27.0 Veiligheidsregio IJsselland - Tussentijdse verantwoordingsbrief voorzitter Veiligheidsregio IJsselland.pdf
Tekst van het document
Geachte heer/mevrouw, Een aantal maanden geleden werden we getroffen door een crisis van enorme omvang. Het coronavirus drong onze levens binnen en dwong ons tot directe actie. Een wereldwijde pandemie, een lockdown, duizenden zieken; het leek een halfjaar geleden nog onvoorste lbaar. Maar in een mum van tijd is het onze werkelijkheid geworden, bleek het onvoorspelbaar, langdurig en vereiste het een landelijke aansturing. We hebben een indrukwekkende periode achter de rug. Terwijl we in actie kwamen en alles op alles moesten zetten om het coronavirus onder controle te krijgen, werden steeds meer mensen om ons heen ziek. Dat is ongelofelijk snel gegaan. Misschien kent u wel iemand die ziek is geweest van het virus, of erger nog, er aan is overleden . We hebben onze weg moeten vind en tussen termen als intelligente lockdown, anderhalvemetersamenleving en coronaprotocol. Elkaar een hand geven, een arm om iemand heen slaan of iemand even aanstoten bij een grapje: dat is nu alles behalve vanzelfsprekend. Dat raakt mij, daar heb ik aan m oeten wennen en ik weet zeker dat dit ook voor u geldt. In de afgelopen maanden is er hard gewerkt door het crisisteam van Veiligheidsregio IJsselland. Er is een ROT en RBT actief geweest en deze teams zijn bezet met kundige mensen die dag en (bijna) nacht hebben doorgewerkt.
Artikel 40 van de Wet Veiligheidsregio’s zegt dat de voorzitter van een veiligheidsregio na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselij ke betekenis (GRIP4), schriftelijk verslag uitbrengt aan de raden van de getroffen gemee nten. Ook wordt voorgeschreven dat de voorzitter dit doet in afstemming met de b urgemeesters die deel uitmaken van het Regionale Beleidsteam. In dit verslag gaat de voorzitter in op het verloop van de gebeurtenissen en op de besluiten die zijn genomen. We zijn er nog niet, we blijven voorlopig in GRIP4 en dat betekent dat het ROT en RBT zoals het nu functioneert, dit ook in de komende tijd zal blijven doen. Hoewel een dergelijk schriftelijk verslag aan het einde van een crisis wettelijk verplicht is, vind ik het belangrijk om u tussentijds te informeren. Dit hebben we telkens gedaan door middel van een raadsbrief, en met het document dat nu voor u ligt bied ik u een tussentijds verslag aan. datum Vrijdag 26 juni 2020 kenmerk onderdeel Tussentijdse verantwoording coronacrisis informant doorkiesnummer onderwerp Tussentijdse verantwoordingsbrief voorzitter Veiligheidsregio IJsselland Hoofdlijnen Het verslag gaat in op het verloop van de crisis rondom het coronavirus (COVID -19) en de besluiten die ik in de rol van voorzitter van Veiligheidsregio IJsselland heb genomen.
Hoofdlijnen zijn: - Start van de coronacrisis; - Opschaling naar GRIP 4 (een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis); - Bestrijding infectieziekte; - Inrichten van een informatieknooppunt bij Veiligheidsregio IJsselland, waar operationele informatie en informatie over het ziektebeeld werd verzameld en gedeeld; - Regionale communicatie vanuit het ROT en RBT; - Toepassen van noodverordeningen; - Scenario’s om te kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen; - Tussentijdse evaluatie met ve rschillende partijen om te bezien of veranderingen nodig waren; - Overgang van crisis- naar projectstructuur - Tijdelijke Wet maatregelen COVID-19. Vragen over dit verslag zal ik graag beantwoorden, in ov erleg met de burgemeeste rs die deel uitmaken van het Regionaal Beleidsteam. Hoogachtend, Peter Snijders, voorzitter Veiligheidsregio IJsselland Tussentijdse verantwoording voorzitter Veiligheidsregio IJsselland het verloop van de crisis rondom het coronavirus (COVID-19) Start van de coronacrisis Eind 2019 breekt het COVID-19 virus uit in Wuhan, China. I n de rest van de wereld is er nog geen reden tot grote zorg, laat staan tot het nemen van preventieve maatregelen. In januari en februari verspreidt het virus zich echter snel , waarna vervo lgens wereldwijd besmettingen wo rden vastgesteld.
