4.0 Overijssel Vooruit - motie PS Passen programmeringsafspraken binnen coalistieakkoord
Tekst van het document
Provinciale Staten van Overijssel Motie (vreemd aan de orde van de dag) Artikel 59 RvO voor Provinciale Staten van Overijssel 2023 Datum 26-06-2024 Motie (vreemd aan de orde van de dag) passen de programmeringsafspraken binnen het coalitieakkoord van de provincie Overijssel ‘Schouder aan schouder’? Provinciale Staten van Overijssel in vergadering bijeen op 26-06-2024 Inleiding: De gemeenten worden geconfronteerd met de door de provincie opgelegde programmeringsafspraken i waardoor de komst van industriële windturbines, hierna IWT’s, tot 280 meter hoog mogelijk is. Dit brengt veel weerstand onder de bevolking en onrust in de politiek met zich mee. De politieke boodschap vanuit gemeenten wordt daarbij niet gerespecteerd. De spanning wordt door de provincie opgevoerd door iide bevoegdheid naar zich toe te trekken, waarbij voorbij wordt gegaan aan de gemeentelijke belangen. De provincie houdt er geen rekening mee dat er weliswaar een wettelijke bevoegdheid is, maar constitutioneel gezien provincie en gemeenten elkaar recht in de ogen kijken. Hoger gezag bestaat enkel op grond van de wet. Op grond van het Europese Handvest inzake lokale autonomie iii en in het bijzonder artikel 4 van dat Handvest brengt dat de plicht met zich mee dat voortdurend moet worden gewaarborgd dat de overheidsverantwoordelijkheid zo lokaal mogelijk moet worden uitgeoefend.
Die is van toepassing op de verhouding tussen provincie en gemeenten als bindende spelregels. Zie artikel 93 van de Grondwet. De programmeringsafspraken veroorzaken een erosie van de klassiek autonomie van gemeenten en is in strijd met het Handvest, omdat sprake moet zijn van ‘local autonomy’ die ook nog eens ‘substantial’ moet zijn. De programmeringsafspraken hebben als gevolg dat de grond, waar IWT’s worden gerealiseerd en in de nabijheid daarvan, niet gebruikt kunnen worden voor andere gemeentelijke doeleinden. Dat betekent dat op plekken waar IWT’s of dichtbij die plekken, door de afstandsnormen, ruimtegebrek ontstaat, geen woningen kunnen worden gebouwd en geen bedrijventerreinen kunnen worden gerealiseerd. Tevens ontstaat extra netwerkcongestie. Er is geen sprake van gelijkwaardigheid, terwijl deze juist wel nodig is om een juiste ruimtelijke afweging te kunnen maken. De gezondheid van de burgers komt, naast het genoemde ruimtegebrek, in gevaar. Het milieu en de natuur lijden teveel schade, met name door vogel- en insectensterfte door de komst van de mega hoge IWT’s van 280 meter hoog, De provincie kan in dat kader niet voorbij gaan aan het voorzorgsbeginsel en de SMB-richtlijn iv . Er wordt niets gedaan met de deskundige inbreng van artsen zoals Diederik Gommers, Anneke Bodde en Sylvia van Manen.
Fundamenten gaan tot 40 meter de grond in, wat op korte termijn gevolgen heeft voor het bodemleven en watergang. Op lange termijn is er risico op vervuiling door Bisfenol A. De juridische bouwsteen van Pels Rijcken vlaten in ruimtelijk opzicht duidelijk zien dat regulering van activiteiten moet plaatsvinden vi. Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. 2 Dit komt in het gedrang bij het plaatsen van teveel enorme IWT’s, zonder de juiste wettelijke en wetenschappelijke afwegingen te maken. Dan is sprake van strijd met artikel 8 lid 2 EVRM.vii Juist door de eigen lokale verantwoordelijkheid onder druk te zetten, door programmeringsafspraken op te leggen, leidt dat tot minder verantwoordelijkheid van gemeenten. Er kan beter worden gezocht naar gezamenlijke oplossingen op het gebied van wonen, bedrijvigheid, gezondheid, natuur, landschap en milieu, economische groei en verduurzaming dan alleen naar het doel van de provincie om koste wat het kost de afspraken uit de (buitenwettelijke) RES te behalen. Dat creëert juist meer blokkades. Het elektriciteitsnet is een fundament voor onze economische groei. Kortom elektriciteit is de spil waarop de economie draait. Het betreft absolute prioriteit. Om die reden is het van belang het concept ontwerp besluit van de ACM viii, reeds in de afweging mee te nemen ix .
