3.3 Statuten Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Ooststellingwerf.docx
Tekst van het document
1. Statuten Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Ooststellingwerf Artikel 1 Naam en zetel De stichting draagt de naam: Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Ooststellingwerf. De stichting heeft haar zetel in de gemeente Ooststellingwerf Artikel 2 Doel en middelen De stichting heeft ten doel het verzorgen en bevorderen van hoogwaardig openbaar onderwijs aan het Stellingwerf College, met inachtneming van artikel 42b van de WVO. Centraal staat het bevorderen van de individuele ontplooiing van de leerlingen in de ruimste zin. Om het doel te verwezenlijken kan de stichting gebruikmaken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. Artikel 3 Duur en boekjaar De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar Artikel 4 Organisatie van de stichting De stichting kent een directeur-bestuurder, welke belast is met het besturen van de stichting, en een raad van toezicht die toezicht houdt op het functioneren van de directeur-bestuurder en op de algemene gang van zaken binnen de stichting. Artikel 5 Bestuur; benoeming, schorsing en ontslag, belet en ontstentenis van directeur- bestuurder 5.1 De stichting wordt bestuurd door een directeur-bestuurder. 5.2 De directeur-bestuurder wordt benoemd door de raad van toezicht.
5.3 De vereiste deskundigheden en achtergrond van de directeur-bestuurder wordt in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets. De raad van toezicht kan - indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen van de directeur-bestuurder. 5.4 Bij selectie van een directeur-bestuurder wordt door de raad van toezicht een selectiecommissie ingesteld. De raad van toezicht bepaalt de samenstelling van de selectiecommissie, waarbij in ieder geval zowel de ouder- als de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad voor wordt uitgenodigd. De selectiecommissie besluit over de voordracht van een directeur-bestuurder aan de raad van toezicht. De raad van toezicht toetst of de voorgedragen kandidaat voldoet aan het profiel en gaat tot benoeming van de voorgedragen kandidaat over indien de toetsing tot een positief resultaat leidt en een positief advies van de medezeggenschapsraad is ontvangen. 5.5 De directeur-bestuurder kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van een directeur-bestuurder vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen 4 weken na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing.
Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. Een directeur-bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is, te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 5.6 De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd de directeur-bestuurder te ontslaan, daarbij wordt rekening gehouden met de vereiste stappen voor beëindiging van het dienstverband. 5.7 De benoeming van een directeur-bestuurder eindigt: (a) door overlijden; (b) door de beëindiging van het dienstverband met de stichting, al dan niet op eigen verzoek van betrokkene en/of na afloop van een tijdelijke aanstelling. (c) door ontslag door de rechtbank, en (d) door ontslag verleend door de raad van toezicht. 5.8 In de vacature van de directeur-bestuurder wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij ontstentenis of belet van een directeur-bestuurder wordt de directeur-bestuurder waargenomen door een door de raad van toezicht aangewezen waarnemend directeur- bestuurder.
Bij ontstentenis of belet van de raad van toezicht wordt de directeur-bestuurder waargenomen door de persoon die daartoe door de president van de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n), is of wordt aangewezen. 5.9 De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de bezoldiging, kostenvergoedingen en overige arbeidsvoorwaarden (verlofregeling, pensioenvoorziening, e.d.) van de directeur- bestuurder. De raad van toezicht hanteert hierbij de voor de sector voortgezet onderwijs bepaalde of geadviseerde beloningsnormen op basis van de cao-VO. Artikel 6 Taak en bevoegdheden van de directeur-bestuurder 6.1 De directeur-bestuurder is belast met het besturen van de stichting. De invulling van de taak richt zich naar het belang van de stichting, het belang van de school die door de stichting in stand wordt gehouden en het belang van de samenleving. 6.2 De directeur-bestuurder heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten en de Wet op het voortgezet onderwijs aan anderen zijn toegekend. Bij de uitoefening van de taken en bevoegdheden conformeert de directeur-bestuurder zich aan het bepaalde in het Handboek Governance van de stichting en/of de voor de sector geldende code Goed Onderwijsbestuur.
6.3 De directeur-bestuurder formuleert de missie en het strategisch beleid van de stichting en de vertaling daarvan in concrete doelstellingen voor de school, daarbij rekening houdend met de eisen die de samenleving aan het onderwijs stelt. De visie en het strategisch beleid van de stichting en de vertaling daarvan in concrete doelstellingen voor de scholen legt de directeur-bestuurder ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. De directeur- bestuurder legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen worden gehaald. 6.4 De directeur-bestuurder is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het, met inachtneming van artikel 76q van de Wet op het Voortgezet Onderwijs, besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zicht tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
De in dit artikel genoemde besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het ontbreken van bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid aan. 6.5 Voorts heeft de directeur-bestuurder voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. Het aangaan van financiële verplichtingen welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan € 100.000; b. De begroting en jaarrekening. c. De beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; d. Ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; e. Een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling; f. Het doen van een voorstel tot opheffing van een schoolsoort of omzetting (wijziging van de grondslag) van een door de stichting in standgehouden school (BRIN- nummer), met inachtneming van het daaromtrent gestelde in de Wet op het Voortgezet Onderwijs. h.
