5.1 Informatienota 2026 - 3.1 - Bijlage Regionale Samenwerkingsagenda Energie West-Overijssel 2026-2030
Tekst van het document
Acties uit de Bestuurlijke Route kaart Actie 25 Ontwikkelen en verzamelen kennis over doorontwikkeling participatie Opgave en aanpak We houden een vinger aan de pols op de ontwikkeling van energiecoöperaties en monitoren welke impact zij hebben op de regionale energiedoelen. We verzamelen goede voorbeelden en rapporteren (via de monitor) over de voortgang in onze regio en versterken daarmee de gezamenlijke leerervaring. We bewaken de doelstelling 50% lokaal eigendom uit de RES 1.0 en rapporteren hierover aan de bestuurlijke tafel. Resultaat Hoofdstuk Participatie in de Voortgangsrapportage. Aanspreekpunt Programmamanager werkorganisatie West-Overijssel met partners Looptijd Doorlopend
21 Acties aanvullend opgestart in 2025/voortkomend uit de Uitvoeringsagenda Overijssel Actie 26 Faciliteren doorontwikkeling energiecoöperaties Opgave en aanpak Partners in de regio stimuleren de brede doorontwikkeling van energiecoöperaties en waar mogelijk een transformatie naar energiegemeenschappen in het kader van draagvlak en als belangrijke partner bij het oplossen van o.a. inpassings- en netwerkvraagstukken. Hiervoor starten we met het goed uitdenken en uitwerken van de term energiegemeenschap om scherp te krijgen voor welke opgaven energiegemeenschappen een oplossing kunnen zijn. Indien gewenst organiseren we kennis, financiën en maken bijvoorbeeld handreikingen waar iedereen zijn voordeel mee kan doen. We ondersteunen de werkgroep lokale energie-initiatieven (LEI) West-Overijssel en betrekken hen bij relevante vraagstukken. Resultaat Betrokkenheid lokale energie-initiatieven bij Energietafel. Aanspreekpunt Programmamanager werkorganisatie West-Overijssel Looptijd 2025-2026 Samenhang met andere onderwerpen Participatie loopt als een rode draad door alle thema’s van de energietransitie. De beweging van onderop, met energiecoöperaties, bewonersinitiatieven en lokale samenwerkingen, versterkt de uitvoering op alle fronten.
Bij energiebesparing en verduurzaming helpen lokale initiatieven gemeenten om inwoners te bereiken, gedragsverandering te stimuleren en energiearmoede te bestrijden. Binnen hernieuwbare energie draagt participatie bij aan draagvlak, lokaal eigendom en het verbinden van opwek met warmte, opslag en nieuwe vormen van samenwerking. Ook binnen het thema energienetwerk speelt participatie een steeds belangrijkere rol. Energiegemeenschappen kunnen bijdragen aan oplossingen voor netcongestie door lokaal opgewekte energie te gebruiken of te delen. In de gebiedsaanpak zorgen vroegtijdige betrokkenheid en samenwerking met bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties voor beter ingebedde keuzes en meer draagvlak in de uitvoering. Participatie raakt zo aan alle thema’s en verbindt de technische, ruimtelijke en sociale kanten van de energietransitie. De regio voert niet zelf uit, maar vervult een organiserende en lerende rol door kennis te delen, samenwerking te stimuleren en goede voorbeelden zichtbaar te maken. 22 7 Randvoorwaarden voor de uitvoering Regionale focus We werken samen aan de opgaven in onze regio en dat vraagt om een regionale aanpak, bijbehorende governance en werkorganisatie en afspraken over die samenwerking onder het mom ‘waar het meerwaarde heeft werken we samen’.
