat ongeveer 60% van de armoedehulporganisaties maatwerk toepast wanneer mensen volgens de richtlijnen niet in aanmerking komen voor hulp. Dit houdt in dat ze kijken wat een persoon nodig heeft om deze alsnog te kunnen helpen. “We screenen niet op basis van inkomen. Iedereen die via een verwijzing vanuit een organisatie wordt doorgestuurd, wordt geholpen. Ook zijn er verschillende soorten en maten kleding zodat we alle mensen kunnen helpen. We zijn er voor iedereen, zodat elk mens een goed gevoel krijgt.” Hebben en Houwen 22 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 4.
TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST Op Prinsjesdag heeft het kabinet bekendgemaakt dat ze de koopkracht willen laten stijgen en werken meer willen laten lonen, door een verlaging van de inkomstenbelasting. De inzet is om de groei van het aantal mensen in armoede in Nederland te doen stagneren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de visie van de armoedehulporganisaties over het aantal hulpvragen. Wat betekent het voor lokale hulporganisaties? Hoe verwachten zij dat de hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen? 4.1 AANTAL HULPVRAGEN NABIJE TOEKOMST Wanneer de organisaties gevraagd wordt naar hun verwachting voor het komende half jaar geeft 63% aan een stijging in het aantal hulpvragen te verwachten, zie figuur 4.1. Een kleiner percentage, namelijk 27%, zegt geen zicht te hebben op de hulpvraag. 10% van de respondenten verwacht geen stijging. Figuur 4.1 Verwacht u dat het aantal hulpaanvragen het komende half jaar zal stijgen? (Ingevuld door 459 organisaties) 63% Ja 10% Nee 27% Weet ik niet Er is ook gevraagd of hulporganisaties actief bezig zijn om het aantal mensen dat zij bereiken uit te breiden. Een ruime meerderheid (63%) zegt actief op zoek te zijn naar nieuwe mensen om te kunnen ondersteunen, zie figuur 4.2. Dit doen zij bijvoorbeeld door acties via sociale media, het benaderen van pers of door contact te leggen met andere lokale hulporganisaties.
23 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND “We willen onze organisatie laagdrempelig en toegankelijk houden, zodat iedereen die het nodig heeft de stap durft te zetten om naar ons te komen. Elk mens doet ertoe.” Leger Des Heils Bij Bosshardt Hoorn Figuur 4.2 Is uw organisatie actief op zoek naar nieuwe mensen om te ondersteunen? (Ingevuld door 453 organisaties) 63% Ja 34% Nee 3% Weet ik niet 4.2 BENODIGDE MIDDELEN Een ruime meerderheid van de organisaties die de enquête heeft ingevuld verwacht nog steeds een stijging in het aantal hulpvragen. Om de hulp te kunnen blijven bieden zijn hulporganisaties vaak afhankelijk van verschillende vormen van fondsenwerving, zie figuur 4.3. De grootste groep richt zich op het werven van donateurs en eenmalige giften (81%). 70% maakt gebruik van de steun van Stichting Armoedefonds in de vorm van goederen of geld. In figuur 4.3 is ook te zien dat 64% een beroep doet op subsidies van de gemeente of overheid. Daarnaast zijn ook bijdragen vanuit de kerk (55%), giften uit het bedrijfsleven (54%), acties door particulieren (45%) en ondersteuning vanuit vermogensfondsen, landelijke organisaties en serviceclubs (45%) van belang voor hulporganisaties. Ook het ontvangen van giften in natura (37%) blijkt een groeiende hulpbron te zijn.
“Alle hulporganisaties in de buurt helpen elkaar; zo kunnen we gemakkelijk meer mensen ondersteunen en versterken. We zijn niet elkaars concurrent.” Leger Des Heils Bij Bosshardt Hoorn Daarnaast geven lokale hulporganisaties aan graag meer te willen doen met giften vanuit het bedrijfsleven, donateurs, vermogensfondsen en subsidies vanuit de gemeente. De reden waarom het voor betreffende organisaties niet lukt om dit op te pakken, is geen of weinig tijd, menskracht, financiën of kennis. 24 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Figuur 4.3 Op welke manier doet uw organisatie aan werving van geld- en hulpbronnen? (Ingevuld door 424 organisaties) Donateurs en eenmalige giftgevers Aanbod van stichting Armoedefonds Subsidies gemeente of overheid Bijdrage vanuit de kerk Giften uit het bedrijfsleven Vermogensfondsen, landelijke hulporganisaties en serviceclubs Acties door particulieren We krijgen veel hulp in natura Acties door bedrijven Online met donatiemogelijkheid op eigen website Online met sociale media We hebben eigen reserves/noodfonds Online met digitale nieuwsbrief Overig Onze koepelorganisatie heeft een calamiteitenfonds Niet van toepassing 0% 20% 40% 60% 80% 100% 81% 70% 64% 55% 54% 45% 45% 37% 34% 32% 20% 14% 9% 9% 4% 1% 25 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 5.
