5.1 Planbureau voor de Leefomgeving - Bouw+in+de+buurt_CRa_web.pdf
Tekst van het document
- Maatschappelijk draagvlak voor de noodzakelijke ingrepen vergt een kabinetsbrede (dus sectoroverstijgende) inspanning: met langetermijndoelen, heldere kaders en een goed begrip van de leefwereld van burgers. - Voor de woningbouwopgave is een integrale verstedelijkingsstra - tegie noodzakelijk om te komen tot duurzaam ruimtegebruik en een hogere kwaliteit van de leefomgeving. - Tot slot schetst het rapport twee manieren waarop het Rijk meer resultaatverantwoordelijkheid kan gaan nemen: - Sterker sturen op urgente sectorale thema’s als het woning - tekort en de stikstofproblematiek, en decentrale overheden vervolgens in staat stellen om ruimtelijke afwegingen te maken op de regionale schaal. - Nationaal integraal omgevingsbeleid, waarin het Rijk ook zelf belangrijke ruimtelijke afwegingen maakt. Kracht - Urgente oproep van Planbureau aan de Rijksoverheid om grote opgaven aan te pakken. - Kritiek op het beleid van de afgelopen decennia, dat economisch gebruik van de ruimte boven toekomstbestendigheid en leefkwa - liteit stelde. - Uitgebreide verdieping met veel kaartmateriaal en beleidsopties op de hoofdthema’s klimaatadaptatie, landelijk gebied, stad en regio, regionale energietransitie.
Thema Ruimtelijk / Sociaaleconomisch / Beleidsmatig Grondslag Kwalitatief / Kwantitatief Fase Planvorming / Ontwerp / Uitvoering Nut Praktisch / Theoretisch / Inspiratie / Tools 5554 Titel Hubs in bestaande wijken – Verkennend onderzoek naar ruimtelijke inpassing en impact Auteur Sum-One, PosadMaxwan, APPM, Vereniging Deltametropool Opdrachtgever De vijf grote steden – Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven Omvang 118 pagina’s Datum publicatie Mei 2021 Samenvatting Onderzoek naar de inzet van mobiliteitshubs in bestaande stadswijken, als sleutel om de mobiliteitstransitie te versnellen. Vijf 19e-eeuwse stadswijken met een oppervlakte van 150 tot 220 hectare zijn ruimtelijk en sociaal-economisch geanalyseerd aan de hand van statistische data en een GIS-analyse. Daarnaast zijn kwalitatieve analyses gemaakt op basis van gesprekken met de betrokken gemeentes. Op basis van deze inzichten zijn per studiegebied een aantal locaties benoemd die kansrijk zijn voor de inpassing van mobiliteitshubs. Vervolgens zijn hieruit meer algemene conclusies uitgetrokken. Bijzonderheden Systematisch onderzoek naar vijf stadswijken van eind negentiende eeuw, te weten: Amsterdam Centrum-West, Rotterdam Oude Noorden en Liskwartier, Den Haag Zeehelden- en Regentessekwartier, Utrecht Vaartsche Rijn en Eindhoven Oud-Strijp.
