CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

35.0 Informatienota 2022 - 39 - Tussenstand Regionale Energiestrategie.pdf

Raadsvergadering 13 september 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken5.696 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_005501/19 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Vergadering van 12 juli 2022 Programma - Duurzaamheid 16 2022_B&W_00550 Informatienota: Tussenstand Regionale Energiestrategie (RES) Samenstelling: Aanwezig: de heer J.H. Bats, Burgemeester en voorzitter; de heer M. Smit, Wethouder; mevrouw T. Jongman, Wethouder; de heer M. Scheringa, Wethouder; de heer M. de Graaf, Plaatsvervangend gemeentesecretaris Afwezig: de heer B. Harmsma, Wethouder; mevrouw H. de Jong, Waarnemend gemeentesecretaris Samenvatting De Regionale Energie Strategie (RES) West-Overijssel heeft een monitor 'Tussenstand' gepresenteerd over de realisatie van de RES-doelstellingen tot nu toe. In de “Tussenstand” wordt informatie gegeven over opwek van hernieuwbare elektriciteit, zowel reeds gerealiseerd als in behandeling. Er zijn zorgen over de voortgang van de activiteiten binnen de RES West-Overijssel en het is onzeker of de doelstelling voor 2030 gehaald wordt. Bijsturing van de aanpak is daarom nodig om de doelstelling alsnog in zicht te krijgen. Ook voor Steenwijkerland zijn er zorgen over de voortgang van de activiteiten en het halen van de doelstellingen voor 2030. Om deze doelstellingen te halen wordt gewerkt aan een aanscherping van het beleidskader 'Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land'.

Het college is voornemens dit beleidskader eind 2022, begin 2023 aan de gemeenteraad te presenteren. Informatienota Inleiding Met de oplevering van de RES 1.0 op 1 juli 2021 heeft RES-regio West-Overijssel haar ambities geformuleerd om bij te dragen aan de energietransitie. Samengevat komt dit neer op: Opwek van 1,8 TWh met elektriciteit uit wind en zon waarbij gestreefd wordt naar een verhouding van 60% wind en 40% zon, een betaalbaar en efficiënt netwerk en vervolgstappen in de Regionale Structuur Warmte (RSW). Dat alles vindt plaats met voldoende maatschappelijke betrokkenheid (participatie, 50% lokaal eigendom) en democratische legitimatie. Er wordt door alle RES-partners hard gewerkt aan de uitvoering van deze opgaven. De urgentie is groot en wordt door alle partners gevoeld. Om de voortgang van deze opgave te kunnen volgen en tijdig bij te kunnen sturen, is de Monitor West-Overijssel ontwikkeld waarin bovenstaande thema’s aan de orde komen. De gemeenten leveren hiervoor de gegevens aan. De resultaten van de monitor zijn geduid en deze duiding is vastgelegd in voorliggende Tussenstand RES West-Overijssel juli 2022 (bijlage 1). Hiermee wordt de stand van zaken inzichtelijk gemaakt. De conclusie uit de Tussenstand met betrekking tot de opgave voor opwek van energie luidt dat de huidige stand van zaken zorgen baart. Het is onzeker of de doelstelling voor 2030 gehaald wordt.

College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_005502/19 Daarom is bijsturing noodzakelijk. Vooral het aantal vastgestelde zoekgebieden en bijbehorende opwek met windmolens is beperkt. Steenwijkerland Voor ons bod binnen de RES geldt het volgende: •Totaal bod: 171 GWh (616 TJ), waarvan 25 GWh verwacht (9 GWh gerealiseerd, 16 GWh in de gewogen pijplijn) oZon op land: 112 GWh (403 TJ), waarvan 13 GWh verwacht (1 GWh gerealiseerd (Oldemarkt en RWZI Vollenhove), 12 GWh in de gewogen pijplijn) oZon op dak: 59 GWh (213 TJ), waarvan 12 GWh verwacht (8 GWh gerealiseerd, 4 GWh in de gewogen pijplijn) De gewogen pijplijn geeft een inschatting van projecten die bekend zijn en in verschillende fases van ontwikkeling zijn. Per project wordt een percentage van de mogelijke realisatie meegerekend aan de hand van een wegingsfactor. Bovenstaande cijfers kunnen daardoor flink hoger uitvallen wanneer de betreffende pijplijnprojecten, waaronder zonneparken in Willemsoord en Wanneperveen, daadwerkelijk worden gerealiseerd (deze worden nu voor ongeveer een vierde in het totaal meegerekend, terwijl ze bij realisatie ongeveer 50 GWh opbrengen). Desondanks blijft ook dan nog een resterend verschil tussen wat op dit moment op stapel ligt en onze totale doelstelling.

