CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

3.0 VNG - Continuiteit jeugdbescherming en jeugdreclassering.pdf

Raadsvergadering 23 januari 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.343 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

U201700988 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Samenvatting Hierbij informeer ik u over het VNG-advies ‘Continuïteit jeugdbescherming en jeugdreclassering’ dat in de bijlage is toegevoegd. Dit is een advies ten behoeve van de inkoop van jeugdbescherming en jeugdreclassering, met een uitwerking van het instrument subsidie voor de inkoop van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Daarnaast gaat het advies over het voorkomen van liquiditeitsproblemen van het onderdeel jeugdbescherming en jeugdreclassering. Ons adv ies luidt om al vanaf 1 januari 2018 het ‘onderhanden werk’ te financieren (bevoorschotten), òf financiële afspraken te maken over de opbouw van werkkapitaal met gecertificeerde instellingen voor zover daar nog geen sprake van is. Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad Datum 15 december 2017 Ons kenmerk STAF/ALG/U201700988 Lbr. 17/079 Telefoon (070) 373 8393 Bijlage(n) - Onderwerp Continuïteit jeugdbescherming en jeugdreclassering Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/4 Geacht college en gemeenteraad Hierbij informeer ik u over het VNG-advies ‘Continuïteit jeugdbescherming en jeugdreclassering’ dat in de bijlage is toegevoegd.

Dit is een advies ten behoeve van de inkoop van jeugdbescherming en jeugdreclassering, met een uitwerking van het instrument subsidie voor de inkoop van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Daarnaast gaat het advies over het voorkomen van liquiditeitsproblemen van het onderdeel jeugdbescherming en jeugdreclassering. Ons advies luidt om al vanaf 1 januari 2018 het ‘onderhanden werk’ te financieren (bevoorschotten), òf financiële afspraken te maken over de opbouw van werkkapitaal met gecertificeerde instellingen voor zover daar nog geen sprake van is. Het advies over het betalen van onderhanden werk en het hanteren van de subsidievariant is in de subcommissie Jeugd van 28 september 2017 besproken naar aanleiding van een onderzoek door Rebel Group. Hieruit bleek dat zonder gezamenlijke afspraken er continuïteitsrisico’s zijn voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, waarmee de zorgplicht van gemeenten in gevaar kan komen. Afgelopen najaar is dit ook besproken in het bestuurlijk netwerk van de coördinerende wethouders Jeugd (BJ42). Het advies is vastgesteld in de subcommissie Jeugd van de VNG.

Reden van het advies:  het specifieke karakter van de jeugdbescherming en jeugdreclassering (rechterlijke maatregel);  de kwetsbaarheid van jeugdbescherming en jeugdreclassering én van de doelgroep die deze maatregelen door de rechter opgelegd krijgt;  het gegeven dat gemeenten een zorgplicht hebben: jeugdbescherming en jeugdreclassering moet altijd beschikbaar zijn;  gemeenten zijn van elkaar afhankelijk bij de borging van de continuïteit van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Eenduidige gezamenlijke afspraken borgen de zorgcontinuïteit Gemeenten zijn sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering (JB en JR). JB en JR-maatregelen worden uitgevoerd door gecertificeerde instellingen. Gemeenten moeten er voor zorgen dat er altijd voldoende JB en JR beschikbaar is. JB en JR wordt ingekocht op het niveau van de jeugdregio. In de praktijk blijkt dat continuïteit in de uitvoering van de JB en JR kwetsbaar is. Dat komt vooral door het specifieke karakter van deze maatregelen en de gecertificeerde instellingen die deze maatregelen uitvoeren, de (justitiële) partners die betrokken zijn bij het opleggen van deze maatregelen, maar ook door de afhankelijkheid van gemeenten van elkaar bij de inkoop van JB en JR. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/4 Kinderbeschermingsmaatregelen zijn geregeld in het Burgerlijk Wetboek.

Maatregelen worden uitgesproken door de (kinder)rechter, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) een adviserende rol heeft. Dit advies komt steeds vaker tot stand aan een jeugdbeschermingstafel (of een variant daarop) onder voorzitterschap van de gemeente. De uitvoering van een maatregel wordt toegewezen aan een (bij naam genoemde) gecertificeerde instelling (GI). Gemeenten maken met de RvdK in een protocol afspraken over de wijze waarop de RvdK en het college overleggen welke GI in het verzoekschrift aan de rechter wordt opgenomen. De uitvoering van maatregelen door de GI moet starten binnen vijf dagen. Gecertificeerde instellingen moeten voldoen aan het normenkader. Het Keurmerkinstituut (KMI) certificeert volgens dit normenkader. Het veld van gecertificeerde instellingen Op dit moment zijn er 14 gecertificeerde instellingen. Het gaat om 11 regionaal werkende instellingen (de vroegere Bureaus Jeugdzorg), die van oudsher werken op de schaal van de provincies. Daarnaast zijn er twee landelijk werkende instellingen. Dat zijn Leger des Heils, William Schrikker Groep en er is één nieuwe toetreder die in een aantal regio’s een contract heeft. Gemeenten kunnen zelf kiezen welke instelling(en) bij hen in de regio JB en JR aanbieden. Vanaf wanneer? Het advies van de subcommissie Jeugd geldt voor de inkoop van JB en JR voor het jaar 2019 en verder.

