CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 Informatienota 2026 - 3.1 - Bijlage Regionale Samenwerkingsagenda Energie West-Overijssel 2026-2030

Raadsvergadering 10 februari 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken11.456 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Versie 4 december 2025

2 Inhoudsopgave VOORWOORD ................................................................................................................................ 3 1 INLEIDING ................................................................................................................................... 4 2 ONZE SAMENWERKING ................................................................................................................. 5 De basis voor de samenwerking ................................ ................................ ................................ . 5 Waar werken we op samen? ................................ ................................ ................................ ...... 5 Wat is daarbij onze strategie? ................................ ................................ ................................ .... 7 3 HERNIEUWBARE ENERGIE .............................................................................................................. 9 Regionale focus ................................ ................................ ................................ ....................... 9 Waar gaan we op samenwerken? ................................ ................................ ............................... 9 Samenhang met andere onderwerpen ................................ ................................ ........................

10 4 ENERGIENETWERK BESCHIKBAAR EN TOEGANKELIJK ......................................................................... 11 Regionale focus ................................ ................................ ................................ ...................... 11 Waar gaan we op samenwerken? ................................ ................................ .............................. 11 Samenhang met andere onderwerpen ................................ ................................ ........................ 15 5 WARMTE ................................................................................................................................... 16 Regionale focus ................................ ................................ ................................ ...................... 16 Waar gaan we op samenwerken? ................................ ................................ .............................. 16 Samenhang met andere onderwerpen ................................ ................................ ........................ 19 6 PARTICIPATIE .............................................................................................................................. 20 Regionale focus ................................ ................................ ................................ ......................

20 Waar gaan we op samenwerken? ................................ ................................ .............................. 20 Samenhang met andere onderwerpen ................................ ................................ ........................ 21 7 RANDVOORWAARDEN VOOR DE UITVOERING ................................................................................. 22 Regionale focus ................................ ................................ ................................ ...................... 22 Governance ................................ ................................ ................................ ........................... 22 De werkorganisatie en benodigde middelen ................................ ................................ ................ 24 Communicatiestrategie ................................ ................................ ................................ ........... 26 Monitoring en verantwoording ................................ ................................ ................................ . 27 Vervolgstappen ................................ ................................ ................................ ...................... 28 3 Voorwoord De energietransitie vraagt veel van ons allemaal. We staan voor grote opgaven die raken aan wonen, werken, mobiliteit, natuur en economie.

Geen enkele partij kan deze uitdagingen alleen aan. Juist daarom is het zo waardevol dat overheden, netbeheerders, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners in West- Overijssel elkaar al jaren weten te vinden. Deze samenwerking – vrijwillig, maar zeker niet vrijblijvend – vormt de basis onder deze Regionale Samenwerkingsagenda Energie 2026–2030. De afgelopen jaren hebben we samen grote stappen gezet. We hebben gebouwd aan vertrouwen en aan een manier van werken die past bij de complexiteit van deze tijd: integraal, gebiedsgericht en met oog voor de samenhang tussen thema’s zoals hernieuwbare energie, warmte, netcapaciteit en participatie. Tegelijkertijd zien we dat de opgaven groeien. Congestie op het elektriciteitsnet, de versnelling van de warmtetransitie, de noodzaak van energiebesparing, de restopgave duurzame opwek en de behoefte aan nieuwe bronnen en opslag vragen om een steviger, slimmer en bovenal gezamenlijke aanpak. Deze Samenwerkingsagenda laat zien hoe we die samenwerking de komende jaren verder vormgeven. Met duidelijke prioriteiten, gedeelde uitgangspunten en de bereidheid om samen keuzes te maken wanneer dat nodig is. We bouwen voort op wat goed werkt, blijven leren van elkaar en versterken wat beter kan. Altijd vanuit het principe: lokaal wat kan, regionaal waar het meerwaarde heeft. Ik ben trots op de betrokkenheid en inzet van al onze partners.

De Energietafel West-Overijssel is een plek geworden waar kennis, ervaring en verantwoordelijkheid samenkomen. Waar we elkaar scherp houden, maar ook ondersteunen. Waar we verschillen respecteren en toch gezamenlijk richting geven. Met deze Samenwerkingsagenda zetten we een volgende stap. Niet omdat het eenvoudig is, maar omdat het noodzakelijk is. Voor een toekomstbestendig energiesysteem, voor een leefbare regio en voor de generaties die na ons komen. Ik zie ernaar uit om samen met u verder te bouwen aan de energietransitie in West-Overijssel. André Schuurman Voorzitter Energietafel West-Overijssel 4 1 Inleiding De Regionale Samenwerkingsagenda Energie voor West-Overijssel vormt het gezamenlijke kompas voor de regionale samenwerking op het gebied van de energietransitie in de periode 2026-2030. Deze agenda bouwt voort op de Bestuurlijke Routekaart Energie West-Overijssel, die in oktober 2024 is vastgesteld, en hangt nauw samen met de Uitvoeringsagenda Energie Overijssel (gezamenlijke uitwerking van de Energievisie Overijssel). Zij vormt daarmee het vertrekpunt voor de verdere concretisering van onze verbrede samenwerking op de energietransitie in West-Overijssel. In deze Samenwerkingsagenda brengen we de belangrijkste opgaven in beeld – inclusief de voorgenomen activiteiten, de aanpak en het beoogde resultaat – waar we de komende vier jaar als regio samen aan werken.

De agenda is gevoed door drie samenhangende bronnen: 1. Acties uit de Bestuurlijke Routekaart (2024): hierin waren al concrete acties opgenomen waaraan we sinds vorig jaar uitvoering geven. 2. Aanvullende acties gestart in 2025: in overeenstemming met de Routekaart hebben we het afgelopen jaar benut om te verkennen op welke thema’s en opgaven verdere regionale samenwerking nodig is om versnelling te realiseren in de energietransitie. 3. Acties vanuit de Uitvoeringsagenda Energie Overijssel (in voorbereiding, 2025): na vaststelling van de Provinciale Energievisie (februari 2025) is gestart met de uitwerking daarvan naar een provinciale Uitvoeringsagenda. Daar waar relevant zijn onderdelen vanuit deze Uitvoeringsagenda vertaald naar concrete regionale acties voor West-Overijssel. Leeswijzer Deze agenda beschrijft hoe wij regionaal samenwerken aan de uitvoering van de energietransitie in West- Overijssel. De opbouw volgt de belangrijkste thema’s en samenwerkingslijnen binnen deze opgave. Hoofdstuk 2 – Onze samenwerking Dit hoofdstuk vormt de basis. Hierin wordt toegelicht hoe het nationale Klimaatakkoord en het onderliggende beleid richting geeft aan onze regionale samenwerking. Daarnaast wordt beschreven op welke inhoudelijke thema’s we de samenwerking vorm en inhoud geven en welke strategische uitgangspunten daarbij horen.

Hoofdstukken 3 t/m 6 – Thematische samenwerking Deze hoofdstukken over Hernieuwbare energie, Energienetwerk, Warmte en Participatie vormen de inhoudelijke kern van de agenda. Voor elk thema wordt inzicht gegeven in de regionale focus, waar we binnen het thema op gaan samenwerken en wat de samenhang is met andere onderdelen van de energietransitie. Hoofdstuk 7 – Randvoorwaarden voor de uitvoering In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de organisatorische en bestuurlijke randvoorwaarden die nodig zijn om de samenwerking succesvol uit te voeren. Onderwerpen als governance, organisatie, middelen, communicatie en monitoring komen hier aan bod. En ter afsluiting wordt ook kort ingegaan op de vervolgstappen. 5 2 Onze samenwerking De basis voor de samenwerking Beleid, wet- en regelgeving Het hoofddoel waar we wereldwijd aan werken is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen tot 98% in 2050, met 55% besparing op de uitstoot tot 2030 (Nationaal Klimaatakkoord). In één woord samengevat: de energietransitie. Deze transitie heeft een groot scala van onderwerpen in zich en raakt ook direct aan andere thema’s zoals bedrijvigheid, wonen, mobiliteit, etc. Veel verschillende organisaties werken hieraan, waaronder overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners.

