CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

5.0 Het vergeten kind - Onderzoeksrapport dak- en thuisloosheid.pdf

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken9.708 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

“IK WAS THUISLOOS EN VOELDE ME VERGETEN EN AFGEDANKT” Onderzoek naar dak- en thuisloze jongeren en de aanpak van gemeenten Onderzoeksrapport juni 2023 SAMENVATTING INLEIDING METHODE Jongeren • Dataverzameling • Over de respondenten Gemeenteambtenaren en wethouders • Dataverzameling • Over de respondenten Analyse RESULTATEN De ervaring van dak- en thuisloze jongeren • Waarom worden jongeren dak- en/of thuisloos? • Waar overnachten ze? • Hoe brengen ze de dag door? • Hoe voelen ze zich? • Wat voor hulp krijgen ze? Langetermijnimpact op jongeren • Mentale stabiliteit • School en werk • Druk op het sociale netwerk • Hoe gaat het nu? Hoe pakken gemeenten dak- en thuisloosheid onder jongeren aan? • Wie denken er mee over de nieuwe plannen tegen dakloosheid? • Waar zetten regio’s de € 65 miljoen voor in? • Nul dak- en thuisloze mensen in 2030? • Zicht op dak- en thuisloze jongeren Knelpunten en oplossingen • Wat is volgens jongeren nodig? • Wat is volgens gemeenten nodig? CONCLUSIE EN DISCUSSIE BIJLAGE 1: VRAGENLIJST JONGEREN BIJLAGE 2: VRAGENLIJST GEMEENTEN COLOFON 2 3 5 5 5 5 6 6 6 6 7 7 7 7 8 8 9 9 9 10 10 10 10 10 11 12 12 12 12 13 14 15 20 24 INHOUD 1 Het Vergeten Kind deed onderzoek onder 71 jongeren die dak- en/of thuisloos zijn (geweest). Deze jongeren zijn gemiddeld elf maanden dak- en/of thuisloos. Ze voelen zich in die tijd vaak on- rustig.

Sommigen voelen zich eenzaam of minder- waardig, merken dat ze buiten de maatschappij staan. 72% ervaart de situatie als zeer uitzichtloos. Op de lange termijn merken veel jongeren dat hun sociale netwerk kleiner werd door hun dak- en/of thuisloosheid, dat ze zelf angstig zijn geworden en vertrouwen in mensen kwijt zijn geraakt. 78% van de jongeren is ooit uit huis geplaatst en heeft ervaring in de jeugdhulp met verblijf. Er speel- den in hun jeugd al problemen. Eenmaal dak- of thuisloos stapelen de zorgen zich op. 43% wordt meermaals dak- en/of thuisloos. Deze groep raakt gemiddeld drie keer opnieuw dak- en/of thuisloos. 66% van de jongeren die hulp krijgen, voelt zich onvoldoende geholpen. Ze vinden hulpverleners vaak moeilijk bereikbaar, voelen zich niet gehoord en merken dat ze voor elke vorm van hulp bij een andere hulpverlener moeten zijn. 54% slaapt bij vrienden. Andere jongeren brengen de nacht door in de opvang (37%) of op straat (34%). Hoeveel jongeren dat precies zijn in Nederland? Dat weten we niet. Gemeenten houden vaak alleen rekening met die laatste twee slaap- plekken als ze nagaan hoeveel dak- en thuisloze jongeren ze moeten helpen. De rijksoverheid wil dak- en thuisloosheid be- strijden met een nieuwe aanpak.

Volgens het Nationale Actieplan Dakloosheid moeten er woningen komen waar mensen onvoorwaardelijk kunnen blijven en financiële bestaanszekerheid (in plaats van tijdelijke opvang). Ook is er aandacht voor preventie. Gemeenten moeten dat realiseren en hun aanpak beschrijven in een regioplan. Voor dit onderzoek vertelden 73 gemeenten hoe zij dat doen. 46% is nog met het regioplan bezig. Ervarings- deskundigen en/of belangenbehartigers denken in 67% van de gemeenten mee over de nieuwe plannen. Binnen gemeenten werken er in de regel meerdere afdelingen aan, maar bij ruim een kwart denken ambtenaren van het beleidsterrein wonen er niet over mee (27%). Om tot uitvoer te komen, krijgen gemeenten jaarlijks € 65 miljoen extra van het Rijk. Wat doen ze daar- mee? 60% gaat dat geld besteden aan preventie. Slechts 29% wil het inzetten voor permanente wo- ningen voor dak- en thuisloze mensen. 33% zet het in voor meer financiële bestaanszekerheid. Bij elkaar opgeteld zien we dat de meerderheid, 59%, het geld niet uitgeeft aan permanente woningen en niet aan financiële bestaanszekerheid. Daarmee handelen de meeste gemeenten tegen de vernieuwende principes van het nationale actieplan in. 87% vindt het onhaalbaar om in 2030 geen dak- en thuisloze mensen meer te hebben in Neder- land.

Gemeenten lopen enorm aan tegen een woningtekort en hebben meer zicht nodig op (de hoeveelheid) dak- en thuisloze jongeren. 2 SAMENVATTING “Mensen hebben geen idee wat ik heb meege- maakt. Ze hebben geen idee hoe dun het lijntje is om alles wat je kent kwijt te raken. En hoe het voelt om in die angst te leven.” - Roos (21 jaar, was ruim een jaar dak- en/of thuisloos) Net als Roos zijn er zeker 5.760 jongeren tussen de 18 en 27 jaar dak- en/of thuisloos in Nederland. Dat is een onderschatting, want sommige groepen jongeren worden niet in de cijfers meegeteld.1 Er is geen echt goed beeld van waar dak- en thuisloze jongeren verblijven en hoe het met hen gaat. Wat we wel weten, is dat dak- en thuisloosheid veel risico’s met zich meebrengt voor hen. Het geeft stress: jongeren hebben een voortdurend gevoel van onrust en onvei- ligheid. Veel van hen zijn ook daadwerkelijk onveilig: ze zijn afhankelijk van de hulp van anderen, bij voorbeeld voor een slaapplek, waardoor ze risico lopen op geweld, misbruik en uitbuiting.2 Jongeren die dak- en/of thuisloos zijn (geweest), hebben vaker mentale problemen, zoals angst en paniek. Ze hebben meer gezondheids- problemen en een lagere levensverwachting. Ze raken vaker verslaafd, vallen eerder uit op school en zijn vaker slachtoffer of dader van misdrijven.

Ook lopen ze eerder trauma’s op.3, 4, 5 Vaak komt dat boven op bestaande problemen die al speel- den voordat de jongere dak- en/of thuisloos raakte. Hoe kan het dat jongeren dak- en/of thuisloos raken in Nederland? Een van de oorzaken is de leeftijdsgrens in de jeugdzorg. Kinderen die op- groeien in gezinnen met veel zorgen, worden soms uithuisgeplaatst. Uit eerder onderzoek van Het Vergeten Kind bleek dat jongeren regelmatig weg moeten uit de jeugdhulp met verblijf, omdat ze 18 worden. En dat een deel van hen dakloos wordt. 6 Hun problemen zijn niet ineens weg omdat ze volwassen zijn. Toch maken ze dan in de regel geen aanspraak meer op een woonplek en bege- leiding in de jeugdhulp en is de overgang naar volwassenenzorg lastig. Dit rapport is een vervolg op dat eerdere onderzoek. Tegen dak- en thuisloosheid bestaat een bewezen effectieve interventie: Housing First. Die aanpak gaat uit van het recht op huisvesting: wat dak- en thuisloze mensen ten eerste nodig hebben, is een thuis. Housing First biedt daarnaast ondersteuning, met respect voor autonomie en behoud van eigen regie. De overgrote meerderheid van de deelnemers aan Housing First heeft blijvend een thuis.7 Daarbij krijgen ze ondersteuning, meestal is die tijdelijk. De methode gaat ervan uit dat zodra mensen een thuis hebben, er ruimte is om te werken aan andere pro- blemen.