Er is niets gedaan met de kennis van wetenschappers zoals David Smeulders hoogleraar energietechnologie. Die waarschuwt voor de hoge netwerkkosten, de wiebelstroom x etc. en leidt tot hoge energierekening voor consumenten. GS gaat voorbij aan de hieronder genoemde essentiële zaken: • De genoemde ruimtelijke afwegingen en belangen; • Gezondheid van de burger, het milieu, natuur, landschap etc; • De gelijkwaardigheid van provincie en gemeenten en met alle gevolgen van dien; • het Europese Handvest; • Voorkomen van netwerkcongestie; • Afstandsnormen van Infra en waterstaat; • De te hoge energierekening. De provincie mag, ons inziens, op grond van al deze bovenstaande punten niet met wettelijke hiërarchische instrumenten, koste wat kost, IWT’s in de clustergebieden door middel van programmeringsafspraken afdwingen. Daarmee wordt voorbij gegaan aan de bestuurlijke verhoudingen, waaruit juist uit het Europese Handvest, als bindende regel, volgt dat sprake moet zijn van gelijkwaardigheid.
De Staten, gehoord de beraadslagingen , overwegende dat: - Constitutioneel gezien provincie en gemeenten gel ijkwaardig zijn; - Sprake moet zijn van gelijkwaardigheid en ziet op Europese Handvest; - Ruimtelijk een niet juiste afweging wordt gemaakt (zie: ministerie Infra en Waterstaat); - Gezondheid van de burger altijd voorop moet staan en het nieuwe RIVM rapport moet worden afgewacht en gerespecteerd; - Het voorzorgsbeginsel en de SMB-richtlijn in acht moet worden genomen; - Wettelijke hiërarchische instrumenten mogen nimme r ten koste mogen gaan van de bestuurlijke verhoudingen en zeker in gedecentraliseerde democratie zoals wij die kennen; - De programmeringsafspraken voldoen niet aan het Europese Handvest; - De programmeringsafspraken voldoen niet aan artikel 8 lid 2 EVRM; - De provincie een papieren doel nastreeft en op ve el plaatsen en leidt tot netwerkcongestie en hoge kosten. In 2022 was dat al 4,1 miljard;xi - Het coalitieakkoord: ‘schouder aan schouder’ de nadruk legt op samenwerking bij gewijzigde situaties wat gevolgen heeft voor het geformuleerde beleid.xii Zijn wij van oordeel dat: Op grond van de genoemde overwegingen kan geen plafond worden bepaald en vastgesteld zonder al het bovengenoemde in acht te nemen.
Wanneer gemeenten niet akkoord gaan met de programmeringsafspraken; juist dan is samen een oplossing bereiken, met inachtneming van al het bovengenoemde, de ultieme invulling van het schouder aan schouder staan. Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. 3 Roepen GS op: 1. gegeven alle onderstaande redenen en feiten de programmeringsafspraken moeten worden herzien en op grond van alle onrust die is ontstaan en nog steeds toeneemt de programmeringsafspraken niet houdbaar zijn; 2. met gemeenten samen te werken en zodanig dat wanneer programmeringsafspraken afgedwongen zijn er geen sprake is van gelijkwaardigheid en dus er een oplossing moet worden gezocht; 3. PS te informeren in september 2024. en gaan over tot de orde van de dag. Jos Rosendaal en Adam Bakker Overijssel Vooruit i zoals Enschede, Deventer, Dinkelland, Hardenberg, Hof van Twente, Hellendoorn, Raalte, Rijssen-Holten , Tubbergen en Wierden ii op grond van artikel 9 c van de Elektriciteitswet 1998; iiiiii Handvest van 15 oktober 1985, Trb. 1987, 63 goedgekeurd bij Wet van 10 oktober 1990, Stb.
