CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

5.2 GGD - Toelichting op Modelbesluit 6e wijziging van de GR GGD IJsselland tbv colleges en zienswijzen raden okt 2023

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken8.513 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 Toelichting op het Modelbesluit tot zesde wijziging van de Gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland 1. Algemene toelichting De algemene toelichting op de zesde wijziging van de gemeenschappelijke regeling (GR) GGD IJsselland gaat in op de aanleiding, hoofdpunten en achtergronden van en argumenten voor de wijzigingen. Daarbij wordt ook ingegaan op het overleg van raadsleden en de bestuurlijke besprekingen die aan het opstellen van deze wijzigingsvoorstellen vooraf zijn gegaan. De verantwoordelijkheidsverdeling tussen de gemeenteraden, colleges en het bestuur van GGD IJsselland komen eveneens kort aan de orde. In de artikelsgewijze toelichting in hoofdstuk 2 komen de meer technische aspecten van elke wijziging aan bod. 1.1 Aanleiding 6e wijziging gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland A. Versterking betrokkenheid van gemeenteraden en -raadsleden Ruim 75% van de gemeenten vindt regionale bestuursvormen belangrijk voor onder meer het behalen van bepaalde doelstellingen, het vergroten van de bestuurlijke slagkracht en/of het uitvoeren van bedrijfsvoeringstaken. Dat bleek de afgelopen jaren uit verschillende onderzoeken. De keerzijde is dat de gemeenteraad als lokale volksvertegenwoordiging meer op afstand komt te staan.

Volksvertegenwoordigers (gemeenteraden en raadsleden) ervaren vaak een te grote afstand tot gemeenschappelijke regelingen (GR-en). Gevolg is dat de democratische grondslag van dergelijke regelingen onder druk komt te staan. Dit maakt het volgens de wetgever noodzakelijk om de betrokkenheid van gemeenteraden en - raadsleden bij het bestuur van samenwerkingsverbanden te verbeteren. Met name om hen in staat te stellen beter invulling te kunnen geven aan hun rol richting de colleges van de gemeenten en/of het bestuur van een gemeenschappelijke regeling. De wetgever nam een aantal mogelijkheden tot versterking op in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Deze wetswijziging trad in werking op 1 juli 2022. De gemeenten en GR-besturen hebben 2 jaar gelegenheid (tot 1 juli 2024) om hun regeling aan te passen. Bij bepaalde onderwerpen koos de wetgever voor mogelijkheden die ruimte laten voor afwegingen per gemeenschappelijke regeling en daardoor voor maatwerk. De 6e wijziging van de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland voorziet hierin. B.

Up to date maken van de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland Naast de aanpassingen in verband met de wetswijziging bestaat de wens om de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland op enkele onderdelen in overeenstemming te brengen met de praktijk, te actualiseren of te verduidelijken, verwijzingen weer kloppend te maken en om werkprocessen te versoepelen. Ook deze aanpassingen zijn verwerkt in de 6e wijziging van GR GGD IJsselland. Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 1.2 Hoofdpunten van en argumenten voor de voorgestelde wijzigingen A. Versterking betrokkenheid van gemeenteraden en raadsleden Een groot deel van de voorgestelde wijzigingen is gericht op een goede invulling van de nieuwe wettelijke mogelijkheden om de positie van de gemeenteraden te versterken. Voor die invulling heeft het algemeen bestuur zich in de eigen verkenning van de denkrichtingen voor de uitwerking in de GR mede laten leiden door de uitkomsten van de werkconferentie op 21 april 2023. Deze werkconferentie was een initiatief van de griffiers kring IJsselland en de directie/bestuurssecretarissen van de gemeenschappelijke regelingen waaraan alle gemeenten in IJsselland deelnemen (Veiligheidsregio IJsselland, GGD IJsselland, Omgevingsdienst IJsselland, Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland).

Doel van de conferentie was om samen met raads- en (voor de Omgevingsdienst ook) statenleden de nieuwe wettelijke mogelijkheden te verkennen. Ook om een beeld te krijgen van wensen, die leven bij raads- en statenleden. De samenwerking bij de werkconferentie was voor de genoemde GR-en in IJsselland reden om hun voorstellen op de onderdelen die betrekking hebben op de versterking van de positie van de raden/staten onderling zoveel mogelijk af te stemmen. Het gaat daarbij om de volgende onderwerpen: Gemeenschappelijke raadsadviescommissie Voor gemeenteraden bestaat de nieuwe mogelijkheid om initiatief te nemen tot een adviescommissie waarin raadsleden zitting hebben. Zo’n commissie wordt ingesteld door het algemeen bestuur van een openbaar lichaam op een unaniem voorstel van alle betrokken raden. In de beide gespreksronden tijdens de werkconferentie werden diverse kanttekeningen geplaatst bij de mogelijkheid van een formele adviescommissie. Dit leidde bij de raads- en statenleden tot weinig behoefte aan een commissie, zoals de wet die mogelijk maakt. Naar voren kwam, dat de genoemde kanttekeningen voor een belangrijk deel ondervangen zouden kunnen worden door de betrokkenheid van raadsleden te verbeteren met informele overlegvarianten. Er is wel behoefte (zowel aan de kant van de raden als van de GR-en) om met elkaar in gesprek te gaan over nader te bepalen onderwerpen.

De gedachte is om als GGD samen met afgevaardigden van raden en colleges en in afstemming met de andere GR-en te verkennen op welke manier(en) gestructureerd vorm en inhoud kan worden gegeven aan betrokkenheid van raden bij de GR-en in IJsselland, zonder een formele regionale adviescommissie in te stellen, zoals de wet die noemt. Dit kan parallel aan het (vrij strak geplande) traject van wijziging van de GR-en verlopen, zodat beide processen niet op elkaar hoeven te wachten. De mogelijkheid om een gemeenschappelijke raadsadviescommissie in het leven te roepen is geregeld in de wet. Aanpassing van de tekst van de gemeenschappelijke regeling is op dit punt niet nodig. Zienswijzeprocedure begroting Voor de ontwerpbegroting van een GR geldt al een zienswijzeprocedure, waarvan nu de termijn wordt verlengd van 8 naar 12 weken. Dit om de raden meer tijd te geven om de begroting te beoordelen. Afhankelijk van het moment van toezending van de ontwerpbegroting aan de gemeenteraden zal de zienswijzetermijn eindigen voor of in het zomerreces. De deelnemers aan de Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 werkconferentie hebben de voorkeur uitgesproken voor afronding van de zienswijzeprocedure vóór het zomerreces. Dit houdt voor de GR-en in dat zij de ontwerpbegroting tijdig aan de raden/staten toe moeten zenden.

