CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

28.0 VNG - Regeerakkoord.pdf

Raadsvergadering 25 januari 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken7.427 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

U202101047 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Geachte leden van college en gemeenteraad, Op 15 december presenteerden VVD, D66, CDA en ChristenUnie het regeerakkoord ‘ Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’. Een eerste reactie op het akkoord hebben we 16 december aan de fractievoorzitters in de Tweede Kamer gestuurd. Hierin uiten we onze zorgen, waarbij met name de breuk van de nieuwe coalitie met de uitspraak van de (arbitrage-)Commissie van Wijzen over jeugdzorg er negatief uitspringt. In deze ledenbrief duiden we de belangrijkste zaken uit het akkoord. Hierbij nemen we de inzet die tijdens de ALV van februari 2021 unaniem is vastgesteld als uitgangspunt. Aan de leden Datum 20 december 2021 Kenmerk COS/U202101047 Lbr. 21/085 Bijlage(n) - Onderwerp Regeerakkoord Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/16 In een extra bestuursvergadering op 4 januari worden twee nieuwe resoluties besproken voor de ALV van 13 januari 2022, waarvoor u de uitnodiging en agenda al heeft ontvangen. Eén resolutie zal specifiek over de hervormingsagenda Jeugd gaan en één over de waardering van het regeerakkoord, conform de sporen 1 en 2 van onze inzet. Algemeen In onze eerste reactie noemen we het regeerakkoord een valse start van het nieuwe kabinet.

Met name de ingeboekte extra bezuiniging op Jeugd baart ons grote zorgen. Daarnaast willen ook voor de periode na 2025 zekerheid over de opschalingskorting. Tegelijkertijd stellen we vast dat de financiële positie van gemeenten in deze kabinetsperiode versterkt wordt. Het regeerakkoord bevat nog een aantal open eindjes. De ene maatschappelijke opgave is veel meer uitgewerkt dan de andere. Het is onduidelijk welke ruimte dat biedt. Omdat het geheel nog doorgerekend moet worden door het CPB lijkt de financiële paragraaf ook onder voorbehoud te zijn. Daarnaast is het voor de meerjarenbegrotingen van gemeenten ook belangrijk om te weten wat er na 2025 gaat gebeuren. Buiten de bezuinigingen op de jeugdzorg wordt er deze kabinetsperiode ogenschijnlijk veel geïnvesteerd in opgaven waar gemeenten voor aan de lat staan.

Over het Gemeente- en Provinciefonds is het volgende opgenomen: 2022 2023 2024 2025 structureel Coalitieakkoord GF PF 1.050 3.199 3.981 3.764 Accres 723 1.070 1.931 2.191 1.000 Opschalingskorting 10 420 570 715 0 Jeugd vanwege eigen bijdrage lager dan Cie Wijzen 1.454 1.265 758 300 Klimaat uitvoeringskosten medeoverheden en planbureaus 300 500 800 0 Overige dossiers medeoverheden 317 255 215 100 0 Het is niet duidelijk welk deel van het accres voor provincies en planbureaus is en welk deel voor gemeenten en dus ook niet of de trap-op/trap-afsystematiek onverkort wordt gehandhaafd. We weten niet welke keuzes gemaakt zijn. Ook is niet duidelijk hoe de regel ‘overige dossiers’ is opgebouwd. Daarnaast zullen gemeenten ook een beroep kunnen doen op andere fondsen, zoals het Groeifonds (3 miljard) en het Mobiliteitsfonds (7,5 miljard). Dat geldt ook voor de Regiodeals (900 miljoen), de envelop arbeidsmarkt, armoede en schulden (oplopend naar € 500 miljoen structureel) en de middelen voor dak- en thuislozen (65 miljoen). Tussen nu en de ALV zullen we de ontwikkelingen op de departementen blijven volgen en hier ook contact over onderhouden met de leden.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/16 Spoor 1: Structurele financiën op orde Jeugdhulp Regeerakkoord: De coalitie boekt een besparing in van € 100 miljoen in 2024 en € 500 miljoen in 2025 ten opzichte van het advies van de Commissie van Wijzen. Dit wordt onderbouwd door te stellen dat er ten opzichte van de Hervormingsagenda Jeugd -die nog vastgesteld moet worden- extra maatregelen worden ingevoerd op het normeren van de behandelduur en de eigen bijdrage. Reactie: Gemeenten zijn vanaf 2019 intensief in gesprek met de rijksoverheid om te komen tot een kwalitatief hoogwaardig en financieel houdbaar stelsel van jeugdhulp. Vanwege de weinig coöperatieve opstelling van de rijksoverheid waren we in het voorjaar van 2021 gen oodzaakt een arbitrageprocedure te starten. De uitspraak van de Commissie van Wijzen was meer dan helder: het rijk dient gemeenten te compenseren voor de feitelijke kosten van de jeugdhulp en rijk en gemeenten dienen gezamenlijk een hervormingsagenda op te stellen. We stellen vast dat in het regeerakkoord deze uitspraak van de Commissie van Wijzen eenzijdig terzijde wordt geschoven door de financiële reeks niet over te nemen, maar deze vanaf 2024 met € 100 miljoen en vanaf 2025 zelfs met € 500 miljoen te verminderen. Dit is onhaalbaar. De voorgestelde eigen bijdrage van ouders en de normering van zorgkosten bieden geen adequate dekking.

Het is daarom niet te vermijden dat kwetsbare kinderen en gezinnen hiervan de dupe worden. Dit is een valse start die moet worden rechtgezet door duidelijk te maken dat het risico voor het niet behalen van deze dekking op geen enkele wijze bij gemeenten mag komen te liggen. Hoe dan ook betreuren we deze keuze in het regeerakkoord en daarom vragen we de Kamer om deze keuze te herstellen en om ervoor te zorgen dat rijk en gemeenten gezamenlijk een goede start kunnen maken. Mocht er geen sprake zijn van een correctie van het regeerakkoord zal dat effect hebben op andere onderdelen die samenhangen met de uitspraak van de Commissie van Wijzen, waaronder de realisatie van de hervormingsagenda. Wij zullen u op de ALV van 13 januari voorstellen hoe hiermee om te gaan. Opschalingskorting Regeerakkoord: De coalitie bevriest de opschalingskorting tot en met 2025 op het niveau van 2019. Dat betekent dat het restant van deze niet-taakgebonden korting op het gemeentefonds van structureel € 675 miljoen de komende kabinetsperiode niet wordt geëffectueerd. In 2026 wordt de opschalingskorting weer ingeboekt, waarmee de totale korting alsnog uitkomt op € 975 miljoen. Reactie: Het is een goed resultaat voor gemeenten dat de opschalingskorting voor de duur van de kabinetsperiode wordt bevroren.

