CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Kaderbrief bij begroting Omgevingsdienst IJsselland 2026

Raadsvergadering 1 april 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken3.581 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief bij begroting Omgevingsdienst IJsselland 2026 Bijlage bij Beleidskaders 2.1 Wettelijk kader 2.1.1 Herziening richtlijn industriële emissies en kaderrichtlijn water 2.1.2 Toezicht Werkgebonden personenmobiliteit 2.1.3 Overige wettelijke ontwikkelingen 2.2 Autonome ontwikkelingen 2.2.1 Wet digitale overheid 2.2.2 Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer 2.2.3 Wet open overheid 2.3 Regionaal beleid 2.3.1 Zeer zorgwekkende stoffen 2.3.2 Ondermijning 2.3.3 Circulaire economie 2.3.4 Transitie landelijk gebied 2.3.5 Woningbouw(opgave) en bodemvraagtstukken 2.3.6 Robotisering en AI 2.3.7 Bouwtaken 2.3.8 Organisatieontwikkelingen Inhoudsopgave 1 Route naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland 3 2 5 5 5 5 5 6 6 6 6 7 7 7 7 8 8 8 8 9 3 Financiële kaders 3.1 Indexaties 3.1.1 Bijdrageverordening 3.1.2 Loonindexering 3.1.3 Prijsindexering 3.2 Uitgangspunten begroting 3.2.1 Overhead splitsen van primaire lasten 3.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering en ontwikkeling overhead 3.2.3 Risico's en weerstandsvermogen 3.2.4 Uniform begroten 3.3 Wijzigingsvoorstellen met financiële impact 3.3.1 Voorstel ontwikkelroute naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland 10 10 10 10 10 10 10 11 11 11 11 11 De belangrijkste ontwikkeling voor 2026 is het effectueren van onze route naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland.

Onder andere het Rijk, IPO en VNG hebben op basis van verschillende onderzoeken geconcludeerd dat het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in Nederland onvoldoende functioneert, met grote milieuschade als gevolg. Daarom is een proces gestart om in heel Nederland te komen tot robuuste omgevingsdiensten. Het Rijk, IPO en VNG eisen dat op 1 april 2026 alle omgevingsdiensten in Nederland robuust zijn. Net als nagenoeg alle andere omgevingsdiensten in Nederland, is ook onze OD niet robuust. Wij zien het als onze opdracht om te komen tot een realistische route naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland, die past bij de maatschappelijke opgaven in ons IJssellands werkgebied en ook voldoet aan de landelijke robuustheidseisen. Op 19 december 2024 vond er besluitvorming door het algemeen bestuur (AB) van de OD plaats. Het AB wil een realistische route volgen om te komen tot een robuuste OD in IJsselland. Het volledig voldoen aan de landelijke robuustheidseisen op 1 april 2026 acht het AB niet realistisch. Zij heeft daarom besloten om: In te stemmen met de ontwikkelroute naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland met slimme allianties en daarmee te streven om de taakuitvoering en de organisatie van Omgevingsdienst IJsselland in 2028 in overeenstemming te brengen met het landelijke robuustheidsniveau. 1. 2.Het benodigde structurele budget van ca.

€ 2,3 miljoen (prijspeil 2025) voor het actualiseren van vergunningen en het herstellen van de balans in de toezichtscapaciteit, te verwerken in de Kaderbrief 2026 en de Ontwerpbegroting 2026. 3. Over het benodigde structurele budget van ca. € 1 miljoen (prijspeil 2025), waarvan circa € 500 K in 2027 en circa € 500 K in 2028, voor het voldoen aan het landelijke robuustheids- niveau voor strafrechtelijke handhaving en bodemtoezicht, voor het instellen van een structureel innovatiebudget van 1% van de begroting en voor het ophogen van het opleidingsbudget tot 3% van de loonsom, op korte termijn op strategisch-bestuurlijk niveau in gesprek te gaan met het Rijk om te vragen op welke wijze het Rijk gaat bijdragen aan de financiering van dit budget. 4. Opdracht te geven aan de secretaris-directeur om uitvoering te geven aan de ontwikkelroute naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland. Als onderdeel van de route naar een robuuste OD IJsselland is gebleken dat voor een aantal taken nooit expliciet middelen beschikbaar zijn gesteld om deze uit te voeren op het minimum uitvoeringsniveau (zie beslispunt 2). Het gaat hierbij om het ‘actualiseren milieuvergunningen’ en ‘voldoende milieutoezicht met hercontroles’. 3 1. Route naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland 4 In de regio IJsselland zijn 590 bedrijven milieuvergunningplichtig.