Daarbij zorgen we dat de samenwerking geen extra bestuurlijke en ambtelijke drukte veroorzaakt door taken te verdelen en te mandateren. Op basis van heldere afspraken en vertrouwen. De middelen voor de uitvoering van de in deze agenda opgenomen acties komen (t/m 2028 gegarandeerd, t/m 2030 toegezegd) van het Rijk en worden regionaal ingezet. Om te kunnen sturen maken we gebruik van de brede provinciale monitor wat de regionale prestaties in beeld brengt. Governance We handhaven de governance zoals we die de afgelopen twee jaar hebben gehanteerd (zie figuur 1) en passen die aan als de praktijk daarom vraagt. Op landelijk niveau voeren het Rijk, IPO, VNG en de UvW het komende jaar (2026) gesprekken over de Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda (ISA) en bijbehorende afspraken. Mogelijk geven de uitkomsten aanleiding om de governance te wijzigen. Aan de Bestuurlijke Energietafel West-Overijssel (BET) komen alle vraagstukken, ontwikkelingen en informatie bij elkaar. De BET West-Overijssel kent verschillende doelen: sturen en besluiten nemen, kennis en ervaringen delen, samen uitvoering geven aan specifieke onderwerpen (in wisselende samenstellingen), actualiteiten ‘van buiten’ bespreken en indien nodig optrekken in een gezamenlijk lobby. Een van de wethouders is de voorzitter van de BET. De voorzitter treedt waar nodig op namens de energieregio.
Met het uitbreiden van de thema’s (zie voorgaande hoofdstukken) en de integrale en meer gebiedsgerichte aanpak, kan de samenstelling van de bestuurlijke Energietafel wisselen omdat er andere portefeuillehouders nodig zijn. Het blijft echter één tafel waar alle partners gezamenlijk sturen op de energietransitie in W-O: Bestuurlijke Energietafel West-Overijssel (BET). De samenwerking aan die tafel is vrijwillig, maar niet vrijblijvend! Voor de inhoudelijke thema’s warmte, netwerk en participatie zijn portefeuillehouders op persoonlijke titel benoemd. Het thema netwerk wordt getrokken door twee portefeuillehouders die tevens de regio vertegenwoordigen in de Energy Board (zie hieronder). De portefeuille financiën en governance is belegd bij de voorzitter van de energieregio. De portefeuillehouders worden ondersteund door de thematrekkers uit het Kernteam. De bestuurlijke thematrekkers vormen samen met een lid van de Adviesgroep de Stuurgroep West-Overijssel. De Stuurgroep is verantwoordelijk voor het proces. De voorzitter is de voorzitter van de energieregio. De Ambtelijke Energietafel West-Overijssel (AET) bestaat uit ambtenaren van alle betrokken partners (gemeenten, netbeheerder, provincie, waterschap). Hier vindt o.a. voorbereiding van de BET plaats, wordt informatie gedeeld, vindt afstemming over inhoud en proces plaats. Voorzitter is de programmamanager.
Daarnaast is er de Adviesgroep West-Overijssel, bestaande uit de maatschappelijk partners (NMO, namens de groene organisaties, de woningcorporaties, JongRegio, LTO Noord, Energiecoöperaties, VNO-NCW en BEON), die gevraagd en ongevraagd advies geeft over de opgaven uit de energietransitie. De Adviesgroep licht, indien gewenst, haar advies mondeling toe in de BET. Het goed kunnen bijdragen verlangt ook een andere benadering, een andere manier van samenwerken. Die samenwerking zal op verschillende niveaus plaatsvinden en vraagt op ieder niveau wellicht om een andere aanpak. Zo kunnen bijvoorbeeld de woningcorporaties bij het ontwikkelen van warmtenetten een rol spelen, BEON, LTO en NMO bij de ontwikkelingen rondom biogas/groen gas, de coöperaties bij het opschalen naar energiegemeenschappen. Samen wordt onderzocht hoe dit goed geborgd kan worden.
23 De provincie heeft de regierol op de provinciale energievisie en de pMIEK en is voorzitter van de Energy Board. De Energy Board richt zich op coördinatie, afstemming en samenwerking op het energienetwerk. Het programma kent drie focusgebieden: het sneller realiseren van benodigde energie-infrastructuur, het slimmer benutten van nieuwe en bestaande energie-infrastructuur en het programmeren en prioriteren van investeringen van het energiesysteem. Tenslotte is er de werkgroep RSAB die als doel heeft het democratische proces binnen de Energieregio in samenwerking met de drie verschillende bestuurslagen te versterken en de verbinding van lokaal naar regionaal mogelijk te maken. De regionale beeldvorming is daarbij essentieel ter voorbereiding op de lokale oordeels- en besluitvorming binnen de afzonderlijke raden, Staten en algemeen besturen van de Waterschappen. De RSAB organiseert haar eigen overleggen en staat los van de organisatie van de energieregio. De werkgroep RSAB heeft de ruimte om, in het licht van de huidige ontwikkelingen, te onderzoeken of de invulling van hun rol/taak bijstelling behoeft. Figuur -1- Governance Energietafel West-Overijssel Aan de Bestuurlijke Energietafel nemen de bestuurders besluiten die voortkomen uit de voorliggende Samenwerkingsagenda.