In Nederland wo rdt, na de eerste besmettingen in Brabant, een Outbreak Management Team (O MT) opgericht. Het OMT bestaat uit s pecialisten en experts met verschillende achtergronden en kenni s over de desbetreffende ziekte . Zij bespreken op basis van actuele informatie, hun vakkennis en beschikbare wetenschappelijke literatuur hoe de uitbraak bes treden kan worden. Ook gaan ze in op de risico’s en onzekerheden van maatregelen. Het OMT levert een advies op aan de regering. Eind februari 2020 wordt COVID-19 aangemerkt als een infectieziekte A . Overeenkomstig de Wet op de Publieke Gezondheid geeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) landelijk leiding aan de bestrijding van zo’n ziekte en draagt d e voorzitter s van de veiligheidsregio ’s op de bestrijding ter hand te nemen en hier regionaal leiding aan te geven ( zie bijlage 1 voor de bevoegdheidsverdeling). Op verzoek van de directeur p ublieke gezondheid (DPG) in IJsselland he b ik als voorzitter van onze veiligheidsregio op 28 februari 2020 de burgemeesters v an de gemeenten behorende bij Veiligheidsregio IJsselland ( Deventer, Raalte, Olst-Wijhe, Hardenberg, Ommen, Dalfsen, Kampen, Zwartewaterland, Steenwijkerland, Staphorst en Zwolle) in vergadering bijeengeroepen . Ik heb hen geïnformeerd over de ziekte, de effecten daarvan, de mogelijke verspreiding en de bij een pandemie behorende be voegdheden.
We besluiten om een informatieknooppunt in te richten bij Veiligheidsregio IJsselland, waar operationele informatie en informatie over het ziektebeeld werd verzameld en gedeeld. De veiligheidsdiensten (politie, brandweer, ambulance) maakten pla nnen om hun continuïteit te waarborgen en de inzetbaarheid bij een hoog ziekteverzuim te garanderen. Nadat op 6 maart de ee rste coronadode in Nederland va lt te betreuren en in Brabant het virus genadeloos toeslaat, kondigt het kabinet op 12 maart vergaande maatregelen aan. Opschaling naar GRIP 4 Op donderdag 12 maart 2020 kondig ik GRIP 4 af en wijs een o perationeel leider aan. De operationeel leider formeer de een Regionaal Operationeel Team (ROT) waarin alle operationele hulpverleningsdiensten zijn verteg enwoordigd. De opdracht voor het ROT was om uitvoering te geven aan de noodverordening, de continuïteit van de hulpdiensten te waarborgen, het voorbereiden van crisiscommunicatie, informatieproducten en de landelijke impact vertalen naar regionaal niveau. Als gevolg van de afkondiging van GRIP 4 besluit ik een Regionaal Beleidsteam (RBT) bijeen te roepen.
Hierin zitten alle burgemeesters van onze vei ligheidsregio die worden bijgestaan door de districtschef politie, regionaal commandant brandweer, directeur publieke gezondheid, coördinerend functionaris gemeenten, regionaal militair beleidsadviseur, dijkgraaf van ons waterschap, officier van justitie, adviseur kabinet commissaris van de k oning, communicatieadviseur, informatiemanager en de operationeel leider. We stelden onder andere elke noodverordening vast, bespraken de a ctuele stand van zaken vanuit het gezondheidskundig beeld , deelden lokale issues en namen op basis van alle beschikbare informatie regionale besluiten. Het eerste RBT-overleg was op vrijdag 13 maart. Naast de regionale afstemming richtte elke gemeente een Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) op . Hierin kwam onder andere de uitvoering en handhaving van de maatregelen aan de orde en dit team functioneerde als gemeentelijk informatiepunt. Op nationaal niveau komen de voorzitters van de veiligheidsregio’s nagenoeg wekelijks bijeen in het Veiligheidsberaad, alwaar w e nationaal maatregelen afstemmen met de betrokken ministers. Onderwerpen en thema’s uit het RBT kan ik rechtstreeks onder aandacht van de ministers brengen. De lijnen zijn kort. De Raad van Commandanten/Directeuren Veiligheidsregio’s ( RCDV) komt wekelijks bijeen en adviseert dit Veiligheidsberaad.
