50.1 Concept Regels bestemmingsplan Recreatiecomplexen.pdf
Tekst van het document
20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 31 6.6.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 6.6.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. het aanleggen of verharden van wegen en paden met een breedte van minder dan 3,50 meter breed; d. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 6.6.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.6.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 6.1.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 32 Artikel 7 Tuin - 1 7.1 Bestemmingsomschrijving 7.1.1 Algemeen De voor 'Tuin - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
tuinen behorende bij op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen; b. structurele beplantingen; c. hoogopgaande, afschermende beplanting; d. het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke waarde, tot uitdrukking komend in: 1. het verkavelingspatroon; 2. het aanwezige micro-reliëf; 3. het kleinschalige karakter; 4. het vrijwel ontbreken van bebouwing; 5. de grote afwisseling in het landschap door de aanwezigheid van bomen, singels, riet, slootvegetatie en onland; e. het behoud, de bescherming en/of het herstel van de natuurlijke waarde, tot uitdrukking komend in: 1. de waarde van de voorkomende vegetatie en fauna; 2. de aanwezige ornithologische waarde; 3. het vochtige karakter van de gronden; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 7.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16.1. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Gebouwen Op de voor 'Tuin - 1' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 7.3 Specifieke gebruiksregels 7.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden voor en/of als: a. erf bij een op een aangrenzend perceel of perceelsgedeelte gelegen hoofdgebouw; b.
het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afge dankte voer- en vaartuigen en van wagens; c. het inrichten van een sport- en wedstrijdterrein, zwembad en speel- en/of ligweide; d. het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband; e. het aanbrengen en het hebben van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, waaronder reclame-uitingen; f. buitenopslag, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik. 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 33 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Tuin - 1' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; b. het graven, vergraven en dempen van oevers, vaarten, sloten en andere watergangen en oppervlaktewater; c. het aanbrengen van walbeschoeiingen en aanleggelegenheden; d.
het aanlegen of verharden van paden, het aanbrengen van verharding voor zitgelegenheden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het vellen en/of rooien van bomen en andere houtopstanden of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van bomen en andere houtopstanden ten gevolge kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging van de aanwezige bomen en andere houtopstanden. 7.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 7.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 7.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 7.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
7.4.4 Advies In de volgende gevallen vraagt het bevoegd gezag advies aan het ter plaatse bevoegde waterschapsgezag, alvorens de in artikel 7.4.1 genoemde vergunning te verlenen: a. wanneer er sprake is van een toename van verhard oppervlak groter dan 750 m²; b. wanneer gronden worden afgegraven met als doel permanent oppervlaktewater met een oppervlakte groter dan 750 m² te realiseren. 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 34 Artikel 8 Verkeer 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 8.1.1 Algemeen De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersdoeleinden; b. speelvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. een parkeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; e. paden, wegen en straten; met daaraan ondergeschikt: f. groenvoorzieningen; g. straatmeubilair; h. kunstwerken; i. afvalinzameling; j. nutsvoorzieningen k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterbergings - en infiltratievoorzieningen. 8.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16.1.
8.2 Bouwregels De tot 'Verkeer' bestemde gronden mogen uitsluitend worden bebouwd met bouwwerken ten dienste van de bestemming. 8.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen: a. geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen; b. verder uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd; met in achtneming van de volgende regels (artikel 8.2.2 en 8.2.3). 8.2.2 Gebouwen voor nutsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van deze gebouwen bedraagt maximaal 3,00 meter; b. de oppervlakte maximaal 15 m² bedraagt. 8.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldende volgende regels: a. er mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde: 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 35 1. noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; 2. ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; 3. behorende tot het straatmeubilair; 4. ten behoeve van speelvoorzieningen; 5. ten behoeve van afvalinzameling; 6. kunstwerken, zoals bruggen en duikers; 7. voorwerpen betreffende de beeldende kunsten; 8.
ten behoeve van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water. b. de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van overkappingen is niet toegestaan; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 10,00 meter. 8.3 Specifieke gebruiksregels 8.3.1 Gebruik parkeerterrein Op gronden met de aanduiding 'parkeerterrein' mag uitsluitend worden geparkeerd door recreanten dan wel bezoekers van een nabijgelegen recreatieterrein. 8.3.2 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden voor en/of als: a. de aanleg van terrassen; b. het plaatsen van afgedankte voer- en vaartuigen; c. buitenopslag; d. het plaatsen van kampeermiddelen en/of onderkomens e. recreatief nachtverblijf. 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 36 Artikel 9 Water 9.1 Bestemmingsomschrijving 9.1.1 Algemeen De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de aanleg en/of instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals watergangen, waterbergingen met de bijbehorende bermen en taluds; b. jachthavens, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven'; c.
