36.0 College - Eindevaluatie SO+ klassen 't Ravelijn.pdf
Tekst van het document
SO+ APRIL 2020 In het schooljaar 2018/2019 zijn we samen met het Onderwijs Expertise Centrum ’t Ravelijn in Steenwijk - als proef - begonnen met een vernieuwende aanpak. Kinderen die zich niet kunnen handhaven in de regu- liere groepen voor speciaal onderwijs van ‘t Ravelijn, krijgen in hele kleine groepen (de SO+ groepen) les van een leerkracht die daarbij ondersteund wordt door een pedagoog. Het doel is dat de kinderen weer volledig aan het onderwijs kunnen deelnemen en uiteindelijk weer in een reguliere Ravelijn-groep opgenomen kunnen worden. Inmiddels loopt de pilot voor het tweede jaar. In dit tweede jaar zijn de leer- punten uit het eerste jaar meegenomen. Wat zijn de resultaten? Proef met SO+ groepen op ’t Ravelijn Eindevaluatie Kort samengevat Uit de evaluatie blijkt dat de kinderen, dankzij de intensieve begeleiding in de SO+ groepen, weer ontwikkeling laten zien. Een aantal kinderen dat eerst thuiszat, gaat nu weer elke dag naar school. Ook het aantal incidenten is tijdens de proefperiode aanzienlijk afgenomen. Tegelijkertijd zijn er ook aandachtspunten. Bijvoorbeeld als het gaat om de samenstelling van de SO+ groepen. De clustering van soms heftige problematiek kan versterkend werken en bovendien leiden tot overbelasting van de leerkrachten. Ook is een groep van 8 kinderen voor de SO+ groep toch te groot gebleken. Ouders zijn positief.
Zij ervaren dat het beter gaat met hun kind en ook binnen het gezin. Voor wie De speciale SO+ groepen (6 kinderen) zijn bedoeld voor kinderen die zich niet kunnen handhaven in de reguliere Ravelijn-groepen. Door psychiatrische oorzaken kampen zij met forse gedragsproblemen. In de groep uit zich dat vaak in verbale of fysieke agressie. Hierdoor kunnen ze niet of niet volledig meedoen aan het onderwijs. Deze kinderen hebben extra ondersteuning nodig. Intensieve begeleiding De SO+ groepen kennen een ruime formatie. Op beide groepen zit 2,2 fte: een zeer ervaren leerkracht én een onder- steuner met een pedagogische of psychologische opleiding op HBO-niveau. Het onderwijs en de gemeenten, die een bijdrage per leerling betalen, zorgen voor de financiering. Het mes snijdt aan twee kanten. Door de SO+ groepen is geen individuele begeleiding meer nodig op school of alter- natieve dagopvang. Deze kosten aan jeugdhulp worden uitgespaard. Samenwerking is cruciaal. Ook met de ouders. Kinderen worden alleen in deze groepen geplaatst als de ouders er ook achter staan. Monitoring Natuurlijk monitoren we de proef goed. We kijken onder andere naar het verzuim, het aantal incidenten met de kinderen en naar de ontwikkeling in leerresultaten. Ook vragen we de mening van ouders, leerkrachten, jeugd- consulenten en hulpverleners en nemen we de onderlinge samenwerking onder de loep.
Halverwege het eerste school- jaar was er een tussenevaluatie. Vervolgens hebben we na het eerste volledige schooljaar geëvalueerd. Nu kijken we terug op anderhalf jaar ervaring. Leren van het eerste jaar De leerpunten uit het eerste pilotjaar hebben we direct meegenomen bij de start van het tweede jaar. In het eerste jaar bleek dat clustering van problematiek juist versterkend kan werken en agressie kan opleveren. Ook werd duidelijk dat een groep van 8 kinderen te groot was. Daarom zijn we in het tweede pilotjaar gaan werken met twee groepen van 6 kinderen (in plaats van de SO++ groep met 4 kinderen en de SO+ groep van 8 kinderen). Verder bleek dat voor een goede samenstelling van de groepen de onderlinge dyna- miek bepalender is dan de niveauverschillen. Ook hier is in het tweede jaar nog meer aandacht aan besteed. Door de bovengenoemde aanpassingen is het tweede pilotjaar veel beter van start gegaan dan het eerste pilotjaar. Er zijn niet alleen minder incidenten, ook voor de profes- sionals in de klas is het beter te doen. Vorig jaar werd nog geconstateerd dat de belasting voor de langere termijn te groot was. Nu zijn de medewerkers veel positiever en bereid om een SO+ groep ook voor meerdere schooljaren te doen. Ook zijn er in dit tweede jaar (nog) geen uitvallers. Dit in tegenstelling tot het eerste jaar toen er 2 kinderen uitvielen.