CONCLUSIES Stichting Armoedefonds werkt samen met meer dan 1.000 lokale armoedehulp- organisaties uit heel Nederland. Hiervan nam ongeveer de helft (480 organisaties) deel aan dit periodieke onderzoek. Daarmee ontstaat een beeld van de huidige staat van armoedehulp in ons land. De drie deelvragen die centraal staan in dit onderzoek zullen hieronder worden beantwoord. Lokale hulporganisaties zijn degenen die armoede zien, verzachten en bestrijden. De resultaten uit dit onderzoek laten zien dat de helft van de deelnemende hulporganisaties een stijging in het aantal hulpvragen merkt, in tegenstelling tot wat de landelijke cijfers wellicht laten zien. 1. HOE IS HET AANTAL HULPVRAGEN BIJ LOKALE HULPORGANISATIES IN HET AFGELOPEN HALF JAAR VERANDERD? Dit onderzoek toont een zorgwekkende trend: de helft (50%) van de hulporganisaties zag het afgelopen half jaar een stijging in hulpvragen, vooral onder alleenstaande ouders met kinderen, vluchtelingen, paren met kinderen, alleenstaanden zonder kinderen en ouderen. Slechts een klein gedeelte van de hulporganisaties (16%) ervaarde in het afgelopen half jaar een daling van het aantal mensen dat bij hen om hulp vroeg. De stijging van het aantal vluchtelingen, met name sinds de oorlog in Oekraïne, dat hulp nodig heeft, vergroot de groep mensen die door lokale hulporganisaties ondersteund moet worden.
Daardoor wordt de capaciteit van hulporganisaties nog verder belast, terwijl zij al met beperkte middelen werken. Hulporganisaties geven aan dat mensen met name worstelen met hoge huishoudelijke kosten, schulden en een gebrek aan financiële buffers. Als het gaat om toegang tot basisproducten ziet 38% van de hulporganisaties het aantal hulpvragen voor voedsel stijgen. Ook de vraag naar verzorgingsproducten is hoog. Hulporganisaties zien veel vraag naar menstruatieproducten en wasmiddel (beide door 64% van de hulporganisaties genoemd), shampoo en douchegel (61%) en tandenborstels en tandpasta (51%). “We helpen ook vluchtelingen die soms geen eten hebben. Er wordt daar wel gekookt maar dat is niet genoeg voor een volwassene. Ze krijgen twee broodjes voor een hele dag. Dat is niet menselijk.” Stichting Inclusie 26 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 2. IN WELKE MATE ZIJN LOKALE HULPORGANISATIES OP DIT MOMENT IN STAAT (GESTELD) OM AAN DE HULPVRAGEN TE VOLDOEN? Hoewel meer dan de helft van de hulporganisaties financieel stabiel is, kampt 6% met ernstige problemen waardoor het voortbestaan op het spel staat. Dat is bijna dubbel zoveel als voorheen. Zij geven aan dat de gevolgen van hun financiële situatie negatief kunnen zijn omdat ze daardoor minder (gepaste) hulp kunnen bieden of af moeten schalen in de hoeveelheid ervan.
Daarnaast geeft één op de drie hulporganisaties (34%, ten op zichten van 29% eerder dit jaar) aan een tekort aan vrijwilligers en/of betaalde krachten te hebben. De combinatie van stijgende hulpvragen en een tekort aan vrijwilligers leidt ertoe dat 7,5% van de hulporganisaties noodgedwongen met een wachtlijst werkt. Toch is er ook goed nieuws: ongeveer de helft van de hulporganisaties staat er financieel (redelijk) stabiel voor, zij zeggen zich namelijk volledig te redden met hun eigen middelen. Daar komt bij dat de meeste hulporganisaties maatwerk aanbieden en kijken wat iemand nodig heeft, zodat iedereen die hulp zoekt, geholpen kan worden. 3. HOE VERWACHTEN LOKALE HULPORGANISATIES DAT HULPVRAGEN ZICH DE KOMENDE MAANDEN GAAN ONTWIKKELEN? Lokale armoedehulporganisaties staan voor een uitdagende periode waarin ze niet alleen een stijging in het aantal hulpvragen verwachten, maar ook afhankelijk blijven van steun om die groeiende vraag te kunnen blijven opvangen. Veel hulporganisaties zijn actief op zoek naar manieren om meer mensen die het nodig hebben, te helpen. Tekorten op het gebied van vrijwilligers en financiële middelen legt hierbij extra druk bij deze lokale armoedehulporganisaties. Dit, en de staat van armoede in Nederland, zouden kunnen verklaren waarom meer dan de helft van de hulporganisaties (63%) verwacht dat het aantal hulpvragen zal stijgen.