Deze complexe opgave vraagt dan ook om samenwerking op verschillende niveaus, op verschillende thema’s en tussen verschillende organisaties. We beginnen echter niet bij nul en hebben ons te verhouden tot nationaal, regionaal en lokaal beleid en wet- en regelgeving. Op rijksniveau is er o.a. het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) dat laat zien welke nieuwe nationale energie-infrastructuur nodig is richting 2050 en waar deze slim geplaatst kunnen worden. Daarnaast is er het Nationaal Programma Energiesysteem (NPE) met daarin de visie voor de transitie naar een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. En er is wetgeving zoals de energiewet en de warmtewet. Op provinciaal niveau ligt er de in 2025 vastgestelde Energievisie Overijssel 2050 die richting geeft aan de ontwikkeling van het energiesysteem in Overijssel. De visie geeft inzicht in de gewenste energiemix waarmee in 2050 de Overijsselse energievraag wordt ingevuld, het aandeel van de Overijsselse energievraag die in Overijssel wordt opgewekt (met welke mix van technieken), en welke keuzes er gemaakt worden rond het ontwerp van het energiesysteem. De regionale samenwerking is van start gegaan op de opgaven vanuit de RES 1.0, vastgesteld in 2021 door alle partners. Daarin zijn de regionale doelstellingen verwoord voor de opwek van schone energie, participatie en lokaal eigendom en hoe we de regionale warmtebronnen inzetten.

De doelstellingen en afspraken zijn nog steeds van kracht. Van RES 1.0 naar een stevige Samenwerkingsagenda De bestuurders gaven aan op onderwerpen die meer urgentie vragen ook intensiever te willen samenwerken. Zoals de lokale warmtetransitie, het energienetwerk en de netcongestie en lokaal eigendom (van energiecoöperaties naar energiegemeenschappen). Daarvoor hebben de bestuurders in oktober 2024 de Bestuurlijke Routekaart West-Overijssel (met bijbehorend Uitvoeringsprogramma) vastgesteld. Deze bevat verschillende onderwerpen die aanvullend onderzoek vragen voordat besloten kan worden deze in de Samenwerkingsagenda op te nemen en verder te concretiseren. In deze agenda is dit verder uitgewerkt. Met de totstandkoming van de Bestuurlijke Routekaart is ook gekozen voor een aanpassing van de terminologie: van Regionale Energiestrategie (RES) naar Energietafel en van regio West-Overijssel naar energieregio West-Overijssel. Hetgeen de lading beter dekt. In nauwe samenhang met de Uitvoeringsagenda Energie Overijssel Provincie heeft met de partners in Overijssel de provinciale Energievisie Overijssel uitgewerkt naar een Uitvoeringsagenda om samen uitvoering te geven aan de opgaven. De Overijsselse energieregio's West- Overijssel en Twente hebben daar een fors aandeel in. In West-Overijssel is dit zichtbaar in voorliggende Samenwerkingsagenda.

Door de opgaven te vertalen naar de schaal van West-Overijssel wordt zichtbaar voor de deelnemende gemeenten en haar partners aan welke opgaven gezamenlijk gewerkt wordt. Waarop afstemming moet plaatsvinden en met wie zodat we geen dingen dubbel doen. Waar werken we op samen? We geven de samenwerking de komende jaren vorm langs verschillende inhoudelijke speerpunten. Deze zijn hieronder toegelicht. We veranderen daarbij onze aanpak en gaan meer integraal en gebiedsgericht aan de slag. We kijken of we op koers liggen en we passen onze monitor daarop aan. Met welke projecten en activiteiten we onze inzet per speerpunt concreet vormgeven, is uitgewerkt in de volgende hoofdstukken. 6 Hernieuwbare energie (hoofdstuk 3) Samenwerking op de opwek van hernieuwbare energie met zon en wind is voor deze energieregio niet nieuw. Denk aan het uitvoeren van gemaakte afspraken over zonne- en windparken op land en onderzoek naar de mogelijkheden voor het opwekken van energie op en naast rijkswegen (OER-projecten). We onderzoeken de restopgave (door tegenvallende prestaties op wind zullen er nieuwe plannen moeten worden gemaakt) en kijken vooruit naar de opgaven voor na 2030. De vraag daarbij is: behoudt de provincie de regie of wordt het teruggelegd op de Energietafel.

Energienetwerk beschikbaar en toegankelijk (hoofdstuk 4) Om energie van een productielocatie naar de gebruikers te brengen, en dus toegankelijk en beschikbaar te maken, is een adequaat systeem nodig. Een goed functionerend energiesysteem is daarom een cruciale voorwaarde voor deze transitie. In de afgelopen jaren is dit ook duidelijk zichtbaar geworden door de knelpunten op het elektriciteitsnet (netcongestie). Het is daarom van groot belang om gezamenlijk een scherper beeld te krijgen van het energiesysteem van de toekomst. Dat gaat niet alleen om elektriciteit, warmte, gassen, brandstoffen en benodigde energie- infrastructuur, dat gaat ook om de samenhang met andere maatschappelijke vraagstukken en transities zoals de woningbouwopgave, mobiliteit, transitie naar een circulaire economie, energiearmoede en klimaatadaptatie. Er ligt dus een grote uitdaging om op basis van een integrale gebiedsgerichte aanpak het energiesysteem van de toekomst te concretiseren, zodat de juiste (ruimtelijke) keuzes in het hier en nu kunnen worden gemaakt. We zetten in op samenwerking op pocketniveau om inzicht te krijgen in de huidige en toekomstige beschikbaarheid als gevolg van die ruimtelijke ontwikkelingen. Onze regio kent twee pockets, dit zijn deelgebieden waar verschillende gemeenten afhankelijk zijn van aansluiting op eenzelfde onderstation (MS- station).

We ontwikkelen kennis op instrumentarium voor o.a. ruimtelijk inpassing, over netbewust bouwen, energieopslag en wat daarvoor nodig is, visieontwikkeling op lokale energiesystemen en we werken aan samenwerkingsovereenkomsten met de netbeheerder en ontwikkelen data om zicht te krijgen in het energienetwerk. Warmte (hoofdstuk 5) Een belangrijk speerpunt in de Samenwerkingsagenda is het verder en sneller verminderen van de vraag naar energie in de gebouwde omgeving. Energie die je niet gebruikt, hoef je immers niet op te wekken, te transporteren en te betalen. Een belangrijk onderdeel hiervan is het verlagen van de warmtevraag door het verder isoleren en verduurzamen van gebouwen. We zetten in op regionale ondersteuning en het faciliteren van strategische samenwerking tussen gemeenten, zodat de isolatieopgave bij individuele gemeenten versneld gerealiseerd kan worden. Daarnaast verkennen we samen met gemeenten welke duurzame warmtebronnen in de regio benut kunnen worden. We verfijnen de regionale bronnenstrategie en faciliteren kennisdeling over de inzet van duurzame warmtebronnen, zoals (ondiepe) geothermie en aquathermie. Er wordt veel ingezet op het stimuleren van de uitrol van kleincollectieve warmtenetten op basis van deze bronnen, gezien dit de schaal is waarop West-Overijssel voornamelijk warmtenetten kan realiseren.