Aantekening hierbij is dat af en toe als de zomervakantie van de scholen vroeg begint, zich de situatie kan voordoen dat de GR-begroting pas na de vakantie in het AB kan worden vastgesteld. Toezending van de vastgestelde begroting aan gedeputeerde staten dient - binnen 2 weken na vaststelling - vóór 15 september te gebeuren. Overige zienswijzen In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over welk soort voorgenomen besluiten van het bestuur gemeenteraden hun zienswijze naar voren kunnen brengen en over de wijze waarop zij dit kunnen doen. Het staat de deelnemers vrij om af te spreken dat geen voorgenomen besluiten vatbaar zijn voor het geven van een zienswijze door de raden. Tijdens de werkconferentie kwam naar voren, dat het indienen van zienswijzen zinvol kan zijn als het gaat om voorgenomen besluiten over: • meerjarenbeleid/plannen, belangrijke beleidswijzigingen en/of financieel effect; • strategische keuzes of grote financiële keuzes. In deze gevallen is het van belang om de zienswijzetermijn in overleg af te spreken. In de verkenning van de denkrichtingen voor de uitwerking in de GR in het algemeen bestuur van GGD IJsselland kwam naar voren dat het bestuur de betrokkenheid van de gemeenteraden bij de totstandkoming van belangrijke beleidsdocumenten graag aan de voorkant organiseert.

De raden kunnen dan vooraf input leveren die wordt meegenomen in de voorbereiding van bestuursvoorstellen. Zo wordt bijvoorbeeld de kadernota nu al meegenomen in informerende bijeenkomsten voor raadsleden en zijn raden in de gelegenheid gesteld om op de concept- Bestuursagenda te reageren. Daardoor lijkt het niet nodig om voor specifieke onderwerpen standaard zienswijzeprocedures in de GR vast te leggen. Om de mogelijkheid echter niet helemaal uit te sluiten is de bepaling opgenomen dat het AB andere voorgenomen besluiten dan die waarvoor de wet of de regeling dat voorschrijft om een zienswijze kan voorleggen aan de gemeenteraden. Ook is hiervoor de procedure geschetst. Participatie De wet verlangt een afspraak over participatie. De gedachte is, dat inwoners ook bij gemeenschappelijke regelingen in de gelegenheid moeten worden gesteld om hun mening over beleid of de uitvoering daarvan op een eenduidige wijze kenbaar te maken. Net zoals dat bij gemeenten gebeurt, waar inwoners bijvoorbeeld bij hun gemeenteraad vaak laagdrempelig een petitie kunnen aanbieden of kunnen inspreken bij een commissie- en/of raadsvergadering. Tijdens de werkconferentie was er voorzichtigheid/twijfel over de wenselijkheid van invulling van (formele) participatie via de GR-en. Want dat zou komen naast de participatieactiviteiten van de gemeenten. Een suggestie was om te kiezen voor lichte vormen.

Als lichte vormen gelden, dat ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden 1. een verzoekschrift kunnen indienen bij het dagelijks bestuur; 2. in een openbare vergadering van het algemeen bestuur het woord kunnen voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. GGD IJsselland heeft uitvoerende en adviserende taken waarvoor primair de colleges van B en W verantwoordelijk zijn. Ingezetenen en belanghebbende kunnen via de reguliere procedures bij de colleges van b en w en de raden van de deelnemende gemeenten betrokken worden bij de Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Daarom ziet GGD IJsselland beperkte ruimte voor formele participatie bij beleid. Ingeval gemeenten daar behoefte aan hebben kan de GGD bij vraagstukken op haar werkterrein deelnemen aan gemeentelijke participatie-initiatieven. GGD IJsselland betrekt inwoners en belanghebbenden op diverse (meer informele) manieren bij haar werk. Voorbeelden daarvan zijn: GGD-panel, Ouderpanel Jeugdgezondheidszorg, participatie van de doelgroep in projecten, bespreken van uitkomsten van de gezondheidsmonitor met leden van doelgroep, betrekken van ouderen bij invulling van activiteiten binnen de Programmalijn ouderen en klanttevredenheidsonderzoeken.

Evaluatie In de GR moeten afspraken worden opgenomen over het evalueren van de GR. Dat kan ook de afspraak zijn, dat evaluatie niet nodig is. Indien behoefte bestaat aan periodieke evaluatie kunnen de deelnemers daar zelf invulling aan geven. Er zijn geen wettelijke voorschriften voor de inhoud van evaluatie. De werkconferentie leverde geen duidelijke uitspraken op dat beslist behoefte bestaat aan periodieke evaluatie bij de 4 GR-en. Daarom is het voorstel om niet op voorhand specifieke afspraken te maken over evaluatie van de regeling maar het algemeen bestuur de mogelijkheid te geven te besluiten om de regeling of één of meer onderdelen daarvan te evalueren. Bijvoorbeeld als meerdere deelnemers daarom verzoeken. Het dagelijks bestuur maakt in dat geval een evaluatievoorstel aan de colleges. Daarin kan ook de positie en betrokkenheid van de raden worden meegenomen. Actieve informatieplicht Er moeten afspraken worden gemaakt over de wijze, waarop de GR inhoud gaat geven aan de actieve informatieplicht: het uit eigen beweging informatie verschaffen aan de raden. De gespreksrondes tijdens de werkconferentie maakten duidelijk, dat de gemeenteraden goed zijn aangehaakt als het gaat om informatie, die gemeenten van de GR-en ontvangen. Als aandachtspunten werden genoemd het juiste moment van verstrekken informatie en duiding daarvan.

