3.0 VNG - Interbestuurlijke samenwerking en financiele ruimte in de nieuwe raadsperiode.pdf
Tekst van het document
U201800330 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Samenvatting In de aanloop naar de ALV van 27 juni a.s. gaan wij in deze ledenbrief in op: - onze inzet in de afgelopen periode richting het nieuwe kabinet - het Interbestuurlijk Programma (IPB) met kabinet, provincies en waterschappen - de toezeggingen van het kabinet op vier belangrijke knelpunten in het sociaal domein - het financieel perspectief van gemeenten in de komende raadsperiode. In de afgelopen periode was onze inzet richting het nieuwe kabinet gericht op drie doelen: gelijkwaardige samenwerking, meegroeien van het gemeentefonds met de rijksuitgaven (“samen trap op, trap af”) waarbij de voeding van het gemeentefonds is gebaseerd op het “brede begrotingskader” en de oplossing van hardnekkige financiële problemen in het sociaal domein. Het bestuur heeft op 14 februari overeenstemming bereikt over de “programmastart IBP”. Dit bevat uitgangspunten voor samenwerking en meegroeien van het gemeentefonds met de rijksuitgaven. Parallel is met het kabinet gesproken over vier knelpunten in het sociaal domein: stapeling van tekorten voor een aantal gemeenten, tekorten in de Bundeling Uitkeringen inkomensvoorzieningen (BUIG), volumegroei in de uitgaven voor jeugd en de gevolgen van openeinde regelingen.
De afspraken met het kabinet op deze knelpunten maken geen deel uit van het IBP. Wel bepalen deze afspraken samen met het IBP het financiële kader voor de komende periode. Het VNG bestuur zal het IBP met een positief advies ter bekrachtiging aan u voorleggen in de ALV van 27 juni a.s. Daarnaast worden voorstellen voorgelegd voor een Fonds Tekortgemeenten en legt het bestuur verantwoording af over de uitvoering van eerder door de ALV aangenomen moties over het sociaal domein. Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad Datum 16 mei 2018 Ons kenmerk COS/U201800330 Lbr. 18/019 Telefoon 070 373 8393 Bijlage(n) 1 Onderwerp Interbestuurlijke samenwerking en financiële ruimte in de nieuwe raadsperiode U201800330 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Geacht college en gemeenteraad, Gelet op de brede zorg bij gemeenten over hun financiële positie en een aantal actuele ontwikkelingen, gaan wij in de aanloop naar de ALV van 27 juni a.s. in deze ledenbrief in op: 1. onze inzet in de afgelopen periode richting het nieuwe kabinet 2. de afspraken die met het kabinet, de provincies en de waterschappen zijn gemaakt over het Interbestuurlijk Programma (IBP) 3. de toezeggingen van het kabinet op vier belangrijke knelpunten in het sociaal domein 4.
de betekenis hiervan voor het financieel perspectief van gemeenten in de komende raadsperiode 5. besluitvorming in de ALV van 27 juni a.s. 1. Onze inzet richting het nieuwe kabinet: drie doelen Met de recente decentralisaties in het sociaal domein hebben gemeenten zware extra verantwoordelijkheden gekregen die hun inwoners direct raken. Dat vraagt om andere verhoudingen tussen de overheden, zowel financieel als inhoudelijk. Het bestuur heeft daarom een uitbreiding van de financiële ruimte bepleit en ingezet op goede afspraken met het kabinet op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid. In de afgelopen periode was onze inzet richting het nieuwe kabinet gericht op drie doelen. Allereerst dat wij met Rijk, provincies en waterschappen op een gelijkwaardige manier samenwerken aan een aantal belangrijke maatschappelijke vraagstukken. Aan de leden Datum 16 mei 2018 Ons kenmerk COS/U201800330 Lbr. 18/019 Telefoon 070 373 8393 Bijlage(n) 1 Onderwerp Interbestuurlijke samenwerking en financiële ruimte in de nieuwe raadsperiode Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/12 Ten tweede dat de omvang van het gemeentefonds meegroeit met de rijksuitgaven (het “samen tr ap op trap af”-principe) en dat de voeding van het gemeentefonds wordt gebaseerd op het “brede begrotingskader”. Dat brede begrotingskader bestaat uit de rijksuitgaven, inclusief zorg en sociale zekerheid.
