29.3 Omgevingsdienst IJsselland - Ontwerpbegroting 2019.pdf
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2019 en meerjarenraming 2020-2023 Omgevingsdienst IJsselland Datum 28 maart 2018 1 Inhoud 1 Inleiding ................................ ................................ ................................ ............. 2 1.1 Samenvatting ................................ ................................ ................................ .... 2 1.2 Bepalingen over de begroting ................................ ................................ ............ 3 2 Programmaplan ................................ ................................ ................................ . 4 2.1 Basistaken Omgevingsdienst ................................ ................................ ............ 4 2.2 Thema’s ................................ ................................ ................................ ............ 4 2.2.1 Strategisch ................................ ................................ ................................ ........ 5 2.2.2 Operationeel ................................ ................................ ................................ ...... 7 3 Wat mag het gaan kosten? ................................ ................................ .............. 10 3.1 Meerjarenbegroting ................................ ................................ ........................ 10 3.2 Kosten 2019 ................................ ................................
................................ .... 10 3.2.1 Loonkosten ................................ ................................ ................................ ...... 11 3.2.2 Bedrijfsvoeringskosten ................................ ................................ .................... 12 3.3 Bijdragen partners ................................ ................................ ........................... 12 3.4 Uiteenzetting financiële positie ................................ ................................ ........ 13 3.4.1 Werkvoorraad ................................ ................................ ................................ .. 13 3.4.2 Besparingsambitie ................................ ................................ ........................... 14 3.4.3 Incidenteel ontwikkelbudget ................................ ................................ ............. 14 3.3.4 Indexering ................................ ................................ ................................ ....... 14 3.4.5 Btw / Vennootschapsbelasting (VPB) ................................ .............................. 14 3.4.6 Onzekerheden in de begroting ................................ ................................ ........ 15 3.4.7 Meerjarenbalans ................................ ................................ ..............................
15 3.4.8 Subsidies ................................ ................................ ................................ ......... 15 3.4.9 Investeringen ................................ ................................ ................................ ... 16 3.4.10 Governance op de Omgevingsdienst ................................ ............................... 16 4 Paragrafen ................................ ................................ ................................ ...... 17 4.1 Lokale heffingen ................................ ................................ .............................. 17 4.2 Weerstandsvermogen & risicobeheersing ................................ ....................... 17 4.2.1 Financiële kengetallen ................................ ................................ ..................... 17 4.3 Financiering ................................ ................................ ................................ ..... 18 4.4 Bedrijfsvoering ................................ ................................ ................................ . 18 Bijlages ................................ ................................ ................................ ....................... 21 A. Baten en lasten per taakveld ................................ ................................ ........... 21 B. Formatieplan ................................
................................ ................................ ... 21 2 1 Inleiding Voor u ligt de (ontwerp)begroting van 2019 en de meerjarige begroting tot en met 2022. De kaders hiervoor worden gesteld in de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland en het Bedrijfsplan. Deze zijn in deze begroting verder financieel vertaald. De (ontwerp) begroting 2019 wordt door de leden van het algemeen bestuur (AB) van de Omgevingsdienst IJsselland vastgesteld. Uiterlijk acht weken voor de voorgenomen datum van vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten en Provinciale Staten. Deze kunnen binnen acht weken hun zienswijzen naar voren brengen bij het dagelijks bestuur (DB). Het DB zal de zienswijzen bij de begroting 2019 voegen ten behoeve van de definitieve vaststelling door het AB. De planning voor de vaststelling van de Begroting 2019 is als volgt: Ontwerp begroting 2019 vaststellen door DB 4 april 2018 Ontwerp ter informatie op agenda AB 12 april 2018 Zienswijzen termijn GR/PS 8 juni (uiterlijk retour) Vaststelling door AB 12 juli 2018 Het AB stelt de begroting uiterlijk 15 juli voor het eerstkomende begrotingsjaar vast (artikel 32 lid 6 GR IJsselland). De begroting moet uiterlijk 14 dagen na vaststelling worden toegezonden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
1.1 Samenvatting In 2018 zijn er gemeenteraadsverkiezingen geweest. Daarnaast zien we op het werkveld van de Omgevingsdienst veel nieuwe ontwikkelingen, zoals de komst van de Omgevingswet met het bijbehorende Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) en de opgaven op het gebied van energie, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Ook de sanering van asbestdaken < 2024 in Overijssel is een dossier dat onze aandacht vraagt. In overleg met de 12 deelnemers van de Omgevingsdienst zullen wij onze kennis en expertise inzetten om op deze dossiers de gewenste resultaten te boeken. De primaire meerwaarde van de Omgevingsdienst is natuurlijk gelegen in de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving van de milieutaken. In het tweede jaar van ons bestaan zullen we de basis hiervan verder verstevigen en uitbouwen. In 2019 zullen wij ook de samenwerking met de Veiligheidsregio en de GGD verder intensiveren. Beide gemeenschappelijke regelingen zijn ook actief in het fysieke domein. In 2018 is hiermee al een aanvang gemaakt door bijvoorbeeld gezamenlijk vorm te geven aan een voorlichtingsprogramma voor nieuwe gemeenteraden. Op 1 januari 2018 is de Omgevingsdienst feitelijk gestart. Na een gedegen voorbereidingstraject van ruim 2 jaar is hetgeen we op de ‘tekentafel’ hebben 3 ontworpen in de praktijk gebracht.