Ook was er behoefte, dat van te voren bekend is welke informatie de raden wanneer kunnen verwachten. Bij GGD IJsselland wordt dit meegenomen in de P&C cyclus. Uittreding De wettelijke regels voor de GGD en Veiligheidsregio IJsselland wijzen aan welke gemeenten onder deze regio’s vallen. De regionale samenwerking kent daarmee een verplichtend karakter. Uittreding op eigen initiatief is zonder wetswijziging niet mogelijk. Op het moment dat er wetswijzigingen optreden die gevolgen hebben voor de indeling van gemeenten binnen de regio’s kan formele uittreding wel aan de orde zijn. Daarom is het noodzakelijk om, zoals de WGR aangeeft, voorschriften op te nemen over uittreding voor het geval dit in de toekomst alsnog aan de orde is. Met de wetswijziging van 2022 wordt verder verduidelijkt wat onder gevolgen moet worden verstaan. In elk geval moeten in de gemeenschappelijke regeling worden geregeld (dit kan niet doorgeschoven worden naar een overeenkomst of uittreedregeling): • de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden; • de gevolgen voor het vermogen van het samenwerkingsverband; • de gevolgen voor het vermogen van de deelnemende gemeenten (zowel de uittreder als de overblijvende gemeenten). B.

Up to date maken gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland In de voorstellen voor de zesde wijziging van de GR GGD zijn ook aanpassingen meegenomen om de gemeenschappelijke regeling in overeenstemming te brengen met de praktijk, te actualiseren of te Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 verduidelijken, verwijzingen weer kloppend te maken en om werkprocessen te versoepelen. Dit betreft met name de volgende aanpassingen. Vervallen vaststellen instructie directeur Publieke Gezondheid/secretaris Artikel 41 van de GR GGD IJsselland gaat over de positie van de secretaris/directeur Publieke Gezondheid. In lid 6 is opgenomen dat het algemeen bestuur voor de directeur Publieke Gezondheid/secretaris een instructie vaststelt. Dit is niet meer nodig gelet op de uitgebreide functiebeschrijving in het Functieboek HR21 die voor deze functie die is vastgesteld. Financiële verdeelsleutel In de GR van GGD IJsselland is opgenomen dat de ontwerpbegroting de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdragen bevat. Daarbij is voor de berekening van de bijdragen voor de algemene en wettelijke taken van de GGD het uitgangspunt het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is.

Voor de taken Jeugdgezondheidszorg en Toezicht Kinderopvang zijn echter in het verleden in overleg met de gemeenten andere verdeelsleutels afgesproken. Voor de Jeugdgezondheidszorg wordt sinds de overkomst van de jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen uitgegaan van het aantal jeugdigen van 0 tot 18 jaar. De financiering van het Toezicht Kinderopvang is gebaseerd op daadwerkelijk aantal inspecties per gemeente. Jaarlijks wordt een bedrag per gemeente als voorschot gefactureerd. Aan het einde van het jaar vindt nacalculatie plaats op basis van realisatie. Om de regeling in overeenstemming te brengen met de praktijk is in artikel 47 lid 3 opgenomen dat het AB kan bepalen dat de kosten voor de taken Jeugdgezondheidszorg en Toezicht Kinderopvang of onderdelen daarvan op een andere wijze over de deelnemende gemeenten worden verdeeld. Op deze wijze kunnen we kritisch blijven kijken naar de wijze van kostenverdeling voor JGZ en Toezicht Kinderopvang en voorstellen voor eventuele aanpassingen hierin meenemen in de voorstellen van de begrotingsprocedure. Data vaststellen begroting en jaarstukken • Begroting In de huidige GR GGD IJsselland (art. 47 lid 7) staat 18 juli opgenomen als datum waarvóór het vaststellen van de begroting dient te geschieden.

Dit is gekoppeld aan de datum van toesturen van de begroting aan gedeputeerde staten: binnen twee weken na vaststelling, in ieder geval vóór 1 augustus. De inzending van de vastgestelde begroting aan gedeputeerde staten hoeft als gevolg van de wijziging van de Wgr voortaan niet meer te gebeuren vóór 1 augustus, maar binnen twee weken na vaststelling, vóór 15 september. Door op te nemen dat het algemeen bestuur de begroting vóór 14 september vaststelt ontstaat enige speelruimte voor het plannen van een AB-vergadering waarin de begroting kan worden vastgesteld. Met name wanneer de zomervakantie vroeg begint kan zich de situatie voordoen dat de GR-begroting pas na de vakantie in het AB kan worden vastgesteld. Dan is komt deze flexibiliteit goed van pas. • Jaarstukken In de GR GGD IJsselland (art. 51 lid 5 ) staat dat de jaarstukken voor 1 juli worden vastgesteld. Dit is lastig voor de vergaderplanning van het AB omdat de begroting door de nieuwe zienswijzetermijn zo mogelijk in de eerst helft van juli wordt vastgesteld. Door de datum van 1 juli los te laten ontstaat wat speelruimte in de vergaderplanning en kunnen de jaarstukken in dezelfde bijeenkomst van het AB worden vastgesteld als de begroting (als dat gelet op de verlengde zienswijzeprocedure voor de raden en de vakantieperiode haalbaar is).

GS dienen de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling maar uiterlijk 15 juli te ontvangen. Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 Geen zienswijze voor bepaalde begrotingswijzigingen Artikel 35 van de Wgr geeft aan dat de wettelijke procedureregels ook van toepassing zijn op besluiten tot wijziging van de begroting. Maar ook (in lid 6) dat in de gemeenschappelijke regeling kan worden bepaald ten aanzien van welke categorieën begrotingswijzigingen hiervan kan worden afgeweken. Tot nu toe gaan alle begrotingswijzigingen naar de raden, ook die waarbij er sprake is van kleine en technische wijzigingen waarbij geen sprake is van gevolgen voor de gemeentelijke bijdragen. Dit geeft de gemeenten en de GR-en veel werk. Doel is om deze hoeveelheid werk te beperken. Dat mag en kan door in de GR op te nemen, dat besluiten tot wijziging van de begroting, die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage, niet om een zienswijze voorgelegd hoeven te worden aan de raden. Dit is opgenomen in artikel 48a van de GR GGD IJsselland. Begrotingswijzigingen waarbij sprake is van verhoging van de gemeentelijke bijdrage worden dus altijd aan de raden voorgelegd.