Er wordt ook ingezet op kennisontwikkeling van decentrale energiesystemen, specifiek over lokale energieopslag en warmtebuffering, waardoor deze energiesystemen haalbaarder en betrouwbaarder worden. Door zoveel mogelijk in te zetten op collectieve warmte (waar dit maatschappelijk ook de laagste kosten kent), zorgen we naast een duurzame warmteoplossing ook voor minder druk op het overvolle elektriciteitsnet. Daarnaast zetten we ook in op het faciliteren van de provincie en gemeenten om de inzet en opschaling van groen gas mogelijk te maken, bijvoorbeeld voor de verwarming van historische stadskernen en als piek/back-up voorziening voor warmtenetten. Participatie (hoofdstuk 6) Participatie is en blijft een verantwoordelijkheid van de gemeenten. En bij windontwikkeling ligt de verantwoordelijkheid bij zowel gemeente als provincie. We stimuleren een brede doorontwikkeling van energiecoöperaties en waar mogelijk een transformatie naar energiegemeenschappen in het kader van draagvlak en als belangrijke partner bij het oplossen van o.a. inpassings- en netwerkvraagstukken. Daarvoor ontwikkelen we gezamenlijk kennis en indien nodig handreikingen. 7 Wat is daarbij onze strategie? Lokaal wat kan, regionaal waar het meerwaarde heeft We kiezen voor een pragmatische samenwerking: lokaal waar het kan en regionaal waar het meerwaarde heeft.

Sommige vraagstukken kunnen niet anders dan gezamenlijk (regionaal of subregionaal) worden opgelost zoals op het thema netwerk. Een goed voorbeeld is de gewenste samenwerking op pocket- dan wel deelnetniveau. Andere vraagstukken worden vooral lokaal opgepakt zoals op het thema participatie en warmte. Ook binnen die thema’s kan samenwerking van belang zijn door bijvoorbeeld gezamenlijk tools te ontwikkelen of een lobby te starten, i.p.v. iedereen zelf het wiel te laten uitvinden. Dat scheelt tijd en kosten. Het gezamenlijk optrekken van acht gemeenten in een pre-SMP1-traject is een ander goed voorbeeld. Opgemerkt wordt dat de regionale samenwerking er niet is om verantwoordelijkheden over te nemen. Het is er juist om elkaar te versterken. Op basis van een ‘coalition of the willing’ Deze pragmatische samenwerking in West-Overijssel is gebaseerd op een ‘coalition of the willing’. Deze samenwerking is vrijwillig maar niet vrijblijvend. Iedereen draagt bij aan de opgaven die een gezamenlijk belang dienen en waar sprake is van een wederzijdse afhankelijkheid. Als dit gezamenlijke belang in het geding komt, wordt hierover in een vroeg stadium het gesprek aan de Bestuurlijke Energietafel gestart en wordt gezamenlijk naar oplossingen gezocht. Als dit onvoldoende lukt dan volgen we het Huis van Thorbecke en informeren we elkaar over de stappen die iedere partij zet.

Met inachtneming van het Huis van Thorbecke en gebruikmakend van de ‘tussenruimte’ We onderkennen in die samenwerking dat er onderling verschillen zijn in rollen en bevoegdheden en die respecteren we. Tegelijkertijd maken we gebruik van de zogenoemde ‘tussenruimte’. Deze tussenruimte, ook wel trappenhuis genoemd, biedt de benodigde ruimte voor samenwerking in een andere samenstelling die helpend is aan de invulling van reguliere rollen, taken en bevoegdheden binnen het Huis van Thorbecke. Waarbij we nadrukkelijk ook het maatschappelijk veld en bedrijfsleven betrekken De overheden hebben niet alle kennis en kunde in huis en daarom is het nodig samen met niet- overheidspartners op te trekken in de energietransitie. Dat betreft het maatschappelijk veld en de omdernemers. We hebben tenslotte allemaal eenzelfde doel, hoewel de weg daarnaartoe kan verschillen. Dat we elkaar nodig hebben, wordt onderkend en dat we die samenwerking steviger kunnen borgen ook. 1 SMP; Soorten Management Plan; een plan dat gemeenten of andere organisaties opstellen om beschermde soorten en hun leefomgeving in een specifiek gebied te beschermen. Het trappenhuis in het Huis van Thorbecke Met de ondertekening van het Energieakkoord startten Rijk en provincies met het uitvoeren van de afspraken over hernieuwbare energie in de vorm van wind op land. Deze top-down benadering wekte veel wrevel.

De tijd was rijp om de strakke inrichting van het Huis van Thorbecke ter discussie te stellen en het anders te doen. En zo ontstond er een vruchtbaar klimaat om de netwerken tussen de klassieke linies meer ruimte te geven. Deze ‘tussenruimte’ wordt ook wel symbolisch ‘het trappenhuis in het Huis van Thorbecke’ genoemd. En zo werd het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP RES) het eerste Nationale Programma dat zich helemaal afspeelt in die ‘tussenruimte’. Er werden dertig nieuwe regio’s gevormd die soms zelfs over de geografische grenzen van provincies heen gaan. Daar is West-Overijssel er een van. Naast de lokale en provinciale overheden betrokken we ook andere partijen zoals maatschappelijke belangengroepen, waterschappen, energiecoöperaties, projectontwikkelaars en natuur- en milieugroepen. Samen proberen we de nieuwe manieren van samenwerken te ontdekken en vorm te geven. 8 Met een blik over de regiogrens Over de grenzen kijken is noodzakelijk als het gaat om de opgaven voor het netwerk. De netstructuur trekt zich namelijk niets aan van de grenzen van de energieregio’s. Daarnaast kijken we over de grens naar Twente, de andere Overijsselse energieregio die vergelijkbare opgaven kent waarop samenwerking nodig of praktisch is.

Dit kan variëren van een gezamenlijke uitvraag voor een bureau, het maken van een gezamenlijke aanpak, gezamenlijke lobby of het delen/uitwisselen van menskracht. Daarnaast kunnen we leren van de buren wat tijd en kosten bespaart. Met focus én flexibiliteit in de uitvoering Ontwikkelingen in de energietransitie volgen elkaar in rap tempo op. Om in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen en vraagstukken maken we daarom binnen de geschetste speerpunten van deze Samenwerkingsagenda periodiek een nieuwe afweging over welke activiteiten we oppakken, alleen of gezamenlijk, en met welke prioritering. We spreken daarbij met elkaar af welke resultaten we willen realiseren. Ondersteund door een werkorganisatie als hulpstructuur Het vorm en inhoud geven aan de samenwerkingsacties uit deze agenda gaat niet vanzelf. Daarom is bij de start van de RES een werkorganisatie opgezet die de partijen ondersteunt bij de agendering en uitvoering van deze gezamenlijke opgaven. De werkorganisatie is er voor de partners en het streven is om deze ook (groten)deels te laten bemensen (detachering) door de partners. Het hart van de werkorganisatie is het kernteam met daarin de thematrekkers, de programmamanager en -secretaris en de adviseur communicatie. Daarnaast zijn er projectleiders die voor de uitvoering van specifieke opgaven worden aangetrokken.

De projectleiders worden aangestuurd door de leden van het kernteam. De leden van de ambtelijke energietafel behoren ook tot de werkorganisatie. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven wie voor welke actie aanspreekpunt is vanuit energieregio W-O. Dat hoeft niet te betekenen dat in de samenwerking met andere partijen deze persoon ook eindverantwoordelijk is. De middelen voor de werkorganisatie komen vooralsnog van het Rijk. 9 3 Hernieuwbare energie Regionale focus Binnen deze samenwerkingsagenda zetten we in op een toename van duurzame bronnen in de energiemix. Dat gaat om elektriciteit uit zon en wind, en ook om benutting van duurzame warmte, gassen en brandstoffen. We voeren het gesprek over de governance op realisatie van de windopgave voor 2030 en na 2030. En verkennen daarbij ook in een latere fase de governance op realisatie van vergistingsinstallaties. Waar gaan we op samenwerken? In regionaal verband werken we al samen op een toename van hernieuwbare energie door zon en wind ontwikkeling. Afgelopen jaar is ook gestart met samenwerking op de potentiële inzet van biogas/groen gas, waterstof en (ondiepe) geothermie. Die acties komen terug bij thema warmte (hoofdstuk 5). Waar mogelijk zetten we in een latere fase ook in op onderzoek naar aquathermie, warmtekoudeopslag en andere mogelijkheden. Dat kunnen we als regio niet alleen en we werken daarop samen met o.a.