stalling en opslag van boten, botenhuizen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - botenhuis'; d. watersportvoorzieningen; e. bruggen; f. behoud en ontwikkeling van ecologische waarden in relatie tot de waterhuishoudkundige voorzieningen. 9.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16.1. 9.2 Bouwregels De tot 'Water' bestemde gronden mogen uitsluitend worden bebouwd met bouwwerken ten dienste van de bestemming. 9.2.1 Algemeen Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen; a. geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van botenhuizen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - botenhuis', b. verder uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd; met inachtneming van de volgende regels (artikel 9.2.2 en 9.2.3). 9.2.2 Botenhuizen Voor het bouwen van boothuizen gelden de volgende regels: a. de goothoogte bedraagt maximaal 3,50 meter; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4,00 meter; c. de kap van een botenhuis bedraagt minimaal 30° en maximaal 60°. 9.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a.
er mogen uitsluitend de volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd: 1. verkeerstekens; 2. bruggen; 3. steigers, botenhellingen en hijswerktuigen, uitsluitend binnen de aanduidingen ‘specifieke vorm van recreatie – botenhuis’ en ‘jachthaven’; 4. vlaggenmasten en verlichtingsmasten, uitsluitend binnen de aanduidingen ‘specifieke vorm van recreatie – botenhuis’ en ‘jachthaven’ 5. oeverbeschoeiingen en kademuren. 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 37 b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 6,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van steigers maximaal 1,00 meter bedraagt en de bouwhoogte van verlichtingsmasten maximaal 2,00 meter bedraagt. 9.3 Afwijken van de bouwregels 9.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het verkleinen van de dakhelling Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.2 sub c, ten behoeve van het verkleinen van de dakhelling tot 0°, met dien verstande dat het vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is. 9.4 Specifieke gebruiksregels 9.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden voor en/of als: a.
het afmeren van en het innemen van een ligplaats met een vaartuig buiten de aanduidingen ‘specifieke vorm van recreatie – botenhuis’ en ‘jachthaven’; b. recreatief nachtverblijf. 9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Water' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het dempen van oppervlaktewater; b. het vergraven van oevers; c. het verleggen van watergangen. 9.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 9.5.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd.
9.5.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 9.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 9.1.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 9.5.4 Advies Alvorens de vergunning te verlenen, wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder. 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 38 Artikel 10 Waarde - Archeologie 2 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van voorkomende waarden. 10.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. 10.1.2 Bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16.2.
10.2 Bouwregels 10.2.1 Onderzoek ten behoeve van verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen a. Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken: met een oppervlakte groter dan 250 m² wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom, dan wel, met een oppervlakte groter dan 2.500 m² wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom, 2. dient door de door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard of gedocumenteerd, dan wel: in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. 10.2.2 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in artikel 10.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 39 10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanlegg en van drainage; b. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; c.
het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; voorzover de ingreep: d. dieper gaat dan 50 centimeter beneden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 250 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom; e. dieper gaat dan 50 centimeter beneden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 2.500 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom. 10.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 10.3.1 is niet van toepassing, indien: a. door middel van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn; b. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. d. de werken en werkzaamheden worden verricht in het kader van een aanvullend of definitief archeologisch onderzoek.
10.3.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 10.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien mede op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 10.3.4 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.3 die betrekking h eeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie 2' dient een rapport te overleggen waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgelegd, en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel: c. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn.
20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 40 10.3.5 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 10.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 41 Artikel 11 Waarde - Cultuurhistorie Wanneperveen 11.1 Bestemmingsomschrijving 11.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Cultuurhistorie Wanneperveen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van ter plaatse bestaande cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden, met ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' de monumenten, zoals vastgelegd in Bijlage 3 'overzicht monumenten', en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' de karakteristieke panden. 11.1.2 Waarden De waarden komen als volgt tot uitdrukking: a. afwisselend open en meer gesloten bebouwingslint. b. relatief grote bouwvolumes met een lage goot en een hoge nok. c. grote verspringingen in de voorgevelrooilijn. d. in ieder geval is de hoofdbebouwing op de weg georiënteerd. e. bebouwing is over het algemeen vrijstaand en opgebouwd uit 1 bouwlaag met kap. f. de nokrichtingen staan overwegend haaks op de weg. g. de gevel is over het algemeen verticaal ingedeeld. h.