Uiterlijk 2025 moet dit gat zijn gedicht met gerealiseerde en vergunde projecten, om de doelstelling voor 2030 binnen bereik te houden. Op basis van de eerdere verwachtingen aan de hand van ons oude beleid voor zon op land was de inschatting dat onze doelstelling voor zon op land gehaald kan worden. Daarbij is rekening gehouden met de uitbreiding van het elektriciteitsnet, die voor 2030 gereed moet zijn. Op die manier is voldoende ruimte op het net om onze opgave met elektriciteit uit zon in te vullen. De komende tijd gaan we een planning maken om de resterende opgave in te vullen, rekening houdend met de wens van kernen om energieneutraal te worden. Daarnaast willen we actiever inzetten op zon-op-dakprojecten. Naast het realiseren van zonnepanelen op ons eigen vastgoed en het stimuleren van zonnepanelen op ons maatschappelijk vastgoed, willen we ook eigenaren van grote daken ondersteunen bij het plaatsen van zon op dak. Daarbij is de inzet dat het dak maximaal benut wordt, dus ruimer dan enkel voor het eigen elektriciteitsverbruik. Kernboodschap Mede op basis van deze Tussenstand van RES West-Overijssel kan worden bijgestuurd om de doelstellingen voor 2030 te halen. Wat dit betekent voor de doelstelling van Steenwijkerland, zoeken we uit binnen de aanscherping van ons beleidskader 'Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land'.

In principe is ons bod ingeschat als haalbaar op basis van het vigerende beleid. Het is echter nodig om dit te herijken op basis van de wens van kernen om energieneutraal te worden. Consequenties voor de gemeente De Tussenstand zorgt voor betere sturing en voor meer inzicht. Betrouwbaar en eenduidig monitoren van de voortgang van de energietransitie is lastig. De RES heeft met behulp van specialisten een uniforme manier ontwikkeld om de resultaten te meten en onderling te vergelijken. Hierdoor kunnen vorderingen beter worden gevolgd en sneller worden bijgestuurd. Op basis van deze eerste Tussenstand worden knelpunten aangetoond en bijsturingen gepland. Op basis van de Tussenstand is eenvoudig inzichtelijk welke ontwikkelingen er zijn bij de gemeenten in onze regio. Hierdoor kan sneller en gerichter worden afgestemd en kennis worden gedeeld. Ook kan vanuit de RES gericht aandacht aan eventuele knelpunten worden besteed. Voor onze gemeente betekent dit dat we gaan kijken naar hoe we de ambities voor energieneutrale kernen en stimulering van zon op dak invullen. Communicatie Door de RES-organisatie wordt een persbericht opgesteld waar door de partners, waaronder gemeenten, gebruik van kan worden gemaakt. Op 7 juli komt de NPRES met de zogenaamde Foto RES (stand van zaken landelijk).

Het persbericht over de RES West-Overijssel grijpt terug op de landelijke stand van zaken en koppelt de resultaten van de Tussenstand daaraan. College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_005503/19 Omdat het bespreken van de Tussenstand in de colleges en het informeren van de raad niet in dezelfde weken plaatsvindt en we vanuit de RES wel gezamenlijk willen communiceren, is afgesproken dat iedere gemeente op dezelfde dag (14 juli) zelf een persbericht verstuurd, eventueel voorzien van lokale informatie. Vervolg Deze Tussenstand is een extra impuls om het beleidskader 'Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land' aan te scherpen. Eind 2022, begin 2023 wordt dit aangescherpte beleidskader aan de gemeenteraad aangeboden. In deze zelfde periode ontvangt u een nieuwe halfjaarlijkse Tussenstand van de RES West-Overijssel. Corona Nvt Besluit In te stemmen met de informatienota over de monitor "Tussenstand van de Regionale Energie Strategie West-Overijssel" (RES). Bijlagen 1. Bijlage 1: Tussenstand 1 Tussenstand RES 2.0 Regio West-Overijssel College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_005504/19 2 Voorwoord Voor u ligt de Tussenstand RES West-Overijssel. Deze geeft de stand van zaken weer van de RES West-Overijssel op 1 juli 2022.

Het bevat de monitor en de duiding daarvan, waarbij we onszelf de vraag stelden: ’Wat zeggen deze cijfers, hoe moeten we die interpreteren en welk verhaal ligt er achter de cijfers?’ Er is hard gewerkt om de RES 1.0 voor elkaar te krijgen en een ieder is na 1 juli 2021 aan de slag gegaan met de opgaven die uit de RES 1.0 voortvloeien. De urgentie is groot en wordt ook door iedereen gevoeld. We zien dat ook terug in de plannen en voornemens die door Rijk en provincie worden gepresenteerd. We moeten door. De Tussenstand is opgesteld door het Kernteam RES West-Overijssel, besproken met de ambtelijke vertegenwoordigers en op basis daarvan ook weer aangepast. De Adviesgroep bespreekt het document en zal haar advies aan het Bestuurlijk Platform meegeven als input voor het bestuurlijk voortgangs- en verantwoordingsgesprek op 1 juli 2022. Het is onze eerste Tussenstand en we weten dan ook niet zeker of deze Tussenstand een compleet beeld geeft of ver genoeg inzoomt op de feiten en de cijfers. Dat zal blijken als we erover in gesprek gaan. En als het nodig blijkt, passen we de monitor of de wijze van presenteren in de Tussenstand aan. En wellicht blijven we het aanpassen omdat ook de RES West-Overijssel in nieuwe fasen zal belanden.