Voor elke locatie zijn de leeftijdsopbouw van de bevolking, de soorten en aantallen huishoudens en de hoeveelheid groen per hectare in kaart gebracht. Vervolgens is gekeken naar het aantal auto’s en het aantal parkeerplaatsen per huishouden en de relatie tussen bebouwd en onbebouwd gebied (FSI, MXI). Op basis hiervan is de behoefte aan deelmobiliteit berekend en is gekeken wat op welke plek binnen het netwerk nodig is en op welke manier dat zou kunnen worden aangeboden. Voor elke locatie is een aantal varianten uitgewerkt. De studie resulteert in een reeks conclusies, die antwoord geven op de volgende vragen: - Hoe maak je bewonershubs aantrekkelijk als startpunt van een reis? - Waar liggen in bestaande wijken kansen voor de ontwikkeling van hubs? - Hoe verhouden hubs zich tot elkaar? - Wat is de ruimtelijke impact van hubs op de wijk? - Hoe zien hubs eruit? - Hoe groeit een netwerk van hubs in de tijd? - Wie maakt hubs werkelijkheid en met welke middelen? Kracht - Systematische studie naar de kansen en problemen van hubs in bestaande wijken. - Aandacht voor de karakteristieken van de wijken. - Richtlijnen voor een netwerk van hubs met een diversiteit aan soorten mobiliteit. Thema Ruimtelijk / Sociaaleconomisch / Beleidsmatig Grondslag Kwalitatief / Kwantitatief Fase Planvorming / Ontwerp / Uitvoering Nut Praktisch / Theoretisch / Inspiratie / Tools
5756 Titel Nieuwe ruimte – Ontwerpleidraad leefkwaliteit openbare ruimte Auteur Felixx, Goudappel, Stipo en Universiteit van Amsterdam Opdrachtgever Gemeente Groningen Omvang 247 pagina’s Datum publicatie December 2021 Samenvatting Inspiratiedocument voor een andere inrichting van de openbare ruimte, met minder ruimte voor geparkeerde auto’s en fietsen en meer ruimte voor groen, sport, spelen en ontmoeting. Voor verschil - lende typen straten, gebieden en wijken in de gemeente Groningen zijn concrete oplossing uitgewerkt. De leidraad helpt een nieuwe balans te vinden in de steeds drukker wordende stad en zo nodig keuzes te maken tussen de vele claims die op de openbare ruimte worden gelegd. Bijzonderheden Groningen hoopt met dit document een net zo vooruitstrevende rol te spelen als in 1977, toen het als eerste Nederlandse stad een verkeers - circulatieplan introduceerde om doorgaand autoverkeer te weren. Groningen spreekt nadrukkelijk de doelstelling uit om de openbare ruimte terug te veroveren op de auto en de leefkwaliteit te vergroten. De voorgestelde ontwerpmethode beschouwt tien verschillende dimensies van de straat in samenhang: toegankelijkheid, veiligheid, beleving, gezondheid, toegankelijkheid en ontmoeting, mobiliteit, ecologie, klimaatadaptatie, economie en tot slot de identiteit van de straat.
Vervolgens zijn veertien verschillende straattypologieën geïdenti - ficeerd; voor elke typologie is een voorbeelduitwerking gemaakt met een analyse van de huidige situatie (nu), een inspiratiebeeld voor de nieuwe situatie (straks) en een doorkijk naar de toekomst (later). Tot slot zijn deze voorbeelduitwerkingen geprojecteerd op een wijk, waardoor ze in een samenhangend netwerk worden samenge - bracht. Ook zijn drie iconische plekken verder uitgewerkt. Kracht - Een reeks maatregelen voor verschillende straattypologieën. - Toepasbaar in zowel stedelijke omgevingen als in dorpen. - Een sterke impuls om het gesprek aan te gaan over een andere ruimteverdeling in de openbare ruimte. Thema Ruimtelijk / Sociaaleconomisch / Beleidsmatig Grondslag Kwalitatief / Kwantitatief Fase Planvorming / Ontwerp / Uitvoering Nut Praktisch / Theoretisch / Inspiratie / Tools
5958 Titel Bouwen aan leefomgevingskwaliteit – Een blik op het begrip leef - omgevingskwaliteit en de bijdrage hieraan van binnenstedelijke bouwprojecten uit het recente verleden Auteur Vereniging Deltametropool, in samenwerking met Planbureau voor de Leefomgeving Opdrachtgever Ministerie van BZK Omvang 106 pagina’s Datum publicatie Maart 2022 Samenvatting Deze studie brengt de volledige breedte van het begrip ‘leefomge - vingskwaliteit’ in kaart. Aan de hand van recente binnenstedelijke bouwprojecten wordt bovendien getoond hoe de woningbouwopgave kan dienen om dorpen en steden leefbaarder te maken. Bijzonderheden Dit advies bestaat uit twee delen: 1. Catalogus voor leefomgevingskwaliteit – 36 doelen op weg naar een prettige leefomgeving. Dit overzicht van alle deelaspecten van de leefomgevingskwaliteit is gemaakt op basis van een studie van het Planbureau voor de Leefomgeving naar binnenstedelijk bouwen en leefomgevingskwaliteit. 2. Voltooid en verbeterd? – een analyse van 20 binnenstedelijke woningbouwprojecten die in de afgelopen vijf jaar zijn gerealiseerd. Steeds wordt de huidige situatie afgezet tegen de (inmiddels in vergetelheid geraakte) uitgangssituatie, dat levert verbluffende beelden op. Kracht - Aansprekende, alledaagse voorbeelden van recente succesvolle binnenstedelijke bouwprojecten.