De vergunningplichtige bedrijven vormen de groep met de meeste en zwaarste milieurisico's. Deze vergunningen moeten periodiek worden geactualiseerd. Bij de oprichting van de omgevingsdienst is onvoldoende budget beschikbaar gesteld om aan de wettelijke vereiste voor het actualiseren van vergunningen te voldoen. De benodigde middelen voor het actualiseren van deze milieuvergunningen zijn onderdeel van het totale verwachte structurele extra budget als gevolg van de ontwikkelroute naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland. Actualiseren milieuvergunningen Herstellen balans in toezichtscapaciteit Met de huidige middelen kan onvoldoende uitvoering worden gegeven aan de gemaakte (wettelijke) beleidsafspraken over het uitvoeringsniveau van milieutoezicht. Bij de herijking van VTH-uren in het eerdere programma van de OD (Samen Toekomstbestendig) is uitgegaan van één bedrijfscontrole, zonder opvolging in de vorm van een eventuele hercontrole. Deze constatering is destijds als disclaimer opgenomen, maar leidde niet tot opvolging anders dan dat op verschillende momenten melding is gemaakt van dit tekort. In de praktijk betekent dit dat er minder controles worden uitgevoerd, omdat de noodzakelijke hercontroles wel moeten worden uitgevoerd. De uitvoeringspraktijk loopt hierdoor achter de feiten aan en de achterstanden nemen toe.

De benodigde middelen voor het herstellen van deze balans in toezichtscapaciteit zijn onderdeel van het totale verwachte structurele extra budget als gevolg van de ontwikkelroute naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland. Voldoen aan landelijke robuustheidseisen Zoals gezegd eisen het Rijk, IPO en VNG dat op 1 april 2026 alle omgevingsdiensten in Nederland robuust zijn. Het volledig voldoen aan de landelijke robuustheidseisen op 1 april 2026 achten wij echter niet realistisch. Een deel van het benodigde structurele budget, namelijk ca. € 1 miljoen (prijspeil 2025), willen wij daarom uitspreiden over ca. € 500 K in 2027 en ca. € 500 K in 2028. Dit betreft structureel budget voor: het voldoen aan het landelijke robuustheidsniveau voor strafrechtelijke handhaving en bodemtoezicht (voor beide onderdelen voldoet de OD niet aan de landelijke robuustheidseisen); het instellen van een structureel innovatiebudget van 1% van de begroting (iedere organisatie heeft budget nodig voor innovatie, op dit moment heeft de OD daar geen budget voor); het ophogen van het opleidingsbudget tot 3% van de loonsom (het budget van de OD bedraagt op dit moment 2% van de loonsom; voor een kennisorganisatie als de OD is het opleidingsbudget van wezenlijk belang).

De ontwikkelroute naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland omvat een verwacht extra structureel budget van € 2,3 miljoen in 2026, oplopend tot € 3,3 miljoen in 2028. In paragraaf 3.3 staan de wijzigingsvoorstellen met financiële impact en de vertaling per deelnemer. Meer informatie op YouTube-kanaal OD IJsselland Meer informatie over het werk van de omgevingsdienst en de route naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland is beschikbaar op ons YouTubekanaal: Omgevingsdienst IJsselland - YouTube. In (een compilatie van) een informatiebijeenkomst voor raden en Staten wordt onder meer uitleg gegeven over de noodzaak van een robuuste omgevingsdienst in IJsselland. Nieuwe wetgeving op het gebied van VTH-taken milieu kan het takenpakket van de OD veranderen. We beschrijven ontwikkelingen als gevolg van nieuwe wetgeving die in overleg met de deelnemers tot aanpassing kan leiden. 5 2. Beleidskaders 2.1 Wettelijk kader 2.1.1 Herziening richtlijn industriële emissies en kaderrichtlijn water Sinds 1 augustus 2024 is de herziening van de richtlijn industriële emissies van kracht. De herziening richt zich op circulair en klimaatneutraal werken, striktere emissiegrenzen, meer transparantie en een nieuw hoofdstuk voor de veehouderij. Nederland moet deze vóór 1 juli 2026 in de wet verwerken.

