CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1 Het bouwen van een bijgebouw op het perceel Eesveenseweg 143a te Eesveen - bijlage ruimtelijke onderbouwing.pdf

Politieke Markt 28 maart 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Het bouwen van een bijgebouw op het perceel Eesveenseweg 143a5.621 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING EESVEEN - EESVEENSEWEG 143A Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A CODE 20161623 / 27-01-2017 20161623 / 27-01-2017 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING EESVEEN - EESVEENSEWEG 143A INHOUDSOPGAVE blz 1. INLEIDING 1 1. 1. Aanleiding 1 1. 2. Ligging projectgebied 1 1. 3. Planologische regeling 2 1. 4. Leeswijzer 3 2. BESCHRIJVING SITUATIE EN PLANOLOGISCHE AFWIJKING 4 2. 1. Huidige situatie 4 2. 2. Beoogde ontwikkeling en ruimtelijke inpasbaarheid 5 3. TOETSING AAN HET BELEID 8 3. 1. Rijksbeleid 8 3. 2. Provinciaal beleid 8 3. 3. Gemeentelijk beleid 9 4. OMGEVINGSASPECTEN 11 4. 1. Milieuzonering 11 4. 2. Ecologie 11 4. 3. Geluid 12 4. 4. Bodem 12 4. 5. Water 12 4. 6. Cultuurhistorie 14 4. 7. Archeologie 15 4. 8. Luchtkwaliteit 15 4. 9. Externe veiligheid 16 4. 10. Kabels en leidingen 16 5. UITVOERBAARHEID 17 5. 1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 17 5. 2. Economische uitvoerbaarheid 17 6. AFWEGING EN CONCLUSIES 18 20161623 blz 1 Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Rho Adviseurs B.V. Status: Definitief / 27-01-2017 1. INLEIDING 1. 1. Aanleiding Bij de gemeente Steenwijkerland is het verzoek ingediend om op het perceel Eesveen- seweg 143A te Eesveen een nieuw bijgebouw in de vorm van een tuinhuisje te bouwen. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan Noordelijke Kernen.

De gronden van het beoogde tuinhuisje hebben zowel de bestemming 'Agrarisch’ als ‘Tuin’. Bijgebouwen ten behoeve van de reguliere woonfunctie zijn uitsluitend toege- staan binnen de bestemming ‘Wonen’. Omdat het tuinhuisje buiten deze bestemming ‘Wonen’ komt, is de bouw in strijd met het bestemmingsplan. De gemeente Steenwijkerland heeft aangegeven in principe te willen meewerken aan de realisatie van het tuinhuisje door het verlenen van een omgevingsvergunning. Bij de aa n- vraag van een omgevingsvergunning moet een ruimtelijke onderbouwing worden g e- maakt, waarin een afweging ten aanzien van het ruimtelijk beleid en een toetsing plaat s- vindt aan de wet- en regelgeving op het gebied van milieu. 1. 2. Ligging projectgebied Het projectgebied betreft het perceel Eesveenseweg 143A te Eesveen . In figuur 1 is de li g- ging van het perceel weergeven. Figuur 1. Luchtfoto omgeving projectgebied (bron: ArcGIS 2015)

blz 2 20161623 Rho Adviseurs B.V. Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Status: Definitief / 27-01-2017 1. 3. Planologische regeling Het projectgebied is planologisch geregeld in het bestemmingsplan Noordelijke Kernen (vastgesteld op 4 december 2012) van de gemeente Steenwijkerland. In dit plan heeft het woonperceel aan de Eesveenseweg 143A de bestemming ‘Wonen -1’ en ‘Tuin’. De bij de woonfunctie behorende bijgebouwen zijn uitsluitend binnen de aa n- duiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bijgebouwen' toegestaan. Op bouwpercelen vanaf 1.000 m² bedraagt de maximale oppervlakte 100 m². Bijgebouwen zullen met een kap van maximaal 60° worden af gedekt en hebben een goothoogte van maximaal 3,50 meter. De bouwhoogte bedraagt maximaal 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw. Het beoogde tuinhuisje betreft een gebouw dat qua functie bij de bestemming ‘Wonen-1’ hoort. Omdat dit gebouw binnen de bestemming ‘Agrarisch’ en ‘Tuin’ valt, is sprake van een strijdigheid met het geldende bestemmingsplan. Tot slot is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ op het projectgebied van to e- passing. Binnen deze bestemming geldt dat bij in grepen binnen de bebouwde kom groter dan 250 m2 archeologisch onderzoek noodzakelijk is. In figuur 2 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan opgenomen. Figuur 2. Uitsnede vigerend bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