de provincie en de regio Twente. Zo werkt provincie Overijssel samen met enkele gemeenten aan de lobby voor aftakkingen op het landelijke waterstofnetwerk. En is onderzoek naar de inzet van kleine modulaire kernreactoren (SMR’s), in de (verre) toekomst een provinciale opgave. Acties uit de Bestuurlijke Routekaart Actie 1 Invulling restopgave duurzame elektriciteit opwek (wind en zon) Opgave en aanpak Afgelopen jaren zijn grote stappen gezet in opwek van wind en zon in onze regio. De opwek met inzet van windenergie is daarbij vertraagd en zoals het er nu uitziet, onvoldoende om het regionale opwekbod van 1,8TWh in 2030 te realiseren. Voor niet alle door de provincie opengestelde gebieden heeft zich een initiatief aangemeld. De vraag die voorligt, is of provincie dit oplost door met individuele gemeenten in gesprek te gaan en de afspraken te herzien of dat zij dat in regioverband wil oplossen. In het eerste geval blijft het een provinciale aangelegenheid, in het tweede geval wordt het een regionale aangelegenheid en zal de regio gezamenlijk naar oplossingen zoeken. Het gesprek hierover zal begin 2026 aan de Bestuurlijke Energietafel gevoerd worden. Dan is ook duidelijk hoe groot de restopgave zal zijn. Dit gesprek start vanuit de wettelijke bevoegdheden en taken.

Resultaat Afspraken over de wijze van invulling restopgave duurzame elektriciteit opwek (wind en zon) Aanspreekpunt Trekker Energie & Ruimte Kernteam West-Overijssel Looptijd 2024-2026 Actie 2 Opwek Op Rijksgronden (OER) Opgave en aanpak In het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) onderzoeken we samen met het Rijk waar en hoe we met steun van de omgeving grootschalig energie kunnen opwekken op rijksgronden. Het programma treft de voorbereidingen voor daadwerkelijke realisatie van energieprojecten door ontwikkelaars. In 2023 is een aantal potentiële gebieden aangedragen bij het Rijk om een OER-project te starten. Eén daarvan is door de gemeenten en RWS opgepakt. Er was ruimte voor een beperkt aantal projecten. De andere potentiële locaties worden begin 2026 weer doorgelicht en gekeken wordt of het voldoende kansen biedt om hiervoor bij het Rijk een verzoek in te dienen om als OER- project te worden opgepakt. Het Rijk zal begin 2026 weer met een uitvraag komen. Resultaat Inzicht in kansrijke OER-projecten en indienen van één of meerdere aanvragen bij het Rijk. Aanspreekpunt Trekker Energie & Ruimte voor de opstartfase, daarna betrokken gemeenten samen met het Rijk Looptijd 2026 en verder

10 Acties aanvullend opgestart in 2025 Actie 3 Uitwerken en uitvoeren regeling natuurinclusief ontwikkelen duurzame opwek Opgave en aanpak De regio heeft een rijksbijdrage ontvangen ten behoeve van het natuurinclusief ontwikkelen van duurzame opwek projecten. Het geld is bedoeld voor het versterken van ecologie en biodiversiteit rondom duurzame opwek projecten. Met betrokken partners binnen de regio wordt gewerkt aan een regeling die past binnen de bestaande en goedwerkende aanpak van Stichting Groen Blauwe Diensten Overijssel (SGBDO), Stichting Particuliere Landschapsdiensten IJsseldelta (SPLIJ+) en Stichting Kostbaar Salland (SKS). Met de inzet van deze rijksbijdrage worden vanaf 2026 in de nabijheid van duurzame opwek projecten nieuwe landschapselementen aangelegd én van duurzaam langjarig beheer voorzien. Gemeenten en de provincie zijn nauw betrokken bij de uitvoering en houden toezicht. De drie stichtingen zijn in staat om de decentrale uitkering op te nemen binnen het landschapsfonds dat zij beheren, waardoor de uitvoering ook relatief snel van start kan gaan.

Resultaat Op- en inrichting duurzame opwek-gebiedsfonds West-Overijssel Aanspreekpunt Projectleider en gemeentelijke werkgroep regio West-Overijssel Looptijd 2025-2028 Acties voortkomend uit de Uitvoeringsagenda Overijssel Actie 4 Opgave duurzame elektriciteit (wind en zon) voor na 2030 Opgave en aanpak Samen met de provincie (Uitvoeringsagenda) en regio Twente onderzoeken we de keuze voor de elektriciteitsmix 2050 in Overijssel met inzet van (gebiedsgericht) onderzoek. Daarmee komen potentiële locaties in beeld voor aanvullende duurzame elektriciteitsopwek (wind en zon). Naast een inventarisatie van alle beoogde ontwikkelingen die elektriciteit vragen wordt ook de benodigde elektrificering van de warmtevraag betrokken. Naast het in beeld brengen van de opwekopgave voor na 2030 staat ook de aanpak qua uitwerking centraal: wordt dit vraagstuk een-op-een tussen provincie en gemeenten opgepakt of gezamenlijk aan de regionale energietafel? Resultaat Proces aanpak + opgave duurzame elektriciteit West-Overijssel voor na 2030 in beeld Aanspreekpunt Trekker Energie & Ruimte en Trekker Warmte Kernteam West-Overijssel samen met provincie Looptijd 2026-2027 Actie 5 Delen kennis en ervaring lokale waterstofinitiatieven in West-Overijssel Opgave en aanpak In West-Overijssel worden initiatieven ontwikkeld op het gebied van (lokale) waterstofproductie.

We wisselen kennis en ervaring uit om zo toe te werken naar een (handelings)perspectief voor uitvoerende partijen om daarmee zowel vraag als aanbod aan te jagen. Dit ter ondersteuning van lokale productie (lokale en nieuwe initiatieven) en realisatie van de daarbij benodigde infrastructuur. Daarnaast helpt het om interesse bij bedrijven en logistiek aan te jagen door een gebiedsgerichte aanpak en vormgeving van energiehubs. Samen met provincie verkennen we de mogelijkheden voor de lokale productie van waterstof en de toepassing daarvan. Resultaat Inzicht in kansen voor lokale waterstof productie en toepassing daarvan Aanspreekpunt Projectleider Waterstof Werkorganisatie West-Overijssel in afstemming met betrokken gemeenten en provincie Looptijd 2026-2027 Samenhang met andere onderwerpen Er is een sterke relatie met het ruimtelijk beleid wind en zon en met beleid benutting ondergrond in relatie tot strategische grondwaterwinning. Er zal een integrale afweging moeten plaatsvinden van de ruimteclaims voor hernieuwbare energie, wonen, werken, recreatie, mobiliteit, etc.). Anderzijds zullen ruimtelijke opgaven rekening moeten houden met de energiebeschikbaarheid. Biogas/groen gas biedt kansen voor de landbouw. In West-Overijssel is een groot areaal bestemd voor landbouw en is de druk op de landbouw groot vanwege het stikstofdossier.

De inzet op biogas uit mestvergisting - met name in combinatie met een stikstofstripper - kan bijdragen aan het sluiten van kringlopen in de landbouw (minder kunstmest import, betere benutting van eigen reststromen). Ook kan door vergisting stikstofemissie vermeden worden. 11 4 Energienetwerk beschikbaar en toegankelijk Regionale focus Een toekomstbestendig energienetwerk in West-Overijssel (transport en opslag van elektriciteit, gassen, warmte) is een cruciale voorwaarde voor het behalen van onze doelen. In de transitie van fossiele naar duurzame energie, gaat het netwerk de komende jaren sterk veranderen. De elektriciteitsvraag stijgt, en daardoor ook de vraag naar kabels, leidingen, laagspanningsstations, middenspanningsstations en hoogspanningsstations. Niet alleen om de elektriciteitsvraag in West Overijssel te bedienen, maar de regio (Zwolle) is ook een belangrijk landelijk knooppunt in het TenneT-netwerk. We gaan daarnaast meer verschillende energiedragers als groen gas en waterstof transporteren. En we gaan het netwerk flexibeler maken met o.a. opslag van warmte en elektriciteit.