Door de verlaging van de emissiegrens vallen nu ongeveer 400 bedrijven die eerder niet onder de richtlijn vielen, wel onder de regelgeving. Vanaf 2027 moet Nederland daarnaast voldoen aan de Kaderrichtlijn Water (KRW), die chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater als doel heeft. Omgevingsdiensten gaan toezicht houden op indirecte lozingen. Deze aangescherpte wet vraagt meer toezicht op lozingen en grondigere toetsing van vergunningen en meldingen, vooral bij (afval)water. In januari 2025 zijn de onderzoeksresultaten voor Overijssel beschikbaar. Voor beide ontwikkelingen geldt dat onderzocht moet worden wat de impact is op de uitvoering van het werk. Pas daarna wordt duidelijk wat de structurele gevolgen zijn. Als onze deelnemers de OD opdracht geven om de impact van deze ontwikkelingen op de uitvoering van het werk te analyseren, is hiervoor een incidenteel onderzoeksbudget benodigd. Hiermee kan de OD de impact van beide ontwikkelingen in beeld brengen en inzichtelijk maken hoe nieuwe wettelijke eisen hierin direct mee kunnen worden genomen. 2.1.2 Toezicht Werkgebonden personenmobiliteit Vanaf 1 juli 2025 is toezicht op werkgebonden personenmobiliteit een nieuwe wettelijke basistaak voor omgevingsdiensten.

Bedrijven met 100 of meer medewerkers moeten alle vervoersbewegingen (woonwerk- en dienstreizen) registreren en in de toekomst CO2-reductie realiseren. Deze verplichting geldt ook voor Omgevingsdienst IJsselland en andere bevoegde gezagen. Gesteld dat onze deelnemers de OD deze toezichtstaak willen laten uitvoeren, vraagt dit om extra inzet in 2026. 2.1.3 Overige wettelijke ontwikkelingen We zien in 2026 daarnaast nog een aantal wettelijke ontwikkelingen of ontwikkelingen als gevolg van regelgeving die relevant zijn in de uitvoering van het werk van de OD: Basisregistratie Ondergrond (BRO): Vanaf 2025 is het verplicht milieuhygiënische bodemgegevens aan te leveren. Om oude gegevens (voor de start van de dienst in 2018) toegankelijk te maken, is in 2026 een dataverbetering nodig. Dit verlaagt kosten en versnelt bodemonderzoeken. Asbest: Nieuwe EU-regels over asbest moeten vóór 2025 worden ingevoerd en kunnen leiden tot strengere eisen voor onderzoek en vergunningen. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb): De regels vanuit de Wkb met betrekking tot verbouwingen gaan mogelijk in in 2025. Dit kan uitvoeringsproblemen geven. Omgevingsdienst IJsselland ondersteunt hierbij voor deelnemers die deze uitvoeringstaak bij de dienst hebben belegd. Omgevingsplannen: Gemeenten moeten vóór 2030 een Omgevingsplan vaststellen. Omgevingsdienst IJsselland helpt met een uniforme aanpak.

6 2.2 Autonome ontwikkelingen Naast wettelijke ontwikkelingen zijn er ook autonome ontwikkelingen. Hiermee bedoelen we wettelijke verplichtingen die rechtstreeks gelden voor de OD en waar de OD aan moet voldoen of ontwikkelingen waar voor de OD geen keuzes in te maken is, maar die wel invloed hebben op de organisatie. 2.2.1 Wet digitale overheid De Wet digitale overheid regelt dat Nederlandse burgers en bedrijven veilig en betrouwbaar kunnen inloggen bij de (semi-)overheid. Daarmee wordt bedoeld dat burgers elektronische identificatiemiddelen (eID) krijgen met een substantiële of hoge mate van betrouwbaarheid. Belangrijke onderdelen hiervan zijn informatieveiligheid, privacy eisen en goede archivering (conform wetgeving). 2.2.2 Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer De wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer geeft de inwoners van IJsselland het recht om elektronische berichten aan de OD te sturen. De wet treedt op 1 januari 2026 in werking. Op initiatieven op het gebied van informatiehuishouding is in het verleden minimaal geïnvesteerd, waardoor achterstanden zijn ontstaan. 2.2.3 Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet. De Woo is bedoeld om overheden transparanter te maken. Deze wet maakt dat de OD steeds meer informatie actief openbaar moet maken.

