33.1 College 7.1 Jaarplan 2018 OD IJsselland.pdf
Tekst van het document
Opdrachtgever Opdrachtnemer Versie Datum Algemeen Bestuur Omgevingsdienst IJsselland Directeur Omgevingsdienst 0.4 5 december 2017 Jaarplan 2018 Jaarplan 2018 versie 0.4 2/15 Inhoudsopgave Voorwoord 1 Inleiding 4 1.1 De opzet van dit jaarplan 4 2 Strategie 5 2.1 Werkgebied 5 2.2 Doelen 5 2.3 Taken 5 2.4 Hoe willen we werken? 6 3 Landelijke ontwikkelingen 7 4 Werk en capaciteit 10 4.1 Werkvoorraad primair proces 10 4.2 Capaciteitsplanning 11 4.3 Meldpunt milieu (MPM) 11 4.4 Projecten: inzet op energietransitie en asbestsanering 11 5 Bedrijfsvoering 12 5.1 Sturing en beheersing 12 5.2 Kwaliteitszorg en informatiemanagement 12 5.3 Risico- en informatie gestuurde handhaving (RIGH) 13 5.4 Ontwikkeling en onderzoek 13 5.5 Ontwikkeling teams en medewerkers 13 5.6 Communicatie 13 6 Financiën 14 6.1 Meerjarenbegroting 14 6.2 Kosten 2018 14 6.3 Werkwijze inputfinanciering 14 6.4 Bijdragen van de deelnemers voor 2018 15 Jaarplan 2018 versie 0.4 3/15 Voorwoord Het Jaarplan 2018 is het eerste jaarplan van de Omgevingsdienst IJsselland. Vanuit ons credo “Waarborgt de leefomgeving, versterkt de bedrijven” gaan we enthousiast aan de slag. Aan de slag met een uitdagende opdracht.
Immers, enerzijds wordt van ons gevraagd om de taken professioneel en efficiënt uit te voeren, dat biedt kansen voor de organisatie en onze medewerkers voor ontwikkeling, zeker in het licht van de Omgevingswet die per 2021 van kracht wordt en waarvan het succes mede afhankelijk is van de bijdragen die wij daaraan kunnen leveren. Anderzijds hebben wij afgesproken met onze partners, de gemeenten en de provincie, dat wij ons werk, vergunningverlening & toezicht, dicht bij hen en met inbreng van lokale kennis en veel gevoel voor bestuurlijke/maatschappelijke verhoudingen zullen uitvoeren. Deze twee werelden vormen ten minste een gezond spanningsveld, een uitdaging die we graag aangaan. De Omgevingsdienst IJsselland start op 1 januari 2018. We starten niet uit het niets, onze voorganger, de netwerk RUD IJsselland, heeft ons veel waardevolle kennis en inzichten opgeleverd die we uiteraard zullen gebruiken. Gelukkig kennen veel nieuwe medewerkers elkaar al vanuit deze periode. Toch biedt zo’n nieuwe organisatie veel uitdagingen, een belangrijke reden om 2018 en 2019 als startjaren te zien waarin de solide basis gelegd zal worden voor de daarop volgende jaren. We zullen extra investeren in opleidingen, competenties, organisatie, samenwerking, ICT en nieuwe technologie zoals Big Data en drones vanuit de mogelijkheden die we daarvoor van onze 12 eigenaren gekregen hebben.
Ondertussen gaan we natuurlijk op de best mogelijke wijze onze kerntaak uitvoeren, vergunningen verlenen, toezicht houden en adviseren vanuit onze brede kennis en deskundigheid op milieugebied met meer dan 100 medewerkers. Hoe we dat gaan doen is uitgewerkt in dit jaarplan en het vormt daarmee een mooi kader voor ons eerste operationele jaar. Wilt u meer informatie? Neem dan contact met ons op via onze website www.odijsselland.nl B. Koelewijn voorzitter OD IJsselland P.J. van Zanten Directeur Jaarplan 2018 versie 0.4 4/15 1 Inleiding Voor u ligt het eerste jaarplan van de Omgevingsdienst IJsselland. Het geeft aan hoe de Omgevingsdienst haar opdracht wil realiseren. De opdracht wordt bepaald door de gemeenschappelijke regeling en de ingebrachte taken. Daarnaast is de begroting 2018 bepalend, alsmede de mandatering van de opdrachtgevers aan de Omgevingsdienst. Verdere details zijn in de dienstverleningsovereenkomsten en onderliggende jaaropdrachten van de opdrachtgevers bepaald. Deze documenten tezamen omschrijven de opdracht. Voor de uítvoering van de opdracht is het bedrijfsplan richtinggevend, net als het organisatie & formatieplan en de organisatieregeling. Daarnaast is een reeks personeelsregelingen afgesproken. Veel is dus al gestructureerd. Dit jaarplan gaat in op de werkpakket en de wijze waarop dit werkpakket gerealiseerd zal worden.
