28.0 GGD 1 - factsheet boeren aan het woord.pdf
Tekst van het document
www.ggdijsselland.nl Factsheet BOEREN AAN HET WOORD Psychosociale gezondheid van boeren Een kwalitatief onderzoek naar de psychosociale gezondheid van IJssellandse boeren en hun behoefte aan hulp.
Aanleiding onderzoek Uit verschillende hoeken van het land komen bezorgde geluiden over stress, psychosociale problemen en suïcide onder boeren. Gezien de mogelijke ernst van de gesignaleerde problematiek is het vaak van belang dat boeren hulp zoeken bij hun psychosociale problemen. Maar er zijn bovendien signalen dat boeren niet zo gemakkelijk uit zichzelf praten over psychosociale problemen, geen hulp zoeken en dat zij een grote kloof ervaren tussen de reguliere hulpverlening, waaronder de GGZ, en hun eigen situatie en behoeftes. In Nederland wordt regelmatig gepraat en geschreven over hoe boeren zouden handelen bij psychosociale problemen en of zij adequaat hulp zoeken. Maar kennen wij het echte verhaal? In dit onderzoek is de boer daarover zelf aan het woord. Doel van het onderzoek Er is onderzocht welke factoren voor boeren bepalend zijn voor het zoeken en accepteren van hulp bij psychosociale problemen. En er is onderzocht welke wensen en behoeftes boeren hebben als het gaat om hulp. Met de uitkomsten van dit onderzoek kunnen aanbevelingen worden gedaan over hoe de juiste zorg aan agrariërs met psychosociale proble- men kan worden geboden.
Centrale onderzoeksvraag Wat zijn de bevorderende en belemmerende factoren voor het zoeken van hulp bij psychosociale problemen door boeren in de regio IJsselland? Methodiek Met 16 IJssellandse boeren zijn diepte-interviews gehouden die zijn gebaseerd op een model over stappen in zorggebruik. De boeren zijn geworven door een oproep in de media en een aantal boeren is aangedragen door een derde partij. De interviews zijn afgenomen door twee onderzoekers van GGD IJsselland. De verzamelde data uit de interviews zijn getranscribeerd en vervolgens met een coderingstechniek thematisch geanalyseerd en geïnterpreteerd door een team van vier onderzoekers. Onderzoeksresultaten De boeren hebben in een open interview hun verhaal verteld over het boerenleven en psychosociale problemen. Uit deze verhalen hebben we vier thema’s kunnen onderscheiden: • Het boerenbestaan • Kloof tussen de boer en de samenleving • Omgaan met psychosociale problemen • Wensen voor psychosociale hulp Hieronder staan per thema de belangrijkste bevindingen met bijbehorende citaten van de deelnemende boeren. Het boerenbestaan Boer zijn is geen 9 tot 5 baan, maar een manier van leven. Boeren zijn continu bezig en moeten altijd bereid zijn om weer aan het werk te gaan. Het werk is onvoor- spelbaar, boeren zijn afhankelijk van de natuur en het weer en zij lopen bij behorende risico’s.
Boeren werken hard en het werk gaat altijd voor. Er heerst een "niet zeuren, maar doorgaan" mentaliteit. Boeren zijn vaak eenlingen op hun bedrijf en dragen de volledige verant- woordelijkheid voor het bedrijf alleen of hooguit met het gezin. Je kunt wel even weglopen, maar er blijft altijd wat liggen. Het is heel anders als je zegt: "Ik ga op vakantie en onze collega neemt het over." Die is hier niet, zeg maar. Dat lukt niet. Over de deelnemende boeren Er is met 16 boeren gesproken, in een aantal gevallen samen met de partner (en zoon). De boeren wonen verspreid over de 11 gemeenten van regio IJsselland. De meeste boeren hebben een melkveebedrijf. Eén boer heeft een varkensbedrijf en een aantal boeren deed ook aan nevenactiviteiten, zoals kleinschalige landbouw, het runnen van een zorgboerderij en het fokken van kleinvee. Als men een zoon heeft dan gaat het al gauw zo van: die zal het wel overnemen. Zo ging dat altijd op een boerderij. Dat is de enige manier. Aan de andere kant geeft het je ook wel weer een bepaalde kracht, vind ik. Om gewoon door te doen. Enne... Niet eindeloos doordoen, maar ook gewoon naar onze kinderen toe. Die worden daar ook heel flexibel van. Het heeft ook wel weer een bepaalde positieve bijdrage, vind ik. Waar anderen hun kopje dan laten hangen. Ja, ’t moet echt anders. Dit moet echt helemaal terug naar het onderwijs, naar de scholen toe.