Het net ‘beter benutten’ is de komende periode in West-Overijssel een urgent vraagstuk, want TenneT en andere netbeheerders laten zien dat de regio tot 2035-2038 kampt met netcongestie op hoogspanningsniveau, waardoor nieuwe grootverbruikers en contractuitbreiding op grootzakelijk niveau niet aangesloten kunnen worden. Transportschaarste is een urgent en langdurend vraagstuk, en dat zal ook na 2035 nog het geval zijn. Het bouwen aan een robuust netwerk, is een gezamenlijk vraagstuk, en per definitie gemeenteoverstijgend. Het vraagt de komende jaren om een investering in het werken aan een open, gelijkwaardige samenwerking met netbeheerders, provincie, en gemeenten. De sleutel ligt niet alleen bij het intensiveren van de samenwerking tussen netbeheerders, energieprofessionals van gemeenten, provincie, en maatschappelijke partners en marktpartijen in de energietransitie. De sleutel van het net beter benutten ligt ook juist in andere domeinen: economie (verduurzaming van bedrijventerreinen), wonen en mobiliteit. Dat maakt dat we die samenwerking breed zien: het netwerk (en de schaarste op het elektriciteitsnet) is het vliegwiel voor verandering. In 2030 zien we graag dat: • Netbewust bouwen een logisch onderdeel is van gebiedsontwikkelingen en het bouwen van woningen.

• We bij het uitbreiden en ontwikkelen van bedrijventerreinen, van regionale publieke laadhubs voor vrachtvervoer zowel rekening houden met aanwezige nettopologie als ruimte (= energieplanologie). • We strategische (zowel energetisch als ruimtelijke) keuzes hebben gemaakt in het realiseren van grootschalige energieopslag. • We vanuit netbeheerders, provincie, gemeenten, maatschappelijke partners en marktpartijen écht samenwerken om het netwerk beter te benutten, sneller en slimmer nieuwe energie-infra te bouwen, en ruimtelijke keuzes te maken. • We open en transparant data delen. Waar gaan we op samenwerken? De opgave op het energienetwerk is omvangrijk en heel divers. Het vraagt inzet van alle betrokken partners. Veelal zijn dit voor partners nieuwe activiteiten, die ook vragen om een andere manier van samenwerken. We zien dat het schaalniveau van een pocket (een deelnet zoals netbeheerder TenneT het elektriciteitsnet indeelt) een goed schaalniveau is om de samenwerking te intensiveren (zie bijlage). Ambtelijk gaan we de samenwerking in een pocket van TenneT faciliteren vanuit de Energietafel. En mogelijk kunnen hier tevens (waar nodig) bestuurlijke overleggen uit voortkomen, 1 à 2 keer per jaar. Een deel van onderstaande activiteiten vindt in de twee pockets plaats, een deel daarvan erbuiten.

In de activiteiten hebben we de drie sporen aangehouden die belangrijk zijn als je een robuust netwerk bouwt. Dat zijn: programmeren (langere termijn strategische ruimtelijke keuzes maken), het beter benutten van het huidige netwerk en het sneller bouwen van energie-infrastructuur. Deze drie sporen komen op provinciaal niveau in de Energyboard Overijssel samen. De energietafel benut, via de BET en onze bestuurlijke vertegenwoordigers, de Energy Board Overijssel om strategische vraagstukken en uitdagingen te agenderen.

12 Pijler Programmeren Acties uit onze Bestuurlijke Routekaart Actie 6 Opzetten samenwerking in pocket structuur met gebiedsgerichte aanpak Opgave en aanpak We onderzoeken of een gebiedsgerichte aanpak op basis van de pocketindeling van de nu bekende pocket-structuur van TenneT: pocket Zwolle West en pocket Zwolle Hessenweg, meerwaarde heeft. De twee pockets volgen niet precies de geografische afbakening van West-Overijssel. Het ligt voor de hand om gemeenten binnen de pocketgrenzen bij deze overleggen te betrekken. De verkenning wordt inhoudelijk en procesmatig ondersteund door de werkorganisatie. Onderstaande acties (actiepunten 7, 8, 12 en 13) worden voorbereid en aangestuurd in deze pocket-samenwerking. In de pockets komen dus activiteiten vanuit programmeren, beter benutten en sneller bouwen samen. Resultaat Een gebiedsgerichte aanpak via de actieve pocketsamenwerking Aanspreekpunt Trekker Energienetwerk Kernteam West-Overijssel en externe inhuur (t.b.v. ruimtelijk ontwerp) Looptijd Start vanaf 2026 Actie 7 Data & inzicht op pocket – en middenspannings niveau Opgave en aanpak Voor een goede samenwerking op het netwerk is data & inzicht een belangrijk randvoorwaarde. Dit project richt zich op meer data en inzicht in huidige beschikbare capaciteit, onderlinge afhankelijkheden in voedingsgebieden van het elektriciteitsnetwerk.

• We maken een overzichtskaart met energievraag – en aanbod (huidig), opslag en het netwerk in beeld. Hierin zie je duidelijk welke gemeentes welke voedingsgebieden hebben. We betrekken hierbij waar mogelijk de medewerking van hogescholen uit de regio en het data-sprint team vanuit NP RES. • Voor beter inzicht zullen de netbeheerders informatie aanleveren per HS/MS station. Resultaat Overzichtskaart met daarop inzicht in huidig energievraag en energie-aanbod, opslag en het netwerk Aanspreekpunt Trekker Energienetwerk Kernteam West-Overijssel Looptijd Q1- Q2 2026 Acties voortkomend uit de Uitvoeringsagenda Overijssel Actie 8 Integraal programmeren Opgave en aanpak Binnen de pockets gaan gemeenten actief met elkaar programmeren. Dit kan op pocketniveau van TenneT, maar ook op deelnetniveau plaatsvinden. Aan de hand van de in beeld gebrachte data van actie 6 maken gemeenten binnen een pocket/deelnetniveau een kaart op basis waarvan keuzes kunnen worden gemaakt die van belang zijn voor het energienetwerk op pocket/deelnetniveau. Bijvoorbeeld in het samen sturen op laadhubs/waterstof vulpunten, herlocatie van bepaalde gebiedsontwikkelingen. Ook hierbij maken we gebruik van het aanbod vanuit NPRES voor het organiseren van sprintsessies.

Resultaat Overzichtskaart met daarop ruimtelijke keuzes 2035- 2050 Aanspreekpunt Trekker Energienetwerk Kernteam West-Overijssel samen met externe inhuur Looptijd 2026-2028 13 Pijler Beter benutten Acties uit onze Bestuurlijke Routekaart Actie 9 Pilotproject zelflevering/lokale energiemarkt Opgave en aanpak Een aantal gemeenten trekt gezamenlijk op in een pilotproject rond zelflevering. Vanuit deze pilot komt een advieslijn beschikbaar hoe gemeenten energie uit kunnen wisselen tussen gebouwen binnen een afgebakend gebied. Ervaringen uit dit pilotproject worden gedeeld via de ambtelijke energietafel en/of NEO Werkplaats. Op basis van die resultaten kan gekozen worden om een ‘trade-platform’ in te richten om dit op meerdere plekken uit te voeren. Naast kennisdeling binnen Overijssel wordt ook zo veel mogelijk kennis uitgewisseld via het NP RES-netwerk. Resultaat Advieslijn voor gemeenten over mogelijkheden van model zelflevering Aanspreekpunt Projectleider en gemeentelijke werkgroep regio West-Overijssel Looptijd 2025-2026 Actie 10 Kennisdeling en verkennen gezamenlijk inzet experts Opgave en aanpak We delen kennis over ruimtelijke opgaven in relatie tot energie (o.a. netbewust bouwen), op de NEO Werkplaats, en via onze website. We verkennen daarnaast of vanuit de Energietafel gezamenlijke expertise ingezet kan worden, die aan de slag gaat bij meerdere gemeenten.