Het blijkt dat veel aannames en inschattingen die we gemaakt hebben juist blijken te zijn. Vanuit het uitgangspunt ‘sober en doelmatig’ is een kwalitatief goede basis gelegd. Dit is financieel vertaald in de begroting 2018, het nu lopende begrotingsjaar. Het blijkt dat we met deze begroting in grote lijnen goed kunnen werken, reden waarom we voor het begrotingsjaar 2019 geen ingrijpende voorstellen hoeven te doen. Hoewel we in 2018 geconfronteerd zijn met extra, deels onvoorziene kosten, zoals in verband met de opstart van de organisatie en de invoering van ons nieuwe ICT-systeem, zijn deze zodanig van omvang en beheersbaar dat we deze binnen de bestaande kaders kunnen opvangen. Concreet betekent dit dat alleen de volgende, eerder afgesproken posten, voor de begroting 2019 worden doorgevoerd: Indexatie op de loonkosten (2,4%) Indexatie op de overige kosten (1,6%). In hoofdstuk 3 wordt hierop nader ingegaan. In hoofdstuk 4 zal nader ingegaan worden op de interne financiële huishouding en bedrijfsvoering van de Omgevingsdienst. 1.2 Bepalingen over de begroting In artikel 32 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland zijn de volgende nadere voorschriften met betrekking tot de begroting opgenomen: 1. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan provinciale staten en de raden van de deelnemers. 2.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat deze ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt toegezonden, doch uiterlijk 5 juni, toe aan de provinciale staten en de raden van de deelnemers. 3. In de ontwerpbegroting wordt onder andere aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van het openbaar lichaam. 4. De deelnemers kunnen binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting van hun zienswijzen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt, alvorens verzending van de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur plaatsvindt, de commentaren en zienswijzen van de deelnemers toe. 5. Binnen twee weken na de vaststelling door het algemeen bestuur zendt het dagelijks bestuur de begroting aan de deelnemers, tenzij er geen wijzigingen zijn ten opzichte van de ontwerpbegroting. 6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, en in ieder geval vóór 1 augustus, aan onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 4 7. De bepalingen van artikel 59, eerste, derde en vierde lid van de Wet zijn niet van toepassing op wijzigingen van de begroting indien deze wijzigingen niet leiden tot een verhoging van de door de deelnemers verschuldigde bijdragen aan de Omgevingsdienst IJsselland. 2 Programmaplan Het programmaplan van de Omgevingsdienst IJsselland is als volgt opgebouwd.
Ten eerste worden de basis taken toegelicht. Daarna wordt er per thema, lees relevante ontwikkelingen, twee vragen uitgewerkt, te weten: ‘Wat willen we bereiken?’ En ‘Wat gaan we daarvoor doen?’. De vraag ‘Wat mag het gaan kosten’? wordt apart behandeld in hoofdstuk 3. 2.1 Basistaken Omgevingsdienst De Omgevingsdienst verzorgt de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van milieutaken (VTH) in opdracht van provincie en gemeenten. Het gaat daarbij om de volgende taken: 1. Basistakenpakket: de taken zoals vastgelegd in artikel 7.1 van het besluit tot wijziging van het Besluit Omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving). 2. Basistakenpakket Plus: de inrichtingsgebonden milieutaken, voor zover deze niet vallen onder het Basistakenpakket. 3. Enkele specialistische milieutaken: specialistische taken op het gebied van geluid, bodem, externe veiligheid en lucht, die aanvullend zijn op de taken die vallen onder het Basistakenpakket: a. Geluid: de advisering op bouw/RO en verkeer; b. Bodem: de vakinhoudelijke toetsing en beoordeling van bodemonderzoeksplannen en -rapporten, de vakinhoudelijke bodemexpertise bij ruimtelijke en civiele projecten, het bijhouden van het bodeminformatiesysteem (BIS), de uitvoering van de Wet bodembescherming (Wbb) met betrekking tot bodemverontreiniging en sanering en meldingen Besluit Uniforme Saneringen (BUS); c.
Externe Veiligheid: alle taken waarvoor moet worden voldaan aan de kwaliteitscriteria en advisering op bouw/RO; d. Lucht: alle taken waarvoor moet worden voldaan aan de kwaliteitscriteria. 2.2 Thema’s De Omgevingsdienst is niet enkel een uitvoeringsorganisatie. Naast de uitvoering van bovengenoemde VTH-taken kan de Omgevingsdienst op verzoek en in aanvulling op 5 de huidige adviestaken, het bevoegd gezag inhoudelijk advies geven ten behoeve van bijvoorbeeld een Omgevingsvisie of Omgevingsplan vanuit het perspectief van uitvoerder. U als opdrachtgevers kunt onderbouwd vorm en inhoud geven aan de afwegingsruimte die de Omgevingswet biedt en aan het gebruik van het daarvoor beschikbare ondersteunende digitale stelsel. Onderstaand lichten we een aantal thema’s toe . De thema’s zijn opgedeeld in de volgende twee categorieën: strategisch en operationeel. Hiervoor is gekozen om duidelijk de bestuurlijke (strategisch) en ambtelijke (operationeel) thema’s te onderscheiden. 2.2.1 Strategisch Omgevingswet De Omgevingswet is in juni 2015 aangenomen door de Tweede Kamer en het bestuursakkoord implementatie Omgevingswet is ondertekend. En nu? Wachten tot de implementatie? Het was de bedoeling dat de Omgevingswet eind 2018 operationeel was, maar dat is niet haalbaar, inmiddels is dit opgeschoven naar 2021.
Dat komt doordat er meer tijd nodig is voor de parlementaire behandeling en de implementatie van de Omgevingswet. De datum voor inwerkingtreding klinkt nog ver weg, maar de invoering van deze wet is een enorme operatie die alleen kan slagen als we nu al beginnen. De Omgevingswet betekent niet alleen nieuwe wetgeving, het betekent ook een andere manier van werken en een cultuurverandering. Dit betekent wel dat we ons nu al moeten gaan voorbereiden op de implementatie van de Omgevingswet. De invoering van de Omgevingswet rust op twee pijlers: de invoering van een nieuw digitaal stelsel (DSO = Digitaal Stelsel Omgevingswet) en een nieuwe werkwijze bij gemeenten, provincies en waterschappen. Om te zorgen voor samenhang tussen de digitalisering en het transitieproces bij die overheden, kiezen de partijen ervoor om de coördinatie van de implementatie in handen te leggen van Rijkswaterstaat via het programma 'Aan de slag met de Omgevingswet'. De Omgevingswet integreert een groot aantal wetten en AMvB's in het fysieke domein om zo integraler te kunnen werken, kosten te reduceren en procedures te bekorten of overbodig te maken. Het idee achter de Omgevingswet ondersteunt de werkwijze die wij als Omgevingsdienst voorstaan. In de memorie van toelichting worden OD's zelfs expliciet genoemd in de zin dat zij een sleutelrol zullen vervullen in het stelsel.
Enerzijds omdat bij de Omgevingsdienst deskundigheid is gebundeld die ondersteunend kan worden ingezet voor de deelnemers in de Gemeenschappelijke Regeling voor het opstellen van omgevingsbeleid (omgevingsvisie & omgevingsplan). Anderzijds is het de taak van de Omgevingsdienst om het vastgestelde beleid door inzet van VTH-instrumenten (mede) te realiseren. 6 De Omgevingswet is een zogenaamde 'Kaderwet' wat betekent dat veel zaken nog uitgewerkt moeten worden in ministeriële besluiten en AMvB's. Kortom, de intentie van de Omgevingswet is prima en wordt ook breed onderschreven, de praktijk zal moeten uitwijzen of de intenties ook daadwerkelijk tot de beoogde resultaten leiden. In de nieuwe Omgevingsdienst zullen we capaciteit en kwaliteit moeten vrijmaken om de consequenties van de Omgevingswet voor onze uitvoeringsorganisatie in beeld te brengen. Externe Veiligheid Binnen de Omgevingsdienst IJsselland is de regionale capaciteit voor externe veiligheid samengebracht. Deze uitvoerende milieutaak wordt ingezet voor inhoudelijke beoordelingen zowel op beleidsmatig (omgevingsvisie), als uitvoerend niveau (ruimtelijke projecten en vergunningaanvragen). De uitvoering van die taak wordt landelijk en provinciaal ondersteund met subsidiegelden (Meerjarenprogramma Externe Veiligheid Overijssel).