20161623 blz 3 Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Rho Adviseurs B.V. Status: Definitief / 27-01-2017 1. 4. Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situ atie, de gewenste ontwikkeling en ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 3 wordt het init i- atief getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Hoof d- stuk 6 geeft ten slotte een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onde r- bouwing. blz 4 20161623 Rho Adviseurs B.V. Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Status: Definitief / 27-01-2017 2. BESCHRIJVING SITUATIE EN PLANOLOGISCHE AFWIJKING Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied. Daa r- na wordt de beoogde ontwikkeling beschreven, alsmede de ruimtelijke cons equenties die hieruit voortkomen. Tot slot wordt aangetoond dat de ontwik keling, ruimtelijk gezien, voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. 2. 1. Huidige situatie Het projectgebied ligt in het bebouwingslint van de Eesveen ten noorden van de ker n Steenwijk. De direct omgeving kenmerkt zich met name door de woonfunctie.

Het perceel ligt langs de provinciale weg N855 (Eesveenseweg), die in zuidelijke richting naar Stee n- wijk en de rijksweg A32 leidt. De bebouwing bestaat uit open bebouwingslinten met doorzichten naar het omliggende buitengebied. In de loop der tijd zijn de bebouwingslinten verder verdicht geraakt, waarbij het open karakter wel behouden is gebleven. In de directe omgeving zijn de bijgebouwen achter de rooilijnen van de woningen ge situ- eerd. Het is gebruikelijk dat deze naast en achter de woningen liggen. In onderhavig pr o- jectgebied is sprake van een afwijkende bebouwingsopzet ten opzichte van de direct o m- geving. Alhoewel er op het perceel sprake is van een compacte opzet, bevindt he t al b e- staande bijgebouw zich voor de rooilijn van de woning (zie figuur 2 en 3). In de huidige s i- tuatie is de totale oppervlakte aan bijgebouwen op het perceel 95 m 2. Het bestaande bi j- gebouw heeft een kap van 50°. De hoogte van de woning bedraagt 8,6 mete r. Figuur 4 geeft een weergave van de bestaande gevelaanzichten. Figuur 3. Bestaande situatie (bron: Bing Maps)

20161623 blz 5 Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Rho Adviseurs B.V. Status: Definitief / 27-01-2017 Figuur 4. Bestaande situatie (bron: Figuur 5. Aanzichten bestaande situatie 2. 2. Beoogde ontwikkeling en ruimtelijke inpasbaarheid Het voornemen is om aan de zuidwestkant van de bestaande woning een tuinhuisje te bouwen (zie figuur 5). Deze is bedoeld als gebruiksruimte behorende bij de woning op het perceel. De oppervlakte van het te bouwen tuinhuisje bedraagt circa 49 m 2 (8,8 meter x 5,5 meter). De goothoogte van het gebouw bedraagt 2,75 meter en is daarmee lager dan de maximale hoogte van bijgebouwen (3,5 meter). Daarnaast is de bouwhoogte niet hoger dan 80% van de bestaande woning , namelijk 6,2 meter . Tot slot krijgt he t tuinhuisje, net als het bestaande bijgebouw, een dakhelling van 50°. Het tuinhuisje komt net als de bestaande schuur voor de rooilijn van de woning te staan. Dit is gelet op de huidige clustering van de gebouwen en de bezonning van het perceel de meest gewenste positie. In de nieuwe situatie blijft sprake van compacte stedenbou w- kundige opzet. Qua bouwvolume , goot - en nokhoogte sluit het gebouw aan op het gebouw aan de noordoostkant van de woning. Daarom is sprake van een goede stedenbouwkundige i n- passing en blijft de herkenbaarheid van het compacte woonperceel behouden.