Dit is van belang omdat de zorg een steeds groter deel van de gemeentelijke uitgaven betreft. Op dit nieuwe financiële kader mogen geen financiële verplichtingen rusten. De gemeenteraad beslist over de inzet van deze middelen. Wel zijn gemeenten risicodrager waar eigen beleidskeuzen worden gemaakt. Ten derde dat een aantal hardnekkige financiële problemen in het sociaal domein worden opgelost. Daarbij hebben wij ons specifiek gericht op vier knelpunten: de stapeling van tekorten voor een aantal gemeenten, de tekorten in de Bundeling Uitkeringen inkomensvoorzieningen (BUIG), de volumegroei in de uitgaven voor jeugd en de gevolgen van openeinde regelingen. 2. Interbestuurlijk Programma van Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen Programmastart Interbestuurlijk Programma (IBP) Het bestuur heeft op 14 februari jl. overeenstemming bereikt met Rijk, IPO en UvW over de “Programmastart IBP”, waarin de uitgangspunten zijn vastgelegd voor de gezamenlijke aanpak van tien belangrijke maatschappelijke vraagstukken. Dit luidt een nieuwe fase in van samenwerking, gebaseerd op gezamenlijkheid, gelijkwaardigheid en wederkerigheid.
(bijlage: Programmastart IBP) Daarbij zijn concrete afspraken gemaakt over het meegroeien van het gemeentefonds met de Rijksuitgaven (het “samen trap op trap af”-principe), inclusief dat de voeding van het gemeentefonds wordt gebaseerd op het “brede begrotingskader”. Dat betekent dat gemeenten in de komende kabinetsperiode een hogere groei van het gemeentefonds tegemoet kunnen zien en dat meer- en minderuitgaven van het Rijk doorwerken in de omvang van het gemeentefonds. Dit leidt ertoe dat het gemeentefonds de komende vijf jaar groeit met € 2,88 miljard, bovenop het oorspronkelijke groeipad van € 2,55 miljard. Overigens is deze financiële ruimte voor een belangrijk deel noodzakelijk voor het opvangen van onder meer loon- en prijsontwikkelingen en oplopende rekeningen en groei in het sociaal domein. Het VNG-bestuur is van mening dat de inhoudelijke en financiële uitgangspunten in de Programmastart IBP een goede basis vormen om programmatische afspraken te maken over de gezamenlijke aanpak van belangrijke maatschappelijke vraagstukken. De gevolgen van de klimaatverandering, het tekort aan betaalbare woningen, het toenemende aantal mensen met problematische schulden en het behoud van de leefbaarheid in de stad en op het platteland. Het is slechts een greep uit de grote maatschappelijke opgaven waar gemeenten nu al aan werken.
Het zijn opgaven die zich niet beperken tot de grenzen van een gemeente of regio of een bepaald beleidsterrein. Proces IBP Het bestuur heeft zich bij de voorbereiding van de afspraken in de Programmastart IBP gericht op het verwezenlijken van goede randvoorwaarden voor gemeenten en op goede uitgangspunten voor interbestuurlijke samenwerking. In de Programmastart IBP zijn, anders dan in bestuursakkoorden uit het verleden, nog geen concrete taken en financiële verplichtingen voor gemeenten vastgelegd. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/12 Na de verdere gezamenlijke uitwerking van de geselecteerde maatschappelijke vraagstukken zullen deelakkoorden worden opgesteld, waarover de leden zullen worden geconsulteerd. Op dit moment werken de overheden reeds samen aan de geselecteerde maatschappelijke vraagstukken. De precieze werkwijze en het stadium waarin de aanpak van het vraagstuk zich bevindt verschilt sterk per vraagstuk. De VNG heeft hierover veel contacten met de achterban en tijdens de IBP-dagen op 4 en 5 april jl. is met een groot aantal ambtelijk vertegenwoordigers van uw gemeenten reeds intensief van gedachten gewisseld.