Bestemmen rekeningresultaat Voorstel is om in een nieuw artikel vast te leggen, dat het algemeen bestuur beslist wat er met het saldo (voordelig of nadelig) van de jaarrekening gebeurt. Een voordelig saldo kan (indien dit noodzakelijk is voor de gemeenschappelijke regeling) worden toegevoegd aan reserves of geheel of gedeeltelijk aan de deelnemers worden uitgekeerd. Een nadelig saldo van de jaarrekening kan geheel of gedeeltelijk ten laste worden gebracht van het volgende dienstjaar, de bestaande reserves of de deelnemers. In de GR van GGD IJsselland stonden geen afspraken over de besluitvorming over het rekeningresultaat, dat wordt bepaald bij vaststelling van de jaarrekening. De financiële verordening geeft aan, dat het dagelijks bestuur de jaarstukken en het bestemmingsvoorstel van het rekening- resultaat ter vaststelling voorlegt aan het algemeen bestuur. Deze bepaling beoogt de besluitvorming over het rekeningresultaat duidelijker te regelen en in overeenstemming te brengen met de bestaande praktijk. Bekendmaking Met de aanpassing van de bepalingen over bekendmaking (artikel 60 GR GGD IJsselland) loopt de GR van GGD IJsselland weer in de pas met de geldende wetgeving (met name de Wet elektronische publicaties).

1.3 Verantwoordelijkheidsverdeling betrokken besturen Colleges Overeenkomstig de Wet publieke gezondheid houden de colleges van burgemeester en wethouders een GGD in stand en hebben hiervoor de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland vastgesteld. De colleges besluiten ook tot wijziging van de GR. De Wet gemeenschappelijke regelingen geeft aan dat de colleges van de deelnemende gemeenten: 1. eerst de wijzigingen van de regeling in ontwerp toezenden aan hun eigen raad. De raad heeft acht weken gelegenheid om bij het college een zienswijze in te dienen op de voorgestelde wijzigingen. 2. daarna een voorlopig besluit nemen over ontwerpwijzigingen in de regeling en vervolgens toestemming vragen aan de gemeenteraad voor het wijzigen van de regeling. Na verkregen goedkeuring van de gemeenteraad kan het college de wijzigingen in de regeling vaststellen. Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 Gemeenteraden De toezending van het eerste ontwerp en ontwerp-wijziging van de regeling is nieuw voor de gemeenteraden. De wetgever heeft deze stap toegevoegd om de betrokkenheid van de gemeenteraden te vergroten. Zij hebben acht weken de tijd om een zienswijze in te dienen bij het college.

Indien de raden geen aanleiding zien om van deze mogelijkheid gebruik te maken, dienen zij het college hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte te stellen, zodat de besluitvorming niet onnodig vertraagd wordt. Wanneer het college, mede op basis van een eventuele zienswijze, een voorlopig besluit heeft genomen moet het toestemming vragen aan de gemeenteraad voor het wijzigen van de regeling. De gemeenteraad heeft 13 weken om te beslissen over goedkeuring. Dit is een maximumtermijn, een goedkeuringsbesluit mag ook sneller worden genomen. De raad kan de toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht, of strijd met het algemeen belang. Algemeen bestuur GGD Wijziging van de GR vereist besluitvorming in alle colleges en gemeenteraden. Om dit proces te coördineren hebben de colleges, met goedkeuring van de gemeenteraden, in de GR GGD IJsselland de volgende afspraken opgenomen: 1. Zowel het college van een gemeente als het algemeen bestuur kunnen een voorstel doen tot wijziging van de GR. Ook kan het dagelijks bestuur een voorstel tot wijziging van de regeling voorleggen aan de colleges van de deelnemende gemeenten als het voorstel voortvloeit uit wettelijke verplichtingen en/of uit besluiten van het algemeen bestuur. Als het algemeen bestuur besluit een wijzigingsvoorstel te doen dan legt het dagelijks bestuur dit aan de colleges voor. 2.

Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van ten minste twee-derde van de deelnemende gemeenten tot de wijziging hebben besloten. Nu de aanleidingen voor de voorgestelde wijzigingen van de GR zowel voortvloeien uit nieuwe regels in de Wgr. als uit de behoefte om de regeling up-to-date te maken doet het algemeen bestuur voorstellen aan de deelnemende gemeenten tot wijziging van de regeling. Het dagelijks bestuur legt de voorstellen voor. In het verlengde daarvan stelt GGD IJsselland het op prijs om eventuele vragen en/of zienswijzen van de colleges en raden te ontvangen om daar, via het algemeen bestuur, advies over te geven aan de colleges. Dit met het doel collectief een goede afweging te maken en uiteindelijk tot een gelijkluidend wijzigingsbesluit van alle colleges te komen. Nadat de colleges, met goedkeuring van de gemeenteraden, de wijzigingen hebben vastgesteld, kan het algemeen bestuur een besluit nemen om te constateren, dat is voldaan aan de vereiste meerderheid van ten minste twee-derde van de deelnemende gemeenten en kan het besluit worden gepubliceerd. Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 2.

