3. Dekkingsplan IJsselland 2022.PDF
Tekst van het document
DEKKINGSPLAN 2022 (concept) Integrale brandweerzorg op basis van de landelijke handreiking 2 Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................. 3 1. Inleiding ............................................................................................................................. 4 1.1 Historie en aanleiding .................................................................................................. 4 1.2 Leeswijzer ................................................................................................................... 4 1.3 Uitgangspunten ........................................................................................................... 5 2. Dekking bijstellen: huidige brandweerzorg (processtap 1) ................................................. 6 2.1 Interne ontwikkelingen ................................................................................................ . 6 2.2 Externe ontwikkelingen ................................................................................................ 8 3. Beschrijving dekking (processtap 2) ............................................................................... 10 3.1 Snelheid ....................................................................................................................
10 3.2 Capaciteit: slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten .................................. 13 3.3 Paraatheid ................................................................................................................. 15 3.4 Werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie ........................................................... 17 4. Beoordeling dekking ....................................................................................................... 20 4.1 Beoordeling snelheid ................................................................................................ . 20 4.2 Beoordeling capaciteit ............................................................................................... 24 4.3 Beoordeling paraatheid .............................................................................................. 26 4.4 Beoordeling werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie ........................................ 27 4.5 Totaalbeoordeling IJsselland ..................................................................................... 27 4.6 Totaalbeoordeling per gemeente ............................................................................... 28 4. Aanbevelingen ................................................................................................................ 37 5.
Bijlagen .......................................................................................................................... 38 Bijlage 1: bronnen en parameters berekeningen ................................................................ . 39 Voor berekeningen snelheid & capaciteit. ......................................................................... 39 Voor berekeningen grootschalig brandweeroptreden (GBO) ............................................ 39 Voor alarmeringsfrequentie .............................................................................................. 39 Bijlage 2: afspraken buiten dienst zetten van posten ........................................................... 40 Afspraken ......................................................................................................................... 40 Bijlage 3: lijst met aandachtsobjecten .................................................................................. 41 3 Voorwoord Volgt na vaststelling. 4 1. Inleiding 1.1 Historie en aanleiding Op grond van artikel 14 van de Wet Veiligheidsregio’s dient het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio vierjaarlijks, of wanneer de situatie binnen de veiligheidsregio significant is gewijzigd, een dekkingsplan vast te stellen.
Het voorgaande dekkingsplan eindigde oorspronkelijk in 2018, echter vanwege de deelname van onze veiligheidsregio aan de landelijke Pilot Gebiedsgerichte Opkomsttijden, is besloten dit plan te verlengen. Vanwege vertraging van het landelijke project is het bestuur uiteindelijk gevraagd de geldigheidsduur van het voorgaande dekkingsplan te verlengen tot de vaststelling van dit plan. Met dit nieuwe dekkingsplan worden de objectgerichte opkomsttijden, welke we voorheen gebruikten, losgelaten. Deze worden vervangen door gebiedsgerichte opkomsttijden. De reden waarom dit gebeurt en de keuze voor deze werkwijze vragen om een toelichting. De eerste contouren om te komen tot een andere werkwijze werden reeds zichtbaar in het inspectierapport Ter Plaatse1 waarin werd geconstateerd dat de genoemde opkomsttijden slechts marginaal werden behaald. Dit gegeven werd vervolgens meegenomen in het landelijke rapport ‘RemBrand: Brandveiligheid is coproductie’ uit 2015. De conclusie van het rapport is dat brandveiligheid uiteindelijk altijd een ketenresultaat is. Daardoor is het belangrijk om binnen alle onderdelen van de veiligheidsketen verbeteringen door te voeren, passend bij de huidige en toekomstige risico’s. Binnen het onderdeel preparatie zijn de opkomsttijden van de brandweer en het hierbij behorende dekkingsplan tegen het licht gehouden.
De wens vanuit het project RemBrand is om de opkomsttijden van de brandweer te koppelen aan het brandrisicoprofiel2 van een bepaald gebied. Hieruit volgend is in 2019 een (concept) ‘Handreiking Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen’, ook wel ‘handreiking Gebiedsgerichte opkomsttijden’, opgesteld. De opdracht van de RCDV hierbij is: voer een systeem in van gebiedsgerichte opkomsttijden, ondersteund door een uniforme methodiek voor dekkingsplannen. Het doel van deze handreiking is daarmee om te komen tot een landelijk uniforme systematiek waarmee risicogebieden, de bijbehorende opkomsttijden en het maken van een dekkingsplan kunnen worden uitgewerkt. Het dekkingsplanproces vormt in dat opzicht de bredere context van de gebiedsgerichte opkomsttijden. Die bredere context moest in beeld worden gebracht om recht te kunnen doen aan de praktijk van de brandweer, waar de dekking immers een belangrijk onderdeel van uitmaakt. Het nieuwe dekkingsplan is tot stand gekomen op basis van de nieuwe, landelijke systematiek. Omdat de nieuwe methodiek is toegepast, kan dit plan gezien worden als een nulmeting. In dit dekkingsplan wordt het niveau van de basisbrandweerzorg en grootschalig optreden in IJsselland beschreven. Bij veranderingen in de komende jaren kan het niveau steeds worden vergeleken met deze nulmeting.
1.2 Leeswijzer Bij het tot stand komen van het dekkingsplan zijn de processtappen vanuit de handreiking doorlopen. En is de beoordeling gedaan op basis van de beschikbare beoordelingskaders uit de handreiking, die voor gebiedsgerichte opkomsttijden en voor Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). 1 Inspectie Veiligheid en Justitie, 2012. 2 Er bestaat op dit moment echter geen vastgestelde definitie van wat er precies onder het brandrisicoprofiel moet worden verstaan en op welke uniforme methodiek een brandrisicoprofiel kan worden opgesteld. 5 Allereerst wordt beschreven wat de aanleiding voor het ontwikkelen van een nieuw dekkingsplan is. In het volgende hoofdstuk wordt de dekking beschreven op basis van de verplichte factoren snelheid en capaciteit. En worden daarnaast ook de factoren paraatheid en werkdruk beschreven. Vervolgens wordt beschreven op welke wijze het verzorgingsgebied wordt ingedeeld in de drie categorieën zoals beschreven in box 18 (van het project RemBrand). Daarnaast wordt er beschreven in welke mate er onder de huidige omstandigheden kan worden voldaan aan het vastgestelde normeringskader. De laatste hoofdstukken hebben betrekking op de wijze waarop het opgestelde dekkingsplan bestuurlijk wordt vastgesteld, hoe het wordt geïmplementeerd en uitgevoerd en welke gegevens worden geregistreerd om uiteindelijk de dekking cyclisch te kunnen monitoren.
Tot slot zijn er bijlagen ter onderbouwing van de verschillende onderdelen van dit rapport. 1.3 Uitgangspunten Het dekkingsplan is opgesteld met in achtneming van de volgende uitgangspunten: Het plan is opgesteld op basis van de Landelijke uniforme systematiek voor Dekkingsplannen. Het plan is opgesteld met in achtneming van de Wet Veiligheidsregio’s, met dien verstande dat het, in afwachting van de gewijzigde wet, al uitgaat van de nieuwe methode met de daarbij horende aangepaste normen voor opkomsttijden. Het Ministerie van J&V maakt voor de pilotregio’s3 een uitzondering waar het gaat om het voldoen aan de wettelijk vastgestelde normtijden. Het plan is opgesteld met als uitgangspunt een bezetting van zes personen per tankautospuit (basiseenheid). Het incident waar voor de berekeningen van de opkomsttijden van uit is gegaan is een gebouwbrand. Het principe van operationele grenzen is in het gehele verzorgingsgebied, inclusief de grensgebieden, van toepassing. Dit betekent dat bij elk incident die eenheid wordt gealarmeerd die de snelste brandweerzorg aan de burger kan leveren. Dit kan dus ook een eenheid uit een grensregio zijn en vice versa. Voor de grensgebieden rondom Veiligheidsregio IJsselland wordt daarom een gebied van vijftien km (en vice versa) in het dekkingsplan meegenomen. Het dekkingsplan is gekoppeld aan het brandrisicoprofiel.