IBP in relatie tot ALV motie tekorten Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen (BUIG) In de ALV van 14 juni 2017 is een motie aangenomen waarin de VNG werd opgeroepen om bij het toenmalige kabinet te pleiten voor het zo spoedig mogelijk ongedaan maken van het achterstallig (financieel) onderhoud op het beleidsterrein Werk en Inkomen, in het bijzonder het budget voor de uitvoering van de bijstand. Daarnaast moest adequate financiering van wettelijke taken onderdeel van – en voorwaarde voor – een te sluiten bestuursakkoord met een nieuw kabinet zijn. Nadat het niet mogelijk bleek met het vorige kabinet tot afspraken te komen, heeft het bestuur parallel aan de voorbereiding van het IBP met het nieuwe kabinet afspraken gemaakt over een aantal financiële knelpunten in het sociaal domein. In paragraaf 3 gaan wij nader in op de specifieke toezeggingen van het kabinet op deze knelpunten, waaronder de toezegging van een onderzoek door de ROB naar de BUIG. Naar de inschatting van het bestuur zijn de door het Rijk gedane toezeggingen het maximaal haalbare en bieden zij voldoende aanknopingspunten om in de komende periode de belangrijke punten voor gemeenten op tafel te houden. Daarbij beseft het bestuur dat met de huidige procesafspraak over het ROB onderzoek de discussie over de BUIG nog niet is afgerond.
Tegelijkertijd acht het bestuur de financiële uitgangspunten in de Programmastart IBP van groot belang voor gemeenten en zijn in de Programmastart IBP nog geen concrete taken en financiële verplichtingen voor gemeenten vastgelegd. Alles overwegende heeft het bestuur ermee ingestemd om, vooruitlopend op definitieve besluitvorming in de ALV van 27 juni a.s., op basis van de uitgangspunten in de Programmastart IBP gezamenlijk te werken aan de tien maatschappelijke vraagstukken. Filosofie en aanpak IBP: maatschappelijk opgaven/gedeelde ambities Veel van de maatschappelijke opgaven die op dit moment spelen beperken zich niet tot het terrein van gemeenten, het Rijk of de provincies, maar gaan over die grenzen heen. Duidelijke en herkenbare voorbeelden daarvan zijn de aanpak van klimaat en schuldhulpverlening. In de uitvoeringspraktijk blijkt dat bevoegdheden en verantwoordelijkheden zich bevinden op het werkterrein van meerdere overheden. En dat de verschillende overheden samen willen optrekken om snellere en betere resultaten te boeken. De koepels van gemeenten, provincies en waterschappen hebben dit thema alweer bijna een jaar geleden, met de Investeringsagenda Naar een duurzaam NL, op de formatietafel ingebracht.
Ons uitgangspunt daarbij was om met het nieuwe kabinet een nieuwe fase van interbestuurlijke samenwerking in te gaan, gebaseerd op gezamenlijkheid, gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5/12 We wilden daarbij nog verder gaan: samenwerking zou zich ook moeten uitstrekken tot niet- overheidspartijen, ook het bedrijfsleven, (zorg)verzekeraars en andere instituties moeten –op basis van gelijkwaardigheid– betrokken worden en volop meedoen. We willen een breed gedeelde en gevoelde verantwoordelijkheid bereiken voor een aanpak van problemen waar de inwoners van onze gemeenten echt iets van merken. Regeerakkoord en Programmastart IBP Op basis van eerdere afstemming met het kabinet wordt in het Regeerakkoord bij verschillende thema’s gesproken over ‘programmatische afspraken’ tussen kabinet en decentrale overheden. We hebben met betrokken departementen onderzocht welke onderwerpen voor zo’n gezamenlijke aanpak in aanmerking komen. Die onderwerpen zijn geagendeerd in de Programmastart IBP, die op 14 februari jl. door alle partijen is onderschreven. Alle partijen onderschrijven het uitgangspunt dat we op die thema’s elkaar nodig hebben. Dat is in de eerste plaats belangrijk omdat de burger dat van zijn overheid verwacht en ook mag verwachten.
