CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

35.1 College - VTH Wabo-beleidsplan Steenwijkeland.pdf

Raadsvergadering 8 maart 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken15.704 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een relevante vraag is in hoeverre de gemeente dit beleid wil voortzetten en welke maatregelen mogelijk zijn om dit te wijzigen.  De handhaving lijkt sterk reactief van aard te zijn. Focus ligt op het afhandelen van meldingen en verzoeken in plaats van handhaving op de ‘eigen speerpunten’. Deze werkwijze geeft medewerkers een gevoel van ‘het overkomt ons’. Voor onze burgers leidt dit ook tot onwenselijke situaties: handhaven gebeurt selectief (daar waar gemeld wordt), terwijl gelijke situaties waarover niet geklaagd wordt kunnen blijven voortbestaan zonder sanctie. Dit geldt in dezelfde mate ook voor de vergunningverlening: initiatiefnemers die hun activiteit melden kunnen een weigering krijgen, terwijl het toezicht op initiatiefnemers die realiseren zonder te melden zeer beperkt is. Toezicht dient vooral consistent en pro-actief te zijn.  Er bestaat binnen de gemeente een wisselend beeld over de mate van handhaving. Enerzijds bestaat bij een deel van de betrokkenen (ook bestuurlijk) het beeld dat er te weinig wordt gehandhaafd. Een ander beeld is ook aan de orde, namelijk dat er te veel en te zwaar wordt gehandhaafd. Er lijkt in ieder geval sprake te zijn van een inconsistent beeld en uitvoering (bijvoorbeeld verschillen tussen handhavers).

De VTH-organisatie  Bij de oprichting van de ODIJ als gemeenschappelijke regeling op 1-1-2018, zijn de basistaken ondergebracht bij de ODIJ. Zo verzorgt de ODIJ sindsdien de vergunningverlening milieu, een deel van het toezicht milieu, het asbesttoezicht en afhandeling van meldingen en toezicht op bodemtaken. De gemeente blijft bevoegd voor het vaststellen van beleid voor deze taken. Met het regionaal uniform VTH-beleid 2019-2021 wordt daar regionaal invulling aan gegeven.  De verbinding tussen vergunningverlening enerzijds en toezicht & handhaving anderzijds is niet altijd aanwezig. In praktijk komt het regelmatig voor dat in de vergunning opgenomen voorschriften in het toezicht- & handhavingsproces niet handhaafbaar zijn / afgedwongen kunnen worden. De afstemming hierover tussen vergunningverlening en toezicht (handhaafbaarheidstoets én overleggen over overtredingssituaties tussen toezichthouders en vergunningverleners) kan verbeteren.  De werkvoorraad staat op gespannen voet met de beschikbare capaciteit: - De capaciteit op vergunningverlening ligt op een minimumniveau. - Ook ruimtelijke ordening geeft reden tot zorg: het team kent een capaciteitstekort en daarnaast veel inhuur en wisseling van personeel. Daarmee is de kennis van de voorgeschiedenis op dossiers verdwenen. - In het jaarprogramma van 2017 is een keuze gemaakt voor bijstelling van de standaard-uren.

Daarbij zijn in het VTH-Beleidsplan voor de activiteit ‘bouw’ keuzes gemaakt ten aanzien van de diepgang van de toets aan het Bouwbesluit - Ook bij toezicht op de uitvoering van vergunningen is de capaciteit beperkt; met de bestaande capaciteit kan in minimale vorm toezicht worden gehouden op verleende vergunningen. Veel uren worden besteed aan handhavingsverzoeken en klachten. Capaciteit voor toezicht bestaande bouw is niet aanwezig. VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 28/42  De proceskamer behandelt vergunningen in het kader van de Wabo. Dit zijn de omgevingsvergunningen die betrekking hebben op Bouw, Afwijkingen van het bestemmingsplan, Brandveiligheid, Aanleg en Monumenten. De proceskamer functioneert goed en blijft zich ontwikkelen.  Bezoek aan de balie, mail-afhandeling en telefoniebeantwoording zijn onderdeel van vergunningverlening Wabo; doordat specialisten dit uitvoeren, krijgen klanten meer gerichte antwoorden.  De inzet door de toezichthouder ruimtelijke ordening en inzet op legalisatieonderzoeken heeft goed gewerkt. We zijn beter in staat geweest om overtredingen en mogelijke oplossingen in beeld te brengen en een deel van de overtredingen te laten beëindigen zonder formele procedures. Effectiviteit en doelmatigheid  Het realiseren van de naleefpercentages is als doelstelling niet meetbaar gebleken.

Of de uitvoering dus heeft geleid tot het realiseren van de doelen (effectiviteit) is niet bekend. Het vertalen van doelstellingen in indicatoren én registratiesystemen is belangrijke aanbeveling voor de toekomst.  Doordat veel capaciteit wordt ingezet voor afhandeling van handhavingsverzoeken, kan deze capaciteit niet worden ingezet voor het realiseren van de doelstellingen. De doelmatigheid staat hiermee ook onder druk. VTH-beleidsopgave voor de toekomst We, als college van B&W, willen tot een vernieuwd en verbeterd VTH-beleidsplan komen: - Een VTH-beleid dat voldoet aan de vigerende maar ook aan de toekomstige wet- en regelgeving zoals de Omgevingswet, Wet kwaliteitsborging bouwen en de VTH-Kwaliteitscriteria . - Een VTH-beleid dat in verbinding is gebracht met regionale VTH-beleid Milieu voor de taken die zijn belegd bij ODIJ en een vertaling bevat van de thema’s uit de VTH-verordening Kwaliteit. - Een VTH-beleid dat een duidelijke en werkbare doorwerking en implementatie te krijgen naar het operationele deel van de Big-8 cyclus. Met name de connectie met het jaarprogramma is hierbij van belang. - Een VTH-beleid dat minder ‘technisch’ van aard is en een meer strategisch karakter heeft waarbij de inzet van het VTH-instrumentarium effectiever wordt ingezet. - Een VTH-beleid waarin de meetbaarheid van doelstellingen is vergroot.

VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 29/42 C. Kaders voor voorlichting en vooroverleg Als initiatiefnemers weten waaraan ze moeten voldoen en dus weten wat er van hen wordt verwacht, dan kunnen veel misverstanden op voorhand worden vermeden. Het expliciet maken van die verwachtingen pakken wij aan door de volgende uitgangspunten te hanteren in de voorlichting en communicatie naar de gebruikers van de Steenwijkerlandse leefomgeving:  We zorgen voor heldere en makkelijk te vinden regels op de website van de gemeente en in het voorlichtingsmateriaal dat we aan hen ter beschikking stellen.  We faciliteren zoveel mogelijk partijen die als intermediair ook de voorlichting namens de gemeente kunnen uitvoeren.  We stimuleren mensen die met vragen komen in eerste instantie zelf e.e.a. te ontdekken door een adequate doorverwijzing naar het beschikbare voorlichtingsmateriaal op o.a. websites en naar de intermediairs die ze daarbij kunnen helpen.  Als men er op basis van voorlichtingsmateriaal of hulp KCC niet uit kan komen volgt er pas een uitnodiging voor een gesprek op afspraak. We werken altijd op afspraak om zo zelf goed voorbereid te zijn en onnodige wachttijd te voorkomen.  Gesprekken op afspraak vinden plaats door professionals die ook de formele aanvragen en handhavingszaken behandelen.

 We bereiden ons zo goed mogelijk voor op een afspraak met een potentiële vergunningaanvrager. We verwachten en sturen erop dat ook de vraagsteller zich zo goed mogelijk voorbereid.  We zijn geen adviseur: Onze advisering beperkt zich tot een toelichting op de toepasselijke kaders en regels in het concrete geval van de potentiële vergunningaanvrager. We raden standaard aan een professionele adviseur in de hand te nemen als men zich goed wil voorbereiden.  We streven ernaar om in de vooroverleggen met de potentiële vergunningaanvrager hem direct zo’n goed mogelijke inschatting te geven van de haalbaarheid van zijn initiatief.  Potentiële aanvragers van initiatieven die plaatsvinden in beschermde stadsgezichten en/of monumenten en/of functiewijziging van gebouwen worden altijd uitgenodigd om eerst een conceptaanvraag in te dienen. Potentiële aanvragers voor een bouwwerk waarvan de haalbaarheid met redelijke zekerheid al in het eerste gesprek kunnen worden ingeschat, worden ontmoedigd om een conceptaanvraag in te dienen en worden gevraagd direct een definitieve aanvraag in te dienen als de haalbaarheid positief is.  We stimuleren aanvragers om de formele aanvraag voor een vergunning altijd digitaal in te dienen.

 Waar we in het voortraject de tijd nemen voor overleg, zijn we strikt in het formele proces: o Na een eerste verzoek tot aanvulling van ontbrekende stukken bij de aanvraag zal geen tweede verzoek meer komen. o Na een negatief welstandsadvies krijgt een aanvrager nog maar één kans om de formele aanvraag aan te passen. Lukt het dan nog niet, dan raden wij aan om de aanvraag terug te trekken of zullen wij negatief besluiten. Door terugtrekken bespaart hij op de leges, maar ziet hij tevens af van de mogelijkheid bezwaar aan te tekenen tegen de eventuele weigeringsbeschikking.  We nemen standaard telefonisch contact op met de aanvrager als de belangenafweging negatief voor hem uit dreigt te vallen, voordat de beschikking de deur uit gaat. We stimuleren aanvragers in dergelijke gevallen om hun aanvraag terug te trekken.  We houden een continue dialoog over wederzijdse verwachtingen met de vaste belangenbehartigers van onze doelgroepen. VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 30/42 D. Kaders voor vergunningverlening In dit hoofdstuk staan de afspraken die de gemeente volgt bij het toetsen van vergunningaanvragen en meldingen, met betrekking tot prioritering en diepgang van de te toetsen elementen van iedere aanvraag/melding. De gemeente kiest er in algemene zin voor om in het kader van de stimulering van het naleefgedrag de nadruk op de vergunningverleningsfase te leggen.

We veronderstellen immers dat daardoor minder toezichtinspanningen nodig zijn bij het toezicht op de uitvoering en het gebruik van de vergunningen. In het omgevingsrecht wordt onder vergunningverlening verstaan het beoordelen en toetsen van aanvragen aan geldende wet- en regelgeving. Uiteindelijk moet dit resulteren in een kwalitatief goed besluit, eventueel onder voorwaarden en met voorschriften, binnen de hiervoor geldende proceduretijd. Belangrijk is dat men zich hierbij realiseert dat het vaak gaat om het toetsen aan landelijke wetgeving, dat wil zeggen dat afwijken lang niet altijd mogelijk is. Alle niet hieronder benoemde vergunningen in de fysieke leefomgeving worden in principe 100% getoetst aan de vigerende regels. D.1 Ruimtelijke ordening De gemeente toetst iedere omgevingsvergunningaanvraag altijd en volledig aan het vigerende ruimtelijke plan (bestemmingsplan en/of beheersverordening, later omgevingsplan). Voor zover een aanvraag niet past binnen de hierin gestelde regels, zijn de vergunningverleners ambtelijk toegestaan afwijkingen te accepteren voor zover:  het gaat om binnenplanse afwijkingen;  ze voorkomen op de kruimellijst (zoals opgenomen in Bijlage II, artikel 4 van het Besluit omgevingsrecht (Bor)) en de gemeente in haar afwijkingenbeleid de afwijking expliciet heeft toegestaan. De kruimelgevallenregeling komt niet terug onder de Omgevingswet.

In alle andere gevallen wordt een ruimtelijke afweging gemaakt. Als er geen concrete beleidskaders van toepassing zijn, blijft de afweging expliciet voorbehouden aan het college. Daarnaast geldt dat als zaken naar verwachting politiek gevoelig liggen het college ook om een expliciete afweging wordt gevraagd. Het is aan de professionaliteit van de ambtelijke organisatie om te bepalen welke aanvragen als politiek gevoelig dienen te worden aangemerkt. In ieder geval politiek gevoelig zijn aanvragen die voldoen aan één of meer van de volgende kenmerken:  er is eerder in de raad of in het college discussie over geweest of zijn vragen over gesteld;  er is de nodige media-aandacht over geweest;  als er sprake is van een buurtconflict;  het college of een portefeuillehouder heeft van te voren aangegeven dat het een gevoelig dossier betreft;  als er substantiële weerstand wordt verwacht jegens een beschikking. Vanaf inwerkingtreding Omgevingswet worden de bestemmingsplannen van rechtswege omgezet naar één omgevingsplan op het niveau van de gemeente. In dit omgevingsplan zijn activiteiten benoemd, die met een vergunning zijn toegestaan. Het betreft dan een binnenplanse omgevingsactiviteit. Een voorbeeld hiervan zijn de aanlegactiviteiten.