Denk aan expert netbewust bouwen, of procesregisseur smart energy hubs, of een energieplanoloog. Het idee is om zo efficiënter en en succesvoller te werken, omdat deze regio-experts steeds meer leren. Resultaat -3 kennisdelingssessies per jaar - A4 met daarin verkenning inzet inhuur gezamenlijke experts Aanspreekpunt Trekker Energienetwerk Kernteam West-Overijssel Looptijd 2025-2030 voor kennisdeling 2026-2027 voor verkenning inhuur gezamenlijke experts Acties aanvullend opgestart in 2025 Actie 11 Stimuleren van energieopslag en sturen op energieopslag Opgave en aanpak Als regio willen we dat het netwerk flexibeler wordt. Daarom stimuleren we de inzet van energieopslag (elektriciteit en warmte) en sturen we er ruimtelijk op. Door warmte en elektriciteit lokaal op te slaan en te gebruiken, ontstaat flexibiliteit in het energiesysteem, kunnen pieken en dalen in vraag en aanbod beter worden opgevangen en wordt de afhankelijkheid van het elektriciteitsnet verminderd. • We stellen een handreiking op die inzicht biedt in de technische mogelijkheden van energieopslag, voor zowel warmte als elektriciteit, op lokaal en regionaal niveau (op laagspanning en middenspanning).

Daarnaast behandelt de handreiking mogelijke gemeentelijke rollen in het faciliteren van lokale energieopslag, juridische en beleidsmatige kaders, financieringsopties, organisatiemogelijkheden, een praktisch stappenplan en een afwegingskader voor techniekkeuze en praktijkvoorbeelden. • We volgen (volgens een RVO ontwikkelde methodiek) de stappen in de pocket-samenwerking om ruimtelijk te sturen op batterijen die netcongestie-verzachtend ingezet worden. De ruimtelijke sturing van systeembatterijen op hoogspanningsniveau ligt bij de provincie. Resultaat • Handreiking energieopslag (gereed eind 2026). • De regio West-Overijssel maakt in de 2 pockets ruimtelijke keuzes over de komst van flexibiliteit in het regionale net (warmte en batterij opslag), dat netcongestieverzachtend werkt. Aanspreekpunt Trekkers Warmte en Energienetwerk Kernteam West-Overijssel Looptijd 2026-2027 14 Acties voortkomend uit de Uitvoeringsagenda Overijssel Actie 12 Inzet op gamechangers in beter benutten net Opgave en aanpak Het net kan veel beter benut worden, als we werken aan: 1. Gelijktijdigheid van energie. 2. Nieuwe ontwikkelingen netbewust ontwikkelen. Als regio maken we bestuurlijke afspraken en zetten we gezamenlijk in op het beter benutten van het net, op de drie terreinen die grote impact hebben op de elektriciteitsvraag en de capaciteit op het elektriciteitsnet.

• We verkennen een gezamenlijke ‘ondergrens’/ambitie voor netbewust bouwen. • We verkennen de realisatie van een aantal gezamenlijke publieke laadhubs met een regiofunctie. • We faciliteren initiatiefnemers om binnen gemeenten een smart energy hub te realiseren. • We ontwikkelen samen met provincie en Twente een toolbox ‘Tijdelijke Oplossingen’. We gebruiken het ‘puzzelen binnen je onderstation’ (een methode vanuit NPRES) om ook voor huidige ontwikkelingen, pieken in gebruik van het net af te vlakken. Resultaat Afspraken over netbewust ontwikkelen (laadhub, bedrijventerrein, gebiedsontwikkeling) en toolbox tijdelijke oplossingen Aanspreekpunt Trekker Energienetwerk Kernteam West-Overijssel samen met externe inhuur Looptijd 2026-2030 15 Pijler Sneller bouwen Acties uit onze Bestuurlijke Routekaart Actie 13 Eenduidige samenwerkingsovereenkomst met Enexis/Tennet Opgave en aanpak We verkennen per pocket eenduidige afspraken over sneller bouwen en beter benutten van energie- infra met netbeheerders Enexis en TenneT. Resultaat Duidelijke samenwerkingsafspraken per pocket met TenneT en Enexis, provincie en betrokken gemeenten.

Aanspreekpunt Trekker Energienetwerk Kernteam West-Overijssel Looptijd 2026-2028 Actie 14 Kennisdeling tbv instrumentarium voor ruimtelijke inpassing Opgave en aanpak Als regio zetten we gezamenlijk in op het beter benutten van bestaand instrumentarium voor ruimtelijke inpassing van energie- infrastructuur. Daarbij denken we aan het benutten van het gebiedsfonds KGG of ander instrumentarium voor ruimtelijke inpassing energie-infrastructuur. Ook zorgen we voor kennisdeling over de ruimtelijke inpassing van de benodigde energie infrastructuur in onze regio. Resultaat 1 werksessie voor kennisdeling Aanspreekpunt Trekker Energienetwerk Kernteam West -Overijssel Looptijd 2027-2029 Samenhang met andere onderwerpen In de activiteiten binnen en buiten de pockets, komen vele ruimtelijke en energievraagstukken samen. Daarom is het ook erg belangrijk om niet alleen met energiecollega’s samen te werken. Juist ook met experts op het gebied van economie, gebiedsontwikkeling, woningbouw en mobiliteit. Het thema netwerk raakt op alle sporen (sneller bouwen, beter benutten, programmeren) andere thema’s binnen en buiten de Energietafel. Alle energie die we niet nodig hebben (door besparen, isoleren) hoeven we niet te transporteren of op te slaan. Het benutten van lokale bronnen in lokaal eigendom, stimuleert energiebesparing en ontlast daardoor het elektriciteitsnet.

De komst van collectieve warmtenetten vermindert tevens de vraag naar elektriciteit en verlicht daarmee de druk op het elektriciteitsnet. 16 5 Warmte Regionale focus De warmtetransitie heeft een opmars gemaakt in de afgelopen periode. Binnen het thema warmte heeft verder stimuleren van energiebesparing in de gebouwde omgeving een belangrijke prioriteit. We richten ons binnen dit thema op het vergroten van de slagkracht van de gemeenten, zodat zij beter in staat zijn om inwoners en bedrijven te helpen met energiebesparing, isolatie en verduurzaming. Daarnaast vraagt de warmtetransitie om de inzet van duurzame warmtebronnen, de uitrol van (klein)collectieve warmtenetten waar dit haalbaar en betaalbaar is, het inzetten op decentrale, integrale energiesystemen en het strategisch uitfaseren van de aardgasvoorziening. Regionaal verkennen we wat er nodig is om voldoende nieuwe warmtebronnen te kunnen realiseren en de druk op het overvolle elektriciteitsnet waar mogelijk te verlichten. Waar gaan we op samenwerken? We zetten in op het stimuleren en versnellen van energiebesparing, via het verder isoleren en verduurzamen van woningen en overige gebouwen in West-Overijssel. In de afgelopen jaren is door gemeenten met isolatieprogramma’s volop ingezet op het verder isoleren van de bestaande bouw.

Op regionaal niveau werken we samen aan verschillende acties om voldoende vooruitgang te blijven boeken op de energiebesparings- opgave. Daarnaast verkennen we samen met gemeenten welke duurzame warmtebronnen in de regio benut kunnen worden, zoals aquathermie, geothermie en groen gas. Er wordt veel ingezet op het stimuleren van de uitrol van kleincollectieve warmtenetten, door het opstellen van kennisproducten, het begeleiden van pilotprojecten en het bieden van gerichte expertise. Er wordt daarbij meegedacht aan de regionale tafels over de ontwikkeling van het interprovinciale Warmtebedrijf Drenthe- Overijssel (WDO), die waar gewenst kan optreden als publiek warmtebedrijf om de warmtenetten te ontwikkelen en exploiteren. Gezien zowel de keuze voor collectieve warmte als de selectie van een warmtebedrijf een gemeentelijke aangelegenheid is, hebben wij er geen aparte actie voor opgesteld. Wij faciliteren wel waar opportuun het gesprek over WDO via de regionale werkgroep warmte en de Energietafels. Er wordt tevens ingezet op het stimuleren van de uitrol van decentrale warmtesystemen, via kennisdeling over de inzet van lokale energieopslag en warmtebuffering.