Deze worden als tijdelijk instrument beschikbaar gesteld en vormen een goede stimulans om deze belangrijke veiligheidstaken op termijn te borgen. Wij streven naar een adequate uitvoering van deze taken. Daarvoor wordt een plan van aanpak opgesteld en nauwe samenwerking met deelnemende partners gezocht. Uiteraard wordt daarbij de verbinding gezocht met de invoering van de Omgevingswet en de pilots die bevoegde gezagen in dat kader uitvoeren. Ondermijning Criminele ondermijning bestaat uit alle vormen van misdaad die een bedreiging vormen voor de integriteit van onze samenleving. Onder meer door vermenging van de onderwereld en de bovenwereld. Met deze vorm van criminaliteit heeft de overheid, en dus ook de Omgevingsdienst, vroeg of laat te maken. Dit onderwerp staat volop in de aandacht, ook bij onze deelnemers. Wij maken een plan van aanpak met onder meer de volgende lijnen: We vormen ons een goed beeld van de problematiek en lopende initiatieven en maatregelen. In samenwerking met deelnemende partners en stakeholders in de regio bepalen wij onze strategie, onder meer in het kader van de Wet Bibob, het ketentoezicht en handhaving. Energie en Duurzaamheid Energie en Duurzaamheid is een steeds belangrijker maatschappelijk thema. In het behalen van de klimaatdoelstellingen van Parijs is ook aan de omgevingsdiensten gevraagd hier een bijdrage aan te leveren.
Dat doen wij op verschillende manieren: In de vergunningverlening geven wij op verzoek van de opdrachtgevers steeds nadrukkelijker binnen het thema 'verruimde reikwijdte' aandacht aan 7 energiebesparing bij bedrijven. Naast de toepassing van VTH-instrumenten attenderen we bedrijven op nieuwe technieken en moedigen we ze aan deze toe te passen en wijzen we ze op subsidiemogelijkheden; Bij toezicht en handhaving intensiveren wij, in overleg met het Rijk en het bevoegd gezag, de activiteiten bij branches waar kansen liggen; Wij besteden structureel aandacht aan Energierapportages (EED's) van bedrijven die voor een aantal categorieën jaarlijks verplicht moeten worden ingediend bij het bevoegd gezag. Naar aanleiding hiervan gaan we met hen in gesprek en zoeken naar kansen voor energiebesparing en efficiency. Voor deze activiteiten krijgen wij deels een doeluitkering van het Rijk en de provincie, deels intensiveren wij dit in opdracht van onze opdrachtgevers vanwege het steeds grotere belang dat er aan gehecht wordt; In 2019 is energiebesparing een vast onderdeel van de reguliere werkzaamheden. We investeren in opleiding van de toezichthouders en vergunningverleners, zodat zij, ook nadat de financiering vanuit het Rijk is gestopt, een deskundig oordeel kunnen geven over de best beschikbare energiebesparingsmogelijkheden voor bedrijven.
Wij onderzoeken waar wij vanuit onze taken de verbinding kunnen leggen met andere initiatieven op het gebied van Energie en Duurzaamheid in de regio, met het doel dat deze elkaar onderling versterken (onder meer kennisdeling). 2.2.2 Operationeel Bodemkwaliteitskaart Een van onze specialistische milieutaken betreft de uitvoering van de Wet bodembescherming. De kennis over bodemsanering en bodemkwaliteit is op regionaal niveau bijeengebracht in onze dienst. Verschillende deelnemende gemeenten hebben bodemkwaliteitskaarten vastgesteld. Die kaarten worden gebruikt om aan te geven hoe lokaal met grondverzet wordt omgegaan. Het afvoeren en toevoeren van grond kan met de onderliggende kaart procedureel worden vereenvoudigd. Niet alle kaarten zijn actueel. In overleg met de partners onderzoeken wij hoe wij daarin een inhaalslag kunnen maken en streven wij naar een actuele bodemkwaliteitskaart voor onze regio. Actieplan Ammoniak (“stoppersregeling”) Agrarische bedrijven dienen zich te houden aan de maximale ammoniakemissiewaarden van het landelijk geldende Besluit emissiearme huisvesting. In veel gevallen moet hiertoe de huisvesting van de dieren worden veranderd. Het Actieplan Ammoniak bevat landelijk gedoogbeleid waarbij bedrijven uitstel krijgen tot 1 januari 2020 (“stoppersregeling”).
In plaats van het treffen van maatregelen aan de 8 huisvesting moeten de stoppers alternatieve maatregelen treffen. In onze regio neemt een groot aantal bedrijven deel aan deze stoppersregeling. We gaan na of deze bedrijven zich houden aan de eisen van de stoppersregeling. Zuiveringscollectief tuinbouwbedrijven Vanaf 1 januari 2018 moeten tuinbouwbedrijven voldoen aan zuiveringseisen voor het afvalwater. Zuiveringsinstallaties moeten dan de gewasbeschermingsmiddelen met minimaal 95% verwijderen uit het te lozen water. Tuinbouwbedrijven hebben de mogelijkheid, onder voorwaarden, om uitstel te krijgen tot uiterlijk 1 januari 2021 als er een collectieve aanpak wordt gekozen. Zowel op gebied van exploitatiekosten als op storingsgevoeligheid biedt een collectieve oplossing voordelen. Binnen onze regio is een dergelijk collectief aanwezig. We gaan na of het collectief van tuinbouwbedrijven tijdig voldoet aan de eisen. lnspectieview milieu In aanvulling op de coördinatietaak van de provincie is de Omgevingsdienst verantwoordelijk voor de samenwerking en de informatie-uitwisseling met externe partners (Politie, OM, Veiligheidsregio, Waterschap, Rijksinspecties, overige OD's e.d.). Eind 2014 is er een intentieovereenkomst gesloten met het OM en de Politie voor het digitaal uitwisselen van handhavings- en toezichtsinformatie via "lnspectieview Milieu".
