4.1 VRIJ - Bijlage 4 conceptregeling Veiligheidsregio IJsselland
Tekst van het document
1 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VEILIGHEIDSREGIO IJSSELLAND 2024 C0NCEPT 27-09-2023 Deze regeling bevat de wijzigingen, die de colleges in 2024 vaststelden en die in werking treden op 1 …………… 2024. Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. deelnemende gemeente(n): de aan deze regeling deelnemende gemeen- ten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle; b. de veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; c. de wet: Wet veiligheidsregio’s. Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam Veiligheidsregio IJsselland. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Zwolle. Artikel 3 Bestuursorganen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Openbaar lichaam De veiligheidsregio dient een openbaar lichaam te zijn. Volgens de Wet gemeen- schappelijke regelingen (Wgr) is de veiligheidsregio rechtspersoon, waardoor het zelfstandig kan deelnemen aan het rechtsverkeer. Dat wil zeggen: in eigen naam en onder eigen verantwoordelijkheid kan optreden en rechten en plichten kan aangaan.
Artikel 3 Bestuursorganen 2 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting De veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en, indien ingesteld, commissies als bedoeld in ar- tikel 25. HOOFDSTUK 2 BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 4 Belangen De veiligheidsregio behartigt de belangen van deelnemende gemeenten op het ge- bied van risicobeheersing, brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, beheer- sing en bestrijding van rampen en crises. Daartoe behoort in het bijzonder ook een doelmatige en slagvaardige hulpverlening en samenwerking als één organisa- tie bij rampen en crises mede op basis van een gecoördineerde voorbereiding.
Artikel 5 Belangenbehartiging De behartiging van de in artikel 4 bedoelde belangen omvat meer algemeen: – het bevorderen van overleg met en tussen de deelnemende gemeenten ter afstemming en coördinatie van gemeentelijke beleidsvoornemens en beleids- maatregelen; – het bevorderen van gemeenschappelijke standpuntbepalingen; – het bieden van een platform en faciliteiten voor flexibele samenwerkingsvor- men van gemeenten en/of betrokken partijen rondom gezamenlijke belangen; – het voeren van overleg met de andere overheden en het vertegenwoordigen van de afzonderlijke deelnemende gemeenten, indien en voor zover deze daar- om verzoeken dan wel daarmee instemmen. Artikel 6 Wettelijke taken en bevoegdheden Artikel 12 Wgr schrijft voor dat een openbaar lichaam de volgende drie bestuurs- organen heeft: een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam (artikel 12, tweede lid). Indien een bestuurscommissie wordt ingesteld, maakt die deel uit van de bestuursorganen. Artikel 4 Belangen Artikel 10, eerste lid Wgr. schrijft voor dat de gemeenschappelijke regeling het belang of de belangen vermeldt waarvoor ze wordt aangegaan. Onder ‘belang’ wordt verstaan het beleidsterrein waarop wordt samengewerkt.
Met het vastleg- gen van het belang of de belangen wordt het werkgebied van de gemeenschappe- lijke regeling afgebakend. De omschrijving van artikel 4 is ontleend aan de Wet veiligheidsregio’s en de toelichting daarop. Naar aanleiding van de evaluatie van de Wet Vr’s werkt het kabinet aan nieuwe wetgeving om te komen tot een toekomstbestendig, samenhangend stelsel voor crisisbeheersing en brandweerzorg. Dit kan wijziging meebrengen in de hier ge- noemde belangen en in de wetten en bevoegdheden, genoemd in artikel 6. Artikel 5 Belangenbehartiging In dit artikel gaat het om algemene belangenbehartiging. In de praktijk komt dat geregeld voor. Zoals bij de vorming van Brandweer IJsselland, de samenwerking in Oost5, de samenwerking met andere crisispartners en bij de aanpak van de op- vang van vluchtelingen. Artikel 6 Wettelijke taken en bevoegdheden 3 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting Ter behartiging van de in artikel 4 bedoelde belangen bezitten de bestuursorganen van de veiligheidsregio de taken en bevoegdheden, die hen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wet veiligheidsregio’s, de Omgevingswet de (Tijdelijke) Wet Ambulancezorg en de Wet publieke gezondheid toekomen. De Wgr. noemt de algemene bevoegdheden van de bestuursorganen om aan het rechtsverkeer deel te nemen.
Volgens artikel 10 Wet veiligheidsregio’s dragen de gemeenten aan het bestuur van de veiligheidsregio de hierna genoemde taken en bevoegdheden over. Deze komen toe aan het algemeen bestuur, voor zover de wet en deze regeling niet an- ders bepalen: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet; d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en instandhouden van een brandweer; f. het instellen en instandhouden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. het inrichten en instandhouden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
In aansluiting daarop noemen de volgende artikelen specifieke taken en bevoegd- heden: – artikel 14: vaststelling beleidsplan; – artikel 16: vaststelling crisisplan; – artikel 15: vaststelling risicoprofiel; – artikel 17: vaststelling rampbestrijdingsplan; – artikel 19: sluiting samenwerkingsconvenant met politie en justitie; – artikel 22: zorg voor uniforme informatie- en communicatievoorziening; – artikel 31: aanwijzing inrichtingen als bedrijfsbrandweerplichtig; 4 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting Artikel 7 Andere taken en bevoegdheden 1. De bestuursorganen van de veiligheidsregio zijn bevoegd tot a het coördineren, (doen) uitvoeren en ondersteunen van gezamenlijke af- spraken tussen de deelnemende gemeenten als kolom in het belang van doelmatige en slagvaardige hulpverlening en van samenwerking als één – artikel 35: uitvoering van de eigen meldkamerfunctie; – artikel 36: aanwijzing coördinerend functionaris voor de gemeenten; – artikel 39: bevoegdheden voorzitter bij bovenlokale rampen en crises; – artikel 46: verschaffing informatie over rampen en crises die de regio kunnen treffen; – artikel 51: aanvraag bijstand bij ramp of crisis; – artikel 63: oplegging bestuursdwang.