Belangrijk voor nu is dat het voldoende input levert voor het bestuurlijk voortgangs- en verantwoordingsgesprek op 1 juli 2022 over de voortgang van onze RES en de issues waar bestuurders besluiten over nemen. Wij vertrouwen erop dat deze Tussenstand die gewenste input levert. We zijn duidelijk over de feiten en de cijfers, trekken conclusies en formuleren ambtelijke adviezen voor onze bestuurders. Maar geven tegelijkertijd ook waar het recht doet aan de inspanning van een ieder, nuancering aan. Het is tenslotte de toon die de muziek maakt. We wensen onze bestuurders een goed gesprek. Karin Komdeur Programmamanager RES West-Overijssel College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_005505/19 3 Inhoudsopgave Voorwoord pagina 2 1. Inleiding 4 2. De opgaven uit RES 1.0 5 3. Waar staan we nu, juni 2022 6 3.1. Opwek 6 3.2. Leefomgeving 10 3.3. Netwerk 11 3.4. Warmte 12 3.5. Participatie 13 4. Ontwikkelingen Randvoorwaarden, en wat zien we op ons afkomen? 15 College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_005506/19 4 1 Inleiding Aanleiding Met de oplevering van de RES 1.0 op 1 juli 2021 heeft de RES-regio haar eerste mijlpaal geslagen voor de uitvoering en ontwikkeling van de RES West-Overijssel. De RES is één van de middelen om te komen tot een energieneutrale regio in 2050. Dat lijkt ver weg, maar die tijd is hard nodig voor deze complexe opgave.

Om de voortgang te kunnen volgen en waar nodig bij te kunnen sturen op inhoud en/of proces, is de RES-monitor opgezet. Deze monitor bevat vragen over de onderwerpen van de RES: 1,8 TWh door opwek met zon en wind (TWh), ruimte (leefomgeving), energienetwerk, warmte en participatie. De monitor is ontwikkeld door medewerkers van de RES-partners en is ingevuld door de gemeenten. De basis van de monitor ligt in de Quickscan van de NP RES. De NP RES zet deze Quickscan in om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de RES in Nederland. Ingediende moties op de RES 1.0, maar ook het verzoek van de bestuurders, hebben ertoe geleid onze RES West-Overijssel tweejaarlijks te monitoren. Cijfers en feiten zeggen echter een deel van het verhaal. De resultaten van de monitor zijn daarom geanalyseerd en daar waar nodig zijn die feiten en cijfers in de context geplaatst. Niet om iets te verhullen, maar om de juiste duiding aan de resultaten te kunnen geven. Daarbij worden ook (geo)politieke en maatschappelijke ontwikkelingen betrokken en wordt ook gekeken naar de in de RES 1.0 opgestelde randvoorwaarden. Dit document bevat de resultaten van de monitor en de duiding daarvan. We noemen het de Tussenstand. Doel Doel van deze Tussenstand is het Bestuurlijk Platform inzicht te geven in de voortgang en de uitdagingen van de RES West-Overijssel op gemeentelijk en op RES-regio niveau.

De Tussenstand is daarmee de basis voor het bestuurlijk voortgangs- en verantwoordingsgesprek. Dit gesprek kan leiden tot het agenderen van nieuwe bestuurlijke issues, bijstelling van de RES op inhoud en/of proces of leiden tot nieuwe afspraken over inzet. Afgesproken is de Tussenstand door de colleges, Gedeputeerde Staten en de dagelijks besturen van de waterschappen te laten vaststellen. Vervolgens wordt het ter informatie aan de volksvertegenwoordigers gezonden. Wat vindt u in de Tussenstand? Deze Tussenstand begint met een overzicht van de opgaven zoals die in de RES 1.0 zijn geformuleerd (hoofdstuk twee). Dat is het vertrekpunt. Vervolgens wordt in hoofdstuk drie beschreven waar we staan ten opzichte van 1 juli 2021 toen de RES 1.0 werd ingediend. We beschrijven de feiten en cijfers met betrekking tot de afspraken over de opwek van energie (TWh) en de verdeling daarvan tussen zon- en wind (paragraaf 3.1), de ruimtelijke aspecten (paragraaf 3.2), het netwerk (paragraaf 3.3), warmte (paragraaf 3.4) en participatie (paragraaf 3.5). Hoofdstuk vier geeft de ontwikkelingen met betrekking tot de in de RES 1.0 gestelde randvoorwaarden weer. College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_005507/19 5 2 De opgaven uit RES 1.0 In de RES 1.0 zijn over de verschillende onderwerpen afspraken gemaakt om in de RES 2.0, 3.0 en verder aan te werken.