Iedere grond voor de opschalingskorting ontbreekt, daar bestaat inmiddels geen enkele discussie meer over. Gemeenten hebben nadrukkelijk verzocht om de opschalingskorting terug te draaien en een bevriezing voor deze periode is een mooi resultaat. Gemeenten zullen echter in hun meerjarenbegrotingen moeten rekenen met een volledige terugkeer van de opschalingskorting. Deze niet te onderbouwen korting blijft daarmee als een zwaard van Damocles boven de gemeenten hangen. Dit is onwenselijk en daarom vragen we om deze korting ook vanaf 2026 structureel stop te zetten. Dan kunnen gemeenten ook structureel investeren in structurele opgaven. We zullen hierover in overleg treden met het kabinet en met de provincies, vanuit hun toezichthoudende rol. Abonnementstarief Regeerakkoord: De coalitie stelt dat door stijgend gebruik van de huishoudelijke hulp de beschikbaarheid van voorzieningen onder de Wmo onder druk staat. Daarom wordt toegewerkt Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/16 naar een eerlijkere eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp met landelijke normen en met o og voor betaalbaarheid voor lage en middeninkomens. Hierdoor blijven hulp en ondersteuning beschikbaar. De partijen zien de eerste twee jaar extra uitgaven (€ 10 miljoen), daarna een besparing (€ 80 miljoen).

Ambtelijk hebben we vernomen dat het kabinet extra kosten voor gemeenten vanwege de aanzuigende werking compenseert, waarbij dekking wordt gevonden in de kop ‘overige dossiers medeoverheden’. Vanuit ministeries krijgen we ook andere bestedingsdoelen voor die post, met name de invoeringskosten Omgevingswet. Reactie: We zijn blij dat het abonnementstarief wordt aangepast. Uitgangspunt blijft dat gemeenten volledig gecompenseerd worden voor de meerkosten van het abonnementstarief. Uiteraard dringen we aan op een spoedige bestuurlijke bevestiging van de compensatie. Ook willen we duidelijkheid over de budgettaire betekenis voor gemeenten van de ingeboekte besparing van € 80 miljoen structureel. Normeringssystematiek: onduidelijk Regeerakkoord: In het stuk staat dat de normeringssystematiek grotendeels behouden blijft. Daarnaast wordt – voor meer financiële stabiliteit en een grotere autonomie – een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. In de bijlage bij het coalitieakkoord is cijfermatig weergegeven wat dit betekent voor het accres. E én en ander leidt tot een structureel hoger accres (Gemeentefonds, maar ook Provinciefonds en BTW- compensatiefonds) van € 1 miljard vanaf 2026. In de voorliggende jaren is cumulatief gezien sprake van een incidenteel hoger accres.

In een voetnoot van die bijlage is weergeven dat de bedragen voor het gemeentefonds als enige in de bijlage nominaal worden weergegeven. Reactie: Onze inzet was dat de brede koppeling aan alle netto rijksuitgaven behouden blijft. Normaal is de normering een afspraak tussen de nieuwe coalitie en de medeoverheden. Naar onze indruk is de koppeling aan alle netto rijksuitgaven, oftewel de brede koppeling als normering, verlaten, maar wij hebben geen idee aan welk mandje van de netto rijksuitgaven we nu worden gekoppeld. Wat betekent ‘grotendeels’? Van een wederzijdse afspraak tussen de nieuwe coalitie en de medeoverheden is (nog) geen sprake. De intensiveringen van het coalitieakkoord leiden volgens de bijlage van het coalitieakkoord tot een opwaartse bijstelling van het accres uit de septembercirculaire gemeentefonds 2021. Maar gegeven de voetnoot dat de bedragen nominaal zijn, hebben wij geen inzicht met welke inflatie correctie deze accresreeks is berekend. Hoewel het op het eerste gezicht gunstig lijkt, kunnen we op basis van het coalitieakkoord nog geen oordeel vormen over de hoogte van het reëel accres voor de komende kabinetsperiode. Wel merken we op dat met de reeks uit de bijlage het reëel accres voor het jaar 2026 negatief wordt, terwijl de overstap naar een andere systematiek voor dat jaar wordt aangekondigd.

Het negatieve accres in 2026 heeft vanaf 2023 zijn weerslag op de meerjarenbegroting van gemeenten en cumuleert daarbij met de opschalingskorting die vanaf dat jaar in de boeken van het rijk is blijven staan. Dat levert in combinatie met het provinciaal toezicht een beperking op van de financiële ruimte van gemeenten in de voorgaande jaren. Daar zou een mouw aan moeten worden gepast. Zeker ook omdat voor de invoering van een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026 de koek niet moet krimpen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5/16 Spoor 2: Interbestuurlijke verhoudingen Regeerakkoord: Er wordt niet expliciet aandacht besteed aan interbestuurlijke verhoudingen in het stuk. Wel worden er woorden gewijd aan het belang van samen optrekken met gemeenten, nadrukkelijk benoemd als eerste overheid. Door de tekst heen gaat het veel over zaken die ‘in de regio’ of gebiedsgericht worden opgepakt. Er wordt een onderzoek aangekondigd naar de positie van het lokaal bestuur en de positie van de burgemeester daarbinnen om het toekomstbestendig te maken. Daarnaast acht de coalitie het nodig om expliciet op te nemen in voorkomende gevallen gebruik te maken van de mogelijkheid een aanwijzing te geven aan medeoverheden. Reactie: Gemeenten lijken in het regeerakkoord vooral een uitvoeringsloket te zijn van rijksbeleid.

Dat blijkt naast het negeren van de arbitrageuitspraak rond de jeugdhulp uit de passage dat het rijk zich het recht voorbehoudt gemeenten aanwijzingen te kunnen geven. Dit probeert het rijk nu ook al (zie asielopvang), maar dat moet in de betreffende wet zijn geregeld en met inachtneming va n de regels voor het interbestuurlijk toezicht. Wel zijn we blij met de aandacht voor uitvoerbaarheid. De uitvoeringskracht van gemeenten blijft een aandachtspunt. Dan gaat het bijvoorbeeld om de middelen die gemeenten kunnen besteden aan hun organisatie. Dit betekent dat gemeenten en in het bijzonder de gemeenteraden en colleges van burgemeester en wethouders, die de verantwoordelijkheid voor deze uitvoering dragen, uit positie blijven. Er wordt geen aandacht besteed aan een sterkere positie van de minister van BZK om integraliteit in wet- en regelgeving te verbeteren en aan een aanscherping van artikel 2 Fvw. Arbitrage komt alleen indirect aan bod, in een uitwerking van constitutionele toetsing. Bovendien worden we -met de Woningbouwimplus en het Volkshuisvestingsfonds- geconfronteerd met een nieuwe vorm van een niet-taakgebonden korting op het gemeentefonds.