De Omgevingswet maakt de veiligheidsregio wettelijk adviseur van gemeenten voor vergunningaanvragen voor bepaalde milieubelastende activiteiten. De Wet publieke gezondheid draagt de volgende taken en bevoegdheden op: – Artikel 6: de voorbereiding op de bestrijding van een epidemie van bepaalde infectieziekten; – Artikel 6: de voorzitter van de veiligheidsregio draagt zorg voor de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A, of een directe dreiging daarvan, en is dan ten behoeve van deze bestrijding bij uitsluiting be- voegd om toepassing te geven aan bepaalde artikelen van de wet. – Artikel 8: beschrijving in het crisisplan van de organisatie, de taken en be- voegdheden in het kader van de bestrijding van de aangewezen infectieziek- ten. Dit in overeenstemming met het algemeen bestuur van de GGD, dat ver- antwoordelijk is voor de uitvoerende GGD-organisatie. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Overdracht is gebeurd in het Delegatie- en mandaatbesluit. Artikel 7 Andere taken en bevoegdheden Dit artikel regelt de toekenning van andere taken en bevoegdheden aan de veilig- heidsregio.
Deze taken en bevoegdheden komen toe aan het algemeen bestuur, dat ze aan het dagelijks bestuur bevoegdheden kan overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 5 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting organisatie bij rampen en crises. b het voeren van regie op de samenwerking en de versterking van een unifor- me multidisciplinaire aanpak op het gebied van bevolkingszorg. c het op verzoek adviseren van gemeenten over veiligheid van evenementen. d het aanwijzen van toezichthoudende ambtenaren indien een gemeente toezichthoudende taken opdraagt met toepassing van de volgende leden dit artikel. 2 De veiligheidsregio kan andere taken uitvoeren voor een of meer deelnemen- de gemeenten of voor andere gemeenten. 3 De uitvoering van taken, opgedragen op grond van lid 2: a dient de behartiging van de belangen, genoemd in artikel 4. b geschiedt, voor zover niet opgenomen in deze regeling, op verzoek van de betreffende gemeente of gemeenten. c wordt schriftelijk (nader) vastgelegd tussen de veiligheidsregio en de betreffende gemeente of gemeenten. 4.
De schriftelijke afspraken betreffen in ieder geval: a de diensten of prestaties van de veiligheidsregio; b de duur en de kosten van de taakuitvoering, c de toewijzing van specifieke bevoegdheden, d de opzegtermijn van de dienstverlening e de verrekening van eventuele desintegratiekosten. Daarbij geldt als uit- gangspunt dat de gemeente(n) die de dienstverlening voortijdig beëindigt, de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van die beëindiging en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel daarvan ondervinden. Artikel 8 Deelname aan bepaalde rechtsvormen De veiligheidsregio is bevoegd tot In lid 1 gaat het bij de punten a en b om taken op het gebied van bevolkingszorg. Punt a houdt verband met de aanwijzing (door het algemeen bestuur) van een co- ordinerend functionaris gemeenten, die is belast met de coördinatie van de maat- regelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of een crisis. Volgens de memorie van toelichting is deze functionaris verantwoorde- lijk voor een goede voorbereiding ten aanzien van de gemeentelijke processen (zoals voorlichting, milieu, nazorg en opvang, verzorging en registratie van slacht- offers). Het nieuwe punt b van lid 1 vloeit voort uit de evaluatie van de Wet Vr’s.
Bij de komende wetswijziging zal een regierol voor de veiligheidsregio worden vastge- legd ten aanzien van bevolkingszorg en voor samenwerking en versterking van een uniforme multidisciplinaire aanpak daarbij. Dit betekent niet dat de veilig- heidsregio verantwoordelijkheden overneemt van de colleges van B&W, maar sa- menwerking initieert binnen de hoofdstructuur van het stelsel crisisbeheersing en deze monitort en zo nodig signaleert. Landelijk is afgesproken, dat deze regierol wordt opgepakt voorafgaand aan de wetswijzing. De veiligheidsregio adviseert de gemeenten op verzoek over de veiligheid van evenementen. Dit gebeurt al jaren en wordt nu opgenomen in lid 1, punt c. Daarnaast kunnen één of meer gemeenten ook naderhand taken aan de veilig- heidsregio opdragen. Daarvoor dienen de leden 2 – 4. Ze houden in, dat speci- fieke afspraken worden gemaakt met de betreffende gemeenten. Indien een ge- meente dat wenst, regelt punt d van lid 1 de bevoegdheid tot aanwijzing van toe- zichthoudende ambtenaren. De dienstverlening vindt plaats tegen betaling en op basis van een overeenkomst waarin wordt neergelegd welke prestaties de veilig- heidsregio zal leveren en welke kosten bij de gemeente in rekening zullen worden gebracht.
Artikel 8 Deelname aan bepaalde rechtsvormen 6 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting a. het mede treffen van en tot het deelnemen aan een gemeenschappelijke re- geling, als bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; b. de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennoot- schappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de beharti- ging van het daarmee te dienen openbaar belang. Artikel 9 Wijziging van taken en bevoegdheden 1. De taken en bevoegdheden van de veiligheidsregio, genoemd in artikel 6 van deze regeling, kunnen worden gewijzigd in geval van noodzakelijke aanpas- sing, voortvloeiend uit landelijke en/of Europese wetgeving. Het algemeen be- stuur dient tot de wijziging te besluiten. 2. Het algemeen bestuur deelt zijn besluit en de redenen daartoe mee aan de deelnemende gemeenten. Artikel 10 Ombudsfunctie Lid a: De wettelijke grondslag ligt in artikel 93 van de Wet gemeenschappelijke re- gelingen. Het bepaalt, dat aan een gemeenschappelijke regeling tevens andere openbare lichamen (zoals de veiligheidsregio) kunnen deelnemen indien zij daar- toe bevoegd zijn. Hetzelfde zegt artikel 96 Wgr.
als het gaat om het treffen van een gemeenschappelijke regeling door gemeenten en andere openbare lichamen. Lid b beoogt te voorzien in het vereiste van artikel 31a Wgr. dat het algemeen be- stuur slechts besluiten tot de oprichting van en de deelneming in privaatrechte- lijke rechtspersonen kan nemen, indien de regeling in deze mogelijkheid voorziet en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende ge- meenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het open- baar lichaam te brengen. Artikel 9 Wijziging van taken en bevoegdheden De procedure van wijziging van bevoegdheden in dit artikel is bedoeld voor wijzi- gingen van ondergeschikt belang. Artikel 10, tweede lid, Wgr biedt de mogelijk- heid om een dergelijke bepaling in de regeling op te nemen. Bij wijzigingen van ondergeschikt belang wordt hier gedacht aan wijzigingen in be- voegdheden als gevolg van veranderingen in landelijke en Europese wetgeving. Het algemeen bestuur kan niet besluiten tot uitbreiding van de overgedragen be- voegdheden. Dat wil zeggen: het overdragen van bevoegdheden van de deelne- mers aan het bestuur van het openbaar lichaam.