Acties uit de Bestuurlijke Routekaart Actie 15 Natuurvriendelijk isoleren en SMP Opgave en aanpak Bij het (ver)bouwen, renoveren en/of verduurzamen van gebouwen moet er conform de Omgevingswet vooraf onderzoek worden gedaan naar beschermde plant- en diersoorten in het gebied en moet er een plan opgesteld worden hoe deze soorten worden beschermd. Op basis van dit onderzoek kan er een gebiedsontheffing verleend worden, waarbij woningeigenaren kunnen isoleren zonder individueel, kostbaar en tijdrovend onderzoek. Deze gebiedsontheffing mag aangevraagd worden voor een groot gebied dat meerdere gemeenten omvat. Hiervoor is een soortenmanagementplan vereist (SMP). Acht West-Overijsselse gemeenten trekken gezamenlijk op in een (pre-)SMP-traject om tijd en kosten te besparen en onderlinge concurrentie te voorkomen. Dit behelst onder meer de aanbestedingsprocedure voor ecologische bureaus, het uitwerken van de benodigde producten, het organiseren van de bestuurlijke samenwerking en de afstemming met de provincie, die de gebiedsontheffing verleent. Resultaat Pre-SMP voor het grondgebied van de acht gemeenten Aanspreekpunt Projectleider werkorganisatie West-Overijssel i.s.m. gemeenten en Trekker Warmte West-Overijssel Looptijd 2024-2026

17 Actie 16 Opleidingsaanbod energievakmensen Opgave en aanpak Om voldoende voortgang te maken in het verduurzamen van de gebouwde omgeving zijn veel energievakmensen nodig. Daarom is in 2024 gestart met het opzetten van een regionaal (bij)scholingsaanbod voor energiecoaches, energiefixers, vakmensen, adviseurs en gemeenteambtenaren. Binnen dit project wordt het opleidingsaanbod samen met de gemeenten vormgegeven, een opleidingsbureau geregeld en de coördinatie van de opleidingen verzorgd. Resultaat Vergroten van kennis over verduurzaming van de gebouwde omgeving bij betrokken energievakmensen Aanspreekpunt Projectleider werkorganisatie West-Overijssel i.s.m. gemeenten en Trekker Warmte West-Overijssel Looptijd 2024-2026 Actie 17 Faciliteren productie en opschaling groen gas/biogas Opgave en aanpak In het toekomstige energiesysteem van West-Overijssel blijft er naar verwachting een gasvraag, bijvoorbeeld voor industrie en oude binnensteden waar een warmtenet of warmtepomp geen geschikt alternatief is. Om dit gas duurzaam te maken, wil Overijssel meer biogas en groen gas gaan produceren. Het doel is om in 2040 van 1 naar 4 PJ opwek te gaan. Deze opschaling wordt echter bemoeilijkt door bestaande wet- en regelgeving, de stikstofproblematiek, veranderingen in landbouw en de uitdagingen van het behouden van het bestaande aardgasnet.

De regio werkt samen met provincie, gemeenten en netbeheerders om locaties voor mestvergisters te vinden (opstellen potentiekaart), klein- én grootschalige mestvergisters op te schalen, beleidskaders te harmoniseren, innovatieve aanpakken en pilotprojecten te stimuleren en productie en gebruik dicht bij elkaar te organiseren. Resultaat De productie en opschaling van biogas en groen gas vanuit de gemeenten faciliteren Aanspreekpunt Trekker Warmte West-Overijssel Looptijd 2025-2026 Actie 18 Versnellen uitrol lokale kleine warmtenetten Opgave en aanpak Dit project richt zich op het versnellen van de uitrol van kleine en micro-warmtenetten (2- 100 aansluitingen). In 2024 is als eerste stap een handreiking opgesteld en gepubliceerd voor kleine en micro-warmtenetten voor gemeenten (in samenwerking met NPLW). Sinds 2025 werken we met pilotprojecten die intensief worden begeleid, waarbij er aandacht is voor de haalbaarheid en betaalbaarheid van deze energiesystemen. In 2025 zijn dit projecten in Dalfsen en Olst-Wijhe, voor 2026 zijn de pilotprojecten nog te bepalen. Er worden tussentijds sessies georganiseerd om gemeenten mee te nemen in de geleerde lessen. Resultaat • Versnellen van de ontwikkeling van kleinschalige warmtenetten (o.a. in Dalfsen en Olst-Wijhe). • Brede kennisdeling over de resultaten van de pilotprojecten.

Aanspreekpunt Projectleider werkorganisatie West-Overijssel i.s.m. gemeenten en Trekker Warmte West-Overijssel Looptijd 2024-2026 Acties aanvullend opgestart in 2025 Actie 19 Versnelling lokale isolatie-aanpak Opgave en aanpak Om de warmtevraag zoveel mogelijk te verlagen en de klimaatdoelstellingen te behalen, is het versnellen van de isolatieopgave voor de gebouwde omgeving essentieel. Hiervoor onderzoeken we binnen de regio hoe gemeenten inwoners kunnen bereiken die nu weinig tot niet bereikt worden. Het Nationaal Isolatieprogramma stelt daarvoor subsidie beschikbaar. Gemeenten in West-Overijssel zijn hiermee volop aan de slag en doen veel nuttige praktijkervaring op, die specifiek is voor de uitdagingen in deze regio. Middels interactieve sessies wisselen gemeenten ervaringen, strategieën, successen en ideeën uit voor het bereiken van hun inwoners bij lokale isolatieopgaven, inclusief moeilijk bereikbare doelgroepen. Resultaat Drie werksessies die de isolatiestrategie voor West-Overijsselse gemeenten versterken. Aanspreekpunt Projectleider werkorganisatie West-Overijssel i.s.m.

gemeenten en Trekker Warmte West-Overijssel Looptijd 2025-2026 18 Actie 20 Verkenning ondiepe geothermiebronnen Opgave en aanpak Regionale onderzoeken wijzen erop dat er mogelijk meer potentie is voor ondiepe geothermie in West-Overijssel dan waar nu op wordt ingezet door gemeenten in de warmteprogramma's. We onderzoeken daarom in hoeverre ondiepe geothermiebronnen in de regio beschikbaar zijn en verder kunnen worden ontwikkeld. Gemeenten krijgen hiermee meer handelingsperspectief voor hun bronnenstrategie. We brengen in kaart waar de ondergrond in West-Overijssel geschikt is voor ondiepe geothermie, met oog voor de drinkwaterwinningsgebieden en boringsvrije zones. Er wordt onderzocht waar afzetgebieden voor warmtenetten op basis van ondiepe geothermie eventueel mogelijk zijn en welke stappen gemeenten (samen) kunnen zetten om deze warmtenetten verder te ontwikkelen. Resultaat • Potentiekaarten voor ondiepe geothermie in de bodem per gemeente. • Kaarten met mogelijke afzetgebieden en warmteclusters. • Informatieve handreiking met afwegingskader en stappenplan. Aanspreekpunt Projectleider werkorganisatie West-Overijssel i.s.m.

gemeenten en Trekker Warmte West-Overijssel Looptijd 2025-2026 Actie 21 Raamcontract expertise kleine warmtenetten Opgave en aanpak Buurtinitiatieven die een warmtenet willen onderzoeken of ontwikkelen hebben vaak technische, financiële en juridische expertise nodig. Denk hierbij aan het meedenken over het technisch ontwerp van een uitkoppeling en het uitvoeren van een businesscase of TCO-analyse. Door hier een aanvullend budget voor te reserveren en een adviesbureau in te schakelen, kunnen gemeenten voor specifieke vraagstukken gebruikmaken van deze expertise om de ontwikkeling van deze warmtenetten verder te brengen. Daarbij onderzoeken we een mogelijke toekomstige samenwerking (na eindigen subsidie) met de provincie en de expertise/flexpool die zij op dit moment verkennen. Resultaat Expertise en ondersteuning voor collectieve warmtenetten op maat voor de gemeenten. Aanspreekpunt Adviesbureau i.s.m. gemeenten en Trekker Warmte West-Overijssel Looptijd 2026 Actie 22 Lokale energieopslag voor de warmtetransitie Opgave en aanpak Lokale energieopslag is essentieel in de warmtetransitie en bij het aanpakken van netcongestie. Door warmte en elektriciteit lokaal op te slaan en te gebruiken, ontstaat flexibiliteit in het energiesysteem, kunnen pieken en dalen in vraag en aanbod beter worden opgevangen en wordt de afhankelijkheid van het elektriciteitsnet verminderd.