Informatie die beschikbaar is in eigen systemen van diverse organisaties is daarbij ontsluit baar voor een inspecteur die een controle voorbereidt. Zo kan hij zien welke collega-inspecterende-organisatie de afgelopen periode een bezoek heeft gebracht en of er iets geconstateerd is en kan daarop worden ingespeeld. Ongeveer 30 partijen, Rijksinspecties, OM, politie en Omgevingsdiensten doen hieraan mee. Wij zijn inmiddels volledig aangesloten op lnspectieview Milieu. Informatiegestuurde Handhaving In 2019 wordt de nieuwe toezichtmatrix opgeleverd op basis van Informatiegestuurde Handhaving (IGH). Met deze nieuwe aanpak kunnen we onze tijd effectiever verdelen over de bedrijven die meer aandacht nodig hebben, omdat zij de regels minder vanzelfsprekend naleven. Dit zal leiden tot een betere toezichtkwaliteit en een veiliger leefomgeving. Om dit te bereiken gaan we, op basis van data-analyses en informatie via andere bronnen, een nieuwe risicoanalyse maken, die als basis voor hiervoor genoemde toezichtmatrix zal worden gebruikt. De partners zal worden gevraagd input te leveren om vast te kunnen stellen waar de lokale behoefte ligt op het gebied van toezicht. Deze input wordt meegenomen in te nieuwe matrix. Gezamenlijk zal dan een gemeenschappelijk toezichtniveau worden vastgesteld, met ruimte om op lokaal niveau extra aandachtsgebieden te benoemen.
9 Asbest Asbest is een structureel probleem in Nederland, en in het bijzonder in Overijssel vanwege haar verleden met Eternit in Goor. Nog steeds is asbest in gebonden en ongebonden vorm op grote schaal in ons milieu aanwezig. Er ligt nu een landelijk actieplan om uiterlijk in 2024 alle asbestdaken vervangen te hebben. Dit vraagt om veel extra toezichtcapaciteit vanuit de ketenverantwoordelijkheid van de Omgevingsdienst om te bevorderen dat dit op de juiste wijze gebeurd en dat het materiaal ook afgevoerd wordt naar de juiste verwerker. In 2019 is het toezicht op asbest, mede op basis van een nieuwe data-analyse, efficiënt en effectief ingericht. De specialisten asbest zijn betrokken bij nieuwe initiatieven die binnen ons werkgebied worden aangedragen om te komen tot een tijdige sanering van de asbestdaken in de aanloop naar het in 2024 te verwachten asbestdakenverbod. We nemen actief deel aan vooroverleggen bij nieuwe (burger)initiatieven en initiatieven vanuit onze partners. We nemen deel aan de landelijke asbestkamer en monitoren de juiste verwerking van gesaneerd asbest in de afvalketen. We houden toezicht op basis van verrijkte informatie, op basis waarvan wij onze capaciteit kunnen inzetten, daar waar dit het meest nodig is. Risicobedrijven In de regio IJsselland zijn er slechts enkele bedrijven die onder het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) vallen.
Dit zijn de bedrijven met de grootste veiligheidsrisico's en de uitvoering van de VTH-taken daarvan zijn wettelijk belegd bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). In de categorie daar net onder zijn echter enkele tientallen bedrijven gevestigd in onze regio. In navolging van een aantal andere regio's in Nederland gaan wij ook specifiek aandacht aan deze groep bedrijven besteden. Het gaat hierbij vooral om het in zicht krijgen van de actuele veiligheidsrisico's in relatie tot de bestaande normeringen. In geval van afwijkingen zullen wij met de bedrijven in gesprek gaan en maatregelen afspreken. Ketentoezicht- en strafrecht In onze regio zijn veel afvalverwerkers actief. Een sector die veel werkgelegenheid oplevert en ook tot innovaties leidt die een circulaire economie dichterbij brengen. Anderzijds kleven er ook veel risico's aan deze sector, reden waarom wij stevig in zullen zetten om meer zicht en grip hierop te krijgen en notoire overtreders bestuursrechtelijk en zo nodig strafrechtelijk zullen aanpakken. We doen dit zo nodig ook samen met andere omgevingsdiensten, bijzondere opsporingsdiensten, Rijksinspecties, politie en justitie. In 2019 wordt verder geïnvesteerd in ketentoezicht. Ketenprojecten op het gebied van afvalstromen en grondstromen worden verder uitgediept en in samenwerking met onze ketenpartners behandeld.
Hierbij wordt ook gekeken naar strafrechtelijke trajecten waarbij inzet van onze MilieuBOA’s zal worden 10 Meerjarenbegroting 2018 Wijzigingen 2018 2018 na wijzigingen 2019 2020 2021 2022 2023 Loonsom 6.887.175 86.635 6.973.809 6.973.809 7.141.180 7.312.569 7.488.070 7.667.784 Indexatie 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 Subtotaal loonsom 6.887.175 6.973.809 7.141.180 7.312.569 7.488.070 7.667.784 7.851.811 Overige kosten 2.823.000 2.823.000 2.823.000 2.727.501 2.631.736 2.549.269 2.597.705 Indexatie 1,6 1,8 1,9 1,9 1,9 Subtotaal overige kosten 2.823.000 2.823.000 2.727.501 2.631.736 2.549.269 2.597.705 2.647.061 Totale basisbegroting 9.710.175 9.796.809 9.868.681 9.944.304 10.037.339 10.265.489 10.498.872 Besparingsperc cumulatief - - - 2% 4% 6% 8% Beoogde besparing cumulatief - - - 198.886 401.494 615.929 839.910 VTH-2 356.800 4.200 361.000 369.011 375.653 382.791 390.064 397.475 Begroting na besparing 10.066.975 10.157.809 10.237.692 10.121.071 10.018.636 10.039.623 10.056.437 gevraagd. In samenwerking met onze partners buiten de regio, nemen wij deel aan verschillende overlegvormen in Oost-Nederland, waarbij we ook het dreigingsbeeld Oost-Nederland als uitgangspunt zullen hanteren. Daarnaast wordt gewerkt vanuit een convenant “Handhaving regio Oost Nederland” waarin afspraken zijn vastgelegd over de inzet van BOA’s op elkaars werkgebied.