Het advies is om uiterlijk per 1 januari 2018 te starten met het financieren van onderhanden werk voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering, zodat liquiditeitsproblemen worden voorkomen. Deze problemen dreigen bij veel GI’s, omdat zij in veruit de meeste gevallen (vrijwel) zonder reserve zijn gestart in het nieuwe stelsel. Het was de voormalige Bureaus Jeugdzorg namelijk niet toegestaan om reserves op te bouwen. Het betalen van onderhanden werk geldt ook voor de William Schrikker Groep. De Transitie Autoriteit Jeugd doet een dringend beroep op de gemeenten om nog in 2017 afspraken te maken met de William Schrikker Groep, die ertoe leiden dat het liquiditeitstekort structureel wordt opgelost. De TAJ geeft aan dat dit bij voorkeur moet gebeuren door de opbouw van een structurele buffer. Maatregelen ter versterking continuïteit Het advies noemt zes maatregelen die gezamenlijk bijdragen aan de borging van de continuïteit. De belangrijkste maatregel is het financieren van onderhanden werk, dan wel het zorgdragen dat de gecertificeerde instelling over voldoende werkkapitaal beschikt. Dit jaar is het laatste jaar dat gecertificeerde instellingen gebruik kunnen maken van de diensten van de Transitie Autoriteit Jeugd. Aanvragen voor liquiditeitssteun kunnen nog tot 31 december 2017 worden ingediend.

Om de continuïteit niet in gevaar te brengen staan in het advies ook deze aandachtspunten: 1. Gemeenten leiden - wanneer zij dienstverlening willen afnemen bij een nieuwe GI - alleen nieuwe gevallen toe naar deze nieuwe GI. Hierdoor krimpt de omvang van het werk van de oude GI via natuurlijk verloop. Zo gebeurt de afbouw bij de GI gecontroleerder dan als in één keer alle maatregelen worden omgezet. Bovendien voorkom je op deze manier belasting van justitiële partners (voor omzetten van maatregelen naar een andere instelling) . Na een vooraf bepaald aantal jaren (maximaal drie) kunnen de resterende maatregelen alsnog worden omgezet; 2. Gemeenten vragen gecertificeerde instellingen transparantie over (audits in het kader van) certificering, zodat zij tijdig kunnen anticiperen als er sprake is van (potentiële) problemen; Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/4 3. Er komen afspraken met justitiële partners over (maximale) doorlooptijden en/of de vormgeving van het proces waarin zaken van de ene GI naar de andere worden overgedragen. Hiervoor draagt het ministerie van JenV zorg; 4. Er komt een onderzoek op basis waarvan transparante en gevalideerde kostprijzen kunnen worden vastgesteld. Hiertoe neemt Jeugdzorg Nederland het initiatief ; 5. Er komt structurele bovenregionale afstemming tussen regio’s die opdrachtgever zijn van dezelfde GI; 6.

Om liquiditeitsproblemen te voorkomen, is het - gezien de financiële situaties van GI’s - van belang onderhanden werk vanaf uiterlijk 1 januari 2018 te financieren (de termijnen daarvoor kunnen gemeenten zelf vaststellen); 7. Om de continuïteit in de gaten te houden wordt de jeugdregio’s gevraagd een monitor in te vullen die beschikbaar wordt gesteld aan de 42 jeugdregio’s; 8. De VNG stelt een model-subsidieregeling op, die uiterlijk 1 januari 2018 in concept gereed is, zodat deze ten behoeve van de inkoop 2019 gebruikt kan worden. Monitor Om de continuïteit van jeugdbescherming en jeugdreclassering te volgen ten behoeve van het collectief van gemeenten is er een vragenlijst. Deze vragenlijst is bedoeld voor regio’s zodat zij gezamenlijk zicht houden op de continuïteit van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Deze monitor wordt verspreid onder de regionale managers van de 42 jeugdregio’s. Wij roepen u op om deze monitor actief onder de aandacht te brengen van uw regiomanager met het doel de gezamenlijke continuïteit van jeugdbescherming en jeugdreclassering te borgen.

Hoogachtend, Vereniging van Nederlandse Gemeenten Jantine Kriens Algemeen directeur Bijlagen:  Notitie ‘Duurzame borging van continuïteit in de jeugdbescherming en jeugdreclassering’ ;  Wetteksten jeugdbescherming en jeugdreclassering;  Rapport Rebel Group: Optimale beschikbaarheid van jeugdbescherming en jeugdreclassering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/d7bd7470-ff3e-4d73-8e9f-d7835d77c29a?agendaItemId=f8249c63-5836-4c04-a1d4-44438aaef7ef