CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 OD 20231005 toelichting bij 2e wijziging GR OD IJsselland

Raadsvergadering 23 april 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken13.021 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

info artikel lid sub huidige tekst Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Begripsbepaling 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. Basistakenpakket: het Basistakenpakket zoals bedoeld in het (toekomstige) Besluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving). Bij de wijziging van het basistakenpakket door wet- en regelgeving, geldt het basistakenpakket na die wijziging; b. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel; c. deelnemers: alle aan de regeling deelnemende gemeenten en de provincie dan wel hun colleges; d. de Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; e. fysieke leefomgeving: de fysieke leefomgeving zoals genoemd in de relevante wet- en regelgeving, in het bijzonder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); f. gelijk speelveld (‘level playingfield’): het stellen van zo veel mogelijk gelijke eisen en normen bij de verlening van vergunningen, het verrichten van toezicht en het uitvoeren van handhavingsacties door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling; g. gemeenteraden: de raden van de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten; h.

inbesteden: het zonder aanbesteden onderhands gunnen van opdrachten aan de Omgevingsdienst IJsselland door de deelnemende gemeenten en de provincie; i. openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; j. Provinciale Staten: Provinciale Staten van de provincie Overijssel; k. regeling: deze gemeenschappelijke regeling; l. schriftelijk: alle vormen van geschreven taal, zowel papier, fax als digitaal; m. vertegenwoordigende organen: de gemeenteraden van de gemeenten en Provinciale Staten. 2. info artikel lid sub nieuwe tekst Hoofdstuk 1 Algemeen bepalingen toelichting Begripsbepaling 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: De definitiebepalingen zijn waar nodig conform de wet aangepast. Daarnaast zijn de colleges deelnemers aan de regeling, niet de gemeenten. Om die reden is de definitie aangepast. In de oude regeling was zowel openbaar lichaam als ook de Omgevingsdienst gedefinieerd. Gekozen is om hier één definitie van te maken en dit geheel in de regeling door te voeren. In de oude regeling werden zowel gedeputeerde staten, als gemeenteraden als ook vertegenwoordigende organen gedefinieerd. Dit is dubbelop en niet nodig. Daarom is er gekozen voor de definitie van vertegenwoordigende organen. Dit is in de regeling doorgevoerd. Tot is het convenant vervangen door een bijlage bij de GR.

De bijlage is aangepast aan de komst van de Omgevingswet. Het takenpakket is niet gewijzigd, anders dan door de komst van de Omgevingswet. De systematiek binnen de IJsselland is dat in de basis het regionale (uniforme) uitvoeringsprogramma, dat uit de wet volgt, leidend is. Daarnaast wordt in de jaaropdracht per deelnemer specifiekere wensen, ambities en afspraken overeengekomen. a. zowel het basistakenpakket als ook de taken zoals opgenomen in de bij deze regeling horende bijlage b. basistakenpakket: het basistakenpakket zoals bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit. Bij wijziging van het basistakenpakket door wet- en regelgeving, geldt het basistakenpakket na die wijziging; c. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders onderscheidenlijk gedeputeerde staten van de deelnemers als bedoeld in artikel 1, onder sub c, van de regeling; d. deelnemers: het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Staphorst, Steenwijkerland, Raalte, Zwartewaterland en Zwolle; e. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; f. fysieke leefomgeving: de fysieke leefomgeving zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Omgevingswet; g.

gelijk speelveld: het stellen van zo veel mogelijk gelijke eisen en normen bij de verlening van vergunningen, het verrichten van toezicht en het uitvoeren van handhavingsacties door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling; h. Omgevingsdienst IJsselland: het openbaar lichaam Omgevingsdienst IJsselland, als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; i. regeling: deze gemeenschappelijke regeling; j. regionaal uitvoeringsprogramma: de wettelijke verplichting tot het vaststellen van een regionaal uniform uitvoeringsprogramma voor de uitvoerings- en handhavingstaken die ondergebracht zijn bij de Omgevingsdienst IJsselland; k. jaaropdracht: de opdracht die elke deelnemer jaarlijks met de Omgevingsdienst IJsselland overeenkomt, waarin het regionaal uitvoeringsprogramma leidend is, met aanvullend de specifieke wensen, ambities en afspraken die partijen met elkaar afspreken; l. schriftelijk: alle vormen van geschreven taal, zowel papier, fax als digitaal; m. vertegenwoordigende organen: de Provinciale Staten van de provincie Overijssel en de raden van de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. 2.

Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of Provinciewet, dan wel andere wettelijke regelingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, tenzij anders vermeld, in die artikelen voor de gemeente, de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester, respectievelijk de provincie, Provinciale Staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning, gelezen: de Omgevingsdienst IJsselland, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Instelling 2. 1. Er is een openbaar lichaam welke rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet, genaamd Omgevingsdienst IJsselland. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd in Zwolle. Instelling 2. 1. Er is een openbaar lichaam welke rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet, genaamd Omgevingsdienst IJsselland. Alleen redactioneel gewijzigd en aansluiting definitiebepalingen. 2. De Omgevingsdienst IJsselland is gevestigd in Zwolle. Belang 3. 1.

Het openbaar lichaam is ingesteld ter behartiging van de individuele en gezamenlijke belangen van de deelnemers op het gebied van de fysieke leefomgeving en ziet op de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de voorschriften zoals opgenomen in de relevante regelgeving, voor zover de bevoegdheid daartoe de deelnemer toekomt en voor zover deze aan de Omgevingsdienst IJsselland is gemandateerd. 2. De Omgevingsdienst IJsselland draagt zorg voor een organisatie ter behartiging van de in het eerste lid genoemde belangen en richt zich daarbij op: • het bieden van een structuur waarin de deelnemers voldoen aan de wettelijke eisen van kwaliteit, effectiviteit en robuustheid en organisatie voor de uitvoering van hun taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving; • advisering aan en uitvoering voor de deelnemers ten behoeve van vergunningverlening, toezicht en handhaving; • de inzet van kennis en kunde; • de realisatie van een centraal aanspreekpunt voor externe partners; • het creëren van een gelijk speelveld voor burgers en bedrijven in het werkgebied van de Omgevingsdienst IJsselland. Belang 3. 1.