Voor de beoordeling van aanvragen voor de omgevingsplanactiviteiten VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 31/42 wordt 100% getoetst aan de beoordelingsregels in het omgevingsplan. Deze beoordelingsregels zijn door de gemeente zelf geformuleerd. Als een aangevraagde activiteit in strijd is met het omgevingsplan, spreken we van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Hiervoor is ook een vergunning nodig. De procedure voor een binnenplanse of buitenplanse omgevingsplanactiviteit is standaard de reguliere procedure; daardoor hanteren we na de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook geen kruimellijst meer. Beoordeling van de aanvraag voor een buitenplanse omgevingsactiviteit vindt plaats aan de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Na besluitvorming over een buitenplanse omgevingsactiviteit passen we binnen de wettelijke termijn het omgevingsplan aan. D.2 Welstand Voor het toetsen van plannen aan het gemeentelijk welstandsbeleid wordt aangesloten bij de methodiek voor het kwalificeren van welstandsniveaus. Dat wil zeggen dat op de volgende niveaus kan worden getoetst, afhankelijk van het in de welstandsnota gekozen welstandsniveau:  Welstandsvrij: Er wordt niet getoetst aan aspecten van welstand.  Basisregime: Er wordt ambtelijk getoetst aan de welstandsnota door medewerkers van de proceskamer.

Bij twijfel wordt advies gevraagd aan de ambtelijk gedelegeerde.  Gemiddeld regime: Er wordt een toets gevraagd van de ambtelijk gedelegeerde van de welstandscommissie. Bij twijfel legt deze de aanvraag voor aan de volledige commissie.  Zwaar regime: De toets wordt uitgevoerd door de welstandscommissie in volledige samenstelling. In de huidige Welstandsnota kennen we alleen het gemiddelde en zwaar regime. Bij twijfel over de passendheid binnen de geldende welstandsvoorschriften geldt dat in principe wordt opgeschaald naar de beoordelaar op het eerstvolgende toetsniveau. Bespreking van de welstandsnota in de raad kan leiden tot een afwijkende visie. In die situatie stelt de raad de welstandsniveaus in afwijking van bovenstaande bij welstandsnota vast. D.3 Bouwtechnische toetsing De wetgever heeft de bouwtechnische voorschriften niet naar zwaarte gedifferentieerd. Het is praktisch onmogelijk om alle geldende voorschriften even uitputtend te toetsen. Hiervoor ontbreken de (financiële) middelen en capaciteit. Bovendien vraagt niet elk bouwwerk om deze controle, waardoor selectief getoetst dient te worden. Voor de technische toetsing van aanvragen voor de omgevingsvergunning bouwen en brandveiligheid is het daarom noodzakelijk tot een lokaal beleidskader te komen waarin de gemeenten aannemelijk maken of aan de regelgeving wordt voldaan.

Bij de toetsing aan de bouwtechnische voorschriften voor bouwwerken die (nog) niet onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vallen, maken we keuzes volgens de methodiek van het integraal toetsprotocol (LTP) zoals die is ontwikkeld onder de verantwoordelijkheid van de Vereniging BWT Nederland. Hierbij wordt een groter belang gehecht aan veiligheids- en gezondheidsaspecten. Ook worden bouwwerken met gevoelige gebruiksfuncties, zoals opgenomen in de risicoanalyse, intensiever getoetst. VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 32/42 Het LTP is speciaal ontwikkeld om te kunnen differentiëren in toetsintensiteit, al naar gelang het bouwwerktype en de risico’s die men voorziet. Hierdoor hoeft een aanvraag niet op alle onderdelen volledig (100%) aan het Bouwbesluit / Bbl getoetst te worden. Binnen de LTP-methodiek is landelijk een toetsniveau vastgesteld, dat door de beroepsgroep als een minimaal acceptabel niveau wordt gezien. Toetsing vindt plaats met behulp van het instrument en de checklists van BRIS-toets, dat speciaal voor het werken met het LTP is opgezet. De toetsmatrix, die geldt als het landelijke geaccepteerde minimumniveau, gebaseerd is op de risicoanalyse uit hoofdstuk 2.5 én daarmee dus het vertrekpunt is voor de gemeente, is hieronder opgenomen.

Scope Woonfunctie (woonwagen) Woonfunctie (woongebouw) Woonfunctie (overig) Bijeenkomstfunctie (kinderopvang) Bijeenkomstfunctie (overig) celfunctie gezondheidszorgfunctie (met bedgebied) gezondheidszorgfunctie (overig) industriefunctie licht industriefunctie overig kantoorfunctie logiesfunctie onderwijsfunctie sportfunctie winkelfunctie parkeergarage / stalling overige gebruiksfunctie (overig) bouwwerk geen gebouwzijnde (wegtunnel) bouwwerk geen gebouwzijnde (overig) Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen art. 1.3 Gelijkwaardigheid 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 Hoofdstuk 2 - Veiligheid Afdeling Omschrijving 2.1 Algemene sterkte van de bouwconstructie B 2 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2.2 Sterkte bij brand B 1 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2.3 Afscheiding van vloer, trap en hellingbaan A 1 3 2 3 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2.4 Overbrugging van hoogteverschillen A 1 3 2 3 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 2 1 2 1 1 2.5 Trap A 1 3 2 3 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 2 1 2 1 1 2.6 Helllingbaan A 1 3 2 3 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 2 1 2 1 1 2.7 Beweegbare constructie-onderdelen A 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 1 1 1 1 2.8 Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2 2 2.9 Beperking van het ontwikkelen van brand en rook C 3 3 3 3 3 3 3 3 2 2 3 3 3 3 3 3 3 2 2 2.10 Beperking van uitbreiding van brand C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2.11

Verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rookC 1 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2.12 Vluchtroutes C 1 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2 3 2 2 2.13 Hulpverlening bij brand C 1 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2 2.14 Hoge en ondergrondse gebouwen, nieuwbouw C 1 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2.15 Inbraakwerendheid, nieuwbouw A 3 2 2.16 Veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied, nieuwbouw C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2.17 Aanvullende regels tunnelveiligheid A 3 Hoofdstuk 3 - Gezondheid Afdeling Omschrijving 3.1 Bescherming tegen geluid van buiten, nieuwbouw D 2 3 3 3 3 2 2 3.2 Bescherming tegen geluid van installaties,nieuwbouw D 2 2 2 3 1 1 3 2 1 1 2 2 2 1 1 1 1 1 1 3.3 Beperking van galm, nieuwbouw D 2 3.4 Geluidwering tussen ruimten van verschillende gebruiksfuncties, nieuwbouw D 2 2 3 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 1 1 3.5 Wering van vocht D 2 3 2 3 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 2 3.6 Luchtverversing D 3 3 3 3 2 2 3 2 1 1 2 2 3 2 2 1 1 1 1 3.7 Spuivoorziening D 2 2 2 3 2 3.8 Toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rookgas E 2 2 2 3 2 1 1 1 1 1 2 2 2 2 1 1 1 3.9 Beperking van de aanwezigheid van schadelijke stoffen en ioniserende straling A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 3.10 Bescherming tegen ratten en muizen A 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 3.11 Daglicht D 2 3 2 3 2 3 2 2 2 Hoofdstuk 4 - Bruikbaarheid Afdeling Omschrijving 4.1

Verblijfsgebied en verblijfsruimte A 1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 4.2 Toiletruimte A 1 2 2 2 2 2 2 2 1 2 2 2 2 2 4.3 Badruimte, nieuwbouw A 1 2 2 2 2 2 4.4 Bereikbaarheid en toegankelijkheid, nieuwbouw A 1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 4.5 Buitenberging, nieuwbouw A 2 2 2 4.6 Buitenruimte, nieuwbouw A 2 2 2 4.7 Opstelplaatsen, nieuwbouw A 1 2 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Matrix toetsniveaus Landelijk Toetsprotocol Bouwbesluit 2012, ingevuld op aanbevolen minimaal acceptabele niveau Deel I VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 33/42 In deze matrix is per onderdeel van het bouwbesluit en per bouwwerktype een toetsniveau aangegeven. De niveaus die worden onderscheiden zijn: 1. uitgangspuntentoets 2. visuele toets 3. representatieve toets 4.

volledige toets Scope Woonfunctie (woonwagen) Woonfunctie (woongebouw) Woonfunctie (overig) Bijeenkomstfunctie (kinderopvang) Bijeenkomstfunctie (overig) celfunctie gezondheidszorgfunctie (met bedgebied) gezondheidszorgfunctie (overig) industriefunctie licht industriefunctie overig kantoorfunctie logiesfunctie onderwijsfunctie sportfunctie winkelfunctie parkeergarage / stalling overige gebruiksfunctie bouwwerk geen gebouwzijnde (wegtunnel) bouwwerk geen gebouwzijnde Hoofdstuk 5 - Energiezuinigheid Afdeling Omschrijving 5.1 Energiezuinigheid, nieuwbouw D 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 5.2 Milieu, nieuwbouw D 3 3 3 Hoofdstuk 6 - Installaties Afdeling Omschrijving 6.1 Verlichting, nieuwbouw en bestaande bouw E 2 2 2 2 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 6.2 Voorzieningen voor het afnemen en gebruiken van energie, nieuwbouw en bestaande bouw E 2 2 2 2 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 6.3 Watervoorziening, nieuwbouw en bestaande bouw E 2 2 2 2 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 6.4 Afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater, nieuwbouw en bestaande bouwE 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 6.5 Tijdig vaststellen van brand, nieuwbouw en bestaande bouw C 2 3 2 3 2 3 3 2 2 2 3 2 2 2 2 2 6.6 Vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw C 2 3 2 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 6.7 Bestrijden van brand, nieuwbouw en bestaande bouw C 2 2 2 3 2 3 3 2 2 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 6.8 Bereikbaarheid van

hulpverleningdiensten, nieuwbouw en bestaande bouw C 2 3 2 3 2 3 3 2 2 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 6.9 Aanvullende regels tunnelveiligheid, nieuwbouw en bestaande bouw A 3 6.10 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten nieuwbouw en bestaande bouwA 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 6.11 Tegengaan van veel voorkomende criminaliteit, nieuwbouw en bestaande bouw A 3 6.12 Veilig onderhoud van gebouwen, nieuwbouw A 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Hoofdstuk 7 - Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen Afdeling Omschrijving 7.1 Voorkomen van brandgevaar en ontwikkeling van brand, nieuwbouw en bestaande bouw C 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 7.2 Veilig vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw C 1 3 2 3 2 3 3 2 2 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 7.3 Overige bepalingen veilig en gezond gebruik, nieuwbouw en bestaande bouw A 1 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Hoofdstuk 8 - Bouw en sloopwerkzaamheden Afdeling Omschrijving 8.1 Het voorkomen van onveilige situaties en het beperken van hinder tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden A 1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 8.2 Afvalscheiding A 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 Hoofdstuk 9 - Overgans- en slotbepalingen Afdeling Omschrijving 9.1 Algemeen overgangsrecht 9.2 Specifiek overgangsrecht A 2 1 1 1 1 2 1 1 1 1 9.3 Intrekking regelgeving 9.4 Inwerkingtreding 9.5 Citeertitel Matrix toetsniveaus Landelijk Toetsprotocol