Vanaf dan nemen psychische problemen, sociale isolatie en criminaliteit af. 3 INLEIDING 1 Cijfers van het CBS, 2021. Dit is een onderschatting, want het CBS rekent kinderen onder de 18 niet mee, net zo min als mensen zonder verblijfs- vergunning. Jongeren worden meegeteld als ze op straat of in een opvang overnachten, of tijdelijk bij vrienden, maar niet als ze elders de nacht doorbrengen (bijvoorbeeld in een vakantiewoning of auto). 2 Zie bijvoorbeeld Jongens aan het woord: Een onderzoek naar de achtergrond en ondersteuningsbehoeften van (potentiële) jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting (Consortium seksuele uitbuiting jongens en jonge mannen, 2023). 3 Feiten en cijfers dak- en thuisloze jongeren in Nederland (Movisie & Stichting Zwerfjongeren, 2020). 4 Mental health and health risk behaviours of homeless adolescents and youth: a mixed methods study (Asante, Meyer-Weitz en Petersen, 2016). 5 Poverty, homelessness, hunger in children and adolescents: psychosocial perspectives (Pumariega, Gogineni en Benton, 2022). 6 Mijn problemen waren niet opeens weg, mijn ‘thuis’ en begeleiding wel” - Hoe is het voor jongeren om 18 te worden in de jeugdhulp met verblijf? (Het Vergeten Kind, 2023). 7 Zie bijvoorbeeld Housing First onderzoek modelgetrouwheid en effecten (Trimbos-instituut, 2023). 4 De landelijke overheid wil dat er in 2030 niemand meer dak- of thuisloos is in Nederland.

Daartoe kwam er het Nationaal Actieplan Dakloosheid, dat volgens de bedenkers ervan gebaseerd is op het ge- dachtegoed van Housing First.9 De overheid wil dat dak- en thuislozen een woning krijgen en voldoende financiële bestaanszekerheid. Dat vraagt om een grote verandering, want tot nu toe wordt dak- en thuisloosheid in de regel gemanaged met tijdelijke opvang. Het actieplan volgt niet alle principes van de Housing First-methode.10 Een huis hoeft bijvoor- beeld geen zelfstandige woning te zijn, maar kan ook ‘zo thuis mogelijk’ zijn (denk aan gemengd wonen). Er worden daarnaast geen eisen gesteld aan de ondersteuning van mensen als ze eenmaal een woning hebben.11 Met het Nationale Actieplan Dakloosheid krijgen Nederlandse gemeenten structureel € 65 miljoen per jaar extra om de hulp aan dak- en thuisloze inwoners te verbeteren.12 Hoe dat geld de komende jaren ver- deeld wordt en of gemeenten hun besteding van dat bedrag moeten verantwoorden is nog niet duidelijk. Gemeenten hoeven dit jaar (2023) in ieder geval geen verantwoording af te leggen voor de extra gelden. De rijksoverheid controleert niet waar ze dat aan uitgeven en of dat past bij de beoogde paradigmaverschuiving. Wel is er een dashboard in ontwikkeling, waarin alle gemeenten moeten laten zien wat de plannen in hun regio zijn. Die regioplan- nen moeten gemeenten dit jaar maken.

Ze hebben daarin de vrijheid om zelf te bepalen welke aanpak in hun regio het beste past. Tot nu toe is er geen zicht op waar de € 65 miljoen aan wordt besteed. Daar gaat dit onderzoek over. In hoeverre sluiten de nieuwe plannen van gemeenten aan bij de dagelijkse praktijk van dak- en thuisloze jongeren? Dit onderzoek heeft twee hoofdvragen. Ten eerste: hoe ziet het leven van dak- en thuisloze jongeren eruit? Waar overnachten ze, hoe lang zijn ze dak- en/of thuisloos? Wat voor begeleiding krijgen ze? Wat is voor hen de impact op de lange termijn? Ten tweede: hoe gaan gemeenten om met de geplande paradigmaverschuiving? Wie denken er mee over de nieuwe plannen en wie niet? Waar gaat het extra geld heen? En in hoeverre weten ze hoeveel (dreigend) dak- en thuisloze jongeren er in hun gemeente zijn? 8 Zie bijvoorbeeld ETHOS-telling dak- en thuisloosheid in regio Noordoost-Brabant van het Kansfonds. 9 Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis, 2022. Dat is een gezamenlijk plan van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninrijksrelaties, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 10 Rapport Nationaal Actieplan Dakloosheid - Jongerenpanel De Derde Kamer. 11 Daden Eerst. Position paper van de community Alle Jongeren Een Thuis, met onder andere Kansfonds en het Instituut voor Publieke Waarden (2022). 12 Zie budgettaire bijlage coalitieakkoord.

Onderdeel van ‘Omzien naar elkaar, vooruit kijken naar de toekomst’ - coalitieakkoord 2021-2015 (VVD, D66, CDA en ChristenUnie, 2022). Wat bedoelen we met dak- en thuisloos? Iemand is residentieel dakloos als diegene geen eigen woonruimte heeft en staat in- geschreven bij de maatschappelijke opvang, zoals de nachtopvang. De definitie van thuis- loos is ruimer: iemand heeft geen reguliere huisvesting. In dit onderzoeksrapport volgen we ETHOS-light in de definiëring van dak- en thuisloosheid.8 Die is veelomvattend en telt jongeren in een breed palet aan situaties mee. ETHOS geldt in Europa als de best onderbouw- de manier om dak- en thuisloosheid te meten. Onder die definitie vallen…: mensen die leven in de openbare ruimte; mensen in de noodopvang; mensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen; mensen die uitstromen uit een instelling; mensen in niet-conventionele woonplekken (zoals auto, kraakpand, vakantiewoning); mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden, kennissen of onbekenden; mensen met dreigende huisuitzetting. 5 METHODE Dit onderzoek heeft een mixed methods design. Bij zowel jongeren als gemeenteambtenaren verza- melden we kwalitatieve én kwantitatieve data. Dat deden we in april en mei van 2023. JONGEREN In interviews en in een online vragenlijst vertelden jongeren hoe lang ze dak- en/of thuisloos waren, hoe dat kwam en waar ze sliepen.

Ze legden ook uit hoe ze zich toen voelden, of en hoe ze werden geholpen en welke impact die periode op hen had. Ten slotte vertelden ze wat er volgens hen moet gebeuren om dak- en thuisloosheid te voorkomen (zie Bijlage 1 voor de vragenlijst). Om tot een rele- vante vragenlijst te komen, is de vragenlijst vooraf getest door jongerenpanel de Derde Kamer. Dat panel bestaat uit jongeren uit het hele land die hebben ervaren hoe het is om dak- en/of thuis - loos te zijn. Deze jongeren zijn representatief voor de doelgroep van het onderzoek. Zeven van hen gaven mondeling feedback. Dat droeg bij aan de begrijpelijkheid van de vragen voor de doelgroep. Interviews met jongeren voerden we semigestruc - tureerd: vaste vragen wisselden af met vervolg- vragen. We maakten jongeren vooraf duidelijk dat alles wat ze ons vertelden anoniem zou worden opgeslagen en verwerkt. We spraken ook af dat ze vragen niet hoefden te beantwoorden als ze dat niet wilden of konden. Dataverzameling We namen een gelegenheidssteekproef: we wier - ven jongeren tussen de 18 en 27 jaar oud via de sociale media van Het Vergeten Kind. De vragenlijst verspreidden we daarnaast onder jongerenpanels, (jeugd)hulpverleners, begeleiders in locaties voor maatschappelijke opvang, belangenbehartigers (zoals het Straatconsulaat en Straatadvocaten) en onder jongeren die meededen aan ons eerdere onderzoek.

Ten slotte maakten we gebruik van de sneeuwbalmethode: na afloop van interviews vroe- gen we jongeren of ze anderen kenden die ons ook zouden willen vertellen over de tijd dat ze dak- en/ of thuisloos waren. Over de respondenten 68 jongeren vulden een online vragenlijst in en zeven werkten mee aan een interview. Vier van de geïnterviewde jongeren vulden ook de vragenlijst in. In totaal deden dus 71 jongeren mee. Die jon- geren hebben twee kenmerken: ze zijn dak- en/of thuisloos of waren dat in het verleden en ze waren tijdens het onderzoek tussen de 18 en 27 jaar oud. Gemiddeld waren ze 22 jaar. 71% is vrouw, 26% is man en 3% zegt daar liever niets over. Niemand gaf aan non-binair te zijn. De respondenten komen uit alle provincies van Nederland, op Limburg na. 18% was tijdens het onderzoek dak- en/of thuisloos. Hoe generaliseerbaar is dit onderzoek? Aan dit onderzoek deden relatief veel vrouwen mee, terwijl uit cijfers van het CBS blijkt dat de meeste dak- en thuisloze mensen mannen zijn. Waarschijnlijk zijn mannen in die cijfers over- gerepresenteerd, net als vrouwen in de onze. Dat kan impact hebben op de resultaten, bijvoorbeeld op de percentages over waar jongeren de nacht doorbrengen. Die zijn dus niet per se representatief voor alle dak- en thuisloze jongeren in Nederland. Toch zagen we wat slaapplekken betreft maar kleine verschillen tussen mannen en vrouwen.