- Een definitie van leefomgevingskwaliteit in hanteerbare subdoelen die bruikbaar is voor concrete projectontwikkeling. Thema Ruimtelijk / Sociaaleconomisch / Beleidsmatig Grondslag Kwalitatief / Kwantitatief Fase Planvorming / Ontwerp / Uitvoering Nut Praktisch / Theoretisch / Inspiratie / Tools
6160 Titel Samen naar een duurzame en leefbare wijk – Lessen van drie jaar experimenteren in kwetsbare wijken Auteur Platform31 in samenwerking met Nyenrode Business Universiteit en achttien gemeentes Opdrachtgever Experimentenprogramma Verduurzaming van Kwetsbare Wijken Omvang 106 pagina’s Datum publicatie Maart 2022 Samenvatting Hoe verbind je de energietransitie met de aanpak van sociaal-maat - schappelijke vraagstukken? Het Experimentenprogramma ontwikkelde strategieën en oplossingen voor integrale wijkverbete - ring, waarbij de energietransitie wordt ingezet om de leefbaarheid en daarmee de toekomstbestendigheid van kwetsbare wijken te versterken. Bijzonderheden Er zijn zeven aanbevelingen: 1. Durf te experimenteren: omarm de complexiteit, bezint eer ge begint, bouw reflectiemomenten in. 2. Bied perspectief: maak een integrale gebiedsanalyse, breng in kaart wat er speelt, formeer een lokale coalitie met een gemeen - schappelijke visie voor de lange termijn. 3. Schep de randvoorwaarden voor effectieve integrale samenwer - king: formaliseer de samenwerking, veranker de bestuurskracht, geef de gemeenteraad een plaats. 4. Zorg voor de juiste bezetting: geef medewerkers ruimte, zorg voor passende competenties in elke fase, borg kennis en netwerken, houd directie en management aangesloten. 5.
Investeer in vertrouwen en eigenaarschap van bewoners: ga vroegtijdig in gesprek, wees transparant, betrek moeilijk bereikbare groepen. 6. Schakel tussen schaalniveaus: sluit aan op de logica van de wijk, faseer in deelgebieden, ontkoker op alle schaalniveaus (wijk, buurt en straat). 7. Hanteer een lerende werkwijze: zorg voor monitoring, participa - tief actieonderzoek en reflectie on the job. Kracht Langjarig programma met inbreng van praktijkervaringen uit achttien gemeentes. Thema Ruimtelijk / Sociaaleconomisch / Beleidsmatig Grondslag Kwalitatief / Kwantitatief Fase Planvorming / Ontwerp / Uitvoering Nut Praktisch / Theoretisch / Inspiratie / Tools
6362 Titel Rudifun 2022 – Ruimtelijke dichtheden en functiemenging in Nederland Auteur Planbureau voor de Leefomgeving Opdrachtgever Eigen initiatief Omvang 63 pagina’s Datum publicatie Juni 2022 Samenvatting Het PBL heeft een methode ontwikkeld om de berekening van ruimtelijke dichtheden te automatiseren. Met de indices kan ruimtelijk onderzoek met betrekking tot bijvoorbeeld leefbaarheid, economie, mobiliteit, gezondheid en energieverbruik empirisch worden ondersteund. Met deze database kunnen ook referentie - milieus gemaakt worden die door het Rijk, provincies, gemeentes en ontwerpers kunnen worden gebruikt bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen. Bijzonderheden Dichtheden worden in de Nederlandse ruimtelijke-ordeningsprak - tijk meestal gemeten in woningen per hectare, maar daarmee blijft buiten beschouwing hoe groot een woning is en welke andere bebouwing er verder nog in een gebied staat. Een andere veel gebruikte dichtheidsindicator is het aantal inwoners per vierkante kilometer, eventueel in combinatie met het aantal werknemers of bezoekers. Dat geeft weliswaar een beeld van de gebruiksintensiteit van een gebied, maar biedt geen indicator voor de fysieke bebou - wingsdichtheid.