Om maatregelen operationeel af te stemmen wordt een Landelijk Operationeel Team Corona o pgericht (LOT -C), dat verbinding houdt en informatie deelt met betrokken ketens en veiligheidsregio’s. De Raad van Directeuren Publieke Gezondheid (RDPG) komt ook wekelijks bij elkaar en voert rechtstreeks overleg met de minister van VWS. Een tijdlijn met het algemene verloop van de crisis is opgenomen in bijlage 2. Infectieziektebestrijding De GGD verzorgt van uit de Wet Publieke Gezondheid (WPG) , in opdracht van de gemeenten , de bestrijding van infectieziekten aan de hand van de RIVM-richtlijnen. De DPG heeft, zoals beschreven in de Wet Veiligheidsregio’s, een dubbel e rol. Zij is zowel directeur van de GGD als belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening en opereert op het snijvlak van zorg en veiligheid. Bij een GRIP 4 adviseer t zij zowel de voorzitter van de veiligheidsregio als de leden van het RBT.
In de huidige coronacrisis heeft de DPG, in opdracht van de minister van VWS, een aantal extra verantwoordelijkheden gekregen: - het inrichten van het crisisteam infectieziektebestrijding; - het coördineren van de persoonlijke beschermingsmiddelen; - het borgen van de regionale zorgcontinuïteit; - de coördinatie van de aanpak voor opvang van patiënten met COVID -19 buiten de ziekenhuizen; - het inrichten van financiering voor extra zorgverlening; - het testen van zorgprofessionals, later uitgebreid naar meerdere doelgroepen en vanaf 1 juni voor alle personen met klachten; - het uitvoeren van grootschalig bron- en contactonderzoek bij alle positief geteste mensen. Deze verantwoordelijkheden worden uitgevoerd door de GGD - en GHOR-organisatie. De DPG had wekelijks afstemming met het R egionaal Overlegorgaan Acute Zorg (R OAZ). In het ROAZ zijn ambulancezorg, huisartsenzorg, GGD -en, Verpleging Verzorging en Thuiszorg (VVT), GGZ organisaties met een crisisdienst, GHOR, verloskundige zorg en ziekenhuizen met elkaar verbonden . De DPG informeerde het RBT tijdens de vergaderingen over de ontwikkelingen in de witte keten. Daarnaast was er regelmatig contact in de driehoek bestaande uit de DPG, operationeel l eider en ik als voorzitter van onze veiligheidsregio.
Inrichting informatiestructuur In de eerste weken van de crisis was er dagelijks sprake van nieuwe informatie die regionaal en lokaal geduid moest worden. Informatie vanuit het Rijk over nieuwe maatregelen, informatie v anuit de witte kolom over gezondheids kundige actualiteiten, informatie vanuit vitale sectoren over continuïteit en informatie vanuit gemeenten over lokale aangelegenheden. Kortom: er was behoefte aan een informatiepunt waar gewerkt kon worden aan één actueel beeld. Dit informatiepunt werd ingericht in het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS), een afgeschermde website om een continu actueel en gedeeld beeld te onderhouden tussen de 25 veiligheidsregio’s en vele betrokken organisaties in de rampenbestrijding. De informatiemanager in het ROT en RBT verzorgde het actuele beeld in IJsselland, met bijdragen van alle betrokken hulpdiensten en crisispartners. Het geneeskundig beeld maakte bijvoorbeeld inzichtelijk waar de knelpunten la gen binnen ziekenhuizen en GGD, onder andere op het vlak van beddencapaciteit en persoonlijke beschermingsmiddelen. Binnen deze informatiestructuur konden ook de gemeentelijke crisisteams hun dilemma’s kwijt aan het ROT, wat resulteerde in een snelle afhan deling van vragen en verzoeken. We introduceerden richtinggevende sleutelmomenten om lokale en region ale informatie te delen.