Zo overnachtte 39% van de mannen weleens op straat, versus 33% van de vrouwen. 28% van de mannen sliep weleens in een opvang, tegenover 38% van de vrouwen. 6 ANALYSE Gemeenten kregen gesloten vragen als: ‘Weet je hoeveel dak- en thuisloze jongeren er zijn in jouw gemeente?’ (antwoordmogelijkheden: Dat weten we bij deze gemeente niet - Ik weet het niet, maar een collega wel - Ik heb een grove schatting - Ik heb een [vrij] precieze schatting). Ook jongeren legden we gesloten vragen voor, zoals: ‘Waardoor raakte je je woonplek kwijt?’ (antwoordmogelijkheden: Mijn verblijf werd door de hulpverleners/gemeente niet verlengd - Ik werd weggestuurd - Ik wilde er zelf niet blijven - Ik kon er niet blijven wonen, omdat ik de huur niet kon betalen - Door het overlijden van mijn ouder(s) - Ik kwam uit jeugddetentie - Anders, namelijk…). De antwoorden daarop analyseerden we kwantitatief. Jongeren en gemeenten kregen ook open vragen. Alle antwoorden daarop zijn eerst open, vervolgens selectief en ten slotte axiaal gecodeerd. Informatie uit de interviews is gebruikt om die uit de vragen- lijsten te verrijken en te duiden. 13 We voerden gesprekken met (landelijke) overheid, hulpaanbieders, brancheorganisaties en belangenbehartigers. 14 Zie de regio-indeling maatschappelijke opvang & beschermd wonen.

Maatschappelijke opvang Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Jeugd(zorg) Welzijn Wonen Anders 72% 58% 36% 19% 14% 7% Aan welk beleidsveld werken respondenten? (Meerdere antwoorden mogelijk) GEMEENTEAMBTENAREN EN WETHOUDERS Hoe vertalen gemeenten de principes uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid naar een plan voor hun eigen regio? Daarover vertelden ambtenaren en wethouders in een online vragenlijst (zie Bijlage 2). We vroegen hen voor welke gemeenten ze werk- ten, maar maakten duidelijk dat we de resultaten anoniem verwerken. Dataverzameling We mailden alle 342 wethouders met het beleids- veld jeugd in hun portefeuille. Ook mailden we zo’n 150 ambtenaren in het sociale domein, waarmee we al eerder contact hadden. We vroegen hen de vragenlijst door te sturen naar de collega met de meeste kennis over dak- en thuisloosheid. Om bias te voorkomen, vermeldden we erbij dat we graag van alle gemeenten terughoorden: van zowel regio- gemeenten als centrumgemeenten en van zowel gemeenten die al ver waren met hun regioplan als zij die nog moesten beginnen. Voorafgaand is er een tiental gesprekken gevoerd met experts.13 Mede op basis van hun input is de vragenlijst tot stand gekomen. De vragenlijst is daarnaast getest met ambtenaren van een gemeente. Dit heeft ervoor gezorgd dat we deformulering van onze vragen hebben verbeterd en de antwoorden op onze vragen beter konden duiden.

Over de respondenten Er zijn in Nederland 342 gemeenten, 73 van hen vulden onze online vragenlijst in. Dat is ongeveer 1 op de 5. De hulp aan dak- en thuisloze mensen is in Nederland opgedeeld in 44 regio’s.14 In zo’n regio zitten meerdere regiogemeenten en een centrum- gemeente. In de meeste gevallen is die laatste qua inwoneraantal de grootste. We hebben informatie over 75% van de 44 regio’s. Er deden 52 regioge- meenten en 21 centrumgemeenten mee aan dit onderzoek. De meeste mensen die onze vragenlijst invulden, werken aan de beleidsterreinen maat- schappelijke opvang en/of Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 6% van de jongeren woonde op zichzelf toen ze dak- en/of thuisloos raakten. De meesten van hen raakten hun huis kwijt, omdat ze de huur niet meer konden betalen. Ten slotte verbleef 3% in jeugd- detentie. Hun straf liep af en daarna konden ze niet meer naar huis. Deze redenen slaan alleen op de eerste keer dat jongeren dak- en/of thuisloos raak- ten. Bij 43% was dat niet de enige keer. Gemiddeld hadden zij nog drie keer geen vaste woonplek. Hoewel een minderheid van de jongeren in een pleeggezin, gezinshuis of op een groep woonde voordat ze dak- en/of thuisloos werden, hebben de meesten wel ervaring met jeugdhulp met verblijf. 78% is ooit uit huis geplaatst en heeft in de jeugd- hulp gewoond. Waar overnachten ze? De helft sliep bij vrienden (54%).

Anderen overnacht- ten in de opvang (37%) of op straat (34%). Sommige jongeren voelden zich in de daklozenopvang on- veilig. Ze durfden niemand te vertrouwen en waren bang voor mogelijk geweld, seksuele intimidatie en verkrachting. Sommige jongeren sliepen bijna niet, uit angst dat hen iets zou overkomen. Anderen ver- tellen dat ze op een camping sliepen, in een hostel en in een schuur van een kennis. 7 RESULTATEN DE ERVARINGEN VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN Jongeren in onze steekproef waren gemiddeld 18 toen ze dak- en/of thuisloos werden. 32% was 17 of jonger, 35% was 19 of ouder. Jongeren bleven gemiddeld elf maanden dak- en/of thuisloos.15 Een op de drie was langer dan een jaar dak- en/of thuisloos (29%). Waarom worden jongeren dak- en/of thuisloos? De helft van de jongeren woonde bij hun ouder(s) (40% van de totale steekproef) of bij andere familie (bijvoorbeeld een stiefouder, opa of oma, 10%) toen ze dak- en/of thuisloos werden. Deze jongeren er- voeren thuis problemen, zoals huiselijk geweld, ver- slaving of psychische problemen (bij henzelf of bij de ouders). De meeste van hen werden door hun familie weggestuurd (56%), een derde wilde zelf niet blijven (35%). In de overige gevallen vertellen jongeren dat het thuis niet meer veilig was en laten ze in het midden of ze zelf weg wilden.

Twee op de vijf jongeren woonde in de zorg toen ze hun woonplek kwijt raakten (31% woonde in de jeugdhulp: op een groep, in een gezinshuis, in een pleeggezin of in de gesloten jeugdzorg. 9% woonde begeleid of beschermd.) 44% van hen raakte naar eigen zeggen dak- en/of thuisloos omdat ze werden weggestuurd. Bij een derde van deze jongeren (33%) werd het verblijf niet verlengd door hun hulp- verleners of de gemeente. Jongeren vertellen dat dat was omdat ze ‘te complex’ waren, dat ze niet konden blijven vanwege hun suïcidaliteit of omdat ze (bijna) 18 werden. Een kleinere groep uit de jeugd- hulp (19%) wilde zelf niet blijven en werd daardoor dak- en/of thuisloos. 15 Dit gemiddelde gaat alleen over de jongeren die nu niet meer dak- en/of thuisloos zijn. Alleen van hen is de periode al afgelopen en valt dus te zeggen hoe lang die duurde. 8 “Mensen kijken langs je heen alsof je een prullenbak bent. Soms schreeuwen ze naar je of gooien ze met dingen. Er werd alleen tegen me gepraat door vieze mannen (met een huis) die seks met me wilden, en het is alleen met dank aan mensen die al langer dakloos waren dan ik (en HEEL VEEL GELUK) dat ik nooit ben verkracht. Elke dakloze vrouw die ik kende was verkracht en ik leefde in de constante weten- schap dat mij dat ook elk moment kon overkomen.