Uitruktijden worden bepaald d.m.v. het (automatisch) statussen van de voertuigen. Deze tijden vormen de basis voor de rapportages over de opkomsttijden. De daadwerkelijk behaalde opkomsttijden worden getoetst aan de theoretische normtijden van het dekkingsplan. Er wordt twee maal per jaar middels de bestuursrapportages gerapporteerd over de opkomstprestaties aan het MT en aan het Dagelijks en Algemeen Bestuur. Werkelijk behaalde opkomsttijden vormen de basis voor het periodiek herzien van het dekkingsplan indien noodzakelijk. Brandveiligheid is meer dan opkomsttijden…maar een snelle respons blijft noodzakelijk. 3 Veiligheidsregio IJsselland is een van de regio’s die de concept-handreiking in de praktijk heeft getoetst. 6 2. Dekking bijstellen: huidige brandweerzorg (processtap 1) De bestaande situatie is het vertrekpunt. De verschillende interne en externe ontwikkelingen kunnen hierbij maatgevend zijn. Op sommige van deze ontwikkelingen heeft de veiligheidsregio geen invloed, maar moet wel worden omgegaan met de consequenties. In dit hoofdstuk worden alle relevante ontwikkelingen beschreven. Daarbij is de nieuwe methodiek in basis de grootste ontwikkeling. 2.1 Interne ontwikkelingen Het dekkingsplanproces start met de bijstelling van de huidige dekking. Dat wil zeggen dat hetgeen er ligt als uitgangspunt en referentiekader wordt genomen.
Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt of er intern ontstane of voorgenomen wijzigingen van invloed zijn op de regionale dekking en zo ja, in welke mate. Repressieve inrichting IJsselland kent 35 brandweerposten bestaande uit beroeps en vrijwilligers. Dit aantal is de afgelopen jaren gelijk gebleven. De posten werken met verschillende organisatievormen: 24- uursbezetting, vrije opkomst en/of consignatie. Op het merendeel van de posten wordt gewerkt met het vrije opkomstmodel. Op de volgende posten zijn aanvullende organisatievormen van toepassing. Kazernering van beroeps en vrijwilligers (24 uur) op de posten: - Zwolle (op twee posten: Noord en Zuid) Kazernering (24 uur) van beroeps op de post: - Deventer Consignatie vrijwilligers op de posten: - Kampen: structurele consignatie van een volledige bluseenheid 7x24 uur - Steenwijk: structurele consignatie bevelvoerder en chauffeur - Ommen: structurele consignatie bevelvoerder - Oldemarkt: structurele consignatie bevelvoerder en chauffeur - IJsselmuiden: structurele consignatie van bevelvoerder/chauffeur in het weekend - Merendeel posten: incidentele consignatie tijdens feestdagen, vakantie en evenementen Gewijzigde repressieve inrichting Ten opzichte van het vorige dekkingsplan zijn voor de repressieve inrichting de volgende zaken significant gewijzigd: Verschuivingen in materieel (op basis van het project Uitrukorganisatie op maa
t). Zo zijn de meeste tweede TS’en op de posten komen te vervallen. Genomen maatregelen naar aanleiding van het vorige dekkingsplan, met name om te komen tot een snellere uitruktijd voor de posten Kampen en Steenwijk. Dit is beperkt gelukt (gemiddeld 15 seconden sneller). De verdere introductie van Uitruk op Maat (inzet van TS-flex). Interne repressieve afspraken Binnen IJsselland gelden afspraken om de repressieve dekking zoveel als mogelijk te waarborgen. Voor het gepland buiten dienst zetten van een post zijn nieuwe regels opgesteld (zie bijlage). Daarbij mogen posten met hoge risico’s in hun dekkingsgebied of vanwege hun centrale ligging niet buiten dienst staan. Voor de andere posten geldt dat zij maximaal 1% per jaar buiten dienst mogen staan. Dit zorgt voor een betere beschikbaarheid van de posten. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat de meeste posten het zogenaamde vrije opkomstmodel hanteren. Dit betekent dat er nooit 100% gegarandeerd kan worden dat een post daadwerkelijk operationeel is en bij een melding een tankautospuit kan uitrukken. 7 Alleen hierom is het al van belang dat posten relatief dicht bij elkaar liggen, zodat ze indien noodzakelijk elkaar kunnen ‘vervangen’. Om de uitruk zoveel mogelijk te garanderen zijn in 2019 alle posten overgestapt op het gebruik van PreCom-pagers.
Diverse posten gebruiken het bijbehorende agendasysteem om de beschikbaarheid van postleden te monitoren. Dit gebeurt zowel continue als direct na een alarmering. In sommige gevallen wordt direct een volgend voertuig gealarmeerd als blijkt dat het eerste voertuig niet bezet kan worden. Bij enkele posten wordt voor het monitoren van de beschikbaarheid nu nog de tool Wiib gebruikt. Door het gebruik van deze systemen hebben de posten beter inzicht in de beschikbaarheid van hun postleden en kan daar indien nodig sneller op worden geanticipeerd. Dit vergroot de operationaliteit van de posten. Hulpmiddelen op voertuigen Er zijn sinds 2014 een aantal nieuwe technische systemen in gebruik genomen, die ervoor zorgen dat de rijtijd naar het incidentadres zo kort mogelijk is. In de berekeningen van de opkomsttijden is het lastig hier op voorhand rekening mee te houden, maar in de praktijk zullen voertuigen hierdoor sneller ter plaatse kunnen zijn dan berekend. Het betreft: Navigatiesysteem op de voertuigen, waarbij het incidentadres rechtstreeks wordt ingeschoten in de navigatiemodule (LiveNav) van LiveOp-X. Talking traffic, een systeem waarbij medeweggebruikers via diverse apps een melding krijgen als er een tankautospuit in de buurt is. Daardoor kunnen zij eerder ruimbaan maken. Dit systeem wordt toegepast op de voertuigen van de posten in Deventer.
Onderzocht wordt dit uit te breiden naar andere posten. Operationele grenzen en dynamisch alarmeren Omdat de inwoners recht hebben op de snelste hulp, werken we in IJsselland al lange tijd met operationele grenzen. Als eenheden uit buurregio’s sneller ter plaatse kunnen zijn, dan worden deze gealarmeerd. Uiteraard geldt dit ook andersom. Hierover zijn afspraken gemaakt met de buurregio’s. Deze afspraken zijn de laatste jaren niet gewijzigd. Op dit moment vindt alarmering plaats op basis van de locatie van de post. In de meeste gevallen is dit ook correct. In de toekomst wordt dynamisch alarmeren geïntroduceerd, wat betekent dat wordt gealarmeerd op basis van de voertuiglocatie. Uitruk-op-maat In IJsselland wordt vanuit steeds meer posten op maat uitgerukt met een TS-flex. Posten kunnen op eigen initiatief starten met uitrukken op maat. Hiervoor is een standaard implementatie- en oefenprogramma beschikbaar dat start met een risico-inventarisatie. Het invoeren van uitruk op maat zorgt voor een betere beschikbaarheid en mogelijk voor een snellere uitruktijd en daarmee opkomsttijd. De berekeningen voor het dekkingsplan worden vooralsnog alleen uitgevoerd op basis van een TS6, omdat bij een maatgevend incident (binnenbrand woning) met zes personen wordt uitgerukt (al dan niet samengesteld uit meerdere eenheden).