Eind 2023 werd het ‘Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving’ voor de regio IJsselland opgesteld. In dit regionale beleid van de IJssellandse gemeenten en provincie Overijssel geven de colleges van de deelnemers hun ambities en prioriteiten mee aan de OD voor de taken die bij de OD zijn belegd. Het VTH-beleid is onderdeel van de regionale beleidscyclus. 7 2.3 Regionaal beleid 2.3.1 Zeer zorgwekkende stoffen De Nederlandse overheid geeft prioriteit aan het aanpakken van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), zoals PFAS, bestrijdingsmiddelen en microplastics, vanwege hun schadelijke effecten op mens en milieu. ZZS is een actueel onderwerp dat in toenemende mate leeft bij burgers, bestuurders en in de media. Het thema is beschreven in het VTH-beleid in de regio IJsselland, dat streeft naar vermindering van de uitstoot. Bedrijven zijn wettelijk verplicht ZZS-emissies te voorkomen of te beperken en Omgevingsdienst IJsselland ziet hierop toe. Het aanpakken van ZZS is complex en vraagt om kennisopbouw en samenwerking. Om grip op ZZS in de regio te krijgen, is het van belang dat gemeenten in IJsselland en de provincie Overijssel een concreet ambitieniveau en doelstellingen formuleren. Dit maakt het mogelijk om locaties met ZZS in kaart te brengen en het onderwerp verder te integreren in de uitvoering van taken.

Door toenemende maatschappelijke zorgen en strengere doelen wordt verwacht dat de vraag naar advies over ZZS in 2026 groeit. Dit leidt tot meer complexe adviezen, langere beoordelingstijden en meer tijd voor milieumeldingen en toezicht. 2.3.2 Ondermijning De vermenging van onder- en bovenwereld heeft grote gevolgen voor onze economie, samenleving en leefomgeving. Het bestrijden van ondermijning is een belangrijke taak voor gemeenten en bestuurders. In de regio IJsselland nemen drugslabs en dumpingen toe, en de OD speelt hierbij een signalerende rol. De OD coördineert toezicht, ondersteunt projecten en onderzoekt mogelijke bodemverontreiniging door drugsafval. Dit soort verontreiniging is nieuw voor de regio, en er is nog geen landelijk beleid voor onderzoek en schoonmaak. Omdat vaak onbekende stoffen worden gebruikt, is dit extra ingewikkeld. Door deze ontwikkelingen groeit de behoefte aan kennis en expertise over ondermijning. 2.3.3 Circulaire economie Nederland moet in 2050 volledig circulair zijn. In het VTHA-beleid staat dat Overijssel wil groeien naar een circulaire economie, waar een circulaire kunststofketen onderdeel van uitmaakt. Een economie gericht op hergebruik van grondstoffen en producten, het voorkomen van afval en het gebruik van hernieuwbare energie. Vergunningverlening, toezicht en handhaving kunnen een rol spelen in het realiseren van deze ambitie.

Als regionaal scherpere doelen worden bepaald op het gebied van circulaire economie, heeft dit mogelijk gevolgen voor de inzet op dit onderwerp. Het landelijk gebied staat voor grote opgaven: natuurherstel, verbetering van waterkwaliteit en -kwantiteit en vermindering van uitstoot door landbouw en landgebruik. Tegelijk is behoud en verbetering van leefbaarheid, identiteit en sociaaleconomisch perspectief cruciaal. Een toekomstbestendige aanpak vraagt om zorgvuldige belangenafweging en taakuitvoering. 8 2.3.4 Transitie landelijk gebied 2.3.5 Woningbouw(opgave) en bodemvraagstukken In de woondeal voor West-Overijssel (2022) is bepaald dat tot 2030 minimaal 28.200 woningen worden gebouwd. De ambitie van de provincie Overijssel ligt met 40.000 woningen nog hoger. De focus ligt hierbij op Zwolle, Deventer, Kampen en Hardenberg. Grote projecten, zoals de Spoorzone (Zwolle) en Venekwartier (Kampen), zorgen in 2026 voor een toename in aanvragen en vergunningen. Daarnaast neemt de vraag naar gasloze systemen, zoals warmtepompen, toe, net als toezicht op bodemenergiesystemen. Het elektriciteitsnet is bijna vol en buurten worden versterkt volgens het plan van netbeheerder Enexis. Dit vraagt extra inzet voor bodemadviezen en toezicht, met een piek in 2026. Ook wordt wetgeving verwacht voor energieopslagsystemen, wat leidt tot meer meldingen en aanvragen.