Machteloos voelde ik me daardoor.” Mandy (24 jaar, was bijna tweeëneenhalf jaar dakloos)16 Hoe brengen ze de dag door? De dagen van dak- en thuisloosheid beschrijven sommige jongeren als overleven.17 Een deel van de jongeren spendeerde de dag vooral met het vinden van een slaapplek. Anderen hingen rond of liepen van plek naar plek om de tijd te doden. Voor veel jongeren duurden de dagen op straat erg lang. Ze telden de uren af totdat ze weer terug konden naar hun slaapplek, als ze die hadden. Op de plekken waar jongeren overdag waren, waren vaak drank en drugs te vinden. Hierdoor raakten sommige jongeren verslaafd of begonnen ze zelf drugs te verkopen. Jongeren gaven aan dat ze in die periode niet verder vooruit konden kijken dan een dag. Bij een deel van de jongeren lukte het om een baantje of school aan te houden. Voor het grootste deel van de jongeren betekende hun periode van dak- en thuisloosheid echter dat zij stopten met school en werk. “‘s Ochtends de schuur uit, zodat niemand je ziet, de hele dag rondjes lopen in de hoop iemand tegen te komen die je kan helpen en dan ’s nachts als iedereen slaapt weer terug.” - Rob (22 jaar, was drie jaar dak- en/of thuisloos) Hoe voelen ze zich? Bijna alle jongeren beschrijven hun gevoelsleven in de tijd dat ze dak- en/of thuisloos waren als een achtbaan van emoties (94%). Jongeren voelen zich vaak onrustig, angstig en eenzaam.

Sommigen voel- den iedere dag de onzekerheid van het zoeken naar een slaapplek. Vaak probeerden ze dat voor hun omgeving te verbergen. 88% ervoer stress. Jongeren hadden vaak het gevoel er alleen voor te staan. “Ik had allerlei angsten. Of je vermoord wordt, of terechtkomt in de mensenhandel. Dat als je iets drinkt, dat iemand daar dan middelen in heeft gedaan. Ja, heel veel gewoon geweld-angsten, misbruik-angsten, van alles.” - Melanie (24 jaar, was driekwart jaar dak- en/of thuisloos) Waar brengen dak- en thuisloze jongeren de nacht door? 0% 25% 50% 75% Bij vrienden In de opvang Op straat Bij familieleden In auto/camper Vakantiehuisje Bij vreemden In een kraakpand 54% 37% 34% 29% 12% 10% 10% 6% Op één plek Op twee tot vijf plekken Op vijf tot tien plekken Op tien tot vijftien plekken Op vijftien tot twintig plekken Op meer dan twintig plekken 10% 44% 22% 5% 7% 12% Op hoeveel verschillende plekken brengen dak- en thuisloze jongeren de nacht door? 16 Alle namen in dit rapport zijn verzonnen, zodat jongeren anoniem zijn. 17 Als we in dit rapport geen specifieke percentages noemen, maar de situatie beschrijven in algemene termen (zoals ‘de meeste jongeren’), komt dat omdat de informatie komt uit open vragen. Er is dan dus geen exacte hoeveelheid aan te koppelen. 9 Professionals konden ook niet altijd passende hulp bieden.

Volgens sommige jongeren lag dat niet altijd aan de hulpverleners, maar aan de regels waaraan zij zich moesten houden. Voor elke vorm van hulp moesten jongeren naar een andere hulpverlener. Ze kregen daardoor het idee van het kastje naar de muur te worden gestuurd. “Prettig, maar er zijn altijd snel bereikte grenzen tot waar je geholpen kunt worden door een persoon. Dat houdt in dat je continu naar een ander moet voor iets. Alles gaat daarmee over onwijs veel schijven. Dat maakt het nog eens extra uitzichtloos.” - Shanta (27 jaar, was vier jaar dak- en/of thuisloos) Daarnaast voelde een deel van de jongeren zich niet (altijd) gezien door hun begeleiders. Ze vonden het contact zakelijk en voelden weinig begrip. Ook vonden ze het lastig dat hulp vaak alleen bereikbaar was van 9.00 tot 17.00 uur. Er was geen hulp be- schikbaar wanneer zij dat het meest nodig hadden. Een enkele keer vertellen jongeren over een begelei- der die wél het verschil maakte. Dat maakte meteen veel indruk: “Een vrouw in het loket dat briefadressen verstrekte. Ik had geen recht op hulp en toch luisterde ze naar me, elke week weer. Ze gaf me het gevoel dat ik meer dan een nummertje was, dat OOK IK ertoe deed.

Dit was heel belangrijk voor me.” - Mandy (24 jaar, was bijna tweeëneenhalf jaar dak- en/of thuisloos) LANGETERMIJNIMPACT OP JONGEREN Mentale stabiliteit We vroegen jongeren die inmiddels niet meer dak- en/ of thuisloos zijn hoe zij terugkijken op die periode. En wat zij er nu nog van merken. Een enkeling geeft aan er niet veel last van te hebben of er niet meer over na te denken. Het grootste deel merkt nog effecten van het rondzwerven. Jongeren geven aan dat ze vaak angstig zijn. Bijvoorbeeld om hun huis weer uitgezet te worden en alles te verliezen wat ze opgebouwd hebben. Ook zijn zij het vertrouwen in de mensen om hen heen kwijtgeraakt. Een groep jongeren voelt zich mentaal niet stabiel. Zij merken dat het veel tijd kost om te herstellen van deze periode in hun leven. Een aantal jongeren heeft nog regelmatig flashbacks. Ook ervaart een aantal dat hun zelfbeeld veel lager is geworden. Een deel krijgt psychologische hulp. 72% ervoer hun periode van dak- en thuisloosheid als heel uitzichtloos. Ze hadden geen hoop voor hun toekomst. Ze voelden zich anders en afge- sloten van de maatschappij. Ze hadden continu een gevoel van falen: ook al wisten ze dat het niet zo was, het voelde alsof het hun schuld was dat ze geen thuis meer hadden. Alsof ze geen waarde meer hadden. Het deed ze twijfelen aan hun zelf- beeld.

Ze voelden zich een tweederangsburger en hadden last van stigma rondom dak- loosheid. Wat voor hulp krijgen ze? Een deel van de jongeren (38%) kreeg hulp van vrienden of familie. Anderen kregen hulp van iemand uit de opvang (27%), van mensen aan het gemeente- loket (15%) en van vreemden (18%). Andere hulpbron- nen waar jongeren gebruik van maakten, zijn belan- genbehartigers, oud-jeugdhulpverleners, mentoren op school en therapeuten. 10% kreeg van niemand hulp. Voor een grote groep jongeren was de hulp zeer welkom. Ze waren blij dat er iemand was bij wie ze terechtkonden. De meeste jongeren die hulp kregen, kregen dat bij praktische zaken, zoals het aanvragen van verzekeringen, bij financiën of school en werk. En zij konden bellen of afspreken voor een luisterend oor. Dat gaf rust. Voor 66% van de jongeren die hulp kregen, was die niet voldoende. Dat geldt voor zowel professionele hulp als hulp uit het netwerk. Jongeren gaven aan dat de begeleiding tekortschoot. Mensen uit het netwerk wisten niet altijd wat ze moesten doen. Ook vonden de jongeren het lastig dat ze zich veelal aan moesten passen als ze gebruikmaakten van de hulp uit het netwerk. Ze moesten zich aanpassen aan het leefritme van anderen. Of hadden het gevoel dat ze continu dankbaar moesten zijn.

“Ik voelde me vergeten en afgedankt, erg verdrietig en alsof ik niks waard was.” - Danny (21 jaar, was ongeveer een half jaar dak- en/of thuisloos) “Ik had geen leven meer en geen zicht op een goede toekomst.” - Harry (24 jaar, was zo’n tweeëneenhalf jaar dak- en/of thuisloos) School en werk Alle jongeren die we in de interviews spraken, had- den hun middelbare school niet afgemaakt. Een van hen is weer begonnen met studeren. Anderen hadden de wens om weer een studie op te pakken, maar hadden daar voorlopig mentaal nog geen ruimte voor. Zij wilden eerst aan zichzelf werken en/ of therapie afronden. “Ik ben voor altijd veranderd. Ik ben toen al mijn vrienden kwijtgeraakt, het contact met mijn ouders is verwaterd, ik ben met school gestopt, kan geen werk vinden omdat er gaten in mijn cv zitten. Ik heb trauma’s van hier tot Tokio waarvoor ik al drie jaar in therapie zit en nog vele jaren hulp nodig zal hebben.” - Mandy (24 jaar, was bijna tweeëneenhalf jaar dak- en/of thuisloos) Druk op het sociale netwerk Voor veel jongeren betekende het feit dat ze dak- en/of thuisloos waren ook het verlies van belangrijke vrienden en familieleden. Jongeren probeerden vaak te verbergen dat ze geen vaste slaapplek hadden. Anderen maakten veelvuldig gebruik van slaapplek- ken bij vrienden of familie. Dit legde een grote druk op het contact.