Programma Veilig Leven en risicogericht adviseren In het programma Veilig Leven werkt Veiligheidsregio IJsselland aan een integrale aanpak om de zelfredzaamheid van haar inwoners te bevorderen op de volgende gebieden: 1. Het voorkomen van brand en ongevallen doordat inwoners zich meer bewust zijn van (on)veilige situaties in hun leefomgeving en dat wat ze zelf kunnen doen om branden en ongevallen te voorkomen. We willen bovendien met onze inwoners de volgende stap zetten: van bewustwording naar ook werkelijk doen: veilig handelen dus. 2. Als branden of ongevallen zich toch voordoen, willen we dat inwoners weten hoe ze moeten handelen om de gevolgen van de brand en/of het ongeval zoveel als mogelijk te beperken. 8 Dit gebeurt onder andere door voorlichting, onderwijs, games, oefeningen en woningchecks. Deels door de veiligheidsregio zelf, deels door andere organisaties waarmee de veiligheidsregio een samenwerking aangaat. De belangrijkste doelgroepen zijn vooralsnog zelfstandig wonende ouderen en jeugd. In het programma worden bij brandveiligheids- activiteiten de repressieve prestaties van de brandweer meegewogen, onder andere bij de bepaling van risico’s. De repressieve prestatie wordt niet zo zeer beïnvloed door de preventieve activiteiten uit het programma, maar ze versterken wel de brandveiligheidsketen.
Wanneer een preventieve maatregel ertoe leidt dat de noodzaak tot een brandmelding of redding wordt voorkomen is dit van meerwaarde op de totale waarde van de prestatie van de brandweer. In ieder advies op een omgevingsvergunning is een paragraaf ‘risicogerichtheid’ opgenomen. In deze paragraaf staat een advies, aanvullend op de wettelijke regels, gericht op het verder beperken van onveilige situaties. 2.2 Externe ontwikkelingen Het verzorgingsgebied van Veiligheidsregio IJsselland is de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. In deze paragraaf staat beschreven wat de belangrijkste externe ontwikkelingen zijn. Geografie Veiligheidsregio IJsselland dekt samen met Veiligheidsregio Twente de provincie Overijssel af. Veiligheidsregio IJsselland bestaat uit elf gemeenten en beslaat een gebied van ruim 1700 km2. IJsselland grenst aan vijf andere veiligheidsregio’s: Twente, Fryslân, Flevoland, Drenthe en Noord- en Oost-Gelderland. Het werkgebied van Veiligheidsregio IJsselland wordt gekenmerkt door de rivieren de IJssel en de Vecht. De A50 en A28 lopen als grote verkeersaders dwars door onze regio. Het landschap is divers: van de waterrijke gebieden in het noorden tot de bosrijke omgeving in het oosten. Van grote steden tot platteland. Er zijn in IJsselland een aantal relevante infrastructurele wijzigingen geweest sinds 2014. Het gaat daarbij om de aanpassingen aan N377, N348 en N340.
Daarnaast zijn in de meeste gemeenten nieuwe woonwijken gebouwd of zijn bestaande industrieterreinen uitgebreid. Deze uitbreidingen liggen over het algemeen verder van kazernes af. Bij stap 2 en 3 wordt bekeken of deze nieuwe gebieden binnen de norm kunnen worden bereikt. Demografie In het werkgebied van Veiligheidsregio IJsselland wonen ruim 513.000 inwoners. Dit is een stijging van bijna 18.000 inwoners ten opzichte van 2014. Relatief gezien heeft de grootste groei plaatsgevonden in de gemeente Kampen. De risico’s in de regio Volgens de WvR (artikel 15) wordt voorgeschreven dat het algemeen bestuur van de veiligheidsregio verplicht is om (eens per vier jaar als basis voor het beleidsplan) een regionaal risicoprofiel vast te stellen, waarin de maatgevende/relevante risico’s voor de veiligheidsregio worden beschreven. In dit rapport beperken we ons tot het maatgevende risico gebouwbrand. De hoogst scorende risico’s uit het regionale risicoprofiel zijn: brand in dichte binnenstad, overstroming, paniek in menigte, uitval nutsvoorziening en ziektegolf. Dit profiel is niet gewijzigd ten opzichte van 2014. Net over de grens in Duitsland staat de kerncentrale Emsland, bij oostenwind ligt IJsselland in het effectgebied. Het aantal Brzo- bedrijven in IJsselland is ten opzichte van 2014 afgenomen.
Er zijn nu nog vier Brzo bedrijven: twee tankterminals in Kampen (EG fuel) en Zwolle (VARO Energy Tankstorage), N.V. Nederlandse Gasunie in Vilsteren en Nouryon in Deventer. Het spoorwegen- en snelwegennetwerk heeft geen grote wijzigingen ondergaan. 9 Relatie met het brandrisicoprofiel Het dekkingsplan hangt samen met het brandrisicoprofiel. Het dekkingsplan is gebiedsgericht, maar zoomt ook in op kwetsbare objecten, zoals gebouwen waar niet- zelfredzame personen overnachten. Denk hierbij aan verpleeghuizen. Bij die objecten waar de opkomsttijd wordt overschreden, wordt bekeken welke risicobeheersende of repressieve maatregelen genomen kunnen worden. De categorie 1-objecten uit het dekkingsplan scoren hoog in het brandrisicoprofiel. Deze en andere objecten die hoog scoren in het brandrisicoprofiel, hebben al de prioriteit in het programma Toezicht & Handhaving. Hier worden dan ook geen seperate activiteiten voor opgestart in het kader van het dekkingsplan. Wel worden de aandachtsobjecten naar voren gehaald in de planning. Vanuit het dekkingsplan komen er geen objecten naar voren die nog niet in beeld waren vanuit het brandrisicoprofiel. Taakdifferentiatie Uit onderzoek blijkt dat het noodzakelijk is dat er in beginsel niet meer gewerkt wordt met gekazerneerde en geconsigneerde vrijwilligers (bouwsteen 1).
Aanvullend differentiëren in taken tussen beroeps en vrijwilligers (basis/specialisme) lijkt niet noodzakelijk. Landelijk wordt bouwsteen 1 verder uitgewerkt in een implementatieplan. Ook regionaal onderzoeken we al wat dit betekent voor onze organisatie. Doel daarbij is inzicht te krijgen in hoe de veiligheidsregio kan voldoen aan bouwsteen 1 waarbij het huidige niveau van brandveiligheid in IJsselland voor de burger wordt gewaarborgd en waar mogelijk verbeterd. 10 3. Beschrijving dekking (processtap 2) In dit hoofdstuk wordt de verwachte dekking in het verzorgingsgebied beschreven. Hiermee maken we inzichtelijk waar we repressief toe in staat zijn onder de gegeven omstandigheden (uit processtap 1). Dit doen we door te kijken naar vier factoren: snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. 3.1 Snelheid Snelheid beschrijft de best geschatte tijd waarmee de eerste basiseenheid (tankautospuit met zes personen) ter plaatse kan zijn. Het gebied waar een basisbrandweereenheid van een post het snelst kan zijn ten opzichte van andere basisbrandweereenheden wordt het verzorgingsgebied van die eenheid of post genoemd. Indien er met een andere bezetting wordt gewerkt, moet het samenstel van eenheden een vergelijkbare slagkracht hebben als die van een TS6 (tankautospuit bezet met zes personen).
Beschrijving hoe we zijn gekomen tot opkomsttijd De opkomsttijd wordt berekend door de meldkamertijd, de uitruktijd en de rijtijd bij elkaar op te tellen. De meldkamertijd en uitruktijd per post zijn bepaald conform de rekenvoorschriften uit de landelijke handreiking. De aanname van de melding is de start van het uitrukproces van de brandweereenheid. Meldingen kunnen op twee manieren op de meldkamer binnenkomen, als telefonische melding via de 112-centrale (112-melding) of als automatische melding via het Openbaar MeldSysteem (OMS). Bij een OMS-melding ziet de centralist direct waarvan de melding afkomstig is en kan de alarmering van de brandweer snel plaatsvinden. Omdat verreweg de meeste automatische brandmeldingen loze meldingen betreffen, wordt er sinds enige tijd in veel gevallen eerst door de centralist een telefonische verificatie gedaan. Hierbij heeft de centralist contact met iemand in het betreffende pand om zo vast te stellen of het een daadwerkelijke brand betreft. Deze verificatie kan tot maximaal vijf minuten duren. Bij 112-meldingen moet de centralist de melder ‘uitvragen’ om vast te kunnen stellen waar de brand is, wat er brandt en of spoedeisend optreden van de brandweer is vereist. De meldkamertijd voor het bepalen van het dekkingsplan is berekend op 69 seconden. Daarbij zijn alle soorten prio 1-meldingen meegenomen in de berekening (inclusief OMS-meldingen).