Bouwbesluit 2012, ingevuld op aanbevolen minimaal acceptabele niveau Deel II VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 34/42 De scope kent de volgende begrippen: A=Algemeen bouwkundig, B=Constructief, C=Brandveiligheid, D=Bouwfysica, E=Installaties, (G=Coördinator) en I=Kleine veel voorkomende bouwwerken. Een uitgebreide toelichting op het gebruik van de toetsmatrix en het Landelijk Toetsprotocol Bouwbesluit 2012 is te vinden op de website van de Vereniging BWT Nederland. Indien een aanvrager gebruik maakt van een gecertificeerde partij voor de bouwtechnische toetsing, dan controleert de gemeente alleen op de geldigheid van het over te leggen certificaat. De gemeente toetst de aanvraag dan niet meer aan het Bouwbesluit / Bbl. De Wabo kent een stelsel voor bouwwerken met een geringe ruimtelijke uitstraling en om die reden als vergunningvrij worden aangemerkt. Bij bouwen van dergelijke bouwwerken aan een voorgevel of in een beschermd stads- of dorpsgezicht, geldt uit esthetische overwegingen het vergunningvrije stelsel niet, zodat een preventieve welstands- of bestemmingsplantoets mogelijk is. Dit brengt echter ook mee dat de toets een Bouwbesluit / Bbl en Bouwverordening relevant wordt, met alle bijbehorende (administratieve) lasten van dien.

Ter beperking van die (administratieve) lasten worden bouwwerken die primair als vergunningvrij zijn aangemerkt, maar om esthetische overwegingen alsnog aan vergunningsplicht zijn onderworpen (monument of beschermd gezicht, kleine wijzigingen aan de voorgevel), preventief uitsluitend getoetst aan welstand en het geldend planologisch regime. Ten aanzien van bouw- en sloopveiligheid beoordeelt de gemeente altijd volledig het bouw- of sloopveiligheidsplan. Ook onder de Omgevingswet blijft dit een activiteit die de benodigde aandacht vraagt om overlast voor de omgeving te voorkomen en een veilige werkplaats te bieden. D.4 De gemeentelijke bouwverordening De gemeente heeft een bouwverordening waarin nog een beperkt aantal voorwaarden staan waaraan bouwwerken dienen te voldoen. Zolang de bouwverordening nog bestaat zal ieder plan volledig (100%) aan de daarin opgenomen voorschriften worden getoetst. D.5 Monumenten De omgevingsvergunning voor monumenten (wijziging) vergt bijzondere aandacht om te voorkomen dat onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk-, provinciaal- en rijkscultuurhistorisch erfgoed. Naast de gebruikelijke beoordeling van de aanvraag over de bouwhistorische onderdelen via de monumentencommissie, ligt het voor de hand dat bij de toetsing van aanvragen voor een vergunning voor monumenten wordt aangesloten bij de LTP-systematiek (zie D.3).

Immers, voor vrijwel alle veranderingen aan een monument is ook een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen vereist. Door de intensiteit van toetsing en proactief toezicht te vergroten als het een monument betreft kan een afdoende waarborg tegen vernietiging van monumentale waarden worden verkregen. D.6 Natuurbescherming Indien een aanvraag voor een omgevingsvergunning de activiteit handelen in een natuurbeschermingsgebied of met gevolgen voor een natuurgebied bevat, of de activiteit kan nadelige gevolgen veroorzaken voor de aanwezige flora en fauna, dan wordt onder het regime van de Wabo door onze gemeenten een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) aangevraagd bij Gedeputeerde Staten. Onder de Omgevingswet krijgen Gedeputeerde Staten een adviesrecht. VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 35/42 De inhoudelijke toetsing ten aanzien van natuurbescherming en/of flora en fauna vindt plaats door Gedeputeerde Staten. Indien deze toetsing plaatsvindt in het kader van een aanvraag die bij de gemeente is ingediend, nemen we de resultaten van deze toetsing (verklaring van geen bedenkingen) over in onze beschikking. D.7 Constructies bij evenementen We onderscheiden drie categorieën evenementen.

De vergunningverlening Wabo en Omgevingswet bij deze evenementen gebeurt op het volgende niveau:  De A-evenementen zijn alleen meldingsplichtig: deze meldingen worden door de gemeente getoetst op eventuele vergunningsplichtige elementen daarin. De melder ontvangt altijd bericht van de acceptatie van zijn melding met daarbij eventuele aanvullende voorschriften/aandachtspunten bij het organiseren van het evenement.  De B-evenementen zijn vergunningsplichtig en worden standaard getoetst op compleetheid, overlastbeperkende maatregelen en veiligheid. Worden er constructies zoals tribunes of tenten bij het evenement gebruikt, dan wordt standaard een advies gevraagd aan de bouwbesluittoetsers/constructeur. Indien een organisator nog niet bekend is bij de gemeente als evenementenorganisator, dan wordt altijd een afspraak voor een vooroverleg gemaakt, zo mogelijk nog voordat de vergunningaanvraag formeel is ingediend.  Bij categorie C-evenementen wordt standaard een vooroverleg georganiseerd met de organisator om alle aspecten van het evenement met elkaar door te nemen. Deze categorie aanvragen wordt ook standaard besproken in de evenementen werkgroep, een overleg tussen politie, brandweer en gemeente. Worden er constructies zoals tribunes of tenten bij het evenement gebruikt, dan wordt standaard een advies gevraagd aan de bouwbesluittoetsers/constructeur.

D.8 Wet Bibob De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een bedrijf of persoon te laten onderzoeken. Als er ernstig gevaar dreigt dat de vergunning of de subsidie wordt misbruikt, kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning of subsidie intrekken. We hebben in een regeling aangegeven wanneer een Bibob- onderzoek wordt uitgevoerd. D.9 Mediation De gemeente heeft een actief mediationbeleid met betrekking tot geschillen die voortkomen uit de vergunningverleningsprocedures. De gemeente benadert partijen die bezwaar willen maken tegen een vergunningbeschikking altijd telefonisch of in persoon om te verkennen of er zonder juridische procedure een oplossing kan worden gevonden voor de punten waartegen de bezwaren zich richten. De gemeente beschikt over een gecertificeerd mediator en een pool van medewerkers speciaal getraind om deze vorm van mediation uit te voeren. VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 36/42 E. Kaders voor de uitvoering van het toezicht Onder toezicht verstaan we het uitvoeren van controles en het naar aanleiding van klachten of meldingen verzamelen van informatie om te beoordelen of een activiteit voldoet aan de daaraan gestelde eisen in wet en/of regelgeving.