Artikelsgewijze toelichting Voor een goed overzicht van de veranderingen in de gemeenschappelijke regeling van GGD IJsselland zijn hierna de tekstuele wijzigingen per artikel integraal opgenomen. In de linker kolom is de bestaande te vervangen tekst schuingedrukt opgenomen. In de rechterkolom staat de nieuwe tekst, met vetgedrukt de nieuwe tekstgedeelten en leestekens. Ook is per artikel een korte toelichting gegeven op de achtergrond van de wijzigingen. De afwegingen die hieraan ten grondslag liggen zijn verwoord in het algemene deel van de toelichting (paragraaf 1.2). Toevoeging artikel 12a - zienswijzen op andere besluiten Bestaande tekst Geen Nieuwe tekst Artikel 12a 1. Het algemeen bestuur kan andere voorgenomen besluiten dan die waarvoor de wet of deze regeling dat voorschrijft om een zienswijze voorleggen aan de gemeenteraden. Het dagelijks bestuur biedt de raden dan een termijn van minimaal acht weken voor het naar voren brengen van een zienswijze. 2. Tegelijkertijd met de toezending van het definitieve bestuursvoorstel stelt het dagelijks bestuur de raden van de gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Toelichting op toevoeging artikel 12a GGD IJsselland organiseert de betrokkenheid van de gemeenteraden bij de totstandkoming van belangrijke beleidsdocumenten graag aan de voorkant. Daardoor lijkt het niet nodig om voor specifieke onderwerpen standaard zienswijzeprocedures in de GR vast te leggen. Om voor toekomstige situaties toch de mogelijkheid te houden de raden om een zienswijze te vragen is in dit artikel bepaald dat het AB deze mogelijkheid heeft. Voor de verdere procedure De raden kunnen op basis van de Wgr hun zienswijze geven op de begroting en begrotingswijzigingen die leiden tot wijziging van de gemeentelijke bijdrage, op aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling en toetreding en uittreding daaruit. Toevoeging artikel 12b - participatie Bestaande tekst Geen Nieuwe tekst Artikel 12b Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen: a. een verzoekschrift indienen bij het dagelijks bestuur; b. in een openbare vergadering van het algemeen bestuur het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. Toelichting op toevoeging artikel 12b Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 De wet verlangt een afspraak over participatie. Met deze bepaling is in een lichte vorm van participatie voorzien.

GGD IJsselland kent daarnaast meer informele wijzen waarop doelgroepen worden betrokken bij haar werk. Toevoeging artikel 12c - evaluatie Bestaande tekst Geen Nieuwe tekst Artikel 12c 1. Het algemeen bestuur kan besluiten om de regeling of één of meer onderdelen daarvan te evalueren. 2. Het dagelijks bestuur zal dan een evaluatievoorstel aan de deelnemende colleges voorleggen. Toelichting op toevoeging artikel 12c Dit artikel voorziet in de verplichting op basis van de Wgr (artikel 11a) om bepalingen op te nemen over evaluatie van de regeling. Invoegen artikel 25a - actieve informatieplicht Bestaande tekst Geen. Nieuwe tekst Artikel 25a Het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter geven de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Deze inlichtingen worden schriftelijk of digitaal verstrekt. Toelichting op invoegen artikel 25a Artikel 17 (lid 2 en 3) van de Wgr voert een actieve informatieplicht van het bestuur richting de raden in. De regeling moet bepalingen inhouden over de wijze waarop informatie wordt verstrekt. Dit nieuwe artikel 25a voorziet in deze verplichtingen. In artikel 41 vervalt het zesde lid – instructie directeur publieke gezondheid/secretaris Bestaande tekst. 6. Het algemeen bestuur stelt voor de directeur publieke gezondheid/secretaris een instructie vast. Nieuwe tekst 6.

[Vervallen]. Toelichting op het vervallen van artikel 41 lid 6 Gelet op de uitgebreide functiebeschrijving in het Functieboek HR21 voor de functie directeur publieke gezondheid/secretaris die is vastgesteld is een afzonderlijke instructie niet meer nodig. Wijziging artikel 47 – begroting: termijnen, kostenverdeling, zienswijze Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 47 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 47 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 2. De ontwerpbegroting en de ontwerp- meerjarenraming voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover van toepassing. 3. De ontwerpbegroting vermeldt tevens de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdragen. De berekening van deze bijdragen vindt plaats op basis van het volgende uitgangspunten: a.

voor de algemene en de wettelijke taken, genoemd in de artikelen 4 en 5 lid 1 het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. b. voor de taken in vrijwillige samenwerking, genoemd in artikel 5, lid 2: de bedragen die gemeenten en GGD IJsselland daarvoor hebben afgesproken dan wel het aantal verleende diensten maal het vastgestelde tarief per dienst. 4. De ontwerpbegroting en de ontwerp- meerjarenraming worden door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 5. De raden van de deelnemende gemeenten hebben acht weken de gelegenheid om bij het dagelijks bestuur hun zienswijze omtrent de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming naar voren te brengen. 6. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat en eventueel een nota van wijzigingen, bij de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming, zoals deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden. 7. Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast voor 18 juli van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de begroting moet dienen. 8. Terstond na vaststelling worden de begroting en de 2.

De ontwerpbegroting en de ontwerp- meerjarenraming voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover van toepassing. 3. De ontwerpbegroting vermeldt tevens de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdragen. De berekening van deze bijdragen vindt plaats op basis van het volgende uitgangspunten: a. voor de algemene en de wettelijke taken, genoemd in de artikelen 4 en 5 lid 1 het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. b. het algemeen bestuur kan bepalen dat de kosten voor de taken Jeugdgezondheidszorg en Toezicht Kinderopvang of onderdelen daarvan op een andere wijze over de deelnemende gemeenten worden verdeeld. c. voor de taken in vrijwillige samenwerking, genoemd in artikel 5, lid 2: de bedragen die gemeenten en GGD IJsselland daarvoor hebben afgesproken dan wel het aantal verleende diensten maal het vastgestelde tarief per dienst. 4. De ontwerpbegroting en de ontwerp- meerjarenraming worden door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 5.

De raden van de deelnemende gemeenten hebben twaalf weken de gelegenheid om bij het dagelijks bestuur hun zienswijze omtrent de ontwerpbegroting en de ontwerp- meerjarenraming naar voren te brengen. 6. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijzen bedoeld in lid 5, en van de conclusies die het daaraan verbindt. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat en eventueel een nota van wijzigingen, bij de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming, zoals deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden. 7. Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast voor 14 september van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de begroting moet dienen. 8. Terstond na vaststelling worden de begroting en Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 meerjarenraming in afschrift toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten, die de in deze begroting voor de gemeente als bijdrage in de kosten van GGD IJsselland geraamde bedragen in de gemeentebegroting opnemen. 9. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur, in ieder geval voor 1 augustus, aan gedeputeerde staten. 10.

