CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

28.0 Informatienota 2020 - 13 - Financiële gevolgen meicirculaire 2020.pdf

Raadsvergadering 1 juli 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken2.235 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

College van burgemeester en wethouders | GOEDGEKEURD Zitting van 16 juni 2020 Bedrijfsvoering - Organisatieadvies 12 | 2020_B&W_00224 | Informatienota Financiële gevolgen meicirculaire 2020 - informeren Samenstelling: Aanwezig: de heer R. Bats, Burgemeester; de heer B. Harmsma, Wethouder; mevrouw T. Jongman, Wethouder; de heer M. Scheringa, Wethouder; mevrouw T. Bijl Zijn eveneens aanwezig: mevrouw H. de Jong, locosecretaris Afwezig: mevrouw J. Groot de, Secretaris Samenvatting Het rijk informeert de gemeenten o.a. in de meicirculaire over de gemeentefondsuitkeringen. De ontwikkeling hiervan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoogte van de rijksuitgaven. De meicirculaire 2020 laat ten opzichte van de decembercirculaire 2019 een hogere Algemene uitkering uit het gemeentefonds zien. Een gedeelte van het voordeel heeft betrekking op het Sociaal domein (Wmo 2015, jeugdzorg en participatiewet). In de meicirculaire is ook een aantal bedragen opgenomen die een directe relatie hebben met door de gemeente uit te voeren taken. Deze bedragen worden budgettair neutraal als taakmutatie in de begroting opgenomen.

Gevolgen meicirculaire 2020 voor het begrotingssaldo: 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 Voordeel meicirculaire (tabel1) | + 732 | + 1.794 | + 2.348 | + 1.780 | + 1.468 Sociaal domein | (tabel 2) | - 210 | - 334 | - 389 | - 234 | - 343 Correctie Sociaal domein | + 63 | + 63 | + 63 | + 63 | + 63 (prijsindex) Taakmutaties | (tabel 3) | - 134 | - 60 | - 131 | - 144 | - 144 Saldo | + 451 | + 1.463 | + 1.891 | + 1.465 | + 1.044 + = voordeel | (bedragen x € 1.000) De financiële gevolgen van de meicirculaire 2020 worden verwerkt in de Najaarsnota 2020 en in de Programmabegroting 2021 - 2024. Informatienota College van burgemeester en wethouders - 16 juni 2020 - 2020_B&W_00224 | 1/6 Inleiding Het rijk informeert de gemeenten o.a. in de meicirculaire over de gemeentefondsuitkeringen. De ontwikkeling hiervan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af). De jaarlijkse toe- of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd. Behalve het accres zijn er ook nog andere factoren die de hoogte van de Algemene uitkering beïnvloeden. Gedacht kan worden aan: bijstelling van aantallen (nominale ontwikkelingen, b.v. woningen en uitkeringsgerechtigden); OZB rekentarieven; Btw compensatiefonds.

In onderstaande tabel ziet u wat de meicirculaire 2020 betekent voor onze gemeente. Tabel 1 | Algemene uitkering meicirculaire 2020: | Totaal 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 December 2019 | 74.495 | 75.218 | 75.479 | 76.021 | 76.449 Mei 2020 | 75.227 | 77.012 | 77.827 | 77.801 | 77.917 Verschil | + 732 | + 1.794 | + 2.348 | + 1.780 | + 1.468 + = voordeel | (bedragen x € 1.000) Kernboodschap De meicirculaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Factoren als belastingopbrengsten, rentelasten, dividendopbrengsten en de grondexploitatie bepalen mede de financiële ruimte. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkering: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de Algemene uitkering; de integratie-uitkering Sociaal domein; de decentralisatie - en (overige) integratie-uitkeringen. In het regeerakkoord is opgenomen dat de integratie-uitkering Sociaal domein met ingang van het jaar 2019 opgaat in de Algemene uitkering en daarmee deel uitmaakt van de 'trap-op-trap-af systematiek'.

Vorig jaar zijn de betreffende budgetten aan de Algemene uitkering 2019 van het gemeentefonds toegevoegd. Een aantal onderdelen van het Sociaal domein zijn per 2019 nog niet overgeheveld. Als integratie-uitkering blijven bestaan: Beschermd wonen; Voogdij 18+; Participatie (voornamelijk Wsw). Kanttekeningen College van burgemeester en wethouders - 16 juni 2020 - 2020_B&W_00224 | 2/6 Het bij de inleiding gepresenteerde voordeel over de jaren 2020 tot en met 2024 is inclusief de sinds het jaar 2015 gedecentraliseerde taken binnen het Sociaal domein (Wmo 2015, jeugdzorg en participatiewet). Met ingang van het jaar 2019 is de uitkering Sociaal domein volgens afspraak overgeheveld naar de Algemene uitkering, met uitzondering van Begeleid wonen, Voogdij 18+ en Re-integratie klassiek (Wsw) van het onderdeel participatie. De uitkering Sociaal domein wordt in onderstaande tabel verdeeld op basis van die afspraak in de gemeentelijke begroting. In de tabel ziet u wat de meicirculaire 2020 betekent voor onze gemeente op het gebied van het Sociaal domein, zoals deze gedefinieerd is binnen de afspraken van het gemeentefonds.