Om het verder te ontwikkelen en/of te realiseren. Een deel van de opgaven valt onder de verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten, een deel bestaat uit gezamenlijke opgaven. De opgaven zijn in onderstaande tabel (tabel 1) samengevat en per opgave is met kleur aangegeven wat de stand van zaken is in relatie tot de gestelde doelen. Vervolgens zijn de bijbehorende procesindicatoren uitgewerkt in het volgende hoofdstuk. Tabel 1 - Samenvatting opgaven RES 1.0 Onderwerp/Thema Datum Stand 1 juli 2022 Opwek (in kleur) Opwek met zon en wind: 1,826 TWh in 2030 2030 Paragraaf 3a Zon- en windprojecten vergund 2025 3a Streven naar verdeling zon:wind=40:60 2023 en verder 3a Ruimte Vaststellen zoekgebieden wind 1 juli 2023 3b Borging RES 1.0 in provinciaal en lokaal beleid RES 2.0 3b Optimaliseren ruimtelijke kwaliteit 2022 en verder 3b Subregionale samenwerking 2023 en verder 3b Netwerk Afstemming projecten en opgaven netwerk regionaal en lokaal 2022 en verder 3c Warmte Verdiepen aanwezigheid en verdeling bovenlokale bronnen RES 2.0 3d Afstemming TVW en RSW en consequenties RES 2.0 3d Verkenning regionaal of gemeentelijk energiebedrijf 2022 en verder 3d Kennisontwikkeling versleepbare bronnen RES 2.0 3d Participatie Borging minimaal 50% lokaal eigendom 1 juli 2023 3e Participatie 2022 en verder 3e Proces Onderzoek plan-m.e.r.-plicht 2022 Monitoring, voortgang en verantwoording 2

keer per jaar Implementatie organisatie 2022 Rood: knelpunt / oranje: geen knelpunt maar ook nog niet op schema / groen: op schema College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_005508/19 6 3 Waar staan we nu, juni 2022 3.1. Opwek Stand van zaken opwek De afgelopen periode is er weinig veranderd in het aantal gerealiseerde en/of de harde plannen voor grootschalige opwek. Circa 45% van het bod is gerealiseerd of in ontwikkeling, 55% moet nog worden ontwikkeld. Vergunningen voor windprojecten moeten uiterlijk in 2025 zijn verleend om het bod voor wind in 2030 te kunnen halen. In veel gemeenten volgt nog besluitvorming rondom ruimtelijke kaders, zoekgebieden en/of uitsluitingsgebieden. Met betrekking tot de opwek (1,8 TWh) verwachten we dat als de regio niet versnelt, de opwek van 1,8 TWh in 2030 niet gehaald wordt. Deze conclusie is gebaseerd op de cijfers van de monitor (figuur 1) in combinatie met de volgende procesindicatoren: - Aantal gemeenten met vastgestelde zoekgebieden wind. - Aantal gemeenten die de RES 1.0 hebben vastgelegd in beleid. - Aantal projecten (wind) in de initiatieffase en nog niet in behandeling (onder de radar). Wat we nu weten is dat er ongeveer een zestal windmolens mogelijk tot twee projecten kunnen leiden. - De tijd die realisatie van een windproject kost (drie tot zeven jaar).

Figuur 1: De gewogen pijplijn bevat die projecten die al in procedure/voorbereiding zijn en een redelijke kans van slagen hebben College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_005509/19 7 Stand van zaken zon De realisatie van zonneparken loopt voorspoedig. Het is binnen de RES-periode haalbaar de doelstellingen die gesteld zijn voor zon-op-veld te behalen. Ook zon-op-dak loopt voorspoedig. Zeker de laatste periode. Deze cijfers zijn nog niet allemaal beschikbaar (AVG) en verwerkt in de monitor en dus ook niet in de Tussenstand. In overleg met de netbeheerder wordt onderzocht hoe we dit oplossen. Wel geldt voor zon-op-dak; veel projecten en daarmee vraagt het veel inspanning. Ook is de onzekerheidsfactor hier relatief hoog. Figuur 2: Stand van zaken zon Figuur 3: Stand van zaken wind College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_0055010/19 8 Stand van zaken wind Voor wind geldt dat we achterlopen. Niet overal, maar wel in veel gemeenten. Het grootste struikelblok is het gebrek aan beleid in gemeenten. De procesindicatoren: aantal gemeenten met vastgestelde zoekgebieden wind, aantal gemeenten die RES 1.0 hebben vastgelegd in beleid, aantal projecten (wind) in initiatieffase, en de tijd die realisatie kost (drie tot zeven jaar), geven niet de indruk dat het tempo omhoog gaat de komende periode.