3 Wat mag het gaan kosten? In dit hoofdstuk geven we aan welke kosten, opbrengsten en investeringen we verwachten om de ambities uit het voorgaande hoofdstuk te realiseren. 3.1 Meerjarenbegroting Ten opzichte van de kaderbrief hebben zich een paar kleine ontwikkelingen voor gedaan. Dit zijn: een medewerker van de Provincie met een garantiesalaris welke met het opstellen van de kadernota nog niet bekend was, de begrotingswijzigingen welke ter besluitvorming in het algemeen bestuur liggen en de daling van het ontwikkelbudget welke niet juist vertaald was. In onderstaande tabel zijn deze wijzigingen verwerkt in het meerjaren perspectief. 3.2 Kosten 2019 Alle taken van de Omgevingsdienst vallen onder het programmaplan Milieu en Leefomgeving. Om meer inzicht te geven in de cijfers hebben we ervoor gekozen een eigen opzet, onder het programmaplan Milieu en Leefomgeving, te maken. De begroting 2018 is aangepast naar een nieuwe indeling. Deze indeling zetten we voort in de begroting 2019.
Er is onderscheidt gemaakt tussen de volgende afdelingen: Bedrijfsvoering Vergunningen Toezicht en handhaving Advies 11 Omgevingsdienst IJsselland Begroting 2018 Wijzigingen 2018 Begroting 2018 na wijzigingen Indexatie Begroting 2019 Salarissen en sociale lasten 967.500 9.906 977.406 2,4% 1.000.864 Accountantkosten 25.000 25.000 1,6% 25.400 Verzekeringen 25.000 25.000 1,6% 25.400 Overige afdelingskosten 150.000 150.000 1,6% 152.400 Opleiding 100.000 100.000 1,6% 101.600 Reiskosten 202.000 202.000 1,6% 205.232 Representatie 25.000 25.000 1,6% 25.400 Overige personeelskosten 279.000 279.000 1,6% 283.464 Ontwikkelbudget 400.000 400.000 270.000 ICT 856.800 4.200 861.000 1,6% 872.744 DVO 967.000 967.000 1,6% 982.472 Onvoorzien 90.000 90.000 1,6% 91.440 Totaal Bedrijfsvoering 4.087.300 4.101.406 4.036.416 Salarissen en sociale lasten 1.520.080 1.520.080 2,4% 1.556.562 Overige kosten 20.000 20.000 1,6% 20.320 Totaal Vergunningen 1.540.080 1.540.080 1.576.882 Salarissen en sociale lasten 2.462.430 76.729 2.539.159 2,4% 2.600.099 Overige kosten 20.000 20.000 1,6% 20.320 Totaal Toezicht en handhaving 2.482.430 2.559.159 2.620.419 Salarissen en sociale lasten 1.937.164 1.937.164 2,4% 1.983.656 Overige kosten 20.000 20.000 1,6% 20.320 Totaal Advies 1.957.164 1.957.164 2.003.976 Eindtotaal 10.066.975 10.157.809 10.237.692 Per afdeling wordt een overzicht gegeven van de begrote
lasten. Tussen de afdelingen hebben personele verschuivingen plaatsgevonden waardoor budgetten per afdeling zijn veranderd ten opzichte van 2018. In de totaliteit is niets veranderd. Verder lopen er in 2018 nog een aantal begrotingswijzigingen, deze worden weer gegeven in de kolom: Wijzigingen 2018. 3.2.1 Loonkosten Alle salarissen en sociale lasten zijn gebaseerd op de afspraken die gemaakt zijn in de begroting 2018. Het primaire proces bestaat uit 83,5 FTE. Voor bedrijfsvoering (incl. MT) is dat 12,2 FTE. 12 Partner Verdeel sleutel Primairproces Overige kosten excl VTH VTH-1 VTH-2 Ontwikkel budget Totaal Smart Documents Dalfsen 5,1% 288.117 150.686 25.908 28.956 13.770 507.437 - Deventer 13,8% 818.950 407.739 70.104 57.912 37.260 1.391.965 5.458,87 Kampen 9,2% 539.858 271.826 46.736 43.485 24.840 926.745 4.094,15 Olst-Wijhe 5,3% 308.582 156.595 26.924 14.529 14.310 520.940 1.364,72 Ommen-Hardenberg 13,9% 890.462 410.694 70.612 41.046 37.530 1.450.344 - ProvincieOverijssel 10,0% 679.340 295.463 50.800 - 27.000 1.052.603 - Raalte 7,7% 470.175 227.507 39.116 28.956 20.790 786.544 2.729,43 Staphorst 4,8% 305.712 141.822 24.384 18.085 12.960 502.963 1.705,89 Steenwijkerland 8,5% 502.641 251.144 43.180 2.235 22.950 822.150 - Zwartewaterland 6,0% 363.905 177.278 30.480 15.646 16.200 603.509 1.478,44 Zwolle 15,7% 972.574 463.877 79.756 66.345 42.390 1.624.942 6.254,95 VR IJsselland
0,0% - - - 47.549 - 47.549 2.501,90 Totaal 6.140.317 2.954.632 508.000 364.744 270.000 10.237.692 25.588,37 3.2.2 Bedrijfsvoeringskosten De bedrijfsvoeringskosten zijn opgedeeld in een aantal posten. Hiervan willen we graag een aantal posten verder toelichten. Bij de start van de Omgevingsdienst heeft het Algemeen Bestuur een accountant aangesteld. De kosten hiervan bedragen in 2019 € 25.000. Overige afdelingskosten bestaan uit: diverse lidmaatschappen, zoals ODNL of de diverse HRM systemen, onderhoud van apparatuur, literatuur en externe communicatie. Het budget voor reiskosten bedraagt € 202.000 en heeft betrekking op de vergoedingen aan medewerkers voor het woon-werk verkeer en de dienstreizen conform het vastgestelde mobiliteitsplan en sociaal plan. De overige personeelskosten bestaan voornamelijk uit declaraties van medewerkers, aanschaf van bedrijfskleding en overige personeelsgerelateerde kosten. Wij en onze partners maken gebruik van een gezamenlijk software systeem. De kosten hiervan worden met elkaar gedragen (VTH-1). Waarbij de omgevingsdienst voor het VTH-2 deel ook de administratieve kant verzorgt. Het totale bedrag van € 872.744 is als volgt uitgebouwd.
Voor de huisvesting van de omgevingsdienst en het verzorgen van de dienstverlening op de gebieden, personeelsadministratie, interne controle, faciliteiten en financiële administratie is er een dienstverleningsovereenkomst met de Gemeente Zwolle gesloten. De kosten hiervoor bedragen € 967.000. In de begroting is een ontwikkelbudget opgenomen. De onderbouwing van het budget wordt toegelicht in paragraaf 3.3.3. 3.3 Bijdragen partners De bijdragen van de partners wordt in de volgende tabel weergegeven. Per partner wordt de verdeelsleutel, bijdrage primaire proces, overige kosten exclusief VTH, VTH- 1, VTH-2, en ontwikkelbudget weergegeven. Daarnaast wordt de doorbelasting van SmartDocuments apart weergegeven, omdat wij hier alleen de administratieve kant van regelen.