Maar vooral omdat we ervan zijn overtuigd dat die vorm van samen optrekken nodig is om de urgente maatschappelijke resultaten effectiever en sneller te kunnen realiseren. De Programmastart IBP bevat daarnaast afspraken over het financiële kader waarbinnen gemeenten de komende jaren kunnen opereren. Bij dit brede financiële kader staan wij in paragraaf 4 stil. De opgaven die we voor de inzet van alle overheden hebben geformuleerd zijn: De hiervoor genoemde thema’s worden breed herkend als belangrijke maatschappelijke en bestuurlijke onderwerpen. Aan de meeste thema’s wordt al door gemeenten en regio’s gewerkt. Door de nieuwe interbestuurlijke werkwijze kunnen betere resultaten worden behaald. Waarbij niet uitgegaan moet worden van landelijke blauwdrukken: de aanpak kan lokaal of regionaal verschillen en lokaal of regionaal meer of minder prioriteit krijgen. Wat dat betreft zal het IBP ook een andere manier van werken vragen van de medeoverheden. Een werkwijze waarin het Rijk meer de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6/12 aansluiting zoekt bij de praktijk van de decentrale overheden en zorgt dat belemmeringen waar men op lokaal niveau tegenaan loopt worden weggenomen. Het IBP geeft Rijk en gemeenten een basis om elkaar de komende jaren hierop aan te spreken. Opgaven voor de komende periode De komende periode wordt verder verkend hoe we tot een succesvolle gezamenlijke aanpak komen die recht doet aan het uitgangspunt van lokale en regionale verschillen. We hebben ambtenaren uit het hele land uitgenodigd om vanuit de dagelijkse praktijk voorstellen te ontwikkelen die tot de beste aanpak kunnen leiden. Rond de zomer verwachten we daarvan de eerste uitwerkingen, zodat de nieuw gevormde colleges zich daarover een oordeel kunnen vormen. 3. Knelpunten sociaal domein Overleg met het kabinet over knelpunten sociaal domein Met het kabinet hebben wij parallel aan de voorbereiding van het IBP gesproken over een aantal financiële knelpunten in het sociaal domein. Op deze knelpunten was het ons eerder niet gelukt om afspraken te maken met het vorige kabinet. Door het VNG-bestuur is aan de onderhandelingstafel opnieuw ingezet op een oplossing voor de tekorten waarmee gemeenten te maken hebben in het sociaal domein. Deze knelpunten mogen geen belemmering blijven vormen voor het aanpakken van nieuwe maatschappelijke opgaven in de komende jaren.
Ook bij het huidige kabinet was er echter weinig bereidheid om alsnog tot een oplossing van deze knelpunten te komen. Het Rijk was van mening dat gemeenten met de ruimere middelen in het gemeentefonds reeds voldoende financiële ruimte hadden gekregen. Dit was voor het bestuur reden om onze inzet te richten op vier concrete knelpunten: de stapeling van tekorten voor een aantal gemeenten, de tekorten in de Bundeling Uitkeringen inkomensvoorzieningen (BUIG), de volumegroei in de uitgaven voor jeugd en de gevolgen van openeinde regelingen. Beperkte toezeggingen van het kabinet Wij hebben op deze vier knelpunten niet al onze doelen bereikt, maar wel de volgende toezeggingen bij het Rijk bedongen: - er komt een Fonds Tekortgemeenten om gemeenten met de grootste financiële problemen in 2018 (gedeeltelijk) te compenseren. Dit Fonds wordt gevuld door Rijk en gemeenten - de ROB brengt een advies uit over het functioneren van de systematiek van de Bundeling Uitkeringen inkomensvoorzieningen (BUIG) - er komt een onderzoek naar de feitelijke uitgaven voor jeugd. Over de volumegroei konden Rijk en VNG het eerder niet eens worden - met het Rijk wordt gezocht naar maatregelen om de financiële risico’s te beperken van enkele openeinde regelingen in de zorg.