In de nieuwe situatie is de totale oppervlakte aan bijgebouwen bij het perceel circa 144 m 2.

blz 6 20161623 Rho Adviseurs B.V. Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Status: Definitief / 27-01-2017 Dit overeenkomstig het gemeentelijk beleid (zie paragraaf 3.3). Een voor-, rechterzij -, en achteraanzicht is weergeven in figuur 6. Een plattegrond van de begane grond en een doorsnede van het tuinhuisje is in figuur 7 weergeven. Figuur 6. Beoogde locatie tuinhuisje Figuur 7. Aanzichten nieuwe situatie

20161623 blz 7 Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Rho Adviseurs B.V. Status: Definitief / 27-01-2017 Figuur 8. Plattegrond en doorsnede tuinhuisje

blz 8 20161623 Rho Adviseurs B.V. Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Status: Definitief / 27-01-2017 3. TOETSING AAN HET BELEID In dit hoofdstuk worden relevante planologische beleidskaders op rijks -, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven. 3. 1. Rijksbeleid 3.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies en kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 14 nationale belangen. In de SVIR is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dat betekent dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor (trede 1) de onderliggende vraag in de regio, (trede 2) de beschikbare ruimte binnen het bestaande stedelijke gebied en (trede 3) multimodale ontsluiting. Het project stelt de bouw van een tuinhuisje voor en wordt daarom niet aangemerkt als vorm van stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder. Toetsing aan de ladder is daarom niet nodig. 3.1.2.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels voor de 14 aangew e- zen nationale bela ngen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Met de ontwikkeling worden geen nationale belangen belemmerd. 3. 2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie Overijssel en Omgevingsverordening Overijssel 2009 In de Omgevingsvisie Overijssel (20 09) wordt de visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel geschetst. De visie is daarbij gericht op 2030. G e- koppeld aan de Omgevingsvisie heeft de provincie een Omgevingsverordening (2009) o p- gesteld. In de Omgevingsveror dening worden regels gesteld ten aanzien van het provinc i- aal belang. De provincie wil de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren met het oog op een goed vestigingsklimaat, een veilige en aantrekkelijke woonomgeving en een fraai bu i- tengebied. Deze leefomge ving moet geschikt zijn voor de grote diversiteit aan activiteiten die mensen in de provincie willen ondernemen. De provincie geeft aan dat bepaalde aspecten /belangen een doorvertaling kunnen krijgen op lokale schaal. De provincie ziet h et voorkomen van bijvoorbeeld (verdere) versnippe- ring een provinciaal belang, omdat het een fenomeen is dat zich op (boven-) regionaal ni- veau manifesteert.

Echter de doorvertaling van aspecten als bijvoorbeeld inhoud van wo- ningen en bijgebouwen, inrichting en gebruik van v rijkomende agrarische bedrijfsgebo u- wen en bouwblokvoorschriften vindt plaats op lokale schaal. Op deze manier wil de pr o- vincie creatieve en innovatieve ontwikkeling van projecten door ondernemers en partic u- lieren stimuleren. 20161623 blz 9 Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Rho Adviseurs B.V. Status: Definitief / 27-01-2017 Hoe aan het beleid uit de Omgevingsvisie uitvoering moet worden gegeven is vastgelegd in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De Omgevingsve r- ordening is een uitvoeringsm odel van de Omgevingsvisie en is opgesteld in de vorm van regels. In veel regels is gekozen voor proces - en motiveringsvereisten. In de Omgeving s- verordening moet elk inhoudelijk thema geregeld zijn, waar de provincie de mogelijkheid op wil hebben om juridische instrumenten in te kunnen zetten. Het inzetten van juridische instrumenten vindt plaats op basis van de interventieladder. In onderhavige situatie is sprake van de bouw van een tuinhuisje ten behoeve van het ver- groten woongenot op een bestaand woonp erceel.