1.1 De opzet van dit jaarplan Dit jaarplan begint op strategisch niveau met het werkgebied, missie, visie, ontwikkelprioriteiten en de taken en werkwijze (hoofdstuk2). Vervolgens schetsen we de meeste relevante ontwikkelingen en daarmee ons speelveld (hoofdstuk 3). Dan geven we de cijfers voor de werkvoorraad voor 2018. We duiden de input die nodig is om het werk te realiseren. Deze is gebaseerd op de schattingen van de latende organisaties. De komende jaren bereiden we de overgang naar outputsturing voor (hoofdstuk 4). Vervolgens schetsen we de bedrijfsvoering: hoe gaan we om met kwaliteitszorg, risicogericht sturen, ontwikkeling en kennismanagement, personeel, cultuur en communicatie (hoofdstuk 5). We sluiten af met de financiën: zowel de kosten- als de opbrengstenbegroting worden gepresenteerd (hoofdstuk 6). Jaarplan 2018 versie 0.4 5/15 2 Strategie 2.1 Werkgebied De regio IJsselland wordt gevormd door elf gemeenten: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Ommen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. Naast deze gemeenten is de provincie Overijssel deelnemer aan de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland. Het werkgebied beslaat een oppervlakte van 1.695 km² en herbergt ongeveer 515.000 inwoners en een vergunningenbestand van 17.000 bedrijven. De regio kent twee grote stedelijke kernen: Deventer en Zwolle.
Bedrijvigheid is vooral sterk in dienstverlening, logistiek, rubber en kunststofindustrie, agrarische sector, toerisme en onderwijs. 2.2 Doelen Een klant- en oplossingsgerichte werkwijze, dat is wat de eenduidige aanpak van de Omgevingsdienst IJsselland kenmerkt. Onze onafhankelijke experts wegen maatschappelijke belangen zorgvuldig af en vervullen een verbindende rol in het krachtenveld. Doel is om een optimale balans aan te brengen tussen een duurzame leefomgeving en nieuwe initiatieven. Deze gedachte vatten we samen in onze missie: Omgevingsdienst IJsselland. Waarborgt de leefomgeving, versterkt bedrijven. We vormen een moderne uitvoeringsorganisatie die voorop wil lopen met vernieuwende werkmethoden, actuele expertise en moderne ICT-voorzieningen. De Omgevingsdienst IJsselland wil een hoogwaardige bijdrage leveren aan een veilige, gezonde, aantrekkelijke en duurzame omgeving om in te wonen, werken en leven. Onder het motto ‘Lokale binding, regionale bundeling’ combineert de Omgevingsdienst nabijheid met schaalvergroting. De verbinding van kwaliteitsverbetering en efficiencywinst komt zo binnen bereik. De Omgevingsdienst is een betrouwbare partner in de keten met het Openbaar Ministerie (OM), politie, Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en Veiligheidsregio (VR) en een samenwerkingspartner van de waterschappen in Overijssel.
De Omgevingsdiensten die zijn ontstaan hebben vaak het doel om meerwaarde te creëren op het gebied van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsdienst IJsselland wil van toegevoegde waarde zijn voor het bedrijfsleven, de inwoners en de leefomgeving van IJsselland. Het managementteam geeft in de eerste drie jaar prioriteit aan de ontwikkelopgaven: borgen en doorontwikkelen van politieke sensitiviteit en lokale binding; vormen van één organisatie, en anticiperen op inwerkingtreding Omgevingswet, wet VTH, wet Natuurbescherming en wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen. 2.3 Taken De Omgevingsdienst verricht de taken zoals in het convenant bij de Gemeenschappelijke Regeling genoemd: 1. Basistakenpakket: de taken zoals vastgelegd in artikel 7.1 van het besluit tot wijziging van het Besluit Omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving). 2. Basistakenpakket Plus: de inrichtingsgebonden milieutaken, voor zover deze niet vallen onder het Basistakenpakket. 3. Enkele specialistische milieutaken: specialistische taken op het gebied van geluid, bodem, externe veiligheid en lucht, die aanvullend zijn op de taken die vallen onder het Basistakenpakket 1. 1 De provincie Overijssel brengt deze specialistische milieutaken (vooralsnog) niet in.