546, voor Nederland in werking getreden op 1 juli 1991; iv bij niet implementatie van de SMB-richtlijn daarbij zelfs inbegrepen een onjuiste implementatie iv , dat nu al vaststaat en erger moet worden voorkomen, omdat de SMB-richtlijn rechtstreekse werking heeft In strijd is gehandeld met artikel 4 lid 3 VEU en artikel 288 derde volzin VWEU door de SMB-richtlijn niet te implementeren en gezondheidsschade straks niet te overzien is v ‘Juridische en praktische bouwstenen voor financiële participatie bij hernieuwbare energieprojecten voor decentrale overheden’ en de omgevingswet; vi Zie: juridische bouwsteen van Pels Rijcken, ‘Juridische en praktische bouwstenen voor financiële participatie bij hernieuwbare energieprojecten voor decentrale overheden’ , blz. 28: Onder de Omgevingswet kan een plafond worden gesteld in het belang van de regulering van activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval de bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. vii ECLI:NL:RBDHA:2024:3734, overweging 6.43; viii Ontwerpbesluit Prioriteringsruimte transportverzoeken Ons kenmerk : ACM/UIT/593612 Zaaknummer : ACM/23/182341 Datum : 13 juli 2023, hierna concept ACM besluit, nummer 115.
ix Ontwerpbesluit Prioriteringsruimte transportverzoeken Ons kenmerk : ACM/UIT/593612 Zaaknummer : ACM/23/182341 Datum : 13 juli 2023, nummerv115. In de zaak Fondul heeft het HvJ EU de voorzienings- en leveringszekerheid als legitiem doel aangemerkt om onderscheid te maken tussen afnemers. Deze zaak ging over een verschil in behandeling tussen elektriciteitsproducenten om de nationale voorzienings- en leveringszekerheid te borgen. Het HvJ EU oordeelde over dit doel: “Het lijdt geen twijfel dat het doel van leverings- en voorzieningszekerheid legitiem is. Zoals volgt uit overweging 5 van richtlijn 2009/72 is de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening van vitaal belang voor de ontwikkeling van de Europese maatschappij, voor de uitvoering van een duurzaam beleid inzake klimaatverandering en voor de bevordering van het concurrentievermogen op de interne markt.” 35 Zoals onder meer blijkt uit de randnummers 2 en 3 van de preambule bij de Elektriciteitsverordening en Elektriciteitsrichtlijn en uit de artikelen 1 en 9 van de Elektriciteitsrichtlijn, is het borgen en bevorderen van de voorzienings- en leveringszekerheid nog steeds een belangrijk doel van de Europese elektriciteitswetgeving.
x Opgewekte stroom door windturbines is afhankelijk van weersomstandigheden en kunnen sterk variëren; xi Artikel Volkskrant: Windparken en zonnevelden kunnen groene stroom niet kwijt, compensatie loopt in de honderden miljoenen. xii Zie pagina 7 coalitieakkoord: Samen maken we het verschil Samenwerken is samen werken. Het gaat dus niet vanzelf. De kracht van samenwerking is enorm groot. Alleen samen kunnen we en willen we de opgaven realiseren. We werken daarom aan goede en open relaties in Provinciale Staten, met onze medeoverheden, samenwerkingspartners, maatschappelijke organisaties en inwoners.