Hierdoor blijft het voor gemeenten lastig om in te schatten of er bij voorstellen van de rijksoverheid voldoende evenwicht is tussen ambities, financiële middelen en uitvoerbaarheid en hiermee evenwichtige voorzieningen voor inwoners, bedrijven en instellingen. Toch lijkt er wel ruimte te zijn voor voorstellen in de lijn van onze Wet op het decentraal bestuur. In het regeerakkoord is er aandacht voor uitvoerbaar beleid middels uitvoeringstoetsen door betrokken instanties zelf. Grote wetsvoorstellen worden voorafgegaan door een hoofdlijnenbrief. De effecten van wetgeving op de uitvoering worden na één jaar geëvalueerd (invoeringstoets). Spoor 3: Aanbod aan het kabinet Klimaat en energie Regeerakkoord: Het is een ambitieus regeerakkoord waarin de doelstelling voor 2030 van -49% wordt aangescherpt naar -55% en zelfs een streefdoel van -60% CO2-reductie. Hiervoor trekt het regeerakkoord € 35 miljard uit, grotendeels via een klimaat(investerings)fonds. Het regeerakkoord trekt forse middelen uit voor vergoeding van de uitvoeringslasten, oplopend naar € 800 miljoen in 2025. De focus in de gebouwde omgeving ligt in het regeerakkoord meer op isolatie en (hybride) warmtepompen dan op de wijkgerichte aanpak. ‘Op wijkniveau zetten we, waar dat kosteneffectief kan, in op de realisatie van duurzame warmtenetten.

De doelstelling in deze sector wordt met 7 Mton aangescherpt.’ Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6/16 Bij de elektriciteitsopwekking op land legt het akkoord een aantal beperkingen op. Ten eerste worden zonnepanelen op land alleen toegestaan als multifunctioneel gebruik van dat land mogelijk is en ten tweede komen er ‘heldere afstandsnormen’ voor de bouw van windmolens op land. Reactie: Mooi dat er zoveel aandacht is voor klimaat en ook goed dat er forse financiële middelen voor worden uitgetrokken. Of het voldoende is, is nog onduidelijk omdat het klimaatbeleid nog verder in een beleidsprogramma moet worden uitgewerkt en vervolgens wordt d oorgerekend door PBL. De opbouw van de uitvoeringsmiddelen zoals die in het regeerakkoord staat is tot 2025 aanzienlijk langzamer dan de kosten die in het ROB-advies zijn aangegeven. In de periode 2025- 2030 komt de vergoeding redelijk in de buurt van wat nodig is voor uitvoering van het Klimaatakkoord. De vergoeding is dan echter ook bestemd voor lasten die gepaard gaan met de aangescherpte doelstelling. We staan klaar om met het rijk te praten over de additionele ambities die erin staan. Daarbij is het wel belangrijk dat de ambities reëel blijven. Tegelijkertijd kunnen gemeenten geen additionele taken op zich nemen als het bij deze uitvoeringsmiddelen blijft.

Ook zullen we moeten bezien wat de nu beschikbaar gestelde middelen betekenen voor doel en reikwijdte van de huidige opgaven voor gemeenten uit het Klimaatakkoord. Sowieso maken we ons ernstig zorgen over het uitblijven van additionele uitvoeringsmiddelen voor 2022. Er dreigt zo vertraging te ontstaan. Beleidsmatig maken we ons zorgen omdat het regeerakkoord juist bij de twee belangrijkste taken waar gemeente voor staan uit het Klimaatakkoord, de wijkgerichte aanpak en de RES’en, spaken in het wiel lijkt te steken. Dit terwijl wij er (met recht) trots op zijn dat we onze afspraken hierover (RES’en en Transitievisies Warmte) conform planning zijn nagekomen. In het algemeen mist de VNG een notie in het regeerakkoord over verdere uitvoering van het Klimaatakkoord. De VNG gaat het gesprek met het nieuwe kabinet hierover aan en zal de vragen stellen die we hierover hebben. Daarbij benadrukken we ook de waarde van een doorlopende lijn in beleid. We staan aan de vooravond van daadwerkelijke uitvoering van het Klimaatakkoord, het is onverstandig nu een hele nieuwe beleidslijn in te zetten als kabinet. Klimaatbeleid kan alleen effectief zijn als het meerjarig over meerdere kabinetten heen gecontinueerd wordt. Het Klimaatakkoord moet daarbij de basis zijn. Regionale economie Regeerakkoord: Er wordt veel aandacht besteed aan economie.

Hierin staan ook de noodzake lijke thema’s van de VNG-agenda: aandacht en urgentie voor een sterk mkb, aantrekkelijke stads- en dorpscentra en een aanpak op zowel de onderkant als de bovenkant van de arbeidsmarkt. Reactie: Gemeenten, samen met provincies en regionale partners, zijn onmisbaar om de ambities van het kabinet uit te voeren. In het akkoord wordt echter niet ingegaan op de interbestuurlijke samenwerking. Het is essentieel dat het kabinet het belang van die samenwerking onderschrijft én mogelijk maakt dat gemeenten hun taken goed kunnen vervullen en hun rol actief kunnen oppakken. We benadrukken het belang van een meer wendbare en weerbare beroepsbevolking en ondernemingen en bedrijven die hierop kunnen en mogen inspelen. In het akkoord zitten goede aanknopingspunten voor de voorstellen uit de VNG white paper over human capital. In de regio kunnen we (potentiële) werknemers en werkgevers goed bedienen. Goed dat het kabinet uitspreekt gezamenlijk met lokale overheden te zorgen voor bruisende en gezonde winkelstraten. We zien namelijk dat dit op alle vlakken onder druk staat en dit wordt versterkt door het effect dat de COVID-19-crisis heeft op de zwaar getroffen sectoren die Vereniging van Nederlandse Gemeenten 7/16 ondernemen in onze binnensteden en kernen.

Aantrekkelijke centra zijn essentieel voor het vestigingsklimaat van de regio voor wat betreft ondernemen, wonen en werken. We bespreken graag hoe we op korte termijn komen tot actieplannen die onze stads- en dorpscentra toekomstbestendig maken Een gezonde economie draait op sterke en uitvoeringskrachtige regio’s. Hiervoor is nodig dat het rijk beleidsinstrumentarium en middelen faciliterend richt naar de regio, conform de aanbevelingen van de studiegroep-Ter Haar. Regiodeals hebben tot veel energie en brede welvaart in de regio geleid. Goed dat de regiodeals worden voortgezet, wel is nodig om de aanpak te verbeteren aan de hand van opgedane ervaringen. We geven hiervoor aanbevelingen aan het rijk . We zien de regiodeals graag als opmaat naar een meer structurele, programmatische en interbestuurlijke samenwerking in de regio. Wonen en leefomgeving Regeerakkoord: Er komt een minister voor Volkshuisvesting & Ruimtelijke Ordening (VRO). De minister voor VRO krijgt de regiefunctie voor het ruimtelijk beleid, zowel ten aanzien van verstedelijking als ten aanzien van andere opgaven met een sterke ruimtelijke component .