Het primaat van de besluitvorming ligt bij de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemene besturen van de waterschappen. Voor de BET is een proces ontwikkeld wat de afgelopen periode goed heeft gewerkt. Vraagstukken, nieuwe ontwikkelingen, voorstellen e.d. worden inhoudelijk voorbereid door de trekkers (zie werkorganisatie) met de betreffende werkgroepen. Deze worden vervolgens besproken in het kernteam en eventueel aangepast om daarna voor te leggen aan de Ambtelijk Energietafel. Deze gaan, eventueel aangepast, door naar de Adviesgroep die haar advies formuleert. Daarna volgt de Stuurgroep die de procedure bewaakt, kijkt of de stukken voldoende duidelijk zijn, eventuele dilemma’s juist zijn verwoord en geagendeerd: bespreking, oordeelsvorming, besluitvorming. Na de Stuurgroep volgt de Bestuurlijke Energietafel.
24 De programmamanager annoteert de leden van de Stuurgroep en de voorzitter van de BET. De afzonderlijke bestuurders van de BET worden door de eigen ambtenaren geannoteerd. De werkorganisatie en benodigde middelen Werkorganisatie De opgaven uit de Samenwerkingsagenda bepalen de inrichting van de werkorganisatie (zie figuur 2). Dat betekent dat de opbouw en werkwijze kan wijzigen als de situatie daarom vraagt. De werkorganisatie bestaat uit een kernteam, projectleiders voor specifieke opgaven, werkgroepen (onder verantwoordelijkheid van thematrekkers) en de ambtelijke energietafel. Figuur -2- Werkorganisatie Energietafel West-Overijssel Het kernteam organiseert de inhoud en het proces, stelt documenten op voor de BET , bereidt de overleggen voor en stuurt bij waar nodig. Zij bereidt de besluitvorming voor en agendeert de onderwerpen voor de verschillende overlegmomenten. Het team bestaat uit een programmamanager, een programmasecretaris, een communicatieadviseur en drie thematrekkers voor de thema’s ‘warmte’, ‘energienetwerk’ en ‘hernieuwbare energie en ruimte’. De thematrekkers sturen als daar sprake van is projectleiders aan die specifieke projecten uitvoeren. Afhankelijk van de behoefte organiseren de thematrekkers een werkgroep voor het betreffende thema bestaande uit medewerkers van de partners en derden.
Op dit moment kennen we een werkgroep netwerk en een werkgroep warmte. Zij bespreken de voortgang van lopende projecten en acties op hun thema, zorgen voor kennisontwikkeling, stemmen af en zorgen voor documenten voor o.a. besluitvorming aan de Bestuurlijke Energietafel. Binnen de regio is afgesproken dat de regionale NPLW-ondersteuningsstructuur voor zowel warmte als isolatie onder de Energietafel valt.
25 Voor de thema’s ‘monitoring’ en ‘participatie’ gaan we van thematrekkers naar projectleiders en pakken we de opgaven op deze thema’s meer projectmatig aan. Provincie en netbeheerder zijn/worden ook lid van het kernteam. Voorzitter van het kernteam is de programmamanager, die overall eindverantwoordelijk is voor de werkorganisatie. Voor het kernteam streven we naar inzet van ambtenaren vanuit de regio (detachering) om de betrokkenheid en gezamenlijke kennis van die regio te vergroten. Het thema warmte leent zich bij uitstek voor detachering vanuit een van de gemeenten omdat het primaat voor dit onderwerp bij hen ligt. Dat geldt ook voor de projectleider die de monitoring gaat doen. De trekker energienetwerk zou bij voorkeur vanuit de netbeheerder worden gedetacheerd. De communicatieadviseur stemt af en wisselt uit met communicatiemedewerkers van de partners in het communicatieplatform. Dit betreft de regionale communicatie. De communicatie op gemeentelijk niveau is de verantwoordelijkheid van de gemeenten (zie communicatie). De werkorganisatie ondersteunt waar nodig. De Ambtelijke Energietafel bestaat uit ambtenaren van alle betrokken partners (gemeenten, netbeheerder, provincie, waterschap). Doel van de Ambtelijke Energietafel is de bestuurlijke bijeenkomsten voor te bereiden, inhoudelijke onderwerpen te toetsen en te ontwikkelen, kennis te delen.