Dergelijke principiële verande- ringen in de bevoegdheden van de veiligheidsregio (een verruiming of beperking van bevoegdheden) mogen alleen worden aangebracht door middel van de (zwaardere) procedure van wijziging van de regeling, neergelegd in artikel 38 van deze regeling. Of een voorstel tot wijziging van de regeling van ondergeschikt be- lang is of niet, is ter beoordeling van het algemeen bestuur. Artikel 10 Ombudsfunctie 7 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting De ombudsman of ombudscommissie van de gemeente Zwolle is bevoegd tot de behandeling van de verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. HOOFDSTUK 3 ALGEMEEN BESTUUR Artikel 11 Samenstelling 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende ge- meenten. 2. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester te zijn van een deelnemende gemeente. 3. De hoofdofficier van justitie en de coördinerend voorzitter namens de water- schappen, bedoeld in artikel 12 van de wet, binnen welks grondgebied de vei- ligheidsregio is gelegen, worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergade- ringen van het algemeen bestuur. Zij hebben daarin een adviserende stem. 4.
De commissaris van de Koning wordt uitgenodigd om bij de vergaderingen van het algemeen bestuur aanwezig te zijn. De commissaris kan zich laten ver- tegenwoordigen. 5. Als adviserend lid zijn bij de vergaderingen van het algemeen bestuur aanwe- zig: a. de districtschef van het district IJsselland van de Politie. b. de directeur veiligheidsregio/commandant van de brandweer. De Wet extern klachtrecht geldt vanaf 1 januari 2006 en voegt het externe klacht- recht toe aan de Algemene wet bestuursrecht. De wet is ook van toepassing op gemeenschappelijke regelingen. Voor regio’s is de keuze tot invulling van de om- budsfunctie beperkt tot 2 varianten: a. nationale ombudsman; b. een ombudsman of ombudscommissie van een van de deelnemers aan de ge- meenschappelijke regeling. Artikel 10 houdt de keuze in voor variant b. De gemeente Zwolle maakt gebruik van de Stichting De Overijsselse Ombudsman. Door te kiezen voor de gemeente Zwolle kan de veiligheidsregio daarvan ook gebruikmaken. Indien de ombudsfunctie niet in de gemeenschappelijke regeling zelf is opgeno- men, dan is de nationale ombudsman als vangnet bevoegd. Artikel 11 Samenstelling (van het algemeen bestuur) De leden 1, 3 en 6 van dit artikel zijn overgenomen uit de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 12 van deze wet geeft aan welke hoofdofficier van justitie wordt uitgeno- digd voor het algemeen bestuur.
Omdat het grondgebied van de veiligheidsregio in meer dan één waterschap ligt, bepalen volgens de Wet veiligheidsregio’s de be- trokken voorzitters van de waterschappen wie van hen deelneemt aan de verga- deringen van het AB. Als adviserende leden zijn aanwezig de leidinggevenden van de samenwerkende regionale hulpverleningsdiensten, de aangewezen coördinerend functionaris ge- meenten, zoals bedoeld in artikel 36 van de Wet veiligheidsregio’s, en de regio- naal militair commandant. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is gekoppeld aan de functie van bur- gemeester. Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester, treedt de loco- burgemeester namens zijn gemeente op als lid van het algemeen bestuur. Dit is op grond van de algemene waarnemingsregeling in artikel 77, eerste lid, 8 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting c. de directeur publieke gezondheid. d. de aangewezen coördinerend functionaris gemeenten. e. de regionaal militair commandant. 6. De voorzitter nodigt andere functionarissen, wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. Artikel 12 De werkwijze 1.
Het algemeen bestuur vergadert tenminste vier keer per jaar en voorts zo dik- wijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordelen, dan wel in- dien tenminste drie leden daarom verzoeken. 2. Het reglement van orde dat door het algemeen bestuur wordt vastgesteld, alsmede de daarin aangebrachte wijzigingen, worden aan de deelnemende gemeenten gezonden. 3. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: a. het vaststellen van het beleidsplan veiligheidsregio; b. het vaststellen of wijzigen van de begroting; c. het vaststellen van de rekening; d. het wijzigen van deze regeling; e. het vaststellen van een liquidatieplan. 4. Het algemeen bestuur kan andere voorgenomen besluiten dan die waarvoor de wet of deze regeling dat voorschrijft om een zienswijze voorleggen aan de gemeenteraden. Het dagelijks bestuur biedt de raden dan een termijn van mi- nimaal acht weken voor het naar voren brengen van een zienswijze. 5. Tegelijkertijd met de toezending van het definitieve bestuursvoorstel stelt het dagelijks bestuur de raden van de gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclu- sies die het daaraan verbindt. Gemeentewet. Een locoburgemeester kan zijn burgemeester niet vervangen als lid van het dagelijks bestuur.
De leden van het dagelijks bestuur worden benoemd door en uit het algemeen bestuur. Artikel 12 De werkwijze In artikel 22, eerste lid, Wgr is geregeld dat het algemeen bestuur voor zijn verga- deringen een reglement van orde vaststelt. De vergaderingen van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam zijn open- baar (artikel 22, derde lid, Wgr). Het vierde en vijfde lid van artikel 22 Wgr regelen de procedure die moet worden gevolgd om een vergadering in beslotenheid te la- ten plaatsvinden. Het derde lid van dit artikel bevat een lijst met onderwerpen waarover in ieder geval niet in beslotenheid vergaderd of besloten mag worden. Deze lijst is geba- seerd op artikel 24 Gemeentewet. Hierin staan de onderwerpen vermeld waar- over de gemeenteraad niet in beslotenheid mag beraadslagen of besluiten. De lijst met onderwerpen kan worden uitgebreid. De Wgr. maakt het mogelijk, dat het algemeen bestuur andere voorgenomen be- sluiten dan die waarvoor dat al is voorgeschreven om een zienswijze aan de raden voorlegt. VRIJ moet op grond van verschillende wettelijke regels tenminste 16 ver- schillende voorgenomen besluiten/documenten al voorleggen/toesturen aan de ge- meenteraden.