In opdracht van het RBT zorgde het Veiligheidsinformatiecentrum (VIC) van Veiligheidsregio IJsselland tevens voor een wekelijks veiligheidsbeeld rondom corona, met daarin de meest actuele stand van zaken. Het LOT -C was verantwoordelijk voor het onderhouden van het l andelijk situatiebeeld. Alle veiligheidsregio’s droegen hieraan bij. Het landelijk beeld was daarmee een belangrijk informatieknooppunt, vanwege de top -down informatie vanuit het Rijk en RIVM en bottom -up informatie vanuit veiligheidsregio’s en gemeenten. Crisiscommunicatie Vanuit twee centrale communicatieadviseurs werd de regionale communicatie vanuit het ROT en RBT op gezet en is het actiecentrum crisiscommunicatie in werking getreden. Op basis van scenario’s van het LOT -C en de fase waarin de crisis zich verkeerde , werd de wijze van communicatie aangepast. Eerst vooral informatievoorziening over de urgentie en de maatr egelen en vervolgens communiceerden we meer over de schadebeperking en vooral over de betekenis van hetgeen hier in IJsselland gebeurde . Hierbij was het essentieel dat er een goede verbinding was tussen de regio en de lokale communicatieteams waarbij onder andere best practices gedeeld werden en regionale communicatiemiddelen lokaal vertaald werden.
Communicatie: - stelde een communicatiestrategie op die zich aanpaste aan de fase waarin de crisis verkeerde; - verzorgde de perswoordvoering; - informeerde de gemeenteraden wekelijks na een RBT met een raadsbrief; - verzorgde de kernboodschap voor de burgemeesters; - verstuurde persberichten, al dan niet ondersteund met filmpjes; - gaf onze doelgroepen een inkijkje in de crisisorganisatie en de mensen die zo hard aan h et werk waren bij deze bestrijding; - verzorgde de informatievoorziening aan de inwoners, bedrijven en anderen in onze regio via een publieksnummer aangaande maatregelen uit de noodverordening; - gaf betek enis aan de maatregelen en be dankte de inwoners voor de inzet , onder andere middels een paginagrote advertentie in regionale kranten (bijlage 3); - legde de verbinding tussen de regio en de lokale communicatieteams waarna deze gemeentelijke teams de lokale communicatie verder oppakten. Noodverordening Nadat op 12 maart GRIP 4 werd afgekondigd, zijn de maatregelen van het kabinet telkens vastgelegd in een noodverordening. Met deze noodverordening werd het mogelijk om de coronamaatregelen te handhaven. De eerste noodverordening is ingegaan op 17 maart. Telkens als er vanuit het kabinet nieuwe maatregelen werden genomen of afgeschaald, is de noodverordening daarop aangepast. Tot 1 juli zijn er acht noodverordeningen van kracht geweest.
De door het kabinet genomen maatregelen werden landelijk vastgelegd in zoge naamde aanwijzingen, welke vervolgens landelijk vertaald werden naar een model noodverordening. In IJsselland hebben we deze model noodverordening steeds als uitgangspunt genomen , maar hebben we op twee onderdelen afgeweken van het landelijke model: - gedurende de gehele periode zijn warenmarkten toegestaan vanwege het belang voor de voedselvoorziening. Met de marktmeesters en marktkooplieden zijn lokaal afspraken gemaakt over een goede en veilige werkwijze. Sinds 1 juni zijn warenmarkten door het kabinet ook weer toegestaan en kon het artikel in de IJssellandse verordening vervallen. - vanwege de vele vragen die hierover kwamen, is in de noodverordening expliciet opgenomen dat het legen en reinigen van chemische toiletten op campings was toegestaan. Dit i n tegenstelling tot het geopend zijn van gemeenschappelijke sanitaire voorzieningen. Deze zijn pas sinds 15 juni weer geopend, nadat het kabinet hiertoe besloten had. De noodverordening gaf niet altijd antwoord op alle specifieke vragen van inwoners en o ndernemers.
Om duiding te geven, ervoor te zorgen dat we in de regio dezelfde lijn hanteerden en de maatregelen navolgbaar en uitlegbaar waren, zijn er voor zes onderwerpen werkgroepen opgezet: - kwetsbare personen: deze is gestart toen in kaart moest worden gebracht hoe de ondersteuning aan kwetsbare inwoners loopt, waar hiaten zat en en welke nieuwe doelgroepen kwetsbare inwoners ontstonden door corona. - sport: deze is gestart op het moment dat duidelijk werd dat het buitensporten voor bepaalde doelgroepen weer mogelijk werd. - horeca en terrassen: deze is gestart op het moment dat duidelijk werd dat de horeca per 1 juni weer open kon. - cultuur en multifunctionele centra: deze is gestart op het moment dat er versoepelingen kwamen op het terrein van cultuur en multifunctionele centra. - handhaving: deze is gestart op het moment dat duidelijk werd dat er spanningen ontstonden in de naleving van de maatregelen en de handhaving daarop. - evenementen: deze is gestart op het moment dat er versoepelingen kwamen op het terrein van evenementen. In deze werkgroepen waren alle gemeenten vertegenwoordigd waardoor er direct een goede lijn naar de gemeenten lag. Indien er op andere terreinen via het ROT e en nadere duiding is gegeven op de maatregelen, werd dit breed gecommuniceerd naar de 11 gemeenten.