Jaarplan 2018 versie 0.4 6/15 Geluid: de advisering op bouw/RO en verkeer; Bodem: de vakinhoudelijke toetsing en beoordeling van bodemonderzoeks- plannen -en rapporten, de vakinhoudelijke bodemexpertise bij ruimtelijke en civiele projecten, het bijhouden van het bodeminformatiesysteem (BIS), de uitvoering van de Wet bodembescherming (Wbb) met betrekking tot bodemverontreiniging en sanering en meldingen Besluit uniforme saneringen (BUS); Externe Veiligheid: alle taken waarvoor moet worden voldaan aan de kwaliteitscriteria en advisering op bouw/RO; Lucht: alle taken waarvoor moet worden voldaan aan de kwaliteitscriteria. De Omgevingsdienst pakt als eerste de bovengenoemde taken op. Naast deze taken kunnen deelnemende gemeenten ervoor kiezen andere nauw verwante taken over te dragen aan de Omgevingsdienst. Dit kan op structurele basis (met overdracht van functies en mensen) of op basis van een tijdelijke overeenkomst. Daarnaast kunnen opdrachten van derden worden aangenomen. De uitvoering van deze taken, genoemd in artikel 4, 5 en 6 van de GR, zal tenminste kostendekkend zijn. Medio 2018 inventariseren we bij ons deelnemers in hoeverre hieraan behoefte bestaat. Mogelijk zullen al eerder taken van de provincie tijdelijk aan de OD worden overgedragen in afwachting van de start van de Omgevingsdienst Twente.
2.4 Hoe willen we werken? Het is de ambitie van de Omgevingsdienst om de vanzelfsprekende dienstverlenende collega-organisatie te worden voor Vergunningen en Toezicht & Handhaving (VTH) op het gebied van het gehele omgevingsrecht. In de prioriteitstelling betekent dit dat de Omgevingsdienst eerst haar toegevoegde waarde en kwaliteit bewijst bij de uitvoering van het basistakenpakket+ (milieutaken), maar ook dat de deelnemers in de toekomst meer taken kunnen overdragen en dat de Omgevingsdienst mag groeien. Door haar combinatie van deskundigheid en efficiency kan de Omgevingsdienst steeds vaker een logische gespreks- dan wel samenwerkingspartner worden voor gemeenten, provincie en waterschappen. Bij het geven van vorm en inhoud aan de expertisegerichte en gezamenlijke uitvoeringsorganisatie, wordt in IJsselland voortdurend gezocht naar een duurzame balans tussen nabijheid (lokale binding), kwaliteit en efficiency. Het efficiency-doel is vertaald in een besparingsdoelstelling op termijn (zie begroting). Jaarplan 2018 versie 0.4 7/15 3 Landelijke ontwikkelingen De ontwikkelingen in het Omgevingsrecht gaan snel. Zo moeten alle Omgevingsdiensten vanaf 2018 de structuur van een Gemeenschappelijke Regeling hebben. Daarnaast werpt de Omgevingswet haar schaduw vooruit en worden we ook vanuit de uitvoeringspraktijk geconfronteerd met nieuwe ontwikkelingen.
In dit hoofdstuk noemen we de belangrijkste ontwikkelingen die voor de Omgevingsdienst van belang zijn. Wettelijke / juridische status omgevingsdiensten Op 14 april 2016 is de Wet VTH in werking getreden. Deze wet ziet toe op het wijzigen van een aantal artikelen in de Wabo, de Flora- en faunawet, de Monumentenwet 1988, de Waterwet, de Wet op de economische delicten, de Woningwet en de Wet natuurbescherming. De Wet VTH heeft als doel een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. In de wet is onder meer een basistakenpakket voor de Omgevingsdiensten vastgelegd.. Daarnaast bevat de wet afspraken over de kwaliteitsverbetering waar de provincies en gemeenten als bevoegd gezag verantwoordelijk voor zijn. Daartoe hebben IPO en VNG een modelverordening kwaliteit VTH opgesteld ten behoeve van de provincies en gemeenten als bevoegd gezag. Naast de wet is er inmiddels ook een Algemene maatregel van Bestuur VTH in de vorm van een wijziging van het Besluit Omgevingsrecht (BOr). In de BOr wordt een vertaalslag gemaakt van de Package Deal (basistakenpakket), zijn procescriteria opgenomen voor vergunningverlening en wordt de basis gelegd voor een gemeenschappelijk inspectiesysteem (Inspectieview Milieu).
Deze AMvB wordt in een later stadium verwerkt in de AMvB’s die onder de Omgevingswet komen te vallen, maar is nu apart vormgegeven vanwege de eerdere inwerkingtreding van de Wet VTH. Het voor de RUD IJsselland wellicht belangrijkste gevolg uit de Wet VTH is dat zij haar juridische basis als netwerk, verankerd in de Bestuursovereenkomst van 2012, uiterlijk per 1 januari 2018 gewijzigd zal moeten hebben en gebracht binnen de kaders van de Wet. Dit transitieproces, van RUD IJsselland naar OD IJsselland, is per 1 januari 2018 afgerond juridisch en organisatorisch afgerond, inhoudelijk ligt er natuurlijk nog een flinke uitdaging. Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving De ontwikkelingen rond de Wet VTH, feitelijk de aanpassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zijn het afgelopen jaar zorgvuldig gevolgd. De wijze waarop de kwaliteit van uitvoering dient te worden gewaarborgd is nu duidelijker. Procescriteria uit de set Kwaliteitscriteria 2.1 zijn voor het milieudeel vertaald in het Besluit omgevingsrecht. De overige Wabo-taken (waaronder de niet BTP milieutaken) kunnen vanuit in de wet opgenomen zorgplicht eveneens in een verordening worden geregeld, hetgeen alle partners in IJsselland inmiddels gedaan hebben.