In verband hiermee is ervoor gekozen om op te nemen, dat het algemeen bestuur andere voorgenomen besluiten dan die waarvoor de wet of deze regeling dat voor- schrijft om een zienswijze kan voorleggen aan de gemeenteraden. Het dagelijks be- stuur biedt de raden dan een termijn van minimaal acht weken voor het naar voren brengen van een zienswijze. 9 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting Artikel 13 De besluitvorming 1. Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem. 2. De besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. In- dien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Artikel 14 Regeling coördinerend burgemeester Het algemeen bestuur kan met de burgemeesters van de deelnemende gemeen- ten een regeling treffen van de taken en bevoegdheden van een coördinerend burgemeester in andere situaties dan genoemd in artikel 39 van de Wet veilig- heidsregio’s. Artikel 15 Verordeningen 1. Het algemeen bestuur is bevoegd verordeningen vast te stellen, die nodig zijn ter regeling van personele, organisatorische en huishoudelijke zaken. 2. Het algemeen bestuur is bevoegd extern verbindende verordeningen vast te stellen binnen het kader van de taken en bevoegdheden van de veiligheids- regio. Artikel 16 Voorbereiding extern verbindende verordeningen 1.
Het dagelijks bestuur stelt een ontwerp van een verordening, als bedoeld in artikel 15, lid 2, op en wint daarover advies in van de desbetreffende commissie als bedoeld in de artikelen 24 en 25. Artikel 13 De besluitvorming (in het algemeen bestuur) Dit artikel bevat de regeling voor de besluitvorming door het algemeen bestuur. Uitgangspunt is dat elke deelnemende gemeente gelijke invloed heeft op de be- sluitvorming in het algemeen bestuur. De Wet veiligheidsregio’s bepaalt, dat de besluitvorming gebeurt met gewone meerderheid van stemmen en dat de voor- zitter een doorslaggevende stem heeft indien de stemmen staken. Artikel 14 Regeling coördinerend burgemeester Dit betreft een kan-bepaling. In geval van een ramp of crisis van meer dan plaat- selijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is volgens arti- kel 39 van de Wet veiligheidsregio’s de voorzitter van de veiligheidsregio bij uit- sluiting bevoegd om ten behoeve van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in het getroffen gebied toepassing te geven aan bepaalde wettelijke bevoegdheden van de burgemeester voor noodsituaties. Gemeenten kunnen ook te maken krijgen met grootschalige inzet van hulpverle- nings- en andere diensten in andere situaties dan rampen en crises. Vaak als ge- volg van landelijk beleid en maatregelen, bijvoorbeeld bij besmettelijke dierziek- ten.
Artikel 15 Verordeningen Lid 2 heeft betrekking op verordeningen die ook voor derden kunnen gelden. Deze verordeningen kunnen een meer ingrijpend karakter hebben. Daarvoor geeft artikel 16 een zwaardere procedure. Artikel 16 Voorbereiding extern verbindende verordeningen Belangrijk is de nauwe betrokkenheid van de gemeenten. De verantwoordelijkheid voor de bekendmaking van algemeen verbindende voor- schriften ligt bij het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam. De bekendmaking 10 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting 2. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van eenverordening, vergezeld van de ontvangen adviezen, aan de deelnemende gemeenten, die hun beschouwingen binnen drie maanden ter kennis van het algemeen bestuur kunnen brengen. 3. Binnen twee maanden na het verstrijken van de in lid 2 genoemde termijn beslist het algemeen bestuur omtrent de vaststelling van de verordening. 4. Het dagelijks bestuur zendt onverwijld de verordening na vaststelling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan de verder bij wettelijk voor- schrift daartoe aangewezen besturen en functionarissen. De artikelen 139 tot en met 144 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17 Heffing rechten Aan de veiligheidsregio wordt de bevoegdheid toegekend tot het bij verordening heffen van rechten bedoeld in artikel 229, lid 1, onder b, van de Gemeentewet en de rechten waarvan de heffing krachtens bijzondere wetten geschiedt. Artikel 18 Samenloop verordeningen Voor zover een verordening als bedoeld in de artikelen 15, lid 2, en 17 voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een deelnemende gemeente, regelt de eerstbedoelde verordening de onderlinge verhouding. Zij kan bepalen dat de ge- meentelijke verordening voor het gehele gebied dan wel voor een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te gelden. Artikel 18a Participatie Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en andere belanghebbenden kunnen 1. een verzoekschrift indienen bij het dagelijks bestuur; 2. in een openbare vergadering van het algemeen bestuur het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. dient elektronisch te geschieden. De veiligheidsregio maakt algemeen verbindende voorschriften en andere documenten bekend via Overheid.nl. Artikel 17 Heffing rechten De bevoegdheid tot het heffen van genoemde rechten is gebaseerd op artikel 30 van de Wgr. De bevoegdheid is toegekend, niet overgedragen in de zin dat de deelnemende gemeenten die bevoegdheid niet meer zouden hebben.
Bij de rech- ten, bedoeld in artikel 229, lid 1, onder b, van de Gemeentewet gaat het om de heffing van leges. Artikel 18 Samenloop verordeningen De regeling van de onderlinge verhouding wanneer een verordening van de Veilig- heidsregio op hetzelfde onderwerp betrekking heeft als een gemeentelijke verorde- ning, is ontleend aan artikel 30 lid 3 van de Wgr. Artikel 18a Participatie Deze bepaling geeft toepassing aan artikel 10, zevende lid, van de Wgr. om ingeze- tenen van de gemeenten en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorbe- reiding en uitvoering van beleid. Ingeval gemeenten daar behoefte aan hebben kan VRIJ bij vraagstukken op haar werkterrein deelnemen aan gemeentelijke participatie-initiatieven. 11 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting Artikel 18b Evaluatie 1. Het algemeen bestuur kan besluiten om de regeling of één of meer onderde- len daarvan te evalueren. 2. Het dagelijks bestuur zal dan een evaluatievoorstel aan de deelnemende col- leges voorleggen. HOOFDSTUK 4 DAGELIJKS BESTUUR Artikel 19 Samenstelling 1. Het algemeen bestuur bepaalt telkens voor een periode van vier jaren het aan- tal te vervullen plaatsen in het dagelijks bestuur naast die van de voorzitter.
