4.0 Ministerie BZK - Verwerping wetsvoorstel verruiming ontheffing woonplaatsvereiste wethouders en gedeputeerden.pdf
Tekst van het document
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > R etouradres Postbus 20 011 25 00 EA Den Haag Gemeente Steenwijkerland (OV) Postbus 162 8330 AD STEENWIJK Ing ek om en n'.d. SteeiiwijK erland ' 1 JUM Zü J Za akn ufT inie i: P.eeks; Dire ctie Dem ocr atie en Bestu ur Turf mar kt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www .rijks over heid. nl www. facebo ok.com /minb zk www .twit ter.c om/ min bzk Ken mer k 20 19 -00 00 29 23 04 Datum 12 juni 2019 Betreft Verwerping wetsvoorstel verruiming ontheffing woonplaatsvereiste wethouders en gedeputeerden Op dinsdag 4 ju ni jl. heeft de Eerste Kamer het voorstel tot wijziging van de Gemeentewet en de Provinciewet in verband met de verruiming van de bevoegdheid van de raad en provinciale staten om ontheffing te verlenen van het vereiste van ingezetenschap voor wethouders en gedeputeerden verworpen.^ Graag informeer ik u met deze brief wat de gevolgen hiervan zijn. Inhoud wetvoorstel Het wetsvoorstel beoogde twee wijzigingen. De eerste wijziging zag op de bevoegdheid van de raad en provinciale staten om ontheffing van het woonplaatsvereiste voor wethouders en gedeputeerden te verlenen. De Gemeentewet en de Provinciewet beperken de duur van de ontheffing tot een jaar; verlenging is mogelijk in een bijzonder geval, telkens voor ten hoogste een jaar.
Voorgesteld was die beperking te laten vervallen, zodat een ongeclausuleerde ontheffingsbevoegdheid zou ontstaan. Tegelijkertijd zou het vereiste van ingezetenschap het uitgangspunt blijven. De tweede wijziging die het wetsvoorstel beoogde zag op het voorzitterschap van raads- en statencommissies. De Gemeentewet en de Provinciewet dragen het voorzitterschap van dergelijke commissies op aan een lid van de raad respectievelijk provinciale staten. Voorgesteld was die verplichting te laten vervallen, zodat desgewenst ook een externe, technische voorzitter zou kunnen worden aangesteld. Huidig wettelijk kader b lijft van kracht Nu het wetsvoorstel verworpen is, b lijft het huidige wettelijke kader van kracht. Dat betekent ten aanzien van de ontheffing van het woonplaatsvereiste dat op grond van artikel 36a van de Gemeentewet en artikel 35b van de Provinciewet er elk jaar opnieuw moet worden beoordeeld of de ontheffing van het woonplaatsvereiste verlengd wordt. Daarbij dient sprake te zijn van een bijzonder geval, hetgeen de raad respectievelijk provinciale staten in het besluit dient te motiveren. ^ Kamerstukken 12018/19, 34 807, A. Pagina 1 van 2
Voor wat betreft het voorzitterschap van raadscommissies betekent dat op basis van artikel 82 van de Gemeentewet alleen een raadslid voorzitter kan zijn en dat het niet mogelijk is om een niet-raadslid als voorzitter van een dergelijke commissie te benoemen. Hetzelfde geldt ten aanzien van statencommissies op basis van artikel 80 van de Provinciewet. Gemeenten kunnen op basis van a rtikel 84 van de Gemeentewet desgewenst ook 'andere commissies' instellen, waar ook niet-raadsleden voorzitter van kunnen zijn. Voor provincies bestaat die mogelijkheid op basis van artikel 82 van de Provinciewet. Ik zal blijven streven naar meer ruimte voor lokaal maatwerk en daartoe met VNG en IPO overleg voeren, waarbij ik goede nota neem van de overwegingen van de Eerste Kamer om het wetsvoorstel te verwerpen. Dir ect ie D emo cra tie en Best uur Ministe rie v an Bin nenia ndse Zaken en Ko nink rijks rela ties Da tum Ken mer k 20 19 -0 00 02 92 30 4 Hoogachtend, De minister van [Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, V drs. K.H. OllongrBR Pagina 2 van 2