In hoofdstuk 1 is onder ‘Versterken van democratische instituties’ het volgende aangegeven: ‘Wanneer het algemeen belang dit noodzakelijk maakt, zal het kabinet, met inachtneming van de lokale autonomie en passende waarborgen, gebruikmaken van de mogelijkheid een aanwijzing te geven aan de medeoverheden.’ In verband met een goede ruimtelijke inrichting actualiseert het kabinet de Nationale Omgevingsvisie, scherpt deze aan en komt met een uitvoeringsprogramma. Voor het wonen komt er een hernieuwde Nationale Woon- en Bouwagenda. Het kabinet streeft bij de bouw van 100.000 nieuwe woningen per jaar ernaar dat ten minste twee derde van de woningen betaalbare huurwoningen en koopwoningen tot aan de grens van de Nationale Hypotheekgarantie zijn. Daarnaast wordt de verhuurderheffing op de woningcorporaties afgeschaft en wordt de sociale huur voor mensen met een lager inkomen verlaagd en voor de huur voor mensen met een hoger inkomen verhoogd. Huurders van een middenhuurwoning krijgen een vorm van huurprijsbescherming. De woningbouwimpuls en het volkshuisvestingsfonds worden gecontinueerd. Dit wordt bekostigd vanuit het Gemeentefonds. Er wordt € 7,5 miljard toegevoegd aan het mobiliteitsfonds voor ontsluiting van nieuwe woningen in de veertien verstedelijkingsgebieden en daarbuiten.

Reactie: De decentrale overheden benadrukken het belang van een goede interbestuurlijke samenwerking om de grote maatschappelijke opgaven in samenhang aan te pakken. Wij hopen dat de minister voor VRO met het oog op goede ruimtelijke inrichting zal toezien op de samenhang van (onder andere) woningbouw, mobiliteit, natuur, stikstof/landbouw, leefbaarheid en leegstand, waarbij fysieke ontwikkelingen bijdragen aan een goed functionerende maatschappij. Wonen, werken, voorzieningen en natuur moeten in balans zijn. Dit vraagt om coördinatie van de verschillende afzonderlijke ministeries die aan ruimtelijke opgaven werken. Gemeenten, provincies en waterschappen bundelen graag de krachten met het rijk, maar stellen daarbij een aantal voorwaarden, zoals evenwichtige bestuurlijke verhoudingen. De regiefunctie van het rijk kan alleen werken, als het rijk gemeenten helpt bij het realiseren van de brede maatschappelijke opgaven. Gemeenten zitten niet te wachten op een rijk dat eenzijdig bepaalt wat goed is voor een gemeente Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8/16 en er een beperkte agenda op nahoudt. De regierol die het rijk wil vervullen, moet daarom in overleg met gemeenten tot stand komen en niet ten koste gaan van beleidsvrijheid voor gemeenten. De Omgevingswet, die het subsidiariteitsbeginsel als insteek heeft, wordt helaas niet in het regeerakkoord genoemd.

Het is belangrijk dat nieuw beleid en wetgeving eerst getoetst worden op uitvoerbaarheid. En dat er een evenwicht is tussen taken, bevoegdheden en financiële middelen voor alle bestuurslagen. Wij kunnen ons vinden in de ambitie de woningbouw te intensiveren, maar vragen ons af hoe en we hopen niet dat het loslaten van de focus op binnenstedelijk bouwen ten koste g aat van de jarenlange en noodzakelijk blijvende inzet die gemeenten hierop hebben. Het is daarbij onduidelijk hoe het rijk eigen grond en vastgoed wil inzetten. Het is noodzakelijk dat die gronden worden ingezet bij de plannen die gebiedsgericht zijn bedacht. De aandacht voor passend en betaalbaar wonen is positief. Ook zien we dat er geld nodig is voor de grote leefbaarheidsuitdagingen in steden en dorpen. De VNG ziet behalve de welkome miljarden voor ontsluiting en het afschaffen van de verhuurderheffing voor woningcorporaties geen aanvullende financiering voor deze ambities. We vinden het zeer onwenselijk dat het regeerakkoord voor de woningbouwimpuls en voor het volkshuisvestingsfonds € 1 miljard en € 600 miljoen uit het gemeentefonds haalt, om het vervolgens als specifieke uitkering (SPUK) ter beschikking te stellen aan een aantal gemeenten. Bovendien wordt er 50% cofinanciering geëist, waarvan niet helder wordt gemaakt of dat de SPUK is of zelfs nog daarnaast ingelegd moet worden.

Dit is niet alleen een sigaar uit eigen doos die ten koste gaat van andere noodzakelijke gemeentelijke investeringen, het is ook een herverdeling van het gemeentefonds waarbij alle gemeenten betalen voor woningbouw en leefbaarheid in enkele gemeenten. Hiervoor ontbreekt de obje ctieve grond en in plaats van de relatie tussen steden en omliggende gemeenten te verstevigen, leidt deze keuze tot een grotere disbalans tussen stad en omliggende gemeenten. Digitalisering Regeerakkoord: De coalitie wil de kansen die digitale technologie biedt benutten, onder andere met uitstekende digitale vaardigheden, een sterke Europese digitale markt, hoogstaande digitale infrastructuur en ambitieuze samenwerking in technologische innovatie. Daarnaast maakt de coalitie € 10 miljoen vrij om, samen met andere organisaties, te investeren in digitale geletterdheid, ofwel het bestrijden van ‘digibetisme’. Reactie: De VNG is blij met deze ontwikkelingen. Er is aandacht voor fundamentele burgerrechten, waarbij inwoners een eigen online identiteit krijgen en regie over hun eigen data. De positie van digitalisering in het democratisch debat is echter wel van belang en hier moet voldoende aandacht aan worden besteed. Momenteel is het nog onduidelijk of er een bewindspersoon met een coördinerende rol komt.