De aansturing in de werkorganisatie is helder en functioneert. Er ontbreekt echter een ambtelijk opdrachtgever die namens de regio optreedt. Dit zou bijvoorbeeld één van de gemeentesecretarissen kunnen zijn, een teamleider/directeur van een afdeling of een programmamanager. Dit wordt geagendeerd in het gemeentesecretarisoverleg begin 2026. Naast de overleggen die er zijn, maken we ook gebruik van de NEO Werkplaatsen. Deze worden georganiseerd door de provincie, zijn een belangrijk instrument en een bekend fenomeen in Overijssel. Daar ontmoeten collega’s elkaar, werken we samen aan de opgaven, leren van elkaar, delen kennis en ervaring, etc. We brengen in en halen op en organiseren binnen dit concept ook onze werksessies. Faciliteiten De gemeente Zwolle heeft sinds begin 2025 het gastheerschap op zich genomen. Zij ondersteunt de werkorganisatie bij de werving en selectie en contractering van medewerkers, beheert de financiële (Rijks)middelen en zorgt voor ondersteuning op het gebied van ICT (mailadres en opslag documenten). Gebleken is, dat dit niet toereikend is. De werkorganisatie heeft een vaste werklocatie nodig (1 à 2 dagen/week) waar zij makkelijk toegang toe heeft. Om elkaar te ontmoeten, samen te werken, te overleggen en ook anderen uit de regio te ontmoeten. Dit vindt deels plaats via NEO, maar dat is niet voldoende.
De programmamanager overlegt met partners over oplossingen hiervoor. Dit zal begin 2026 geregeld zijn. Financiering Het Rijk heeft middelen gealloceerd voor alle 30 RES-regio’s tot en met 2028 en de middelen voor de periode 2028-2030 zijn toegezegd. Naast deze middelen voor de RES-regio’s zijn er middelen vanuit de ondersteunings- structuur NPLW en eenmalige uitkeringen vanuit verschillende ministeries voor versterking op diverse thema’s zoals netwerk, biodiversiteit en landschap en verduurzaming van de gebouwde omgeving. De jaarlijkse begroting voor de Energieregio West-Overijssel varieert van €270.000,- in 2019 tot bijna €900.000,- in 2025. T/m 2028 ontvangt de energieregio een bedrag van ruim €400.000,- voor uitvoering van de werkzaamheden. De zogenoemde NPLW-projecten die onder het thema warmte vallen zijn gedekt met reeds ontvangen SpuK-gelden. Met een kabinet in wording en nieuw op te stellen rijksbeleid, is het nog onduidelijk of er extra middelen voor de energietransitie beschikbaar worden gesteld. Ook is onduidelijk wat het samenvoegen van drie nationale programma's voor financiële consequenties heeft. 26 Zolang het Rijk de middelen verstrekt voor de RES-regio’s en er aanvullende budgetten komen voor extra aanpakken zijn de kosten voor organisatie en bijbehorende activiteiten gedekt.