De tijd tussen alarmering van de medewerkers en de daadwerkelijk uitruk van de basiseenheid heet de uitruktijd. De uitruktijden (mediaan) zijn per post berekend en worden ook gebruikt bij de berekening van de kazernevolgorde tabellen. Voor dit plan is er geen onderscheid gemaakt tussen de dagsituatie en de situatie avond, nacht en weekend. De gebruikte gegevens zijn afkomstig uit een specifieke applicatie, Veiligheidspaspoort, waarin
11 incidentinformatie wordt bijgehouden. De bevelvoerder van de inzet checkt de door de meldkamer ingevoerde tijden. Het laatste tijdselement, de rijtijd, wordt berekend met behulp van speciale software (Care). Hiervoor is het standaard rijtijdenmodel gebruikt waarbij wordt uitgegaan van een rijsnelheid van 85% van de snelheid die op dat wegvak geldt. Het wegenbestand is op enkele punten verrijkt door het schrappen of toevoegen van calamiteitenopritten bij enkele snelwegen. Snelheid: dekkingskaart en -grafiek snelheid 1. Opkomsttijd van de 1e tankautospuit in minuten, hoe donkerder de vlek, hoe hoger de opkomsttijd van de eerste basisbrandweereenheid.
12 2. Dekkingsgrafiek snelheid. Welk percentage van de locaties in de regio wordt bereikt in een bepaalde opkomsttijd? Bijvoorbeeld: 60% van de objecten wordt binnen 9 minuten bereikt.
13 3.2 Capaciteit: slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten Capaciteit bestaat uit slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. Slagkracht is het vermogen om bij opschaling snel meerdere eenheden tot een maximum van drie tankautospuiten (basisbrandweerzorg) ter plaatse te krijgen. Bij het grootschalig optreden gaat het om een inzet vanaf vier tankautospuiten en meerdere pelotons. Slagkracht Onderstaande afbeeldingen geven inzicht in wat de slagkracht in de regio is. Hierbij is uitgegaan van het paraat zijn van alle eenheden. 3. Slagkracht: aantal tankautospuiten binnen 15 minuten, hoe lichter de vlek, hoe meer tankautospuiten binnen 15 minuten ter plaatse kunnen zijn.
14 4. S-curve slagkracht: cumulatieve verdeling van opkomsttijden voor volgende eenheden per gebied. Van links naar rechts het eerste, tweede en derde voertuig. Bijvoorbeeld: in 50% van de gevallen zijn er binnen 15 minuten drie eenheden ter plaatse. Grootschalig brandweeroptreden (GBO) Grootschalig brandweeroptreden betreft het optreden waarbij vier of meer basiseenheden (tankautospuiten) worden ingezet. Er wordt gewerkt met een pelotonsstructuur, die landelijk voorgeschreven is. Voor het grootschalig brandweeroptreden kan de brandweer in IJsselland de volgende dekking leveren: Basispelotons (vier tankautospuiten) o Peloton 100 binnen 30 minuten inzetbaar op de incidentlocatie. o Peloton 200 binnen 45 minuten inzetbaar op een uitgangsstelling (UGS). o Peloton 300 binnen 60 minuten inzetbaar op een uitgangsstelling (UGS). o Peloton 400 binnen 60 minuten inzetbaar op een uitgangsstelling (UGS). Grootschalige Watervoorziening (watervoerende voertuigen) o Peloton 500 binnen 30 minuten inzetbaar. o Peloton 600 binnen 60 minuten inzetbaar. Peloton 800: Specialistische Blussing, binnen 60 minuten inzetbaar. Peloton 900: Logistiek, ter plaatse binnen 60 minuten. Peloton Natuurbrandbestrijding, inzetbaar binnen 30 minuten, voor verdere opschaling wordt samengewerkt met buurregio’s (met name VNOG en Twente).
Over de interregionale inzet van deze pelotons zijn landelijk afspraken gemaakt. Voor externe bijstand stelt Brandweer IJsselland de volgende pelotons beschikbaar: 2x Basispeloton. Peloton Grootschalige Watervoorziening. Peloton Specialistische Blussing. Peloton Logistiek. Bij externe bijstand van basispelotons wordt gewerkt met vastgestelde pelotons. Op die manier blijft de paraatheid voor reguliere incidenten in stand.
15 Specialistisch optreden (SO) Naast het grootschalig basisoptreden is binnen Brandweer Nederland het specialistisch optreden (SO) bovenregionaal georganiseerd. Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS) De IBGS-teams (eenheid van vier gaspakdragers, een inzetleider en een plotter/chauffeur) zijn georganiseerd vanuit een samenwerkingsverband tussen de Oost-5 regio’s (IJsselland, Gelderland Zuid, VNOG en Twente) waarbij Deventer een IBGS-team levert. Het eerste IBGS-team is binnen een uur inzetbaar. Waterongevallen Ieder waterongeval waarbij onder water geopereerd moet worden bij een diepte vanaf 1,5 meter worden duikteams ingezet. Daarbij geldt dat de eerste vijf minuten cruciaal zijn bij de overlevingskans van het verdrinkingsslachtoffer. Bij het brandweerduiken wordt over het algemeen het gouden uur gehanteerd. Binnen dit uur heeft het slachtoffer mogelijk kans op overleven bij adequate medische zorg. Veiligheidsregio IJsselland beschikt over twee duikteams (Deventer en Zwolle). Naast onze twee eigen teams, maken we ook gebruik van duikteams uit andere regio's, afhankelijk van de locatie. Daarnaast zijn er zeven snelvarende en drie langzaamvarende brandweervaartuigen gestationeerd op diverse posten in de regio voor oppervlakteredding. Specialisme Technische Hulpverlening (STH) STH is een specialisatie van de basistaak technische hulpverlening.
IJsselland voert deze taak uit samen met vier andere regio’s voor heel Nederland. Incidenten op dit gebied worden vanuit de basisbrandweerzorg uitgevoerd en opgeschaald. In die gevallen waar kennis, technieken of materialen in de basisbrandweerzorg onvoldoende of niet beschikbaar zijn, wordt een STH-team ingezet. Een STH team kan binnen negentig minuten ter plaatse zijn in heel Nederland. De post Zwolle-zuid is de standplaats van het landelijke STH-team Oost. Dit betekent dat de opkomsttijd in IJsselland relatief kort is. Handcrew Bij natuurbranden kan de handcrew Overijssel worden ingezet. In dit team werken leden van vrijwillige posten van IJsselland en Twente samen. Dit zijn de posten Den Ham, Nijverdal, Dedemsvaart en Raalte. Zij kunnen in IJsselland binnen 1,5 uur worden ingezet. 3.3 Paraatheid In een regio met veelal kazernes die een vrije opkomstmodel kennen, is het bekend dat paraatheid niet altijd gegarandeerd is. Factoren als beschikbaarheid en gelijktijdigheid spelen daarin een rol. Door deze factoren te beschrijven en mee te wegen in de totaalbeoordeling van de dekking, doen we meer recht aan de praktijk. Beschikbaarheid Beschikbaarheid is de mate waarin de brandweer voldoende (gekwalificeerd) personeel en werkend materieel beschikbaar heeft om daadwerkelijk naar een incident uit te rukken en deze te bestrijden.
Bij de beroepsposten is beschikbaarheid gegarandeerd door kazernering van een volledige ploeg. Bij de vrijwillige posten worden indien nodig maatregelen genomen om de beschikbaarheid te waarborgen, zoals het inzetten van dagdienstmedewerkers. Potentiële knelpunten in beschikbaarheid worden inzichtelijk gemaakt met beschikbaarheidssystemen (PreCom). Feit blijft natuurlijk dat we in IJsselland grotendeels te maken hebben met vrije opkomst en beschikbaarheid dus nooit 100% gegarandeerd is. Dat is inherent aan het vrije opkomstmodel. 16 Voor het gepland buiten dienst zetten van posten zijn afspraken opgesteld. Bij onderhoud aan materieel (eerste tankautospuit van een post) wordt altijd een vervangend voertuig ingezet. De afspraken zijn opgenomen in bijlage 2. Consignatie In de post Kampen wordt in de avond, nacht en in het weekend gewerkt met een consignatieploeg van zes personen, om beschikbaarheid te kunnen garanderen. De posten Steenwijk, Ommen, Oldemarkt en IJsselmuiden kennen een structurele consignatie van een bevelvoerder en/of chauffeur. Meerdere posten passen incidenteel consignatie toe tijdens feestdagen, vakantie en evenementen. Gelijktijdigheid Gelijktijdigheid beschrijft de gevolgen voor de dekking indien meerdere incidenten op hetzelfde moment een beroep doen op hetzelfde beschikbare brandweermaterieel en - personeel.