Als de begroting niet in evenwicht is en het niet aannemelijk is dat in de eerstvolgende jaren een evenwicht bereikt wordt, zendt het dagelijks bestuur de begroting binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten ter goedkeuring in. Van de goedkeuring doet het dagelijks bestuur mededeling aan het algemeen bestuur en de deelnemende gemeenten. de meerjarenraming in afschrift toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten, die de in deze begroting voor de gemeente als bijdrage in de kosten van GGD IJsselland geraamde bedragen in de gemeentebegroting opnemen. 9. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur, in ieder geval voor 15 september, aan gedeputeerde staten. 10. Als de begroting niet in evenwicht is en het niet aannemelijk is dat in de eerstvolgende jaren een evenwicht bereikt wordt, zendt het dagelijks bestuur de begroting binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten ter goedkeuring in. Van de goedkeuring doet het dagelijks bestuur mededeling aan het algemeen bestuur en de deelnemende gemeenten. Toelichting op wijziging van artikel 47: • Termijnen De ontwerpbegroting moet aan de gemeenteraden worden toegezonden twaalf weken voordat deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden (artikel 35 lid 1 Wgr). Dit was 8 weken.

De raden krijgen ook twaalf weken de gelegenheid om bij het dagelijks bestuur hun zienswijze omtrent de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming naar voren te brengen. De datum waarvóór inzending van de vastgestelde begroting aan gedeputeerde staten moet gebeuren verschuift van 1 augustus naar 15 september (artikel 34 lid 2 Wgr). Dit moet binnen twee weken na vaststelling gebeuren. Het AB kan dit hierdoor op zijn laatst op 13 september doen. • Kostenverdeling Voor de Jeugdgezondheidszorg en het Toezicht Kinderopvang wordt in overleg met gemeenten een ander uitgangspunt voor de berekening van de kosten voor de gemeenten gehanteerd dan het inwonertal. Om de regeling in overeenstemming te brengen met de praktijk is in lid 3 opgenomen dat het AB kan bepalen dat de kosten voor de taken Jeugdgezondheidszorg en Toezicht Kinderopvang of onderdelen daarvan op een andere wijze over de deelnemende gemeenten worden verdeeld. Dit biedt de ruimte om hier voor deze specifieke taken desgewenst andere afspraken over te maken. • Zienswijze Het is voortaan verplicht dat het dagelijks bestuur reageert op de door de raden ingebrachte zienswijzen voordat de begroting wordt vastgesteld. Dit moet schriftelijk en gemotiveerd, waarbij het DB laat weten wat het van de zienswijzen vindt en tot welke conclusies dit heeft geleid. (artikel 35 lid 4 Wgr).

Dit geldt overigens ook voor begrotingswijzigingen waarop een zienswijze mogelijk is. Wijziging Artikel 48 – begrotingswijzigingen – termijnen en zienswijze Bestaande tekst Artikel 48 Nieuwe tekst Artikel 48 1. Voordat een begrotingswijziging door het algemeen bestuur wordt vastgesteld, zendt het dagelijks bestuur 1. Voordat een begrotingswijziging door het algemeen bestuur wordt vastgesteld, zendt het dagelijks Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 het ontwerp daarvan, voorzien van een toelichting en een raming van de verschuldigde bijdrage per gemeente, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken hun zienswijze naar voren brengen bij het dagelijks bestuur. 3. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat en eventueel een nota van wijzigingen, bij de wijziging zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het bepaalde in artikel 47, achtste, negende en tiende lid is van overeenkomstige toepassing. bestuur het ontwerp daarvan, voorzien van een toelichting en een raming van de verschuldigde bijdrage per gemeente, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende twaalf weken hun zienswijze naar voren brengen bij het dagelijks bestuur. 3.

Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het vaststellen van de begrotingswijziging schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijzen bedoeld in lid 2, en van de conclusies die het daaraan verbindt. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat en eventueel een nota van wijzigingen, bij de wijziging zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het bepaalde in artikel 47, achtste, negende en tiende lid is van overeenkomstige toepassing. Toelichting op wijziging van artikel 48 De verlenging van de reactietermijn en de verplichting te reageren op ingebrachte zienswijzen gelden ook ten aanzien van begrotingswijzigingen (zie ook toelichting op wijziging artikel 47 GR). Toevoegen van artikel 48a – geen zienswijze bepaalde begrotingswijzigingen Bestaande tekst Geen Nieuwe tekst Artikel 48a Het algemeen bestuur hoeft begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage als bedoeld in artikel 47 lid 3a niet om een zienswijze voor te leggen aan de raden. Toelichting op toevoegen artikel 48a Tot nu toe gaan alle begrotingswijzigingen voor een zienswijze naar de raden, ook die waarbij er sprake is van kleine en technische wijzigingen waarbij geen sprake is van gevolgen voor de gemeentelijke bijdragen.

Artikel 35 van de Wgr geeft aan dat de wettelijke zienswijzeprocedureregels voor de begroting ook van toepassing zijn op besluiten tot wijziging van de begroting. Maar ook (in lid 6) dat in de gemeenschappelijke regeling kan worden bepaald ten aanzien van welke categorieën begrotingswijzigingen hiervan kan worden afgeweken. Om alle betrokken partijen veel werk te besparen en werkprocessen te versoepelen (mede gelet op de verlening van de zienswijzetermijn van 8 naar 12 weken) is van deze uitzonderingsbepaling gebruik gemaakt voor besluiten tot wijziging van de begroting, die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Wijziging artikel 49 – verlettering in bevoorschottingsbepaling Bestaande tekst Artikel 49 1. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari en voor 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdragen, Nieuwe tekst Artikel 49 1. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari en voor 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdragen, Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 bedoeld in artikel 47, lid 3, onder a. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke interest verschuldigd. 2.