Vijf van de elf gemeenten lopen vertraging op bij het realiseren van hun windambitie door verschillende (externe) oorzaken, of hebben geen windambitie kunnen of willen concretiseren en opnemen (Raalte, Olst-Wijhe, Deventer, Hardenberg, Steenwijkerland). Of de nieuwe coalities versneld zoekgebieden gaan aanwijzen, versneld de RES opnemen in lokaal beleid, zelf beleid maken voor wind, of bereid zijn in te zetten op meer wind, is vooralsnog niet duidelijk. Ook is niet duidelijk of de externe belemmeringen zoals bijvoorbeeld het voorkomen van de wespendief, snel kunnen worden opgelost. Figuur 4: Verhouding wind/zon van het aandeel gerealiseerd + de gewogen pijplijn College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_0055011/19 9 Stand van zaken verhouding wind en zon Een betere verdeling van zon en wind zorgt voor een efficiënter gebruik van het elektriciteitsnet. Zonne- energie levert relatief weinig op in de winter, maar juist relatief veel in de zomer. Bij windenergie is dit omgekeerd. Daarnaast waait het ook vaker dan dat de zon schijnt. Zowel ’s nachts als overdag kan het waaien, terwijl zonne-energie alleen overdag opgewekt kan worden. Een gelijkere verdeling van zon en wind zorgt dus voor een betere gemiddelde energieopwek en is daarom efficiënter én goedkoper. Daarom is in de RES 1.0 afgesproken toe te werken naar een regionale verhouding wind 60%:zon 40%.

De verhouding opgesteld vermogen wind ten opzichte van zon blijft echter laag. Over de hele regio bezien is deze 32% wind en 68% zon. Alleen de gemeenten Dalfsen, Staphorst en Ommen scoren boven de gewenste 60%. Oorzaken zijn de toenemende realisatie van zon (op dak), het feit dat veel gemeenten nog in de beleidsvorming rondom zoekgebieden zitten en externe factoren zoals veranderende wet- en regelgeving. Daarnaast speelt ook de maatschappelijke discussie over windenergie een belangrijke rol. Als de verhouding tussen wind en zon niet wijzigt naar 60:40 (ten opzichte van 40:60 uit de RES 1.0) heeft dit ook financiële consequenties. Om het huidige bod van 1,8 TWh te realiseren, wordt dan 100 tot 165 miljoen meer uitgegeven. De meerkosten zitten in extra uitbreidingen van het netwerk en extra SDE- subsidies. Dit zijn allemaal maatschappelijk kosten. Conclusie Er is regiobreed nog geen versnelling richting de 60% wind te zien. Sterker, door het succes van zon-op- dak dreigt de balans alleen maar verder richting zon door te slaan. Elke extra GWh zon moet eigenlijk vergezeld gaan van (minimaal) een gelijke inspanning op wind. De programmering van wind blijft echter achter. Versneld extra programmeren op wind is noodzakelijk om de gewenste verhouding 60:40 te behalen. Het gaat hierbij om de realisatie van 50-77 windmolens, afhankelijk van de grootte.

Dat aantal wordt ook met de mogelijke plannen van Ommen/Hardenberg (windbos) en mogelijke extra inzet van Zwartewaterland (tapijtcluster) niet gerealiseerd. Deze afspraak geldt op regionaal niveau. Dit betekent dat er gemeenten ver boven de 60% en ver onder de 60% uit mogen komen zolang het netwerk dit aankan en we regionaal aan de afspraak voldoen. Dalfsen lijkt bijvoorbeeld boven de 60% uit te gaan komen, Zwolle eronder. Dit is ook logisch als je kijkt naar de grote hoeveelheid zon-op-dak-projecten in Zwolle. Zolang dit elkaar uit blijft middelen, is dit acceptabel. Daarvoor moeten er wel meer windprojecten in de pijplijn komen. Oplossingsrichtingen zijn het naar voren halen van projecten (zoals Staphorst) en vooral het op korte termijn invullen en concreet maken van de ambities door die gemeenten die dat nog niet gedaan hebben (afspraak RES 1.0). Hier moet ook bekeken worden waar overprogrammering mogelijk is. Daarnaast kunnen gemeenten ook verder met wind als zijzelf normen gaan vaststellen en niet wachten op het Rijk. In de loop van dit jaar doet de Raad van State ook uitspraken over windprojecten met een lokaal normenkader. Dan worden ook de juridische mogelijkheden duidelijk. Er zijn succesvolle voorbeelden. Daarnaast is het samenwerken in (sub-)regionaal verband kansrijk en verdient dit de nodige aandacht.

Het gezamenlijk verkennen van zoekgebieden voor wind zou hiervan een onderdeel moeten zijn. College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_0055012/19 10 3.2. Leefomgeving Vier gemeenten, Dalfsen, Hardenberg, Zwolle en Olst-Wijhe, hebben zoekgebieden voor wind vastgesteld. Kampen heeft uitsluitingsgebieden vastgesteld en geeft daarmee ook indirect aan waar wind dan wel mogelijk is. Vijf gemeenten hebben nog geen zoekgebieden vastgesteld (Deventer, Ommen, Raalte, Staphorst en Zwartewaterland) waarbij opgemerkt wordt dat Ommen vooralsnog haar ambities op wind voor 2030 gerealiseerd heeft. Staphorst en Zwartewaterland hebben de zoekgebieden in procedure. Steenwijkerland heeft geen windambitie. Zes gemeenten hebben bij het onderzoek naar zoekgebieden wind, ingezet op een integrale afweging van functies en waarden. Slechts drie gemeenten hebben dit geborgd in beleid. Zijn er zoekgebieden vastgesteld en zijn deze voldoende om de resterende ambitie voor wind-op-land in te vullen (aantal gemeenten)? De provincie werkt aan het Provinciaal Programma Energie. Doel van het programma is realisering van de ambitie in de RES. Het programma geeft aan welke kaders de provincie hanteert voor initiatiefnemers, voor gemeenten en hoe zij als partner in de RES haar verantwoordelijkheid voor de uitvoering neemt.