De mate van gelijktijdigheid is op dit moment nog niet in concrete cijfers uit te drukken. Uit ervaring weten we echter dat er in IJsselland weinig sprake is van gelijktijdigheid van incidenten. Voor de posten waar de kans hierop het grootst is (Zwolle-Noord, Zwolle- Zuid, Deventer en Kampen) worden bij langdurigere incidenten direct vrijwilligers gealarmeerd voor herbezetting. Bij een alarm rukken zij dan uit met de tweede tankautospuit die operationeel beschikbaar is op die posten. Restdekking In IJsselland kunnen maximaal vier basispelotons (zestien tankautospuiten) uit eigen regio worden ingezet bij één grootschalig incident. Daardoor blijven nog ruim voldoende (meer dan twintig) basiseenheden over die, indien nodig, door het brandweeractiecentrum opnieuw over de regio worden verdeeld, om ook bij gelijktijdige incidenten de snelst mogelijke brandweerzorg te blijven leveren. Met omliggende regio’s zijn afspraken gemaakt over het leveren van de snelste brandweerzorg. Daardoor komt bezetting van pelotons bij inzetten aan de rand van de regio al grotendeels van buitenaf. Hierdoor blijven nog meer IJssellandse eenheden beschikbaar voor gelijktijdige incidenten. Onderstaande afspraken zijn in het kader van restdekking gemaakt.
Afspraken restdekking bij grotere incidenten Bij grotere incidenten geldt een werkwijze die ervoor zorgt dat de operationele dekking weer optimaal wordt, zodat ook voor een volgend incident de snelste eenheid weer wordt gealarmeerd. Hiervoor wordt een post indien noodzakelijk herbezet. Herbezetting wordt altijd per incident beoordeeld en is afhankelijk van incidentlocatie, inzetduur en risicoprofiel. De 24 uurskazernes Zwolle en Deventer hebben de hoogste prioriteit en worden het eerst herbezet indien noodzakelijk. Het organiseren van restdekking is een verantwoordelijkheid van de hoogst leidinggevende en wordt veelal uitgevoerd door het brandweeractiecentrum. 17 3.4 Werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie De factor werkdruk wordt inzichtelijk gemaakt door onderstaand overzicht van het totaal aantal alarmeringen per post. Hierbij zijn alle alarmeringen meegenomen, dus niet alleen die van het scenario brand in een gebouw.
2016 2017 2018 2019 2020 gemiddeld per dag Balkbrug 43 53 56 60 49 0,14 Bathmen 54 52 63 67 52 0,16 Bergentheim 49 45 62 52 55 0,14 Dalfsen 93 89 100 92 68 0,24 2030 65 64 72 67 55 0,18 2040 28 25 28 25 13 0,07 Dedemsvaart 107 95 99 77 70 0,25 Deventer 648 579 630 593 532 1,63 2830 580 524 557 467 473 1,43 2831 68 55 73 126 59 0,21 Diepenveen 63 43 67 60 68 0,16 Genemuiden 122 84 90 78 61 0,24 1831 26 15 11 10 3 0,04 1832 96 69 79 68 58 0,20 Giethoorn 34 59 33 44 44 0,12 Gramsbergen 28 28 40 32 39 0,09 Hardenberg 164 153 150 142 118 0,40 2330 121 16 18 81 0,13 2340 43 137 132 142 37 0,27 Hasselt 91 97 97 76 56 0,23 Heeten 24 36 23 25 22 0,07 Heino 34 45 52 51 38 0,12 IJsselmuiden 106 121 136 141 87 0,32 Kampen 233 224 247 222 174 0,60 1430 222 207 234 215 166 0,57 1431 11 17 13 7 6 0,03 Krim 21 15 25 22 23 0,06 Kuinre 11 15 12 13 19 0,04 18 Lemelerveld 41 47 36 58 51 0,13 Luttenberg 21 24 22 19 22 0,06 Nieuwleusen 53 51 62 56 52 0,15 Oldemarkt 33 21 36 37 28 0,08 Olst 75 47 56 49 47 0,15 Ommen 114 124 147 130 89 0,33 2230 16 51 6 18 0,05 2241 98 73 141 112 85 0,28 Raalte 121 113 96 98 70 0,27 2630 104 102 81 84 66 0,24 2631 17 11 15 14 4 0,03 Slagharen 41 40 50 47 54 0,13 Staphorst 127 120 104 118 95 0,31 1930 106 107 94 104 82 0,27 1931 21 13 10 14 13 0,04 Steenwijk 148 150 143 154 142 0,40 1231 137 138 130 139 129 0,37 1232 11 12 13 15 13 0,04 Vollenhove 49 63 44 32 53 0,13
Welsum 3 6 11 6 5 0,02 Wesepe 17 20 27 22 13 0,05 Wijhe 44 53 59 53 46 0,14 Zwartsluis 49 72 60 46 43 0,15 Zwolle Noord 795 865 704 663 575 1,97 1631 760 847 625 644 564 1,88 1632 17 20 8 0,02 1634 18 18 59 11 11 0,06 Zwolle Zuid 488 519 452 446 383 1,25 1630 446 447 420 424 263 1,10 1632 42 72 32 22 120 0,16 Totaal 7197 7188 6954 6617 5644 18,4 5. Alarmeringsfrequentie: totaal aantal alarmeringen per post per jaar over de afgelopen vijf jaar met in de laatste kolom het gemiddeld aantal incidenten per dag. 19 Over de gehele linie neemt het aantal alarmeringen af. Dit komt met name door het terugdringen van ongewenste meldingen (automatische brandalarmen). Daarnaast neemt al jaren het aantal uitrukken voor hulpverlening af. Auto’s worden beter en veiliger, de snelheden in de buitengebieden liggen lager en de ambulance kan het vaker af zonder onze hulp. Naast het aantal alarmeringen kunnen posten ook een hoge werkdruk ervaren door nevenwerkzaamheden, zoals het organiseren van oefeningen of activiteiten op het gebied van brandveilig leven.
0,00 2,00 4,00 6,00 8,00 10,00 12,00 14,00 16,00 Zwolle Noord Deventer Zwolle Zuid Kampen Steenwijk Hardenberg Ommen IJsselmuiden Staphorst Raalte Dedemsvaart Dalfsen Genemuiden Hasselt Diepenveen Bathmen Nieuwleusen Olst Zwartsluis Bergentheim Balkbrug Wijhe Vollenhove Lemelerveld Slagharen Heino Giethoorn Gramsbergen Oldemarkt Heeten Luttenberg Krim Wesepe Kuinre Welsum per week 20 4. Beoordeling dekking In dit hoofdstuk worden de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk separaat beoordeeld. Dit vindt onder andere plaats door het overheersende karakter van de objecten in het gebied te beschrijven en in te delen in de uiteindelijke categorie van het gebied. Tot slot volgt er een totaaloordeel per gemeente én voor de gehele regio. 4.1 Beoordeling snelheid Om de factor snelheid te kunnen beoordelen, is het nodig dat de gebieden in categorieën worden ingedeeld. Per buurt4 wordt vervolgens de theoretisch behaalde snelheid vergeleken met de toegestane bandbreedte uit het beoordelingskader.