Voor dergelijke specifieke projecten geeft de Omgevingsverordening geen aanwijzingen, anders dan dat ontwikkelingen rui m- telijk goed moeten worden ingepast. Dit reeds in beschreven in paragraaf 2.2. De ontwi k- keling is dan ook niet strijdig met de regels uit de Omgevingsverordening. 3. 3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 De gemeente Steenwijkerland heeft de Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 (2009) ontwikkeld. Deze visie bevat een integrale visie op de ontwikk eling van de gehele gemeente tot 2030. De visie gaat uit van het koesteren en versterken van bestaande kw a- liteiten. Daarbij gaat het om de kwaliteiten van de landschappen, de stad en de overige kernen en de potenties van het gebied. In de visie wordt gest eld dat Steenwijkerland een streekfunctie voor wonen, werken en voorzieningen heeft. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van het Steenwijkerland. Het aantal huishoudens stijgt zeker tot het jaar 2025. Het beleid is om voor de lokale bevolking te bouwen met aantrekkelijke woningen op de juiste plek. Dit project voorziet slechts in de bouw van een tuinhuisje ten behoeve van het vergroten van het woongenot . Hierdoor is geen sprake van aanpassing van het woningbouwconti n- gent van de gemeente. De ontwikkeling past daarom ook in het gemeentelijke beleid. 3.3.2.

Beleidsregel bijgebouwen Burgemeester en wethouders hebben op 23 -10-2012 de beleidsregel ‘bijgebouwen’ vas t- gesteld. Deze beleidsregel is een uitwerking van de beleidsnotitie ‘Buitenge bied’ voor het onderwerp vergroten van bijgebouwen tot maximaal 150 m². In de beleidsregel is bepaald dat met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bouwregels om de o p- pervlakte van een vrijstaand bijgebouw te vergroten tot maximale gezamenlij ke oppe r- vlakte van 150 m2. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:  het bouwperceel wordt voor maximaal 50 % bebouwd;  de bijgebouwen worden vrijstaand uitgevoerd;  de goothoogte van de bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter en de bouwhoo g- te van de bijgebou wen bedraagt maximaal 80 % van de bouwhoogte van het hoof d- gebouw;  de bijgebouwen passen in het stedenbouwkundige beeld waarbij geldt dat clustering en concentratie van de bijgebouwen op het bouwperceel de voorkeur heeft;  landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden worden niet onevenredig aangetast. blz 10 20161623 Rho Adviseurs B.V. Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Status: Definitief / 27-01-2017 Met dit project is sprake van de bouw van een tuinhuisje van circa 49 m 2 in aanvulling op de bestaande bijgebouwen die al op het bouwperceel staan. In de nieuwe situatie is spr a- ke van een totale oppervlakte van 144 m 2.

Zoals in paragraaf 2.2 beschreven heeft het tuinhuisje een goothoogte van 2.75 meter en is deze niet hoger dan 80% van de bestaa n- de woning. In paragraaf 2.2 is al beschreven dat de herkenbaarheid van de stedenbou w- kundige identiteit blijft behouden. Daarnaast is in de bestaande situatie op het perceel reeds sprake van een goede landschappelijke inpassing. Hieraan vinden in de nieuwe sit u- atie geen aanpassingen plaats. Hierdoor blijft de bestaande landschappelijke kwaliteit van de omgeving behouden. In het volgende hoofdstuk is beschreven dat geen sprake is van een onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurhist orische en natuurlijke waarde. 3.3.3. Landschapsontwikkelingsplan (LOP) In het Landschapsontwikkelingsplan, dat in 2005 is vastgesteld, is het landschapsbeleid voor het buitengebied van de gemeente vastgelegd. Het dient als instrument waarmee richting wordt gegeven aan nieuwe ontwikkelingen. Op basis van een landschapsanalyse zijn verschillende cultuurhistorische landschapstypen aangewezen. Het projectgebied ligt op de rand van het 'Randveenontginningslandschap’ en het ‘Slagenlandschap’. Dit projectgebied ligt aan één van de weerzijden van de Stee n- wijker Aa.