Vanuit de constatering dat we de afgesproken ambitie voor 2030 in het huidige tempo en inzet niet halen, zet het programma vooral in op windenergie. Daarbij ligt de focus op twee elementen: - De provinciale rol bij het aanwijzen van zoekgebieden. Zowel op de korte termijn (stappen naar RES 2.0) als de lange termijn (doorlopende ruimtelijke verantwoordelijkheid voor windenergie en bevoegd gezag voor initiatieven tussen de 5 en 100 MW). - De provinciale rol in (het versnellen van) de uitvoering om de RES-ambitie voor 2030 te halen. Het programma is samen met de kaders in de omgevingsvisie en -verordening de basis voor vergunning- verlening door provincie en gemeente en geeft aan hoe de provincie omgaat met verzoeken van initiatiefnemers voor ruimtelijke medewerking. Het afwegingsvierkant van de RES vormt hierbij het kader. Voor de aanpassingen van de verordening wordt een OER opgesteld waarin voor de gebieden die niet meer onder de uitsluiting vallen (NOT en Mastenbroek) een planologische toets wordt uitgevoerd. Voor de voorkeursgebieden wind zal een MER volgen. College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_0055013/19 11 In de RES 1.0 is aangegeven dat voor de uitvoering wordt ingezet op afstemming met buurgemeenten en een gebiedsgerichte integrale aanpak op subregionaal niveau. We zien subregionale samenwerking in het ZSDZ-gebied, maar nog niet integraal.

Ommen en Hardenberg onderzoeken de mogelijkheden voor een windbos. Andere vormen van subregionale samenwerking en integrale gebiedsprocessen zijn er nog niet, los van een eerste verkennend gesprek. Conclusie In de RES 1.0 is afgesproken dat alle zoekgebieden voor oplevering van de RES 2.0 zijn vastgesteld. Dat betekent dat voorjaar 2023 alle zoekgebieden op kaart zijn vastgelegd. Naar verwachting gaat een deel van de gemeenten dat niet halen. Een deel van de gemeenten wacht op afronding van onderzoeken van het Rijk maar dat is niet noodzakelijk. Gemeenten kunnen ook in eigen beleid normen opnemen voor wind. Geadviseerd wordt dit te doen. De mogelijk te doorlopen m.e.r. is wel van invloed op de termijn van vaststelling van zoekgebieden. Onderzocht wordt of en hoe dat samen op kan gaan. Een en ander wordt goed op elkaar afgestemd. Gemeenten hebben ieder een bod gedaan in de RES 1.0. Samen komen tot uitvoering en daarmee ook de ruimtelijke kwaliteit borgen, is nu de opgave en daar moet verder nog vorm aan worden gegeven. Het opstellen van een (ontwerpende) plan-m.e.r. voor de RES 2.0 kan daaraan bijdragen. De wind- en zonopgaven op land, landen vooral in het landelijk gebied. Kruisbestuiving van de RES met programma’s als programma Landelijk Gebied en de Bossenstrategie, biedt kansen om te komen tot die integrale aanpak.

Daarnaast kunnen reeds geplande investeringen in groen, een businesscase voor wind/zon rendabeler maken (en andersom). 3.3. Netwerk Stand van zaken elektriciteitsnet Het huidige elektriciteitsnetwerk voldoet niet om het West-Overijsselse bod te faciliteren. De netbeheerders werken hard aan opschaling. De verwachting van de netbeheerder is dat het huidige bod in 2030 in principe volledig aangesloten kan worden op het netwerk. Dat betekent iets voor de fasering van projecten per gemeenten. Gezien de tijdsdruk richting 2030 om het bod (met name het deel wind) te realiseren, is het onverstandig te wachten met het voorbereiden van grote windprojecten vanwege de huidige netcongestie. De volledige ontwikkelperiode van windenergie varieert tussen de drie en de zeven jaar. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de ontwikkelingen met betrekking tot schaarste in personeel en grondstoffen. Conclusie Nagedacht moet worden hoe we de verschillende ontwikkelstappen van (met name) windprojecten en het moment van aansluiten optimaal op elkaar af kunnen stemmen zonder dat businesscases in gevaar komen en animo onder initiatiefnemers zoals bijvoorbeeld de lokale energie-initiatieven afneemt.