Om dit te ondervangen zijn lokale armoedehulporganisaties afhankelijk van verschillende vormen van steun. 27 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 6. AANBEVELINGEN Op basis van de conclusies uit dit onderzoek naar de staat van armoedehulp in Nederland, ziet het Armoedefonds de volgende aanbevelingen. Deze aanbevelingen zijn gericht op het versterken van lokale armoedehulporganisaties en het verzachten en bestrijden van armoede, zodat iedereen volwaardig mee kan doen in de samenleving. 1. VERSTERK LOKALE HULPORGANISATIES: ZIJ ZIJN DEGENEN DIE ARMOEDEHULP HET DICHTST BIJ MENSEN AANBIEDEN Keer op keer geeft (meer dan) de helft van de hulporganisaties aan dat het aantal hulpvragen stijgt. Om mensen in armoede laagdrempelige hulp te bieden, zijn lokale hulporganisaties en vrijwilligers van groot belang. Zij bereiken de meest kwetsbare mensen vaak het eerst, komen achter de voordeur en bieden steun en vertrouwen. Hun hulp is cruciaal om te voorkomen dat financiële problemen escaleren. Daarnaast biedt deze hulp een periode van rust. Door de zekerheid van een maaltijd of verzorgingsproducten te bieden, ontstaat de stabiliteit vanuit waar iemand weer verder kan bouwen aan diens toekomst. Daarom is versterking van lokale hulporganisaties nodig.
De stijging van hulpvragen bij veel organisaties betekent dat zij meer middelen nodig hebben om hun hulp te blijven bieden. Financiële zekerheid is met name nodig voor de organisaties waarbij het voortbestaan op het spel staat, en waarbij mogelijk de mensen die zij helpen in nog grotere problemen komen. Daarom is structurele financiering belangrijk. Het garandeert de continuïteit van armoedehulp en zorgt ervoor dat mensen in armoede blijvend geholpen worden. Zonder eerst op een wachtlijst te belanden en zonder dat het voorbestaan van de nodige hulp op het spel komt te staan. “Het is duidelijk dat er dringend actie moet worden ondernomen om deze mensen te ondersteunen. We moeten niet alleen kijken naar kortetermijnoplossingen zoals voedselhulp, maar ook naar structurele veranderingen die de dieperliggende oorzaken van werkende armoede aanpakken. Dit omvat het verhogen van lonen, het verbeteren van arbeidsvoorwaarden en het bieden van meer ondersteuning aan mensen in kwetsbare situaties.” Stichting het Rode Lint 28 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 2. VERHOOG MINIMUMLOON EN UITKERINGEN OM ARMOEDE BIJ DE KERN AAN TE PAKKEN Armoede begint bij onvoldoende inkomsten. Dat heeft effecten op hoe je deel kunt nemen aan de samenleving, op je gezondheid en op je kansen.
Om armoede aan te pakken moeten het minimumloon en de bijstandsuitkering verhoogd worden. Daarbij kan rekening worden gehouden met de Europese armoedegrens van een bestaansminimum van ten minste 60% van het mediaan inkomen. Totdat structurele veranderingen zijn doorgevoerd, is het noodzakelijk om lokale armoedehulporganisaties te ondersteunen. Deze organisaties bieden essentiële hulp aan mensen die worstelen om rond te komen en vormen een vangnet voor gezinnen die het moeilijk hebben. 3. VERLENG DE INZET TEGEN MENSTRUATIEARMOEDE EN ZORG VOOR TOEGANG TOT BASISVERZORGINGSPRODUCTEN Menstruatiearmoede blijft een urgent probleem in Nederland. 1 op de 8 jonge meisjes en vrouwen heeft thuis niet altijd voldoende geld om menstruatieproducten te kopen 13. Dat belemmert hen om volwaardig deel te nemen aan school, werk en sociale activiteiten. Lokale hulporganisaties geven in groten getale aan dat er veel vraag is naar menstruatieproducten en andere verzorgingsproducten. Daarom blijft het nodig om deze producten laagdrempelig aan te bieden aan hen die het nodig hebben. Dit voorkomt dat jonge meiden vanwege financiële beperkingen worden uitgesloten van het dagelijks leven. Daarbij moet er ook aandacht zijn voor andere essentiële verzorgingsproducten, zoals shampoo, luiers en tandenborstels.