Van toezicht kan een preventieve werking uitgaan: het resultaat van toezicht kan zijn dat voorschriften, zonder inzet van verdere handhavingsmiddelen, worden nageleefd. Toezicht omvat een breed scala aan activiteiten, niet zelden ook in een meedenkende en adviserende rol. Op deze wijze kan al in een vroeg stadium worden voorkomen dat een strijdige situatie ontstaat. Door middel van aansporing, overreding of een waarschuwing kan worden bereikt dat de voorschriften alsnog worden nageleefd. Indien desondanks het gewenste effect niet bereikt wordt gaan we over tot handhaving. Waar mogelijk werken we samen met andere toezichthouders en controleurs die op het grondgebied van de gemeente actief zijn, zoals de (milieu)politie, de voedsel- en warenautoriteit, de regionale brandweer (veiligheidsregio), de BAG- en GBA-controleurs en de WOZ-taxateurs. De gemeente zet met het VTH-beleid nadrukkelijk in op een slimmere en integralere aanpak van de risico's die de leefomgeving bedreigen. We willen met de bestaande capaciteit steeds meer controles kunnen uitvoeren die steeds meer toegespitst zijn op de risico’s uit de risicoanalyse in 2.5. Dit is een ontwikkelproces waarbij we structureler en directer van onze interventies en de effecten op het naleefgedrag willen leren. De kaders waarbinnen het reguliere toezicht wordt uitgevoerd, zijn opgenomen in de volgende paragrafen.

E.1 Toezicht op bouwactiviteiten na vergunningverlening Voor het toezicht op bouwactiviteiten die (nog) niet onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vallen, wordt gebruik gemaakt van het landelijk toezichtsprotocol (ITP). We hebben dit protocol aangepast op de risico’s die in onze risicoanalyse (zie 2.5) zijn beschreven. Dit betekent dat: 1. alle toezichtmomenten op aspecten van de bouw zijn geschrapt die geen bedreiging vormen voor de veiligheid én waarvoor blijkt dat de markt deze zelf regelt. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het waterdicht zijn van een woning; immers, als een woning lekt belt de bewoner zelf wel met de aannemer. 2. een grotere diepgang wordt gerealiseerd qua toezicht op maatregelen ten behoeve van duurzaamheid, conform de in het programma ‘Steenwijkerland duurzaam’ gestelde prioriteiten. Het gemeentelijk toezichtniveau op de bouw is gebaseerd op de risicoanalyse in paragraaf 2.5 en is hieronder beschreven. VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 37/42 De coördinator toezicht en handhaving kan besluiten af te wijken van bovenstaand toezichtniveau, bijvoorbeeld door alleen een controle bij de eindoplevering plaats te laten vinden. Hij doet dit op basis van de aard van het bouwwerk, de beschikbare capaciteit en de eventuele eerdere ervaringen met de uitvoerder van het werk.

Wanneer sprake is van de realisatie van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een monument (aangeduid als categorie A), dan wordt in principe altijd volgens het bovenstaand toezichtniveau toezicht gehouden. Hiervan kan worden afgeweken als het een bouwwerk betreft dat niet zelf een monumentale status heeft, maar alleen in de nabijheid van het monument wordt gerealiseerd (aangeduid als categorie B). E.2 Toezicht op bestaande voorraad en illegale bouw Een significant deel van het bouwtechnisch toezicht (streefpercentage 20%) zetten we in voor reactief en thematisch toezicht op de bestaande bebouwde omgeving. Daarbij richten we ons primair op de bouwwerken die volgens de risicoanalyse (zie paragraaf 2.5) een hoge prioriteit hebben:  Publieksfunctie > 1.000.000  Kinderdagverblijf  Publieksfunctie tijdelijke bouw TOEZICHTMATRIX Nieuwbouw + verbouw © VBWTN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 Tijdstip : A Vooroverlegpunt B Uitvoeringspunt C Wachtpunt D Achterafpunt Diepgang : S Steekproef 1 Visuele controle (Quick Scan) 2 Beoordeling van hoofdlijnen 3 Beoordeling hoofdlijnen en kenmerkende details 4 Algehele controle van alle onderdelen Wonen cat. I € A1 B1 B2 C1 B1 BS B2 BS B2 B2 D1 D2 D2 D2 D2 D1 D2 tel B1 bezoek cat. II € A1 B1 B2 C1 B2 B1 B2 BS B3 B3 B3 D2 D2 D3 D3 D4 D3 tel bezoek cat.

III € A1 B1 B2 C1 B2 B1 B2 BS B3 B3 B3 D2 D2 D3 D3 D4 D3 bez bez bez Publiek cat. I € A1 B1 B2 C1 B1 BS B2 BS B2 B2 D1 D2 D2 D2 D2 D1 D2 tel bezoek cat. II € A1 B1 B2 C1 B2 B1 B2 BS B3 B3 B3 D2 D2 D3 D3 D4 D3 tel cat. III € A1 B1 B2 C1 B2 B1 B2 BS B3 B3 B3 D2 D2 D3 D3 D4 D3 bez bez bez Bedrijf cat. I € A1 B1 B2 C1 B1 BS B2 BS B2 B2 D1 D2 D2 D2 D2 D1 D2 tel bezoek cat. II € A1 B1 B2 C1 B2 B1 B2 BS B3 B3 B3 D2 D2 D3 D3 D4 D3 tel cat. III € A1 B1 B2 C1 B2 B1 B2 BS B3 B3 B3 D2 D2 D3 D3 D4 D3 bez bez bez Overig cat. I+II+III A1 B1 B2 B1 B3 B1 BS BS BS B1 D2 D2 D1 D2 D3 D2 Datum : 01-04-2012 BB Hfdst 8, art. 1.23, art. 8.2, art 8.3 BB art. 1.23 en art. 1.24 BB afd. 2.1, 5.2, 8.1 en art. 8.2, 8.7 BB afd. 2.1 en art. 1.23 Bb afd. 2.1, 8.1 en art. 1.23 Bb afd. 2.1, 8.1 en art. 1.23 BB afd. 6.4 BB afd. 2.1, 2.2, 5.1 en art. 1.23 Bb afd. 2.1, 2.2, 8.1 en art. 1.23 Bb art. 1.23 en 8.2 Bb afd. 2.1, 2.2, en art. 1.23 Bb afd. 2.1, 2.2, en art. 1.23 Bb afd. 2.1, 2.2, en art. 1.23 BB afd. 2.1, 3.5, 5.1, 6.4 BB afd. 2.1, 3.5, 5.1, 6.4 BB afd. 2.3, 2.7, 2.15, 3.1, 3.5, 3.7, 5.1 BB afd. 6.2 en 6.3 BB afd. 2.3-2.6, 4.4-4.5, 5.1 BB afd. 3.6 en 3.7 BB afd. 2.8, 2.9, 2.10, 2.11 BB afd. 2.12, art. 6.24, 6.25 BB afd. 6.5, art. 1.23 Bb afd. 3.3 en 3.4 BB afd. 3.2 BB afd.