Op deze wijze is er een stevige basis gelegd voor een kwalitatief goede uitvoering van de VTH-taken in IJsselland, zowel door de OD wat betreft de milieutaken als door de partners zelf voor de andere VTH taken. Omgevingswet De Omgevingswet is in juni 2015 aangenomen door de Tweede Kamer en het bestuursakkoord implementatie Omgevingswet is ondertekend. En nu? Wachten tot de implementatie? Het was de bedoeling dat de Omgevingswet eind 2018 operationeel was, maar dat is niet haalbaar, inmiddels is dit opgeschoven naar 2021. Dat komt doordat er meer tijd nodig is voor de parlementaire behandeling en de implementatie van de Omgevingswet. De datum voor inwerkingtreding klinkt nog ver weg, maar de invoering van deze wet is een enorme operatie die alleen kan slagen als we nu al beginnen. De Omgevingswet betekent niet alleen nieuwe wetgeving, het betekent ook een andere manier van werken Jaarplan 2018 versie 0.4 8/15 en een cultuurverandering. Dit betekent wel dat we ons nu al moeten gaan voorbereiden op de implementatie van de Omgevingswet. De invoering van de Omgevingswet rust op twee pijlers: de invoering van een nieuw digitaal stelsel (DSO = Digitaal Stelsel Omgevingswet) en een nieuwe werkwijze bij gemeenten, provincies en waterschappen.
Om te zorgen voor samenhang tussen de digitalisering en het transitieproces bij die overheden, kiezen de partijen ervoor om de coördinatie van de implementatie in handen te leggen van Rijkswaterstaat via het programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’. De Omgevingswet integreert een groot aantal wetten en AMvB's in het fysieke domein om zo integraler te kunnen werken, kosten te reduceren en procedures te bekorten of overbodig te maken. Het idee achter de Omgevingswet ondersteunt de werkwijze die wij als OD voorstaan. In de memorie van toelichting worden OD's zelfs expliciet genoemd in de zin dat zij een sleutelrol zullen vervullen in het stelsel. De Omgevingswet is een zogenaamde 'Kaderwet' wat betekent dat veel zaken nog uitgewerkt moeten worden in ministeriële besluiten en AMvB's. Ook zal door het vergunningvrij maken van veel activiteiten de toezichts- en handhavingslast toenemen. Kortom, de intentie van de Omgevingswet is prima en wordt ook breed onderschreven, de praktijk zal moeten uitwijzen of de intenties ook daadwerkelijk tot de beoogde resultaten leiden. Voor de nieuwe Omgevingsdienst per 2018 wordt de Omgevingswet één van de eerste grote ontwikkelopgaven en wij zullen dan ook capaciteit en kwaliteit vrij maken om daar met onze partners mee aan de slag te gaan.
Inspectieview milieu De OD is verantwoordelijk voor samenwerking en informatie-uitwisseling met externe partners (Politie, OM, Veiligheidsregio, Waterschap, Rijksinspecties, overige RUD’s e.d.). Eind 2014 is er een intentieovereenkomst gesloten met het OM en de Politie voor het digitaal uitwisselen van handhavings- en toezichtsinformatie via “Inspectieview Milieu”. Informatie die beschikbaar is in eigen systemen van diverse organisaties is daarbij ontsluitbaar voor een inspecteur die een controle voorbereidt. Zo kan hij zien welke collega-inspecterende-organisatie de afgelopen periode een bezoek heeft gebracht en of er iets geconstateerd is en kan daarop worden ingespeeld. Ongeveer 30 partijen, Rijksinspecties, OM, politie en Omgevingsdiensten hebben aangegeven hieraan mee te willen doen, waaronder de 9 Oost-Nederlandse Omgevingsdiensten. Inmiddels zijn deze intenties nagenoeg geoperationaliseerd, mede vanwege de invoering van ons nieuwe ICT systeem IJVI, en zullen wij vanaf begin 2018 feitelijk aangesloten zijn op Inspectieview Milieu. Energie en Duurzaamheid Energie en Duurzaamheid is een steeds belangrijker maatschappelijk thema. In het behalen van de klimaatdoelstellingen van Parijs is ook aan de OD’s gevraagd hier een bijdrage aan te leveren.