De regio West-Overijssel heeft beperkt warmtebronnen beschikbaar voor collectieve warmte en kent tegelijkertijd een hoge afgekondigde netcongestie, waardoor elektrificatie van de resterende warmtevraag niet zonder meer mogelijk is. Door meer in te zetten op lokale energieopslag, wordt de haalbaarheid van duurzame warmteoplossingen vergroot en de druk op het elektriciteitsnet verminderd. Binnen dit project creëren we een gemeenschappelijke kennisbasis, zodat er handelingsperspectief komt en lokale integrale energieprojecten versneld tot uitvoering kunnen worden gebracht. Binnen dit project wordt toegewerkt naar een handreiking lokale energieopslag voor gemeenten. Deze handreiking biedt inzicht in de technische mogelijkheden op verschillende schaalniveaus. Daarnaast behandelt de handreiking mogelijke gemeentelijke rollen in het faciliteren van lokale energieopslag, juridische en beleidsmatige kaders, financieringsopties, organisatiemogelijkheden, een praktisch stappenplan en een afwegingskader voor techniekkeuze en praktijkvoorbeelden. De handreiking ondersteunt gemeenten bij het maken van goed onderbouwde keuzes voor lokale energieopslag in hun beleid en Warmteprogramma. Hiermee versnellen gemeenten de warmtetransitie en dragen zij bij aan het verlichten van netcongestie in de regio. Deze actie hangt nauw samen met actie 11 van deze agenda.

Resultaat Handreiking toepassing lokale energieopslag binnen warmtetransitie, kennisdeling en ondersteuning op maat voor alle gemeenten ten behoeve van warmteprogramma’s. Aanspreekpunt Trekkers Warmte en Energienetwerk Kernteam West-Overijssel i.s.m. projectleider werkorganisatie West-Overijssel en gemeenten Looptijd 2026 19 Actie 23 Regionale isolatieaanpak Opgave en aanpak Gemeenten in West-Overijssel, maar ook in de rest van Nederland, hebben isolatieprogramma’s opgesteld voor woningeigenaren en VvE’s, die extra ondersteuning nodig hebben bij het isoleren van hun woningen. Om gemeenten hierin verder te ondersteunen, stelde het ministerie van VRO eind 2025 een subsidie beschikbaar om de isolatieaanpak vanuit een regionale ondersteuningsstructuur te versnellen. Deze subsidie is aangevraagd namens West-Overijssel. Samen met de gemeenten en uitvoerende partijen uit de regio onderzoeken we op welke onderdelen van de isolatieaanpak deze middelen het best kunnen worden ingezet. Als dit duidelijk is, wordt de aanpak verder uitgewerkt. Resultaat Regionale ondersteuning (coördinator isolatie en projecten) ter versnelling van de isolatiedoelstellingen. Aanspreekpunt Projectleider werkorganisatie West-Overijssel i.s.m.

gemeenten en Trekker Warmte West-Overijssel Looptijd 2026-2028 Acties voortkomend uit de Uitvoeringsagenda Overijssel Actie 24 Uitwerking regionale bronnenstrategie Opgave en aanpak We actualiseren de regionale bronnenstrategie uit de Regionale Structuur Warmte, op basis van de verkenning geothermie (Actie 19), de geactualiseerde PBL Startanalyse en recente onderzoeken over bovenlokale bronnen. In de bronnenstrategie wordt beschreven welke duurzame warmtebronnen we bovengemeentelijk kunnen inzetten voor het verwarmen van de gebouwde omgeving en hoe we deze bronnen verder kunnen ontwikkelen. Indien er een verdelingsvraagstuk is, gaan we in de regio in gesprek over de maatschappelijk meest optimale verdeling van de bron over de betrokken gemeenten. Deze bronnenstrategie is ondersteunend aan de gemeentelijk warmteprogramma's. De kennis die we opdoen wordt actief gedeeld met betrokkenen in Overijssel. Resultaat Regionale bronnenstrategie West-Overijssel Aanspreekpunt Trekker Warmte Kernteam West-Overijssel in samenwerking met provincie en energieregio Twente Looptijd 2026 Samenhang met andere onderwerpen Het thema warmte hangt nauw samen met opgaven als netwerk, gebiedsontwikkeling, economie en het sociaal domein. Bij inwoners die leven in energiearmoede is het extra belangrijk om een betaalbare duurzame energievoorziening te kunnen bieden.

Dat vereist nauwe afstemming met het sociaal domein. 20 6 Participatie Regionale focus De afgelopen jaren lag de focus binnen de regio op lokaal eigendom bij grootschalige opwek. Dat heeft bijgedragen aan draagvlak en betrokkenheid bij de energietransitie. We zien dat deze beweging versterkt en verbreed wordt: van lokaal eigendom bij opwek naar energiegemeenschappen die actief bijdragen aan de brede verduurzaming van hun leefomgeving op het gebied van opwek, besparing, warmte, opslag en flexibiliteit. Waar gaan we op samenwerken? De energiecoöperaties die de afgelopen jaren zijn ontstaan, vormen een stevige basis voor verdere groei. Zij hebben laten zien dat lokaal eigenaarschap bijdraagt aan draagvlak, betrokkenheid en duurzame initiatieven die écht van de gemeenschap zijn. Gemeenten en provincie ondersteunen de coöperaties op verschillende manieren; financieel en met kennis. De ontwikkeling van energiegemeenschappen is relatief nieuw en vraagt om nieuwe vormen van samenwerking. De term energiegemeenschappen roept verschillende beelden op en kan verschillende uitwerkingen krijgen. We gebruiken de komende periode om te verkennen bij welke opgaven energiegemeenschappen een deel van de oplossing kunnen zijn en werken aan een gezamenlijk beeld voor deze energiegemeenschappen.

We werken samen aan kennisdeling over innovatieve concepten, zoals buurtbatterijen en vraagsturing, zodat succesvolle voorbeelden snel hun weg vinden naar andere plekken in West-Overijssel. Dit doen we in samenwerking met het provinciale programma NEO en Natuur en Milieu Overijssel. De energietransitie vraagt steeds meer aandacht voor het elektriciteitsnet. Lokale initiatieven kunnen juist hier een rol spelen. Enexis, gemeenten en coöperaties verkennen samen hoe energiegemeenschappen kunnen bijdragen aan oplossingen voor netcongestie, bijvoorbeeld door lokaal opgewekte energie direct te gebruiken of tijdelijk op te slaan. Indien gewenst werken we samen aan pilots waarin deze samenwerking concreet vorm krijgt en delen de opgedane kennis regionaal én landelijk, zodat anderen ervan kunnen leren. Tot slot leren we samen van wat er al gebeurt. We houden een vinger aan de pols bij de energiecoöperaties via de LEI werkgroep West-Overijssel. De voorzitter van deze werkroep neemt plaats in de maatschappelijke adviesgroep. Door jaarlijks te rapporteren (via de monitor) over de voortgang (bijvoorbeeld op lokaal eigendom) en de resultaten te delen, versterken we de gezamenlijke leerervaring. Zo groeit West-Overijssel stap voor stap naar een regio waarin inwoners, overheid en bedrijfsleven samen de energietransitie vormgeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/a8cd5212-8689-4f0c-92eb-38124d5865dc?agendaItemId=59799e44-d804-4727-93fc-d8ec34bc5f7f