Tevens zijn de vragen en antwoorden opgenomen in zogenaamde FAQ lijste n die continu ge -update werden en gecommuniceerd zijn via onze veiligheidsregio. Ook hadden we regelmatig afstemming met de omliggende regio’s om interpretatieverschillen tussen de regio’s tot een minimum te beperken. Dit om de eenduidigheid en uitlegbaarheid (en daarmee ook de handhaafbaarheid) te bevorderen. Op verzoek van het RBT heeft het ROT een handhavingsstrategie en handelingskader opgesteld. De handhavingsstrategie is de hoofdlijn hoe de handhaving vorm te geven in IJsselland. Deze is visueel gemaakt in een inf ographic, opgenomen in bijlage 4 . Het handelingskader is het document waari n voor de handhavers (BOA’s en politie) is aangegeven hoe zij juridisch juist konden optreden bij overtreding van de maatregelen uit de noodverordening. Met elke wijziging van de noodverordening hebben we ook in overleg met de politie en het Openbaar Minis terie het handelingskader aangepast. Over het algemeen hebben inwoners in IJsselland verantwoordelijkheid getoond in omgang met de coronamaatregelen en was de naleving goed. Wel zagen we dat met name jeugd moeite had om zich aan de regels te houden en bracht de versoepeling van maatregelen soms onduidelijkheden met zich mee. In totaal zijn ongeveer 650 boetes uitgedeeld in IJsselland door politie en gemeenten.
Als voorzitter ben ik bevoegd besluiten te nemen op basis van de noodverordening. Op 21 april is er op een besluit bezwaar ingediend. Dit betreft een afwijzing van een verzoek voor een demonstratie in Zwolle. De bezwaarprocedure rondom deze zaak loopt. Gemeenten zijn over het algemeen beter toegerust op dergelijke bezwaarprocedures dan de veiligheids regio. Veiligheidsregio IJsselland heeft daarom met de gemeente Zwolle tijdelijke afspraken gemaakt voor het afhandelen van bezwaren die voortvloeien uit besluiten gerelateerd aan de coronacrisis. Verder loopt er op dit moment een Wob - verzoek. Deze , en eventuele toek omstige verzoeken tijdens de coronacrisis, worden afgehandeld door de veiligheidsregio. Overeenkomstig de noodverordening kan de voorzitter ook een gebied aanwijzen dat tijdelijk niet toegankelijk is. Dit kan gedaan worden in situaties waar de coronamaatregelen niet gehandhaafd kunnen worden. In de afgelopen periode is er een aantal keren een aanwijzings - en intrekkingsbesluit genomen: - Gemeente Hardenberg: Skatebaan Hardenberg , van 4 april tot en met 29 mei. - Gemeente Zwolle: Zwolle Wezenlandenpark (skatebaan), van 9 april tot en met 29 mei. - Gemeente Steenwijkerland: Giethoorn (vaarverbod), van 10 april tot en met 13 april. - Gemeente Olst-Wijhe: Loswal Wijhe, van 12 april tot en met 31 mei. - Gemeente Raalte: Skatebaan, van 16 april tot en met 29 mei.
- Gemeente Deventer: Landtong IJssel, van 15 mei tot en met 31 mei. - Gemeente Kampen: Landtong Seveningen Kampen, van 29 mei tot met heden. - Gemeente Kampen: Strandjes (tussen 21 uur en 8 uur), van 5 juni tot met heden. Scenariodenken Tijdens een crisis is vooruitdenken essentieel om te kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen. De toekomst is lastig te voorspellen, maar dit neemt niet weg dat we moeten inspelen op de effecten voor onze samenleving. Om dit denkproces aan te jagen z ijn onder begeleiding een aantal werksessies georganiseerd om scenario’s uit te werken. Dit is zowel gedaan met het ROT, RBT , de gemeentesecretarissen als ook met de gemeentelijke communicatieadviseurs , gemeente en het ROAZ, deels op basis van landelijk op gestelde scenario’s. Hoe ziet de wereld om ons heen er in het ongunstige geval uit? En hoe in het gunstige geval? Wat bedreigt ons en wat betekent dat? En welke nieuwe mogelijkheden zien we die tot nu toe nog niet voor de hand lagen? De sessies leiden zoal s gezegd niet tot een toekomstvoorspelling. Wel h ielp het om bewust te worden van de ruimte die er is om gegeven alle onzekerheden de situatie positief te beïnvloeden. Naarmate de tijd verstreek, kreeg de crisis langzaam een bredere focus van een gezondhe idscrisis naar een maatschappelijke crisis .