Dat doen wij op verschillende manieren: In de vergunningverlening geven wij steeds nadrukkelijker binnen het thema ‘verruimde reikwijdte’ aandacht aan energiebesparing bij bedrijven. We attenderen bedrijven op en moedigen ze aan om nieuwe technieken toe te passen en wijzen ze op subsidiemogelijkheden; Bij toezicht en handhaving intensiveren wij, in overleg met het Rijk en de provincie, de activiteiten bij branches waar kansen liggen; Wij besteden structureel aandacht aan Energierapportages (EED’s) van bedrijven die voor een aantal categorieën jaarlijks verplicht moeten worden ingediend bij het bevoegd gezag. Naar aanleiding hiervan gaan we met hen in gesprek en zoeken naar kansen voor energiebesparing en efficiency. Voor deze activiteiten krijgen wij deels extra middelen van het Rijk en de provincie, deels intensiveren wij dit op eigen kracht vanwege het steeds grotere belang dat er aan gehecht wordt. Asbest Asbest is een structureel probleem in Nederland, en in het bijzonder in Overijssel vanwege haar verleden met Eternit in Goor. Nog steeds is asbest in gebonden en Jaarplan 2018 versie 0.4 9/15 ongebonden vorm op grote schaal in ons milieu aanwezig. Er ligt nu een landelijk actieplan om uiterlijk in 2024 alle asbestdaken vervangen te hebben.
Dit vraagt om veel extra toezichtcapaciteit vanuit de OD om te bevorderen dat dit op de juiste wijze gebeurd en dat het materiaal ook afgevoerd wordt naar de juiste verwerker. Daarnaast vraagt de kwestie met asbest verontreinigd straalgrit naar verwachting in 2018 in onze regio ook nog veel aandacht. Risicobedrijven In de regio IJsselland hebben we slechts enkele bedrijven die onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) vallen. Dit zijn de bedrijven met de allergrootste veiligheidsrisico’s. In de categorie daar net onder zijn echter wel enkele tientallen bedrijven gevestigd. In navolging van een aantal andere regio’s in Nederland gaan wij in 2018 ook specifiek aandacht aan deze groep bedrijven besteden. Het gaat hierbij vooral om het in zicht krijgen van de actuele veiligheidsrisico’s in relatie tot de bestaande normeringen. In geval van afwijkingen zullen wij met de bedrijven in gesprek gaan en maatregelen afspreken. Ketentoezicht- en strafrecht In onze regio zijn veel afvalverwerkers actief. Een sector die veel werkgelegenheid oplevert en ook tot innovaties leidt die een circulaire economie dichterbij brengen. Anderzijds kleven er ook veel risico’s aan deze sector, reden waarom wij stevig in zullen zetten om meer zicht en grip hierop te krijgen en notoire overtreders bestuursrechtelijk en zo nodig strafrechtelijk zullen aanpakken.
We doen dit zo nodig ook samen met andere OD’s, bijzondere opsporingsdiensten, Rijksinspecties, politie en justitie. Andere milieuthema’s Naast voorgaande thema’s zal de OD IJsselland zich ook gaan richten op het uitvoeren van de taken bodem (waaronder Wet bodembescherming), lucht (geur en emissie), geluid (bijv. geluidzonering en bouwakoestiek) en externe veiligheid. Die taken en de accenten die daarin worden gelegd worden opgepakt in nauwe samenwerking met de partners, waarmee ook in die opzichten wordt geïnvesteerd in een duurzame leefomgeving. Jaarplan 2018 versie 0.4 10/15 4 Werk en capaciteit In dit hoofdstuk schetsen we een beeld van de omvang van het primaire proces. In het volgende hoofdstuk gaan we in op de sturing en kwaliteitszorg. 4.1 Werkvoorraad primair proces Op basis van opgaves partners hebben we de actuele werkvoorraad in mens-uren in onderstaande tabel opgenomen. Hierin zijn ook ondersteunende taken in het primaire proces en enkele facultatieve taken meegenomen. De tabel geeft de werkvoorraad in uren weer. Het is een momentopname van onze dynamische planning en wijkt op dit moment op de volgende punten af van de begrotingscijfers: Energie en duurzaamheid 463 uur Milieu wachtdienst 579 uur Administratie primair proces 3.499 uur Hieronder geven we dezelfde dynamische planning grafisch weer.
Jaarplan 2018 versie 0.4 11/15 Met behulp van de mandaatbesluiten, de DVO en de jaaropdrachten worden nadere eisen gesteld aan de uitvoering van het werk. 4.2 Capaciteitsplanning De hierboven genoemde werkvoorraad wordt gerealiseerd door eigen mensen en inhuur. Veel medewerkers hebben hun werk gevolgd en zijn bij de Omgevingsdienst geplaatst. Daarnaast zijn er bij aanvang van het jaar nog relatief veel vacatures welke ingevuld worden door inhuur, werving van eigen mensen en het opzetten van een traineeprogramma. Bij de inzet van medewerkers zullen we de eerste tijd gebruik maken van hun lokale bekendheid met de partnerorganisaties en de bedrijven. 4.3 Meldpunt milieu (MPM) Elk bevoegd gezag is verplicht om een 24-uurs bereikbaarheidsdienst te hebben. De Omgevingsdienst levert vanaf 1 januari 2018 het Meldpunt milieu (MPM) van de Omgevingsdienst, die voor alle partners, en in samenwerking met de politie en de Veiligheidsregio, klachten en meldingen van burgers/bedrijven op het taakveld van de Omgevingsdienst buiten kantoortijd adequaat afhandelt. Tijdens kantoortijden worden deze klachten en meldingen binnen de staande organisatie afgehandeld. Een Klachtencoördinator beheert deze meldingen. Er is extra aandacht voor het tijdig informeren van de partners bij ongewone voorvallen of calamiteiten.