Het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting. 6.6 Tegen de achtergrond van de benodigde deskundigheid draagt de directeur-bestuurder zorg voor persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van de directeur-bestuurder wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld. 6.7 De besluiten van de directeur-bestuurder zijn openbaar, tenzij de besluiten terug te herleiden zijn op individuele personen, of het belang van de stichting en de school door openbaarmaking onevenredig zou worden geschaad. Artikel 7 Vertegenwoordiging De directeur-bestuurder zelfstandig handelend vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de wet of het in deze statuten gestelde niet anders voortvloeit. De directeur-bestuurder kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. De stichting wordt vertegenwoordigd door de raad van toezicht in aangelegenheden waarin een tegenstrijdig belang tussen de stichting en de directeur-bestuurder aan de orde kan zijn (bijvoorbeeld bij geschillen over ontslag of arbeidsvoorwaarden).
Artikel 8 Toezicht op de directeur-bestuurder De raad van toezicht houdt toezicht op het bestuurlijke uitoefening door de directeur-bestuurder op de wijze en binnen de kaders als omschreven in deze statuten. De raad van toezicht heeft voorts als taken: a. de benoeming, de schorsing en het ontslag van de directeur-bestuurder; b. de uitoefening van het werkgeverschap ten aanzien van de directeur-bestuurder; c. het voorzien van het bestuur van de stichting in geval van ontstentenis, schorsing en ontslag van de directeur-bestuurder; d. het toezien op de naleving door de directeur-bestuurder van wettelijke verplichtingen en algemeen aanvaarde code voor goed bestuur; e. het toezien op de regelmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van middelen; f. het benoemen van de accountant; g. het vaststellen van regelingen voor bestuur en toezicht; h. het verlenen of onthouden van goedkeuring in aangelegenheden die de directeur- bestuurder daartoe i. op basis van deze statuten aan de raad van toezicht voorlegt; j. het vertegenwoordigen van de stichting in omstandigheden als bedoeld in artikel 8; k. het voor benoeming voordragen en ontslaan van leden van de raad van toezicht en voorzien in de eigen orde.
Artikel 9 Raad van Toezicht 9.1 Onverminderd het bepaalde in de Wet op het voortgezet onderwijs is het toezicht op het beleid en op de algemene gang van zaken in de stichting opgedragen aan een raad van toezicht. De raad van toezicht bestaat uit minimaal vier en maximaal zeven natuurlijke personen. Het aantal leden van de raad van toezicht wordt door de raad van toezicht vastgesteld. 9.2 De vereiste deskundigheden en competentieprofielen van de voorzitter en leden van de raad van toezicht worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets. De raad van toezicht kan – indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature – besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen van de voorzitter of het lid van de raad van toezicht. 9.3 Het lidmaatschap van de raad van toezicht is onverenigbaar met het zijn van werknemer bij de stichting, met het lidmaatschap van een medezeggenschapsorgaan van de stichting n met het lidmaatschap van de gemeenteraad van de gemeente Ooststellingwerf. 9.4 De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad van de gemeente Ooststellingwerf. Daarbij geldt dat: a.
voor tenminste een derde van de zetels in de raad, doch voor minder dan de helft van, wordt de oudergeleding van de medezeggenschapsraad van de stichting in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen; b. voor een zetel in de raad wordt de medezeggenschapsraad van de stichting in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen; c. voor de overige zetels de raad van toezicht zelf een voordracht doet. 9.5 Ingeval van een vacature in de raad van toezicht stelt de raad van toezicht een selectiecommissie in. De raad van toezicht bepaalt de samenstelling van de selectiecommissie, waarbij de oudergeleding van de medezeggenschapsraad en een evenredige vertegenwoordiging van de medezeggenschapsraad wordt uitgenodigd om een lid van de selectiecommissie voor te dragen. De selectiecommissie brengt een advies uit aan de raad van toezicht, waarna getoetst wordt of de kandidaat voldoet aan het vastgestelde profiel - en indien blijkt dat hieraan voldaan wordt - en gaat over tot een benoemingsvoordracht aan de gemeenteraad. 9.6 Leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een termijn van vier jaar en treden af volgens een door de raad van toezicht vast te stellen rooster van aftreden. Voor tussentijds benoemde leden kan het rooster van aftreden eenmalig in een afwijkende zittingstermijn voorzien.