Daar zitten die boerenjongens, daar kan je ze leren 'praten'. Je moet met andere mensen leren schakelen en niet alleen met je ouders. Maar goed, ik ben boer geworden om ‘het boeren’ en niet om ondernemertje te spelen… 2 3 Kloof tussen de boer en de samenleving Boeren ervaren veel druk van een steeds veranderende regelgeving en de vele controles vanuit de overheid. Daarnaast biedt de overheid geen financieel vangnet bij risico’s die soms wel genomen moeten worden om te blijven bestaan. Ze ervaren ook druk door de vele erfbetreders, afhankelijkheid van banken en grote bedrijven, schaalvergroting, kleine winstmarges en de vele eisen aan hun bedrijfsvoering. Ook hebben boeren last van de negatieve beeldvorming in de media en van de kritische houding van veel burgers. De media richt zich vaak alleen op de negatieve kanten van de landbouw. De burger is daardoor niet goed geïnformeerd over hun bestaan, vindt een deel van de boeren. De maatschappij en de consument willen steeds meer, maar tegelijkertijd lagere prijzen en minder milieuver vuiling. De landelijke en regionale landbouw organisaties zouden voor hen moeten opkomen, maar ook van hen ervaren boeren lang niet altijd steun. De meeste mensen gaan weg van huis om te werken, maar dat hoeven wij niet, en daar zit ook gelijk de valkuil in. Ik denk dat er heel vaak gekozen wordt voor het bedrijf en niet voor de persoon zelf.
Iedereen wil zich wel ergens mee bemoeien. Als je ziet, zo’n bedrijf als wij, hoeveel controleurs als hier lopen?! Niet normaal... Het is gewoon een modern communisme. Je kan wel zeggen waar het op staat, maar de overheid bepaalt alles. Alles wordt bepaald voor jou. Ja omdat er zoveel over je heen komt, kijk iedere keer maar weer nieuwe regelgeving en ook vanuit de overheid. Dat de overheid niet één rechte lijn heeft van nou jongens deze regelgeving kun je 20 jaar mee vooruit. Ik denk dat de gemiddelde boer zich momenteel schaamt om te zeggen dat hij boer is… Want boer is in Nederland een scheldwoord geworden. Ja de burger die kijkt met twee gezichten. Ze hebben het allemaal heel goed met je voor, alleen in de winkel willen ze niet betalen. Ik denk eigenlijk ook dat het wel een beetje meevalt, want wat we in de media lezen is natuurlijk niet de mening van heel Nederland. Daar moet je heel goed mee uitkijken, met het jezelf dingen aantrekken. Omgaan met psychosociale problemen Boeren erkennen de problemen wel, maar hebben vaak manieren om er zelf mee om te gaan. Boeren zijn gewend om problemen zelf op te lossen. Ze doen dit vaak door harder te werken en zich snel aan te passen aan onver- wachte situaties. In sommige situaties erkennen boeren dat ze er zelf niet helemaal uitkomen en zoeken daarom informele hulp van bijvoorbeeld familieleden .
De rol van erfbetreders wordt hierin wisselend ervaren. De ene boer staat er voor open en ziet een signalerende rol voor een erfbe treder. De andere boer stelt zich niet kwetsbaar op ten opzichte van een erfbetreder en vindt dit geen geschikte partij om zorgen en problemen mee te delen. Boeren geven aan dat het helpt om zich open te stellen en te praten, bijvoorbeeld met een partner of een familielid. Maar ze nemen dat initiatief vaak niet of pas heel laat. Sommige boeren hebben het gevoel dat ze niemand hebben om mee te praten. Een deel van de boeren ziet wel een rol voor formele hulp, maar zoekt het niet actief op. Omdat ze hun psychosociale problemen vaak onderschatten en daar- naast is er nog steeds een taboe rondom het zoeken van formele hulp. Boeren vinden vaak dat hulp zoeken gelijkstaat aan falen en schamen zich om hulp nodig te hebben. Erfbetreders zijn professionals die met regelmaat bij een agrariër op het erf komen, zoals voerleve- ranciers, dierenartsen, accountants, bedrijfsadvi- seurs, klauwbekappers, loonwerkers etc. Je komt in een spiraal terecht en je gaat naar onder aan toe. Maar je wilt het voor je vrouw en kinderen goed doen. Je gaat thuis niet vertellen dat het niet goed gaat. Dat wil je niet vertellen. Ja, als ik zeg: "Ik loop bij zo iemand." Dan zeggen ze: "Goh, dat is ook een watje." Schaamte, faalangst.
