5.1 VRIJ - Strategische beleidsagenda 2023-2026 consultatieronde PDF.pdf
Tekst van het document
2 Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................. 3 1 Inleiding .............................................................................................................................. 4 1.1 Leeswijzer .................................................................................................................... 5 2 Wat gebeurt er om ons heen? ............................................................................................ 6 2.1 Voorziene risico’s ......................................................................................................... 6 2.2 Trends en ontwikkelingen ............................................................................................. 7 2.3 Minder voorzienbare risico’s ......................................................................................... 9 3 Wat is onze agenda 2023 - 2026 ...................................................................................... 10 3.1 Het IJssellands fundament ......................................................................................... 10 3.2 Versterken van het IJssellands fundament .................................................................
11 3.3 Crisisbeheersing ........................................................................................................ 11 3.4 Brandweerzorg ........................................................................................................... 12 3.5 Veilig leven versterken ............................................................................................... 12 3.6 Meldkamer ................................................................................................................. 13 3.7 Overige onderdelen .................................................................................................... 13 4 Legitimatie ........................................................................................................................ 16 Geconsulteerde organisaties ............................................................................................... 17 Bijlagen ............................................................................................................................... 18 3 Voorwoord [volgt na vaststelling, namens Peter Snijders] Concepttekst staat hieronder met daarin onderwerpen die erin terug gaan komen: - De rol en positie van de Veiligheidsregio IJsselland.
Veiligheidsregio voert haar wettelijke taken zoals omschreven in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) Veiligheidsregio IJsselland staat voor brandweerzorg en crisisbeheersing: van het voorkomen en bestrijden van incidenten tot aan het monitoren, voorbereiden coördineren en aanpakken van ontwrichtende en soms langdurige crisissituaties. De wettelijke basis is goed voor elkaar. De afgelopen periode is meer dan ooit gebleken, dat de Veiligheidsregio ook ingezet kan worden ter ondersteuning van processen van andere organisaties, zoals bij de aanpak van het Coronavirus ter ondersteuning van de GGD en bij de vluchtelingencrisis ter ondersteuning van de gemeenten. Dit gaat vooral op bij gemeenten overstijgende situaties, waarin afstemming en coördinatie tussen gemeenten en andere hulpverleners gewenst is. De komende jaren is het van belang te onderzoeken wat dit voor de rol en positie van de veiligheidsregio betekent, zowel operationeel als in de bestuurlijke aansturing en democratische legitimiteit. Hiertoe wordt de evaluatie Wvr en in de contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg een aanzet aan gegeven en we zullen hier hier in IJsselland een vorm voor moeten vinden. - Veranderde rol van risico’s Ook veranderen risico’s steeds meer. Voorzien en onvoorzien. - De rol van inwoners en organisaties, het noaberschap. Meer de buitenwereld betrekken.
- Dus naast wettelijke taken steeds vaker een helpende en ondersteunende rol. Dicht op de samenleving ‘haut nah’ - De beleidsagenda is een richtinggevend document rol van, jaarlijks worden doelstellingen geformuleerd en voortgang verantwoord. - Bedankwoord 4 1 Inleiding Veiligheidsregio IJsselland staat voor brandweerzorg en crisisbeheersing: van het voorkomen en bestrijden van incidenten tot aan het monitoren, voorbereiden coördineren en aanpakken van ontwrichtende en soms langdurige crisissituaties. Vanuit Veiligheidsregio IJsselland werken wij samen met onze netwerkpartners aan de veiligheid van iedereen die woont, werkt of verblijft in onze regio. Natuurlijk kunt u op ons rekenen, maar de wereld om ons heen verandert en wij bewegen mee met de maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Binnen het hele veiligheidsdomein werken gemotiveerde mensen om een bijdrage te leveren en mensen te helpen, elk vanuit hun eigen kracht en professie. Door krachten te bundelen op het gebied van (fysieke) veiligheid en de eigen zelfredzaamheid van organisaties en inwoners te stimuleren, kunnen we het verschil maken. Veiligheidsrisico’s zijn het bestaansrecht van onze veiligheidsregio. Zij bepalen de mate van voorbereiding op incidenten, rampen en crises. Deze voorbereidingen leggen we vast in deze beleidsagenda.