bij uitbreiding van de woonfunctie in een bestaande of van oorsprong voormalige bo erderij blijft in ieder geval het onderscheid tussen woon- (klein bouwvolume) en bedrijfsgedeelte (groot bouwvolume) herkenbaar. i. bij nieuwbouw, vervanging, verbouwing en uitbreiding van gebouwen worden de hiervoor beschreven bebouwingskarakteristieken gerespecteerd. j. bijgebouwen zijn ten opzichte van het hoofdgebouw zodanig gesitueerd dat hoofdgebouw en bijgebouwen met elkaar een samenhangend geheel vormen, waarbij de bijgebouwen achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw zijn gesitueerd. 11.1.3 Bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16.2. 11.2 Bouwregels 11.2.1 Algemeen Op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie Wanneperveen' aangewezen gronden mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' slechts worden gebouwd indien en voor zover zulks nodig is voor het behoud en/of herstel van de bestaande bebouwing, met dien verstande, dat: a. bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming; b.
geen wezenlijke veranderingen worden aangebracht in het stedenbouwkundige beeld, bepaald door situering hoofd- en bijgebouwen, kapvorm, nokrichting, hoogtematen, gevel- en raamindeling. 11.2.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 11.2.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 42 b. bouwwerken, welke op het tijdstip van het inwerkingtreden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 11.3 Afwijken van de bouwregels 11.3.1 Afwijken van de bouwwerken ten behoeve van bouwen van gebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 11.2.1 ten behoeve van het bouwen van gebouwen overeenkomstig de onderliggende bestemming(en), met dien verstande dat: a. dit verenigbaar is met behoud, herstel en/of versterking van de cultuurhistorische waarden en kwaliteiten van de bestaande bebouwing; b. dit conform advies van de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie, niet leidt tot een wezenlijke verandering van de aanwezige cultuurhistor ische waarden en kwaliteiten.
11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Cultuurhistorie Wanneperveen' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. veranderingen aan te brengen in de aanwezige stedenbouwkundige/landschappelijke structuur; b. geheel of gedeeltelijk het planten of rooien van bomen, bosschages, houtwallen en singels; c. geheel of gedeeltelijk dempen/graven van watergangen; d. aanbrengen van verhardingen. 11.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 11.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd.
11.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 11.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien conform advies van de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie, de in artikel 39.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 11.4.4 Voorschriften omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan aan de in artikel 11.5.1 genoemde vergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gebied. 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 43 11.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 11.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Cultuurhistorie Wanneperveen' aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de op de gronden aanwezige karakteristieke bebouwing geheel of gedeel telijk te slopen. 11.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 11.5.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b.
sloopwerkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 11.5.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 11.5.1 zijn slechts toelaatbaar mits: a. de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijziging aan het pand kan worden hersteld; b. de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde in redelijkheid niet is te handhaven; c. het delen van panden of bijgebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek dan wel cultuurhistorisch waardevol vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm dan wel de cultuurhistorische waarde plaatsvindt; d. een positief advies wordt verkregen van de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie. 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 44 3. Algemene regels Artikel 12 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 45 Artikel 13 Algemene bouwregels 13.1 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'bouwvlak'; b. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil; c. de ondergrondse bouwdiepte mag maximaal 4,00 meter onder peil bedragen; d. de regels van de betreffende bestemmingen zijn van overeenkomstige toepassing. 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 46 .Artikel 14 Algemene gebruiksregels 14.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; c. straatprostitutie.
Artikel 15 Algemene wijzigingsregels 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 47 Artikel 16 Overige regels 16.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming gaat het belang van de dubbelbestemming voor. 16.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat dubbelbestemmingen gericht op het grondwaterbescherming, bescherming van archeologische waarden en nutsvoorzieningen voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing en dubbelbestemmingen voor recreatieve functies. In concrete wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a. Waarde – Archeologie 1; b. Waarde – Archeologie 2; c. Leiding; d. Waterstaat - Waterkering. 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 48 4. Overgangs- en slotregels Artikel 17 Overgangsrecht 17.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van de beheersverordening, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheerverordening, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 17.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met de beheersverordening strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c.
Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van d e beheersverordening voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 20 juni 2017 | Bestemmingsplan ‘Recreatiecomplexen Steenwijkerland, Waterpark Belterwiede en Buitengoed Fredeshiem’ | Buro Stedenbouw 49 Artikel 18 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'X'. Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente X van ..............