VTH-1 VTH-2 508.000 364.744 13 Uren FTE Dalfsen 6.009 4,2 5,1% Deventer 16.235 11,3 13,8% Kampen 10.780 7,5 9,2% Olst-Wijhe 6.169 4,3 5,3% Ommen 4.080 2,8 3,5% Hardenberg 12.241 8,5 10,4% Overijssel 11.682 8,1 10,0% Raalte 9.000 6,3 7,7% Staphorst 5.644 3,9 4,8% Steenwijkerland 10.003 6,9 8,5% Zwartewaterland 6.976 4,8 6,0% Zwolle 18.414 12,8 15,7% Totaal 117.233 81,4 100,0% Partner Werkvoorraad Percentage Partner Verdeel sleutel Primairproces zoals in 2018 Overheveling Overhead naar primair Begrotings wijziging RUD medewerker Indexatie (2,4%) Primair proces 2019 Dalfsen 5,1% 273.602 3.851 3.913 6.753 288.117 Deventer 13,8% 778.748 10.419 10.589 19.194 818.950 Kampen 9,2% 513.200 6.946 7.059 12.653 539.858 Olst-Wijhe 5,3% 293.281 4.002 4.067 7.232 308.582 Ommen-Hardenberg 13,9% 848.433 10.495 10.665 20.870 890.462 ProvincieOverijssel 10,0% 648.195 7.550 7.673 15.922 679.340 Raalte 7,7% 447.434 5.814 5.908 11.020 470.175 Staphorst 4,8% 291.240 3.624 3.683 7.165 305.712 Steenwijkerland 8,5% 477.921 6.418 6.522 11.781 502.641 Zwartewaterland 6,0% 346.242 4.530 4.604 8.529 363.905 Zwolle 15,7% 925.880 11.854 12.046 22.795 972.574 VR IJsselland 0,0% - - - - - Totaal 5.844.176 75.500 76.729 143.914 6.140.317 De opbouw van het primair proces wordt apart toegelicht in onderstaande tabel omdat hier historische gegevens van toepassing zijn.
3.4 Uiteenzetting financiële positie In deze paragraaf wordt een uiteenzetting van de financiële positie beschreven. De volgende onderwerpen worden toegelicht: werkvoorraad, besparingsambitie, incidenteel ontwikkelbudget, indexering, BTW en VPB, onzekerheden in de begroting, meerjarenbalans, subsidies en investeringen. 3.4.1 Werkvoorraad Onze werkvoorraad is ten opzichte van 2018 niet veranderd. Hiervoor is bewust gekozen omdat in 2020 een begin wordt gemaakt met outputfinanciering. De formatie van het primaire proces is wel veranderd. Van bedrijfsvoering is 2 FTE toegevoegd aan het primaire proces. Wat in totaal op 83,5 FTE komt. Bij de verdeling tussen Ommen en Hardenberg is de verhouding 25/75 aangehouden, conform de begroting 2018. 14 3.4.2 Besparingsambitie Wij verwachten vanaf 2020 vier jaar lang 2% besparing op de begroting te kunnen realiseren. Er is bewust gekozen om de eerste twee jaar geen besparing op de begroting door te voeren. Het doel is eerst de organisatie een solide basis te geven en daarna pas te streven naar kostenreductie. De besparing denken we te kunnen realiseren door het verder uniformeren van werkwijzen en aanscherpen van de PDC. 3.4.3 Incidenteel ontwikkelbudget Het ontwikkelbudget voor de Omgevingsdienst bedraagt in totaal € 800.000,-. In 2018 verwachten we een bestedingsbehoefte van € 400.000,-, in 2019 van € 270.000,- en in 2020 van € 130.000,-.
Over de besteding van dit budget wordt jaarlijks verantwoording afgelegd en het bedrag dat na de drie jaar eventueel overblijft, wordt – na besluitvorming door het Algemeen Bestuur hiertoe - bestemd voor reservevorming dan wel gerestitueerd aan de deelnemers naar rato van hun inbreng van de taken. 3.3.4 Indexering Bij de indexering van de kosten worden de volgende CPB indices gehanteerd: voor de loonkosten: loonvoet sector overheid voor de overige kosten: kostenprijs netto materiële overheidsconsumptie Loonindexering Voor de lonen betekent dit een stijging van 2,4%. Deze raming betreft het jaar 2018 en deze wordt voor het jaar 2019 geëxtrapoleerd. Dit betekent voor de begroting 2019 dat de werkelijke loonkosten van de maand januari 2018 worden verhoogd met 2,4%. In de werkelijke loonkosten zijn dus de laatste cao-ontwikkelingen en sociale lasten meegenomen (nacalculatie). Prijsindexering Voor de prijzen betekent dit een stijging van 1,60% ten opzichte van het jaar 2018. 3.4.5 Btw / Vennootschapsbelasting (VPB) Wij hebben de keuze gemaakt om voor btw ondernemer te kiezen. Dit houdt in dat de we volledig btw-plichtig zijn. Met andere woorden, van alle ontvangen facturen wordt de btw terug gevraagd en op alle verstuurde facturen wordt de btw afgedragen. De argumenten hiervoor zijn dat het ten eerste de makkelijkste oplossing is. Andere constructies zijn ingewikkelder.
Ten tweede wordt deze keuze bij de meeste omgevingsdiensten toegepast. Wij sluiten hierbij dus aan. Ten derde is het in relatie tot de alliantiepartner goedkoper, omdat wij als ondernemer worden gezien kan de gemeente Zwolle alle btw terugvragen, wat ten goede komt aan de prijs die wij moeten 15 betalen voor onder andere huisvesting. Als laatste geldt het derde argument ook voor de gemeente Deventer, die een deel van het ICT verzorgt voor ons. Wat betreft de VPB is het uitgangspunt dat wij voor de ’VPB-Poort’ blijven. Dit wil zeggen dat er geen winstoogmerk is en geen winst wordt gemaakt. Hierdoor zijn wij niet VPB-plichtig. 3.4.6 Onzekerheden in de begroting De Omgevingsdienst IJsselland is pas van start. Doordat er weinig historische gegevens zijn brengt dit onzekerheden in de begroting met zich mee. Er is wel gebruikt gemaakt van gegevens van andere omgevingsdiensten. De twee grootste onzekerheden worden in deze paragraaf toegelicht. De eerste zijn de reiskosten. Er zijn veel verschillende regelingen voor de werknemers, dit is moeilijk om te prognosticeren en we kunnen niet naar het verleden kijken. In de loop van 2018 verkrijgen we meer inzicht en kunnen we, waar mogelijk, bij sturen. Daarnaast zal het verkregen inzicht de basis vormen voor de evaluatie van het mobiliteitsplan in de eerste helft van 2019.