De beleidsagenda is conform art 15 Wvr gebaseerd op de grote risico’s in de veiligheidsregio. Een deel van de grote risico’s verandert niet of nauwelijks. Dit blijkt ook uit de actualisatie van het huidige risicoprofiel en daarom is dit risicoprofiel als uitgangspunt gebruikt voor de Beleidsagenda. Andere veiligheidsrisico’s zijn minder voorzienbaar. Ook worden risico’s beïnvloed door snel opeenvolgende maatschappelijke veranderingen. Deze tijd vraagt om een meer dynamisch risicoprofiel. Daarmee gaan we de komende tijd aan de slag. Het algemeen bestuur kan hierover in het eerste kwartaal van 2023 een procesvoorstel tegemoet zien. Dit betekent dat er nu geen nieuw statisch risicoprofiel als bijlage bij deze beleidsagenda is toegevoegd. De (brand)risico’s vinden hun weerslag in het dekkingsplan, waarin de brandweerorganisatie is beschreven en waarmee de kwaliteit van de brandweerorganisatie getoetst en onderhouden wordt. De ontwikkeling van (brand)risico’s de afgelopen jaren geven, voor onze regio, geen aanleiding voor fundamentele veranderingen van de brandweerorganisatie. De beleidsagenda geeft inzicht welke thema’s voorrang hebben en gedurende de periode 2023 tot en met 2026 verder worden uitgewerkt. Jaarlijks worden de thema’s opgenomen in de begroting en daarmee in de programma’s van brandweerzorg, crisisbeheersing, veilig leven en de teamplannen.
In deze agenda vindt u geen uitwerkingen en doelstellingen. De speerpunten genoemd in de agenda zijn richtinggevend. Samen met gemeenten en partners werken we dit verder uit. Nieuwe ontwikkelingen en de actualiteit van crises kunnen aanleiding zijn tot aanscherping of bijstelling. We vallen altijd terug op ons IJssellands fundament dat we verder gaan verstevigen. De agenda is vooral gericht op de thema’s: • Risicogericht werken als basis voor ons werk • De crisisorganisatie voor klassieke, maar ook voor onvoorziene en langdurige crises inrichten • Doorontwikkeling van de brandweerorganisatie • Het vergroten van burgerkracht; • De nieuwe Meldkamer Oost Nederland als katalysator voor de regio-overstijgende (operationele) samenwerking Hierbij zijn onze kernwaarden vertrouwen, verbinding en vakmanschap, onverminderd van kracht. 5 1.1 Leeswijzer Deze beleidsagenda speelt in op de ontwikkelingen van deze tijd, die van invloed zijn op het werk dat gedaan moet worden. Hoofdstuk 2 gaat in op de veiligheidsrisico’s en hierin beschrijven we relevante trends en ontwikkelingen die we om ons heen zien. Op basis daarvan gaan we in hoofdstuk 3 in op de belangrijkste agendapunten voor de komende jaren. Tot slot volgt in hoofdstuk 4 een verantwoording. 6 2 Wat gebeurt er om ons heen? De risico’s uit ons risicoprofiel staan vast. We blijven ons daarop voorbereiden.
Daarnaast beïnvloeden externe trends en ontwikkelingen onze voorbereiding en zorgen ze soms voor nieuwe risico’s en stapelbaarheid van risico’s. Het is daarom van belang dat we continu en op een dynamische manier risico’s blijven monitoren. En daar waar nodig direct onze operationele voorbereiding aanpassen. 2.1 Voorziene risico’s De grootste, voorziene risico’s uit het risicoprofiel blijven dus bestaan. Daarnaast zien we een aantal nieuwe risico’s die vaker voorkomen. Ziektegolven: toename infectieziekten, ook door zoönosen Nieuwe ziekten en plagen komen op. Voorbeelden hiervan zijn COVID-19, Q-koorts en vogelgriep, maar ook bedreigingen van dier- of plantensoorten voor het ecosysteem. Door de toenemende wereldwijde mobiliteit en bevolkingsgroei/-dichtheid kunnen deze ziekten en plagen zich sneller verspreiden en ontwikkelen tot een grootschalige uitbraak met verstrekkende maatschappelijke gevolgen. Klimaatverandering Het broeikaseffect versterkt de klimaatverandering, zo zijn er vaker extreme weerssituaties, zoals hevige stormen, langdurige regenval en hittegolven. Dit zorgt voor risico’s als overvloed en schaarste aan water, meer kans op (natuur)branden en lage en juist hogere waterstanden in de rivieren. Ook kunnen neveneffecten optreden, zoals uitval van elektriciteit.
Brand in dichte binnensteden Onze Hanzesteden kenmerken zich door dichte binnensteden met grote cultuurhistorische waarde en oude brandgevoelige panden. Met als risico dat brand daar een grote impact heeft door snelle uitbereiding van een brand en de lastige bereikbaarheid voor hulpdiensten. Verstoring nutsvoorzieningen De effecten van uitval van elektriciteit, gas en water kunnen groot, maar ook zeer divers zijn. Dit kan variëren van digitale of maatschappelijke ontwrichting tot fysieke gevolgen voor bepaalde kwetsbare groepen in de samenleving. Paniek in menigten IJsselland kent vele grote en minder grote evenementen. Daar waar veel mensen dicht op elkaar staan, kan paniek ontstaan door oorzaken als een terroristische aanslag, ontploffing en brand, grootschalige ordeverstoring of plotselinge weersomslag (noodweer). Digitale ontwrichting Iedereen is steeds afhankelijker van digitale technologie. Organisaties zijn hierdoor kwetsbaarder voor digitale aanvallen en uitval van systemen. Dit betekent een verhoogd risico op verstoring van vitale onderdelen in onze maatschappij. Bovendien nemen de gevolgen en de schaalgrootte van een dergelijke verstoring toe. Energietransitie Nieuwe energiebronnen brengen nieuwe risico’s met zich mee. Bijvoorbeeld elektrische auto’s, zonnepanelen en het gebruik van alternatieve brandstoffen zoals waterstof en LNG.