Hier pleit de VNG wel voor, aangevuld met een commissie of onderraad om afstemming en eenheid te bewaken, in het bijzonder waar het data/algoritmen, AI, arbeidsmarktbeleid en onze inzet/samenwerking in Europees verband betreft. Sociaal domein Propositie De winst van het sociaal domein Regeerakkoord: Bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid komen uitgebreid terug. In de visie ‘basis op orde’ is er aandacht voor preventie van laaggeletterdheid. Aandacht voor bestaanszekerheid komt terug in middelen voor arbeidsmarkt, re-integratie en armoede en schulden (€ 500 miljoen per jaar). Er wordt structureel € 1 miljard per jaar geïnvesteerd voor het Vereniging van Nederlandse Gemeenten 9/16 vergroten van de kansengelijkheid. Gezondheid heeft een apart hoofdstuk in dit regeerakkoord, waarbij er breder naar gezondheid wordt gekeken dan alleen zorg. Reactie: De aandacht die aan bestaanszekerheid en kansengelijkheid worden besteed , ervaart de VNG als positief, waarbij onze inzet op hoofdlijnen terugkomt in het regeerakkoord. Het is echter voor wat betreft kansengelijkheid jammer dat men de keuze maakt om kinderopvang aan te vliegen vanuit arbeidsmarktperspectief (bijna gratis voor kinderen van werkende ouders). Toegangsrecht voor alle kinderen is al 10 jaar een belangrijke wens van gemeenten.

We zien dat er een eerste stap wordt gezet in het verhogen van het wettelijk minimumloon (WML), al is de ingangsdatum (2024) laat. De ontkoppeling van de AOW met het WML is een vergaande stap en baart de VNG zorgen in het kader van het armoedebeleid. Op het gebied van gezondheid is de VNG over het algemeen positief. Gezond leven als maatschappelijke opgave is een punt waar we in de propositie ook voor hebben gepleit. Een incidentele impuls voor valpreventie is mooi, maar dat zal niet automatisch tot een structurele besparing van € 75 miljoen leiden. Om te zorgen dat ouderen minder snel op de SEH belanden, is veel meer nodig. Houdbaarheid van het stelsel moet nu worden gevonden in verbeteringen IN het stelsel (geen stelselwijzigingen) en door breder te kijken naar ook onderwijs, sport, huisvesting, bestaanszekerheid en leefomgeving. Ook dat sluit aan bij de boodschap van onze propositie: het sociaal domein is de verzamelbak van problematiek waarvan de oorzaken ook daarbuiten om aanpak vragen. De menselijke maat dient centraal te staan en inwoners over wie het gaat , moeten worden betrokken. We moeten echter in deze periode wel naar de langere termijn en fundamentele houdbaarheid van het stelsel gaan kijken. Vooral op het vraagstuk maatschappelijke capaciteit in relatie tot de reikwijdte van minimale ondersteuning en zorg die inwoners van de overheid mogen verwachten.

Voor wat betreft laaggeletterdheid is het onduidelijk of er ook een plan is voor volwassenen. De vraag is ook of de uitvoering van dit plan bij gemeenten terugkomt. Zowel bij de ambities op het gebied van onderwijs als bij de klimaatambities wordt er geen aandacht besteed aan de onderwijshuisvesting, terwijl het rijk zelf met het IBO onderwijshuisvesting aantoont dat veel schoolgebouwen hard aan vervanging of renovatie toe zijn. Kinderopvangtoeslagaffaire Regeerakkoord: In de recente herijking van de hersteloperatie is samen met ouders, gemeenten en andere betrokken partijen gezocht naar opties voor versnelling en verbetering. Het succes van deze herijking is cruciaal om beter in de behoeften van ouders en kinderen te voorzien, onder andere door eerder persoonlijk contact, een grotere rol voor gemeenten om ouders een vast aanspreekpunt en gerichtere ondersteuning te bieden, en meer aandacht voor emotioneel herstel in het hele proces. Reactie: De tekst in het regeerakkoord over de Hersteloperatie Kinderopvangtoeslagaffaire is in lijn met de bestuurlijke afspraken tussen rijk en de VNG. Het is belangrijk om aan de slag te gaan met de uitkomsten van de herijking. Voor de grotere rol van gemeenten is het wel van belang dat de uitvoeringstoetsen goed worden uitgevoerd en de uitkomsten worden meegenomen in het vervolg.

Zorgfraude Regeerakkoord: Inzicht in de kwaliteit van de geleverde zorg is belangrijk. Daarbij moeten niet - integere zorgbestuurders en zorgondernemers worden aangepakt, als er sprake is van fraude en oneigenlijk gebruik. Er moeten (nadere) voorwaarden worden gesteld aan winstuitkering om Vereniging van Nederlandse Gemeenten 10/16 excessieve winstuitkering door zorgaanbieders tegen te gaan, dan wel te voorkomen. On der strenge randvoorwaarden kan het mogelijk zijn dat er risicodragend kapitaal aangetrokken wordt voor investeringen in de kwaliteit van zorg. Reactie: Gemeenten vinden toezicht op kwaliteit van geleverde zorg in het kader van de W mo en Jeugdwet belangrijk en willen oneigenlijk gebruik van zorggelden voorkomen en aanpakken. Niet voor niets heeft de ALV in juni 2021 besloten dit thema structureel via de gezamenlijke gemeentelijke uitvoering (GGU) op te pakken. Het is goed dat het kabinet investeert in goed e randvoorwaarden waarbinnen gemeenten hun toezichthoudende taak kunnen doen, en wij werken er graag aan mee deze randvoorwaarden met oog voor uitvoerbaarheid in te vullen. We gaan ervan uit dat deze inzet van het kabinet zich ook vertaalt in financiële inzet via de begroting van het ministerie van VWS.

Asielopvang en huisvesting Regeerakkoord: In het regeerakkoord wordt uitgebreid ingegaan op de maatregelen die in de komende regeerperiode worden genomen op het terrein van asiel, migratie, opvang, terugkeer, huisvesting en inburgering. Hieronder benoemen we enkele van opvallende zaken die van belang zijn voor gemeenten. Reactie: Er wordt in het akkoord niet gerefereerd aan de interbestuurlijke uitvoeringsagenda flexibilisering asielketen. Deze agenda, een gezamenlijke agenda van alle betrokken overheden en uitvoeringsorganisaties, is cruciaal als het gaat om het realiseren van een werkende keten van asiel, opvang, huisvesting en inburgering. Investeren in een gezamenlijke programmatische aanpak waarbij het opvanglandschap wordt vormgegeven langs de afgesproken lijnen is voor gemeenten noodzakelijk; het gesprek over de rolverdeling tussen partijen maakt hiervan onderdeel uit. Alleen zo komen we tot een flexibele, toekomstbestendige opvang, met ruimte voor kleinschaliger locaties en met behoud van maatschappelijk draagvlak. Een deel van de aangekondigde extra investeringen zou hieraan moeten worden besteed. Op 8 juli 2021 is het adviesrapport ‘een thuis voor iedereen’ aan het kabinet gepresenteerd. Aan dit adviesrapport heeft een brede coalitie van BZK, VWS, OCW, J&V, SZW, VNG, G4 en G40 en Aedes gewerkt.