We zien echter grotere vraagstukken in de energietransitie op ons afkomen die om inzet vragen op regionaal niveau. Er zal in 2026 een lange termijn begroting moeten worden gemaakt en ook zal het gesprek gevoerd moeten worden over een stabiele financiering en facilitering van de regionale samenwerking voor de energietransitie. Communicatiestrategie De communicatie vanuit de Energietafel West-Overijssel heeft tot doel bij te dragen aan een transparante, herkenbare en verbindende samenwerking tussen overheden, stakeholders en partners, gericht op een gezamenlijke uitvoering van de energietransitie in West-Overijssel. We zien communicatie als een strategisch instrument dat de herkenbaarheid van de Energietafel als regionale samenwerking versterkt. En daarnaast partijen en mensen rond de gezamenlijke opgaven verbindt en duidelijk maakt waar we als Energieregio voor staan en wat we doen. Tenslotte vergroot het de zichtbaarheid en het draagvlak voor de regionale uitvoering van de energietransitie. We communiceren vanuit de kernwaarden: transparant, professioneel, betrokken en verbindend. Wat doen we om dit te realiseren? We zetten de Energietafel neer als een herkenbaar en professioneel samenwerkingsverband. Daarbij vergroten we de zichtbaarheid en herkenbaarheid van het gezamenlijke werk.
We werken aan een herkenbaar verhaal over de voortgang van de energietransitie en de rol van de Energietafel en haar partners daarin. Daarmee borgen we de transparantie en informatievoorziening. Actuele en relevante informatie delen we via onze website, LinkedIn, het nieuwsbulletin en het communicatieplatform. Het communicatieplatform (voor gemeenten e.a.) wordt nieuw leven ingeblazen en benut als werk- en leeromgeving. Daarmee faciliteren we de interne samenwerking en kennisdeling. Om de participatie en samenwerking te bevorderen op thema’s uit deze Samenwerkingsagenda ontwikkelen we per thema passende communicatie die projectleiders ondersteunt in hun verhaal. Uitgangspunten communicatie In onze regio zijn gemeenten, provincies, waterschappen en netbeheerders verantwoordelijk voor het communiceren over de regionale samenwerkingsopgaven met inwoners, het lokale bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en volksvertegenwoordigers. De verspreiding van informatie gebeurt via de lokale kanalen van deze (semi-)overheden. Op regionaal niveau werken we samen aan het creëren van duidelijke en eenduidige informatiematerialen over de energietransitie. Hierbij maken we gebruik van begrijpelijke teksten, infographics, illustraties, webinars en video's.
Volgens onze communicatiestrategie, die gericht is op samenwerking van onderaf, hadden we tot voor kort naast de website www.reswestoverijssel.nl alleen nog een nieuwsbulletin als communicatiekanaal. Sinds kort benutten we ook LinkedIn om te verbinden met onze achterban en hen ook via dit medium te voorzien van informatie over de laatste ontwikkelingen. Met het verbreden van de RES naar een Energietafel wordt ook de inhoud van de communicatie uitgebreid. De belangrijkste doelgroep voor deze kanalen zijn de overheden, dagelijks en algemeen bestuurders en maatschappelijke organisaties. De inhoud is voornamelijk afgestemd op deze doelgroepen. Ook inwoners weten de website te vinden. Zij behoren alleen niet tot onze doelgroep. 27 Naast algemene informatie over de Energietafel, worden ook persberichten op regionaal niveau opgesteld en gedeeld via regionale communicatiekanalen. Gemeenten passen deze persberichten indien nodig aan op hun eigen situatie en verspreiden ze via hun lokale kanalen. Lokale projecten en initiatieven vormen de basis: daar gebeurt het immers, dat is onder andere waar de energietransitie plaatsvindt. We laten zien dat deze projecten en initiatieven resultaat zijn van onze samenwerking en hoe zij bijdragen aan onze opgaven. We verbinden de lokale projecten en initiatieven met de boodschappen van de regionale samenwerking en het Klimaatakkoord.