Daarnaast zijn energiedragers (accu's) die niet goed gescheiden als afval worden aangeboden, steeds vaker oorzaak van moeilijk te bestrijden (schroot)branden. Inzet van 7 alternatieve minder schone energiebronnen kunnen ook veiligheidsrisico’s opleveren zoals aardbevingen als gevolg van schaliegasboringen. Individualisering van de samenleving In de dagelijkse situatie is de individualisering van de samenleving zichtbaar. Mensen helpen elkaar hierdoor minder gauw bij (de nasleep van) een incident of crisissituatie. Per crisissituatie is andere hulp vanuit de samenleving nodig: omstanders die eerste hulp verlenen bij een ongeval. Of omwonenden die verminderd zelfredzame ouderen helpen om bij een brand veilig uit hun seniorencomplex te kunnen vluchten. 2.2 Trends en ontwikkelingen Wat gebeurt er nog meer om ons heen en welke trends en ontwikkelingen hebben invloed op de risico’s die de basis vormen van ons werk? Externe trends en ontwikkelingen beïnvloeden immers de ontwikkelingen van brandweerzorg en crisisbeheersing. Deze ontwikkelingen bepalen daarmee, naast de risico’s, de beleidsagenda. Algemene trends en ontwikkelingen We leven in een dynamische tijd: de wereld is onrustig en incidenten en crises zijn aan de orde van de dag. Zowel in organisaties als in de samenleving.
Een crisis is conform de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast. Meestal zijn dit crisessituaties die veroorzaakt zijn door een relatieve korte gebeurtenis of catastrofe: er is sprake van een brand, overstroming of ongeluk. Deze incidenten zijn voorzienbaar en komen relatief vaker voor. Daarnaast neemt de dreiging van andersoortige crises toe, zoals eerder de coronapandemie zich ontwikkelde. Zo’n crisis is niet gebonden aan geografische grenzen en manifesteert zich gelijktijdig in diverse domeinen en sectoren. Dit is een complexe situatie om mee om te gaan, door de vele interacties tussen de verschillende domeinen en sectoren, snelle veranderingen en de vele betrokkenen met soms tegenstrijdige kennis, visies, belangen en verantwoordelijkheden. Veel maatschappelijke ontwikkelingen staan in toenemende mate onder spanning. Maatschappelijke opgaven worden steeds groter en complexer om aan te pakken en worden als crisis geduid, zoals de wooncrisis, vluchtelingencrisis, stikstofcrisis, energiecrisis, toenemende armoede en krapte op de arbeidsmarkt. De effecten daarvan merken we in ons werk en soms worden we gevraagd om bij te dragen aan de oplossing.
De veiligheidsregio zit zeer dicht op de samenleving en neemt het voortouw bij het uitvoeren van de wettelijke taken, maar heeft steeds vaker een helpende of ondersteunende taak, zoals tijdens een gezondheidscrisis of bij de opvang van vluchtelingen. In crisistijd ervaren mensen toenemende onzekerheden en zoeken zij naar duidelijkheid, orde en heldere informatie. Een overvloed van informatie waarvan een deel juist is en een deel niet, maakt het moeilijk om betrouwbare bronnen te vinden en antwoorden op vragen. Als informatie met kwade bedoelingen wordt verspreid, vergroot deze informatie angsten en ondermijnt het instituties en levert soms schadelijk gedrag op. Zoals extra gezondheidsrisico’s tijdens de coronacrisis. Conflicterende informatie draagt bovendien bij aan onzekerheid. Inwoners mogen van overheden verwachten dat zij transparant zijn over wat ze wel of niet weten of wisten om zo betrouwbaar te blijven. Tegenstellende standpunten in de landelijke aanpak van een crisis maakt ons werk lastiger. Daarnaast stellen deze complexe crisissituaties steeds hogere eisen aan de samenwerking en onderlinge afstemming met de gemeenten, netwerkpartners en de overige veiligheidsregio’s. 8 Overheden verwachten daartegenover ook eigen verantwoordelijkheden van inwoners en organisaties.