Een aftredend lid van de raad van toezicht is terstond, doch maximaal één maal, herbenoembaar. 9.7 De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan. 9.8 Eventuele bezoldiging van leden van de raad van toezicht en kostenvergoedingen aan een directeur-bestuurder en de raad van toezicht geschieden op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld - en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakt – reglement, dat maximaal de landelijke adviesregeling volgt. Jaarlijks wordt door het bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. 9.9 De directeur-bestuurder verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De wijze en omvang van de informatieverstrekking wordt verder uitgewerkt in het Handboek Governance van de stichting. 9.10 De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen.
9.11 Het lidmaatschap van een lid van de raad van toezicht eindigt: (a) door overlijden; (b) door vrijwillig aftreden ( bedanken); (c) door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; (d) door ontslag verleend door de rechtbank; (e) door ontslag verleend door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht. 9.12 In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de president van de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. 9.13 Bij vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting, het belang van de school of scholen die door de stichting in stand wordt of worden gehouden en het belang van de samenleving. Artikel 10 Raad van toezicht werkwijze 10.1 In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. 10.2 De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 10.3 Elk lid van de raad van toezicht is gelijkelijk bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. 10.4 De bijeenroeping van de vergadering van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van tenminste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. 10.5 Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 10.6 De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij afwezigheid van de voorzitter treedt de vicevoorzitter op als voorzitter.
10.7 De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 10.8 Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 10.9 Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering. 10.10 De raad van toezicht stelt een Handboek Governance vast, waarin de werkwijze van de bestuurlijke en toezichthoudende organen is uitgewerkt ter verzekering van een transparant en adequaat functioneren van de stichting en haar organen. 10.11 De vergaderingen van de raad van toezicht zijn openbaar, tenzij de raad van toezicht anders beslist op grond van het waarborgen van de privacy van personen of omdat vertrouwelijke zaken aan de orde zijn. De vergaderingen worden bijgewoond door de directeur-bestuurder tenzij de raad van toezicht het nodig oordeelt dat de vergadering plaatsvindt buiten de aanwezigheid van de directeur-bestuurder.
In voorkomend geval wordt dit voorafgaand aan de vergadering aan de directeur-bestuurder, zo mogelijk schriftelijk, medegedeeld. Artikel 11 Verantwoording De directeur-bestuurder brengt jaarlijks middels het jaarverslag aan de gemeenteraad verslag uit omtrent de werkzaamheden van de stichting. De directeur-bestuurder besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag is openbaar. Artikel 12 Begroting en jaarrekening 12.1 Het boekjaar van de stichting is het kalenderjaar. 12.2 De directeur-bestuurder stelt jaarlijks een begroting vast, nadat het ontwerp is goedgekeurd door de raad van toezicht. 12.3 Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de stichting, stelt de directeur/bestuurder een jaarrekening en een jaarverslag vast over dat boekjaar, nadat het ontwerp is goedgekeurd door de raad van toezicht. Bij het opmaken van het jaarverslag wordt rekening gehouden met bepaalde in artikel 7.3 ( realisatie visie en doelstellingen). Bij het opmaken van de jaarrekening wordt rekening gehouden met het bepaalde in artikel 6.9 en 10.5 ( bezoldiging en kostenvergoeding directeur-bestuurder en leden raad van toezicht).
12.4 Bij de bespreking van de jaarrekening door de raad van toezicht met de directeur-bestuurder is de accountant die de jaarrekening heeft onderzocht aanwezig om een toelichting op de bevindingen van het accountantsonderzoek te verstrekken. Instemming met de jaarrekening door de raad van toezicht geldt als decharge voor de directeur-bestuurder. 12.5 De jaarrekening wordt ten blijk van de vaststelling en goedkeuring ondertekend door de directeur-bestuurder en door twee leden van de raad van toezicht, waaronder de voorzitter. Indien de ondertekening van één of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. 12.6 De raad van toezicht draagt de directeur-bestuurder op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen accountant. Artikel 13 Statutenwijziging 13.1 De directeur-bestuurder is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en instemming van de gemeenteraad. 13.2 Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. 13.3 De directeur-bestuurder is verplicht een authentiek exemplaar van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
Artikel 14 Ontbinding en vereffening 14.1 De directeur-bestuurder is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en instemming van de gemeenteraad. 14.2 Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is de directeur-bestuurder met de vereffening belast. 14.3 De vereffenaar draagt er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 14.5 De raad van toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast, nadat overeenkomstig artikel 110a van de Wet op het voorgezet onderwijs eventuele exploitatieoverschotten in de desbetreffende overheidskassen zijn teruggestort. 14.6 Na ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In de stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”. 14.7 Na afloop van de vereffening blijven boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaar aangewezen persoon.
Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 4 vermelde register. Artikel 15 Juridische fusie en juridische splitsing De directeur-bestuurder is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de stichting. Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en instemming van de gemeenteraad. Artikel 16 Slotbepaling In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist de raad van toezicht.