Doorstroom SO+ klassen Vooraf hadden we verwacht dat kinderen uit de SO+ groepen op termijn weer zouden kunnen doorstromen naar een regu- lier SO groep. Na het eerste pilotjaar hebben we moeten con- stateren dat één jaar te kort is om een dergelijke doorstroom te zien. Des te mooier is het om nu, na anderhalf jaar, te zien dat er toch een kind vanuit de SO+ groep is doorgestroomd naar een reguliere SO groep. De kinderen die nu in de SO+ groepen zitten, zaten dat vorig jaar grotendeels ook. In het tweede pilotjaar zijn 4 kinderen ‘nieuw’ in de SO+ groep gekomen. Zij vullen de plekken op van de 2 kinderen die uitgevallen zijn in het eerste pilotjaar en de 2 kinderen die doorgestroomd zijn naar het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Verzuim Belangrijk doel van de SO+ groep is dat kinderen weer volledig naar school gaan. We zagen direct in het eerste pilotjaar al enorme verbeteringen rondom verzuim. In het tweede pilotjaar zien we het volgende: 2 De resultaten ‘Samenwerken is cruciaal, ook met de ouders!’ Van de kinderen die in het eerste pilotjaar zijn uitgevallen, is er 1 door verhuizing uit beeld geraakt. De 2e uitvaller is onlangs in de Trajectklas (Tij) op het VO begonnen. De 2 kinderen die de overstap naar het VSO hebben gemaakt, doen het daar goed.
• 8 kinderen hadden geen abnormaal verzuim en dit is zo gebleven • 1 kind ging van thuiszitten (met behandeling) naar geen abnormaal verzuim • 1 kind ging van thuiszitten naar halve dagen naar school (hoewel dit nog een te hoog verzuim is, is er wel een grote verbetering) • 1 kind ging van 50% naar 12% verzuim (ook dit is nog te hoog, maar wel sterk verbeterd) • 1 kind ging van deels thuiszitten en deels naar school met individueel begeleider naar geen abnormaal verzuim (zon- der begeleider) Kinderen minder bij incidenten betrokken In het eerste pilotjaar zagen we een enorme afname van het aantal incidenten. Voordat we met de pilot begonnen, was het aantal incidenten met kinderen uit de SO+ groep extreem hoog (gemiddeld 34 incidenten per maand). Meer dan dagelijks gebeurde er iets. Aan het eind van het schooljaar was dit teruggebracht tot een gemiddelde van 3 incidenten per groep per maand. In het tweede pilotjaar begonnen we met gemiddeld zo’n 8 incidenten per groep per maand. Ook nu zien we weer een daling. Op dit moment zijn er gemiddeld 6 incidenten per groep per maand. We hopen dat deze daling zich in de rest van het schooljaar doorzet. Overigens zijn de incidenten dit schooljaar minder heftig van aard dan in het eerste pilotjaar. In beide SO+ groepen zien we dat de incidenten vooral naar 1 individu te herleiden zijn.
Met deze kinderen is wekelijks wel een incident, terwijl dat bij andere kinderen hooguit één keer per maand is. Goed om te weten is dat leerkrachten en begeleiders – door de ruimere personeelsbezetting – veel meer de mogelijkheid hebben om in te grijpen op incidenten en dit als leermoment te gebruiken. Daling aantal incidenten in de reguliere groepen In de praktijk ervaren de leerkrachten dat – door de inzet van de SO+ groepen – ook de reguliere groepen rustiger zijn geworden. Ook deze trend is in het tweede pilotjaar doorgezet. Waren er vorig schooljaar nog gemiddeld zo’n 1,7 incidenten per groep per maand, nu ligt dat aantal op circa 1 incident per maand. 3 thuisz te hoog verz v abn naar reg verzuim geen abnorm verzuim onbekend nee deels ja Ontwikkeling in leerresultaten De vooruitgang van technisch lezen, begrijpend lezen, spelling, rekenen en wiskunde monitoren we in zoge- naamde DLE’s (de didactische leereenheden). Hierbij zien we een grillig beeld. De ontwikkeling van kinderen verloopt niet via een constante lijn. Dat maakt het lastig om con- clusies te trekken. Ook zijn er kinderen die niet toetsbaar zijn. Toch kunnen we stellen dat: • 7 kinderen zich het afgelopen jaar duidelijk hebben ontwikkeld als het gaat om lezen/taal; bij 2 kinderen zien we een minimale ontwikkeling op taalgebied.