Het ‘noaberschap’ (het elkaar helpen in goede en in slechte tijden) is in onze regio nog redelijk gangbaar. Tegelijkertijd is er ook verharding in de samenleving. Tegenstellingen tussen groepen in de samenleving worden sterker, waardoor groepen steeds meer tegenover elkaar komen te staan. Het dreigt vaker tot conflicten, onrust en geweld. Verder raken grote kwesties in de samenleving onze organisatie als geheel. Zoals de krapte op de arbeidsmarkt, de verduurzaming van onze samenleving, de opvang van vluchtelingen en de toenemende druk op de overheidsuitgaven. Branchespecifieke ontwikkelingen • De veiligheidsregio’s, maar ook andere organisaties die een rol spelen in de crisisbeheersing en brandweerzorg moeten over geografische, organisatorische, wettelijke en institutionale grenzen heen met elkaar samenwerken. Het realiseren van een grenzeloze samenwerking is de kern vanuit de evaluatie Wet veiligheidsregio’s (Wvr, 04-12-2020). Er wordt een voorzet gegeven naar een toekomstbestendige crisisbeheersing- en brandweerzorg. De evaluatie Wvr is een opmaat voor aanpassing van de wet die gevolgen heeft voor (de organisatie van) veiligheidsregio’s en specifiek het onderdeel crisisbeheersing èn op de regio overstijgende samenwerking. • Veiligheidsregio’s hebben en gaan meer crisistaken op zich nemen mede gezien de de andersoortige crises die op hen afkomen.
Dit blijkt ook uit ervaringen met de rol die de Veiligheidsregio kreeg toebedeeld in recente crises. Vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid is een structurele extra financiering van 83 miljoen euro, uitwerking via BDUR, toegezegd. Deze is gericht op versterking van de regisserende, coördinerende en organiserende functie van de 25 veiligheidsregio’s. De toezegging is opgenomen in de bestuurlijke afspraken over de doorstroom migratie tussen de VNG, het Veiligheidsberaad het IPO en het Rijk d.d. 26 augustus 2022. Nadere invulling hiervan volgt in het najaar van 2022. • Het thema democratische legimatie komt zowel in de evaluatie Wvr als in de gewijzigde wet gemeenschappelijke regelingen (1-7-2022) terug. Bij democratische legitimatie gaat het over formeel en informeel in verbinding staan met burgemeesters, colleges en raden. Transparantie en het actief afleggen van verantwoording staan hierbij centraal. • Vanaf maart 2023 worden de meldkamers van de vijf veiligheidsregio’s van Overijssel en Gelderland samengevoegd in een meldkamer, die in Apeldoorn is gehuisvest. Deze samengevoegde meldkamer is een katalysator voor de verdergaande samenwerking van de vijf betrokken regio’s voor zowel brandweerzorg als crisisbeheersing. • Vanwege Europese regelgeving staat de vrijwilligheid van de Nederlandse brandweerorganisatie onder druk.
Organisatievormen, waarbij deelname van vrijwilligers een verplichtend karakter heeft (kazernerings- en consignatiemodel) mogen er in de toekomst niet langer zijn op basis van een vrijwillige aanstelling. • Het landelijke grootschalig brandweeroptreden en specialistisch optreden, wordt aankomende beleidsperiode verder ontwikkeld. Dit bepaalt de taakinvulling van brandweerorganisaties. • De invoering van de Omgevingswet in 2023 vergroot de diversiteit in lokale regels waar de Veiligheidsregio mee te maken krijgt. • Verwachte wijzigingen in onder andere Wet Publieke gezondheid (Wpg) en de nieuwe AMvB over acute zorg dragen bij aan de doorontwikkelingen van de organisatie en specifiek het onderdeel GHOR. 9 2.3 Minder voorzienbare risico’s De trends en ontwikkelingen uit de voorgaande paragraaf tonen aan dat het niet meer voldoende is om eens per vier jaar een risicoprofiel op te stellen. We zien een deel van de risico's niet of nauwelijks veranderen en een ander deel kent een dynamisch karakter. En er zijn risico’s die nu nog niet te voorzien zijn. Een continue risicosignalering en -monitoring wordt de werkwijze van de veiligheidsregio. Dan kunnen we op basis van de meer voorspelbare, maar ook de minder voorspelbare en stapelbare risico’s sneller anticiperen. Dit doen we door onze eigen operationele voorbereiding aan te passen en door met het netwerk acties in te zetten.
Daardoor kunnen we opkomende risico’s vroegtijdig signaleren en duiden om zo voorbereid te zijn op het onverwachte. Ook in situaties waarbij een opeenstapeling van risico’s leidt tot ongekende, grootschalige effecten. Daarbij spelen de onderliggende problemen in de samenleving mee die maken of een risico ook leidt tot een crisis. 10 3 Wat is onze agenda 2023 - 2026 In het vorige hoofdstuk zijn de risico’s en ontwikkelingen beschreven die de basis zijn van ons werk. Hoe gaan we hiermee verder aan de slag? We hebben een agenda opgesteld met thema’s die voorrang hebben. De speerpunten in de agenda zijn richtinggevend. Er staan geen doelstellingen en uitwerkingen in. Aan deze agenda gaan we immers samen met gemeenten en partners verder invulling aan geven. Het komt jaarlijks terug in de begroting en daarmee in de programma’s van brandweerzorg, crisisbeheersing, veilig leven en de teamplannen van de bedrijfsonderdelen. In de agenda staan vijf thema’s gericht op het versterken van het IJssellands fundament. Daarnaast zijn er drie centrale programma’s brandweerzorg, crisisbeheersing en veilig leven. Hierna geven we aan wat de agenda voor onze bedrijfsonderdelen betekent. 3.1 Het IJssellands fundament De veiligheidsregio heeft een wettelijke basis van waaruit we onze taken uitvoeren. Hier zijn we goed in en zijn we van toegevoegde waarde.