Een streep onder het verleden Tegelijkertijd is een streep gezet onder het verleden door financiële geschilpunten tussen Rijk en gemeenten op andere dossiers in het sociaal domein die betrekking hebben op de jaren tot en met 2017 te laten vervallen. Dit betreft discussies over Veilig thuis, de hogere loonschaal huishoudelijke hulp, de volume indexatie jeugd 2018-2019 mits niet hoger dan 2,5%, de kosten van bewindvoering, de WSW en de participatie van statushouders. Deze onderdelen worden door Vereniging van Nederlandse Gemeenten 7/12 gemeenten uit eigen middelen betaald. Als gemeenten in de komende jaren (2018 en verder) opnieuw worden geconfronteerd met feitelijke kosten die zij redelijkerwijs niet zelf kunnen dragen zal de VNG die uiteraard agenderen bij het Rijk. Ook blijft artikel 2 Financiële-Verhoudingswet onverkort van toepassing. Dat betekent dat bij een nieuwe taak voor gemeenten het Rijk moet motiveren hoe deze nieuwe taak moet worden gefinancierd. Deze afspraken over knelpunten in het sociaal domein maken geen deel uit van het IBP. Wel bepalen deze afspraken samen met het IBP het financiële kader waarbinnen de gemeenten in de komende periode moeten opereren. Op de toezeggingen van het Rijk op de vier genoemde knelpunten gaan wij hier nader in. 1.
Gemeenten met een stapeling van tekorten (Fonds Tekortgemeenten) De medeoverheden hebben in het IBP afgesproken om een fonds voor tekortgemeenten te creëren om gemeenten met een stapeling van tekorten op de nieuwe taken van jeugd en Wmo in de jaren 2016 en 2017 deels te compenseren. Het gaat in totaal om een bedrag van € 200 miljoen, waarvan € 100 miljoen door het Rijk ter beschikking wordt gesteld en € 100 miljoen uit het Gemeentefonds afkomstig is. Over het ter beschikking stellen van de € 100 miljoen door gemeenten moeten de leden tijdens de ALV besluiten. Er wordt gewerkt aan een voorstel voor de criteria en de governance voor het fonds. Ook dat voorstel wordt door het bestuur voorgelegd aan de leden in de ALV van 27 juni a.s. 2. Tekorten Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen (BUIG) Ons uitgangspunt is dat gemeenten moeten kunnen rekenen op BUIG budgetten die toereikend zijn, zodat gemeenten financieel niet in de problemen komen, zelfs niet als dat tijdelijk is. Duidelijk is dat de gemeenten gezamenlijk in de afgelopen jaren aanzienlijke tekorten hebben, zoals blijkt uit de volgende afbeelding.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8/12 Daarbij is sprake van grote verschillen tussen individuele gemeenten en regio’s, zoals op de landkaart met overschot- en tekortgemeenten in 2017 is te zien (bron: voorlopige realisaties 2017). De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) zal nader onderzoek naar de BUIG verrichten. Daarbij spelen uiteenlopende vraagstukken, waaronder de wijze waarop de instroom van statushouders daarin wordt verwerkt en de spanning tussen de systematiek van de Rijksbegroting en die van de gemeentelijke begroting. Het VNG-bestuur heeft ingezet op een zo breed mogelijk onderzoek door de ROB zonder beperkingen vooraf. Dit onderzoek door de ROB bleek in de gesprekken met het Rijk het maximaal haalbare. De problematiek van de tekorten op de BUIG houden wij daarmee op tafel. De ROB is zich bewust van het belang van zijn advies. Het is op dit moment nog onzeker of dit rapport beschikbaar is voor de ALV van 27 juni a.s. 3. Volumegroei jeugd Ten derde speelt de onzekerheid over de volumegroei bij jeugd. Volgens de VNG is het verstandig om de discussie over de volumegroei bij jeugd te concentreren op de overgang van deze gelden naar de algemene uitkering van het Gemeentefonds. Met het Rijk is afgesproken dat er nader onderzoek komt naar de feitelijke uitgaven.