De deelnemende gemeenten betalen de bijdragen, bedoeld in artikel 47, lid 3, onder b, op basis van facturen, die GGD IJsselland hen daartoe zal toezenden. 3. De gemeenten garanderen GGD IJsselland de betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de in artikel 4, lid 5, bedoelde geldleningen en borgstellingen op basis van de voor de betreffende activiteit geldende financiële verdeelsleutel. bedoeld in artikel 47, lid 3, onder a en b. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke interest verschuldigd. 2. De deelnemende gemeenten betalen de bijdragen, bedoeld in artikel 47, lid 3, onder c, op basis van facturen, die GGD IJsselland hen daartoe zal toezenden. 3. De gemeenten garanderen GGD IJsselland de betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de in artikel 4, lid 5, bedoelde geldleningen en borgstellingen op basis van de voor de betreffende activiteit geldende financiële verdeelsleutel. Toelichting op wijziging van artikel 49 Het betreft hier een technische aanpassing die voortvloeit uit de wijziging van artikel 47 lid 3 van de GR. Wijziging artikel 51 – termijnen jaarstukken Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 51 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.

Het dagelijks bestuur legt aan het algemeen bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording af over het door hem gevoerde bestuur, onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. Het dagelijks bestuur voegt daarbij de stukken, bedoeld in artikel 46, derde lid. 3. De jaarstukken, genoemd in lid 2, voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover van toepassing. 4. De in het tweede lid bedoelde stukken liggen, zodra zij aan het algemeen bestuur zijn overgelegd, voor een ieder ter inzage en zijn algemeen verkrijgbaar. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. Het algemeen bestuur beraadslaagt over de jaarrekening en het jaarverslag niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. 5. Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken vast voor 1 juli volgende op het jaar waarop deze betrekking hebben. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde jaarstukken binnen twee weken aan gedeputeerde staten. Artikel 51 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.

Het dagelijks bestuur legt aan het algemeen bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording af over het door hem gevoerde bestuur, onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. Het dagelijks bestuur voegt daarbij de stukken, bedoeld in artikel 46, derde lid. 3. De jaarstukken, genoemd in lid 2, voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover van toepassing. 4. De in het tweede lid bedoelde stukken liggen, zodra zij aan het algemeen bestuur zijn overgelegd, voor een ieder ter inzage en zijn algemeen verkrijgbaar. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. Het algemeen bestuur beraadslaagt over de jaarrekening en het jaarverslag niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. 5. Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking hebben. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. Versie voor bespreking in colleges en t.b.v.

mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 Toelichting op wijziging van artikel 51: • De datum voor het toezenden van de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden door de dagelijks bestuur verschuift naar vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient. Dit als gevolg van artikel 34b van de Wgr. Hiermee krijgen de GR-en iets meer speelruimte. • In de GR GGD IJsselland (art. 51 lid 5 ) staat dat de jaarstukken voor 1 juli worden vastgesteld. Dit is lastig voor de vergaderplanning van het AB omdat de begroting door de nieuwe zienswijzetermijn zo mogelijk in de eerst helft van juli wordt vastgesteld. Door de datum van 1 juli los te laten ontstaat wat speelruimte in de vergaderplanning en kunnen de jaarstukken in dezelfde bijeenkomst van het AB worden vastgesteld als de begroting. GS dienen de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling maar uiterlijk 15 juli te ontvangen. Toevoeging artikel 51a – bestemming rekeningresultaat Bestaande tekst Geen Nieuwe tekst Artikel 51a 1. Het algemeen bestuur beslist of een batig saldo van de jaarrekening niet meer dan voor de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk is wordt toegevoegd aan de reserves of geheel of gedeeltelijk aan de deelnemers wordt uitgekeerd. 2.

Het algemeen bestuur beslist of een nadelig saldo van de jaarrekening geheel of gedeeltelijk ten laste van het volgende dienstjaar, de bestaande reserves of de deelnemers wordt gebracht. Toelichting op toevoegen artikel 51a In de GR van GGD IJsselland stonden geen afspraken over de besluitvorming over het rekeningresultaat, dat wordt bepaald bij vaststelling van de jaarrekening. De financiële verordening geeft aan, dat het dagelijks bestuur de jaarstukken en het bestemmingsvoorstel van het rekening- resultaat ter vaststelling voorlegt aan het algemeen bestuur. Deze bepaling beoogt de besluitvorming over het rekeningresultaat duidelijker te regelen en in overeenstemming te brengen met de bestaande praktijk. Wijziging artikel 55 - uittreding Bestaande tekst Artikel 55 1. Een gemeente kan (gedeeltelijk) uittreden wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van ten minste tweederde van de deelnemende gemeenten daarmee instemmen. 2. Bij het besluit regelt het algemeen bestuur de financiële gevolgen alsmede de overige gevolgen van de (gedeeltelijke) uittreding. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de (gedeeltelijk) uittredende gemeente de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de (gedeeltelijke) uittreding en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de (gedeeltelijke) uittreding ondervinden. Nieuwe tekst Artikel 55 1.

Toetreding en uittreding van gemeenten is mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s, zoals die wettelijk is voorgeschreven. Een college dat wenst uit te treden maakt het voornemen tot uittreding per aangetekende brief kenbaar aan het algemeen bestuur. 2. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 3. Tenzij het algemeen bestuur anders besluit, kan (gedeeltelijke) uittreding plaatsvinden per 1 januari van het tweede jaar volgend op dat van het besluit van het algemeen bestuur, genoemd in lid 1. 4. Onder de geschillen omtrent de uitvoering of toepassing van een regeling als bedoeld in artikel 28 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, is steeds begrepen het geval, dat ter vergadering van het algemeen bestuur, bedoeld in lid 1, blijkt dat de colleges van ten minste tweederde van de deelnemende gemeenten niet instemmen met uittreding van een gemeente. uittredingsplan. 3. Het uittredingsplan bevat in ieder geval de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding.

Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende gemeente. 4. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende gemeente. 5. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het dagelijks bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van het college van de uittredende gemeente en het dagelijks bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van het college dat voornemens is uit te treden. 6. De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van het kenbaar maken van het voornemen van uittreding.

Tevens kan de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van maximaal 5% op de uittreedsom toepassen om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende gemeente van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 7. Het college dat voornemens is uit te treden wordt gedurende een termijn van twaalf weken in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op het concept-uittredingsplan. 8. Uiterlijk twaalf maanden nadat het college zijn voornemen tot uittreding overeenkomstig het eerste lid bekend heeft gemaakt stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende gemeente omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 9. Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende gemeente de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het college-besluit tot uittreding. 10.