Uiteindelijk zorgde dit bij jongeren vaak voor minder contact en vervreemding van hun netwerk. Voor een paar jongeren werd in deze peri- ode van hun leven juist duidelijk hoe sterk de band met hun netwerk is. Ze konden altijd op de steun van vrienden en familie rekenen. Hoe gaat het nu? Een deel van de jongeren is nu nog of weer dak- en/ of thuisloos (18%). De rest heeft inmiddels een plek gevonden, al dan niet tijdelijk. De helft woont zelf- 10 standig (50%). 15% woont begeleid of beschermd. 7% woont weer thuis bij de ouder(s). Een enkeling woont bij andere familie, op een groep, in een pleeggezin of in een kamertrainingscentrum. HOE PAKKEN GEMEENTEN DAK- EN THUIS- LOOSHEID ONDER JONGEREN AAN? Hoe helpen gemeenten jongeren die nu dak- of thuisloos zijn en voorkomen ze dat anderen in de toekomst in hetzelfde schuitje terechtkomen? Het Nationale Actieplan Dakloosheid geeft richting voor een nieuwe aanpak. De helft van de ambtenaren en wethouders kent dat nationale actieplan op hoofd- lijnen, niet tot in de details (55%). 34% zegt het heel goed te kennen, 11% kent het niet. Volgens de afspraken die Nederlandse gemeenten en de rijksoverheid maakten in het nationale actie- plan, schrijven alle gemeenten dit jaar (2023) een regioplan. Bijna de helft is daarmee bezig (46%). 15% is klaar.

Ongeveer een op de vijf had de principes uit het nationale actieplan al in een eerder plan ver- werkt en gaat dat nu niet opnieuw doen (22%). Ten slotte weet 7% van de respondenten niet of er über- haupt een plan komt en 10% niet of er een plan is. Wie denken er mee over de nieuwe plannen tegen dakloosheid? 67% van de gemeenten betrekt ervaringsdeskundi- gen en/of belangenbehartigers bij het maken van de nieuwe plannen (33% betrekt beide, 23% alleen ervaringsdeskundigen, 11% alleen belangenbeharti- gers).18 21% betrekt hen wel in de uitvoer van de hulp aan dak- en thuisloze mensen, maar niet bij het maken van het plan. 12% van de gemeenten betrekt hen nergens bij. Ambtenaren van het beleidsveld maatschappelijke opvang werken in bijna alle gevallen aan de regio- plannen (89%). In meer dan een kwart van de gemeenten denkt het departement wonen niet mee (27%). Twee gemeenten melden dat de afdeling werk & inkomen meedenkt. Gemiddeld vinken ge- meenten drie afdelingen aan uit de opsomming in onderstaande grafiek. 11% van de gemeenten heeft maar één beleidsveld betrokken bij het nadenken over het plan. Dat is in bijna alle gevallen de afdeling maatschappelijke opvang. 18 De uitleg bij de vraag maakte duidelijk dat we met belangenbehartigers niet zorgaanbieders bedoelen.

“Ik ben nog steeds bang dat ik ineens mijn huis uit moet en ik ben compleet ingestort op het moment dat ik mijn studio kreeg, omdat ik al die tijd op overlevingsstand heb geleefd, dus het heeft heel lang geduurd voordat ik mezelf weer een beetje terug- vond.” - Ilvy (22 jaar, was drie maanden dak- en/of thuisloos) 11 Waar zetten regio’s de € 65 miljoen voor in? Gemeenten kregen dit jaar extra budget om hun dak- en thuisloze inwoners te helpen. Nog niet alle plannen zijn rond, een op de drie gemeenten weet nog niet precies wat ze met het geld gaan doen (34%). Wel weten veel gemeenten al dat het geld (deels) wordt ingezet om te voorkomen dat mensen dakloos worden. 60% van de gemeenten besteedt daar de extra middelen aan. Ruim de helft zet het budget in om de uitvoer van de hulp die ze al geven te verbeteren (53%). Bijvoorbeeld door de toegang tot hulp beter te maken of opvanglocaties te ver- beteren. Een derde gebruikt het budget om dak- en thuisloze mensen meer inkomen te geven (33%), bijvoorbeeld door de bijstand te verruimen. Minder dan een derde realiseert permanente woningen voor mensen van het extra geld (29%). De meerderheid, 59%, gaat het geld niet uitgeven aan permanente woningen en niet aan financiële bestaanszekerheid. Drie gemeenten (4%) geven de extra financiële middelen uit aan iets wat niet direct gerelateerd is aan dak- en thuisloosheid.

Het is ons onbekend waar dat geld heen gaat. Welke beleidsvelden werk(t)en er mee aan het regioplan? 0% 25% 50% 75% 100% Maatschappelijke opvang Wmo Wonen Jeugd(zorg) Welzijn Anders 89% 78% 73% 52% 43% 18% Wat doen gemeenten met het extra geld? 0% 25% 50% 75% Voorkomen dat mensen dakloos worden Versterken van de uitvoeringspraktijk Realiseren van tijdelijke woningen Realiseren van permanente woningen Dat weten we nog niet Vergroten van de financiële bestaans- zekerheid van dak- en thuislozen Iets anders dat niet direct te maken heeft met dak- en thuisloosheid Iets anders rondom dak- en thuisloosheid 60% 53% 43% 33% 29% 16% 4% 34% 12 Nul dak- en thuisloze mensen in 2030? Het Nationaal Actieplan Dakloosheid streeft ernaar dat er in 2030 geen dak- en thuisloze mensen meer zijn. Een kleine groep gemeenten vindt dat haalbaar en gaat ervoor (12%). De meeste gemeenten vinden dat niet haalbaar, maar gaan er wel voor (77%). 10% gaat er niet voor en denkt ook niet dat het een reëel doel is. Eén gemeente zegt er niet voor te gaan, maar vindt het wel haalbaar (1%). Zicht op dak- en thuisloze jongeren Hoe goed weten gemeenten hoeveel dak- en thuis - loze jongeren ze moeten helpen? In een op de drie gemeenten is het helemaal onbekend (33%). 12% van de ambtenaren weet het zelf niet, maar denkt een collega te hebben die het wel weet. 47% heeft een grove schatting, 8% een precieze.

De schat- tingen die vervolgens worden gegeven, gaan in de meeste gevallen over jongeren die zich melden bij de opvang. Van de hoeveelheid jongeren die elders overnachten, hebben gemeenten meestal geen idee. Vooral bankhoppers zijn volgens gemeenten moeilijk in beeld te krijgen. Volgens hen komt dat doordat jongeren onder de radar leven en doordat de registraties van jeugdzorg en volwassenenzorg niet op elkaar aansluiten. Regiogemeenten noemen daarnaast dat de cijfers soms wel bekend zijn bij de centrumgemeente, maar niet zijn uitgesplitst voor hun eigen gemeente. Een aantal gemeenten weet beter om hoeveel dak- en thuisloze jongeren het gaat. Zij baseren hun schatting op de ETHOS-light- telling of een eigen telling, gebruiken informatie van uitvoeringsorganisaties en checken aangevraagde briefadressen. We vroegen gemeenten in hoeverre ze jongeren in beeld hebben die in de toekomst dak- en/of thuis- loos kunnen worden. Namelijk jongeren die nu in de jeugdhulp wonen en in 2024 18 jaar worden. De meeste van onze respondenten weten zelf niet hoe- veel dat er zijn, maar zeggen een collega te hebben die dat weet (80%). 4% van de gemeenten weet het überhaupt niet. De overige 17%, die het precies weet of een schatting heeft, vroegen we of ze weten hoe- veel van die jongeren na hun 18e nog een woonplek hebben. Op hun huidige plek, of elders.

Elf van deze dertien gemeenten weten dat niet. Een ander weet dat er voor minder jongeren een woonplek is gere- geld dan er nu in zorg zitten. De laatste vertelt dat alle jongeren na hun 18e een woonplek hebben. KNELPUNTEN EN OPLOSSINGEN De meeste gemeenten lopen tegen een gebrek aan passende woningen aan. Dit hangt volgens veel ge- meenten samen met de inkomenspositie van jonge- ren. Beschikbare huizen zijn veel te duur. Jongeren onder de 21 jaar ontvangen van de gemeente een lage uitkering als ze geen baan hebben, daarmee kunnen ze geen huis bekostigen. Een ander groot knelpunt voor gemeenten is dat ze dak- en thuisloze jongeren niet goed in beeld hebben. Ze weten vaak niet hoe ze in contact moeten komen met deze jon- geren en om hoeveel jongeren het eigenlijk gaat. Daarnaast wordt de overgang van 18- naar 18+ gezien als een groot probleem. Jongeren verlaten de jeugdhulp zonder toekomstplan en hebben vaak geen vervolgplek. Daarbij komt dat er een grote vraag naar beschermd wonen is, waar het aanbod niet tegenop kan. Gemeenten vinden het ook lastig dat sommige jongeren geen hulp willen ontvangen. Ze merken dat jongeren ‘hulpverlenersmoe’ zijn. Ook zien zij dat jongeren complex zijn in hun problema- tiek, een zwakke inkomenspositie hebben en dat er sprake is van hoog middelengebruik.