• 8 kinderen zich het afgelopen jaar duidelijk hebben ontwikkeld als het gaat om rekenen; bij 1 kind zien we een stagnatie. Taal Rekenen Naast het monitoren van de leerresultaten in DLE’s zijn voor ieder kind voor het eerste half jaar ook zorgdoelen geformuleerd. Deze doelen zijn bij 4 kinderen (grotendeels) behaald, bij 7 kinderen deels en bij 1 kind niet. thuisz te hoog verz v abn naar reg verzuim geen abnorm verzuim onbekend nee deels ja thuisz te hoog verz v abn naar reg verzuim geen abnorm verzuim onbekend nee deels ja thuisz te hoog verz v abn naar reg verzuim geen abnorm verzuim onbekend nee deels ja thuisz te hoog verz v abn naar reg verzuim geen abnorm verzuim onbekend nee deels ja ‘Kinderen die thuiszaten gaan weer naar school! Dat is een flinke stap!’ onbekend duidelijke ontwikkeling minimale ontwikkeling onbekend duidelijke ontwikkeling minimale ontwikkeling thuisz te hoog verz v abn naar reg verzuim geen abnorm verzuim onbekend nee deels ja thuisz te hoog verz v abn naar reg verzuim geen abnorm verzuim onbekend nee deels ja geen abnormaal verzuim van thuiszitten naar geen abnormaal verzuim van thuiszitten naar halve dagen school van 50% naar 12 % verzuim van deels thuiszitten en deels school naar geen abnormaal verzuim Ontwikkeling in verzuim 4 DE ERVARING VAN EEN MOEDER 1 ‘Ik kreeg de vragen en opmerkingen die ik nodig had.
Ik voelde me vreselijk kwetsbaar, maar wilde dat dit ging lukken. De huisbezoeken hebben me goed gedaan. Spiegelen en de confronterende gesprekken hebben er-voor gezorgd dat ik mezelf weer op de rit heb ge- kregen. Ik ben er nog lang niet, maar heb wel weer de handvatten gekregen die ik nodig had. Ik herken nu de momenten waar ik fout ga en kan het al enigszins herstellen. We hebben nog steeds geregeld woorden, maar merk aan mezelf dat ik anders reageer.’ Colofon Dit is een uitgave van de gemeente Steenwijkerland Postbus 162, 8330 AD Steenwijk info@steenwijkerland.nl | www.steenwijkerland.nl Eerst geen, nu wel hulpverlening De nauwe samenwerking tussen het onderwijs en de jeugdconsulenten heeft in de pilotperiode er een aantal keren toe geleid dat in gezinnen hulpverlening op gang gekomen is. De ouders ervaarden – anders dan de professionals – geen probleem in de thuissituatie. Door samen op te trekken zijn thuis en school geen aparte werelden meer. Met de ouders wordt een plan gemaakt voor school én de thuissituatie. Dit zeggen ouders Voor de pilot gaven ouders gemiddeld een 5 voor de thuissituatie. Aan het einde van het eerste schooljaar was dit een 7,8. Omdat een groot deel van de kinderen in de SO+ groep bleef, begonnen we het tweede jaar al veel beter, namelijk gemiddeld met een 6,8. Na een half jaar is dat weer opgelopen naar een gemiddelde van een 7, 4.
Ouders van een kind dat nieuw in de SO+ groep is gekomen, gaven bijvoorbeeld bij de start nog een 3 en inmiddels een 7 voor de thuissituatie. Dit zeggen professionals De onderlinge samenwerking tussen de professionals vanuit het onderwijs, de gemeente en de hulpverlening is over het algemeen goed te noemen. Er is kennis en kunde, vertrouwen en de samenwerking verloopt in een open sfeer. Wel wordt onderkend dat dit soms nog te persoonsafhankelijk is. Dit blijft een aandachtspunt. De gemeentelijke jeugdconsulenten noemen vooral de korte lijnen en aandacht voor evaluatie en afstemming als positieve punten. Ook de leerkrachten geven aan blij te zijn met de korte lijnen en maatwerk. Daarnaast zien zij de ontwikkeling van de didactische en sociale vaardighe- den van de kinderen als pluspunt. Voor de hulpverlening zijn het vooral de kleinere groepen die de SO+ groepen waardevol maken. Hierdoor kan meer individuele aan- dacht gegeven worden en kunnen gerichtere activiteiten en passender onderwijs worden aangeboden. Tot slot Deze unieke pilot krijgt mogelijk elders in het land navolging. Andere regio’s en scholen hebben interesse getoond en zijn al langsgekomen om ervaringen te horen. Vanuit de regio’s Emmen en Friesland komen geïnteresseerde delegaties voor een tweede bezoek om te zien en horen hoe het werkt in de praktijk.
Ook het landelijk expertise centrum voor speciaal onderwijs volgt onze pilot met belangstelling. ‘Unieke pilot met mogelijk navolging’ ‘Mooi hoe we kijken naar de mogelijkheden in plaats van de onmogelijkheden van een kind’ VORMGEVING TERESA JONKMAN ‘Ik hoop echt dat deze SO+ groepen blijven bestaan. Het gaat nu zoveel beter met mijn kind’