In dit rapport is de ambitie een thuis voor iedereen in 2030 opgenomen, met flexibele huisvesting voor verschillende aandachtsgroepen waaronder vergunninghouders. We gaan ervan uit dat dit rapport, hoewel het niet wordt genoemd in het coalitieakkoord, de basis blijft voor een gezamenlijke aanpak en zullen dit in de gesprekken met het Rijk ook zo naar voren brengen. Landelijke Voorziening Vreemdelingen Regeerakkoord: We zetten in op effectieve maatregelen die gericht zijn op of bijdragen aan terugkeer of vertrek van mensen die niet in Nederland mogen blijven. Dit doen wij door […] het uitbreiden van de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) naar een landelijk dekkend netwerk waarbij de opvang altijd gericht is op terugkeer. Zelfstandige gemeentelijke opvang is dan niet meer nodig en wordt door het Rijk niet meer gefinancierd. Reactie: Het coalitieakkoord beoogt de landelijke vreemdelingenvoorziening (LVV) uit te breiden naar een landelijk dekkend netwerk, waarbij de opvang – in tegenstelling tot de huidige pilots met de LVV – altijd gericht is op terugkeer. Zelfstandige gemeentelijke opvang zou dan niet meer nodig zijn en wordt door het Rijk niet meer gefinancierd. Dit is voor gemeenten zeer problematisch.

Het Vereniging van Nederlandse Gemeenten 11/16 terugbrengen van de LVV tot opvang voorafgaand aan vertrek uit Nederland sluit niet aan bij de complexe situatie van de doelgroep en zorgt ervoor dat een grote groep tussen wal en schip valt. In de praktijk zou dat betekenen dat de positieve effecten van de LVV op de openbare orde, volksgezondheid en maatschappelijke en bestuurlijke rust teniet worden gedaan. Arbeidsmigranten Regeerakkoord: In het akkoord wordt aangegeven dat de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten opgevolgd worden, om slechte omstandigheden van arbeidsmigranten tegen te gaan en concurrentie en verdringing op de arbeidsmarkt te voorkomen. Daarnaast is er specifieke aandacht voor het zoeken van huisvesting voor deze doelgroep en voor integratie. Reactie: Het is ruim een jaar geleden dat het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten een tweede advies heeft uitgebracht. Een jaar later moeten we constateren dat er zaken opgepakt zijn, maar dat concrete verbeteringen op dit moment beperkt zijn en dat er geen extra budget beschikbaar is gekomen. We moeten het momentum niet te verliezen. We begrijpen dat het maken van kwalitatief goede wetten tijd kost, maar de tijd dringt. We worden dagelijks geconfronteerd met schrijnende situaties.

De VNG blijft aandringen op snelle verbeteringen voor arbeidsmigranten onder meer door: goede registratie van verblijfadressen, regulering van de markt voor uitzendbureaus, oplossen van problemen met gegevensdeling die een integrale handhavingsaanpak in de weg staan, uitwerking van het wetsvoorstel Goed Verhuurderschap en betere beeldvorming rondom arbeidsmigranten die het mogelijk moet maken om meer en betere huisvesting te realiseren. Spoor 4: Focus op uitvoering Zorg voor kwetsbare inwoners Regeerakkoord: Er wordt genoemd dat mensen altijd persoonlijk in contact moeten kunnen komen met de overheid. Het kabinet zet ook het programma Werken aan Uitvoering (WAU) voort, waarbij het nadrukkelijk optrekt met gemeenten, die als eerste overheid optreden. Wetten worden beoordeeld op menselijke maat en uitvoering en er worden hardheidsclausules opgenomen in de wet. Voor verbetering van de uitvoering en dienstverlening (WAU) is gedurende 10 jaar € 600 miljoen per jaar opgenomen met een aanloop van € 200 miljoen in 2022. Structureel is € 133 miljoen beschikbaar vanuit de gedachte dat de structurele kosten lager liggen nadat knelpunten zijn opgelost. Welk deel van de gereserveerde middelen aan gemeenten toekomt – en of gemeenten meegenomen zijn in deze reservering – is niet gespecificeerd.

Daarnaast geeft het regeerakkoord aan dat in de uitvoering ruimte moet zijn om af te wijken als de gevolgen voor mensen onevenredig groot zijn. Waar mogelijk krijgen professionals in de uitvoering meer beslisruimte. Reactie: De VNG is blij met het voortzetten van het programma WAU en het nadrukkelijk benoemen van de samenwerking met gemeenten hierin. Experimenteerruimte om met inwoners in den brede te kijken naar passende vormen van ondersteuning is voor gemeenten van belang. Daarnaast vinden we het belangrijk dat er aandacht is voor de menselijke maat en het voorkomen van fouten en fraude. In de uitwerking van het akkoord moet het gesprek nog gevoerd worden over de bijbehorende benodigde structurele middelen voor gemeenten. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 12/16 Uitvoeringstoets Regeerakkoord: Het nieuwe kabinet ziet een sterke overheid voor zich, met oog voor de menselijke maat. Er is meer aandacht voor de uitvoeringstoets door instanties zelf, in lijn met het rapport van de Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties. Daarnaast moeten voorstellen vanuit de Kamer getoetst kunnen worden op uitvoerbaarheid. Grote wetsvoorstellen worden voorafgegaan door een hoofdlijnenbrief. De effecten van wetgeving op de uitvoering worden na één jaar geëvalueerd (invoeringstoets).

Er is niets gezegd over de noodzaak om in de uitvoeringstoetsen ook naar (samenwerking) in ketens te kijken en (dus) samen uit te voeren. Over de financiering van de kosten voor deze uitvoeringstoetsing is in het regeerakkoord niets opgenomen. Reactie: De VNG is blij met deze aandacht voor de uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving. Gemeenten staan dicht bij de inwoner. In de integrale dienstverlening aan/ondersteuning van inwoners komt veel wet- en regelgeving samen. Aandacht voor de uitvoerbaarheid, ook in samenhang tussen wetten, is daarom van belang. Daarbij dient de aandacht voor de uitvoering vanaf de start van het beleids-/wetgevingsproces aanwezig te zijn. Uitvoeringstoetsing moet niet eenmalig, maar meerdere malen in het proces plaatsvinden. Waar nodig samen met ketenpartners en door gebruik te maken van ervaringen uit de praktijk. De VNG verwacht dat het rijk bijdraagt in de kosten van het toetsen op uitvoerbaarheid voor gemeenten. De nadere uitwerking van het coalitieakkoord in beleidsprogramma’s biedt de mogelijkheid een dergelijke toets op de uitvoerbaarheid voor het regeerprogramma te doen. Voor gemeenten en in samenhang/samenwerking met andere uitvoeringsorganisaties in de ketens. De VNG heeft hier contact over met het netwerk publieke dienstverleners. Overige onderwerpen Met de resolutie Inzet kabinetsformatie heeft u ons een duidelijke focus gegeven.