Waar het gesprek de eerste maanden vooral ging over besmettingsaantallen, zorgen over capaciteit op de intensive careafdelingen van ziekenhuizen, tekorten aan persoonlijke beschermingsmiddelen en vir us-gerelateerde onderzoeken, werd langzaam de maatschappelijke en economische impact van de getroffen maatregelen dui delijk. De Nederlandse en ook de IJssellandse economie wordt hard getroffen door de coronacrisis. Draagvlak voor de maatregelen neemt af onder inwoners en controle op naleving van de maatregelen wordt door politie en gemeenten als steeds moeilijker ervaren. Terugkeren naar het norma al wordt een zaak van de lange adem. Tot er een vaccin is, moeten we leren leven met het virus. Daarom is het belangrijk om juist nu vooruit te kijken en na te denken hoe het verder moet, en wat we kunnen leren van de afgelopen maanden. Tussenevaluatie Tussentijds hebben we met de verschillende partijen binnen de crisisorganisatie evaluaties gehouden om te bezien of veranderin gen nodig waren. Wijsheid ontstaat tenslotte door ook kritisch naar onszelf te kijken en te leren van hetgeen we zien. De evaluatie was onder andere gericht op de opstartfase, de opzet van de crisisorganisatie en de samenwerking tussen het ROT en RBT, de informatiestructuur, samenwerking met partners buiten de crisisteams en de nafase. Medio mei vonden de evaluaties plaats.
De bevindingen uit de tussenevaluatie lieten zien dat de bestuurlijke lijn, zowel intern als extern, naar alle tevredenheid heeft gefunctioneerd. Tevens heeft de crisisorganisatie volgens de structuur van het crisisplan gewerkt. Ten slotte is er een juiste balans ontstaan tussen lokaal afhandelen en regionaal beleggen. De bevindingen waren geen aanleiding om wezenlijke veranderingen door te voeren. De a andachtspunten worden meegenomen in de crisisorganisatie, bij de overdracht en ter voorbereiding op een mogelijke tweede golf. Bij afschaling naar GRIP 0 zal er een eindevaluatie plaatsvinden die gericht zal zijn op zowel proces, struct uur als de inhoud. Van crisis- naar projectorganisatie De structuur van de crisisorganisatie gebaseerd op GRIP 4 loopt op een gegeven moment af. Met de kring van gemeentesecretarissen in IJsselland hebben we afspraken gemaakt over een overdracht onder het adagium dat ‘de crisisorganisatie pas loslaat als een ander het heeft vastgepakt’. In hoofdlijn komt het er op neer dat we een knooppunt bij Veiligheidsregio IJsselland opzetten die coördineert, informeert en communiceert op het gebied van openbare orde , handhaving en infectieziektebestrijding COVID-19. A lle overige thema’s coördineren de gemeenten. Hierbij valt te denken aan sociaal -maatschappelijke thema’s, economie en mobiliteit (in samenwerking met de Provincie Overijssel).
Na afschaling van GRIP 4 wo rden ook de normale verantwoordingslijnen weer van toepassing, met in achtneming van de tijdelijke wet maatregelen COVID -19. Dat is tevens het moment dat de eindverantwoording aangeboden word aan de raden van de getroffen gemeenten. Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 De verwachting was dat voor de zomer de tijdelijke wet maatregelen COVID -19 van kracht zou zijn . Op 19 juni 2020 hee ft de Minister van VWS aan de Tweede Kamer laten weten dat het wetgevingsproces vertraagd is. Tot de invoering van de tijdelijke wet maatregelen COVID-19 blijft het mogelijk om , op basis van de Wet Publieke G ezondheid, de voorzitters van de veiligheidsregio’s aanwijzingen te geven. Zolang de tijdelijke wet niet geldt en de omstandigheden ertoe noodzaken, zijn de noodverord eningen van kracht. In de huidige fase van de bestrijding zijn steeds meer maatregelen versoepeld, en is de inzet van noodverordeningen beperkter en minder ingrijpend d an in de beginfase. Dit betekent dat van afschaling nog geen sprake kan zijn en GRIP -fase naar verwachting van kracht blijft in verband met de inzet van noodbevoegdheden. Da ar tegenover staat dat de brede effecten van c orona steeds meer zichtbaar worden en vragen om informatie - uitwisseling, duiding van noodmaatregelen en communicatie op regio nale schaal.