De Omgevingsdienst IJsselland is ingesteld ter behartiging van de individuele en gezamenlijke belangen van de deelnemers op het gebied van de fysieke leefomgeving en ziet op de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de voorschriften zoals opgenomen in de relevante regelgeving, voor zover de bevoegdheid daartoe aan de deelnemer toekomt en voor zover deze aan de Omgevingsdienst IJsselland is gemandateerd. Alleen redactioneel gewijzigd en aansluiting definitiebepalingen. 2. De Omgevingsdienst IJsselland draagt zorg voor een organisatie ter behartiging van de in het eerste lid genoemde belangen en richt zich daarbij op: • het bieden van een structuur waarin de deelnemers voldoen aan de wettelijke eisen van kwaliteit, effectiviteit en robuustheid en organisatie voor de uitvoering van hun taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving; • advisering aan en uitvoering voor de deelnemers ten behoeve van vergunningverlening, toezicht en handhaving; • de inzet van kennis en kunde; • de realisatie van een centraal aanspreekpunt voor externe partners; • het creëren van een gelijk speelveld voor burgers en bedrijven in het werkgebied van de Omgevingsdienst IJsselland. info artikel lid sub huidige tekst Hoofdstuk 2 Taken Basistaken voor deelnemers 4. 1.

De taken die de Omgevingsdienst IJsselland uitvoert voor alle deelnemers betreffen: • het Basistakenpakket; • de uitoefening van de taken zoals vermeld in het convenant zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling. info artikel lid sub nieuwe tekst Hoofdstuk 2 Taken toelichting Basistaken voor deelnemers 4. De taken die de Omgevingsdienst IJsselland uitvoert voor alle deelnemers betreffen: Geen wijzigingen • het basistakenpakket; • de uitoefening van de taken zoals vermeld in het convenant zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling. Structurele facultatieve taken voor deelnemers op basis van inbreng personeel 5. 1. Het algemeen bestuur kan besluiten op verzoek van een deelnemer ook andere taken dan vermeld onder artikel 4 op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving ten behoeve van deze deelnemer te verrichten. 2. Deze dienstverlening wordt als structureel gezien indien deze op basis van inbreng van personeel en met inachtneming van het door de betreffende deelnemer vastgestelde beleid plaatsvindt. Artikel 37 is van overeenkomstige toepassing. 3. Het uitgangspunt voor de uitvoering van deze taken is inbreng en bekostiging op basis van de bijbehorende formatie, vermeerderd met een percentage voor overhead. Artikel 29 is van overeenkomstige toepassing.

Structurele facultatieve taken voor deelnemers op basis van inbreng personeel 5. 1. Het algemeen bestuur kan besluiten op verzoek van een deelnemer ook andere taken dan vermeld onder artikel 4 op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving ten behoeve van deze deelnemer te verrichten. Artikelverwijzing in overeenstemming gebracht met wijzigingsvoorstel. 2. Deze dienstverlening wordt als structureel gezien indien deze op basis van inbreng van personeel en met inachtneming van het door de betreffende deelnemer vastgestelde beleid plaatsvindt. Artikel 33 is van overeenkomstige toepassing. 3. Het uitgangspunt voor de uitvoering van deze taken is inbreng en bekostiging op basis van de bijbehorende formatie, vermeerderd met een percentage voor overhead. Artikel 26 is van overeenkomstige toepassing. Facultatieve taken voor deelnemers op basis van overeenkomst 6. 1. Het algemeen bestuur kan op verzoek besluiten bij overeenkomst andere taken dan vermeld onder artikel 4 ten behoeve van een deelnemer te verrichten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving en met inachtneming van het door de desbetreffende deelnemer vastgestelde beleid. 2.

Het algemeen bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in het eerste lid indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4. 3. Voor de facultatieve taken voor deelnemers wordt een tenminste kostendekkend tarief in rekening gebracht. Facultatieve taken voor deelnemers op basis van overeenkomst 6. 1. Het algemeen bestuur kan op verzoek besluiten andere taken dan vermeld onder artikel 4 ten behoeve van een deelnemer te verrichten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving en met inachtneming van het door de desbetreffende deelnemer vastgestelde beleid. Aan het artikel is een tweede lid toegevoegd, omdat het dagelijks bestuur bevoegd is om een overeenkomst te sluiten met de betreffende deelnemer over facultatieve taken. De bevoegdheid om te besluiten tot het uitvoeren van de facultatieve taken is bij het algemeen bestuur blijven liggen. 2. Het dagelijks bestuur sluit dan een overeenkomst met de betreffende deelnemer voor de taken als bedoeld in het eerste lid. 3. Het algemeen bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in het eerste lid indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4. 4.

Voor de facultatieve taken voor deelnemers wordt een tenminste kostendekkend tarief in rekening gebracht. Facultatieve taken voor derden 7. 1. Het algemeen bestuur kan besluiten dat de Omgevingsdienst IJsselland op basis van overeenkomst werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke organisaties kan verrichten. 2. Het algemeen bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in het eerste lid indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4. 3. Voor de facultatieve taken voor derden wordt een tenminste kostendekkend tarief in rekening gebracht. 4. De omvang van de facultatieve taken voor derden mag niet meer zijn dan toelaatbaar is volgens het vigerende aanbestedingsregime. Facultatieve taken voor derden 7. 1. Het algemeen bestuur kan besluiten dat de Omgevingsdienst IJsselland werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke organisaties kan verrichten. Zie toelichting bij artikel 6. Hier geldt dezelfde constructie. Besluit tot verrichten taken is bij algemeen bestuur blijven liggen, maar de bevoegdheid tot het sluiten van de overeenkomst (in het kader van opdrachtgever en opdrachtnemerschap) komt toe aan het dagelijks bestuur . 2. Het dagelijks bestuur sluit dan een overeenkomst met de publiekrechtelijke organisatie waarvoor werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid uitgevoerd worden.

3. Het algemeen bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in het eerste lid indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4. 4. Voor de facultatieve taken voor derden wordt een tenminste kostendekkend tarief in rekening gebracht. 5. De omvang van de facultatieve taken voor derden mag niet meer zijn dan toelaatbaar is volgens het vigerende aanbestedingsregime. Overige bepalingen taken 8. 1. Ter uitvoering en nadere invulling van de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde taken, stelt het algemeen bestuur voor de duur van de gemeenschappelijke regeling een dienstverleningsovereenkomst vast, waarin de algemene voorwaarden van de Omgevingsdienst IJsselland worden vastgelegd, waarbij in elk geval wordt geregeld: Zie toelichting bij artikel 6. Hier geldt dezelfde constructie. Besluit tot verrichten taken is bij algemeen bestuur blijven liggen, maar de bevoegdheid tot het sluiten van de overeenkomst (in het kader van opdrachtgever en opdrachtnemerschap) komt toe aan het dagelijks bestuur . a. b. c. d. de voorwaarden voor de taakuitvoering; de voorwaarden voor uitvoering van facultatieve taken; de aansprakelijkheid, verzekering en geschillen met betrekking tot de taakuitoefening, en een regeling in geval van niet voldoen aan de door de deelnemers gestelde eisen. 2.