Je geeft niet gauw toe dat je het niet goed hebt gedaan. Kijk, de één komt thuis, je buurman, je buurvrouw die heeft ook z’n werk en daar kun je morgen of vanavond gewoon over dingen beginnen. Je hebt geen belang bij elkaars werk. Maar als ik tegen de buren zeg dat ik het zwaar heb, dan denkt die boer alleen maar: "Kan ik mooi een deel van je land overnemen." Je hebt altijd belang bij elkaars werk. Dus de afgunst is er ook... Dan zeggen zulke erfbetreders: "Wij moeten jou in de gaten houden." Terwijl ik van hem weet, dat hij een extreem zware burn-out gehad heeft. En hij zal mij de les lezen. Nou, daar ben ik heel gauw klaar mee. Want ik moet jou gewoon betalen! Maar volgens mij de erfbetreders die het dichtstbij je staan en je vrouw, en andersom hè, twee kanten, die moeten het als eerste zien. Als die het niet signaleren, dan is het vaak te laat. Dan hangt hij al in een schuur. Want de nood is vaak hoog hoor.Ja, wat is het criterium? Hoe zie je aan iemand dat het slecht gaat. En de meeste boeren zijn kort van stof dus vertellen weinig. Van het ministerie naar boeren toe. Gewoon niet direct beschuldigen of ervan uitgaan dat je het verkeerde wilt, maar ervan uitgaan dat je het goede wilt en dan positief benaderen.
Dat zou al zo’n verschil maken! 4 5 Wensen voor psychosociale hulp Om gebruik te maken van formele hulp is het voor boeren belangrijk dat het hulpaanbod persoonlijk en vertrouwd voelt, waarbij de hulpverlener het boeren bestaan begrijpt. Vertrouwen is heel belangrijk. Voor sommige boeren is het moeilijk om tijd te maken om naar een locatie te gaan en zouden daarom graag zien dat er iemand bij hen langs komt op de boerderij. Maar tegelijkertijd zijn er ook boeren die bang zijn voor hun anonimiteit en willen daarom juist elders afspreken. Beide opties moeten mogelijk zijn. Boeren zoeken zelf niet gauw professionele psychosociale hulp. Erfbetreders kunnen hier volgens een aantal boeren een rol in spelen, door problemen bij boeren tijdig te signaleren en de boer zo nodig naar een geschikte professional verwijzen. Als boeren hulp nodig hebben, dan vinden veel boeren het moeilijk om dat concreet te benoemen. Soms komt een boer met een andere klacht bij een professional, waar de ‘echte hulpvraag’ in verborgen zit. Het is voor boeren belangrijk dat een professional hier oog voor heeft en de werkelijke hulpvraag boven water krijgt. Maar het moet niet te lang schakelen van over 14 dagen ben je aan de beurt. Want als je zoiets signaleert… en het is echt zo en dan denk je "oh shit". Dan moet je er heel kort op zitten.
Want voor je het weet ben je te laat… De boerenproblematiek heeft helemaal echt z’n eigen problematiek. Ik denk dat er in de hele hulpverlening heel weinig mensen zijn die precies van de hoed en de rand weten. En dat is wel nodig om bij de boeren aan te kunnen sluiten. Als je als erfbetreder ergens komt, het is altijd, je verklikt eigenlijk iemand hè. Maar je wilt een ander wel helpen. Dat is moeilijk. Geef boeren de gelegenheid om te kunnen kiezen voor hun eigen ontplooiing. Dan benader je het heel anders. Je moet niet zeggen: "Jij hebt een probleem en jij moet met je probleem naar de dokter." Ik heb heel veel mensen waar ik mee kan sparren op technisch gebied. Kijk, als je je dan wat open opstelt, dan kun je dan ook makkelijker een hulpvraag weg zetten. Samenvattend Vele factoren hebben een ongunstige invloed op de psychische gezondheid van boeren: financiële problemen, aanhoudende werkdruk, negatief beeld in media en samenleving, economi- sche onzekerheden en voortdurend veranderende regelgeving. Van oudsher reageren veel boeren op ervaren problemen met hard werken en door problemen zelf op te willen lossen. Boeren zoeken zelf niet gauw professionele psychosociale hulp. Omdat ze hun eigen hulpbehoeften onderschatten, maar ook omdat ze onvoldoende vertrouwen hebben in de reguliere hulpverlening.
Ze weten ook vaak niet waar ze moeten zijn en hoe ze hulp kunnen krijgen die goed aansluit bij het boerenbestaan. Daarnaast is er sprake van schaamte en trots wat het aanvaarden van hulp belemmert. Boeren zien een rol voor informele psychosociale hulp, maar als er sprake is van een zakelijke en dus afhankelijke relatie, laten veel boeren zich niet teveel uit over hun problemen en zorgen. Informele hulp heeft dan hooguit een signalerende functie. Vervolg Uit dit onderzoek komt naar voren dat veel boeren regel- matig stress ervaren en de psychische nood soms hoog is. Daarnaast bestaat er volgens de geïnterviewde boeren inder daad een kloof tussen de boer en de bestaande hulpverlening. Deze kloof wordt door verschillende factoren bepaald. Samen met professionals, verschillende (agrarische) organisaties en boeren moet er gekeken worden hoe de kloof tussen boer en hulpverleners kleiner gemaakt kan worden. 6 7 www.ggdijsselland.nl Colofon Dit onderzoek is uitgevoerd door GGD IJsselland in samenwerking met het Amsterdam UMC en is tot stand gekomen met de medewerking van een aantal boeren in regio IJsselland. Juli 2019 – juli 2020 GGDIJ084/Agrariërs