Tenslotte moet rekening worden gehouden met een mogelijke tweed e golf in het najaar , en daarmee dus ook een langer aanhoudende periode van crisis. We kijken terug op een constructieve en prettige samenwerking waarbij we hier in IJsselland met veel partijen hard hebben gewerkt om deze uitzonderlijke crisis zo goed mogelijk te leiden en te begeleiden. In de volgende fases die komen gaan, heeft de wijze waarop we dit afgelopen maanden met elkaar hebben gedaan mij het vertrouwen gegeven dat we ook in de toekomst in wijsheid besluiten zullen nemen en hetgeen doen wat nodig is voor onze IJssellandse samenleving. Bijlage 1: Bevoegdheidsverdeling en democratische verantwoording bij bovenlokale rampen en crises In deze bijlage worden de belangrijkste bevoegdheden van zowel de Minister van VWS als de voorzitter van de veiligheidsregio op basis van de Wet publieke gezondheid en Wet veiligheidsregio’s toegelicht. Ook wordt de rol van de burgemeester en de democratische verantwoording richting de gemeenteraden toegelicht. Bevoegdheden - Algemeen Bij iedere ramp of crisis is het van groot belang dat een ieder weet wie welke bevoegdheid heeft en moeten de hiërarchische verhoudingen duidelijk zijn. Bij bovenlokale rampen en crises berust het gezag daarom bij één persoon.
De memorie van toelichting bi j de Wet veiligheidsregio’s legt dit heel treffend uit : ‘Hoe ingewikkelder de situatie, des te groter het belang van een eenvoudige bevelsstructuur. Zonder een eenduidige gezagsstructuur bij bovenlokale rampen en crises bestaat het gevaar van stagnatie in de besluitvorming over te nemen maatregelen en van miscommunicatie in de bevelslijnen naar de betrokken operationele diensten, terwijl het essentieel is dat de operationele diensten één bestuurlijk aanspreekpunt hebben. In het wetsvoorstel is derhalve voor zien in een regeling voor eenhoofdig gezag bij bovenlokale rampen en crises.’ Tijdens een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, zoals de huidige coronacrisis, gaan de bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing va n de burgemeester over op de voorzitter van de veiligheidsregio. De functie van voorzitter wordt doorgaans door de burgemeester van de grootste gemeente van die regio uitgeoefend. De voorzitter staat in de praktijk uiteraard in nauw contact met de burgemee sters in de veiligheidsregio. Als gebruikgemaakt wordt van de bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing vindt overleg en afstemming plaats met de burgemeester in kwestie, maar deze is dus niet langer bevoegd om in dit kader maatregelen of besluiten te nemen.
Bevoegdheden - Wet publieke gezondheid In de Wet publieke gezondheid is de bevoegdheidsverdeling bij de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A (waaronder COVID-19) als volgt geregeld: - De Minister van VWS geeft landelijk leiding aan de bestrijding van de epidemie en bevordert: o De kwaliteit en doelmatigheid van de publieke gezondheidszorg en draagt zorg voor de instandhouding en verbetering van de landelijke ondersteuningsstructuur. o Interdepartementale en internationale samenwerking op het gebied van de publieke gezondheidszorg. - De minister kan de voorzitter van de veiligheidsregio opdragen hoe de bestrijding ter hand te nemen, waaronder begrepen het opdragen tot het toepassen van maatregelen waartoe de voorzitter bevoegd is. - De voorzitter van de veiligheidsregio geeft regionaal leiding aan de bestrijding van de epidemie en is bij uitsluiting bevoegd om de volgende maatregelen te nemen: o Personen ter isolatie opnemen. o Opleggen quarantaine. o Verbod verrichten werkzaamheden. o Maatregelen inzake gebouwen, terreinen (slu iten),vervoermiddelen (gebruik, verbod betreden, ontsmetten) en waren (vernietigen). Ook maatregelen zoals het verbieden van evenementen en de sluiting van scholen valt hieronder.