Hoe kunnen we projecten zo ontwikkelen dat ze helemaal klaar staan en de stekker in het netwerk gaat wanneer hier de capaciteit voor is? College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_0055014/19 12 3.4. Warmte Stand van zaken warmteopgave Bijna alle gemeenten hebben hun TVW gereed en er kan gestart worden met de analyse daarvan en de afstemming op de RSW. Deze opdracht ligt voor in de Werkgroep Warmte. Gemeenten zien nauwelijks tot geen mogelijkheden voor bovenlokale warmtenetten voor West-Overijssel en dat zien we vervolgens terug in de summiere samenwerking op dit thema tussen gemeenten. Alleen Zwolle, Kampen en Zwartewaterland kijken naar gezamenlijke mogelijkheden van geothermie. Daarnaast vindt kennisuitwisseling plaats met de andere regio’s (Steenwijkerland-Drenthe, Deventer- Olst-Wijhe-Cleantech). Elektrificatie wordt als meest kansrijke oplossing voor het warmtevraagstuk gezien. Hier is landelijk rekening mee gehouden met betrekking tot de opgave van 35TWh. Daarnaast zien gemeenten een warmtenet vooral gevoed door andere bronnen als goede optie. En ook de inzet van groen gas is voor een deel van de gemeenten een optie waarbij acht van de elf gemeenten ook mogelijkheden zien voor productie van groen gas.

Het warmtevraagstuk loopt in een aantal gemeenten vertraging op vanwege: ontbreken van kennis en menskracht, haalbaarheid en betaalbaarheid, aardgasvrij gereed maken van woningen is vertraagd, en de financiering is onduidelijk. Conclusie Onze voorlopige conclusie is dat bovenstaand vraagstuk nu nog geen onderdeel uitmaakt van het voortgangs- en verantwoordingsgesprek over de RES. Onze opgave ligt bij het vaststellen van een Regionale Structuur Warmte. Voor de eventuele extra opgaven voor elektriciteit op land die ontstaan vanuit de warmtetransitie en de verdere verduurzaming van de industrie moeten indien nodig landelijk, voor zover ze er niet zijn, nieuwe afspraken worden gemaakt. Dit loopt via de lijnen van het Klimaatakkoord. Regionale inzet van groen gas (versleepbare bron) wordt onderzocht en zal als er meer duidelijkheid is, onderwerp worden van het bestuurlijk gesprek. De transitie in de landbouw en de stikstofproblematiek zijn hier van invloed op. Daarover zullen te zijner tijd ook bestuurlijke besluiten genomen worden. College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_0055015/19 13 3.5. Participatie 3.5.1. Stand van zaken participatie In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat de regionale participatie plaatsvindt via de Adviesgroep met maatschappelijke partners en dat de beleids- en projectparticipatie op lokaal niveau aan de gemeenten is.

De RES faciliteert door de uitwisseling van goede voorbeelden en kennis te organiseren. Beleids- en projectparticipatie In de huidige fase van de RES lopen deze vormen van participatie op lokaal niveau door elkaar heen: in sommige gemeenten is de procesparticipatie afgerond en is men gestart of bezig met de projectparticipatie (al dan niet in een gebiedsproces), in andere gemeenten loopt de procesparticipatie nog voor het identificeren en vaststellen van de zoekgebieden, terwijl er tegelijkertijd ook al projectparticipatie plaatsvindt voor lopende initiatieven voor de opwek van zonne- of windenergie. Veel gemeenten constateren dat beleidsparticipatie op gemeenteniveau weinig oplevert. De deelname en interesse onder inwoners is laag en de invloed op het eindresultaat beperkt. Het is uiteindelijk aan de gemeenteraad om een besluit te nemen over vraagstukken als het aanwijzen van de zoekgebieden in de gemeenten. Bij projectparticipatie is dit anders. Hier blijkt de bijdrage van inwoners uit het projectgebied van grote waarde voor het welslagen van het project. Wanneer de zeggenschap van inwoners goed geborgd is (bijvoorbeeld via lokaal eigendom), blijkt dat de invloed van bewoners op het eindresultaat groot kan zijn en de acceptatie hoger.

Conclusie De voornaamste conclusie die de gemeenten trekken op basis van de beleidsvorming de afgelopen jaren, is dat bij het formuleren van gemeentebreed beleid de gemeenteraad aan zet is. Ook bij projecten blijven kaders vanuit de gemeenteraad van belang. De inbreng van bewoners kan in dit deel van de realisatie van de opgave erg waardevol en zelfs dragend zijn. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de windmolens van Nieuwleusen Synergie in de gemeente Dalfsen. De gemeenteraad stelde duidelijke kaders (er komen windmolens en er is een energiedoel). De lokale coöperatie heeft samen met het gebied invulling gegeven aan het project (hoeveelheid molens, precieze locatie, hoogte). Deze aanpak kan als voorbeeld dienen voor veel andere projecten. Belangrijk bij met name grensontkennende ontwikkelingen is het zoveel als mogelijk creëren van een gelijk speelveld. Verschil in leges (of het moment van leges innen), ander beleid rondom lokaal eigendom en overige beleidsmatige verschillen tussen gemeenten kunnen leiden tot vertraging en extra complicerend gaan werken. 3.5.2. Stand van zaken lokaal eigendom De RES-regio West-Overijssel heeft als doelstelling dat minimaal 50% van de projecten voor grootschalige opwek in lokaal eigendom ontwikkeld worden.