We blijven deze taken uitvoeren en hierin het voortouw nemen. Daarnaast werken we vanuit deze wettelijke basis toe naar een breder IJssellands fundament. Deze weg hadden we afgelopen jaren al ingezet en zetten we voort, mede door de eerder geschetste trends en ontwikkelingen. Het IJssellands fundament heeft deze vijf onderdelen: • Samenwerken met onze partners, collega veiligheidsregio’s, organisaties en inwoners èn deze samenwerking waar nodig versterken. • Helpen: daar waar we gevraagd worden en we waarde kunnen toevoegen. • Flexibel en adaptief kunnen opereren en blijven leren en ontwikkelen, zowel in de operatie als in de bedrijfsvoering. • Transparant en voorspelbaar zijn in brede zin, van de aanpak van crises tot de financiele verantwoording. • Informatiegestuurd werken: pro-actief informatie verzamelen, verrijken en delen. Aan dit fundament werken we op basis van onze kernwaarden: vertrouwen, verbinding en vakmanschap.
11 3.2 Versterken van het IJssellands fundament We gaan door op de ingezette weg en gaan het IJssellands fundament versterken. Door dit samen met onze partners te doen, kunnen we van grotere meerwaarde voor de samenleving in IJsselland zijn. Dit betekent: • Risicogericht werken als basis van ons werk. Dit betekent samen met onze partners informatie delen. Het gezamenlijk duiden van deze informatie geeft meer waarde aan deze informatie. Op basis hiervan signaleren en monitoren we risico’s en zetten acties uit. • De crisisorganisatie is inzetbaar voor de klassieke crises, maar is ook inzetbaar op nieuwe, meer onvoorziene en langdurige crises. Dit betekent dat we: o de crisisorganisatie flexibeler gaan maken, waardoor sneller kan worden op- en afgeschaald. o competenties ontwikkelen waardoor de crisisfunctionarissen inzetbaar zijn ongeacht welke soort crisis en duur van de crisis. Minder gericht op inhoud, meer gericht op flexibel en adaptief zijn. • Doorontwikkeling van de brandweerorganisatie: evenwichtig, op maat, flexibel en dynamisch. Passend binnen de kaders van het dekkingsplan en de Europese regelgeving. • Het vergroten van de burgerkracht binnen het programma Veilig leven. • De nieuwe Meldkamer Oost Nederland gebruiken als katalysator voor de (operationele) samenwerking binnen de Oost-5 veiligheidsregio’s.
3.3 Crisisbeheersing De ontwikkelingen in het kader van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s en de ontwikkeling van de nationale crisisstructuur bepalen mede de agenda. Binnen de regio pakken we volgende punten op: • Inrichting van de crisisstructuur die geschikt is voor zowel incidenten als voor ondersteuning bij langdurige crisissituaties met een opeenstapeling van verschillende incidenten. Al dan niet ontstaan door opeenvolgende onbedoelde negatieve effecten of parallel oplopende maatschappelijke problemen die elkaar versterken of aanvullen. • De wijze waarop we transparantie en actieve verantwoording regelen op gebied van crisisbeheersing. De crisis heeft niet meer alleen betrekking op de rol van de burgemeester, maar van het hele college B&W en van de gemeenteraden. De huidige Wvr VR biedt mogelijkheden om dit toe te passen in crisissituaties. In deze wet is nog niet de democratische legitimiteit bij langdurige crisissituaties geborgd. • De voorbereiding van de crisisorganisatie op haar taak is informatiegestuurd en risicogericht. Waar nodig wordt er op bovenregionaal niveau samengewerkt. Dit betekent een andere vraag aan de crisisorganisatie en organisaties in de veiligheidsketen. Nu wordt gewerkt op basis van een risicoprofiel dat één keer in de vier jaar wordt herijkt. Deze risico’s vragen om een meer structurele signalering, monitoring en duiding van risico’s.