Het betreft een hogere ru g en vormt een overgangsgebied die gekenmerkt worden door de regelmatige strookvormige (slagen) verkaveling met houtwallen en si n- gels, haaks op de richting van het stroomdal (in dit geval de Steenwijker Aa). Dit project betreft een kleinschalige ontwikkeling waarbij de bestaande land schappelijke kwaliteiten behouden blijven. Landschappelijke structuurelementen worden niet verwi j- dert. 3.3.4. Welstandsnota Steenwijkerland De gemeente Steenwijkerland heeft haar gemeentelijke welstandsbeleid opgenomen in de Welstandsnota. Deze geeft de gemeent e de mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden die in een bepaald gebied aanwezig zijn, te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwpla n- nen. Hiertoe zijn onder andere voor het projectgebied een aantal welstandscriteria opg e- steld, waaraan het bouwplan moet voldoen. Het uitgangspunt is dat het bouwplan een d e- finitief positief welstandsadvies krijgt. Het eerste plan is voorgelegd aan de welstandscommissie. In het advies van de we lstans- commissie geeft de welstandscommissie aan dat het bouwplan voldoet aan redelijk eisen van welstand. 20161623 blz 11 Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Rho Adviseurs B.V. Status: Definitief / 27-01-2017 4.

OMGEVINGSASPECTEN Uitgangspunt is dat na de uitvoering van het project, een goede omgevingssituatie b e- staat. Dit hoofdstuk geeft in relatie to t het initiatief een omschrijving van ieder omg e- vingsaspect. 4. 1. Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijf s- activiteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze a f- stemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG -brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsa c- tiviteiten redelijkerwijs uit te sluiten is. Dit project voorziet niet in het toevoegen van een nieuwe gevoelige functie en leidt dan ook niet tot beperkingen voor de bedrijven in de omgeving. Vanuit milieuzonering bestaan geen belemmeringen voor de uitvoering van het project. 4. 2. Ecologie Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekenin g gehouden worden met de natuur waarden van de omgeving en met beschermde p lant- en diersoorten. De Wet na tuurbescherming regelt de bescherming van na tuurgebieden. Dit gaat om op Eu ropees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. In de provinciale verordening worden gebieden die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) b e- schermd.

De bescherming van soorten en hun verblijfplaatsen is geregeld in de Wet n a- tuurbescherming. Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet in of nabij Natura 2000 -gebieden. Ook ligt het projectgebied niet nabij een NNN gebied. Gezien de aard en de omvang van de voorgestelde ontwikk e- lingen kan worden gesteld dat dit project geen (significante) effecten op de natuurwaa r- den in de omgeving heeft. Soortenbescherming Het projectgebied is nu ingericht als tuin en wordt als zodanig onderhouden. Op en rond- om het perceel is enige beplanting (struweel en j onge bomen) aanwezig. Het is niet uit te sluiten dat de tuin onderdeel is van een habitat van (beschermde) soorten. Het gaat dan vooral om licht beschermde soorten zoals mol, egel, huisspitsmuis en veldmuis. Het str u- weel en de jonge bomen zijn vanwege de omvang ongeschikt voor verblijfsplaatsen voor beschermde soorten of jaarrond beschermde nesten. In de nieuwe situatie blijft het projectgebied in gebruik als tuin en daarmee geschikt als habitat. In het projectgebied vinden geen werkzaamheden plaats (zoals het slopen van gebouwen, het kappen van bomen of het dempen van sloten) die gevolgen kunnen he b- ben voor beschermde soorten. Overigens is in de directe omgeving van het projectgebied voldoende gelijkwaardig habitat aanwezig, waardoor de gunstige staat van instandho u- ding niet wordt aangetast.