4.4 Projecten: inzet op energietransitie en asbestsanering In de projectenportfolio zullen zeker de asbestsanering en energietransitie een prominente plaats krijgen. Deze thema’s werden in het hoofdstuk “landelijke ontwikkelingen” toegelicht. We gaan met de opdrachtgevers onderzoeken welke bijdrage de Omgevingsdienst vanuit zijn rol en expertise hieraan kan leveren en welke middelen daarvoor benodigd zijn. We zien dat het bestuurlijk en maatschappelijk belang van deze thema’s groot is.
Jaarplan 2018 versie 0.4 12/15 5 Bedrijfsvoering 5.1 Sturing en beheersing Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst wordt gevormd door bestuurders uit de colleges van alle deelnemende overheden. Uit hun midden is het Dagelijks Bestuur gekozen. De directeur van de Omgevingsdienst fungeert in beide besturen als secretaris. De verticale sturing en verantwoording wordt vormgegeven door de jaarlijkse kaderbrief en begroting, welke laatste na raadpleging van raden en staten, door het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst wordt vastgesteld. De verantwoording gebeurt door middel van de jaarrekening welke na raadpleging van raden en staten, door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld, waarna een kopie aan de Minister van Binnenlandse Zaken wordt verstrekt (artikel 33). Het Algemeen Bestuur geeft opdracht aan een accountant om een onafhankelijk oordeel te geven over de betrouwbaarheid en rechtmatigheid van de jaarrekening. Gedurende het jaar zal het Dagelijks Bestuur op periodieke basis sturen op realisatie van de begroting en waar nodig begrotingswijzigingen aan het Algemeen Bestuur voorleggen. De horizontale sturing en beheersing geschieden door middel van Dienstverlenings- overeenkomsten (DVO) die tussen de deelnemende overheden en de Omgevingsdienst worden afgesloten voor meerdere jaren. Hierbinnen wordt jaaropdrachten verstrekt.
Deze DVO’s en jaaropdrachten betreffen de wettelijk verplicht in te brengen taken, maar ook “facultatieve” taken. Tevens verstrekt het bevoegd gezag het mandaat aan de Omgevingsdienst, dat nodig is voor de uitvoering van de DVO. De uitvoering van deze DVO’s en jaaropdrachten wordt beheerst met behulp van periodieke rapportages aan de opdrachtgevers. Binnen de Omgevingsdienst zal er in 2018 een start gemaakt worden met het ontwikkelen van managementinformatie ten behoeve van de interne beheersing. In 2018 willen we graag de nieuwe gemeenteraden gaan informeren over de Omgevingsdienst, haar takenpakket en de wijze van sturing door uw Raden. Om de effectiviteit van de sturing en het samenhang binnen het domein “toezicht” beter inzichtelijk te maken zal er nadrukkelijk worden opgetrokken met de partners in het veld zoals de Veiligheidsregio en de GGD. Het gezamenlijk optrekken met deze partners verbetert ook de slagkracht en dienstverlening van de Omgevingsdienst. 5.2 Kwaliteitszorg en informatiemanagement Met de transitie van RUD naar Omgevingsdienst krijgen we meer mogelijkheden voor het benutten van elkaars kennis en het verbeteren van de robuustheid. De gebundelde kennis die de afgelopen jaren is opgebouwd met de kennispunten worden integraal binnen en met de teams gecontinueerd, in 2018 zal hier de eerste aanzet voor worden gemaakt.
Hierbij wordt Kennisnet, het VTH-vakberaad en de samenwerking met ODNL steviger verankerd binnen de teams. We sturen op het objectief voldoen aan de gestelde kwaliteitscriteria en zorgen waar nodig voor aanvullende opleidingen met behulp van het opleidingsplan. Werken conform de kwaliteitscriteria wordt tevens door middel van de collegiale toetsing door en voor de Omgevingsdiensten verscherpt. Dit instrument zal na de pilot van 2016 volgend jaar bij alle omgevingsdiensten worden ingezet. In 2018 verbeteren we de informatievoorziening met behulp van IJVI. Dit realiseren onder andere met koppelingen met landelijke databases en door het verhogen van kwaliteit van eigen databestanden. Dit wordt bereikt door onder andere dataveredeling, dataverrijking en het opzetten en monitoren van een invoerprotocol. In 2018 formuleren we een informatieplan, waarin onder aandacht voor informatiebeveiliging, privacy en de verdere ontwikkeling van de informatievoorziening. Jaarplan 2018 versie 0.4 13/15 5.3 Risico- en informatie gestuurde handhaving (RIGH) Risico- en informatie gestuurde handhaving wordt in 2018 breder ingezet binnen de omgevingsdienst. Dat doen we o.a. in de vorm van ketentoezicht, administratief toezicht en data-analyse. Dat leidt tot een andere opzet van de risico-analyse.