3.5 en 3.9 Afdelingsnr(s) Bouwbesluit 2012 BOUWFASEN : zie w erkinstructie : >1.000.000 100.000 - 1.000.000 omschrijving toetsmoment : 100.000 - 1.000.000 LEGENDA : >1.000.000 <100.000 100.000 - 1.000.000 >1.000.000 <100.000 <100.000 referentie wering van vocht vluchtmogelijkheden bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek dak afwerking bezoekbezoek buitenblad gevel bescherming geluid gevelopeningen brandveiligheid Nuts voorzieningen bescherming geluid van installaties hoogteverschil + vloerafscheiding ventilatie + spuicapaciteit afbouwgevel / dakbovenbouw constructie overige verdiepingen bezoek bezoek brandveiligheidsinstallaties aanloop onderbouw dak constructies riolering oriënteringsgesprek uitzetten bouw uitgraven bouwput fundering op staal fundering op palen stempels / steigers funderingsconstructie bezoek bezoekbezoek bezoek begane grond vloer wanden / kolommen beg grond vloeren + balken 1e verd bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoekbezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek bezoek VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 38/42  Monumentenvergunning / Monumentenbescherming De wijze waarop we onze capaciteit voor het toezicht op de bestaande voorraad inzetten, wordt opgenomen in het VTH-uitvoeringsprogramma.

De controles kunnen gebiedsgericht of thematisch plaatsvinden. Een deel van het toezicht op het brandveilig gebruik van met name gebouwen met publieksfuncties vindt plaats door de brandweer. De gemeente houdt toezicht op overige bouwwerken. Voor zover de gemeente op deze bouwwerken toezicht op de brandveiligheid houdt, gebeurt dit door thematische controles die speciaal daarvoor in het VTH-uitvoeringsprogramma worden benoemd. E.3 Toezicht ruimtelijke ordening Het toezicht op de ruimtelijke ordening (met name strijdig gebruik) vindt proactief plaats naar mogelijk illegale activiteiten met een hoge prioriteit (zie paragraaf 2.5). Het betreft:  Illegaal gebruik bedrijf  Illegaal gebruik wonen  Illegaal slopen met asbest  Illegale bouw; monumenten inclusief beschermd stads- en dorpsgezicht  Illegaal gebruik gronden  Illegale bewoning; illegale kamerverhuur Door gericht informatie te verzamelen en te registreren én gegevensbronnen van derden te combineren wordt tezamen met onze handhavingspartners bovenstaande illegale situaties opgespoord en beëindigd. In ons uitvoeringsprogramma bepalen we jaarlijks de inzet.

Daarnaast vindt het toezicht ruimtelijke ordening plaats op basis van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken én wordt tijdens het bouwtoezicht bekeken of activiteiten plaatsvinden conform het geldende bestemmingsplan, vanaf inwerkingtreding Omgevingswet het omgevingsplan. In geval van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit wordt volstaan met maximaal één toezichtmoment. VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 39/42 F. Handhaving Bij handhaving wordt vaak gebruik gemaakt van de bestuursrechtelijke middelen die de gemeente, op grond van artikel 125 van de Gemeentewet, tot haar beschikking staan om de overtreding ongedaan te (laten) maken. De handhavingsmiddelen zijn het opleggen van een last onder dwangsom, het toepassen van bestuursdwang, het geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning of ontheffing en, waar dit mogelijk is, het opleggen van een bestuurlijke boete. Niet altijd komt het in een handhavingstraject zover, omdat vaak na bijvoorbeeld een waarschuwing de strijdige situatie al wordt opgeheven. Bestuursrechtelijke handhaving is, met uitzondering van de bestuurlijke boete, niet gericht op het straffen van de overtreder, maar op het opheffen van de strijdige situatie. Waar nodig kan met samenwerkingspartners echter besloten worden om, naast bestuursrechtelijk, ook strafrechtelijk op te treden.

Handhaving is een bevoegdheid, wat betekent dat het college ook kan afzien van handhaving. Omdat de gemeente vanwege capaciteitsgebrek en de onwenselijke gevolgen voor de samenleving niet alle handhavingszaken kan oppakken, worden er keuzes gemaakt met betrekking tot wat men wel en niet oppakt. Onder handhaving als bedoeld in deze paragraaf wordt met de juridische handhaving verstaan, het afdwingen van normconform gedrag met juridische maatregelen. In welke zaken de gemeente wel en niet met juridische maatregelen normconform gedrag wenst af te dwingen, wanneer en welke sancties we opleggen en wanneer we gedogen wordt beslist aan de hand van de kaders in dit hoofdstuk. F.1 Handhavingsstrategie Om te bepalen op welke termijn een geconstateerde overtreding opgepakt dient te worden, hanteren we een prioriteitenmatrix. Alle overtredingen worden in deze matrix ingevoerd. Op basis van een aantal aspecten wordt een puntenscore bepaald voor iedere overtreding. Deze punten zijn afhankelijk van: 1. Levensbedreigende situatie (brand of instortingsgevaar) 2. Groot gemeentebreed belang/ aantasting imago 3. Strijdig gebruik bebouwing/grond 4. Bouwen zonder/ in afwijking vergunning 5. Verzwarende of verzachtende omstandigheden: a. Omgeving b. Gezondheid c. Concrete overlast of gevaar voor derden d. Energiezuinigheid e. Melding via zaaksysteem f. Verzoek om handhaving (derden) g.