Nadat het uittredingsplan is vastgesteld en het college definitief heeft besloten uit te treden, a. geldt voor de uittreding uit de regeling een opzegtermijn van 1 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, b. is de uittredende gemeente gehouden om binnen 6 maanden de voor haar vastgestelde financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen, tenzij het algemeen bestuur unaniem tot het hanteren van een andere termijn besluit. Toelichting op wijziging van artikel 55 In de praktijk komt uittreding uit de GR GGD IJsselland eigenlijk alleen voor als gevolg van een wetswijziging. Dit omdat de Wet publieke gezondheid in artikel 14 lid 1 bepaalt dat colleges van burgemeester en wethouders die behoren tot een regio als bedoeld in de Wet op de veiligheidsregio’s via het treffen van een gemeenschappelijke regeling moeten zorgen voor instellen en in stand houden van een GGD in die regio. Het nieuwe artikel 55 geeft als het ware een chronologische volgorde voor het uittreden. Het college maakt het voornemen tot uittreding kenbaar aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zal in de praktijk ook de andere deelnemende colleges hiervan op de hoogte stellen. Het dagelijks inventariseert vervolgens de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding.

Deze zaken worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. Dit doet het dagelijks bestuur niet zelf, maar hiervoor wordt een onafhankelijk deskundige ingeschakeld. Deze wordt aangewezen door het algemeen bestuur, op basis van een gezamenlijke voordracht van het college van de uittredende gemeente en het dagelijks bestuur. Het uittredingsplan bevat in ieder geval de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens zal in het plan stil moeten worden gestaan bij zaken als: a. de financiële gevolgen voor de andere gemeenten; b. voorwaarden en andere verplichtingen voor de uittredende gemeente, die aan de uittreding worden verbonden; c. afspraken om de uittreding en de uitvoering van het uittredingsplan bestuurlijk, financieel, juridisch en feitelijk in goede banen te leiden. Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 De inventarisatie van de gevolgen zal in de praktijk gebeuren in samenwerking met de uittredende gemeente, met de andere colleges en met eventueel andere betrokken partijen (bijv. de partij die bepaalde taken gaat overnemen). Dit mede om goede afspraken te maken met het oog op het zoveel mogelijk beperken van de kosten gemoeid met de uittreding.

Voor wat betreft de financiële gevolgen die in het uittredingsplan worden onderscheiden is het te overwegen om in elk geval de volgende kostensoorten te onderscheiden: a. frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); b. desintegratiekosten (kosten voor afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s); c. direct en op termijn vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); d. schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden); e. aandeel in de reserves en voorzieningen. Als het uittredingsplan in concept gereed is kan het college dat het voornemen heeft om uit te treden hier nog op reageren. Na vaststelling van het uittredingsplan door het AB neemt het college dat het voornemen heeft om uit te treden een definitief besluit. Hiervoor moet het college overigens ook toestemming hebben van de eigen raad. Na het definitieve uittredingsbesluit treedt de opzegtermijn in werking van (tenminste) een vol kalenderjaar. De uittredende gemeente moet de financiële verplichtingen die zijn opgenomen in het uittredingsplan binnen zes maanden nadat het uittredingsplan is vastgesteld en het college definitief heeft besloten uit te treden voldoen.

Daarvan kan worden afgeweken als het algemeen bestuur hiervoor unaniem een andere termijn vaststelt. Denk bijvoorbeeld aan het hanteren van een afbouwregeling over enkele jaren. Als gevolg van de uittreding van zal ook de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland moeten worden gewijzigd volgens de spelregels die daarvoor gelden. Wijziging artikel 58 – verwijzing in toestemmingsbepaling Bestaande tekst Artikel 58 Nieuwe tekst Artikel 58 Voor het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een gemeenschappelijke regeling hebben de colleges toestemming nodig van hun gemeenteraden, zoals bedoeld in artikel 1 lid 3 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen.. Voor het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een gemeenschappelijke regeling hebben de colleges toestemming nodig van hun gemeenteraden, zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen Toelichting op wijziging van artikel 58 In artikel 1 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen is een extra lid toegevoegd over de zienswijzeprocedure voor de raden over het ontwerp van een regeling. Hierdoor is het oorspronkelijke lid 3 over de toestemming van gemeenteraden vernummerd naar lid 4. De verwijzing in de GR is hier op aangepast. Wijziging artikel 60 – bekendmaking regeling Bestaande tekst Artikel 60 Het college van de gemeente Zwolle draagt zorg voor Nieuwe tekst Artikel 60 1.

Het college van de gemeente Zwolle draagt zorg voor Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 de toezending van de regeling en besluiten aan gedeputeerde staten en de bekendmaking als bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. de bekendmaking als bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Toelichting op wijziging van artikel 60 Als gevolg van inwerkingtreding van de Wet elektronische publicaties hoeft de (wijziging van de) gemeenschappelijke regeling niet meer te worden toegezonden aan Gedeputeerde Staten van de provincie. De Minister van BZK houdt een landelijk openbaar elektronisch register van gemeenschappelijke regelingen in stand. Het is de taak van het openbaar lichaam GGD IJsselland om de gegevens over de gemeenschappelijke regeling die in het register worden bijgehouden op te nemen en actueel te houden. Versie voor bespreking in colleges en t.b.v. mogelijkheid indienen zienwijze door raden oktober 2023 Versiebeheer Versie Versien r Auteur Opmerkingen 0.1 S.

Douwstra Concept-versie tbv DB/AB sept/okt 2023 Distributie Versienr Datum Verspreid aan 0.1 29 augustus 2023 Astrid Schulting, Jeroen Homburg, Han Claus, collega’s GR-en VRIJ, ODIJ,RSJ Documenteigenaar S. Douwstra Vastgesteld door Datum vaststelling Geplande evaluatiedatum Digitale vindplaats

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/d42b217e-d455-44da-9fe9-775b06c3c35a?agendaItemId=25cb334a-c531-49b1-bb2d-e1e95a6413d5