In het programma ketentoezicht wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de prioriteiten zoals die zijn benoemd in het “Dreigingsbeeld Oost Nederland”, regionale en/of lokale signalen en de resultaten uit de overige toezichtmomenten van de Omgevingsdienst IJsselland en haar partners. Belangrijke thema's zijn asbest, bodem, co-vergisting en de handelingen met afvalstoffen in zijn algemeenheid. Slecht naleefgedrag kan leiden tot gevaar en/of schade voor de gezondheid van mens, flora en fauna en economisch verkeer. Met genoemde toezichtmethoden kan een gerichte aanpak worden gerealiseerd dat naleefgedrag kan controleren, corrigeren en stimuleren. De samenwerking met ketenpartners en andere organisaties en de uitwisseling van informatie is van wezenlijk belang en zal ook in 2018 intensief worden uitgevoerd. 5.4 Ontwikkeling en onderzoek We hebben als uitvoeringsdienst niet een uitgebreide staf voor eigen onderzoek. We benutten de kracht van samenwerking. Niet alleen werken we direct samen met andere omgevingsdiensten, maar ook in landelijke verbanden zoals ODNL, TOOG, OOOG, InfoMil, Vakberaden, LRSO, Genetics-gebruikersgroep, I-Go, etc. Deze verbanden vormen vaak ook de verbinding met provinciaal, lands- en Europees bestuur (Zwolle, Den Haag en Brussel) om tijdig nieuwe ontwikkelingen te zien en invloed uit te oefenen.
De kennispunten bleken effectief; deze willen we binnen de Omgevingsdienst voortzetten. We staan klaar om met partners mee te denken over de voorbereiding op de omgevingswet. Wij kunnen met name vanuit de uitvoeringspraktijk bijdragen. In 2018 en 2019 willen we lange termijn ontwikkelingen schetsen in het beleidsplan en de jaarmoot daaruit in het jaarplan uitwerken. 5.5 Ontwikkeling teams en medewerkers Belangrijk uitgangspunt is de eigen (resultaat)verantwoordelijkheid van de professionele medewerkers. We verwachten van deze professionals dat zij zelf sturen op het bereiken van de resultaten voor onze opdrachtgevers in goede onderlinge samenwerking en waar nodig goed afgestemd met de (ambtelijke of bestuurlijke) opdrachtgevers. In 2018 zullen de teams de waarden en cultuur verder uitwerken die optimaal bijdragen aan het soort organisatie dat we willen zijn. In 2018 maken we samenhangende ontwikkelplannen voor de teams. Daarop baseren we het opleidingsplan met twee onderdelen: Vaktechniek: bereiken dat medewerkers (blijven) voldoen aan de opleidingseisen die het vak vraagt om goed aan de wettelijk eisen te voldoen. Persoonlijke ontwikkeling: dit betreft vaardigheden voor de uitvoering van het vak en de groei van medewerkers. Daarnaast zullen we een traineeprogramma ontwikkelen in samenwerking met andere Omgevingsdiensten, met name Flevoland.
Dit beoogt het binnenhalen en tot bloei brengen van jong talent, gezien de krapte op de arbeidsmarkt. Voor het bevorderen van de persoonlijke ontwikkeling van medewerkers hanteren we de regeling “afspraken jaarplancyclus”. 5.6 Communicatie We hebben in 2017 reeds een grote slag gemaakt inzake strategie, imago, identiteit en huisstijl. We benutten in 2018 de start als nieuwe organisatie om ons naar stakeholders te profileren waarbij we het onderscheid tussen bevoegd gezag en uitvoering in het oog houden. We zorgen dat we goed benaderbaar zijn via moderne media. Daarvoor maken we een communicatieplan. Jaarplan 2018 versie 0.4 14/15 6 Financiën In dit hoofdstuk geven we aan welke kosten, opbrengsten en investeringen we verwachten om de ambities uit het voorgaande hoofdstukken te realiseren. Hierbij gaan we in op de meerjarenbegroting, de te verwachte kosten voor 2018, de bijdragen van de partners voor 2018 en de loonkosten voor het primair proces. Voor de details wordt verwezen naar de complete begroting 2018 die medio 2017 door het AB is vastgesteld. 6.1 Meerjarenbegroting De meerjarenbegroting voor de Omgevingsdienst We verwachten een daling van de kosten vanaf 2020. Er is afgesproken met elkaar de intentie uit te spreken dat er een besparing kan worden gerealiseerd van 2% van de startbegroting over de jaren 2020 t/m 2023.