2.3.6 Robotisering en AI Technologische ontwikkelingen, zoals AI, robotisering en drones, worden belangrijker en naar verwachting structureel onderdeel van het werk van de omgevingsdienst. Dit vraagt betere digitale vaardigheden en zorgvuldig databeheer voor privacy en betrouwbaarheid. Grote technologische ontwikkelingen, zoals kunstmatige intelligentie, big data en cloud computing geven enorme kansen. De OD kan het werk hiermee op een andere manier uitvoeren, waardoor de inzet van mensen en middelen anders georganiseerd wordt, bijvoorbeeld omdat er anders toezicht wordt gehouden. 2.3.7 Bouwtaken De bouwtaken voor de gemeente Ommen zijn gegroeid en vragen in 2026 meer uren, met name op het gebied van vergunningverlening. De snel veranderende wereld vraagt om een wendbare, toekomstgerichte aanpak. Maatschappelijke, wettelijke en technologische ontwikkelingen, zoals de Omgevingswet, energietransitie, klimaatadaptatie en datagedreven werken, beïnvloeden het werk van Omgevingsdienst IJsselland sterk. In 2024 zijn de missie, visie en kernwaarden van de organisatie herijkt en gevormd. Dit is het begin van een organisatieontwikkeling in drie stappen: richten, inrichten en verrichten. In 2026 ligt de focus op het bestendigen van de veranderingen, met extra aandacht voor leren en ontwikkelen.

Uitgangspunt voor deze organisatie-inrichting is om zo effectief en efficiënt mogelijk te werken voor inwoners en bedrijven, opdrachtgevers en eigenaren. Het relatiebeheer en accountmanagement, innovatie, strategisch advies en programma- en projectmanagement zijn in het team Opgaven & Ontwikkeling belegd. Dit team is verantwoordelijk is voor het realiseren van de afspraken, zoals vastgelegd in zogenaamde jaaropdrachten en het regionale uitvoeringsprogramma, het ontwikkelen en implementeren van nieuwe producten en diensten, het samenbrengen van kennis en innovatie, programma- en projectmanagement en strategisch advies. 9 2.3.8 Organisatieontwikkelingen 10 3. Financiële kaders 3.1 Indexaties 3.1.1 Bijdrageverordening De hoogte van de jaarlijkse bijdrage wordt vastgesteld volgens de Bijdrageverordening Omgevingsdienst IJsselland. De financiële bijdrage van de deelnemende gemeenten is gebaseerd op de afgesproken verdeelsleutel en de benodigde financiële middelen voor de uitvoering van onze taken. In de begroting wordt de voorlopige bijdrage per deelnemer vastgesteld en in de vastgestelde afrekening de definitieve afrekening. Daarnaast wordt de jaarlijkse bijdrage gebaseerd op een indexatie op basis van CPB-indices. Op deze manier houden we rekening met de verwachte prijsstijgingen en worden de financiële middelen in lijn gebracht met de werkelijke lasten.

3.1.2 Loonindexering Voor de loonindexering gaan we uit van de loonkosten in het betreffende jaar vermeerderd met de loonindex op basis van de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (cao SGO). Nu er nog geen cao is voor de periode vanaf april 2025, wordt uitgegaan van de percentages in de septembercirculaire 2024 die vermeld staan bij prijsindexen. In de circulaire van 2024 is de index loonvoet sector overheid voor lonen 2026 bepaald op 3,8 %. Doordat uitgegaan wordt van de werkelijke cao-uitkomsten, worden verschillen in de loonkosten tussen begroting en realisatie (met vertraging) gecorrigeerd. 3.1.3 Prijsindexering Voor indexering van prijzen voor begroting 2026 wordt uitgegaan van het percentage dat in de septembercirculaire 2024 staat vermeld bij prijsindexen voor prijs overheidsconsumptie. In de circulaire zijn indexen opgenomen die het Centraal Planbureau onderscheidt voor de overheidssector. Het percentage is gebaseerd op de meest recente publicaties. Dit betekent voor de prijzen een stijging van 2,20% ten opzichte van het jaar 2025. 3.2 Uitgangspunten begroting De OD streeft naar zoveel mogelijk transparantie in baten en lasten om de financiële situatie en de verdeling van de baten en lasten zo duidelijk mogelijk te maken. In de begroting 2026 worden de overheadlasten en de lasten van de uitvoering van het primaire proces daartoe van elkaar gescheiden.