Gezien alle ontwikkelingen op het gebied van Crisisbeheersing is een programma gestart waarin deze onderwerpen verder worden uitgewerkt. Met de verschillende afdelingen binnen de veiligheidsregio en met onze partners richten we ons op: • Het verstevigen van samenwerking met de netwerkpartners en de overige veiligheidsregio’s. • Het versterken van de samenwerking tussen de functionele ketens en de algemene keten. • Het versterken van de informatiepositie samen met onze partners. 12 3.4 Brandweerzorg Brandweerzorg in onze regio ontwikkelt zich verder op een aantal thema’s. Effectieve en efficiënte inzet brandweer Het dekkingsplan geeft handvaten om toe te werken naar een adequate en evenredige inzet van de brandweer in de hele regio. Toegewerkt wordt naar brandweer op maat: flexibel en dynamisch inzetbaar. Verder dragen we bij aan de landelijke verdeling van specialismen en landelijke slagkracht. Vrijwilligheid blijvend ankerpunt brandweerorganisatie De mentale en fysieke belasting van brandweerwerk neemt toe. Onder andere door hogere kwaliteitseisen. Meer opleidings- en oefenbelasting en een veranderende rol van de ploegleider vragen aandacht om vrijwilligers duurzaam inzetbaar te houden. Gestreefd wordt naar meer eenvoud en flexibiliteit van taken en de voorbereiding daarop, onder meer gericht op het vakbekwaam houden van vrijwilligers.
Het tweede loopbaanbeleid vormgeven We vinden het van groot belang dat brandweermensen gezond blijven werken. We bieden onze beroepskrachten daarom kansen op de arbeidsmarkt, zowel in- als extern om zo hun tweede loopbaan vorm te geven. Het langdurige onderzoek van de Universiteit van Maastricht gaat input leveren voor het landelijke tweede loopbaanbeleid, waar we uiteraard op aansluiten. Van brandveiligheid naar bredere rol als aanjager voor veiligheidsvraagstukken Binnen de organisatie zijn kennis en expertise over branden voorkomen beschikbaar. En wordt die kennis breed uitgedragen. Daarnaast ontwikkelen we ons als aanjager voor allerlei veiligheidsvraagstukken. Om zo de kans op branden, incidenten en crises te verlagen of de gevolgen te beperken. Dit gebeurt onder het programma Veilig Leven. Versterking brandonderzoek De verbinding tussen voorkómen en bestrijden wordt gezocht, dan wel uitgebreid bij: • De inzet van de uitkomsten van brandonderzoek bij het bestrijden en voorkomen van incidenten. • De kennis en expertise over branden breder toepassen. Duurzame brandweer De brandweer neemt maatregelen gericht op duurzaamheid, zoals inzet van elektrische eerstelijns voertuigen, energiearme kazernes en afname van drinkwater als bluswater. 3.5 Veilig leven versterken We stimuleren het veiligheidsbewustzijn. Dit vanuit het besef dat een samenleving zonder risico’s niet bestaat.
Daarnaast gaan we de burgerkracht benutten en de samenwerking tussen inwoners, organisaties èn hulpdiensten en crisisorganisaties versterken. We gaan vanuit het Programma Veilig leven en Burgerkracht een integrale aanpak bevorderen op de volgende gebieden: • Het aantal en de impact van incidenten verminderen doordat bewoners zich meer bewust zijn van (on)veilige situaties in hun leefomgeving. Daarnaast weten zij wat ze zelf kunnen doen bij incidenten, zoals ongevallen en branden. • Samen met onze inwoners de volgende stap zetten. Van bewustwording naar daadwerkelijk gedrag: veilig handelen. Als incidenten zich toch voordoen, weten 13 inwoners hoe ze moeten handelen om de gevolgen van de brand en/of het ongeval zoveel als mogelijk te beperken • We maken burgerkracht een integraal onderdeel van het beleid, zowel bij risico- als crisisbeheersing. We stimuleren en benutten de inzet van inwoners en organisaties voor, tijdens en na incidenten en crisissituaties. • Veilig leven is ook de contramal van het dekkingsplan. Waar inwoners zelf de eerste maatregelen nemen, wordt leed en schade beperkt. Ook preventie is hiervan een onderdeel (rookmelders). • Faciliterende hieraan werken we toe naar een (virtueel) kennisplatform (‘Safety campus’) om samen te werken aan en leren over veilig leven en de burgerkracht van inwoners en organisaties te versterken.
Online verbondenheid zal daarbij een steeds grotere component worden. 3.6 Meldkamer Voor zowel brandweerzorg als crisisbeheersing, is de meldkamer een onmisbare schakel. Voor de melding, alarmering, opschaling en de informatievoorziening. In 2023 wordt, voor de vijf veiligheidsregio’s van de provincies Gelderland en Overijssel, de nieuwe meldkamer in Apeldoorn in gebruik genomen. Dit is onderdeel van een landelijk netwerk van tien meldkamers, voorzien van één landelijk meldkamersysteem. Naast de blijvende betrouwbaarheid bij meldingen, alarmeringen en opschaling, ontwikkelt de nieuwe meldkamer zich verder als een informatieknooppunt voor incidenten en (bovenregionale) crisissituaties. 3.7 Overige onderdelen De speerpunten vanuit het fundament zijn vertaald in de onderdelen Risicobeheersing, bevolkingszorg, GHOR en bedrijfsvoering. En daarnaast blijven we werken vanuit de basis die er al was. Risicobeheersing We gaan ons verder ontwikkelen als kennismakelaar en veiligheidspartner op het gebied van omgevingsveiligheid, industriële veiligheid, brandveiligheid en Veilig Leven. Door invoering van de Omgevingswet is netwerksamenwerking met gemeenten en partners nog belangrijker geworden. De benodigde doorontwikkeling van dit team zetten we voort. Speerpunten zijn: • Uitvoering geven aan samenwerkingsafspraken met partners in onze regio in het kader van de Omgevingswet.