Het Rijk wilde aanvankelijk op voorhand voorkomen dat de uitkomsten van dit onderzoek gevolgen zouden kunnen hebben voor het macrobudget. Die beperking hebben wij weten te voorkomen. Daarmee blijft ook dit punt op tafel. 4. Risico’s van openeinde regelingen Een laatste belangrijk knelpunt betreft het beperken van negatieve financiële consequenties voor gemeenten bij de zogenaamde openeinderegelingen. Dit betreft regelingen rond het
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 9/12 abonnementstarief en bewindvoering. Ook voor dit punt hebben we aandacht gevraagd bij het kabinet. Voor bewindvoering zijn de kosten in veel gemeenten de afgelopen jaren fors opgelopen. Gemeenten hebben die zelf moeten opvangen, daarvoor zijn geen extra middelen beschikbaar gekomen van het Rijk. Het kabinet wil de verdere groei van de bewindvoeringskosten beteugelen. Over het abonnementstarief zijn wij in gesprek met het Rijk. Onderwerp van gesprek is onder meer het uitzonderen van het abonnementstarief van woningaanpassingen in 2019 en de mogelijke invoering van een ‘eigen kracht toets’. Hiermee zou de gemeente kunnen beoordelen of een cliënt ook financieel gezien zelf in staat is om een voorziening te regelen. De toezeggingen die op deze vier punten door het kabinet zijn gedaan bieden naar de inschatting van het bestuur voldoende aanknopingspunten om in de komende periode de belangrijke punten voor gemeenten op tafel te houden. De VNG zal hier scherp en alert op zijn, wetende dat het kabinet tot dusverre slechts beperkt bereid was om tot oplossingen te komen. Overigens zijn er naast deze vier punten zeker nog andere thema’s in het sociaal domein waarop de VNG in de komende periode het gesprek met het kabinet zal aangaan. 4.
Het brede financiële kader Brede koppeling aan Rijksuitgaven Het IBP bevat ook het financiële kader waarbinnen gemeenten de komende jaren kunnen opereren. Een belangrijk element daarin is dat het gemeentefonds de komende jaren blijft meegroeien met de rijksuitgaven. Bovendien is de koppeling verbreed, waardoor het Gemeentefonds mee beweegt met de totale rijksuitgaven, inclusief de zorg en sociale zekerheid. Voor de VNG is dit verbreden van “de trap op, trap af”-systematiek steeds een belangrijk punt geweest in de lobby rond de kabinetsformatie. Ook omdat gemeenten er veel zorgtaken bij hebben gekregen sinds 2015 is het logisch dat het gemeentefonds meebeweegt met de zorguitgaven van het Rijk. In het IBP is deze verbreding van de normeringssystematiek nu geregeld. Gevolg is dat het gemeentefonds de komende jaren harder zal gaan groeien dan voorheen (hogere accressen). Waar eerst een groei was voorzien van € 2,55 miljard in de komende 5 jaar, komt daar nu € 2,88 miljard euro bovenop. Een verruiming van het kader dus naar in totaal € 5,43 miljard in de komende jaren. Het basispad van € 2,55 miljard is door gemeenten al verwerkt in hun (meerjaren)begroting.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 10/12 Ontwikkeling gemeentefinanciën: hoger accres is hard nodig Met de verbreding van de normeringssystematiek is ook voor de lange termijn financiële stabiliteit en groei veiliggesteld, waarbij de gemeenteraad de volledige vrijheid houdt om de inzet van middelen af te stemmen op de lokale prioriteiten, opgaven en ambities. Tegelijkertijd zien we aan de uitgavenkant dat er grote opgaven liggen voor de komende jaren, waardoor de financiële ruimte die is gecreëerd meer dan nodig zal zijn om invulling te kunnen geven aan alle lokale opgaven. Het basispad van € 2,55 miljard hadden gemeenten al verwerkt in hun (meerjaren)begroting. De € 2,88 miljard die daar bovenop komt met het IBP zal deels nodig zijn voor het opvangen van de oplopende loon- en prijsontwikkeling. Een ander deel van die financiële ruimte zal nodig zijn voor de oplopende rekeningen en groei in het sociaal domein, waarvoor in de gesprekken met het Rijk maar in beperkte mate een oplossing is gevonden. Bovendien leiden zaken als verhoging van de btw naar 9%, de invoering van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de implementatie van de Omgevingswet tot extra uitgaven. De uitdaging voor iedere gemeente zal dan ook zijn om in de eigen specifieke situatie het juiste evenwicht te vinden tussen de ambities en de uitgaven in het sociaal domein.