Het wijst uit de burgemeesters in zijn midden de leden van het dagelijks bestuur aan om die plaatsen te vervullen. 2. De leden van het dagelijks bestuur blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. Artikel 20 Taken en bevoegdheden Naast de taken en bevoegdheden die de wet en deze regeling overigens aan het dagelijks bestuur opdragen, heeft dit bestuur de volgende taken en bevoegdhe- den: a. de belangen van het openbaar lichaam te behartigen bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor de veiligheidsregio van be- lang is; b. de vermogenswaarden van de veiligheidsregio te beheren; c. de controle op het beheer van de vermogenswaarden en de boekhouding te verzorgen, voor zover deze niet aan anderen toekomt; d. toezicht te houden op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden; e. voortdurend toezicht te houden op al wat het openbaar lichaam aangaat. Artikel 18b Evaluatie Er wordt voor gekozen om op voorhand geen specifieke afspraken te maken over evaluatie van de regeling. In plaats daarvan wordt vastgelegd, dat alge- meen bestuur kan besluiten om de regeling of één of meer onderdelen daar- van te evalueren. Bijvoorbeeld als meerdere colleges daarom verzoeken. Artikel 19 Samenstelling (van het dagelijks bestuur) Het aantal leden van het dagelijks bestuur mag nooit de meerderheid van het al- gemeen bestuur uitmaken.
Het lidmaatschap van het AB is voorbehouden aan de burgemeesters en daardoor niet gebonden aan een zittingstermijn. Een loco-burgemeester kan de burgemeester niet vervangen als lid van het dage- lijks bestuur. Artikel 20 Taken en bevoegdheden (van het dagelijks bestuur) Op grond van artikel 33b van de Wgr is het dagelijks bestuur in ieder geval be- voegd: a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d. ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan; e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te beslui- ten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in ar- tikel 31a; f. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het alge- meen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepspro- cedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij 12 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting Artikel 21 Werkwijze en vergaderorde 1.
Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt dan wel indien tenminste twee leden daarom verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 2. Het dagelijks bestuur stelt in zijn eerste vergadering na zijn verkiezing een portefeuilleverdeling vast. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluit hierover mee aan het algemeen bestuur. 3. Het dagelijks bestuur kan voor de uitvoering van zijn taken een reglement van orde opstellen. 4. De besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen, tenzij anders in de regeling is bepaald. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. HOOFDSTUK 5 DE VOORZITTER Artikel 22 Aanwijzing en vervanging het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorko- mende gevallen anders beslist. g. alle conservatoire maatregelen te nemen en te doen wat nodig is ter voorko- ming van verjaring of verlies van recht of bezit, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding. Het dagelijks bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.
Het algemeen bestuur besloot om de benoeming en het ontslag van de comman- dant regionale brandweer en van de secretaris aan zichzelf te houden. Artikel 21 Werkwijze en vergaderorde (van het dagelijks bestuur) Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 22 Aanwijzing en vervanging (van de voorzitter) Artikel 11 van de Wet veiligheidsregio’s bepaalt dat de voorzitter van het bestuur, in afwijking van artikel 13, negende lid, van de Wet gemeenschappelijke 13 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting 1. De voorzitter van het (algemeen en het dagelijks) bestuur is de burgemeester die overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de Wet veiligheidsregio’s bij konink- lijk besluit is benoemd. 2. Het algemeen bestuur wijst een van zijn leden aan, die de voorzitter bij afwe- zigheid vervangt, en bepaalt de periode waarvoor die aanwijzing geldt. Artikel 23 Taken en bevoegdheden 1. Naast de taken en bevoegdheden die wetten en uitvoeringsbesluiten, als- mede deze regeling, overigens aan de voorzitter opdragen, heeft de voorzitter de volgende taken en bevoegdheden a. de vergaderingen van het dagelijks en algemeen bestuur te leiden; b. ervoor te zorgen, dat de besluiten van het algemeen bestuur en het dage- lijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd; c. de bestuurlijke processen te coördineren; d.
de stukken, die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan, te onder- tekenen. regelingen, bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur, wordt benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten in de regio. De voorzitter kan bij konink- lijk besluit worden geschorst en ontslagen. Ter zake de benoeming, de schorsing en het ontslag wordt de commissaris van de Koning om advies gevraagd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de rechtspositie van de voorzitter van een veiligheidsregio. Degene die het voorzitterschap van de veiligheidsregio bekleedt, is zowel voorzit- ter van het algemeen bestuur als van het dagelijks bestuur (artikel 12, derde lid, Wgr). Vanaf de oprichting is de bestuurlijke lijn in Veiligheidsregio IJsselland dat de aan- wijzing van plaatsvervangend voorzitter(s) gebeurt op volgorde van gemeente- grootte. Het ligt voor de hand, dat de plaatsvervanger van de voorzitter ook zitting heeft in het DB. Het betekent, dat diens aanwijzing gebeurt in dezelfde vergadering, waarin het DB wordt samengesteld, of dat het AB naderhand een DB-lid als plaatsvervangend voorzitter aanwijst. Artikel 23 Taken en bevoegdheden (van de voorzitter) Belangrijke bevoegdheden van de voorzitter geeft artikel 39 van de Wet veilig- heidsregio’s voor situaties van bovenlokale rampen en crises.
In dergelijke situa- ties is de voorzitter bevoegd om – toepassing te geven aan de artikelen 4 tot en met 7 van deze wet, aan artikel 12, eerste lid, 15, eerste lid, 54, eerste lid, 57, eerste lid, en 60b, eerste lid, van de Politiewet 1993, de artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeente- wet, met uitzondering van artikel 176, derde tot en met zesde lid, en de arti- kelen 5 tot en met 7 van de Wet openbare manifestaties. 14 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting 2. De voorzitter vertegenwoordigt de veiligheidsregio in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen per- soon. HOOFDSTUK 6 COMMISSIES Artikel 24 Commissies van advies Het algemeen bestuur kan vaste commissies van advies instellen, met inachtne- ming van artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 25 Bestuurscommissies Met inachtneming van artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen kan het algemeen bestuur commissies instellen met het oog op de behartiging van be- paalde belangen. – het regionaal beleidsteam bijeen te roepen, dat bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten die betrokken zijn of dreigen te worden bij de ramp of cri- sis, alsmede uit de hoofdofficier van justitie.
– een regionaal operationeel leider aan te wijzen, die is belast met de leiding van een regionaal operationeel team, dat bestaat uit leidinggevenden van de betrokken diensten. – de regionaal operationeel leider de bevelen te geven die hij nodig acht in ver- band met de uitvoering van de door hem genomen besluiten. Wet publieke gezondheid – Artikel 6: de voorzitter van de veiligheidsregio draagt zorg voor de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A, of een directe dreiging daarvan, en is dan ten behoeve van deze bestrijding bij uitsluiting be- voegd om toepassing te geven aan de artikelen 34, vierde lid, 47, 51, 54, 55 of 56 van de wet. Artikelen 24 Commissies van advies De Wgr. biedt de mogelijkheid om twee soorten commissies in te stellen: com- missies van advies en bestuurscommissies. Artikel 24 Wgr. opent de mogelijkheid voor het algemeen bestuur om adviescommissies in het leven te roepen. Het stelt ook de vaste commissies van advies in voor het dagelijks bestuur en voor de voorzitter. Het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen zelf andere commissies van advies instellen. Artikel 25 Bestuurscommissies Artikel 25 Wgr bevat de mogelijkheid om het algemeen bestuur de bevoegdheid te geven tot het instellen van commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen indien de regeling in deze mogelijkheid voorziet.