De realisatie van het bouwplan veroorzaakt daardoor geen con- flicten met de wet Natuurbescherming. blz 12 20161623 Rho Adviseurs B.V. Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Status: Definitief / 27-01-2017 Daarnaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht van kracht is. Bij verstoring van dieren tijdens eventuele werkzaamheden moeten deze de gelegenheid krijgen te vluchten naar een nieuwe leefomgeving. 4. 3. Geluid Voor geluidshinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het t e- rugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van g e- luidshinder in de toekomst. Voor dit plan is alleen geluidshinder als gevolg van wegve r- keerslawaai van belang. In de wet is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft, waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. De Wgh onderscheidt geluidsg e- voelige objecten enerzijds en niet -geluidsgevoelige objecten anderzijds. De Wgh stelt dat op de gevels van geluids gevoelige objecten voldaan moet worden aan de voorkeur s- grenswaarde van 48 dB. Een tuinhuisje is geen geluidgevoelige ruimte. Derhalve hoeft geen rekening te worden gehouden met de Wet geluidhinder. 4. 4. Bodem Op grond van het Bro moet in verband met de uitvoe rbaarheid van een plan rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid in het projectgebied.

In de Wet bodemb e- scherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden g esaneerd dat zij kan wo r- den gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Dit perceel betreft een woonperceel en is ook als zodanig ingericht (woning met bijhore n- de tuin). Het is dan ook aannemelijk dat de grond waarop de ontwikkeling plaatsvindt ge- schikt is voor de woonfunctie. Aangezien de oppervlakte van het tuinhuisje onder de 50 m2 blijft, behoeft niet te worden getoetst aan de Wet bodembesche rming. Een verken- nend bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk. 4. 5. Water Een belangrijk onderdeel van de planvorming is de Watert oets. Het doel van de Wate r- toets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen meer expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig rel e- vante ruimtelijke plannen en besluiten. Het projectgebied is g elegen in het beheergebied van Waterschap Drents Overijsselse Delta . Het waterschap is verantwoordelijk voor het watersysteem en het zuiveren van het aangeboden stedelijk afvalwater. De ontwikkeling is aan het waterschap kenbaar gemaakt via de digitale wa tertoets (ken- merk: 20161122-35-14121). Op basis van deze toets volgt de normale procedure.

Na aan- leiding van een nadere bestudering van het plan heeft het waterschap bepaalt dat de ko r- te procedure van toepassing is. Volstaan kan worden met een standaard paragraaf waarin het wateradvies is verwerkt. Het waterschap Drents Overijsselse Delta beschouwt hiermee het plan als afgehandeld. Hieronder wordt de genoemde waterparagraaf beschreven. 20161623 blz 13 Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Rho Adviseurs B.V. Status: Definitief / 27-01-2017 Waterveiligheid en overstromingsrisico’s Nederland is voor een groot deel beschermd tegen overstromingen vanuit buitenwater (zee, IJsselmeer en grote rivieren) door primaire waterkeringen. Nederland is daartoe o p- gedeeld in verschillende dijkringen. Dijkr ingen worden geheel omsloten door primaire w a- terkeringen of voor een deel door hoge gronden. Hoge gronden betreffen de delen van Nederland die als gevolg van de hoogteligging geen bescherming behoeven tegen ove r- stromingen. Het plangebied waar deze ruimtelijke onderbouwing betrekking op heeft ligt op de zog e- naamde hoge gronden. Er is ter plaatse dus geen sprake van een overstromingsrisico va n- uit buitenwater. Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstr omingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie.