Dit geeft een beter inzicht in de lasten die direct gerelateerd zijn aan de uitvoering van de taken van de OD en de lasten die indirect bijdragen aan de ondersteuning van deze taken. Door deze lasten te splitsen, kunnen we de lasten beter toewijzen aan de verschillende activiteiten en projecten en is het overzicht gedetailleerder. 3.2.1 Overhead splitsen van primaire lasten 11 3.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering en ontwikkeling overhead In de begroting 2026 wordt in de paragraaf ‘Bedrijfsvoering’ inzicht gegeven in de opbouw en samenstelling van de overhead die de deelnemers gezamenlijk dragen. Met de uitbreiding van taken groeit de omvang van de organisatie, wat leidt tot extra vraag op het gebied van bedrijfsvoering en ondersteuning van de primaire taken. Naast de uitvoering van de primaire taken, draagt een professionele bedrijfsvoering ook bij aan de robuustheid van de organisatie. Daarbij wordt de groei van de overheadkosten kritisch beschouwd. Het uitgangspunt is niet dat de overhead automatisch met een vast percentage meegroeit; de groei van de overhead is proportioneel aan de uitbreiding van de primaire taken. 3.2.3 Risico's en weerstandsvermogen De OD heeft in toenemende mate te maken met onzekerheden. Bijvoorbeeld als gevolg van de krappe arbeidsmarkt of door oplopende inhuurtarieven.

Risico’s kunnen forse financiële gevolgen hebben en er zijn risico’s die de realisatie van doelstellingen in de weg kunnen staan. Daarmee zijn risico’s een belangrijk onderwerp voor sturing. Voor de begroting 2026 wordt de risicoanalyse geactualiseerd op basis van de jaarrekening 2024, zodat voldaan wordt aan de minimale vereisten van het weerstandsvermogen. 3.2.4 Uniform begroten Met de groei in facultatieve taken zijn er de afgelopen jaren verschillende afspraken gemaakt over de vergoeding van kosten. Met het scheiden van de overhead van de structurele facultatieve taken, ontstaat er meer uniformiteit en beter inzicht in de administratie. 3.3 Wijzigingsvoorstellen met financiële impact In hoofdstuk 1 en 2 staan ontwikkelingen benoemd die effect kunnen hebben op het werk, de uitvoering of de capaciteit van de OD. In deze paragraaf worden de ontwikkelingen die een financieel gevolg hebben, benoemd en financieel vertaald. 3.3.1 Voorstel ontwikkelroute naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland In hoofdstuk 1 werd de ontwikkelroute naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland toegelicht. Het besluit van het algemeen bestuur om het benodigde structurele budget voor het actualiseren van vergunningen en het herstellen van de balans in de toezichtscapaciteit, te verwerken in de Kaderbrief 2026 en de Ontwerpbegroting 2026, heeft gevolgen voor de begroting 2026.

Dit leidt tot een verwachte uitbreiding ten opzichte van de huidige begroting met een structureel budget van € 2.343.698 in 2026. Dit bedrag is gebaseerd op het uurtarief in 2025. 12 Het jaar 2026 is een jaar waarin gemeenten te maken hebben met krimpende financiële middelen ten opzichte van de taken die zij uitvoeren. Dit leidt tot complexe keuzes die in dat kader moeten worden gemaakt. Voorop staat dat de OD een kosteneffectieve organisatie is, die waar mogelijk ontwikkelingen binnen haar bestaande begroting opvangt. De realiteit is echter dat voor de OD in 2026 een structurele investering noodzakelijk is om de taakuitvoering op tenminste een wettelijk minimum uitvoeringsniveau te brengen binnen de vastgestelde uitgangspunten en het uniforme regionale VTH-beleid. In onderstaande tabel staan de verwachte extra bijdragen per deelnemer. De berekeningen en verwachte bijdragen in de ontwikkelroute zijn gebaseerd op het uurtarief van 2025, zonder indexatie. In de ontwerpbegroting 2026 worden definitieve cijfers gepresenteerd, inclusief het effect van het voldoen aan de minimum uitvoeringseisen op het uurtarief voor 2026. Colofon Samenstelling: OD IJsselland Omgevingsdienst IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle 088 5251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/e95f16f4-d3f1-46cd-831d-1da9543651a1?agendaItemId=b2ab8123-69a0-489e-be39-368ed62bf8fd