Bovenstaande nadelen worden ondervangen bij het gebruik van de internationaal gangbare eenheden van stedelijke dichtheid Floor Space Index en Ground Space Index, alsmede de daarvan afgeleide Layers en Open Space Ratio. Deze vier indicatoren worden aangeboden in de RUDIFUN-dataset op de schaalniveaus van bouwblok, buurt, wijk en gemeente. - De FSI (Floor Space Index) wordt berekend door de totale bruto vloeroppervlakte van een of meer gebouwen te delen door de bijbe - horende terreinoppervlakte. - De GSI (Ground Space Index) wordt gerekend door de footprint van een of meer gebouwen te delen door de bijbehorende terreinop - pervlakte. - L (Layers) geeft het gemiddeld aantal bouwlagen aan, inclusief de ondergrondse. Dit wordt berekend door de totale bruto vloeropper - vlakte van gebouwen in een gebied te delen door de footprint van deze gebouwen. - De OSR (Open Space Ratio) wordt berekend door de oppervlakte van het onbebouwde terrein te delen door de totale bruto vloerop - pervlakte. - Daarnaast bevat de dataset ook de nieuwe indicator MXI: het aandeel vloeroppervlakte voor wonen ten opzichtopzichteopzich - teopzicht van de totale vloeroppervlakte. Kracht - Systematische en landelijk dekkende methode. - Werkt op verschillende stedelijke schaalniveaus. - Vrij toegankelijk en bruikbaar.
Thema Ruimtelijk / Sociaaleconomisch / Beleidsmatig Grondslag Kwalitatief / Kwantitatief Fase Planvorming / Ontwerp / Uitvoering Nut Praktisch / Theoretisch / Inspiratie / Tools
6564 Titel Ruimte maken voor ontmoeting – De buurt als sociale leefomgeving Auteur Raad van de Volksgezondheid & Samenleving en het College van Rijksadviseurs Opdrachtgever Eigen initiatief Omvang 23 pagina’s Datum publicatie Najaar 2022 Samenvatting Advies over het belang van de sociale leefomgeving als plek om zich thuis te voelen, een ommetje te maken, te sporten en buurtgenoten te ontmoeten. Het gaat daarbij zowel om de nabijheid van basisvoor - zieningen en (semi-)openbare gebouwen, als om de toegankelijkheid en aantrekkelijkheid van de openbare ruimte. Bijzonderheden In het advies worden de grote ruimtelijke transities als de woning - bouwopgave, verduurzaming, klimaatadaptatie en energietransitie gezien als kansen om te werken aan een gezonde en sociale leef - omgeving, maar tegelijk wordt gewaarschuwd dat een te smalle taakopvatting juist kan leiden tot verschraling. Daarom is gerichte aandacht nodig voor collectieve voorzieningen en ruimtelijke condities die de gelegenheid kunnen scheppen voor ontmoeting. Naast aandacht voor individuele zorg en hulp – de ‘Juiste Zorg’ – pleit het advies voor focus op de buurt als de ‘Juiste Plek’ om samen te wonen en te leven. Ontmoetingen zijn een vorm van ‘collectieve preventie’ van de stijgende zorgvraag.
Op basis van een online verkenning met uiteenlopende denkers, doeners en verbeelders zijn een aantal adviezen geformuleerd aan de Rijksoverheid en gemeentes. Het Rijk wordt opgeroepen deze visie verder te concretiseren en minder vrijblijvend te maken door ontwerpers en andere creatieve professionals te laten beschrijven hoe een sociale leefomgeving eruitziet, door gemeentes actief te helpen en door basiseisen op te stellen. Daarnaast wordt het Rijk opgeroepen zelf het goede voorbeeld te geven met de eigen gronden en het eigen vastgoed. Gemeentes wordt gevraagd een buurtagenda op te stellen voor beleid, eigenaarschap van bewoners centraal te stellen, gebruik te maken van wat er al is en te investeren in goed beheer. Tot slot zijn ook aanbevelingen geformuleerd voor andere maatschappelijke organisaties. Kracht - Heldere oproep en duidelijke argumentatie. - Concrete voorbeelden van initiatieven en van andere manieren van werken. - Schets van de verantwoordelijkheden van de verschillende maat - schappelijke actoren. Thema Ruimtelijk / Sociaaleconomisch / Beleidsmatig Grondslag Kwalitatief / Kwantitatief Fase Planvorming / Ontwerp / Uitvoering Nut Praktisch / Theoretisch / Inspiratie / Tools