In het regeerakkoord staan echter meer zaken die gemeenten raken. Hieronder treft u een overzicht met duiding van de belangrijkste onderwerpen. Corona De coronacrisis wordt in het regeerakkoord alleen zijdelings genoemd als het over bedrijven en cultuur gaat en om een aantal hervormingen in de zorg aan te kondigen. Wij missen zowel ideeën over een samenhangende bestrijding op korte en middellange termijn als over hoe we als samenleving kunnen leven met het virus. Wij roepen het kabinet op om met gemeenten, en met de samenleving, in gesprek te gaan over een perspectief waarbij we minder kwetsbaar worden voor nieuwe golven en golfjes van het virus. En dat perspectief ook om te zetten in een concrete aanpak. Openbare orde en veiligheid De investeringen in de brede aanpak van ondermijning en criminaliteit, zowel op preventie als repressie, ondersteunen we van harte. Het verder uitvoeren van het Pact van de Rechtstaat is een gedegen basis daarvoor. De investeringen in veiligheidsstelsel en -ketens worden door de VNG bezien als belangrijke, noodzakelijke trendbreuken. De intensiveringen in de verbinding van zorg en veiligheid en de continuering van het programma mensenhandel worden zijn ook goede ontwikkelingen. De invoering van de Wet regulering sekswerk (Wrs) draagt bij aan de aanpak van uitbuiting.

De toegezegde extra investeringen in de aanpak van cybercriminaliteit zijn hard nodig, Vereniging van Nederlandse Gemeenten 13/16 daarbij is wel opmerkelijk dat gemeenten gemist worden met de investeringen in cyberweerbaarheid. We zijn verheugd over de versterkingen van het stelsel bewaken en beveiligen die worden aangekondigd. Bredere mogelijkheden tot gegevensuitwisseling zijn belangrijk, ook op lokaal niveau. Over het vinden van een balans tussen wat nodig is, en wat met deze investeringen daadwerk elijk mogelijk is qua uitvoering, gaat de VNG graag met het nieuwe kabinet in gesprek. De VNG ondersteunt de voortzetting van het experiment gesloten coffeeshopketen. In het tijdsgewricht waarin we nu leven, is voor de VNG van groot belang dat weerbaarheid van de samenleving en het decentraal bestuur de aandacht en middelen krijgt die nodig zijn. De coronacrisis fungeert als ‘contrastvloeistof’ en legt breed maatschappelijk ongenoegen bloot en de polarisatie die daaruit voortkomt. Dit heeft ook een grote impact op de openbare orde in gemeenten, naast de evident ingrijpende sociaaleconomische kanten. We zien onacceptabele (online) bedreigingen en intimidatie van mensen met een publieke taak, ook richting gemeentelijke handhavers en boa’s. Daarop vragen we inzet van de regering en de coalitie.

Met de lessen vanuit de crisisaanpak, is het ook van belang om de veiligheidsstructuren en - samenwerkingsverbanden goed in te richten en ook de positie van gemeentelijke handhavers en boa’s goed te verankeren in het totale veiligheidsbestel. Versterking van de democratische rechtsorde In het regeerakkoord is nauwelijks zichtbaar welke mogelijkheden worden gezien voor versterking van de democratische rechtsorde op lokaal niveau. Het werken aan een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is, is in alle overheidslagen van groot belang. Daaro ver gaan we graag met het nieuwe kabinet in gesprek. Het verheugt de VNG dat de adviezen van de commissie-Remkes verder worden uitgewerkt. Ook de VNG staat op het standpunt dat eerst het gehele lokale democratisch stelsel bezien moet worden, alvorens gekeken kan worden naar de rol en positie van de burgemeester daar in. Het doet goed te zien, dat participatie op lokaal niveau wordt gestimuleerd én dat het uitdaagrecht verdere versterking krijgt. Daar is in samenwerking met partners en met het rijk de laat ste jaren door gemeenten hard aan gewerkt. Het versterken van de rol van de Tweede Kamer is uitvoerig beschreven in het regeerakkoord. Helaas vinden wij nog niets terug over de versterking van lokale politieke partijen. Dit is wel noodzakelijk; we zullen daarover het gesprek blijven aangaan met de minister van BZK.

Lokale media Extra investeringen in onderzoeksjournalistiek zijn zeer gewenst. Zo ook een basisniveau van voorzieningen voor lokale omroepen en streekomroepen. Het nu gepresenteerde bedrag van € 30 miljoen voor investeringen in de media in totaal is dan niet toereikend. De VNG stelt zich op het standpunt dat structureel voor het bereiken van een Lokaal Toereikend Media Aanbod (LTMA) € 30 miljoen extra benodigd zou zijn voor alleen al de lokale omroepen zelf. Het gaat naar verwachting veel creativiteit van de sector vergen om toch nog tot een LTMA te komen binnen deze condities. Het overhevelen van de middelen van gemeentefonds naar landelijke financiering kan een middel zijn om onafhankelijkheid van de lokale media verder te waarborgen, mits een zorgvuldige verdeelsystematiek gehanteerd gaat worden die een basisniveau van voorzieningen voor lokale media garandeert. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 14/16 Stikstof en landelijk gebied Het kabinet gaat de doelstellingen in de Wet stikstofreductie vijf jaar vervroegen naar 2030, deze komen zo in lijn met het advies van het adviescollege Stikstofproblematiek. Het kabinet gaat daarom fors investeren in duurzame landbouw en een robuust natuurareaal door middel van een brede aanpak op stikstof, en dat combineren met de gebiedsgerichte opgaven van waterkwaliteit, bodem, klimaat en biodiversiteit.

Er komt een grondbank die vrijkomende grond uitgeeft voor het extensiveren, omvormen en verplaatsen van bedrijven van boeren die graag door willen, en voor natuur. Er komt hiervoor een ruimhartig transitiefonds van € 25 miljard beschikbaar vanaf 2023 ten behoeve van de omschakeling naar kringlooplandbouw voor langjarig, voorspelbaar en coherent beleid. Dit stikstoffonds en het fonds voor klimaat vragen om een robuust mechanisme en governance van besluitvorming, stelt het kabinet. Het stikstoffonds zal worden aangestuurd via een Nationaal Programma Landelijk Gebied om de uitdagingen in de landbouw en natuur via het fonds gebiedsgericht aan te pakken. Dit door bestuurlijke afspraken te maken met de provincies. Deze gedifferentieerde aanpak zal leiden tot grote aanpassingen in het landelijk gebied, aldus het regeerakkoord. Wij zijn blij dat € 25 miljard beschikbaar komt voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Ook de gebiedsgerichte en integrale aanpak is positief. Alleen afspraken maken met provincies zal de kracht echter missen van de interbestuurlijke samenwerking in de voorloper van dat programma (het programma Vitaal Platteland). Dat lijkt te worden losgelaten.