Tabel 2 | Algemene uitkering meicirculaire 2020: | Onderdeel Sociaal domein 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 December 2019 | 8.768 | 8.503 | 8.306 | 8.182 | 7.880 Mei 2020 | 8.978 | 8.837 | 8.695 | 8.416 | 8.223 Verschil | + 210 | + 334 | + 389 | + 234 | + 343 Waarvan: Voogdij 18+ | 63 | 143 | 144 | 144 | 144 Participatie | 147 | 191 | 245 | 90 | 199 + = voordeel | (bedragen x € 1.000) Voogdij/ 18+ De integratie-uitkering Voogdij/18+ kent een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik (t-2) per gemeente gemiddelde dagprijzen (p) worden vermenigvuldigd met het aantal zorgdagen (q). Daarmee wordt – ondanks de beperking van gegevens die twee jaar terug gaan - zo goed mogelijk aangesloten bij de actuele kostenverschillen tussen gemeenten. Er zijn nieuwe gegevens (jaar 2019) over voogdij/18+ beschikbaar welke gebruikt zijn voor de verdeling van de bedragen vanaf 2021. Zoals gebruikelijk zijn deze nieuwe gegevens ook doorgetrokken in latere jaren. In de nieuwe bedragen per gemeente is ook rekening gehouden met de loon- en prijsbijstelling 2020 (structureel € 63.000). Omdat de gemeentelijke prijsindex ook al is doorberekend aan dit budget komt de loon- en prijsbijstelling ten gunste van het begrotingssaldo. Het extra budget op basis van het historisch zorggebruik wordt toegevoegd aan het daarvoor bestemde Jeugdbudget.

Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2020. De verdeling van de integratie-uitkering wijzigt ook door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente) zoals we die kennen uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wsw-verdeling vanaf 2020 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2019 en de blijfkansen voor de jaren 2020 en verder. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de integratie-uitkering door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding en Wajong. Taakmutaties College van burgemeester en wethouders - 16 juni 2020 - 2020_B&W_00224 | 3/6 Naast de hierboven opgesomde bedragen zijn er in de meicirculaire ook nog budgetten opgenomen die een directe relatie hebben met door de gemeente uit te voeren taken. Deze worden budgettair neutraal (inkomsten = uitgaven) als taakmutatie in de begroting opgenomen. Deze begrotingsposten moeten ook van het totale voordeel van de Algemene uitkering in Tabel 1 worden afgetrokken. De middelen zijn immers niet vrij besteedbaar.

Het gaat hierbij om de volgende taken met bijbehorende bedragen: Tabel 3 | Algemene uitkering meicirculaire 2020: | Onderdeel taakmutaties 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 Inburgering | 87 | 57 | 128 | 141 | 141 Maatschappelijke | 47 begeleiding Armoedebestrijding | 3 | 3 | 3 | 3 kinderen Verschil | + 134 | + 60 | + 131 | + 144 | + 144 + = voordeel | (bedragen x € 1.000) Toelichting taakmutaties: Inburgering Per 1 juli 2021 treedt de Wet Inburgering in werking. Zowel de incidentele bijdrage in de invoeringskosten als de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten wordt verstrekt via een integratie- uitkering. Het bedrag dat gemeenten in 2020 ontvangen betreft de incidentele bijdrage in de invoeringskosten en wordt over gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners. De bedragen die gemeenten vanaf 2021 ontvangen betreffen de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten. Deze middelen worden onder gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners (78% van het bedrag) en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond (22% van het bedrag). Maatschappelijk begeleiding Conform artikel 18 van de Wet inburgering moet het college voorzien in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden.

Armoedebestrijding kinderen In de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de € 85 miljoen die vanaf 2017 structureel beschikbaar is gesteld voor de bestrijding voor de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats voor de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van door het CBS ontwikkelde gegevens over kinderen met een kans op armoede. Consequenties voor de gemeente De financiële gevolgen van de meicirculaire 2020 voor de Najaarsnota 2020 en de Programmabegroting 2021 - 2024 kunt u aflezen in onderstaande tabel. Tabel 4 | Gevolgen meicirculaire 2020 voor het begrotingssaldo: 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 Voordeel meicirculaire (tabel1) | + 732 | + 1.794 | + 2.348 | + 1.780 | + 1.468 College van burgemeester en wethouders - 16 juni 2020 - 2020_B&W_00224 | 4/6 Sociaal domein | (tabel 2) | - 210 | - 334 | - 389 | - 234 | - 343 Correctie Sociaal domein | + 63 | + 63 | + 63 | + 63 | + 63 (prijsindex) Taakmutaties | (tabel 3) | - 134 | - 60 | - 131 | - 144 | - 144 Saldo | + 451 | + 1.463 | + 1.891 | + 1.465 | + 1.044 + = voordeel | (bedragen x € 1.000) Het positieve saldo van € 451.000 over het jaar 2020 wordt verwerkt in de Najaarsnota 2020. Het positieve saldo vanaf het jaar 2021 wordt verwerkt in de Programmabegroting 2021 - 2024.