Binnen de kaders van de dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, maakt de Omgevingsdienst IJsselland met alle deelnemers werkafspraken per deelnemer die voor elke deelnemer worden vastgelegd in een jaaropdracht. 3. In de jaaropdracht worden per deelnemer de van de Omgevingsdienst IJsselland af te nemen omvang van en het kwaliteitsniveau voor alle af te nemen taken vastgelegd. Per jaar kan de omvang van de door de deelnemers af te nemen facultatieve taken onder bepaalde, in de dienstverleningsovereenkomst vastgelegde voorwaarden, worden gewijzigd. Ook kunnen, onverminderd het bepaalde in de dienstverleningsovereenkomst, tussentijds aanvullende facultatieve taken worden overeengekomen. 4. 5. De dienstverleningsovereenkomst en de jaaropdracht komen niet te vervallen door wijziging van de regeling. Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het verrichten van facultatieve taken voor derden zoals genoemd in artikel 7. info artikel lid sub huidige tekst Hoofdstuk 3 Bevoegdheden Bevoegdheden 9. 1. Aan het algemeen en dagelijks bestuur noch de directeur worden bevoegdheden overgedragen door de deelnemers. 2. Voor de uitvoering van zowel de basistaken als de facultatieve taken wordt bij separaat besluit door de colleges mandaat, machtiging en/of volmacht verleend aan de directeur van de Omgevingsdienst IJsselland.

Overige bepalingen taken 8. 1. Ter uitvoering en nadere invulling van de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde taken, stelt het algemeen bestuur voor de duur van de gemeenschappelijke regeling een dienstverleningsovereenkomst vast, waarin de algemene voorwaarden van de Omgevingsdienst IJsselland worden vastgelegd, waarbij in elk geval wordt geregeld: a. de voorwaarden voor uittreding; b. de voorwaarden voor uitvoering van facultatieve taken; c. de aansprakelijkheid, verzekering, en geschillen met betrekking tot de taakuitoefening; d. een regeling in geval van niet voldoen aan de door de deelnemers gestelde eisen. 2. Binnen de kaders van de dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, maakt de Omgevingsdienst IJsselland met alle deelnemers werkafspraken per deelnemer die voor elke deelnemer worden vastgelegd in een jaaropdracht. 3. In de jaaropdracht worden per deelnemer de van de Omgevingsdienst IJsselland af te nemen omvang van en het kwaliteitsniveau voor alle af te nemen taken vastgelegd. Per jaar kan de omvang van de door de deelnemers af te nemen facultatieve taken onder bepaalde, in de dienstverleningsovereenkomst vastgelegde voorwaarden, worden gewijzigd. Ook kunnen, onverminderd het bepaalde in de dienstverleningsovereenkomst, tussentijds aanvullende facultatieve taken worden overeengekomen. 4.

De dienstverleningsovereenkomst en de jaaropdracht komen niet te vervallen door wijziging van de regeling. 5. Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het verrichten van facultatieve taken voor derden zoals genoemd in artikel 7. info artikel lid sub nieuwe tekst Hoofdstuk 3 Bevoegdheden toelichting Bevoegdheden 9. 1. Aan het algemeen- en dagelijks bestuur worden geen bevoegdheden overgedragen door de deelnemers. De woorden ‘noch de directeur’ zijn verwijderd. Dat komt omdat de mogelijkheid tot het overdragen van bevoegdheden aan het bestuur van de Omgevingsdienst volgt uit artikel 54 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het bestuur van de Omgevingsdienst bestaat uit het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter. De directeur maakt daarvan geen onderdeel uit. Dat is dan ook de reden dat de directeur hier geschrapt is, want op basis van artikel 54 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is het mogelijk om bevoegdheden over te dragen aan het bestuur van de Omgevingsdienst. En dus niet de directeur . 2. Voor de uitvoering van zowel de basistaken als de facultatieve taken wordt bij separaat besluit door de colleges mandaat, machtiging of volmacht verleend aan de directeur van de Omgevingsdienst IJsselland. info artikel lid sub huidige tekst Hoofdstuk 4 Het bestuur Paragraaf 1 Het algemene bestuur Samenstelling algemeen bestuur 10.

1. De colleges wijzen in de eerste vergadering van de colleges in een nieuwe samenstelling uit hun midden ieder één lid van het algemeen bestuur aan. 2. 3. 4. De colleges wijzen uit hun midden één vervangend lid van het algemeen bestuur aan dat de door hen benoemde leden bij ontstentenis of verhindering vervangt. Een college kan het door hem aangewezen (vervangend) lid vervangen als het lid niet langer zijn vertrouwen geniet. Indien tussentijds de plaats van een (vervangend) lid vacant komt, wijst het college van de betrokken deelnemer zo spoedig mogelijk een nieuw (vervangend) lid aan. info artikel lid sub nieuwe tekst Hoofdstuk 4 Het bestuur Paragraaf 1 Het algemene bestuur toelichting Samenstelling algemeen bestuur 10. 1. De colleges wijzen in de eerste vergadering van de colleges in een nieuwe samenstelling uit hun midden ieder één lid van het algemeen bestuur aan. Een lid wordt niet vervangen, maar dan ontslagen. Om die reden aangepast. Verder alleen redactionele wijzigingen. 2. De colleges wijzen uit hun midden één vervangend lid van het algemeen bestuur aan dat de door hen benoemde leden bij ontstentenis of verhindering vervangt. 3. 4. Een college kan het door hem aangewezen lid ontslaan als het lid niet langer zijn vertrouwen geniet. Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst het college van de betrokken deelnemer zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.