Naast deze grote knelpunten lopen de gemeenten tegen meer dingen aan, namelijk: een gebrek aan integrale samenwerking, de wachtlijsten binnen de zorg, het ontbreken van (deskundig) personeel en een tekort aan veilige opvangplekken voor jongeren. “Waar we tegenaan lopen? De overgang van jeugd- zorg (en jongeren die even geen hulp meer willen hebben), geen goed zicht op het aantal jongeren met dak- en thuisloosheid. En de jongeren blijven onder de radar (soms uit schaamte, of onwetend- heid waar hulp te vinden).” - Regiogemeente Wat is volgens jongeren nodig? We vroegen jongeren ook wat er moet veranderen om dak- en thuisloosheid te voorkomen. Volgens een aantal jongeren zit hem dat in het verbeteren van de hulpverlening, die moet eerder, beter bereikbaar en meer op maat zijn. Daarnaast noemen jongeren slagkracht die nodig is om dak- en thuisloosheid op te lossen. Een betere samenwerking met een duide- lijk mandaat kan dan voor verandering zorgen, zegt een gemeente. Ook ligt er volgens veel gemeenten een taak bij de rijksoverheid. Het Rijk heeft volgens hen meer invloed op de inkomenspositie van jonge- ren en het beschikbaar stellen van meer woningen. Ook beslist de landelijke overheid over de extra gelden voor de bestrijding van dak- en thuisloos- heid. Voor sommige gemeenten is het onduidelijk of de gelden structureel zijn. Dit staat het maken van duurzame plannen in de weg.

13 dat ze betere hulp van de gemeente hadden willen ontvangen. Dit sluit niet aan op de bevinding van gemeenten, die ervaren dat jongeren zelf niet gehol- pen willen worden. Dus jongeren willen graag beter geholpen worden door gemeenten, terwijl gemeen- ten aangeven dat sommige jongeren niet geholpen willen worden. Jongeren hebben het idee dat ze niet altijd passen binnen de opgestelde regels. Ze willen graag dat hun omgeving naar hen kijkt en luistert. Ze willen geholpen worden door iemand die hen ziet en voorbij kijkt aan het stigma. En meedenkt in een oplossing die voor hen passend is. “Meer woningen. En gemeenten die meedenken in plaats van regels volgen die mij verder in de (geld-) problemen brengen.” - Charissa (24 jaar, was vijf maanden dak- en/of thuisloos) Daarnaast noemen jongeren het belang van meer laagdrempelige woonopties. Er moeten veel meer woningen beschikbaar komen waar jongeren tijdelijk of vast terechtkunnen. Andere jongeren denken aan opvanglocaties specifiek voor jongvolwassenen waar je gratis opgevangen kan worden, omdat zij de volwassenenopvang onveilig vinden. Anderen denken aan meer sociale huurwoningen of wonin- gen waar zij ambulante begeleiding kunnen krij- gen. Bovendien gaan er veel signalen vooraf aan dak- en/of thuisloos worden, beschrijft een deel van de jongeren.

Bij een deel van de jongeren was dat te zien aan een moeilijke thuissituatie of uitval op school. Deze signalen moeten volgens sommige jongeren eerder opgepikt worden door zorgverleners of docenten. Wat is volgens gemeenten nodig? Zij noemen: • een betere overgang naar volwassenheid binnen de jeugdzorg; • beter inzicht in de grootte van het probleem; • meer betaalbare woningen en ander woon- oplossingen zoals flexwoningen, Tiny Houses of Kamers met Aandacht; • meer flexibiliteit in wet- en regelgeving rondom de financiële positie van jongeren. En wie moet dit doen? Een deel van de gemeenten wijst naar zorgaanbieders. Zij moeten de overgang van 18- naar 18+ beter regelen. Volgens de gemeen- ten is er nog veel winst te behalen in hun samen- werking met zorgaanbieders en woningcorporaties. Volgens hen ligt er bij elke partij een deel van de “Ik hoop vooral dat er diversiteit in op- lossingen kan komen voor jongeren die te maken hebben met (dreigende) dak- loosheid.” - Regiogemeente 14 CONCLUSIE EN DISCUSSIE Jongeren die dak- en/of thuisloos raken, zijn dat gemiddeld bijna een jaar. Ze voelen zich vaak onveilig en ervaren angst en stress. Sommigen merken dat ze buiten de maatschappij komen te staan. Ze vinden hun situatie uitzichtloos. Dak- en/of thuisloos zijn, heeft consequenties voor hun toekomst.

Jongeren verliezen vrienden en de angst en stress blijft, ook als ze weer een thuis hebben gevonden. Voor veel van hen is het de lastigste periode van hun leven. Ze missen wezenlijke begeleiding en moeten met elk probleem ergens anders aankloppen voor hulp. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid en de beleidsvrijheid om deze jongeren te helpen. Ze lijken in dit onderzoek tussen de regels door (en soms expli- ciet) vragend en zoekend te zijn in hoe ze dat moe- ten doen. Ze weten niet hoeveel dak- en thuisloze jongeren er in hun gemeente zijn, maar doen in veel gevallen ook geen degelijke telling om dat te we- ten te komen. Gemeenten weten dat een gebrekkig inkomen voor deze groep een belangrijke reden is dat ze geen huis hebben. Ze mogen zelf de uitkeringen voor deze groep verhogen, maar doen dat zelden. Ze omschrijven deze elementen als knelpunten die ze niet zelf in de hand hebben. Een individuele ambte- naar op de afdeling maatschappelijke opvang heeft vast geen zeggenschap over de aanpak van andere afdelingen, maar het is wel aan gemeenten om een integraal beleid te vormen dat deze jongeren helpt. Met het Nationaal Actieplan Dakloosheid wil de landelijke overheid dak- en thuisloosheid groots aan- pakken en dak- en thuisloze mensen benaderen met een gelijkwaardigheidsprincipe: zij hebben onvoor- waardelijke huisvesting en bestaanszekerheid nodig.

Gemeenten moeten daar gehoor aan geven op een manier die passend is voor hun regio. Daarvoor krijgen ze jaarlijks € 65 miljoen extra. Gemeenten zijn nog niet allemaal klaar (of zelfs bezig) met hun plannen over hoe ze dat geld gaan besteden. Toch zien we nu al dat veel van hen, tegen de letter en de geest van het actieplan in, de extra middelen niet gaan besteden aan permanente woningen of voldoende inkomen, maar aan het verbeteren van bestaande hulp (zoals de opvanglocaties). Hoe keren we het tij? We geven drie aanbevelingen aan gemeenten: • Gemeenten moeten ten eerste het aantal dak- en thuisloze jongeren goed in beeld krijgen, bijvoorbeeld met een ETHOS-telling. • Het proces doet ertoe. De beslissing wie er nu mogen meedenken over de nieuwe regioplan- nen tegen dak- en thuisloosheid, is bepalend voor de inhoud van die plannen. Zorg als ge- meente dus dat de afdelingen wonen en werk & inkomen nu aanschuiven, net als belangen- behartigers en jongeren met ervaringskennis. • Gemeenten hebben visie, daadkracht en goede samenwerking nodig om huisvesting en bestaanszekerheid te realiseren voor dak- en thuisloze jongeren. Dat vraagt om een integrale aanpak. Wil je dat deze jongeren een uitkering hebben die hoog genoeg is, geef ze die dan.