In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1.500 m 2. Watercompensatie is daarom niet aan de orde. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen. Het afvloeiende hemelwater van de beoogde bebouwing wordt conform de wettelijke voorkeursvolgorde (hergebruik -vasthouden-bergen-afvoer) ter plaatse in het milieu g e- bracht en niet afgevoerd via de riolering. In dit project wordt het hemelwater opgevangen in een grindkoffer, van waaruit hemelwater infiltreert in de ondergrond. Vanuit deze voo r- ziening wordt drainagevoorziening aangelegd die wordt aangesloten op de naastgelegen gelegen sloot. Er is dus sprake van vasthouden en indien nodig vertraagde afvoer van h e- melwater naar oppervlaktewater. Afvalwater Het plan voorziet in de realisatie van een tuinhuisje. Er worden geen sanitaire voorzieni n- gen gerealiseerd. Er ontstaat dus geen toename in de droogweerafvoer (DWA). Oppervlaktewater Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap is een vergunning op basis van de Keur verplicht.

Ten behoeve van de h e- melwaterafvoer wordt een grindkoffer aangelegd met van daaruit een drainage die ove r- tollig hemelwater afvoe rt naar de naastgelegen watergang. Dit brengt werkzaamheden met zich mee in de (oevers) van een watergang, dit is mogelijk watervergunningplichtig. Waterkwaliteit Het waterschap is verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit van het regionale w a- tersysteem. Er worden geen materialen toegepast die het watersysteem kunnen veron t- reinigen. blz 14 20161623 Rho Adviseurs B.V. Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Status: Definitief / 27-01-2017 Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een on t- wateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter te n opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structur e- le grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast en s chade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast.

De locatie is evenwel gelegen in een beekdal, maar ter plaatse is sprake van een vo ldoen- de grote afwateringsdiepte. Tevens zijn ter plaatse geen grondwaterproblemen b ekend. Ophoging, of andere maatregelen zijn dan ook niet aan de orde. Lozingen oppervlaktewater Hemelwater van schone oppervlakken (zoals daken en tuinen) mag rechtstreeks geloosd worden. Hemelwater dat van een parkeerterrein afstroomt (of anderszins) vervuild raakt, dient via een bodempassage af te wateren. In het beoogde plan wordt schoon water van het dak via een grindbak en drainage afgevoerd naar belendend oppervlaktewater. Dit is conform geldend beleid en regelgeving. Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. Het pro ject heeft een geringe invloed op de waterhuishouding. "De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen conform de Handreiking Watertoets III. Waterschap Drents Overijsselse Delta geeft een positief wateradvies". Conclusie Het plan heeft gezien haar aard, ligging en omvang geen negatieve gevolgen voor het w a- terbeheer. 4. 6.

Cultuurhistorie In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschri j- ving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezi ge cultuurhistor i- sche waarden rekening is gehouden. Het projectgebied ligt niet in een gebied met aangewezen cultuurhistorische waarden. Wel kunnen de structuren en kenmerken van het landschap als cultuurhistorisch waard e- vol worden aangemerkt. In onderha vige ontwikkeling is sprake van een perceelsgebonden ontwikkeling die de cultuurhistorische waarde van het gebied niet aantast. De bouw wordt op een zodanige manier gesitueerd dat sprake is van een stedenbouwkundige inpassing. Het project is dan ook uitvoerbaar vanuit cultuurhistorisch oogpunt. 20161623 blz 15 Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Rho Adviseurs B.V. Status: Definitief / 27-01-2017 4. 7. Archeologie Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze d a- tum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat o ver naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie.

Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artike len te vinden in het Overgangsrecht in de Er f- goedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten i n- tact moeten blijven. Als di t niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Voor de gehele gemeente is e en Archeologische Waarderingskaart vastgesteld. Hierin is per gebied een waardering toegekend ten aanzien van de archeologische waarden. Het projectgebied bevindt zich in een gebied met een hoge trefkans op het aantreffen van a r- cheologische resten geldt. O p basis van de hoge trefkans is in het bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' opgenomen. Voor dergelijke gebieden geldt dat bij in grepen binnen de bebouwde kom groter dan 2 50 m2 archeologisch onderzoek noodzakelijk is. In het projectgebied wordt een bodemingreep voorgesteld die aanmerk e- lijk kleiner is dan 250 m². Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is daarom niet noo d- zakelijk. Het aspect 'archeologie' staat de ontwikkeling niet in de weg.