Indeling gebieden Conform het beoordelingskader gebiedsgerichte opkomsttijden krijgen alle buurten een categorie toegewezen, op basis van het overheersend karakter van het gebied: indeling buurten in categorieën categorie I oude binnensteden gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen portiekwoningen woongebouwen hoger dan 20 meter categorie II woningen gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie) categorie III verspreid liggende woningen verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie) 6. Indeling buurten in categorieën conform handreiking. 4 Hiervoor wordt de indeling van het CBS gebruikt (‘CBS-buurten’). 21 Dit leidt tot de volgende indeling voor de buurten in IJsselland: 7. De indeling van IJsselland in buurten met de daarbij behorende categorie (donker oranje = categorie I, oranje is categorie II en licht oranje is categorie III).
22 Beoordeling gebieden Per ingedeeld gebied is berekend wat de theoretische opkomsttijd in dat gebied is. Die tijd is vervolgens vergeleken met de referentiewaarde en de bandbreedte in minuten die bij die categorie hoort. categorie referentiewaarde in minuten bandbreedte in minuten I 7 4-10 II 10 7-13 III 15 12-18 Dit leidt tot een oordeel per gebied: goed (sneller dan referentiewaarde), voldoende (tussen referentiewaarde en einde bandbreedte) of onvoldoende (buiten bandbreedte). 8. Voorbeeld van beoordeling van opkomsttijd ten opzichte van referentiewaarde en bandbreedte.
23 9. Beoordeling per gebied. Groen is goed, blauw is voldoende, rood is onvoldoende. Zes gebieden scoren onvoldoende: de Flevowijk in Kampen; Kalenberg, Scheerwolde, Wanneperveen & Steenwijkerwold in Steenwijkerland en de kern van Sibculo in Hardenberg. Dit zijn vanuit het verleden bekende knelpunten waarop eerder al actie is ondernomen. In Kampen zijn maatregelen genomen om de uitruktijd te verkorten. Kalenberg is een waterrijk gebied waardoor de opkomsttijd altijd hoog zal liggen. De inwoners van dit gebied zijn hierover in het verleden geïnformeerd. Ongeacht de opkomsttijd van de brandweer is het van het grootste belang dat bewoners tijdig gealarmeerd worden als er brand uitbreekt in hun woning, vooral ‘s nachts. Met name de rook die bij een brand vrijkomt is dermate snel dodelijk, dat bewoners zichzelf in veiligheid moeten kunnen brengen. Het hebben van goedwerkende rookmelders is hierbij letterlijk van levensbelang. We zetten in op het vergroten van de bewustwording hiervan in bovengenoemde gebieden en in de rest van de regio. De aankomende wettelijke verplichting op het hebben van rookmelders (per 1 juli 2022) helpt hierbij. Beoordeling aandachtsobjecten De beoordeling zoals hiervoor beschreven, is gebiedsgericht. Er wordt echter een uitzondering gemaakt voor aandachtsobjecten.
Dit zijn objecten uit categorie I met een opkomsttijd buiten de bandbreedte, dus een opkomsttijd hoger dan tien minuten. Er zijn in de gehele regio 50 aandachtsobjecten. Bij de totaalbeoordeling per gemeente later in de
24 hoofdstuk wordt hier nader aandacht aan besteed. De te nemen maatregelen zullen voor de verschillende soorten objecten uit categorie I grotendeels gelijk zijn. Deze worden hierna per type object beschreven. Objecten in binnensteden Er zijn geen objecten in oude binnensteden waarbij de theoretische opkomsttijd buiten de bandbreedte valt. De kans op uitbreiding naar aangrenzende objecten is echter bij oude binnensteden hoog. Daarom rukken er altijd minimaal twee basiseenheden uit naar deze gebieden. Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen Bij 34 gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen ligt de berekende opkomsttijd buiten de bandbreedte. Bij het grootste deel van deze objecten vindt regulier toezicht plaats. Bij die reguliere bezoeken zal de relatief lange opkomsttijd onderwerp van het risicogesprek tijdens de Veiligheidsexpeditie zijn. Bij grotere zorginstellingen zal de methode Geen nood bij brand worden toegepast. Daarbij is extra aandacht voor het voorkomen en beperken van rookverspreiding. Portiekwoningen & woongebouwen hoger dan twintig meter Bij zestien portiekgebouwen en woonflats ligt de voorspelde opkomsttijd buiten de bandbreedte. Bij een alarmering op deze adressen wordt standaard ook een redvoertuig gealarmeerd. Daarmee kan een extra vluchtroute worden gecreëerd.
Bij de eigenaren en beheerders zal aandacht worden gevraagd voor het plaatsen van rookmelders. Daarnaast worden er vanuit het programma Veilig Leven voorlichtingsactiviteiten voor de bewoners georganiseerd. Daarbij zal de nadruk liggen op het sluiten van deuren en het verwijderen van brandbare materialen uit gezamenlijke verkeersruimtes. Tot slot zijn woongebouwen met brandbare gevelbekleding geïnventariseerd en wordt bekeken welke maatregelen op dat gebied genomen kunnen worden. 4.2 Beoordeling capaciteit Voor de beoordeling van capaciteit wordt gekeken naar slagkracht en grootschalig optreden. Voor de beoordeling van slagkracht is geen landelijk beoordelingskader beschikbaar. Er wordt daarom een beschrijvende beoordeling gegeven. Voor grootschalig optreden is wel een beoordelingskader in de handreiking opgenomen. De beoordeling is daarop gebaseerd. Beoordeling slagkracht In IJsselland zijn er in de meeste stedelijke gebieden snel drie tankautospuiten beschikbaar. Daar zullen ze ook het snelst nodig zijn. Met een snelle inzet van meerdere voertuigen kan immers voorkomen worden dat de brand zich uitbreidt. In de buitengebieden zal dit niet snel gebeuren. Hier zal het over het algemeen ook langer duren voor er drie tankautospuiten ter plaatse zijn. De verdeling van de slagkracht over de regio is daarmee passend bij de risico’s.
Beoordeling grootschalig basisoptreden voor IJsselland In de IJssellandse uitgangspunten voor het grootschalig optreden staat dat er vier pelotons binnen zestig minuten beschikbaar zijn. Dit lukt inderdaad in het overgrote deel van de regio. Alleen in de waterrijke gebieden in Steenwijkerland niet. Hier zullen echter ook nooit vier pelotons nodig zijn. In het overgrote deel van de regio zijn vier pelotons binnen dertig minuten beschikbaar, zoals te zien is in onderstaande afbeelding. 25 10. Beoordeling grootschalig basisoptreden, het aantal beschikbare pelotons in 30 minuten.
26 Beoordeling GBO: externe bijstand Voor externe bijstand moet elke regio één peloton basis brandweerzorg, één peloton grootschalig watertransport en één peloton redding & technische hulpverlening kunnen leveren. Bij GBO moet een peloton binnen één uur na een aanvraag voor aflossing bij de regiogrens van de eigen regio zijn. In IJsselland zijn hier vastgestelde pelotons voor bepaald, inclusief pelotonscommandant. In de tabel hieronder is te zien dat IJsselland ruimschoots voldoet aan het beoordelingskader grootschalig brandweeroptreden. peloton tankautospuiten pelotons- commandant levert bijstand aan opkomsttijd regiogrens peloton noord Hasselt, Vollenhove, Staphorst en Kuinre OvD-Noord Friesland, Groningen en Drenthe UGS 455 (Staphorst): 46:03 minuten peloton oost Hardenberg, Dedemsvaart, De Krim en Bergentheim OvD-Oost Twente en Duitsland UGS 413 (Raalte): 51:23 minuten peloton west Kampen, Genemuiden, Zwolle en Dalfsen OvD- Midden/west Flevoland, Noord- Holland UGS 415 (Kampen): 34:40 minuten peloton zuid Deventer, Wesepe, Luttenberg en Welsum OvD-Zuid Gelderland, Noord- Brabant, Limburg, Zeeland, Zuid- Holland en Utrecht UGS 413 (Raalte): 39:47 minuten 11. Overzicht van pelotons die beschikbaar zijn voor externe bijstand inclusief opkomsttijd aan de rand van de regio (op een uitgangsstelling).