Daarvoor dient artikel 25. Het gaat hier om een zogenaamde bestuurscommissie, waaraan bevoegdheden van het bestuur kunnen worden overgedragen. 15 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting HOOFDSTUK 7 INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG Artikel 26 Dagelijks bestuur en voorzitter t.o.v. het algemeen bestuur 1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden zijn aan het algemeen bestuur ver- antwoording verschuldigd over het door het dagelijks bestuur gevoerde be- stuur. 2. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het al- gemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Het dagelijks bestuur geeft aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden dat verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het dagelijks bestuur, uitgezonderd de voorzitter, kan door het al- gemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het alge- meen bestuur niet meer bezit. 5. Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur. Artikel 27 Algemeen en dagelijks bestuur t.o.v. raden en colleges 1.
Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. De Wgr bepaalt verder dat het algemeen bestuur niet overgaat tot het instellen van een bestuurscommissie dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Aan een bestuurscommissie kunnen bevoegdheden van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur worden overgedragen, met uitzondering van de be- voegdheid tot: – het vaststellen van de begroting of van de jaarrekening; – het heffen van rechten; – het vaststellen van verordeningen door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven. Artikelen 26, 27 en 28 (Inlichtingen, verantwoording en ontslag) De artikelen 16 tot en met 19b van de Wgr. schrijven voor dat een gemeenschap- pelijke regeling bepalingen bevat over het verstrekken van informatie en het af- leggen van verantwoording.
Daarbij gaat het zowel om de informatie- en verant- woordingsplicht binnen de gemeenschappelijke regeling (de relatie tussen het da- gelijks bestuur en het algemeen bestuur) als om de informatie- en verantwoor- dingsplicht van het bestuur/bestuursleden van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de (raden en colleges van de) deelnemende gemeenten. Ontslag van een lid van het dagelijks bestuur is geregeld in artikel 19a Wgr. Benoeming en ontslag van de voorzitter zijn geregeld in artikel 11 van de Wet vei- ligheidsregio’s. 16 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting 2. Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden en de colle- ges van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door (één of meer leden van) die raden of colleges worden verlangd. Artikel 28 Leden van het algemeen bestuur 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad of het college van zijn ge- meente met inachtneming van de artikelen 18 en 19 van de Wet gemeen- schappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad of dat college of door één of meer leden daarvan worden verlangd en wel op de in het regle- ment van orde voor het betreffende orgaan aangegeven wijze. 2.
Een lid van het algemeen bestuur is de raad of het college van zijn gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde be- leid en wel op de in het reglement van orde voor het betreffende orgaan aan- gegeven wijze. 3. Een lid van het algemeen bestuur, aan wie een inhoudelijke portefeuille is toegekend, is aan het algemeen bestuur inlichtingen en verantwoording ver- schuldigd over het door hem in die portefeuille gevoerde bestuur. Artikel 28a Actieve informatieverstrekking Het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter geven de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uit- oefening van hun taken. Deze inlichtingen worden schriftelijk of digitaal verstrekt. HOOFDSTUK 8 ORGANISATIE Artikel 29 Samenwerking 1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur maken, elk voor zover het zijn taken en bevoegdheden aangaat, afspraken met de bevoegde gezagen van overheidsinstanties, met directies van bedrijven en/of met besturen van an- dere rechtspersonen, in het belang van gecoördineerde hulpverlening bij be- heersing en bestrijding van rampen en crises. Veiligheidsregio IJsselland kent de mogelijkheid dat een inhoudelijke portefeuille wordt toegekend aan leden van het algemeen bestuur.
Lid 3 is toegevoegd om te voorzien in de inlichtingen- en verantwoordingsplicht wat betreft het in die porte- feuille gevoerde bestuur, met name als dat bestuur ook betrekking heeft op taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur. Artikel 28a Actieve informatieverstrekking Dit artikel betreft een opdracht aan het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter om de raden actief informatie te geven. In het kader van die op- dracht kunnen zij van te voren bekend maken welke informatie de raden wanneer kunnen verwachten en de duiding daarvan. Artikel 29 Samenwerking De veiligheidsregio’s zijn bedoeld om daadwerkelijk invulling te geven aan het multidisciplinaire karakter van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing. Op diverse terreinen is multidisciplinaire samenwerking tussen de betrokken dien- sten en organisaties vereist. Met het oog daarop is artikel 29 opgenomen. 17 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting 2. Het algemeen bestuur regelt de instelling, de samenstelling, de taken en be- voegdheden van de veiligheidsdirectie. Artikel 30 Inrichting ambtelijke organisatie en rechtspositieregeling Het dagelijks bestuur regelt a. de inrichting van de ambtelijke organisatie van de veiligheidsregio; b. de rechtspositie van de medewerkers van de veiligheidsregio.
die ambtenaar zijn, alsmede van het personeel, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar bur- gerlijk recht. Een bestaande vorm van samenwerking betreft de veiligheidsdirectie, waarin zit- ting hebben de hoofden van de belangrijkste uitvoerende organisaties, te weten de directeur veiligheidsregio/commandant brandweer, districtschef van het dis- trict IJsselland van de Politie, de directeur publieke gezondheid en de coördine- rend functionaris voor de gemeenten. Het bestuur van de veiligheidsregio heeft onder meer afspraken gemaakt of een convenant gesloten met crisispartners als Politie en Justitie, Rijkswaterstaat, wa- terschappen, Vitens, Regionaal Militair Commando. Verder met (semi) private partijen, die door hun expertise en capaciteiten een belangrijke rol kunnen spelen bij de crisisbeheersing, zoals ziekenhuizen, huisartsen, de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij (KNRM), het Nederlandse Rode Kruis, ProRail, de NS en energiebedrijven. Het verder versterken van samenwerking, over geografische en andere grenzen heen, met en tussen partners, zal zich voortzetten. Dit mede ingegeven door de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s, de daaropvolgende contourennota en de landelijke opdrachten vanuit het veiligheidsberaad. De veiligheidsregio zal hier een verbindende rol.