Er is daarnaast een opdracht aan jeugdhulpaan- bieders: laat jongeren niet los voordat ze een vervolg- plek hebben en de andere kenmerken van de Big 5 op orde zijn (welzijn, steun, school/werk en inkomen). Wat fijn dat je deze vragenlijst wil invullen! Dat kost 5-10 minuten. We zijn op zoek naar jou als je: tussen de 18 en 27 jaar oud bent en dak- of thuisloos bent (geweest). Hiermee bedoelen we dat je een tijdje geen eigen woonruimte hebt (gehad) en bijvoorbeeld verblijft/verbleef in een (nood)opvang. Of dat je een instelling hebt verlaten zonder zicht op een woning, tijdelijk bij vrienden of familie gewoond, in een ander soort ruimte gewoond (vakantiehuis/auto). Wat je invult is helemaal anoniem. 1. Hoe oud ben je? (onder de 18 en boven de 27 → einde vragenlijst) jaar 2. Ik ben: Vrouw Man Non-binair Anders, namelijk: Wil ik niet zeggen 3. Hoe oud was je toen je dak- of thuisloos werd? Met dak- of thuisloos bedoelen we dat je geen eigen woonruimte had en bijvoorbeeld verbleef in een (nood)opvang. Of dat je tijdelijk bij vrienden of vreemden overnachtte of in een ander soort ruimte (vakantiehuis/auto/kraakpand). Als dat meerdere keren zo was, denk dan aan de eerste keer. jaar 4.

Waar woonde je voordat je dak- of thuisloos werd? Bij mijn ouder(s) Bij andere familie (bijvoorbeeld opa en oma) In een pleeggezin In een gezinshuis Op een groep (leefgroep, crisisgroep, behandelgroep) In de gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus) In een kamertrainingscentrum of fasehuis Begeleid of beschermd wonen Op mezelf In jeugddetentie Anders, namelijk: vragenlijst jongerenBIJLAGE 1 15 5. Wat was je laatste woonplek in de jeugdhulp? Dit antwoord kan hetzelfde zijn als bij de vorige vraag, dat hangt van je situatie af. Ik heb nooit in de jeugdhulp gewoond In een pleeggezin In een gezinshuis Op een groep (leefgroep, crisisgroep, behandelgroep) In de gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus) In een kamertrainingscentrum of fasehuis Begeleid wonen Anders, namelijk: 6. Wat kreeg je op je 17e voor jeugdhulp? Als je geen jeugdhulp kreeg, mag je dat ook invullen. 7. In welke provincie was dat? Als je op verschillende plekken hebt gewoond, denk dan aan de laatste plek voordat je dak- of thuisloos werd. Drenthe Flevoland Friesland Gelderland Groningen Limburg 8. Waardoor raakte je je woonplek kwijt? Als je meer dan één keer dakloos bent geworden, denk dan aan de eerste keer. Je kunt meerdere antwoorden aankruisen. Mijn verblijf werd door de hulpverleners/gemeente niet verlengd Ik werd weggestuurd Ik wilde er zelf niet blijven Ik kon er niet blijven wonen, omdat ik de huur niet kon betalen.

Door het overlijden van mijn ouder(s) Ik kwam uit de jeugddetentie Anders, namelijk: 9. Kun je iets vertellen over de reden dat je dak- of thuisloos werd? 10. Ben je op dit moment dak- of thuisloos? Ja Nee 11. Hoe lang ben je dak- of thuisloos (geweest)? Geef het aan in weken: Als je meerdere keren dak- of thuisloos was, tel dan die perioden bij elkaar op voor het totaal. Met dak- of thuisloos bedoelen we dat je geen eigen woonruimte had en bijvoorbeeld verbleef in een (nood-) opvang. Of dat je tijdelijk bij vrienden of vreemden overnachtte of in een ander soort ruimte (vakantiehuis/ auto/kraakpand). 16 Noord-Brabant Noord-Holland Overijssel Utrecht Zeeland Zuid-Holland 12. Op hoeveel verschillende plekken heb jij de nacht doorgebracht? Op straat, in de opvang, bij familie of vrienden. Ik heb op 1 plek geslapen Ik heb 2 tot 5 verschillende slaapplekken gehad Ik heb 5 tot 10 verschillende slaapplekken gehad Ik heb 10 tot 15 verschillende slaapplekken gehad Ik heb 15 tot 20 verschillende slaapplekken gehad Ik heb meer dan 20 verschillende slaapplekken gehad 13. Waar breng/bracht je de nacht door toen je geen vaste woonplek had? Meerdere antwoorden mogelijk. In een opvang voor dak- en thuislozen Bij vrienden In een auto of camper In een vakantiehuisje Op straat Bij familieleden Bij vreemden In een kraakpand Anders, namelijk: De vragen die nu volgen gaan meer over jouw gevoel.

Als je vragen niet kunt of wilt beantwoorden dan kun je die overslaan. 14. Hoe zien/zagen jouw dagen eruit toen je dak-/thuisloos was? 15. Hoe voel/voelde je je toen je geen vaste woonplek had? Voelde je je anders? Wat past het beste bij jou? Door mijn dak- of thuisloosheid: 16. Voel(de) ik mij… 1 2 3 4 5 Heel gestrest Neutraal Heel ontspannen 17. Voel(de) ik mij… 1 2 3 4 5 Heel stabiel Neutraal In een rollercoaster van emoties 18. Voel(de) het… 1 2 3 4 5 Heel hoopvol Neutraal Heel uitzichtloos 19. Ben jij na de eerste keer opnieuw dak- of thuisloos geworden? Ja Nee Zo ja: 20. Hoe vaak ben je opnieuw dak- of thuisloos geworden? 17 21. Wat betekent/betekende de dak- en thuisloosheid voor jou? Denk bijvoorbeeld aan de impact op je contact met vrienden en familie, werk/school of je mentale welzijn. 22. Heb je hulp (gekregen) tijdens je periode van dak- of thuisloosheid? Meerdere antwoorden mogelijk. Ja, door iemand van de (nacht-/dag-)opvang Ja, door iemand van het gemeenteloket Ja, door een oud-jeugdhulpverlener Ja, door mijn therapeut/psycholoog Ja, door mijn mentor op school Ja, door mijn vrienden/familie Ja, door vreemden Anders, namelijk: Nee, door niemand (→ vragen 23-26 overslaan) 23. Wat doen/deden ze voor jou? Meerdere antwoorden mogelijk.

Ik kreeg hulp bij de praktische zaken (zoals verzekeringen aanvragen, financiën, school, werk) Ik kreeg hulp bij het zoeken naar een huis Ik kon altijd bellen/afspreken als ik een luisterend oor nodig had Er werd naar mij geluisterd Ze hielpen mij aan (de juiste) contactpersonen Ze hielpen mij een traject op te starten Dat deden ze allemaal niet Anders, namelijk: 24. Wat vind/vond je van de begeleiding? 25. Mis(te) je iets in de begeleiding? Ja Nee Zo ja: 26. Wat mis(te) je in de begeleiding? Voor mensen die van niemand hulp kregen: 27. Wat voor hulp had je graag gehad? 18 Voor wie nu niet meer dak-/thuisloos is: 28. Hoe woon je nu? Zelfstandig (kan ook met partner of huisgenoot zijn) Bij mijn ouder(s) Bij andere familie (bijvoorbeeld opa en oma) In een pleeggezin In een gezinshuis Op een groep (leefgroep, crisisgroep, behandelgroep) In een kamertrainingscentrum of fasehuis Begeleid of beschermd wonen Anders, namelijk: Voor wie nu niet meer dak-/thuisloos is: 29. Wat merk je nu nog van je periode van dak- en thuisloosheid? Voor wie nu niet meer dak-/thuisloos is: 30. Hoe is je herstelproces verlopen na die tijd? 31. Wat moet er veranderen om ervoor te zorgen dat jongeren niet meer dak- of thuisloos worden? 32. Is er nog iets wat je kwijt wilt? Dank je wel voor al je antwoorden! Klik om ze te verzenden. 33.

Mogen wij later nog een keer contact met jou opnemen? Ja, ik ontvang graag het onderzoeksrapport en een bedankje voor mijn deelname Ja, ik wil graag (meer info over) meewerken aan een interview Nee, liever niet Zo ja: 34. Laat je hier je mailadres/telefoonnummer achter en dan nemen we over een tijdje contact met jou op. Je hoeft je naam niet te geven, je mag ook alleen je e-mailadres of telefoonnummer invullen. Voornaam: Achternaam: Telefoonnummer: E-mailadres: 19 Fijn dat je onze vragen wil beantwoorden. Als het onderzoek klaar is, delen we de aanbevelingen met je. De vragen gaan over jullie aanpak van dak- en thuisloosheid onder jongeren. Invullen duurt 10-15 minuten. Dat hoeft niet in één keer: je browser bewaart je antwoorden 15 dagen. Je kan er dus later mee verder. Maak hem wel af, want als je je reactie niet verstuurt zien we ook eerdere antwoorden niet. 1. Voor welke gemeente werk je? We verwerken alle informatie anoniem. In al onze uitingen is straks dus niks te herleiden op jouw gemeente. Maar het is fijn als we weten wie de vragenlijst al heeft ingevuld. 2. Aan welk beleidsveld werk je? Meerdere antwoorden mogelijk. Jeugd(zorg) Welzijn Wonen Maatschappelijke opvang WMO Anders, namelijk: 3. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid gaat voor een paradigmaverschuiving in de manier waarop we kijken naar en omgaan met dak- en thuisloosheid. Het gaat uit van Wonen Eerst.