Incompabiliteiten algemeen bestuur 11. Onverminderd het bepaalde in artikel 20 van de Wet is het lidmaatschap van het algemeen bestuur onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één van de deelnemers, dan wel door of vanwege het bestuur van het openbaar lichaam in dienst genomen of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die in dienst van één van de deelnemers dan wel van het openbaar lichaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn of op basis van inhuur werkzaam zijn voor het openbaar lichaam of een van de deelnemers. Incompabiliteiten algemeen bestuur 11. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van de Omgevingsdienst IJsselland in dienst genomen of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die op basis van inhuur werkzaam zijn voor de Omgevingsdienst IJsselland of een van de deelnemers. Artikel 20 Wgr, waarnaar dit artikel verwijst, gaat niet over incompatibiliteiten. Zinsnede die voortkomt uit de Gemeentewet en Provinciewet is komen te vervallen en de arbeidsovereenkomst is sinds de Wnra de standaard. Om die reden is de laatste zinsnede komen te vervallen. Werkwijze vergaderingen algemeen bestuur 12. 1.

Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. 2. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo vaak als het daartoe beslist. 3. 4. 5. 6. 7. Voorts vergadert het indien de voorzitter of het dagelijks bestuur het nodig oordeelt of indien ten minste een lid van het algemeen bestuur schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt. De voorzitter roept de leden van het algemeen bestuur schriftelijk tot de vergadering op. Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de stukken waaromtrent geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar . In afwijking van het bepaalde in het vijfde lid worden de deuren gesloten wanneer ten minste een vijfde van het aantal aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. De stukken die van het algemeen bestuur uitgaan worden door de voorzitter en de directeur ondertekend.

Werkwijze vergaderingen algemeen bestuur X Dit artikel is komen te vervallen, omdat alles ook al in de wet geregeld staat (zie artikel 22 Wgr in samenhang met artikel 52 Wgr). Bovendien voegt voormalig lid 3 weinig toe nu alle DB-leden ook lid zijn van het algemeen bestuur . Vergaderquorum algemeen bestuur 13. 1. Het algemeen bestuur kan slechts vergaderen en besluiten nemen indien meer dan de helft van het aantal leden van het algemeen bestuur aanwezig is. 2. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijft het algemeen bestuur bevoegd besluiten te nemen indien meer dan de helft van de deelnemende leden vertegenwoordigd is in het algemeen bestuur . 3. 4. Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in het eerste lid niet aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te vinden. Op vergaderingen als bedoeld in het derde lid is het bepaalde van het eerste lid niet van toepassing, met dien verstande dat het algemeen bestuur over de begroting, een begrotingswijziging en de jaarstukken alleen kan beraadslagen en daarover voorlopige besluiten kan nemen. De niet aanwezige leden hebben de mogelijkheid om binnen tien werkdagen te reageren op de voorlopige besluiten van de vergadering. Indien er niet wordt gereageerd, wordt men geacht ingestemd te hebben met de voorlopige besluiten.

De voorlopige besluiten worden binnen tien werkdagen omgezet in definitieve besluiten als vaststaat dat de vereiste meerderheid van het algemeen bestuur daar mee instemt. Vergaderquorum algemeen bestuur X Dit artikel is komen te vervallen, omdat het al wettelijk geregeld is. Zie toelichting bij voormalig artikel 12. Stemverdeling en besluitvorming algemeen bestuur 14. 1. Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem. 2. Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen, tenzij in de regeling anders is bepaald. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is voor de volgende besluiten minimaal vijfenzeventig procent van de stemmen nodig: a. het besluit dat voor een bepaald besluit een gekwalificeerde meerderheid is vereist; b. het besluit tot ontslag van een lid van een dagelijks bestuur; c. het besluit tot terugbrengen van het aantal leden van het dagelijks bestuur; d. het besluit tot vaststelling en wijziging van de Bijdrageverordening; e. het besluit tot de vaststelling en wijziging van de begroting; f. het besluit tot het vaststellen van een ontwerpbesluit tot wijziging van de regeling; g. het besluit tot het vaststellen van een ontwerpbesluit tot opheffing van de regeling; h. een besluit tot wijzigen van de basistaken zoals genoemd in artikel 4 van de regeling; i.

het besluit tot vaststelling van het liquidatieplan als bedoeld in artikel 39; j. het besluit tot toetreding van een deelnemer, inclusief de toetredingsvergoeding; k. het besluit over de uittreedvergoeding van een deelnemer . 4. 5. Indien de stemmen met betrekking tot een bepaald voorstel staken, wordt het betrokken onderwerp aangehouden tot de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur . Indien de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Ingeval de stemmen bij herstemming over besluiten met betrekking tot benoeming, voordracht of aanbeveling van personen staken, beslist de voorzitter. Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling. Stemverdeling en besluitvorming algemeen bestuur 12. 1. Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem. Het besluit tot terugbrengen van het aantal leden van het dagelijks bestuur is komen te vervallen. Hiervoor moet namelijk de gemeenschappelijke regeling gewijzigd worden, dus hiervoor is het artikel dat gaat over wijziging van toepassing. Het algemeen bestuur besluit niet over toetreding, dat doen de deelnemers. Om die reden is voormalig sub j deels gewijzigd. De leden 4 en 5 zijn komen te vervallen omdat dit ook al wettelijk geregeld is (zie artikel 22 in samenhang met artikel 52 Wgr). 2.

3. Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen, tenzij in de regeling anders is bepaald. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is voor de volgende besluiten minimaal een drie vierde meerderheid van de stemmen nodig: a. het besluit tot ontslag van een lid van een dagelijks bestuur; b. het besluit tot vaststelling en wijziging van de bijdrageverordening; c. het besluit tot de vaststelling en wijziging van de begroting; d. het besluit tot het vaststellen van een ontwerpbesluit tot wijziging van de regeling; e. het besluit tot het vaststellen van een ontwerpbesluit tot opheffing van de regeling; f. een besluit tot wijzigen van de basistaken zoals genoemd in artikel 4 van de regeling; g. het besluit tot vaststelling van het liquidatieplan als bedoeld in artikel 35; h. het besluit omtrent de toetredingsvergoeding; i. het besluit over de uittreedvergoeding van een deelnemer . Bevoegdheden algemeen bestuur 15. 1. Aan het algemeen bestuur komen alle taken en bevoegdheden toe die bij of krachtens de regeling aan de Omgevingsdienst IJsselland zijn opgedragen, en niet bij of krachtens de wet of deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen. Tot deze taken en bevoegdheden behoren in ieder geval: a. het houden van toezicht op het financiële beheer van de Omgevingsdienst IJsselland; b.

het vaststellen van een bedrijfsplan en beleidsplannen; c. het vaststellen van een jaarplan op basis van de jaaropdrachten; d. het vaststellen van de kadernota, begroting en de jaarstukken; e. het vaststellen van uitvoeringsregels die de andere organen van de Omgevingsdienst IJsselland moeten opvolgen bij de uitoefening van hun bevoegdheden; f. het doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgaven zijn geraamd, is vastgesteld; g. het doen van voorstellen aan de deelnemers omtrent toetreding tot, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling; h. het oprichten van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. 2. 3. Het algemeen bestuur besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, voor zover dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit als bedoeld in het tweede lid wordt niet genomen dan nadat aan de gemeenteraden en Provinciale Staten een ontwerpbesluit is toegezonden en deze in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het algemeen bestuur . Bevoegdheden algemeen bestuur 13. 1.