Met als uiteindelijk doel om beter voorbereid te zijn op ko- mende crises, ook als ze langdurig en maatschappij-ontwrichtend zijn, en op cri- sestypen met een onzeker verloop. Artikel 30 Inrichting ambtelijke organisatie en rechtspositieregeling De Wet veiligheidsregio’s geeft geen voorschriften voor de inrichting van de (ambtelijke) organisatie die de besluiten van het bestuur van de veiligheidsregio voorbereidt en uitvoert. Het inrichten daarvan wordt aan de veiligheidsregio overgelaten. Dit artikel geeft het dagelijks bestuur de bevoegdheid om de ambtelijke organisa- tie in te richten. De bevoegdheid van het dagelijks bestuur om medewerkers te 18 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting Artikel 31 Instructies 1. Het algemeen bestuur regelt de taken en bevoegdheden van de secretaris, de directeur veiligheidsregio/commandant brandweer, de directeur publieke ge- zondheid en van de aangewezen coördinerend functionaris gemeenten en stelt voor deze functies een instructie vast. 2. De instructie voor de directeur publieke gezondheid wordt vastgesteld in overeenstemming met het bestuur van de gemeentelijke gezondheidsdienst. 3. In de taakomschrijving en/of de instructie voor de secretaris wordt in ieder geval opgenomen: a.
het bijwonen van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur; in deze vergaderingen heeft hij een adviserende stem. b. het terzijde staan van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voor- zitter en ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak; c. het zorgen voor aantekening van het verhandelde in de vergaderingen van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de ingestelde commissies; d. het medeondertekenen van alle stukken, die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan. HOOFDSTUK 9 FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 32 Administratie en controle 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het finan- ciële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening dient te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De verordening regelt in elk geval de onderwerpen, genoemd in artikel 212, lid 2, van de Gemeentewet voor zover van toepassing op de veiligheidsregio. 2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het benoemen is geregeld in artikel 20. Lid b van dit artikel is aangepast om ook te kunnen gelden ingeval de Wnra van toepassing mocht gaan worden. Artikel 31 Instructies Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 32 Administratie en controle De artikelen 186 tot en met 215 van de Gemeentewet zijn van toepassing ver- klaard op gemeenschappelijke regelingen. Deze artikelen hebben betrekking op de begroting, jaarrekening, administratie en de controle. Artikel 32 is ingericht op basis van deze artikelen. 19 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze veror- dening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de in- richting van de financiële organisatie wordt getoetst. 3. Het algemeen bestuur wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen. De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen voldoen aan het bepaalde in artikel 213, lid 3 respectievelijk lid 4, van de Gemeentewet. 4. De artikelen 214 en 215 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toe- passing. 5. Het dagelijks bestuur stelt regels vast omtrent de verzekering van eigendommen en gelden van de veiligheidsregio tegen benadeling door haar personeel of door anderen.
Artikel 33 Begroting 1. Met inachtneming van de artikelen 34 en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en – voor zover van toepassing – het Besluit begroting en verant- woording provincies en gemeenten: a. zendt het dagelijks bestuur jaarlijks vóór 1 april de ontwerpbegroting (in- clusief meerjarenraming) en de algemene financiële en beleidsmatige ka- ders voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een behoorlijke toe- lichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. b. geeft het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten acht twaalf weken na toezending de gelegenheid om bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen. Het da- gelijks bestuur voegt de commentaren, waarin de zienswijze is vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur worden aan- geboden. Artikel 33 Begroting Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is van toepassing op gemeenschappelijke regelingen. Het besluit stelt vereisten aan de op te stellen begroting, meerjarenraming, jaarrekening en jaarverslag. Dit betekent onder andere dat deze documenten moeten worden opgezet op basis van een in- deling in programma’s (programmabegroting). De artikelen 34 en 35 van de Wgr.
regelen de procedure van de algemene financiële en beleidsmatige kaders en van de begroting (inclusief meerjarenraming) in de verhouding tussen de gemeenten en de veiligheidsregio. Veiligheidsregio IJsselland hanteert van oudsher 1 april als uiterste datum voor toezending van deze docu- menten (eerder dan de wet aangeeft) aan de raden. Zij hebben dan tenminste (de nieuwe wettelijke termijn van) twaalf weken voor het inbrengen van een zienswijze op de ontwerpbegroting. Op deze manier kunnen de raden dit traject afronden voor het zomerreces. 20 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting c. stelt het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten, voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en gemoti- veerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in lid b, als- mede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. stelt het algemeen bestuur de begroting en de meerjarenraming vast vóór 1 juli …….? van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient. d. voegt het dagelijks bestuur de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. e. stuurt het algemeen bestuur de vastgestelde begroting toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
De raden nemen de in deze begroting voor de gemeente geraamde bedragen als bijdrage in de kosten van de vei- ligheidsregio op in de gemeentebegroting voor het betreffende jaar. f. zendt het dagelijks bestuur de vastgestelde begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september 1 augustus aan gedeputeerde staten. In het geval de begroting niet in evenwicht is en het niet aannemelijk is dat in de eerstvolgende jaren een evenwicht wordt be- reikt, verzoekt het dagelijks bestuur daarbij om goedkeuring van gedepu- teerde staten. Van de goedkeuring doet het dagelijks bestuur mededeling aan het algemeen bestuur en de deelnemende gemeenten. 2. Het algemeen bestuur hoeft besluiten tot wijziging van de begroting, die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage, niet om een zienswijze voor te leggen aan de raden. Het algemeen bestuur stelt de ra- den zo spoedig mogelijk na vaststelling op de hoogte van deze begrotingswij- zigingen. Die procedure is in grote lijnen als volgt: − het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting (inclusief meerjarenraming) en de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor 1 april (twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden) toe aan de gemeen- teraden; − de raden kunnen in die periode omtrent de ontwerpbegroting hun zienswijze kenbaar maken aan het dagelijks bestuur.