Op het gebied van initiatieven, vergunningen, toezicht en handhaving. • Wij hebben een adviestaak op het gebied van milieubelastende activiteiten en gaan deze taak verder Vormgeven • Wij hebben een adviesrol ten aanzien van nieuwe omgevingsplannen in de gemeenten en gaan deze verder vormgeven • Bepalen van onze rol in de uitvoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). • Onze positie zoeken in de netwerken die invloed kunnen hebben op het voorkomen / verminderen van de effecten van (met name) voorziene en nieuwe dreigende risico’s. • Het risicogericht werken breed inzetten, ook op de actuele risico’s. • Van een statisch naar dynamisch (brand)risicoprofiel. 14 GHOR De GHOR (geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio) werkt op het snijvlak van zorg, veiligheid en openbaar bestuur. Dit als verbinder van organisaties en netwerken, adviseur, verschaffer van structuur en informatieknooppunt. Voor alle vier de rollen is de komende jaren, met afwisselend zwaartepunt en met de nodige flexibiliteit, blijvend aandacht nodig. De druk op de zorg tijdens de coronacrisis heeft een boost gegeven aan de samenwerking in het zorgnetwerk. En de eigen zelfredzaamheid van de zorgsector en rol van de GHOR daarin. De ervaring die we hierbij hebben opgedaan, houden we vast en bouwen we bij voorkeur verder uit.
Speerpunten zijn: • De effecten van risico’s samen met de zorgsector vertalen naar effecten voor de continuïteit van de gezondheidszorg. • Informatiegestuurd werken in de zorgsector bij acute situaties én in andere crisissituaties adequaat inzetten. Bevolkingszorg Bevolkingszorg is gericht op de gemeentelijke crisisbeheersing tijdens een crisis. Anticiperen op zelfredzaamheid van inwoners, nieuwe risico’s en de effecten daarvan zijn hierin belangrijke punten. De huidige maatschappelijke uitdagingen vragen ook landelijk om een doorontwikkeling van bevolkingszorg, inclusief crisiscommunicatie. De evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s biedt daarin kansen. Onder meer om de opleidingen en examinering verder te uniformeren en (daarmee) de samenwerking tussen regio’s verder vorm te geven. We zijn betrokken bij en denken mee over de landelijke ontwikkelingen en voeren eventuele aanpassingen door in de regio. De verwachting hierbij is dat er geen grote aanpassingen nodig zijn om straks aan de landelijke afspraken te voldoen. Thema’s zijn: • Een landelijk eenduidige beschrijving van bevolkingszorg. • Landelijke kwaliteitsnormen. • Een implementatieadvies voor de vakbekwaamheid van functionarissen. • Een eenduidige beschrijving van de regierol van de veiligheidsregio’s. Bedrijfsvoering We werken toe naar een vitale bedrijfsvoering die in staat is de organisatie optimaal te faciliteren.
De speerpunten worden hierna benoemd. Het meerjarig behouden van een gezonde financiële begroting: • We werken aan een meerjarenbegroting die past bij de ambities en ontwikkelingen die op ons afkomen. • We geven invulling aan de eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid, toetsing rechtmatigheid en getrouwheid. • Versterking administratieve organisatie en sturingsinformatie voor betere balans begroting-realisatie. Duurzame inzetbaar personeel, doelgroepenbeleid en mobiliseren van medewerkers: • Met een strategische personeelsplanning spelen we in op de veranderende arbeidsmarkt. Duurzame inzetbaarheid, mobiliteit en positie in de arbeidsmarkt vormen hierin de aandachtspunten. • Op het gebied van diversiteit en inclusie geven we het goede voorbeeld. • We zetten in op arbeidsmarktcommunicatie om ons wervingsproces slimmer vorm te geven. 15 • Leren en ontwikkelen en het tweede loopbaanbeleid zijn onze speerpunten in het binden en mobiliseren van medewerkers. Interactie, risico- en crisiscommunicatie en zichtbaarheid in ons netwerk: • We verschuiven het accent van informeren op basis van behoefte naar interactie: actief verbinding maken met inwoners, partners, bedrijven en instellingen. • We versterken de zichtbaarheid van onze organisatie. Het accent ligt op risico- en crisiscommunicatie, maar zichtbaarheid in ons netwerk is van vitaal belang om ons werk goed te kunnen doen.