Een tweede onzekerheid is de dienstverlening overeenkomst met Zwolle. Er is sterk gestuurd in een gezamenlijke verantwoordelijkheid om binnen het gestelde kader te blijven. Dit kader is echter vastgesteld voor de start van de Omgevingsdienst . Er zijn in de loop van de tijd ook nieuwe componenten ontstaan welke lastig te voorspellen waren maar wel te monitoren. Bijvoorbeeld het meerwerk aan de ICT hardware en dienstverlening. Met behulp van deze monitoring sturen we ook op de componenten waar ruimte in zit om zo binnen het gestelde kader te kunnen blijven opereren. 3.4.7 Meerjarenbalans De verwachting is dat de eindbalans beperkte bedragen zal bevatten voor crediteuren, debiteuren, hardware investeringen en een weerstandsreserve. Op dit moment is het nog onzeker hoeveel de weerstandsreserve zal zijn. Hierover zal meer bekend worden als de RUD is geliquideerd. Tegelijkertijd zal de nota weerstandvermogen hier meer inzicht in geven. 3.4.8 Subsidies In de begroting 2018 is er geen aandacht geweest voor subsidies. Voor enkele projecten op het gebied van Energie en Duurzaamheid en Externe Veiligheid zijn er wel subsidies aangevraagd en verstrekt. Dit wordt doormiddel van een Algemeen Bestuur besluit gewaarborgd. Voor 2019 is echter nog niet bekend welke subsidies beschikbaar komen voor de Omgevingsdienst, derhalve is hier voor alsnog niets voor opgenomen.
De subsidie stromen willen we inzichtelijk houden via de tussentijdse rapportages en de verantwoording in de jaarrekening. 16 3.4.9 Investeringen Voor 2019 staat er een investering gepland. De afdeling advies moet investeren in nieuw geluidsapparatuur. De huidige apparatuur is niet meer toereikend om het werk goed uit te voeren. De kosten hiervoor zijn echter nog niet voldoende bekend. De geschatte kapitaallasten die uit deze investering voortvloeien worden in eerste instantie gedekt door het afdelingsbudget overige kosten. 3.4.10 Governance op de Omgevingsdienst De begroting is één van de instrumenten van governance op de Omgevingsdienst. We plaatsen dit instrument graag in zijn context en schetsen daartoe hoe de governance van de Omgevingsdienst is ingericht: hoe verlopen toezicht, sturing, verantwoording en beheersing van de GR Omgevingsdienst? Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst wordt gevormd door bestuurders uit de colleges van alle deelnemende overheden. Uit hun midden is het Dagelijks Bestuur gekozen. De directeur van de Omgevingsdienst fungeert in beide besturen als secretaris. De verticale sturing en verantwoording wordt vormgegeven door de jaarlijkse kaderbrief en begroting, welke laatste na raadpleging van raden en staten, door het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst wordt vastgesteld.
De verantwoording gebeurt door middel van de jaarrekening welke na raadpleging van raden en staten, door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld, waarna een kopie aan de Minister van Binnenlandse Zaken wordt verstrekt (artikel 33 GR IJsselland). Het Algemeen Bestuur geeft opdracht aan een accountant om een onafhankelijk oordeel te geven over de betrouwbaarheid en rechtmatigheid van de jaarrekening. Gedurende het jaar zal het Dagelijks Bestuur op periodieke basis sturen op realisatie van de begroting en waar nodig begrotingswijzigingen aan het Algemeen Bestuur voorleggen. De horizontale sturing en beheersing geschieden door middel van Dienstverleningsovereenkomsten (DVO) die tussen de deelnemende overheden en de Omgevingsdienst worden afgesloten voor meerdere jaren. Hierbinnen wordt jaaropdrachten verstrekt. Deze DVO’s en jaaropdrachten betreffen de wettelijk verplicht in te brengen taken, maar ook “facultatieve” taken. Tevens verstrekt het bevoegd gezag het mandaat aan de Omgevingsdienst, dat nodig is voor de uitvoering van de DVO. De uitvoering van deze DVO’s en jaaropdrachten wordt beheerst met behulp van periodieke rapportages aan de opdrachtgevers. De betaling door de deelnemers is vooralsnog gekoppeld aan de ingebrachte taken en medewerkers; inputfinanciering. Vanaf het begrotingsjaar 2020 wordt gefaseerd overgegaan op outputfinanciering.
17 4 Paragrafen 4.1 Lokale heffingen De Omgevingsdienst IJsselland is niet bevoegd om lokale heffingen op te leggen. De deelnemers hebben er vooralsnog niet voor gekozen om deze heffingen bij ons te beleggen. De heffingen worden door de deelnemers zelf uitgevoerd. 4.2 Weerstandsvermogen & risicobeheersing Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft ons bij het vaststellen van de begroting 2018 bericht dat zij 1% tot 2,5% weerstandvermogen een te geringe buffer vindt. Daarbij is door het ministerie in overweging gegeven om in de komende periode een nota Weerstandvermogen vast te stellen. Het Dagelijks Bestuur neemt dit advies over en zal tegelijk met de liquidatie van de netwerk-RUD en de het vaststellen van de begroting 2019 het Algemeen Bestuur de genoemde nota en een voorstel voor de opbouw van weerstandsvermogen voorleggen. 4.2.1 Financiële kengetallen Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen (alle schulden - vorderingen en liquide middelen)/totale baten). De Omgevingsdienst IJsselland heeft geen schulden, vandaar dat de netto schuldquote niet te berekenen is. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen.