Het dagelijks bestuur stuurt de zienswijze en zijn gemotiveerde reactie daarop toe aan de raden van de andere gemeenten. − het algemeen bestuur stelt de begroting vast en stuurt deze aan de raden van de gemeenten; − het dagelijks bestuur zendt de begroting voor 15 september aan gedeputeerde staten van Overijssel. De veiligheidsregio is voor de gemeente één van de verbonden partijen: een pu- bliekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. De financiële consequenties dienen te worden opgenomen in de gemeentebegroting (punt e). Artikel 35 Wgr. geeft aan, dat de wettelijke procedureregels ook van toepassing zijn op besluiten tot wijziging van de begroting. Maar ook dat in de gemeenschappelijke regeling kan worden bepaald ten aanzien van welke categorieën begrotingswijzigin- gen hiervan kan worden afgeweken. Tot nu toe gaan alle begrotingswijzigingen van VRIJ voor een zienswijze naar de ra- den, ook die waarbij sprake is van kleine en technische wijzigingen en die waarbij geen sprake is van gevolgen voor de gemeentelijke bijdragen. In de praktijk geven door VRIJ voorgelegde begrotingswijzingen nauwelijks aanleiding om een zienswijze in te dienen. Toch geeft behandeling ervan de gemeenten en de GR-en veel werk. Doel is om deze hoeveelheid werk te beperken.
Dat kan door in de GR op te nemen, 21 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting Artikel 34 Bijdragen van de gemeenten 1. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke deelnemende gemeen- te verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. De be- rekening van deze bijdragen vindt plaats op basis van de volgende uitgangspunten: a. voor de algemene en de wettelijke taken, genoemd in de artikelen 5 en 6, gelden voor de verdeling van de kosten de in de begroting van desbetref- fend kalenderjaar opgenomen percentages (volgens de samen met de gemeenten vastgestelde verdeelmethodiek). b. voor de andere taken, genoemd in artikel 7: de bedragen die gemeenten en veiligheidsregio daarvoor hebben afgesproken dan wel het aantal verleende diensten maal het vastgestelde tarief per dienst. 2. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari en 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdrage, genoemd in lid 1 onder punt a. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke interest verschul- digd. 3. De deelnemende gemeenten betalen de bijdragen, bedoeld in lid 1 onder punt b, op basis van facturen, die de veiligheidsregio hen daartoe zal toezenden. 4.
De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Artikel 35 Jaarstukken dat besluiten tot wijziging van de begroting, die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage, niet om een zienswijze voorgelegd hoeven te worden aan de raden. Uitgangspunt daarbij is, dat de dienstverlening en uitvoering van ta- ken op koers blijven. Aan de raden worden dus altijd voorgelegd begrotingswijzigingen waarbij sprake is van verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Artikel 34 Bijdragen van de gemeenten Voor de berekening van de kosten per gemeente wordt rekening gehouden met de bijdragen van het Rijk en van anderen. Bij de vorming van Brandweer IJsselland in 2013 bepaalden de gemeenten samen een nieuwe methode voor verdeling van de kosten voor de algemene en de wet- telijke taken van Veiligheidsregio IJsselland. De tot dan toe geldende methode (ver- deling op basis van inwoneraantal) stond in artikel 34, lid 1, van de gemeenschap- pelijke regeling. In 2021 besloten de gemeenten om de verdeling van de gemeentelijke bijdrage met ingang van 2023 te baseren op 50/50 procent: 50 procent is historisch bepaald en 50 procent is gebaseerd op de bijdrage uit het gemeentefonds voor brandweer en rampenbestrijding.
Afgesproken is om toekomstige heroverweging van de verdeel- sleutel te koppelen aan de vierjaarlijkse beleidscyclus van de strategische beleids- agenda. Lid 2: De gemeentelijke bijdragen worden bij wijze van voorschot halfjaarlijks vooruit betaald. Artikel 35 Jaarstukken 22 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting 1. Het dagelijks bestuur legt aan het algemeen bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording af over het door hem gevoerde bestuur, onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. Het dagelijks bestuur voegt daarbij de stuk- ken, bedoeld in artikel 32, derde lid. 2. De jaarstukken, genoemd in lid 1, voldoen aan het Besluit begroting en verant- woording provincies en gemeenten, voor zover van toepassing. 3. In de jaarrekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 4. Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening, inclusief accountants- rapport, vóór 15 30 april toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 5. De in het eerste lid bedoelde stukken liggen, zodra zij aan het algemeen bestuur zijn overgelegd, voor een ieder ter inzage en zijn algemeen verkrijgbaar. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennisgegeven.
Het algemeen bestuur beraadslaagt over de jaarrekening en het jaarverslag niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. 6. Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking hebben. Het dagelijks bestuur zendt de jaarreke- ning binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken vast voor 1 juli volgende op het jaar waarop deze betrekking hebben. Het dagelijks bestuur zendt de door het alge- meen bestuur vastgestelde jaarstukken vóór 15 juli aan gedeputeerde staten. 7. Vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, be- houdens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelma- tigheden. Artikel 35a Rekeningresultaat 1. Het algemeen bestuur beslist of een batig saldo van de jaarrekening: a. noodzakelijk is voor de gemeenschappelijke regeling en zal worden toege- voegd aan reserves; of Artikel 34b Wgr. bepaalt dat het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening, inclusief accountantsrapport, vóór 30 april toezendt aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Het is een goed gebruik dat de voorlopige cijfers van de jaarrekening van het voorgaande jaar opgenomen worden als vergelijkingsmateriaal in de begroting van het komende jaar. Tegen die achtergrond is volstaan met een eenvoudiger procedure in vergelijking tot die van de begroting. In de GR stond dat de jaarstukken voor 1 juli worden vastgesteld. Dit is lastig voor het AB omdat de begroting door de nieuwe zienswijzetermijn in de eerst helft van juli wordt vastgesteld. Door de datum van 1 juli los te laten kunnen de jaarstukken in dezelfde bijeenkomst van het AB worden vastgesteld als de begroting. GS dienen de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling maar uiterlijk 15 juli te ontvan- gen. Artikel 35a Rekeningresultaat In de GR VRIJ staan nu geen afspraken over de besluitvorming van het algemeen bestuur over het rekeningresultaat, dat wordt bepaald bij vaststelling van de jaar- rekening. De financiële verordening geeft aan, dat het dagelijks bestuur de 23 Gemeenschappelijke regeling VRIJ met (geel gearceerd) de voorgestelde wijzigin- gen en doorhalingen Artikelsgewijze toelichting b. geheel of gedeeltelijk aan de gemeenten zal worden uitgekeerd. 2. Het algemeen bestuur beslist of een nadelig saldo van de jaarrekening geheel of gedeeltelijk ten laste van a. het volgende dienstjaar zal worden gebracht; of b. bestaande reserves zal worden gebracht; of c.