Aan het algemeen bestuur komen alle taken en bevoegdheden toe die bij of krachtens de regeling aan de Omgevingsdienst IJsselland zijn opgedragen, en niet bij of krachtens de wet of deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen. Tot deze taken en bevoegdheden behoren in ieder geval: Inhoudelijk is de bevoegdheid tot het vaststellen van een kadernota komen te vervallen. Dit is geen wettelijke verplichting. De kadernota van de omgevingsdienst is een informerend stuk. Soms ook wel een begrotingsrichtlijn genoemd. Doordat het voorheen gekoppeld is aan besluitvorming door het AB, werd het een formeel document terwijl dit niet wettelijk verplicht is. De ontwerpbegroting, dat is een formeel document dat voor zienswijzen aan de raad moet worden voorgelegd. Om het proces voor alle partijen (zowel deelnemers als ook omgevingsdienst) te versimpelen wordt de kadernota voortaan niet meer vastgesteld door het AB, maar door het DB als informerend stuk naar de deelnemers en raden en Staten toegestuurd. Het tweede lid is samengevoegd met sub h en het derde lid 3 is komen te vervallen, omdat dit al uit de wet volgt. a. het houden van toezicht op het financiële beheer van de Omgevingsdienst IJsselland; b. c.

het vaststellen van een bedrijfsplan en beleidsplannen; het vaststellen van een ontwerp regionaal uitvoeringsprogramma, dat als input voor de jaaropdrachten geldt; d. e. f. g. h. het vaststellen van de begroting en de jaarstukken, alsmede de wijzigingen daarvan; het vaststellen van uitvoeringsregels die de andere organen van de Omgevingsdienst IJsselland moeten opvolgen bij de uitoefening van hun bevoegdheden; het doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgaven zijn geraamd, is vastgesteld; het doen van voorstellen aan de deelnemers omtrent toetreding tot, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling; het oprichten van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, conform artikel 55a van de Wet. Inlichtingen- en verantwoordingsplicht algemeen bestuur 16. 1. Het algemeen bestuur verstrekt aan de gemeenteraden en Provinciale Staten alle inlichtingen die door één of meer leden van die organen worden verlangd. 2. Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dit college of één of meer leden daarvan worden verlangd. 3. 4. 5. Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

De colleges bepalen op welke wijze de door hen aangewezen leden aan hun plichten genoemd in de leden twee en drie van dit artikel moeten voldoen. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar . Het tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de gemeenteraden en de Provinciale Staten respectievelijk een of meer leden van die vertegenwoordigende organen. Commissies 17. 1. Het algemeen bestuur kan adviescommissies als bedoeld in artikel 24 van de Wet en bestuurscommissies als bedoeld in artikel 25 van de Wet instellen. 2. Bij de instelling wordt in ieder geval geregeld: a. de samenstelling; b. de bevoegdheid/bevoegdheden c. de werkwijze; d. de openbaarheid van vergaderingen; e. de voorbereiding, de uitvoering en de openbaarmaking van de besluiten van de commissie; f. het toezicht van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; g. de verhouding van de toegekende bevoegdheden tot die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; h. de verantwoording aan het algemeen bestuur; i. wanneer de commissie is ingesteld voor bepaalde tijd, wordt tevens de einddatum van de commissie geregeld. Commissies 15. X Dit artikel is komen te vervallen omdat het al wettelijk geregeld is. Inlichtingen- en verantwoordingsplicht algemeen bestuur 14. 1.

Het algemeen bestuur verstrekt aan de vertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door één of meer leden van die organen worden verlangd. Er is een extra lid toegevoegd, waaruit de actieve informatieplicht volgt richting de raden en Provinciale Staten. Deze verplichting volgt sinds 1 juli 2022 expliciet uit de wet. De wet geeft formeel zelf niet de inlichtingplichten, daarom is het apart in regeling geregeld. 2. Het algemeen bestuur verstrekt aan de vertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door één of meer leden van die organen worden verlangd. 3. Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dit college of één of meer leden daarvan worden verlangd. 4. Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 5. 6. De colleges bepalen op welke wijze de door hen aangewezen leden aan hun plichten genoemd in de leden twee en drie van dit artikel moeten voldoen. Het tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vertegenwoordigende organen respectievelijk een of meer leden van die vertegenwoordigende organen. info artikel lid sub huidige tekst Paragraaf 2 Het dagelijks bestuur Samenstelling dagelijks bestuur 18. 1.

Het aantal door en uit het algemeen bestuur aangewezen leden van het dagelijks bestuur, onder wie de voorzitter, bedraagt vijf. 2. 3. 4. 5. 6. De leden van het dagelijks bestuur worden in de eerste vergadering van elke zittingsronde van de raden door het algemeen bestuur aangewezen voor een periode van vier jaren. Na de evaluatie van het functioneren van de regeling kan het algemeen bestuur besluiten het aantal leden terug te brengen naar drie. De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde zelf ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter onverwijld schriftelijk op de hoogte. Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur ontslaan als dit lid niet langer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag of om andere redenen openvallen, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen. Werkwijze vergaderingen dagelijks bestuur 19. 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee leden dit nodig oordelen. 2. De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten deuren gehouden, tenzij het dagelijks bestuur anders bepaalt. 3. 4. 5. 6. Bij het doen van keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling.

Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. Dit reglement wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur . Het dagelijks bestuur kan een portefeuilleverdeling vaststellen. De stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de voorzitter en de directeur ondertekend. Stemverdeling en vergaderquorum dagelijks bestuur 20. 1. 2. 3. 4. 5. De voorzitter en elk lid hebben één stem. In het geval de stemmen staken, heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen. In de vergaderingen van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering. Op de vergadering, bedoeld in het vierde lid, is het derde lid niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering was belegd alleen beraadslagen en besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. info artikel lid sub nieuwe tekst Paragraaf 2 Het dagelijks bestuur toelichting Samenstelling dagelijks bestuur 15. 1. 2. 3. 4.

Het aantal door en uit het algemeen bestuur aangewezen leden van het dagelijks bestuur, onder wie de voorzitter, bedraagt vier. De leden van het dagelijks bestuur worden in de eerste vergadering van elke zittingsronde van de raden door het algemeen bestuur aangewezen voor een periode van vier jaren. De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde zelf ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter onverwijld schriftelijk op de hoogte. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag of om andere redenen openvallen, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen. Het huidig dagelijks bestuur bestaat uit vier leden. Dit is conform de situatie aangepast. Het voormalig lid 3 is komen te vervallen, omdat hiertoe de gemeenschappelijke regeling gewijzigd moet worden. Het voormalig lid 5 is komen te vervallen, omdat dit al uit de wet volgt (zie artikel 19a Wgr). Werkwijze vergaderingen dagelijks bestuur 16. 1. 2. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee leden dit nodig oordelen. De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten deuren gehouden, tenzij het dagelijks bestuur anders bepaalt. Het voormalig lid 5 is komen te vervallen, omdat dit al uit de wet volgt (zie artikel 57c Wgr). 3.

Bij het doen van keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling. 4. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. Dit reglement wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur . 5. De stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de voorzitter en de directeur ondertekend. Stemverdeling en vergaderquorum dagelijks bestuur 17. 1. 2. 3. 4. 5. De voorzitter en elk lid hebben ieder één stem. In het geval de stemmen staken, heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen. In de vergaderingen van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering. Op de vergadering, bedoeld in het vierde lid, is het derde lid niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering was belegd alleen beraadslagen en besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Alleen redactionele wijziging. Bevoegdheden algemeen bestuur 21. 1.

Aan het dagelijks bestuur komen in elk geval de volgende taken en bevoegdheden toe: a. het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst IJsselland te voeren, voor zover daarmee niet het algemeen bestuur op grond van de wet of deze regeling is belast; b. de beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d. ambtenaren, onder wie de directeur, in dienst te nemen, te schorsen en ontslaan; e. te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam met uitzondering van de rechtshandelingen als bedoeld in artikel 55a van de Wet; f. het namens de Omgevingsdienst IJsselland voeren van rechtsgedingen, handelingen ter voorbereiding daarop alsmede het namens de Omgevingsdienst IJsselland maken van bezwaar, tenzij het algemeen bestuur in voorkomende gevallen anders beslist; g. het vaststellen van een regeling met betrekking tot de behandeling van klachten als bedoeld in Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht Klachtenregeling 18. Het dagelijks bestuur stelt een regeling vast met betrekking tot de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. De overige bevoegdheden zijn komen te vervallen, omdat deze al volgen uit artikel 57b Wgr .

Om die reden is de titel van het artikel gewijzigd naar specifiek alleen de bevoegdheid tot het vaststellen van een klachtenregeling. Inlichtingen- en verantwoordingsplicht dagelijks bestuur 22. 1. 2. 3. 4. 5. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur . Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. Het algemeen bestuur kan regelen van welke besluiten van het dagelijks bestuur kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur . Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen bepalen waarin met terinzagelegging kan worden volstaan. Het dagelijks bestuur verschaft de gemeenteraden en de Provinciale Staten respectievelijk een of meer leden van die vertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door deze organen of een of meer van hun leden worden gevraagd. De colleges bepalen op welke wijze het dagelijks bestuur aan zijn plichten genoemd in het vierde lid van dit artikel moeten voldoen. Inlichtingen- en verantwoordingsplicht dagelijks bestuur 19. 1. 2. 3. 4. 5. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur .

Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. Het algemeen bestuur kan regelen van welke besluiten van het dagelijks bestuur kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur . Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen bepalen waarin met terinzagelegging kan worden volstaan. Het dagelijks bestuur verschaft de vertegenwoordigende organen respectievelijk een of meer leden van die vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die door deze organen of een of meer van hun leden worden gevraagd. Het dagelijks bestuur geeft de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Dit is een wettelijke verplichting voor het dagelijks bestuur . Om die reden is de bepaling aangepast. De wet geeft formeel zelf niet de inlichtingplichten, daarom is de actieve informatieplicht apart in regeling geregeld. info artikel lid sub huidige tekst Paragraaf 3 Het voorzitter De voorzitter 23. 1. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden in de eerste vergadering van elke zittingsperiode van de raden door en uit het algemeen bestuur gekozen voor een periode van vier jaren. 2. 3. 4.

Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter. Het algemeen bestuur kan de (vervangend) voorzitter ontslaan als deze niet langer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. De verkiezing van de (vervangend) voorzitter ter vervulling van een plaats die door ontslag of om andere redenen openvalt, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen. Bevoegdheden voorzitter 24. 1. De voorzitter is bevoegd tot: a. het leiden van de vergaderingen van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur; b. het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de Omgevingsdienst IJsselland. De voorzitter kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. 2. Indien de voorzitter lid is van het college van burgemeester en wethouders of van Gedeputeerde staten dat partij is in een geding waarbij de Omgevingsdienst IJsselland is betrokken, draagt hij een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van het dagelijks bestuur op om de in het eerste lid onder b bedoelde bevoegdheid uit te oefenen. Instructie bevoegdheden voorzitter 21.

Indien de voorzitter lid is van het college van burgemeester en wethouders of van Gedeputeerde staten dat partij is in een geding waarbij de Omgevingsdienst IJsselland is betrokken, draagt hij een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van het dagelijks bestuur op om zijn bevoegdheid uit te oefenen. Het eerste lid is komen te vervallen, omdat dit al uit de wet volgt. Zie artikel 57d Wgr . Het artikel is daardoor redactioneel gewijzigd. Verantwoordings- en inlichtingenplicht voorzitter 25. 1. 2. 3. De voorzitter geeft aan de gemeenteraden en de Provinciale Staten, indien daartoe door een of meer leden van deze organen wordt gevraagd, dan wel ongevraagd, alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren bestuur nodig zijn. De voorzitter verstrekt het algemeen bestuur de door een of meer leden van het algemeen bestuur gevraagde inlichtingen, tenzij het openbaar belang zich hiertegen verzet. De voorzitter legt op verzoek van een of meer leden van het algemeen bestuur verantwoording af voor het door hem gevoerde bestuur . info artikel lid sub nieuwe tekst Paragraaf 3 De voorzitter toelichting De voorzitter 20. 1. 2. 3. 4. De voorzitter wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode van de raden door en uit het algemeen bestuur gekozen voor een periode van vier jaren.

Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter, die door het algemeen bestuur uit de leden van het dagelijks bestuur wordt aangewezen. Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslaan als deze niet langer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. De aanwijzing van de voorzitter ter vervulling van een plaats die door ontslag of om andere redenen openvalt, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen. Aan het tweede lid is toegevoegd, omdat het algemeen bestuur de plaatsvervangend voorzitter aanwijst. Verantwoordings- en inlichtingenplicht voorzitter 22. 1. 2. 3. 4. De voorzitter geeft aan de vertegenwoordigende organen, indien daartoe door een of meer leden van deze organen wordt gevraagd schriftelijk alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren bestuur nodig zijn. De voorzitter geeft de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. In de vergaderingen van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. De voorzitter verstrekt het algemeen bestuur de door een of meer leden van het algemeen bestuur gevraagde inlichtingen, tenzij het openbaar belang zich hiertegen verzet.

Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering. De voorzitter legt op verzoek van een of meer leden van het algemeen bestuur verantwoording af voor het door hem gevoerde bestuur . Aan dit artikel is ook de actieve informatieplicht, die nu wettelijk verplicht is, toegevoegd. Zienswijzen 23. 1. 2. Het algemeen bestuur kan andere voorgenomen besluiten dan die waarvoor de wet of deze regeling dat voorschrijft voor een zienswijze voorleggen aan de vertegenwoordigende organen. Indien het eerste lid wordt toegepast, dan hebben de vertegenwoordigende organen minimaal acht weken de tijd om hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken. Voorafgaand aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze is gegeven, stelt het dagelijks bestuur de vertegenwoordigende organen en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Met dit artikel wordt voldaan aan de verplichtingen van artikel 10 lid 5 en 6 Wgr . Omgevingsdienst IJsselland is een uitvoeringsorganisatie. Zij nemen geen besluiten over verordende bevoegdheden. De verantwoordelijkheid hiervoor blijft bij elke deelnemer liggen.

Om die reden is in de basis ervoor gekozen om besluiten, anders dan wanneer dit wettelijk verplicht al geldt (denk aan ontwerpbegroting en wijziging gemeenschappelijke regeling) niet aan zienswijzen te onderwerpen. Echter, ook bij Omgevingsdienst IJsselland kan het voorkomen dat er grote koerswijzigingen plaatsvinden en dan wordt er wel aan beleidsvoorbereiding gedaan. In dat geval kan het algemeen bestuur alsnog beslissen om de raden en Staten om zienswijzen te vragen. De raden en Staten hebben daar tenminste 8 weken de tijd voor . Het dagelijks bestuur is verplicht schriftelijk en gemotiveerd op de zienswijzen van de raden en Staten te reageren en daarbij aan te geven welke conclusie aan de zienswijze wordt verbonden. Het dagelijks bestuur moet deze reactie aan de raden en Staten zenden vóórdat het algemeen bestuur tot besluitvorming overgaat. Op die manier kunnen de raden en Staten, indien gewenst, hun opvattingen nog meegeven aan hun leden in het algemeen bestuur . Participatie 24. 1. 2. 3. 4. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen via de normale procedures bij de vertegenwoordigende organen. respectievelijk de colleges, inspreken omtrent besluiten van de Omgevingsdienst IJsselland.

In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur beslissen dat bij ingrijpende besluiten een apart traject voor inspraak wordt doorlopen, waarbij zowel belanghebbenden als ingezetenen de kans krijgen inspraak te leveren. Het dagelijks bestuur informeert de colleges en het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak. De colleges en het dagelijks bestuur maken op de gebruikelijke wijze bekend dat de mogelijkheid tot inspraak wordt geboden. Met dit artikel wordt voldaan aan de verplichtingen van artikel 10 lid 7 en 8 Wgr . Omdat het algemeen bestuur nagenoeg geen formele besluiten neemt, zijn er geen besluiten die verplicht aan een participatietraject worden onderworpen, anders dan wanneer dit wettelijk verplicht natuurlijk al geldt. Het staat inwoners en belanghebbenden natuurlijk altijd vrij om via de gemeenteraden (resp. Provinciale Staten) of andere gemeentelijke (resp. provinciale) kanalen in te spreken. Ook hier geldt; gaat het om ingrijpende besluiten, dan kan het dagelijks bestuur alsnog beslissen een participatietraject in te zetten. Het dagelijks bestuur regelt daarbij zelf de procedure van dit traject, waarbij in elk geval ingezetenen en belanghebbenden bij het besluit in de gelegenheid moeten worden gesteld inspraak te leveren.

Er moet dus een zorgvuldige afweging worden gemaakt van de te betrekken partijen en ingezetenen, zodat deze representatief is voor de gehele groep van belanghebbenden dan wel inwoners. Daarnaast moet een zorgvuldige keuze worden gemaakt tussen het doel van de participatie: is dat louter tijdig informeren, input ophalen, beraadslagen enz. Het dagelijks bestuur informeert de colleges en het algemeen bestuur over zijn voornemen tot het volgen van een eigen participatietraject. De colleges én het dagelijks bestuur maken op de in de organisaties gebruikelijke wijze bekend dat er een eigen participatietraject wordt gevolgd. Aanvullende communicatie (via kranten, huis- aan-huisbladen, website e.d.) kan natuurlijk ook altijd worden ingezet. De OD is de enige van de regiobrede GR-en die uit naam van haar deelnemers besluiten neemt met rechtsgevolgen voor ingezetenen, bedrijven en belanghebbenden. Inspraak op die besluiten loopt via wettelijke procedures met strakke beslistermijnen. De andere regiobrede GR-en zijn voornemens een tekst op te nemen waarbij ingezetenen en belanghebbenden het DB kunnen verzoeken om een participatietraject. Dit is voor de OD niet wenselijk omdat daarmee de indruk wordt gewekt dat afgeweken kan worden van de wettelijke procedures voor de vele besluiten die de OD namens haar deelnemers neemt.