De hoogte van deze reserve is nog niet bekend plus de Omgevingsdienst heeft geen schulden, daarom is het berekenen van een solvabiliteitsratio niet mogelijk. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de gemeentelijke bijdrage. In het geval van de Omgevingsdienst zijn alle laste structureel gedekt door structurele baten. Kengetallen (bedragen x €1.000) Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Netto schuldquote - - - Solvabiliteitsratio - - - Structurele exploitatieruimte 100% 100% 100% 18 4.3 Financiering Middels de dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente Zwolle en de Omgevingsdienst IJsselland is in de functie van treasurer voorzien. De treasurer voor de gemeente Zwolle zal op basis van de betreffende dienstverleningsovereenkomst de functie van treasurer voor de Omgevingsdienst IJsselland gaan vervullen. Hierbij blijft de eindverantwoordelijkheid voor het proces bij de Omgevingsdienst. Met de dienstverleningsovereenkomst is bekrachtigd dat de treasurer van de gemeente Zwolle, in de functie van treasurer voor de Omgevingsdienst IJsselland, de bevoegdheden verkrijgt als omschreven in het concept treasurystatuut welke in 2018 aangeboden zal worden aan het Algemeen Bestuur.
4.4 Bedrijfsvoering Het managementteam zal de eerste jaren prioriteit geven aan de ontwikkelopgaven: borgen en door ontwikkelen van de lokale binding en het vormen van één organisatie. Dit zal veel tijd en energie vergen. Intern zal het nieuwe managementteam en specifiek het stafbureau zich gaan bezig houden met het ontwikkelen en door ontwikkelen van alle bedrijfsvoeringsaspecten. Hierbij valt te denken aan de instrumenten uit planning en control cyclus en de verschillende ICT aspecten. De doorontwikkeling van het systeem IJVI is hier ook een voorbeeld van. Hieronder worden enkele bedrijfsvoeringsaspecten nader toegelicht. Personeel en organisatie De Omgevingsdienst is inmiddels uitgegroeid tot een organisatie waar meer dan 100 medewerkers werkzaam zijn. Er wordt naast een vaste bezetting gewerkt met een flexibele schil voor ziek en piek. In het derde kwartaal van 2018 zullen we beginnen met een traineeprogramma. Dit zal in 2019 verder uitgebouwd worden. Aan de hand van strategische personeelsplanning zijn we steeds bezig met het plaatsen van de juiste medewerker op de juiste plek. Andere thema’s die in 2019 op de agenda staan zijn talentmanagent, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid. Tenslotte worden in 2019 verdere stappen gezet om met ingang van 1 januari 2020 de Wet Normalisatie Rechtspositie Ambtenaren in te voeren.
Accountant Het bestuur van de Omgevingsdienst IJsselland heeft een accountant geselecteerd en deze begin 2018 benoemd. Deze accountant, Brouwers uit Zwolle, heeft de opdracht een onderzoek te doen naar en verslag uit te brengen over de betrouwbaarheid van de processen en de jaarrekening. De accountant is in eerste instantie benoemd voor 1 jaar, met een optie voor een langduriger relatie. 19 Financiën In 2018 is gestart met het systeem van inputfinanciering. In het bedrijfsplan is vastgelegd dat wij vanaf 2020 geleidelijk overgaan op de methodiek van outputfinanciering. Bij inputfinanciering wordt de jaarlijkse financiële bijdrage per deelnemer bepaald door de betreffende loonsom (in te brengen in de vorm van formatie dan wel vacaturegeld) te vermeerderen met het percentage van de kosten voor de materiële en formatieve overhead. Outputfinanciering betekent bekostiging op basis van geleverde producten tegen een bepaalde prijs. Huisvesting Met de gemeente Zwolle, welke de huisvesting voor de Omgevingsdienst IJsselland verzorgt, is een contract gesloten met een looptijd van 10 jaar. Gekoppeld aan dit contract is een contract afgesloten om meerdere diensten van de gemeente Zwolle af te nemen.
Te denken valt hierbij aan; facilitaire, financiële en personele diensten, Het managementteam van de Omgevingsdienst zal scherp toe zien op de kosten en kwaliteit van de dienstverlening om binnen de gestelde kaders van de begroting te kunnen blijven. ICT Het streven van de Omgevingsdienst IJsselland is om goede VT&H-diensten te leveren aan burgers en bedrijven. Goede dienstverlening verloopt waar mogelijk digitaal, volgens een voor de klant herkenbaar en te volgen (gestandaardiseerd) proces, zonder dat de klant van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Voor de klant moet het niet uitmaken of bijvoorbeeld een vergunningaanvraag bij de gemeente, de provincie, de Omgevingsdienst IJsselland of meerdere partners tegelijk in behandeling is. In IJsselland hebben we ons gerealiseerd dat dit alleen kan als de samenwerkende partners beschikken over dezelfde informatie over de zaken waar we mee bezig zijn. We hebben daarom als uitgangspunt genomen dat zo veel mogelijk partners gebruik gaan maken van hetzelfde VT&H systeem. De implementatie van het VT&H-systeem kent 2 fases. Fases 1 is afgerond en betrof alle werkzaamheden binnen het Basis Takenpakket+, dit zijn de milieutaken welke overgedragen zijn aan de Omgevingsdienst. In fase 2 worden de overige VT&H-taken van de andere partners die dat willen geïmplementeerd. Deze fase wordt naar verwachting in de 2de helft van 2018 afgerond.
De Omgevingsdienst is opdrachtgever van beide projecten. De kosten lopen via de begroting van de Omgevingsdienst. Inkoop en aanbesteding De beleidskaders en werkwijze ten aanzien van inkoop en aanbesteding zijn door het managementteam, in samenwerking met de inkoopafdeling van Zwolle uitgewerkt. In 20 2019 zal er op basis van de kaders invulling gegeven worden aan het inkopen goederen en het aanbesteden van diensten. Governance In de inleiding hebben we de governance op hoofdlijn geschetst. Voor de sturing zal de Omgevingsdienst IJsselland, naast deze begroting, gaan werken met een meerjarig beleidsplan en een jaarplan. Dit jaarplan wordt met name gevoed door de jaaropdrachten die door de deelnemers worden gegeven. Gedurende het jaar worden periodiek rapportages omtrent prestaties en financiën opgesteld voor directie en Dagelijks Bestuur. Ten minste op drie momenten in het jaar zullen rapportages aan het Algemeen Bestuur worden voorgelegd met daarbij, waar nodig voorstellen voor begrotingswijzigingen. Deze drie momenten zullen zoveel mogelijk aansluiten op de beleidscyclus van de deelnemers. 21 Bijlages A. Baten en lasten per taakveld B.
Formatieplan Taakveld Baten Lasten Saldo 7.4 - Milieubeheer 10.237.692 -6.201.276 4.036.416 0.4 - Ondersteuning organisatie 0 4.036.416 -4.036.416 Totaal - Afdeling FTE Directie 5,0 Staff 7,2 Vergunningen 21,2 Toezicht en Handhaving 36,5 Advies 25,8 Totaal 95,7