Ben je bekend met het Nationaal Actieplan Dakloosheid? Ja, ik ken het goed Ik ken de hoofdlijnen uit het plan, niet de details Nee, dat ken ik nog niet 4. Heeft jouw gemeente de principes van Wonen Eerst al expliciet omarmd in een regioplan? Met Wonen Eerst bedoelen we dat er wordt ingezet op het bieden van woningen aan dak- en thuislozen in plaats van tijdelijke opvang. Ja, we hebben net een regioplan gemaakt met de Wonen Eerst principes. Ja, dat hadden we al vóór het Nationaal Actieplan Nee, maar dat zijn we wel mee bezig. Nee, en dat gaan we ook niet doen Nee, en ik weet niet of we dat gaan doen Ik weet niet of er al een plan is → Zo ja Upload hier het beleidsdocument Dat is niet verplicht. vragenlijst gemeentenBIJLAGE 2 20 5. Wil je daar iets over zeggen? 6. Welke beleidsvelden werk(t)en er mee aan het regioplan tegen dakloosheid? Meerdere antwoorden mogelijk. Heet het domein anders, kies dan de omschrijving die het beste past. Beleidsveld jeugd(zorg) Beleidsveld welzijn Beleidsveld wonen Beleidsveld maatschappelijke opvang Beleidsveld WMO Anders, namelijk: 7. Zijn/waren er ervaringsdeskundigen of belangenbehartigers (bijvoorbeeld straatadvocaten) betrokken bij het maken van het regioplan? Met belangenbehartigers bedoelen we geen zorgaanbieders.

Ja, ervaringsdeskundigen Ja, belangenbehartigers Ja, beide Nee, we betrekken hen niet Nee, ze zijn wel betrokken in bijvoorbeeld de uitvoer, maar niet in de beleidsontwikkeling 8. Met het Nationaal Actieplan Dakloosheid wordt extra budget vrijgemaakt om dak- en thuisloosheid terug te brengen. In 2023 was dat 55 miljoen. Wat doet jouw gemeente met dat geld? Meerdere antwoorden mogelijk. Voorkomen dat mensen dakloos worden (denk aan preventie, ambulante begeleiding, voorkomen van huisuitzettingen, etc.) Vergroten van de financiële bestaanszekerheid van dak- en thuislozen (zorgen voor voldoende inkomen, door bijvoorbeeld bijstand te verruimen) Realiseren van tijdelijke woningen voor dak- en thuislozen Realiseren van permanente woningen voor dak- en thuislozen Versterken van de uitvoeringspraktijk (betere toegang, betere regie) Iets anders rondom dak- en thuisloosheid Iets anders dat niet direct te maken heeft met dak- en thuisloosheid Dat weten we nog niet 9. Wil je daar meer over vertellen? 10. Wat vinden jullie als gemeente van de ambitie om in 2030 nul dak- en thuislozen te hebben? Is dat haalbaar/realistisch? We gaan ervoor, maar het lijkt ons niet haalbaar We gaan er niet voor en het lijkt ons ook niet haalbaar We gaan ervoor, het lijkt ons haalbaar We gaan er niet voor, maar het lijkt ons wel haalbaar 11.

Weet je hoeveel dak- en thuisloze jongeren er zijn in jouw gemeente? Jongeren definiëren we als mensen tussen de 16-27 jaar. Dak- en thuisloosheid definiëren we net als ETHOS- Light in zeven categorieën: mensen die leven in…. 21 • de openbare ruimte • de noodopvang • een tijdelijke opvang voor dakloze mensen • een instelling maar binnen 30 dagen uit moeten stromen zonder vervolgplek • niet-conventionele woonplekken (vakantiewoning, auto, kraakpand) • tijdelijk verblijf bij familie, vrienden of kennissen • een huis maar dreigen te worden uitgezet Dat weten we bij deze gemeente niet Ik weet het niet, maar een collega wel Ik heb een grove schatting Ik heb een (vrij) precieze schatting → Als het onbekend is bij de gemeente: door naar vraag 15 → Als invuller het niet weet, maar een collega wel: door naar vraag 16 → Als invuller een schatting heeft: door naar vraag 12 en 14 → Als invuller het precies weet: door naar vraag 13 en 14 12. Hoeveel dak- en thuisloze jongeren schat je dat er zijn in jouw regio (centrumgemeente + regiogemeenten)? Weet je het alleen voor je eigen gemeente en niet voor de regio? Geef het dan aan. 13. Hoeveel dak- en thuisloze jongeren zijn er in jouw regio (centrumgemeente + regiogemeenten)? Weet je het alleen voor je eigen gemeente en niet voor de regio? Geef het dan aan. 14.

Waar baseer je dat getal op? Uit welke bron weet je dat? En gaat het dan alleen om jongeren in de opvang/op straat, of ook om jongeren die bankhoppen? 15. Hoe komt het dat dat onbekend is? 16. Weet je hoeveel jongeren er in de jeugdhulp met verblijf in jouw gemeente 18 jaar worden in 2024? Onder jeugdhulp met verblijf verstaan we pleegzorg, gezinshuizen, open en gesloten groepen en ander verblijf. Dat weten we bij deze gemeente niet Ik weet het niet, maar een collega wel Ik heb een schatting Ik weet het precies → Als het onbekend is bij de gemeente: door naar vraag 20 → Als invuller het niet weet, maar een collega wel: door naar vraag 22 → Als invuller een schatting heeft: door naar vraag 17 en 19 → Als invuller het precies weet: door naar vraag 18 en 19 17. Hoeveel jongeren in de jeugdhulp met verblijf worden er 18 in 2024 jouw gemeente, schat je? 22 18. Hoeveel jongeren in de jeugdhulp met verblijf worden er 18 in 2024 jouw gemeente? 19. Waar baseer je dat getal op? Uit welke bron weet je dat? 20. Hoe komt het dat dat onbekend is? Voor wie een schatting of precies aantal kon geven: 21. Voor hoeveel van deze jongeren is er plek geregeld voor na hun 18e verjaardag? Dat kan zijn op hun huidige woonplek, of elders. 22. Waar loopt jouw gemeente tegenaan in de aanpak van dak- en thuisloosheid onder jongeren? Wat zijn knelpunten? 23.

Wat zou jou helpen als gemeente om dak- en thuisloosheid onder jongeren tegen te gaan? En wie moet dat dan doen? 24. Heb je nog opmerkingen? Wil je ons iets meegeven? 23 Over Het Vergeten Kind Het Vergeten Kind zet zich in voor kinderen en jongeren die thuis veel problemen hebben. Ze hebben bijvoor- beeld te maken met armoede, psychische problemen en soms met mishandeling of verwaarlozing. De situatie kan zo ernstig zijn dat kinderen niet meer thuis bij hun ouders kunnen wonen. Ook in de zorg lopen zij tegen problemen aan. Deze kinderen en jongeren hebben aandacht, stabiliteit en continuïteit nodig. En een thuis. Onderzoeksteam Romy van Doorn, Berdien Jager, Yfke van der Ploeg, Shanna van der Wal en Madelief Weijs Vormgeving Gaby Dam Stichting Het Vergeten Kind Joseph Haydnlaan 2a 3533 AE Utrecht © Stichting Het Vergeten Kind, Utrecht, juni 2023. Overname van teksten is toegestaan, mits stichting Het Vergeten Kind als bron wordt vermeld. We zijn dankbaar aan alle jongeren die hun verhaal deden en gemeenten die inzicht gaven in hun werk. We bedanken in het bijzonder Jongerenpanel de Derde Kamer, voor hun feedback op onze vragenlijst en meelezers van dit rapport voor hun verbeterpunten. COLOFON 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/06fcbe74-bdff-4da6-a519-271abe94b334?agendaItemId=6769968f-3e28-40fb-bb4c-53c02fed6898