In de getoonde cijfers is nog geen rekening gehouden met eventuele indexering omdat dit een externe factor is en omdat de waarde van de indices nog niet bekend zijn. 6.2 Kosten 2018 Het begrotingstotaal van de jaarschijf 2018 is hieronder opgebouwd uit acht posten. 6.3 Werkwijze inputfinanciering Voor de eerste jaren is gekozen voor inputfinanciering ten aanzien van de loonkosten en overige personeelskosten primair proces. Dit is uitgewerkt in de inputfinancierings- regeling die bestaat uit de volgende punten: De deelnemers betalen voor de medewerkers die overgaan naar de Omgevingsdienst de werkelijke loonsom 2018. Voor de formatie die niet met medewerkers wordt ingebracht (vacatureruimte), geldt dat hiervoor de loonsom 2018 betaald moet worden die past bij de gekozen inschaling van de betreffende werkzaamheden. Deze gekozen inschaling is weergegeven in het O&F-plan. We gaan hierbij uit van het maximum van de schaal. Meerkosten als gevolg van verworven individuele rechten van medewerkers die overgaan komen voor rekening van de betreffende deelnemer. Deze regeling geldt totdat deze wordt vervangen door outputfinanciering. Verrekening zal geschieden conform de bijdrageverordening die door het Algemeen Bestuur vastgesteld zal worden.
Meerjarenbegroting 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Basis begroting 9.165.000 9.165.000 9.165.000 9.165.000 9.165.000 9.165.000 besparingsperc cumulatief 0% 0% 2% 4% 6% 8% beoogde besparing cumulatief 183.000 366.000 549.000 732.000 begroting na besparing 9.165.000 9.165.000 8.982.000 8.799.000 8.616.000 8.433.000 Begrotingspost Bedrag 1. Totale loonsom primaire proces (81,4 fte) 5.699.000 2. Verv oerskosten primair proces 202.000 3. Ov erige kosten 404.000 4. Totale loonsom formatiev e ov erhead (12,6 fte) 1.000.000 5. Uitv oeringskosten 260.000 6. Inkoop bedrijfsv oering, huisv esting en ondersteunende ICT 1.010.000 7. ICT v oor primair proces (VTH) 500.000 8. Onv oorzien 90.000 Totaal 9.165.000 Incidenteel ontwikkelbudget 2018 400.000 VTH 2 356.800 Totaal begroting 9.921.800 Jaarplan 2018 versie 0.4 15/15 De betaling door de deelnemers is vooralsnog gekoppeld aan de ingebrachte taken en medewerkers; inputfinanciering. Vanaf het begrotingsjaar 2020 wordt gefaseerd overgegaan op outputfinanciering. De inputfinanciering is zodanig dat de Omgevingsdienst geen financiële risico’s loopt bij de overname van personeel. 6.4 Bijdragen van de deelnemers voor 2018 De opbrengsten vloeien voort uit de te verrichte taken.
Deze begroting betreft: de taken genoemd in het convenant het gebruik van de VTH-applicatie 1 (alle deelnemers) het gebruik van VTH-2 (deelnemers die daarvoor gekozen hebben) De begrote kosten uit paragraaf 6.2 en het incidenteel ontwikkelbudget worden toegerekend aan de deelnemers op basis van de in te brengen werkvoorraad. We begroten niet de kosten en opbrengsten voor structurele en incidentele facultatieve taken, omdat deze nog niet in beeld zijn. Daarom is in onderstaande tabel de kolom “facultatief” nog leeg. De toerekening van VTH2 is op basis van aantal gebruikers. Er is voor een andere verdeelsleutel gekozen, omdat niet alle partners meedoen aan VTH2 en de relatie met de in te brengen werkvoorraad hier minder van toepassing is. De Veiligheidsregio IJsselland is geen deelnemer in de Omgevingsdienst, maar gaat wel gebruikmaken van VTH2. Loonsom overige kosten incidenteel Totale Partner prim. proces incl.
VTH 1 ontwikkelbudget VTH 2 Facultatief bijdrage Dalfsen 292.100 177.700 20.500 28.500 - 518.800 Deventer 789.200 480.000 55.400 57.000 - 1.381.600 Kampen 524.000 318.700 36.800 42.800 - 922.300 Olst Wijhe 299.900 182.400 21.000 14.300 - 517.600 Ommen 198.300 120.600 13.900 10.100 - 342.900 Hardenberg 595.100 361.900 41.800 30.300 - 1.029.100 Overijssel 567.900 345.400 39.900 - - 953.200 Raalte 437.500 266.100 30.700 28.500 - 762.800 Staphorst 274.400 166.900 19.300 17.800 - 478.400 Steenwijkerland 486.300 295.700 34.100 - - 816.100 Zwartewaterland 339.100 206.200 23.800 15.400 - 584.500 Zwolle 895.200 544.400 62.800 65.300 - 1.567.700 Veiligheidsregio - - - 46.800 - 46.800 Totaal 5.699.000 3.466.000 400.000 356.800 - 9.921.800