Lokaal eigendom is belangrijk om voldoende maatschappelijke acceptatie te realiseren voor de totstandkoming van grootschalige zonneparken en windmolens. De ambities van enkele gemeenten gaan verder dan in de concept-RES, soms met een streven naar 100% lokaal eigendom. De revenuen in de lokale gemeenschap houden en zeggenschap voor inwoners, zijn voor West-Overijssel belangrijke onderdelen van dat lokaal eigendom die in energieprojecten goed geborgd moeten zijn. De meeste gemeenten in West-Overijssel zijn al behoorlijk ver in hun beleidsvorming op dit onderwerp. Slechts twee gemeenten geven aan lokaal eigendom nog niet in het lokaal beleid verankerd te hebben. College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_0055016/19 14 Conclusie Beleidsmatig is de verankering van de afspraak rondom lokaal eigendom goed onderweg. Wel is het beleid en jurisprudentie op dit onderwerp voortdurend aan verandering (en toetsing door rechters) onderhevig. Kennisuitwisseling over zowel het beleidsmatig verankeren van lokaal eigendom als het vormgeven van projecten met lokaal eigendom blijft nodig. Hiervoor werken we aan kennissessies binnen de Werkplaats West-Overijssel. De verwachting is dat het door de provincie ontwikkelde instrumentarium LEIF meer lokale initiatieven in staat zal stellen vorm te geven aan projecten met lokaal eigendom.

Gemeenten zijn vaak nog zoekende naar welk instrumentarium zij zelf aanvullend in kunnen zetten op dit onderwerp en hoever zij hierin willen gaan. Daarom faciliteren we in kennisdeling op het gebied van dit instrumentarium en voorbeeldprojecten via de Werkplaats. De gedachtevorming rond lokaal eigendom en warmte staat nog in de kinderschoenen. Het verdient aanbeveling ook hier komende periode aandacht aan te besteden. College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_0055017/19 15 4. Ontwikkelingen Randvoorwaarden en wat zien we op ons afkomen? De urgentie voor een succesvolle uitvoering van de RES wordt steeds groter. De wereld blijft in beweging. Enerzijds zijn er factoren die om versnelling van de RES vragen. De huidige energieprijzen en geopolitieke ontwikkelingen maken de opgave om onze energievoorziening te verduurzamen nog urgenter. Anderzijds zijn er factoren die deze remmen. Denk hierbij aan de krappe arbeidsmarkt, de stikstofproblematiek en de veranderende regelgeving. Zoals aan cumulatieve effecten van windopstellingen op mens en natuur (bijvoorbeeld de wespendief). Een groot aantal van deze ontwikkelingen ligt buiten het bereik van de RES West-Overijssel, maar zijn wel mede bepalend voor de voortgang. In tabel 2 zijn de voorwaarden, die in de RES 1.0 als randvoorwaardelijk zijn genoemd voor het slagen van de RES, opgenomen.

Tabel 2 - Randvoorwaarden RES West-Overijssel *Deze middelen zijn niet gelabeld, dat vormt een risico; gemeenten zijn vrij om het aan andere opgaven te besteden Conclusie Er zijn zorgen over de beschikbaarheid van mensen om de energietransitie in West-Overijssel vorm te geven. Nu er middelen komen, biedt dat perspectief maar de krapte op de arbeidsmarkt maakt het lastig om voldoende en gekwalificeerde mensen aan te trekken. Geadviseerd wordt om creatief met de inzet van menskracht om te gaan. Samenwerking en uitwisseling van personeel kan dit gedeeltelijk ondervangen. Zeker als het om specifieke expertise/kwaliteiten gaat. Waarom allemaal zelf het wiel uitvinden? Inzet van mensen om opgaven te realiseren, is ook op de langere termijn een zorg.

Randvoorwaarden Stand van zaken juli 2022 Beschikbaarheid elektriciteitsnetwerk in 2030 (in de huidige situatie zijn er knelpunten, in 2030 is het voldoende) Voldoende netcapaciteit voor opgave 2030 Financiële stimulering Rijk voor lokale initiatieven (SDE-subsidie) Beschikbaar Rijksmiddelen voor gemeenten ten behoeve van uitvoering RES Voor 2022 en verder Rijksmiddelen inzet medewerkers energietransitie* Toegezegd in meicirculaire Financiering van ruimtelijke inpassingseisen In ontwikkeling Duidelijkheid over beleid van de Rijksoverheid rondom organisatie regionale (publieke) warmtebedrijven In ontwikkeling Aanpassing Elektriciteitswet en warmtewet In ontwikkeling College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_0055018/19 College van burgemeester en wethouders - 12 juli 2022 - 2022_B&W_0055019/19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/68641a7c-a0e3-46c1-a148-a6dc1d643a94?agendaItemId=2e5cc1ba-c664-4024-a073-8dfc0181d068