Interessante ontwikkelingen die partners aan de Energietafel kunnen inspireren, kunnen door het eerdergenoemde communicatieplatform worden gedeeld met de communicatieadviseur. De Energietafel kan deze berichten vervolgens via haar kanalen verder verspreiden. Monitoring en verantwoording Huidige monitoring De afgelopen jaren lag de focus voornamelijk op de realisatie van opwek van zon- en windenergie. Hiervoor is een monitoringskader ontwikkeld waarmee de voortgang gericht bijgehouden kan worden en zijn het begrippenkader RES en de procesmonitoring die de voortgang van afspraken bijhield, ontstaan. De huidige monitor van grootschalige opwek blijft bestaan, en zal ook in de toekomst bijgehouden moeten worden in het kader van de verantwoording aan NP RES. Deze monitor wordt beheerd en onderhouden door de organisatie van NP RES. Op dit moment verzamelt de regio bij de gemeenten de informatie voor deze monitor. Op niet al te lange termijn zullen gemeenten zelf de gegevens aanleveren in de monitor van het NP RES. De verantwoording door de regio is gebaseerd op deze monitor. Afgelopen periode werd dit georganiseerd door de provincie (trekker monitor). Dit wordt afgebouwd en de werkorganisatie zal in 2026 op zoek gaan naar een projectleider die de monitoring en verantwoording organiseert en coördineert.
Doorontwikkeling van de monitoring De recente verbreding van de Energietafel West-Overijssel, in combinatie met de Uitvoeringsagenda Overijssel waarin wordt samengewerkt door gemeenten, de twee energieregio’s en de provincie, vraagt om een nieuwe manier van monitoring. De wens om een monitor voor de provinciale Uitvoeringsagenda te ontwikkelen, biedt een goede kans om ook de monitoring van de Energietafel West-Overijssel te verbreden. Daarbij zal specifiek aandacht zijn voor een geharmoniseerde monitoring door de verschillende deelnemende partijen, en de rollen die de verschillende partijen hierin kunnen spelen. De (nieuwe) monitor richt zich op drie niveaus: 1. Effectniveau – zoals energieverbruik en CO₂-emissies. 2. Activiteitenniveau – bijvoorbeeld het aantal gerealiseerde warmtenetten. 3. Procesniveau – de voortgang van gemaakte afspraken en samenwerking. Per thema worden de doelen uit de energievisie gekoppeld aan concrete acties, die zowel kwalitatief als kwantitatief gemonitord worden. Waar mogelijk sluit de monitor aan op bestaande landelijke definities en methodieken. Deze gezamenlijke aanpak zorgt voor een robuuste, toekomstgerichte monitoringssystematiek die niet alleen inzicht biedt in behaalde resultaten, maar ook richting geeft aan toekomstige beleidskeuzes voor alle deelnemende organisaties.
Door in te zetten op één monitor zorgen we voor een simpeler systematiek dan voorheen, waarbij gebruik wordt gemaakt van diverse monitoren. Het proces om te komen tot een nieuwe monitor zal in 2026 van start gaan en wordt getrokken door provincie Overijssel. Dit kan echter niet zonder bijdragen vanuit de individuele partners en de energieregio’s. Het idee is hier een expertgroep voor op te zetten waarin gemeenten (primaat voor thema warmte), provincie, netbeheerders e.a. vertegenwoordigd zijn en helpen met bouwen aan de monitor. Ook de regio wordt gevraagd iemand te leveren. We gaan daarom op zoek naar iemand die vanuit één van de gemeenten gedetacheerd wordt om hieraan bij te dragen. 28 Vervolgstappen De Samenwerkingsagenda geeft op hoofdlijnen aan waar de energieregio de komende jaren aan gaat werken. Na vaststelling van voorliggende agenda door de leden van de BET en hun colleges wordt de agenda verder uitgewerkt. De reeds lopende activiteiten worden voortgezet en wellicht is het noodzakelijke om de aanpak daarvan bij te stellen. Voor de overige activiteiten die in 2026 starten, worden projectplannen opgesteld waarin de deelactiviteit nader worden omschreven met daarbij benodigde inzet, planning en kosten. De jaarplanning wordt gemaakt: wanneer worden welke documenten aan de leden van de BET voorgelegd.
Met het vertrek van twee trekkers wordt opnieuw gekeken wat er nodig is in 2026 en wordt hier actie op ondernomen. De samenwerking met provincie en energieregio Twente wordt intensiever. De gemeenteraadsverkiezingen van 2026 zullen nieuwe gezichten opleveren in de BET en ook in de raden. Nieuwe bestuurders moeten worden ingewerkt en het informeren van de nieuwe raden over de samenwerking in West-Overijssel op de energietransitie is een belangrijk aandachtspunt. Dat ligt uiteraard bij de gemeenten, waar nodig ondersteund door het kernteam.