4.3 Beoordeling paraatheid Paraatheid bestaat uit beschikbaarheid, gelijktijdigheid en restdekking. Hiervoor zijn in de handreiking geen beoordelingskaders opgenomen. Er wordt daarom een beschrijvende beoordeling gegeven. Beschikbaarheid De beschikbaarheid van posten is grotendeels op orde. Op een aantal posten worden knelpunten op dit vlak ervaren of worden deze voorzien voor de nabije toekomst. Verschillende technische hulpmiddelen dragen er aan bij dat er beter inzicht ontstaat in de beschikbaarheid van functionarissen voor de bezetting van de voertuigen. Daar waar knelpunten dreigen te ontstaan, kan snel worden ingegrepen. Dit betekent niet dat er altijd 100% beschikbaarheid is. Er wordt immers in het grootste deel van de regio gewerkt met vrije opkomst. Vanaf de invoering van dit plan zal de beschikbaarheid van posten beter gemonitord en geregistreerd worden, zodat dit bij een volgende meting beter kwantitatief inzichtelijk wordt. Gelijktijdigheid Het komt in IJsselland weinig voor dat er gelijktijdige incidenten zijn, waarvoor het nodig is om een buurpost te alarmeren. De posten waarbij de kans hierop het grootst is, beschikken over een tweede basisvoertuig, waarmee bij een gelijktijdig incident kan worden uitgerukt. Daarnaast is in de meest risicovolle gebieden snel een voertuig van een naburige post beschikbaar.
27 Restdekking Met name bij grootschalige inzetten is het van belang restdekking te organiseren. Dit doen we door het herbezetten van beroepsposten. En indien nodig, door ook andere posten met groter risico te laten herbezetten door voertuigen en personeel van posten met een lager risico (verplaatsing voertuigen en personeel). Daarmee wordt, ook tijdens een grootschalig incident, snelle inzet voor overige alarmeringen gegarandeerd. 4.4 Beoordeling werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie Met name bij post Kampen is sprake van een werkdruk die als hoog ervaren wordt. Aangezien de gemeente groeiende is (in aantal inwoners, woningen en industrie) valt te voorzien dat de werkdruk niet af zal nemen. Bij een aantal posten is de werkdruk laag (gemiddeld minder dan 25 incidenten per jaar): Welsum, Kuinre, Luttenberg, De Krim, Wesepe en Heeten. 4.5 Totaalbeoordeling IJsselland snelheid capaciteit paraatheid werkdruk nu Het overgrote deel van de buurten scoort goed. De uitzonderingen zijn: Flevowijk in Kampen en een aantal gebieden met een laag risico: Kalenberg, Scheerwolde, Wanneperveen & Steenwijkerwold in Steenwijkerland en de kern van Sibculo in Hardenberg. De capaciteit is goed. Voor grootschalig optreden zijn voldoende eenheden beschikbaar. Een aantal posten kent uitdagingen op het gebied van paraatheid: Balkbrug, Bergentheim, De Krim, Oldemarkt en Zwartsluis.
Op bijna alles posten wordt de werkdruk eerder te laag als te hoog beoordeeld. toekomst Er worden op termijn geen veranderingen verwacht (bij dezelfde spreiding van posten). Er worden op termijn geen veranderingen verwacht (bij dezelfde spreiding van posten). De vrijwilligheid van de brandweer komt landelijk gezien steeds meer onder druk te staan. Dit zou ook voor IJsselland op termijn tot uitdagingen kunnen leiden, ook bij posten waar dit nu nog niet speelt. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. De brandweerzorg in IJsselland is efficiënt en met weinig luxe georganiseerd. Het algemene beeld over de repressieve brandweerzorg in IJsselland is voor nu positief. Het aantal posten draagt bij aan dit beeld. Zij zijn van belang voor redundantie, vanwege gelijktijdigheid, maar ook om knelpunten bij paraatheid op te kunnen vangen. Toekomstige uitdagingen op het gebied van paraatheid hebben ook invloed op snelheid en capaciteit. Het is daarom van 28 belang om de situatie blijvend te monitoren en bij knelpunten te bekijken welke invloed dit heeft op het totale niveau van brandweerzorg. 4.6 Totaalbeoordeling per gemeente Hieronder wordt per gemeente een beoordeling gegeven aan de vier factoren. De volledige lijst met aandachtsobjecten en de te nemen maatregelen is opgenomen in bijlage 3.
Dalfsen snelheid capaciteit paraatheid werkdruk nu Geen overschrijdingen van de bandbreedtes. Eén buurt scoort voldoende (kern Oudleusen), overige goed. Met name rondom de kern van Nieuwleusen en Dalfsen zijn er sneller meer eenheden ter plaatse, dit sluit aan bij de risico’s. De posten staan niet vaak gepland buiten dienst. Ook ongepland buiten dienst komt nauwelijks voor. PreCom biedt daarbij ondersteuning. Er wordt op de posten geen hoge werkdruk ervaren. toekomst Gezien bijna alle buurten de beoordeling goed krijgen, is het niet waarschijnlijk dat deze naar onvoldoende zakken. Er worden geen sluitingen van posten voorzien. De capaciteit blijft daarmee gelijk. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. Aandachtsobject Er is één aandachtsobject in de gemeente Dalfsen. Bij zorgboerderij Buitenplaats Vechterweerd wordt de bandbreedte met ruim vier minuten overschreden. Aandachtsbuurten Buurten met score voldoende: kern Oudleusen. Deventer snelheid capaciteit paraatheid werkdruk nu Geen overschrijdingen van de bandbreedtes. Elf buurten voldoende, overige goed. Met name in de binnenstad en de wijken daaromheen en in het westen van Deventer kunnen snel meerdere eenheden ter plaatse zijn. Dit sluit aan bij de risico’s. Beschikbaarheid van de post Deventer is 100 %. Ook de beschikbaarheid van Diepenveen en Bathmen is goed.
Dit wordt gemonitord met PreCom. De werkdruk door het aantal inzetten wordt niet als hoog ervaren, eerder heerst het gevoel dat er ‘te weinig’ incidenten zijn. Werkdruk door andere aspecten is laag. 29 toekomst Gezien bijna alle buurten de beoordeling goed krijgen, is het niet waarschijnlijk dat deze naar onvoldoende zakken. Er worden geen sluitingen van posten voorzien, ook niet interregionaal. De capaciteit blijft daarmee gelijk. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. Aandachtsobjecten Er zijn acht aandachtsobjecten in de gemeente Deventer. Het gaat om drie gezondheidszorgobjecten, vier portfiekflats en één woongebouw dat hoger is dan twintig meter. De overschrijdingen zijn niet groter dan twee minuten. Aandachtsbuurten Buurten met score voldoende: Noordenbergkwartier, Noordenbergsingel, Schrijversbuurt, Ludgeruskwartier, Oranjekwartier, Steenbrugge, Steinvoorde, Graveland, Het Fetlaer en Spijkvoorder Enk, Spikvoorde, Swormink. Hardenberg snelheid capaciteit paraatheid werkdruk nu Eén buurt scoort onvoldoende (kern van Sibculo), acht voldoende, overige goed. Met name rondom Hardenberg zelf kunnen er snel meerdere eenheden ter plaatse zijn. Dit sluit aan bij de risico’s. De posten staan niet vaak gepland buiten dienst.
De posten Bergentheim, Balkbrug en De Krim kampen, met name gedurende de zomerperiode, soms met onderbezetting. Hier wordt PreCom ingezet om, indien nodig, snel door te alarmeren. Er wordt op de posten geen hoge werkdruk ervaren. toekomst Gezien bijna alle buurten de beoordeling goed krijgen, is het niet waarschijnlijk dat meerdere buurten naar onvoldoende zakken. Er worden geen sluitingen van posten voorzien. De capaciteit blijft daarmee gelijk. Het zijn met name de posten met een weinig risicovol verzorgingsgebied die kampen met verminderde paraatheid. Die paraatheid zal eerder afnemen dan toenemen. Dit speelt met name bij De Krim. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. 30 Aandachtsobjecten Er zijn negen aandachtsobjecten in de gemeente Hardenberg. Het gaat daarbij uitsluitend om gezondheidszorgobjecten. Bij nagenoeg alle objecten is de overschrijding niet meer dan twee minuten. Aandachtsbuurten Buurten met score voldoende: Dedemsvaart-Zuid, kern Kloosterhaar, kern Mariënberg, Radewijk, Rheezerveen, Baalder, Baalderveld, kern Bruchterveld. Kampen snelheid capaciteit paraatheid werkdruk nu De uitruktijd van de post Kampen is relatief lang. Dit zorgt voor een score onvoldoende voor de Flevowijk. Acties om deze uitruktijd te verkorten zijn de afgelopen jaren al in gang gezet.