De totale begroting van de gemeenten De totale begroting van gemeenten omvat € 57 miljard, waaronder eigen belastinginkomsten, specifieke uitkeringen en het Gemeentefonds. Gemeenten zullen zich ook moeten richten op het verleggen van bestaande geldstromen zodat deze kunnen helpen bij het zetten van stappen rond de maatschappelijke opgaven uit het IBP.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 11/12 Gemeenteraad beslist over inzet middelen Een ander belangrijk element is dat er geen verplichtingen rusten op het nieuwe financiële kader. De hogere accressen zijn een gevolg van de vernieuwde normeringssystematiek en dat betekent ook dat de gemeenteraad beslist over de inzet van deze middelen. Met het IBP is dit uitgangspunt nog weer eens bekrachtigd. Gemeenten krijgen met deze aanpassing van de normeringssystematiek een meer gelijkwaardige financiële positie, en daarmee ook erkenning voor het feit dat de rol van gemeenten in het sociaal domein is toegenomen. Daar hoort wel bij dat gemeenten risicodrager zijn waar eigen beleidskeuzen worden gemaakt. Wij gaan er vanuit dat de medeoverheden op basis van een gedeelde inhoudelijke analyse op lokaal niveau tot samenwerking komen bij de aanpak van de gezamenlijke maatschappelijke opgaven in het IBP. Daarbij passen geen verplichtingen over de inzet van accres door de gemeenten. 5. ALV 27 juni en aanpak maatschappelijke vraagstukken in de komende periode Niet alle afspraken uitgekristalliseerd, wel alvast aan de slag Op dit moment zijn nog niet alle afspraken met het Rijk uitgekristalliseerd. De onderzoeken naar BUIG en naar de feitelijke uitgaven voor jeugd lopen nog. Ook lopen er, zoals hiervoor reeds aangegeven, nog gesprekken over openeinde regelingen.
Een voorstel voor de voeding en werkwijze van het Fonds Tekortgemeenten wordt in de ALV van 27 juni a.s. aan de leden voorgelegd. Tegelijkertijd werken de overheden lokaal al voortvarend samen aan de maatschappelijke opgaven, al dan niet langs de lijnen van het Interbestuurlijk Programma. En die verschillende opgaven hebben ieder hun eigen voorgeschiedenis en dynamiek. Sommige trajecten zijn al een flink eind op weg en andere trajecten staan nog nauwelijks in de steigers. Dat vraagt om initiatief en vindingrijkheid van gemeenten om in de praktijk invulling te geven aan het gedeelde uitgangspunt om samen te werken op basis van gelijkwaardigheid. Tijdens de IBP-dagen op 4 en 5 april jl.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 12/12 hebben we hierover met een groot aantal ambtelijk vertegenwoordigers van uw gemeenten reeds intensief van gedachten gewisseld. Wij houden u op de hoogte In de komende periode stellen wij u via een speciale nieuwsbrief regelmatig op de hoogte van de ontwikkelingen rond het IBP. U kunt zich daarvoor aanmelden op: www.vng.nl/ibp. Besluitvorming in ALV 27 juni a.s. Alles afwegende zal het VNG bestuur het IBP met een positief advies ter bekrachtiging aan u voorleggen in de ALV van 27 juni a.s. Hoewel op de knelpunten in het sociaal domein slechts in beperkte mate aan onze wensen is voldaan, weegt voor het bestuur zwaarder dat de brede koppeling in de normeringssystematiek (“Samen trap op, trap af”) is zeker gesteld. Het bestuur acht het risico reëel dat bij het niet doorgaan van het IBP het Rijk zich niet langer gebonden zal achten aan de gemaakte afspraken. In de ALV van 27 juni kunt u zich daarnaast uitspreken over de voorstellen ten behoeve van het Fonds Tekortgemeenten. Het VNG-bestuur zal in de ALV tevens verantwoording afleggen over de afspraken die met het Rijk zijn gemaakt op een aantal knelpunten in het sociaal domein. De eerder door de ALV aangenomen moties vormen daarbij het vertrekpunt. De voorstellen voor deze ALV ontvangt u vier weken eerder op 30 mei a.s. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten J.
Kriens Algemeen directeur