Informatiemanagement/ informatieveiligheid: • We werken toe naar een versterking van de informatieknoopfunctie in de vorm van een Veiligheidsinformatiecentrum (VIC). Zo werken we het informatiegestuurd werken verder uit, samen en voor gemeenten en netwerkpartners. • We digitaliseren onze kantooromgeving zodanig dat we in staat zijn de komende jaren te werken met digitale voorzieningen gericht op informatiegestuurd werken en samenwerken. • Informatiebeveiliging organiseren we tot BIO niveau 4 en eventuele aanvullende eisen die gesteld worden om als vitale organisatie te kunnen werken. • We voldoen aan de wetgeving op het gebied van digitalisering (open overheid, digitale toegankelijkheid, archief, publicaties, privacy). Duurzaamheid en verzekerbaarheid: • De komende jaren blijvend aandacht schenken aan CO2 en stikstofreductie. Dit doen we door ons CO2-verbruik te verminderen en het verbruik meetbaar te maken. • We verduurzamen onze processen. Waarbij we inzetten op CO2-reductie, mobiliteit, bewustwording en toepassen innovatieve technieken. • In afstemming met de verhuurders (gemeenten) maken we onze gebouwen/kazernes energiezuiniger. • We beoordelen of risico’s verzekerbaar zijn in relatie tot aansprakelijkheid en eigen risicodragerschap.
16 4 Legitimatie In dit hoofdstuk staan de kerntaken van de veiligheidsregio volgens de Wet veiligheidsregio’s en het proces van totstandkoming van deze beleidsagenda. Daarnaast worden gebruikte termen toegelicht. Kerntaken conform wetgeving • Risico-inventarisatie en -monitoring • Rampenbestrijding en crisisbeheersing • Brandweer • GHOR Proces totstandkoming Op basis van de beleidsagenda 2020-2023 is met veel collega’s binnen de organisaties gesproken over de agenda voor de komende periode. Tijdens de Bestuurdersdag zijn de kernpunten op interactieve wijze besproken. Het concept is ook met alle leden van de veiligheidsdirectie besproken. In de consultatieronde zijn de gemeenten, omliggende veiligheidsregio’s en netwerkpartners meegenomen (zie bijlage). Definities De definities van een ramp en een crisis (afgeleid van art. 1 Wet veiligheidsregio’s, d.d. 2022): Ramp: Zwaar ongeval of andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende kolommen is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken (Wvr).
Crisis: Een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast, zoals (nationale of internationale) rechtsorde, de openbare veiligheid en de economische veiligheid. Hier is gecoördineerde inzet vanuit de hulpdiensten vereist (Wvr). Incident: Een negatieve, onverwachte en onvoorziene gebeurtenis. Gecoördineerde inzet van diensten of organisaties is (nog) niet nodig, maar de impact is dusdanig dat het incident niet kan worden opgepakt binnen de reguliere processen. Bij een incident kan er een beroep worden gedaan op (delen van) de crisisorganisatie (Wvr). Burgerkracht gaat over de participatie van inwoners en organisaties gericht op risico- en crisisbeheersing. Het stimuleren en benutten van de inzet van inwoners en organisaties voor, tijdens en na incidenten en crisissituaties Zelfredzaamheid gaat over de vermogens en handelingen van burgers om incidenten, en de nasleep ervan, zelfstandig dan wel met behulp van anderen zo veel mogelijk te voorkomen en/of te beheersen. BDUR: Brede doeluitkering rampenbestrijding Bij democratische legitimatie gaat het over formeel en informeel in verbinding staan met burgemeesters, colleges en raden. Transparantie en het actief afleggen van verantwoording staan hierbij centraal.
17 Geconsulteerde organisaties Gemeenten • Dalfsen • Deventer • Hardenberg • Kampen • Olst-Wijhe • Ommen • Raalte • Staphorst • Steenwijkerland • Zwartewaterland • Zwolle Omliggende veiligheidsregio’s en regio’s binnen Oost 5 • Veiligheidsregio Drenthe • Veiligheidsregio Fryslân • Veiligheidsregio Twente • Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland • Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden • Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Netwerkpartners: • Regionaal Coördinatiepunt Integrale Veiligheid (RCIV) • GGD IJsselland • Politie Eenheid Oost en District IJsselland • Defensie • Waterschap Drents Overijsselse Delta • Provincie Overijssel • Omgevingsdienst • Gasunie • Enexis • Rijkswaterstaat • Openbaar Ministerie • Vitens • Veiligheidsnetwerk Oost-Nederland • Regio Zwolle • Onderwijsinstellingen: basisschool • Onderwijsinstellingen: MBO / HBO • Arriva • Rode Kruis • Tennet • Liander • Rendo • Cogas • KPN • Prorail • Regionale Informatie- en Expertise Centrum Oost (RIEC) • ROAZ regio Zwolle • Netwerk acute zorg regio Zwolle • Ambulance IJsselland • Isala • Deventer ziekenhuis, • Saxenburgh Medisch Centrum • Carinova • Zozijn • Dimencegroep • Huisartsenorganisaties: Medrie en HCDO 18 Bijlagen 1. Regionaal Dekkingsplan 2021 2. Crisisplan Veiligheidsregio IJsselland 2023-2026