Het miskent daarmee dat gemeenten betrokken moeten worden bij de beoogde governance om de transitie in het landelijk gebied te koppelen aan de leefbaarheid en andere samenhangende opgaven en het zo tot een succes te maken. Het is ook van belang dat er voldoende beleidsruimte blijft zodat gemeenten en provincies samen maatwerkoplossingen kunnen realiseren. Het idee voor een grondbank is goed, maar ook hier is onduidelijk hoe het vorm krijgt en of de inzet ervan integraal wordt afgewogen en of gemeenten daarbij worden betrokken. Omgevingswet Het regeerakkoord gaat uit van de invoering van de Omgevingswet. De instrumenten van de Omgevingswet zijn cruciaal voor de doorwerking van de opgaven zoals woningbouw, landbouw, klimaatadaptatie, natuur en bij de versnelling van de realisatie van energie-infrastructuur. De Omgevingswet treedt op 1 juli 2022 in werking en staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Ook biedt de Omgevingswet gemeenten de mogelijkheid om met overzichtelijkere regels de leefomgeving meer in samenhang i n te richten. De wet biedt daarnaast meer ruimte voor lokaal maatwerk en leidt tot een betere en snellere besluitvorming. De implementatie van de Omgevingswet brengt voor gemeenten ook veel kosten met zich mee. Hier heeft de VNG de afgelopen tijd veel aandacht voor gevraagd.

In bestuurlijk overleg is vorig jaar overeengekomen dat een terugverdientijd van 10 jaar na inwerkingtreding redelijk wordt geacht. Tevens heeft de VNG gepleit voor een gedeeltelijke compensatie van de transitiekosten van € 150 miljoen in het jaar 2022. Ambtelijk hebben we vernomen dat onder de post overige dossiers medeoverheden de compensatie van de transitiekosten van gemeenten voor 2022 is opgenomen. We vragen hier bestuurlijke bevestiging van, ook al omdat onder deze post tevens de aanzuigende werking abonnementstarief Wmo opgenomen zou zijn. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 15/16 Klimaatadaptatie Er komen extra middelen in het deltafonds. Het is onduidelijk hoe het genoemde bedrag van € 0,25 miljard is opgebouwd en hoe inzet plaatsvindt. Helder is dat de middelen niet rechtstreeks naar gemeenten gaan. De VNG wil graag dat er een structurele financiering klimaatadaptatie voor gemeenten beschikbaar komt. In het akkoord staat: ‘We werken toe naar vernieuwde deltabeslissingen voor een waterveilig land met voldoende zoetwater en een toekomstbestendige inrichting. Water en bodem worden sturend bij ruimtelijke planvorming. Om die reden worden waterschappen daarbij eerder betrokken en krijgt de watertoets een dwingender karakter.’ Dit heeft impact op de rol en positie van gemeenten en zal met name impact hebben op de woonopgave.

Dit maakt het voor gemeenten lastiger om – met alle partners – een integrale gebiedsgerichte afweging te maken. Mobiliteit Er wordt € 7,5 miljard toegevoegd aan het mobiliteitsfonds voor ontsluiting van nieuwe woningen. Dit is een goede ontwikkeling, hoewel dit volgend jaar nog niet beschikbaar komt. Naar verwachting is de € 1,25 miljard structureel voor het inlopen van achterstanden bij beheer en onderhoud van wegen voor rijksinfrastructuur en niet van toepassing op gemeentelijke wegen . Dit terwijl de opgave hier even urgent is. Wij zijn blij met de introductie van betalen naar gebruik , maar steunen niet de vlakke heffing zoals nu gepland. Gemeenten willen een heffing die differentieert naar plaats en tijd, omdat deze rekening houdt met vervoersalternatieven in de regio. Elektrisch vervoer wordt gestimuleerd, duurzame stadslogistiek ondersteund en ook de uitrol van laadinfrastructuur wordt versneld. Er worden afspraken gemaakt met bedrijfsleven en overheden over thuiswerken. Dit zijn goede plannen. De investeringen van € 50 miljoen in fietsknooppunten en -stallingen zijn niet voldoende. Tegelijkertijd zijn wij tevreden dat er aandacht is voor goede bereikbaarheid (van onder andere de genoemde nieuwe woningen), niet alleen met de auto maar ook met OV en fiets. Verkeersveiligheid word als speerpunt genoemd, maar er zijn geen extra middelen hiervoor voor gemeenten beschikbaar.

Er wordt wel samen met gemeenten bezien waar binnen de bebouwde kom de maximumsnelheid zinvol verlaagd kan worden naar 30 km/uur. Europa De coalitie is voornemens om een Europawet te ontwikkelen, waarin afspraken over EU - informatievoorziening worden vastgelegd. Deze wet zal moeten bijdragen aan meer transparantie in EU-besluitvorming voor inwoners en nationale parlementen. De VNG is blij dat het kabinet zich inspant voor meer transparantie en kijkt uit naar het voorstel voor een Europaw et. Meer transparantie en zichtbaarheid brengt de EU dichter bij de burger en geeft gemeenten meer inzage in de resultaten en toegevoegde waarde van EU wet- en regelgeving. EU Herstelfonds (RRF) Volgens de coalitie worden de middelen uit het EU Herstelfonds (RRF) ingezet om reeds begrote en nieuwe uitgaven uit dit coalitieakkoord te financieren. De te verwachte ontvangsten voor Nederland uit het RRF worden daarbij verwerkt op de begroting van Buitenlandse Zaken en kunnen niet worden ingezet voor nieuw beleid. Het gaat om € 5,8 miljard in de periode tot en met 2026. De besteding van de RRF-middelen dient in samenwerking met decentrale overheden te worden gemaakt. Hiervoor is door de Tweede Kamer de motie-Dassen/Van der Lee aangenomen. Hieraan is geen gehoor gegeven, ons is niets gevraagd.

Dit betekent dat de inhoudelijke keuzes die zijn Vereniging van Nederlandse Gemeenten 16/16 gemaakt in het coalitieakkoord niet zijn afgestemd met de decentrale overheden en er geen ruimte is voor nieuwe gezamenlijke voorstellen. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten L.K. Geluk Algemeen directeur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/6c181fce-448f-4403-9da1-6e9b1cbe6440?agendaItemId=6025af7c-0161-4ae6-97ce-df09bb99b0fc