Bevoegdheden Wet veiligheidsregio’s In de Wet veiligheidsregio’s zijn de volgende bevoegdheden vastgelegd die in geval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis (zoals de huidige coronacrisis) toekomen aan de voorzitter van de veiligheidsregio: - Het gezag en de bevelsbevoegdheid bij brand alsmede bij ongevallen (anders dan bij brand voor zover de brandweer daarbij een taak heeft). - Het opperbevel in geval van een ramp of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. - Noodbevoegdheden als bedoeld in de artikel 172-175 van de Gemeentewet. - Bevoegdheden op grond van de Politiewet 1993 - Bevoegdheden op grond van de Wet openbare manifestaties. Daarnaast is bepaald dat de voorzitter bevoegd is om: - Een regionaal crisisteam bijeen te roepen. - Een regionaal operationeel leider aan te wijzen. - Een verzoek tot bijstand aan de minister van BZK te doen bij een tekort aan regionale capaciteit. Tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet neemt de voorzitter geen besluiten met toepassing van deze genoemde wetten nadat hij het regionaal crisisteam daarover heeft geraadpleegd. Democratische verantwoording Door de verschuiving van bevoegdheden naar de voorzitter van de veiligheidsregio worden de bestaande verhoudingen tussen de burgemeester en gemeenteraad tot op zekere hoogte doorbroken.
Dit is onvermijdelijk in een crisissituatie en ook te verantwoorden volgens de Memorie van Toelichting bij de Wet veiligheidsregio’s: ‘…mits voorzieningen worden getroffen die de gevolgen daarvan tot een aanvaardbaar minimum beperken. Dat geldt in het bijzonder de democratische verantwoording over de bovenlokale gezagsuitoefening. Het is noodzakelijk dat over de besluiten die bij de bestrijding van bovenlokale rampen en crises na consultatie van de in het RBT aanwezige burgemeesters worden genomen, op ordentelijke wijze verantwoording wordt afgelegd. Daarbij moet voorop gesteld worden dat de voorzitter van de veiligheidsregio naar redelijke verwachting i n veel gevallen besluiten zal nemen die de burgemeesters van de betrokken gemeenten kunnen onderschrijven of billijken.
Verwacht mag voorts worden dat in het RBT op basis van de beschikbare informatie overeenstemming zal bestaan over het te voeren beleid e n de te nemen maatregelen. De in het RBT aanwezige burgemeesters kunnen zich als lokale gezagsdragers immers goed inleven in de afwegingen die het uitoefenen van gezag met zich brengt. De veronderstelling lijkt daarom gerechtvaardigd dat zij zich in de reg el zullen kunnen vinden in de besluiten van de voorzitter van de veiligheidsregio.’ In artikel 40 van de Wet veiligheidsregio’s is hierover het volgende bepaald: - De voorzitter van de veiligheidsregio brengt na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidsteam, schriftelijk verslag uit aan de raden van de getroffen gemeenten over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. Hij vermeldt daarbij of een burgemeester gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid schriftelijk bezwaar aan te tekenen. - De voorzitter van de veiligheidsregio beantwoordt, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidst eam, schriftelijk de vragen die de raden na ontvangst van het verslag stellen.
- De voorzitter van de veiligheidsregio verstrekt in een raad van een gemeente uit deze veiligheidsregio mondelinge inlichtingen over de besluiten, bedoeld in het eerste lid, indi en de desbetreffende raad daarom verzoekt. De raad zendt een afschrift van het verzoek en van de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken aan de commissaris van de Koning. - Indien de raad, gehoord de inlichtingen van de voorzitter van de veiligheidsregi o, besluit zijn standpunt over de besluiten, bedoeld in het eerste lid, ter kennis te brengen van Onze Minister, geschiedt dit door tussenkomst van de commissaris van de Koning. De commissaris laat het standpunt van de raad vergezeld gaan van zijn oordeel over de besluiten, en van een afschrift van de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken. - De commissaris van de Koning verricht de werkzaamheden, bedoeld in het vierde lid, volgens een door de regering gegeven ambtsinstructie.