Overigens ontvangt u ook een informatienota met daarin de overige financiële mutaties die we normaal gesproken aan u zouden voorleggen in de Perspectiefnota 2021 - 2024. Communicatie Niet van toepassing. Vervolg Op 26 februari 2020 heeft de minister van BZK de Tweede Kamer geïnformeerd over het uitstellen van invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds met één jaar naar het jaar 2022. Naar verwachting start half september 2020 de consultatieperiode waarin de fondsbeheerders advies vragen aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en aan de Raad voor het Openbaar Bestuur over de verdeelvoorstellen. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds wordt naar verwachting dit jaar afgerond, met verwerking van de uitkomsten in de decembercirculaire 2020. Op 2 juni jl. heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de rapporten gepubliceerd van de onderzoeken om te komen tot een nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Voor het sociaal domein gaat het om de eindrapportages. Uit het onderzoek voor het onderdeel sociaal domein blijkt dat grote gemeenten gemiddeld meer kosten maken dan kleine gemeenten. In het rapport staat daarover: In het oude model werden grote gemeenten daarvoor onvoldoende gecompenseerd.

Het nieuwe model sluit beter aan op de kosten grote en kleine gemeenten, waardoor een herverdeeleffect ontstaat tussen gemeenten van verschillende grootteklassen. Voor de gemeente Steenwijkerland – vallend in de grootteklasse 20.000-50.000 inwoners – is sprake van een negatief herverdeeleffect van gemiddeld € 33 per inwoner. Dat zou een fors nadeel betekenen voor onze gemeente. Nadat de besluitvorming eind dit jaar heeft plaatsgevonden, zullen wij uw raad uiteraard informeren over de definitieve financiële gevolgen (zowel voor het onderdeel sociaal domein als het onderdeel ‘klassiek’). Corona Vanaf het begin van de corona-uitbraak zijn rijk en medeoverheden opgetreden om het coronavirus en de economische- en sociale gevolgen van de coronacrisis te bestrijden. In het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 23 april 2020 hebben het kabinet en de medeoverheden besloten een regiegroep in te stellen die de omvang van de problematiek in beeld brengt met nadruk op de financiële effecten voor de medeoverheden en de daarbij voorgestelde oplossingsrichtingen, waaronder compensatie. Hierbij gaat het om een reëel beeld van de kosten, waarbij ook de inkomstenderving wordt meegenomen. Voor de periode tot 1 juni heeft het kabinet al enkele maatregelen genomen, zoals op het gebied van sport, bijstand en Wmo.

Op 28 mei 2020 hebben de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën de Tweede Kamer geïnformeerd over aanvullende maatregelen die het kabinet - vooruitlopend op het volledig in beeld brengen van de financiële gevolgen van corona voor de medeoverheden voor de periode tot en met 1 juni – heeft genomen om medeoverheden te compenseren. De hoogte en omvang van de reële compensatie College van burgemeester en wethouders - 16 juni 2020 - 2020_B&W_00224 | 5/6 College van burgemeester en wethouders - 16 juni 2020 - 2020_B&W_002246/6 vraagt een politiek bestuurlijke afweging, waarbij het uitgangspunt is dat de medeoverheden er als gevolg van de corona-aanpak niet slechter voor komen te staan dan daarvoor. Voor de periode na 1 juni, trekken rijk en medeoverheden samen op bij de invulling van de nodige maatregelen en om de sociaal-economische crisis het hoofd te bieden. Samen wordt bekeken welke reële compensatie nodig is op basis van de hogere uitgaven en gederfde inkomsten. De maatregelen zullen - voor zover relevant voor het gemeentefonds - cijfermatig in de septembercirculaire 2020 worden verwerkt. Vooruitlopend daarop zullen gemeenten binnen enkele weken een brief ontvangen met nadere informatie over de verdeling van de bedragen over de gemeenten. Wij brengen u hiervan op de hoogte.

Van het ministerie SZW hebben wij bericht gekregen dat de nader voorlopige BUIG-beschikking (budget voor bijstandsuitkeringen) over het jaar 2020 € 440.000 lager uitvalt, dan de voorlopige beschikking die wij in oktober 2019 hebben ontvangen. Hierbij is er rekening gehouden met de landelijk gerealiseerde aantal uitkeringen over het jaar 2019. Omdat er nu landelijk een stijging te zien valt in het aantal bijstandsuitkeringen door de coronacrisis heeft het ministerie toegezegd hier rekening mee te houden bij het vaststellen van het definitieve BUIG-budget in oktober van dit jaar. Hierdoor zal naar verwachting het vermelde nadeel verminderen of verdwijnen. Ook hiervan brengen wij u in een later stadium op de hoogte. Besluit Beslispunt 1 Het college besluit de informatienota financiële gevolgen meicirculaire 2020 vast te stellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/23d761fe-51a6-41be-9dd8-58870c7038d6?agendaItemId=ce0309d8-280c-42b0-9ac8-8c9605acc898