30.4 Uitgangspunten GGA NW Overijssel - bijlage 3 Statenbrief - bijlage 1.pdf
Tekst van het document
Statenbrief Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel Bijlage 1 Opgaven in Noordwest Overijssel De opgaven voor de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel, zijn opgebouwd uit lokale, regionale, provinciale en landelijke opgaven vanuit verschillende beleidsterreinen of processen. Hieronder worden de belangrijkste hiervan in chronologische volgorde (van dit gebiedsproces) verwoord. Verkenning Bodemdaling Het tegengaan van bodemdaling in de veenweidegebieden heeft effecten op diverse terreinen. Voor de landbouwpraktijk levert het op de korte termijn de nodige uitdagingen op, die niet altijd als positief zullen worden ervaren. Denkend vanuit de noodzakelijke landbouwtransitie, kunnen hierbij op de (middel-) langere termijn ook kansen ontstaan. Op andere beleidsterreinen heeft het tegengaan van bodemdaling voornamelijk een positieve uitwerking. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het verminderen van de uitstoot van CO2, om opslagcapaciteit van CO2 vergroten, om het verduurzamen van de waterhuishouding, om het verminderen van schade aan infrastructuur en gebouwen, om het tegengaan van verslechtering van de waterveiligheid, om het verminderen van de wegzijging van water uit de natuurgebieden, om het verbeteren van de waterkwaliteit in de natuurgebieden, om het verbeteren van de habitat voor weidevogels en om tegengaan verdroging.
Het is derhalve een belangrijke opgave, maar niet eenvoudig. Het belang van een integrale benadering van de bodemdaling maakte dat het waterschap Drenst Overijsselse Delta (WDODelta), samen met de provincie, een verkenning liet uitvoeren naar de bodemdaling in het veenweidegebied van Overijssel. Om een integrale afweging ten aanzien van de peilbesluiten te maken, heeft de provincie het waterschap vijf jaar uitstel gegeven voor het nemen van de peilbesluiten in Noordwest Overijssel. Om een beeld te krijgen van de omstandigheden en mogelijkheden is aan het bureau Infram een opdracht gegeven (gestart in 2018) voor een Verkenning bodemdaling veenweidegebied Overijssel (zie bijlage 2a, b, c, d). Daaruit blijkt onder meer dat er drie deelgebieden te onderkennen zijn, die veel van elkaar verschillen. Er zijn verschillende scenario’s beschreven per deelgebied (stoppen, remmen, doorgaan) en daarvan zijn de consequenties in beeld gebracht. Dit rapport beschouwen we als een goede bouwsteen voor de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel. IBP-VP-gebiedsplan In 2018/2019 ontstond op landelijk niveau het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP-VP) en het Klimaatakkoord. Met het IBP-VP startte een ambtelijk en bestuurlijk platform voor een gebiedsplan dat zich op een Vitaal Platteland richt, dus met een bredere scoop dan alleen bodemdaling.
Noordwest Overijssel is in dit programma aangemerkt als een van de pilotgebieden. De opgave, zoals die door de betrokken overheden in de IBP-VP-gebiedsagenda Samen werken aan de kwaliteit van Noordwest Overijssel verwoord zijn, zijn verwoord in deze brief onder de titel ‘Uitdagingen en opgaven’. Als bijlage 4 is deze gebiedsagenda inclusief geactualiseerde projectenlijst aan deze Statenbrief toegevoegd. 2 Klimaatakkoord Hoewel de opgaven voor de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijsel breder1 zijn dan alleen die uit het Klimaatakkoord (2019), vormt dit akkoord wel een belangrijke basis voor dit gebiedsproces. De in het klimaatakkoord genoemde opgave voor alle veenweide gebieden samen in Nederland is een reductie van 1 Mton CO2 in 2030. Het is nog niet bepaald wat dat precies betekent voor Noordwest Overijssel, maar naar rato van oppervlakte veenweidegebied, zou het neer kunnen komen op een reductie van 100.000 ton CO2. Het Klimaatakkoord geeft aan dat er voor elke veenweideregio een Regionale Veenweide Strategie moet komen. In het Klimaatakkoord gaat daarbij uit van een maatwerkaanpak. Daarover wordt gezegd: Deze aanpak zal resulteren in een toekomstperspectief voor de veenweidegebieden en de betrokken bedrijven. Kortom, klimaat, natuur, landbouw en weidevogelbeheer combineren met behoud van ons prachtige landschap2.
Ook in het Veenplan van het ministerie van LNV wordt verwezen naar deze Regionale Veenweidestrategieën. Er is (landelijk) vanuit het Klimaatakkoord 276 miljoen euro beschikbaar voor de veenweideopgave, waarvan 100 miljoen euro als impulsgeld voor financiering van stoppende bedrijven of voor maatregelen die op korte termijn te realiseren zijn en bijdragen aan de reductie van de CO2-uitstoot. Voor Noordwest Overijssel is hiervan 15 miljoen euro toegekend. Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof In de periode dat de uitgangspunten zijn ontwikkeld, kwam ook het programma Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) Stikstof tot stand. Voor het gebied Noordwest Overijssel is gekozen voor het samenkomen van beide opgaven (klimaatakkoord en GGA stikstof) in de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel. In het Statenvoorstel over de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof van 17 september 2020 (kenmerk 2020/1102363) bent u over dit voornemen geïnformeerd. Ten aanzien van de stikstofemissie op Natura 2000 gebieden, heeft de minister van LNV in haar stikstofaanpak aangegeven dat in 2030 in de helft van de hectares van de Natura 2000 gebieden, de stikstofdepositie onder de KDP (Kritische Depositie Waarde) moet zijn. Eén van de manieren om hieraan bij te dragen is de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof.
Naast reductie van stikstof-uitstoot, is het doel van de GGA stikstof eveneens om ontwikkelingen, die stikstof uitstoten, mogelijk te maken. Het derde doel van de GGA stikstof is een toekomstbestendig Overijssel door slimme combinaties te maken van de stikstofopgave met andere opgaven. 1 Vanuit de opgave uit het Klimaatakkoord, wordt er automatisch ook gewerkt aan andere opgaven die er zijn, zoals het tegengaan van bodemdaling sec (dus ook zonder CO2-component), verminderen stikstofuitstoot, transitie naar kringlooplandbouw en verbetering externe omstandigheden van het Natura 2000-gebied Wieden-Weerribben. 2 Deze opsomming van thema’s kan ook worden uitgebreid met andere thema’s.