info artikel lid sub huidige tekst Hoofdstuk 5 Personeel De directeur 26. 1. De Omgevingsdienst IJsselland heeft een directeur die onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast is met de leiding van de Omgevingsdienst IJsselland. 2. 3. 4. 5. De directeur handelt bij de uitoefening van de taken genoemd in hoofdstuk 2 binnen de grenzen van het door de deelnemer(s) verstrekte mandaat. De directeur van het openbaar lichaam fungeert als secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur . Het dagelijks bestuur legt de instructie voor de directeur vast in een organisatiereglement. Het dagelijks bestuur beslist over benoeming, ontslag en schorsing van de directeur op voordracht van tenminste een meerderheid van de leden van het dagelijks bestuur . info artikel lid sub huidige tekst Hoofdstuk 6 Personeel De directeur 25. 1. 2. 3. 4. De Omgevingsdienst IJsselland heeft een directeur die onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast is met de leiding van de Omgevingsdienst IJsselland. De directeur handelt bij de uitoefening van de taken genoemd in hoofdstuk 2 binnen de grenzen van het door de deelnemer(s) verstrekte mandaat. De directeur fungeert als secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur . Het dagelijks bestuur beslist over benoeming, ontslag en schorsing van de directeur .

Voormalig lid 4 is komen te vervallen, omdat een dergelijke instructie op papier in de praktijk niet plaatsvindt. Bovendien is het geen wettelijke verplichting. Personeel 27. 1. 2. Het dagelijks bestuur is belast met het tewerkstellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en met het schorsen en ontslaan van het personeel van het openbaar lichaam. Het dagelijks bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden volmachtigen aan de directeur van de dienst. Het eerste lid is niet juist. Een arbeidsovereenkomst is een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het dagelijks bestuur beslist daartoe (art. 57b Wgr), waarna de voorzitter hem mag verrichten namens de rechtspersoon (art. 57d Wgr). Op zich volgt dit ook al uit de wet en kan de bepaling dus weg. Het tweede lid volgt ook al uit de wet (art. 10:3 lid 1 en art. 10:12 Awb, én art. 3:61 BW). Arbeidsvoorwaarden- regeling 28. 1. 2. Er is een ondernemingsraad. Het dagelijks bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden volmachtigen aan de directeur van de dienst. Het dagelijks bestuur bepaalt, na overeenstemming met het georganiseerd overleg en met inachtneming van de bepalingen uit de Wet op de ondernemingsraden, onder welke voorwaarden arbeidsovereenkomsten worden aangegaan en welke CAO op het personeel in dienst van de Omgevingsdienst van toepassing is.

Dit artikel is komen te vervallen, omdat WOR al bepaalt dat er een OR moet zijn. Daar gaan partijen niet over . info artikel lid sub huidige tekst Hoofdstuk 6 Kostentoedeling, begroting en jaarrekening Kostentoedeling en bijdrageverordening 29. 1. Het algemeen bestuur stelt een Bijdrageverordening vast met betrekking tot de door de deelnemers te betalen financiële bijdragen voor de basistaken als genoemd in artikel 4. 2. 3. 4. 5. Uitgangspunt voor de Bijdrageverordening voor het onderdeel basistaken zijn de taken en de kosten van de bijbehorende formatie die door elke deelnemer jaarlijks worden ingebracht, vermeerderd met een percentage voor overhead. De Bijdrageverordening omvat een systematiek voor de toerekening van kosten aan facultatieve taken zoals genoemd in de artikelen 5 en 6. De Bijdrageverordening omvat een regeling over de toerekening van het exploitatiesaldo als bedoeld in artikel 30. De Bijdrageverordening omvat een regeling over de toerekening van desintegratiekosten bij uittreding van deelnemers zoals bedoeld in artikel 36. info artikel lid sub huidige tekst Hoofdstuk 6 Kostentoedeling, begroting en jaarrekening Kostentoedeling en bijdrageverordening 26. 1. 2. 3. 4. Het algemeen bestuur stelt een bijdrageverordening vast met betrekking tot de door de deelnemers te betalen financiële bijdragen voor de basistaken als genoemd in artikel 4.

Uitgangspunt voor de bijdrageverordening voor het onderdeel basistaken zijn de taken en de kosten van de bijbehorende formatie die door elke deelnemer jaarlijks worden ingebracht, vermeerderd met een percentage voor overhead. De bijdrageverordening omvat een systematiek voor de toerekening van kosten aan facultatieve taken zoals genoemd in de artikelen 5 en 6. De bijdrageverordening omvat een regeling over de toerekening van het exploitatiesaldo. Voormalig lid 5 is komen te vervallen, omdat de nieuwe wet voorschrijft dat dit voortaan geregeld is in de gemeenschappelijke regeling. Resultaatsbestemming 30. 1. 2. 3. Indien enig jaar een batig saldo oplevert, wordt dit saldo toegevoegd aan het weerstandsvermogen van de Omgevingsdienst IJsselland met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid. Het weerstandsvermogen mag worden aangehouden tot een door het algemeen bestuur bepaald maximaal noodzakelijk niveau, passend bij het risicoprofiel van de Omgevingsdienst. Het meerdere wordt terugbetaald aan de deelnemers op de wijze als geregeld in de Bijdrageverordening als bedoeld in artikel 29. Wanneer het algemeen bestuur een besluit heeft genomen omtrent het bijdragen door de deelnemers in het nadelig exploitatiesaldo, wordt het nadelig exploitatiesaldo door de deelnemers gedragen op de wijze als geregeld in de Bijdrageverordening als bedoeld in artikel 29.

Dit artikel is komen te vervallen, omdat het artikel ook al in de bijdrageverordening staat opgenomen. Niet nodig dat dit in de gemeenschappelijke regeling staat. Garantiebepaling 31. 1. 2. 3. De deelnemers dragen er steeds zorg voor dat de Omgevingsdienst IJsselland te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een gemeente weigert deze uitgaven op haar begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat de provincie weigert deze uitgaven op haar begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 198 en 199 van de Provinciewet. Garantiebepaling 27. 1. 2. 3. De deelnemers dragen er steeds zorg voor dat de Omgevingsdienst IJsselland te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/4000de05-4c53-4de9-a8b2-2e89117f0d1b?agendaItemId=a8692ad6-1370-4fa7-87ab-296de80cff06