Wanneer bij de werkzaamheden to ch archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 53 van de Monumentenwet een meldingsplicht. 4. 8. Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondh eid als gevolg van te hoge niveaus van luchtveron t- reiniging aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn vaak het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van b e- stuur 'niet in betekenende mate' vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwal i- teit. De bouw van een tuinhuisje draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzak e- lijk. blz 16 20161623 Rho Adviseurs B.V. Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Status: Definitief / 27-01-2017 4. 9. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen.

De normen voor externe veiligheid zijn vastg e- legd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe vei- ligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart van de provincie Overijssel geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in de omgeving van het projectgebied geen risicovolle i n- richtingen aanwezig zijn. Ook liggen nabij het projec tgebied geen vervoersroutes voor g e- vaarlijke stoffen en buisleidingen. Met dit project worden geen nieuwe objecten voor minder zelfredzame personen gerealiseerd. Het is en blijft één woning. De conclusie is dat het project in overeenstemming is met wet - en regelgeving op het gebied van externe ve i- ligheid. 4. 10. Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit - en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld ron d- om hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang.

De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het projectgebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling. 20161623 blz 17 Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Rho Adviseurs B.V. Status: Definitief / 27-01-2017 5. UITVOERBAARHEID 5. 1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. De ontwerpbeschikking van de omgeving s- vergunning met bi jbehorende stukken wordt daarna gedurende een periode van zes w e- ken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Eenieder wordt zo in de gelegenheid gesteld om zienswijzen tegen het initi a- tief kenbaar te maken. De ingekomen zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming over het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. Het op goede manier doorlopen van d e genoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan. 5. 2. Economische uitvoerbaarheid Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is.

De economische uitvoerbaarheid w ordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van ko s- tenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe f i- nanciële bemoeienis heeft. De initiatiefnemer draag t de kosten voor de bouw van het tuinhuisje. De kosten met betrekking tot de planologische procedure en daaraan verwante kosten worden verhaald via de leges van de gemeente. Het pla n wordt hiermee econ o- misch uitvoerbaar geacht. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw - en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke p rocedure. Wanneer sprake is van bepaalde bouwplannen, moet de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan vaststellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Voor vaststelling van het planologisch bes luit moet duidelijk zijn op welke wijze potentiële kosten zullen worden verhaald. In het voorliggende plan is er op basis van artikel 6.2.1 Bro geen sprake van een bouwplan. Het tuinhuisje is namelijk kleiner dan 1.000 m² bruto -vloeroppervlakte. De grondexploit a- tieregeling is daarom niet van toepassing.

Om deze reden is er geen sprake van koste n- verhaal en is het opstellen van een grondexploitatieplan niet nodig. blz 18 20161623 Rho Adviseurs B.V. Ruimtelijke onderbouwing Eesveen - Eesveenseweg 143A Status: Definitief / 27-01-2017 6. AFWEGING EN CONCLUSIES Aanleiding Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgeving s- vergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de bouw van een woning in afwijking van het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. De afwijking betreft de bouw van een bijgebouwen te behoeve van de woonfunctie bi n- nen de bestemming ‘Agrarisch’. Afweging In onderhavig project is slechts sprake van de bouw van een tuinhuisje. Qua bouwvolume, goot- en nokhoogte sluit het gebouw aan op het gebouw aan de noordoostkant van de woning. Daarom is sprake van een goede stedenbouwkundige inpassing en blijft de he r- kenbaarheid van het compacte woonperceel behouden. Verder is het project in overeenstemming met de relevante beleidsuitg angspunten op provinciaal en gemeentelijk niveau en veroorzaakt het geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving. Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is niet in strijd met een go e- de ruimtelijke ordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/1029b58d-1bde-496f-9846-55d6f7447cf5?agendaItemId=670289ce-6eba-490b-868d-803f7861ef05