Dit blijft echter lastig omdat veel nieuwe inwoners in de nieuwbouwwijken ver van de post wonen. Een tweede TS is snel ter plaatse, waardoor direct een tweezijdige inzet gedaan kan worden. Twaalf buurten scoren een voldoende, met name buurten rondom de binnenstad. De capaciteit is voor de oude binnenstad en de industrieterreinen (grootste risico’s) op orde, mede door inzet van voertuigen uit omliggende regio’s. Overdag is altijd een bevelvoerder op de post aanwezig om een grotere garantie in paraatheid te bieden. Voor de avonden, nachten en weekenden wordt gewerkt met consignatie van een volledige ploeg. Beide posten staan nooit (on)gepland buiten dienst. De beschikbaarheid van de posten is daarmee goed. Het aantal incidenten overdag is relatief hoog. Voor de avonden, nachten en weekenden wordt de werkdruk verdeeld door het werken met piketploegen (consignatie). toekomst Als de uitruktijd oploopt, o.a. door bovenstaande uitdagingen en door het moeten schrappen van consignatie (door taakdifferentiatie), dan zakken de binnenstad en de buurten daaromheen Het ligt niet in de lijn van verwachting dat de tweede tankautospuit van de post Kampen komt te vervallen. Mede daardoor blijft de beschikbare capaciteit op niveau. Door taakdifferentiatie komt waarschijnlijk de consignatieregeling te vervallen. Daarnaast wonen veel vrijwilligers relatief ver weg van de post.
Dit kan leiden tot Door het mogelijk wegvallen van consignatie vervallen de piketploegen. Daardoor wordt de werkdruk mogelijk ongelijker 31 mogelijk naar het niveau onvoldoende. Daarnaast zal de opkomsttijd in het nieuw te ontwikkelen dorp Reeve hoog zijn, maar wel deels binnen de bandbreedte vallen. problemen met paraatheid. verdeeld over de postleden. Aandachtsobjecten Er zijn vier aandachtsobjecten in de gemeente Kampen. Het hierbij gaat om vier portiekflats. De overschrijdingen zijn bij allemaal ruim twee minuten buiten de bandbreedte. Aandachtsgebieden De Flevowijk scoort onvoldoende. De gemiddelde opkomsttijd ligt daar 20 seconden buiten de bandbreedte. Het gaat om een categorie I-buurt, met name omdat er portiekflats en hoogbouw voorkomt. Buurten met beoordeling voldoende, deze liggen met name rondom de binnenstad: binnenstad, Groene Hart, Hanzewijk en Greente, Bovenbroek, Cellesbroek, Hagenbroek, De Maten, De Venen, Stationskwartier, Mandjeswaard, Zalk en Wilsum. Olst-Wijhe snelheid capaciteit paraatheid werkdruk nu Alle buurten scoren goed. In en rondom de kernen van Olst en Wijhe kunnen snel meerdere eenheden ter plaatse zijn. Dit sluit aan op de risico’s. Alle posten zijn niet vaker dan een enkele keer per jaar buiten dienst. Ook ongepland buiten dienst komt weinig voor. De werkdruk wordt eerder als laag ervaren.
toekomst Gezien bijna alle buurten de beoordeling goed krijgen, is het niet waarschijnlijk dat deze naar onvoldoende zakken. Er worden geen sluitingen van posten voorzien. De capaciteit blijft daarmee gelijk. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. Er zijn geen aandachtsobjecten of -gebieden in de gemeente Olst-Wijhe. 32 Ommen snelheid capaciteit paraatheid werkdruk nu Vier buurten scoren voldoende (Beerzerveld, Kloosterdijk, kern Lemele en Stegeren), de overige goed. Alleen in het noorden en zuidwesten van Ommen zijn relatief snel meerdere voertuigen beschikbaar. Dit past bij het risicoprofiel van Ommen. De post staat nooit (on)gepland buiten dienst. Er wordt op de post geen hoge werkdruk ervaren. toekomst Gezien bijna alle buurten de beoordeling goed krijgen, is het niet waarschijnlijk dat deze naar onvoldoende zakken. Er worden geen sluitingen van posten voorzien. De capaciteit blijft daarmee gelijk. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. Aandachtsobjecten Er zijn geen aandachtsobjecten of -gebieden in de gemeente Ommen. Aandachtsgebieden Buurten met een beoordeling voldoende: Beerzerveld, Kloosterdijk, kern Lemele en Stegeren. Raalte snelheid capaciteit paraatheid werkdruk nu Zeven buurt scoren voldoende, de overige goed.
In een groot deel van Raalte zijn snel drie voertuigen ter plaatse. De capaciteit is op orde. Beschikbaarheid is bij alle posten goed. Dit wordt gemonitord met PreCom. De kazerne Raalte is, conform de afspraken, nooit buiten dienst. De werkdruk door het aantal inzetten wordt niet als hoog ervaren, eerder heerst het gevoel dat er ‘te weinig’ incidenten zijn. Werkdruk door andere aspecten is laag. toekomst Gezien bijna alle buurten de beoordeling goed krijgen, is het niet waarschijnlijk dat deze naar Er worden geen sluitingen van posten voorzien. De capaciteit blijft daarmee gelijk. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. 33 onvoldoende zakken. Aandachtsobjecten Er zijn acht aandachtsobjecten in de gemeente Raalte. Het gaat om één woontoren en daarnaast om gezondheidszorgobjecten. De overschrijding is nergens meer dan twee minuten, behalve bij dagbesteding Ivoor, daar is de overschrijding ruim 3,5 minuten. Aandachtsgebieden Buurten met een beoordeling voldoende: Langkamp II, Hartkamp II, Raan-West, Raan-Oost, Het Overstigt, kern Mariënheem, kern Lierderholthuis. Staphorst snelheid capaciteit paraatheid werkdruk nu Twee buurten scoren voldoende, de overige goed. Met name in het westen van de gemeente zijn snel meerdere voertuigen beschikbaar. Hier bevindt zich ook de meeste bebouwing. De capaciteit is op orde.
De post staat weinig (on)gepland buiten dienst. Er wordt op de posten geen hoge werkdruk ervaren. toekomst Gezien bijna alle buurten de beoordeling goed krijgen, is het niet waarschijnlijk dat deze naar onvoldoende zakken. Er worden geen sluitingen van posten voorzien. De capaciteit blijft daarmee gelijk. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. Er worden op termijn geen veranderingen verwacht. Aandachtsobjecten Er zijn geen aandachtsobjecten of -gebieden in de gemeente Staphorst. Aandachtsgebieden Er zijn twee buurten met een beoordeling voldoende: de kern van Rouveen en IJhorst. 34 Steenwijkerland snelheid capaciteit paraatheid werkdruk nu Vier buurten scoren onvoldoende (Kalenberg, Scheerwolde, Wanneperveen en Steenwijkerwold). Met name in Kalenberg is de overschrijding groot (acht minuten). Dit is verklaarbaar omdat het om waterrijk gebied gaat. Bewoners zijn hier eerder geïnformeerd over de opkomsttijd van de brandweer. Achttien buurten scoren voldoende, de overige goed. Met name in het zuiden en oosten van de gemeente zijn snel meerdere eenheden beschikbaar. In een groot deel van de kern van Steenwijk is dit niet het geval. Dit is echt geen probleem in combinatie met het risicoprofiel. De posten staan weinig gepland buiten dienst. Ongepland buiten dienst staan komt bij een aantal posten voor, met name vanwege onderbezetting.