Herhaalde overtreding h. Monumentaal pand i. Beschermd dorp- of stadsgezicht Afhankelijk van de puntenscore leidt dit voor iedere overtreding tot een urgentie: A. Acuut oppakken B. Nu inplannen C. Wraken, binnen 1 jaar oppakken D. Wraken, projectmatig inplannen E. Actief gedogen VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 40/42 Tot op heden werd in Steenwijkerland de ‘Handhavings- en Gedoogstrategie Fysieke Leefomgeving Overijssel’ gehanteerd. In 2014 is er echter een landelijke handhavingsstrategie (LHS) opgesteld. Een uniforme strategie voor heel Nederland draagt bij aan de rechtsgelijkheid. Voor de beleving van de bedrijven en inwoners die worden gecontroleerd en aangesproken op overtredingen is het belangrijk te weten dat er op dit gebied geen verschillen zijn in de aanpak van overtredingen door overheidsinstanties. Daarnaast voorkomt een uniforme strategie ook mogelijke spraakverwarring tussen handhavingspartners, we spreken hierin dezelfde taal en dat bevordert de samenwerking. In het licht van de Omgevingswet ligt uniformering van strategieën voor de hand. Gelet op de invulling van het interbestuurlijk toezicht en landelijke kwaliteitseisen is de LHS een goed hulpmiddel in de professionalisering van de handhaving. Sterker nog, implementatie van de LHS in lokaal beleid is feitelijk een must.

De LHS regelt op welke (uniforme) wijze de aanpak van overtredingen plaatsvindt. Bij het bepalen van de sanctie die we opleggen volgen we de methodiek met onder meer verzwarende en verzachtende omstandigheden en interventiematrix uit de LHS. 4 Conform de LHS bepalen we op basis van twee primaire variabelen met welk instrumentarium gehandhaafd wordt bij een geconstateerde overtreding: 1. de gevolgen van de bevinding voor het milieu, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie. 2. het gedrag van de overtreder (gedragsprofiel). Daarbij kijkt de toezichthouder verder dan de bevinding op zich en neemt hij diens gedrag en toezicht- en handhavingshistorie mee in beschouwing. Als de toezichthouder niet in staat is om het gedrag van de overtreder te typeren, bijvoorbeeld bij gebrek aan historische informatie, dan is typering a) (goedwillend) het uitgangspunt. Beide variabelen bepalen of alleen bestuursrechtelijk (lichte segmenten), alleen strafrechtelijk (donkere segmenten) of in een combinatie van beide (middensegmenten) wordt opgetreden. Onderstaande interventiematrix visualiseert dit.

4 De actuele versie is hier opgenomen: https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/handhaving/landelijke/ VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 41/42 Figuur: interventiematrix met, per situatie, de insteek voor sanctioneren en herstellen Door verzwarende of verzachtende argumenten kan een verschuiving van het instrumentarium plaatsvinden. Bij verzachtende argumenten wordt de in de interventiematrix gepositioneerde bevinding één segment naar links en vervolgens één segment naar onder verplaatst en andersom bij verzwarende argumenten. Stapeling van argumenten levert slechts één verschuiving horizontaal, verticaal of diagonaal op. In de LHS zijn de argumenten benoemd die verzwarend of verzachtend kunnen werken.

VTH-beleid thuistaken gemeente Steenwijkerland 42/42 Na positionering van de overtreding in de interventiematrix kan de bijbehorende interventie worden bepaald. In de interventiematrix is per situatie de eerste insteek voor sanctioneren opgenomen. De toezichthouder kiest voor de minst zware van de (in het betreffende segment van de interventiematrix) opgenomen interventies, tenzij de toezichthouder motiveert dat een andere interventie binnen het segment in de betreffende situatie passender is. Overleg met het OM vindt in ieder geval plaats indien een overtreding wordt geconstateerd in de middensegmenten (A4, B3, B4, C2, D1, D2), donkere segmenten (C3, C4, D3, D4) en/of een van de verzwarende argumenten is van toepassing. De toezichthouder zet de betreffende interventie in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de door de toezichthouder bepaalde termijn uitblijft, pakt de toezichthouder direct door. Dit doet hij door middel van het inzetten van een zwaardere interventie uit hetzelfde segment van de interventiematrix, tenzij de toezichthouder motiveert dat een zwaardere interventie uit een ander segment van de interventiematrix (c.q. een interventie van een bovenliggende sport van de interventieladder) in de betreffende situatie passender is.

De gemeente hanteert bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsommen en de hersteltermijnen in principe de meest recente versie van de door het ministerie aangereikte 'Leidraad handhavingsacties en termijnen'.5 F.2 Gedoogstrategie De gemeente heeft de mogelijkheid om bij een geconstateerde overtreding expliciet te kiezen voor het gedogen van de illegale situatie. Wanneer dit plaatsvindt, dan ontvangt de overtreder een gedoogbeschikking van de gemeente. Als college van B&W hebben we beleidsregels voor het verlenen, weigeren, vervallen en intrekken van gedoogbeschikkingen vastgesteld met de titel: ‘Beleidsregels Gedoogstrategie gemeente Steenwijkerland’.6 De gemeente toetst verzoeken tot gedogen aan deze regels. De algemene lijn van deze beleidsregels is dat gedogen een uitzonderlijke bevoegdheid is en blijft die mondjesmaat wordt toegepast. Het gaat dan om overtredingen die naar verwachting maar tijdelijk zijn en op korte termijn kunnen worden gelegaliseerd, bijvoorbeeld door alsnog een vergunningaanvraag in te dienen of door een wijziging van een bestemmingsplan waardoor de situatie niet meer illegaal is. In de praktijk probeert de gemeente te voorkomen dat het expliciet gedogen nodig is. De gemeente gebruikt het vastgestelde kader voor het al dan niet gedogen van geconstateerde illegale situaties wanneer men toch overweegt een dergelijke situatie tijdelijk toe te staan.

5 Zie https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/handhaving/@88354/begunstigingstermijn/ voor de meest actuele versie. 6 Zie https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Steenwijkerland/4855/4855_1.html voor de meest actuele versie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/a5e5d644-a48e-4d67-a896-c13192ea1df7?agendaItemId=2af90ee1-94fd-4c4e-a5f5-ceda1e21901b