Een gebrek aan deze producten zorgt ervoor dat mensen zich minderwaardig voelen en belemmert hun dagelijkse functioneren. “Het niet kunnen uitdelen van maandverband betekent voor onze klanten, dat zij te weinig of geen maandverband kunnen kopen en ten tijden van menstruatie verplicht thuis moeten blijven.” Steunfonds Alkmaar Armoede in Nederland blijft een groot probleem. Lokale armoedehulporganisaties spelen een cruciale rol in het bieden van directe hulp en ondersteuning aan mensen in nood. Het is essentieel dat zij worden versterkt en gesteund, zodat zij hun werk kunnen blijven doen. Tegelijkertijd moeten de onderliggende oorzaken van armoede worden aangepakt, zoals het verhogen van het minimumloon en de uitkeringen, om ervoor te zorgen dat iedereen in Nederland in waardigheid kan leven. 29 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND BRONNEN 1 Centraal Planbureau (2024, september). Concept Macro Economische Verkenning 2025. https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Raming-Concept-Macro-Economische- Verkenning-2025.pdf 2 CBS (2024). Aankondiging nieuwe methode om armoede te meten door CBS, SCP en Nibud. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/29/aankondiging-nieuwe-methode-om-armoede-te-meten- door-cbs-scp-en-nibud 3 CBS (2024). SDG 1 Geen armoede.
https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/monitor-brede-welvaart-en-de-sustainable-development-goals/ sdg-s/sdg-1-geen-armoede#:~:text=Het%20deel%20van%20de%20bevolking,5%20procent%20van%20 de%20bevolking 4 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2024, september). Factsheet Participatiewet. Factsheet Participatiewet l - 2024 (overheid.nl) 5 Nvkk (september 2024). Aantal aanmeldingen schuldhulpverlening stijgt. Aantal aanmeldingen schuldhulpverlening stijgt - NVVK 6 Ipsos i&o (juni 2024). Verzorgingsarmoede in Nederland en België; onderzoeksrapport in opdracht van Kruidvat, Het Armoedefonds en de Belgische Federatie van Voedselbanken. Verzorgingsarmoede NL/BE (ipsos.com) 7 Neighbourhood Feminists (2024). Een gids voor het aanpakken van menstruatiearmoede; kwantitatief onderzoek naar menstruatiearmoede in Nederland 2024. CODE ROOD ZONDER ILLUSTRATIES (neighborhoodfeminists.com) 8 Nibud (2024). Geldproblemen in Nederland. https://www.nibud.nl/dossiers/geldproblemen-in-nederland/#:~:text=In%202022%20was%2060%20 procent,alle%20rekeningen%20zonder%20problemen%20betalen 9 Rijksoverheid (2024). Hoge maatschappelijke kosten van schulden vragen om stevige aanpak. Hoge maatschappelijke kosten van schulden vragen om stevige aanpak | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl 10 CBS (2024). SDG 1 Geen armoede.
https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/monitor-brede-welvaart-en-de-sustainable-development-goals/ sdg-s/sdg-1-geen-armoede#:~:text=Het%20deel%20van%20de%20bevolking,5%20procent%20van%20 de%20bevolking 11 Nibud (2024). Rapport Geldzaken in de praktijk (2024). Rapport Geldzaken in de praktijk (2024) - Nibud 12 CBS (2024). Inflatie 3,8 procent in 2023; exclusief energie 6,5 procent. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/02/inflatie-3-8-procent-in-2023-exclusief-energie-6-5- procent#:~:text=Vooral%20de%20prijsontwikkeling%20van%20voedingsmiddelen,werden%20in%20 een%20jaar%20tijd. 13 Neighbourhood Feminists (2024). Een gids voor het aanpakken van menstruatiearmoede; kwantitatief onderzoek naar menstruatiearmoede in Nederland 2024. CODE ROOD ZONDER ILLUSTRATIES (neighborhoodfeminists.com) Steun elkaar!